Z00 palescue #13: Aal de Paling

Z00 palescue #13: Aal de Paling

Vandaag pak ik de paling bij de staart. Dat valt niet mee, nee. Het is geen aaibaar wezen: aalglad, ja. Als paling in een emmer snot.

Vanuit de Sargassozee in de mysterieuze Bermudadriehoek drijft de larve hierheen en groeit onderweg tot glasaaltje. In zoet water groeit ‘ie uit tot schieraal of paling, om na 5-15 jaar terug te gaan. Dan paaien ze, en sterven. Maar nog nooit heeft iemand palingen zien paren. Ze kunnen ook niet worden gekweekt.

Hier, bij de voormalige Zuiderzee, is het culinair erfgoed maar de soort is ziek door dioxinen, drugsresten en landbouwgif in het water. De paling ontglipt ons en is in kritieke toestand opgenomen in de Rode Lijst. Sinds 1980 is de intrek van glasaal met 99% afgenomen. Bovendien wordt de terugweg de meeste alen fataal. Het grootste deel raakt gewond in de gemalen. Dus zet men glasaal massaal uit in de Randmeren, en paling over bij de Afsluitdijk. Dit lijkt een beetje te helpen.

Monsters

Vroeger gingen de grote jongens paling peuren in de polder. Nu peurt een professionele palingpenose grof geld uit smokkel. Glasaal uit de Golf van Biskaje gaat in waterkoffers binnen 24 uur – langer kan Aal niet zonder zuurstof – naar het Verre Oosten. De Aziatische palingvariant is namelijk al uitgestorven.

Aal is een taaie rakker, die tot in de pan blijft spartelen. Hij leeft in zout en zoet water met twee harten en kan ademen door de huid. Hij reist ook over land. Een oudere vriend zag als kind nog paling door het natte gras ‘lopen’ om de Praamgracht, en zo de Eem, het IJsselmeer en uiteindelijk de zee te bereiken.

Onderzoekers opperen dat het monster van Loch Ness kan bestaan als gigantische paling. Dat meer zit vol paling-DNA. Duikers zagen exemplaren zo dik als bovenbenen, vier meter lang.


N.B.: bij de vorige aflevering is de fotovermelding weggevallen. De illustratie was overgenomen van straatpoezie.nl.

De tekening bij deze aflevering is naar een schilderij van Pieter Brueghel de Oude vol Nederlandse gezegdes waaronder ‘de paling bij de staart pakken’, rechtsboven in De Verkeerde Wereld (1559).

Meander 2020/01

Meander 2020/01

“Vroeger las ik alleen dode dichters. Inmiddels vind ik levende ook wel leuk.”

Dit is wel heel leuk eigenlijk: ik sta in een tijdschrift. En wel in de eerste editie van de jaren 2020 van Meander, het Literair E-magazine voor Nederlandstalige Poëzie.

De drie gedichten die ik eind vorig hier heb geplaatst had precies zo ook ingezonden. Of het door de tekeningetjes of de extra tekst komt weet ik niet, maar men vond het leuk en wilde ze plaatsen. Wat heet, met de tekeningetjes en een oud gedicht extra, en een interview. Dit alles vergezeld van de fraaie foto die Maurice Timmermans ooit van me maakte ter gelegenheid van en in Artishock-Soest.

Ziehier het resultaat

‘Alegría’

‘Alegría’

Nieuwjaarsreceptie Artishock en expositie Tekenclub

Op de eerste zaterdag van het nieuwe jaar, 4 januari 2020, is de openbare Nieuwjaarsreceptie van cultureel podium Artishock. Dezelfde avond wordt de jaarlijkse expositie van Tekenclub Artishock geopend. Er komen 22 werken van 80 bij 80 centimeter te hangen, allemaal persoonlijke variaties op het thema ‘Alegría.’ De live muziek is van Trio Kai von Rosenberg.

Een gure doordeweekse dinsdagavond in december. Leden van de Tekenclub Artishock zitten in de warme soosruimte aan de koffie, het model in badjas. Met coördinator Ineke Talen en deelnemers aan de expositie praten we over het thema van dit jaar en proberen een beeld te krijgen van wat we te zien krijgen.

