Normaal. Doen.

Normaal. Doen.

Dat valt nog niet mee, normaal doen. Gewoon doen en nog jezelf zijn ook. Ik bedoel: wie is dat? Je / Het / Ik verandert nogal eens. En zo ik al perfect weet aan te voelen wie ik precies ben, op dat moment en onder die specifieke omstandigheden, dan valt het nog niet mee die normale zelf staande te houden.

Het valt nog niet mee om, daaraan voorafgaand, jezelf eerst weten op te richten, aanwezig te zijn in de ruimte. Zichtbaar voor eventuele anderen. Gewoon, zelf bewust van de situatie zijn.

Want er zijn tegenkrachten.

Zoals een boom zich eerst moet wortelen en ontworstelen aan wat hij zoal tegenkomt in de groei – takjes, een kiezel, een leeg blikje sportdrank en een concurrerende netel – zo ontmoeten we in het moment obstakels die ‘Normaal. Doen’ in de weg staan.

Je beoordeelt en wordt beoordeeld op kleding en bagage, pak en zak, afkomst en gebrek, zon of regen, naam en faam, ruimte en beweging, tongval en oogopslag, haar en gebaar en ga maar verder, ga maar door. Alles wat overwonnen, ontweken of ontkend moet worden.

Dat valt nog niet mee. Gewoon er zijn, en beoordelen hoe daarin normaal te doen. Hoe onopvallend, of juist bewust van je opvallende aanwezigheid normaal te zijn.

Daar ben je dan. En nu je hier toch bent, moet je ook wat doen. Dat is wel zo normaal. Er wordt een actie of reactie verwacht.

Dat valt nog niet mee. Dan moet je wat zeggen. En wat valt hier, nu, nog te zeggen… en ook nog te voldoen aan de volledige norm van ‘Normaal. Doen’?

Normaal doen in eigen ogen en oren en die van elke willekeurig aanwezige, meelezer, toehoorder, volger, vriend van volger en vrienden van vrienden van volgers van vrienden?

Niet normaal. En toch. Het gebeurt.

Elke. Keer. Weer.

 

Normaal. Doen. Het klinkt zo eenvoudig. Maar wat is dat eigenlijk, normaal doen? En wat doe je als je vindt dat iemand níét normaal doet? Wanneer zeg je: ‘Doe effe normaal!’ Hoe zit dat met je moeder, je buurman, je kind? Ben je zelf eigenlijk wel normaal? Of liever niet? Maak ons augustusnummer beach proof en schrijf vrijmoedig over jouw pogingen normaal te doen – of juist zo afwijkend mogelijk te zijn – of anderen daartoe te bewegen.

Geen moralistische essays, maar waargebeurde, persoonlijke verhalen willen we lezen. In maximaal vijfhonderd woorden. Stuur jouw bijdrage vóór dinsdag 13 juni naar lezersoproep@vn.nl of naar Redactie Vrij Nederland, postbus 1254, 1000 BG Amsterdam (met de vermelding: ‘Lezersoproep’).

def Exist_20160523_2

slaapstede

slaapstede

 

Doe het raam in mijn kruin

dicht en laat de luxaflex

neer voor mijn gezicht

in het venster op zolder

 

Hang het kleed over de kooi

waar mijn stem tegen tralies fladdert

en doe buiten mijn blinden,

met die hartjes, toe.

 

Vergrendel het luik van de keldertrap

die steil mijn koele buik indaalt.

Laat gordijnen zich draperen

over de erker van mijn middel

 

en knip al het licht

in huis uit.

Hier is de sleutel, sluit me

af voor de nacht.

 

slaapstede_20170609_def

 

Palescue 15.VIII./30.X. ’16

Gewijzigd 8/9 VI.’17 tgv EO Radio 5; uitzending ‘Thuis op 5’ dd 09.VI

Roodharigen en meer – 25 Portretfoto’s in Artishock

Roodharigen en meer – 25 Portretfoto’s in Artishock

De expositie in Artishock bestaat komende maand uit 25 portretten. Modelfotografie is een specialiteit van Fokke de Boer: “Ik maak ook theaterfotografie en landschappen. Zo’n landschap is prachtig, maar wat doe je ermee? Bij modellen doe je het altijd voor iemand. Degene die op de foto staat wil hem altijd graag hebben.”