Ineke Talen vertelt: “Eigenlijk zijn we een modeltekenclub. Met de jaarlijkse tentoonstelling laten we altijd een andere kant van ons zien. De keuze voor het thema is de uitkomst van een enquête. Iedereen mocht wat insturen. Daaruit kwam het thema Alegría. Met één L en een accent op de í. Dat is Spaans voor vreugde, blijdschap, opgetogenheid. Begin november werden de panelen uitgedeeld. Die maakt Dirk Bouman altijd, dat mag ook wel eens gezegd worden.”

Iedereen werkt op hetzelfde formaat, op een paneel van 80 bij 80 centimeter. Nadat het thema is gekozen maakt elke deelnemer thuis zijn eigen schilderij. Dit jaar begint niet alleen een nieuw jaar maar starten ook de jaren 20. Dat lijkt geen invloed te hebben gehad op de mensen die we spreken. Ineke zegt: ”Maar je weet nooit wat mensen ervan maken. Alleen het formaat staat vast. Het hoeft ook niet per se met verf te zijn gemaakt. Vorig jaar had iemand een vilten schilderij. Dit jaar doet in ieder geval één iemand iets met foto’s.”

Eén van de deelnemers, schilderes Dita Valkenet, zegt: “Toen ik het thema hoorde dacht ik Ojee, wat moet ik daar nu mee? Maar ik heb het schilderij al af en ik heb er een leuk verhaal bij.” Dat verhaal wil ze niet vertellen, ook niet als ze hoort dat dit stukje pas kort voor de expositie zal verschijnen. “Nou, ik werk altijd met olieverf, zoals Ineke altijd met acryl schildert. Maar verder zeg ik niets… Nee, echt niet.” Een andere deelnemer verklapt een digitaal werk te hebben gemaakt, en weer een ander zegt dat ze een zwart schilderij inlevert, maar het is de vraag of die informatie betrouwbaar is. Ineke besluit: “Het is altijd weer een sprong in het duister, in ieder geval in het onbekende.”

Info

De opening van de expositie valt samen met de nieuwjaarsreceptie van vereniging Artishock, waarvoor bij dezen iedere belangstellende is uitgenodigd. De expositie zal de rest van de maand te zien blijven.

Evenals in 2019 zal de expositie later in 2020 te zien zijn in het gebouw van Idea aan de Willaertstraat.

‘Alegría’ Zaterdag 4 januari opening expositie Tekenclub Artishock & Nieuwjaarsreceptie. Zaal open: 19:30u. Opening 20:00u. door voorzitter Harm-Jan Luth.

Zoals iedere eerste zaterdag van de maand is de toegang gratis en is er live muziek. Op deze eerste zaterdag in het Nieuwe Jaar speelt het Kai von Rosenberg Trio.

De expositie is te zien tot eind januari tijdens activiteiten (zie http://www.artishock-soest.nl). Daarnaast is Artishock – Steenhoffstraat 46a – open op: woe- en vrijdagochtend van 10-12 uur, maan- en woensdagavond van 19.15-20.15 uur. Verder in overleg: 06 25586354.

Z00 palescue #12: Gemier

Z00 palescue #12: Gemier

Precies 300 woorden over mieren:

Hoe zie je onderweg het meeste? Met het vliegtuig ben je, als buizenpost, snel ver weg maar zie je weinig. Vanuit de trein zie je meer. Landschappen trekken voorbij. Als je met de auto gaat, zie je de verschillende steden. Je voelt de afstand nog beter als je gaat fietsen, met je kop in de wind. Elke kilometer, en vooral het hoogteverschil voel je. Je ziet nu aparte wijken en straten. Als je gaat wandelen kom je langs individuele huizen en bomen. Hoe langzamer je gaat, hoe meer je ziet. Het meest zie je dus als je stilstaat, gaat zitten onder een boom. De verste reis maak je ter plekke.

Daar loopt een kolonne kleine zwarte mieren. Zie dat beestje sjouwen met een blad dat honderden keren groter is dan zichzelf. Even verderop loopt een kolonne grote rode mieren de andere kant op. Gescheiden werelden. Er zijn 12.000 soorten mieren beschreven. Eigenlijk zijn het een soort wespen zonder vleugels. Behalve na de regen op een warme augustusdag in Nederland. Dan is het Bruidsvlucht: mannetjes en koninginnen vliegen uit en paren in de lucht. De mannetjes gaan snel dood.

Eén mier stelt niet veel voor, maar met geurstoffen als communicatiemiddel werken ze als één organisme samen. Sommige soorten doen zelfs aan een soort landbouw en veeteelt. In ondergrondse kamers liggen luizen aan plantenwortels terwijl de mieren hun honingdauw melken. Parasolmieren brengen bladeren naar het nest om schimmel te kweken als voedsel.

Bij mensen zie je ook collectieve intelligentie, bij voorbeeld in een peloton wielrenners of een stadion dat de wave doet. De massa functioneert als één organisme. Meestal levert dat weinig goeds op en delft een kwetsbare groep het onderspit. Misschien is dat bij mieren niet anders. Om dat te weten moet ik nog veel langer onder die boom blijven zitten.

Foto: straatpoezie.nl. Een jaar lang liet de anonieme graffitidichter Straathaikoe gedichten achter in de openbare ruimte van Utrecht.

Alleen dit, Planken Wambuis en de Hoop

Alleen dit, Planken Wambuis en de Hoop

Later meer, maar eerst het volgende: drie teksten die niets met elkaar te maken hebben, behalve dat ik ze redelijk recent typte. Je kan gerust zeggen dat de signatuur-tekeningen erbij vaster van vorm zijn dan de gedichten. Na de presentatie volgt een korte toelichting op het ontstaan ervan.

 Alleen dit

Geen feit of mening
                reden of bewering, argument
                geen conclusie, aanbeveling –
alleen dit.
 
Geen beeld of geluid
                beweging of stilstand
                geen begin, vervolg, einde –
alleen dit.
 
Geen goed of slecht
                humeur, gevoel, of temperament
                geen derde oog, zesde zintuig –
alleen dit.
 
Geen dag of nacht
                geen zomer winter, herfst
                of weersomstandigheden –
alleen dit.
 
Geen licht of donker
                geen gewichtige vorm, afstand
                massa of hoge diepte –
alleen dit
 
                taalstilleven, uitgelezen letters
                die zin geven per woord.
  Planken Wambuis
 
Want buiten wacht de waard
die niet valt te vertrouwen
al schijnt hij gouden bergen
op de te hoge waterstand
 
De waard waart rond en slaat gericht
zijn klauwen uit. Als zich een vinger
of teen over de drempel waagt
rukt hij je hele arme been af
 
Niemand hoort je noodklok luiden
buiten de lijken in de kast. Hoor
ze kraken op de vlizotrap
en tikken tegen ‘t dubbel glas
 
Laten we dus binnen blijven
de spoken verblijden met geesten feesten
op O zo te vermijden angsten,
de langste geflest onder ‘t aanrecht
 
Bedeesd benader ik het einde
en hamer een deur uit de nacht
Vrucht van mijn schoot, waar blijf je
om mij te redden van die gast?
  De Hoop
 
Mijn mes moet een machete worden
de valk een Ottomaanse dhow
 
De wekker staat elke dag weer op
het tijdstip van mijn executie door
een instrument met hoger doel.
De droom is heen en weer gesneld
 
over de mensen de velden de bergen en de zee
onder de radar in een opblaasboot
 
Daar wapperen witte lakens
uit de restanten van een kozijn
in de slaapzaal van het bospaviljoen,
verlaten portaal naar het ondermaanse.
 
De geest gaat te paard, de ziel te voet hier binnen
en beide laten hoop varen door het leven.