FotoFokke_1
Fotograaf Fokke de Boer bij werk waar ook zijn partner Ennadien Blink aan bij heeft gedragen (foto: Cees Paul)

Fokke de Boer is eigenlijk chemicus. Na een tijd bij het RIVM te hebben gewerkt is hij op zijn 50e het onderwijs in gegaan. Als kind was hij al in de doka van zijn vader bezig. Toen hij ging studeren kocht hij een tweedehands Praktika spiegelreflexcamera. Later stapte hij over op Canon camera’s, een merk wat hij ook digitaal trouw is gebleven, al is het maar omdat de lenzen dan mee kunnen verhuizen naar een nieuwe camera.

Fokke vertelt: “Modelfotografie vond ik tijdens mijn studie al leuk, dus daar heb ik me in verdiept. Later ging ik er meer tijd aan besteden. Ik had wel een opleiding voor landschapsfotografie gedaan, maar dan ben je erg afhankelijk van tijd en licht. Dat is lastig als je een vaste baan hebt. Een model in de studio is onafhankelijk van tijdstip en sfeer. Die maak je zelf. Meestal maken we samen een verhaal of een sfeerplaatje als basis voor de fotoserie.”

“Toen Ennadien [Blink, de partner van Fokke] in beeld kwam, ben ik haar theatervoorstellingen gaan fotograferen. Het leuke is dat we elkaar nu beïnvloeden. Een paar van de werken in Artishock zijn foto’s die zij als schilderes heeft bewerkt. Ennadien vult aan: “Ik vind het mooi dat ik dat mag doen. En hij doet het licht bij mijn voorstellingen en helpt me met alles. Vaak gaat hij mee zodat ik in de auto een tukje kan doen.”

Techniek

Toen internet nog in de kinderschoenen stond ontdekte Fokke DutchHeaven, een forum voor modellen, visagisten en fotografen. “Voor die tijd was het lastig om aan modellen te komen. Ik ben ook nog moderator geweest van een andere, soortgelijke site die ook niet meer bestaat. Die functie is overgenomen door Facebook, al mist dat de diepgang die een forum kan bieden.”

“Ruim 10 jaar ben ik nu serieus digitaal aan het fotograferen. Daarvoor vond ik de camera’s niet goed genoeg, maar verdiepte ik me al wel in Photoshop. Ik heb ook een tijdje geluidsopnames gemaakt van klassieke concerten. De combinatie van techniek en iets artistieks spreekt me aan.”

Op de site van Fokke de Boer (www.fotofokke.nl) kunt u een indruk krijgen van zijn werk.

De expositie ‘Roodharigen en meer’ wordt geopend op zaterdag 3 juni, 20:00u. Vanaf 20:30 JazzClub. Toegang gratis.

De expositie is te zien tot 30 juni tijdens activiteiten (zie http://www.artishock-soest.nl). Daarnaast is Artishock open op: woe- en vrijdagochtend van 10-12 uur, maan- en woensdagavond van 19.15-20.15 uur. Verder in overleg: 06 25586354.

Artishock_Expositie_Juni2017-001
Dia filmvoorstelling door Mayke Brands (studiorenm.nl)

Tactiel Textiel in Tilburg – Kloppende Testikels en Kruikengezijk

Tactiel Textiel in Tilburg – Kloppende Testikels en Kruikengezijk

Tilburg is een prachtige stad. Zeldzaam lelijk. Ik zag er laatst dingen die ik nog nooit gezien had. Kunst en vakmanschap wat ik niet voor mogelijk had gehouden. Bij voorbeeld textiel wat zelf tactiel wordt.

IMG_20170303_134403306_HDRTilburg dus, met meer dan 200.000 inwoners toch mooi de zesde stad van Nederland. Het is een redelijk jonge stad en toch al ouder dan bij voorbeeld Eindhoven, wat pas in de twintigste eeuw tot wasdom kwam. De oudste gebouwen die ik in Tilburg zag zijn negentiende-eeuws. Toch wonen er al elfduizend jaar mensen.

Tilburg werd in 1809 officieel stad dankzij de Franse koning Lodewijk Napoleon Bonaparte (de neef van -). Koning Willy II liet er een paleis bouwen waar hij nooit gewoond heeft wegens doodgaan en Koning Willy van Max vierde er zijn 50e verjaardag en heeft dat overleefd. Er schijnt ook hevig carnaval te heersen in de Kruikenstad, maar daar weet ik niets van.

Tilburg is gegroeid uit een klont ‘herdgangen’ waar schapen doorheen liepen. Het was dan ook tot diep in de twintigste eeuw een centrum voor de textielindustrie.

Damast

Ik was er onlangs om boeken te brengen en nog iets minder onlangs bezocht ik toevallig het textielmuseum. Inmiddels heb ik daar ook op gestemd als winnaar van de Museumprijs voor Mode en Design van de BankGiro Loterij. Op de andere twee musea kan je ook nog stemmen. Je kan er een reis naar new York mee winnen. Eigenlijk is museum Boymans mijn favoriete museum, sowieso, maar dat lijkt me al bekend genoeg. De andere kandidaat  is het stedelijk van Den Bosch. Dat is het meest gespecialiseerd in design en lijkt me daardoor het minst interessant.

Het textielmuseum in Tilburg is een gecombineerd museum. Je ziet de historische
fabriek in werking: het proces van schaap naar draad en wollen deken met behulp van de stoommachine. Maar je kan er ook zelf aan de slag in het TextielLab. Bovendien kan je er je damasten servetten laten reinigen. Je kan het er ook kopen. Een tafel is pas gepast met zilver en damast, zeg ik altijd maar.

Gepotel

Als het over textiel gaat, valt al gauw het woord ‘tactiel’: de ervaring van het voelen is belangrijk voor de beoordeling van textiel. Het moet immers ook lekker zitten. Textiele voorwerpen zijn daarnaast nogal kwetsbaar, het slijt natuurlijk van al dat gepotel. Dat is voor een textielmuseum natuurlijk een dilemma. Gelukkig is er ook een materiaalkast waar je kan voelen aan allerlei vormen van textiel.

Maar, over de kunst. Textiel is meestal een zogenaamde toegepaste kunst. In de haute couture wordt het een autonome kunst, maar dan blijft de textiel het medium. Voor mijzelf was het bezoek aan Tilburg een eerste kennismaking met textiel als autonome kunstvorm.

IMG_20170303_125058689_HDR‘Leuke lamp, overigens’

In de permanente expositie zijn slimme, mooie en artistieke toepassingen te zien, en objecten die er zo’n beetje tussenin zitten. Zo zag ik een prachtige lamp van glasdraden waar licht door stroomde. En nog veel meer moois zag ik.

In de tijdelijke tentoonstelling ‘Rafelranden van Schoonheid’ is werk te zien van vier kunstenaars. Allemaal prachtig en autonoom: eigenzinnig gebruik van materialen door Nan Groot Antink. Voor het verfproces maakte ze gebruik van urine, geïnspireerd door de originele Tilburgse Kruikenzijkers, fabrieksarbeiders die met hun urinekruiken over straat liepen. We zagen ook grote, bizarre vormen van Tanja Smeets die als schimmel in de ruimte lijken te zijn gegroeid en een monumentaal soort schild van het duo Heringa/Van Kalsbeek. Er was ook een zaal met een vreemd soort filmbeelden. Fazinierend.

Stimulus

In de laatste zaal die ik inliep was het nogal donker. In vitrines hingen en lagen donkere voorwerpen. Het totaal heet ‘Stimulus’ en is gemaakt door Bart Hess. De inspiratie voor Hess was “de zachte puls van testikels”. Ik moest een beetje lachen, waarschijnlijk vanwege het ongemakkelijke gevoel dat ik kreeg. Plots bewoog een voorwerp in de vitrine naast me. Ik schrok me rot. Er hing een soort gerafelde leren zak die klopte, alsof er een hart in zat.