De Hoop was de eerste tekst, geschreven op 22 september 2019 in een soort vakantiedagboek waarin ik elke dag getrouw beschreef hoe we wat waar hadden gedaan. We waren in Turkije, met Lesbos in het vizier. We zijn daar ook geweest, een dag op en neer naar de EU met de reguliere ferry. Op de laatste dag van de vakantie wilde ik een stukje vrij schrijven. Dat werd dit. Toen ik het af had, zette ik mijn paraaf eronder die ik veranderde in een vissersbootje van het soort zoals ik had gezien in Turkije. De andere signatuur tekeningetjes maakte ik op 22 oktober.

Alleen Dit schreef ik begin oktober, eigenlijk als vervolg op een droom waar ik lachend uit ontwaakte. Dat was meen ik op woensdag de tweede. De lach, de bevrijdende, bijna hallucinerende vrolijkheid uit die droom heb ik niet kunnen reproduceren, daarvoor was de droom te snel verwaaid. Ik weet nog dat ik worstelde met een groot probleem toen het opeens duidelijk werd: alles begint met letters.

Planken Wambuis, tenslotte, is het product van de eerste vorm van schrijfcursus die ik volgde, een Masterclass Expressie in Poëzie door Gijs ter Haar. Dat was op zondag 13 oktober, in Zevenaar. Als onderdeel van het programma schreven we een A4 achter elkaar vol met een gegeven eind- en beginzin. Freewriting. De eerste regel was ‘Laten we vooral binnen blijven’ en de laatste ‘Je wilt dat kind behoeden’, allebei uit zijn bundel ‘Voor de zwijnen’ (2017). Elke gelijkenis met bestaande personen is louter toevallig en in die herberg op de Veluwe ben ik nooit geweest.

Fotoclub Keistad op zoek naar het Hart van Soest

Fotoclub Keistad op zoek naar het Hart van Soest

Het nieuwe seizoen begint Artishock met, onder andere, een expositie van Fotoclub Keistad. Op zaterdag 7 september om 20:00u vindt de feestelijke opening plaats. Op uitnodiging van Galerij Artishock hebben de fotografen de uitdaging aangenomen om op zoek te gaan naar het hart van Soest. Een uitdaging, want Soest is een langgerekt lintdorp is en bijna alle leden wonen buiten Soest. Wat krijgen we te zien?

“Wij hebben ook nog maar één voorbeeld gezien. Op die foto staat een hert, het staat in onze besloten Facebookgroep. Het is geen eis, maar ik verwacht wel dat de meeste foto’s landschappelijk zijn. Waar denk je aan als je door Soest rijdt, van Amersfoort naar Baarn, of andersom?” Aan het woord is Evelien Kremer, of Karen van der Kolk, of Tessa Gaakeer. Of alle drie tegelijk. Samen hebben zij in april 2018 Fotoclub Keistad opgericht.

Fotoclub Keistad
Evelien, Tessa en Karen

Visie van de buren

“We hadden al eens eerder nagedacht over exposities. Toen kwam het idee van Artishock. Zij waren geïnteresseerd in een visie van de buren op Soest. Daar werd positief op gereageerd. We hebben die mail voorgelezen in de groep, met het gedicht van Palescue waarin al veel plekken worden genoemd. Ondanks de vakantietijd nemen ongeveer 14 fotografen deel aan de expositie. Met ongeveer twee foto’s per persoon verwachten we 24 foto’s op te hangen.”

“We hebben wel wat regels afgesproken. Zo moet de foto recent zijn, van nu, en mag er niet teveel bewerkt worden. Het moet realistisch blijven, dus geen olifant in de Soester Duinen shoppen. Ook worden alle afdrukken op dezelfde manier afgedrukt, en op een vast formaat, van 60 bij 90 centimeter. Dat is best groot, maar wel in dezelfde verhouding als de ouderwetse ansichtkaart. Mensen zijn nu zo gewend om foto’s heel klein op hun telefoon te bekijken dat het wel leuk is wat groots te laten zien.”

Licht lezen

“We hebben alle drie de jaaropleiding bij Fotoschool Keistad gedaan. Dat is geen eis voor leden, maar zo kennen wij elkaar. Dan heb je elke drie weken een dag school waarvoor je een thema moet voorbereiden. Daarna dreigde het zwarte gat. We zochten een leuke fotoclub als alternatief, om de routine vast te houden. Uiteindelijk zijn we zelf een fotoclub gestart. We zijn nu de jongste fotoclub van de regio met een vaste groep van ongeveer 25 mensen. Ook leuk is dat de verdeling man-vrouw vrijwel gelijk op gaat.”