Ook de objecten in de andere twee vitrines reageerden op geluid. In dit werk wordt het textiel zelf dus tactiel. Autonomer textiel zal je niet gauw zien.

Helaas heb ik er geen foto’s van. Ga dus zelf even kijken. De tentoonstelling Rafelranden van Schoonheid is nog te zien tot 28 mei 2017.

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

 

 

Rekel bij ’t Raboes

Rekel bij ’t Raboes

De eerste vos die ik zag was een paard. De tweede getekend door Rien Poortvliet. De eerste moervos of rekel die ik zelf zag lag plat, bewegingloos langs de weg. Pas tientallen jaren later zag ik een levende. Over een rotonde in Lelystad liep hij (of zij) naast de auto. Alert maar onverstoorbaar. Vorige week overreed ik bij Lage Vuursche bijna een vos die overstak.

De vos leeft in veel Nederlandse gezegdes. Eén van onze oudste boeken verhaalt “Van den vos Reinaerde“: de schelm die zijn streken niet verliest en de raaf ervan overtuigt dat de druiven zuur zijn. Koning Nobel is de wolf in dat verhaal. Met de komst van het Koninkrijk der Nederlanden is in de negentiende eeuw de laatste wolf in ons land geschoten. De afgelopen jaren wordt hij soms weer gezien. De Kroon heeft hem in 2014 alvast tot beschermde inheemse diersoort uitgeroepen. Maar zolang koning Nobel hier niet resideert, is Reinaert het grootste roofdier in ons land. En mag iedereen met een jachtakte op hem jagen, om de weidevogels te beschermen in de weidsheid van de Grote Melm tot aan ’t Raboes.Streetview Polder

In Soest ken ik hem vooral van kennissen die, diep in de bebouwde kom, ’s morgens kapotgebeten pluimvee aantroffen wat haar laatste eitje had gelegd. Ik hoor hem ook vaak benoemd worden als schuldige voor de teruggang van weidevogels. Ik lees dat dit ook met de kwaliteit van de weiden, en kraaien, te maken heeft. Het Eemland is voor grutto’s een wereldwijd top-drie leefgebied.

Dat vossen als hondsdol om zich heen bijten weten we. Dat ze alles eten, graag bramen, maar ook afval, wordt vaak vergeten. Op Soestdijk kennen we trouwens een heuse Jachtvereniging. Die houdt alleen een andere traditie levend: onder hoorngeschal met de meute achter een geurspoor over landgoederen galopperen.

(Afbeelding door R. Schulz (1829-1880) – Collectie Rijksmuseum)

Vos_MarjolRP-P-OB-201.020

Peter Schippper: niet van de kan-geen-kwaad kunst

Peter Schippper: niet van de kan-geen-kwaad kunst

Het atelier van Peter Schipper is in de polder. Daar schildert hij drie tot vijf dagen atelier webin de week in een leeg zwembad. Komende maand exposeert hij in de grote zaal van Artishock in Soest. 

Ooit begon hij als technisch tekenaar bij Fokker en ging verder in de reclamewereld. Twee jaar geleden verkocht hij zijn bedrijf en heeft nu alle tijd om te schilderen. Kunstschilder Peter Schipper vertelt:

“Bij Fokker bleek ik wel aanleg te hebben. Zo werd ik ontwerper en kwam toch creatief terecht. In 1979 heb ik mijn eigen reclamebureau opgestart in Amsterdam. In de goeie tijd werkten er zestien, zeventien man en we hadden grote klanten zoals automerk Seat en parkeerbedrijf Q-Park. Toen ik naar Soest ging heb ik het bedrijf daar naartoe overgeheveld. Dat was in 1983. De laatste tien jaar zat het in Amersfoort. Ruim twee jaar geleden heb ik het verkocht.”

“Ontwerpen deed ik altijd met viltstift, dus ik zat altijd wel te tekenen. Toen het bureau groter werd was ik vooral bezig met concepten, advies en klantcontact. In de reclame was ik ook wel creatief, maar dat noem ik gebonden creatief – gebonden aan de doelstellingen van de klant en de marketing. Pas eind jaren ’90 ben ik serieus gaan schilderen. Dat deed ik voor die tijd ook weleens, maar toen was het vooral werken, werken, werken.”

Verval

“Eerst schilderde ik thuis maar ik begon steeds groter te werken. Ik kon mijn ezel niet hoog genoeg zetten zonder een deuk in het plafond. Nu werk ik alweer bijna vijf jaar in dit lege zwembad. Prachtig licht hier. Ik begon met landschappen en portretten tot ik werd gegrepen door het desolate van oude fabrieken. Dat werd een serie over verval, in vervreemdende perspectieven.”

PeterSchipper_1934
Peter Schipper naast zijn “Selfiesh”  (foto: Cees Paul)

“Toen was ik een keer in Boedapest en kwam daar uit de metro. Dan loop je daar de trappen op naar de mooiste McDonalds van Europa en ziet de zwervers in de sneeuw liggen [zie “Fast food”]. Die tegenstelling zorgde ervoor dat ik me bezig ging houden met het menselijk verval. In de schilderijen versterk ik de tegenstelling ook door delen heel hard en schetsmatig te schilderen in acrylverf en andere delen heel realistisch met olieverf. Het werd een serie van een stuk of tien schilderijen die aardig verkocht. Voor Artishock heb ik er twee terug in bruikleen gekregen. Dat schilderij met die slapende zwerver voor een Rolex-reclame [zie “Time of your life”] hangt bijvoorbeeld in een accountantskantoor. Het thema is nog steeds actueel. Zelfs hier in de buurt zijn mensen die op straat leven maar helemaal onder de radar blijven.”

“Meestal werk ik wel in thema’s. De laatste tijd werk ik aan een serie met meer sociale reflectie. Het is ook een soort verval, maar het zijn ook situaties die ik om me heen zie. Zoals hier: dit stel zag ik ergens een selfie maken. Voor het schilderij [zie “Selfiesh”] plaats ik ze in een museum. Ze zitten voor de mooiste Van Goghs maar zien alleen zichzelf. Aan deze ben ik nu aan het werk. Het is de zesde in de serie en die wil ik af hebben voor de opening van de expositie. Die andere krijg ik niet meer op tijd af.”

Niet alles hoeft af

“Ik merk dat ik door mijn reclame-achtergrond sterk in beelden denk. Als ik begin heb ik wel in mijn hoofd hoe het eruit moet komen te zien. Maar het is niet zo dat ik ga zitten en het schilderij maak. Je moet er wel wat voor doen. Ik ben continu bezig met schetsen, detailstudies en foto’s. Zo ga ik elke week een paar uur modeltekenen. Het meeste gooi ik weg, het is een oefening in vingervlugheid en vormgevoel. Niet alles hoeft af. Zo ga ik ook elk jaar met een groep naar Frankrijk, veertien dagen alleen maar schilderen. Soms werk ik wat uit. Op vakantie zit ik ook altijd schetsjes te maken. Je moet blijven trainen ”

“Daarnaast doe ik af en toe portretopdrachten. Daar neem ik ook een paar van mee naar Artishock. Ik maak ook soms portretten als studie in kleurvlakken. En sinds vorig jaar heb ik houtskool als nieuw medium ontdekt. Dat is wel een geduldwerk, hoor… In Artishock komen ook twee grote houtskooltekeningen. Dat wordt een serie met relatiescenes.”

“Er zit altijd een laag onder mijn werk. Ik ben niet van de kan-geen-kwaad-kunst. Ik heb wel een boodschap maar vaak met een kwinkslag en ruimte voor je eigen invulling. Zoals die relatieserie: het kan zijn dat ze ruzie hebben, maar de scene kan ook het begin van iets moois zijn. Het is verval met een kwinkslag.”

Op de site van kunstschilder Peter Schipper kunt u de genoemde schilderijen en ander werk van zijn hand zien. De uitgelichte afbeelding heet “What’s up?”

De expositie van Peter Schipper wordt geopend op zaterdag 6 mei, 20:00u. Vanaf 20:30 uur JazzClub. Toegang gratis.

De expositie is te zien tot 26 mei tijdens activiteiten (zie www.artishock-soest.nl). Daarnaast is Artishock open op: woe- en vrijdagochtend van 10-12 uur, maan- en woensdagavond van 19.15-20.15 uur. Verder in overleg: 06 25586354.

Meester en Leerling – fijnschilders uit Atelier Kunstkeuken in Artishock

Meester en Leerling – fijnschilders uit Atelier Kunstkeuken in Artishock

Komende maand exposeren in Artishock ruim twintig schilders. Allen zijn realistische Portret met hoed en penseelfijnschilders uit Atelier Kunstkeuken, het centrum voor beeldende vorming aan de Beckeringhstraat.  Mint Faas verzorgt er cursussen expressief en intuïtief schilderen. Peter van Oostzanen is van de afdeling realistisch fijnschilderen. Ook van hem zal tijdens de opening op zaterdag 1 april een nieuw schilderij onthuld worden.

‘Meesterschilder’ Peter van Oostzanen: “er komt werk van mensen die al acht jaar bij de Kunstkeuken zitten, maar ook van mensen die net zijn begonnen. Het zijn wel allemaal realistische schilderijen, gemaakt met olieverf.”

“Ik heb nu zo’n 60 leerlingen. Ze komen uit de weide omtrek om klassiek te leren
schilderen, en dan ook nog eens fijnschilderen. Dat wil niet zeggen dat je geen fantasie mag gebruiken. Zo is er een groeiende groep die fantasievoorstellingen maakt. Dat vind ik leuk, want dat doe ik zelf ook. Maar iedereen zoekt zijn eigen thema. Wat dat betreft zijn we minder traditioneel, we gaan niet met de hele groep dezelfde fruitschaal schilderen. Er zijn ook mensen die meer voor de gezelligheid komen en anderen met meer ambitie. In dat geval wordt het leerplan meer een coaching traject.”

Hollandse school

“Ik krijg ook mensen binnen van de kunstacademie. Dat is wel vreemd. Nederland heeft een grote naam maar die Hollandse school wordt niet meer onderwezen op de academies. Afgestudeerden komen hier om de traditionele technieken te leren. Als ik dat in het buitenland vertel vallen er wel monden open. Toen ik begon was realisme ook niet populair. Ik voelde me een buitenbeentje en dacht ook dat realistische kunst zou opgaan in video en conceptuele kunst. Het realisme is hier na de Tweede Wereldoorlog weggevaagd maar leeft nu weer op. De kaartjes zijn niet aan te slepen voor exposities met realistische kunst.

kunstkeuken2In Amerika en Oost-Europa is altijd een onderstroom van realisme gebleven, met traditionele onderwerpen. Nu zie je, ook in West-Europa, weer traditionele schilderkunst, maar dan met moderne thema’s. Mensen vinden ook het ambacht weer interessant. Dat zie ik ook bij cursisten. Het is leuk om zelf iets degelijks te maken wat langere tijd meegaat.”

Ontdekkingstocht

“De cursisten staan altijd versteld van wat ze zelf kunnen. Als hier iemand komt die landschappen wil schilderen, zeg ik “Kijk eens om je heen. Bomen zijn niet bruin.” Zo verandert je kijk op de wereld – en alles kan. Het is voor iedereen een ontdekkingstocht. Dat geldt ook voor mezelf. Een paar jaar geleden begon ik met het schilderen van gras. Ik wilde het gevoel overbrengen dat je er doorheen loopt als door de zee. Dat ontwikkel ik dan verder, want ook schildertechnisch is het heel interessant. Met gras worden de lijnen in de compositie vloeiender. De wind zit erin. En in het nieuwe schilderij hóór je, als het goed is, de wind en het tsjirpen van krekels.”

“Meester en leerling” van Atelier KunstKeuken opent zaterdag 1 april, 20:00u. Vanaf 20:30 JazzClub. Te zien tot 28 april.

De expositie is te zien tijdens activiteiten (zie www.artishock-soest). Daarnaast is Artishock open op: woe- en vrijdagochtend van 10-12 uur, maan- en woensdagavond van 19.15-20.15 uur. Verder in overleg: 06 25586354.