“De leden van de fotoclub zijn allemaal gepassioneerde amateurfotografen. De meesten hebben wel enige opleiding gehad. Binnen de fotoclub zijn de expertises verschillend: de een is technisch heel goed, de ander kan heel goed bewerken, weer anderen leggen de meest waanzinnige situaties vast of zijn juist heel creatief. Naast de techniek, moet je het licht kunnen lezen –  gevoel hebben voor lichtval, compositie en voor situaties. Tijdens onze bijeenkomsten en in de Facebookgroep bespreken we elkaars foto’s. Met die feedback kan je echt hele gave foto’s maken.”

Info

Kijk op https://www.fotoclubkeistad.nl/ voor een indruk van ander werk van de fotoclub. Geïnteresseerden kunnen een mail sturen naar info@fotoclubkeistad.nl. Iedereen is welkom om een clubavond bij te wonen. Je kan natuurlijk ook langskomen tijdens de opening van de expositie en Karen, Tessa, Evelien of een van de andere leden aanspreken.

Expositie Fotoclub Keistad: Het hart van Soest. Zaterdag 7 september: inloop vanaf 19:30u. Opening 20:00u. Daarna JazzClub, met het Kai von Rosenberg trio. Vrije toegang. De expositie is te zien tijdens activiteiten tot 27 september. Zie www.artishock-soest.nl voor meer informatie.

Z00 Palescue Nº11: Van de torenkraaien

Z00 Palescue Nº11: Van de torenkraaien

Hier zie je er drie in de berm rondneuzen. Daar trekt een stel door de bomen en over het gras loopt twee dozijn tegelijk. Ze vliegen allemaal op. Dalen weer in een boog, laag zeilend, terug op het gazon. Met snelle stapjes lopen ze door elkaar. Alert, strak in het grijze pak, de zwarte pet over die schrandere blauwe ogen. Bij elke stap op hun stramme benen schiet hun kop even naar voren.

Zoals de kraai ‘Kra’ roept, zegt het kauwtje ‘Kjau’ en de raaf ‘Rhâ.’ Geen zangers, die familie waarvan ook eksters en gaaien lid zijn. Graaiers en snaaiers. Alleseters en nestrovers zijn het, gek op glimmers, slim en behendig. Ik zag een kauwtje in de vlucht een wesp verschalken.

Kauwtjes zijn kleiner, lichter en minder sinister dan de kraaien van uitvaartverzorgers en de raven op de koets van Magere Hein zelf. Je ziet ze kraaien rond de kerktoren waar ze ook in nestelen. Holenbroeders heten ze, die in levenslange paartjes het liefst groepsgewijs optrekken.

Ze kunnen zich ook vervelen. Hier in de buurt gingen ze stenen van flats afgooien. ‘Klierende kauwtjes keilen keitjes op kwetsbare autodaken’ kopte de krant. Hoe harder de tok, hoe groter de deuk waarin ze liggen.

Herman, zo heette het kauwtje van mijn broertje. Herman kreeg eten uit een spuitje en sliep bij hem op de kamer, soms in de schuur. Herman had een keer achter de pick-up gepoept en zo kortsluiting veroorzaakt. Midden in de nacht schrok mijn broertje wakker van de vlammen die vlak naast hem opflakkerden. Het huis staat er nog.

Je mag een kauw zonder ring niet meer als huisdier houden. Herman was nooit gekortwiekt en zijn mens had, als druk scholier met bijbaantjes en brommer, eigenlijk niet genoeg tijd voor hem. Het is triest maar uiteindelijk is Herman gevlogen.

Kauwtje-Van-de-torenkraaien - Palescue

En zo verscheen het in het septembernummer van Veren en Vachten, het clubblad van Stichting Dierenzorg Eemland, 14e jaargang, nummer 3: