Comm.

Hoi –,

 

Van.

            Fijn.

                        Goed.

.

Maar.

            Ook.

                        En.

.

Niet.

            Punt.

                        Naast.

.

Weg.

            Plek.

                        Maand.

.

Want.

            Dus.

Dat.

.

            Groet,

         -.          

NETTE NUL #15 – Muur

NETTE NUL #15 – Muur

Betreft: Plaatsing Elastieken Muur in Werkveld.

Tijdens de laatste vergadering van de Commissie Elastieken Muur in oprichting is besloten tot het opstarten van een brede plannings- en voorbereidingsprocedure. Om de daartoe benodigde activiteiten te coördineren is een subcommissie benoemd die de plenaire commissie zal gebruiken als steunpunt en klankbord bij eventuele knelpunten in haar werkzaamheden. Daarnaast is zij verplicht tot periodieke evaluatie en rapportage naar de gecombineerde vergadering toe.

Alvorens tot plaatsing te besluiten wordt een nulpunt onderzoek ingesteld om te komen tot een inventarisatie van het veld op zich, zodat de muur optimaal kan aansluiten bij de omgevingsfactoren(*). Vooral de verschillende invalshoeken van betrokken dienstverleners en instellingen zullen worden meegenomen.

Daarnaast heeft een onafhankelijk onderzoeksbureau opdracht gekregen de uitgangsposities van extern bij het veld betrokkenen in kaart te brengen. De kans bestaat dat u reeds in deze fase zal worden verzocht om uw inbreng bij exploitatie of beheer van de muur nader te motiveren. Wij raden dan ook aan om u tijdig te oriënteren op recente ontwikkelingen rond uw werkveld.

Naast een globaal tijdpad is door de Raad een stelsel randvoorwaarden vastgesteld dat bindend is voor alle partijen.

In de bijlage staat beschreven hoe deze randvoorwaarden voldoen aan de landelijk geldende norm inzake vergelijkbare projecten.

Aangezien onderhavige muur valt onder het speerpuntenbeleid zoals geformuleerd in de jongste Kadernotitie, valt een ruime subsidie te verwachten voor zowel de voorbereidingsfase als de uitvoering.

Na afsluiting van de inventarisatie zullen de resultaten, gevoegd bij de uitkomst van het onderzoek, ter parafering en amendering worden voorgelegd aan de betrokken afdelingshoofden. Deze bundel ondergaat vervolgens de verplichte informatie- en inspraakprocedure. De uitspraken die hieruit voortvloeien zullen worden opgenomen in de uiteindelijke voorbereidingsrapportage. Vervolgens kan, na goedkeuring van het concept door de subsidieverstrekkende instanties, het uitvoerend comité zich bezinnen op de eerste fase van plaatsing.

Dan kan tevens worden overwogen of (gedeeltelijke) opheffing van de muur op termijn niet meer in overeenstemming is met de bezuinigingstaakstelling en het streven naar bestuurlijke- en sociale vernieuwing in het algemeen. In geval van onderbesteding zal het saldo overigens ten goede komen van het projectbudget van de Commissie Elastieken Muur in oprichting.

In het vertrouwen u voldoende geïnformeerd te hebben, teken ik, namens deze,

N.N.


Dit was NETTE NUL #15 Muur; jaargang 10 Nummer 3, oorspronkelijk verschenen op 26 maart 1992.

Naschrift 2020:

(*) Een van de belangrijkste omgevingsfactoren is het KAST-je, het Klassiek Ambtelijk Structureel Retourbeleid. De inrichting van dit beleid maakt nadrukkelijk geen deel uit van het onderhavige project. Conform de laatste bestuurlijke inzichten hanteert de Commissie zogeheten Chinese Walls tussen de beoogde Muur en het Kastje. Vanuit de beginselen van governance en behoorlijk bestuur dient elke (schijn van) van samenhang te worden vermeden, dan wel ontkend.

Van oudsher ziet men een zekere samenhang tussen het zogeheten Kastje aan de voorkant en de praktijk van de beoogde bovenbeschreven ‘Muur’ aan de achterkant. Deze beleidssporen zijn geworteld in een lange traditie die terug gaat tot het Babylonische Rijk. Thans wordt beoogd het construct te moderniseren naar de eisen van het huidig tijdsgewricht waarbij elke verbondenheid nadrukkelijk wordt vermeden teneinde een volledig onafhankelijk functioneren te bevorderen.


Tussen 1990 en 1993 verscheen dhr. Nette Nul twintig keer in De Lunet, een uitgave van Stichting Welzijn Lunetten. De krant werd huis-aan-huis verspreid in de Utrechtse wijk Lunetten.

Energie: Flamenco en meer passies van Hilda Wetting

Energie: Flamenco en meer passies van Hilda Wetting

Vanaf zaterdag 7 november tot de kerst exposeert Hilda Wetting in de grote zaal van Artishock. De opening vindt plaats om 20:00u. Vervolgens is het Jazz Club met zangeres Rosamint Faas & Friends. Wegens Corona is het feestje beperkt tot 30 personen.

Hilda schildert figuratief. Alhoewel ze graag landschappen en portretten maakt, krijgen twee onderwerpen duidelijk voorrang: flamenco danseressen en taferelen in een classicistische rococo stijl.

“Ik ben nu bezig met een 18e eeuws tafereel, heel klassiek, in olieverf. Ik doe er erg lang over en het nu het enige waar ik mee bezig ben. Als kind heb ik al eens een kostuum voor een pop gemaakt in die stijl. Ik ben me er meer in gaan interesseren in de jaren ’70. Alle interieurs waren oranje en toen kwam ik bij iemand die meubelen in Louis Seize stijl had. Dat vond ik zo mooi dat ik me er in ben gaan verdiepen. Interessant is ook dat er in de 18e eeuw veel vrouwelijke schilders waren. Er zijn zoveel vrouwelijke kunstenaars die onterecht onbekend zijn gebleven.”

“Die flamenco danseressen schilder ik veel sneller, in korte verfstreken met acrylverf. Het gaat er niet om dat het heel mooi is, als het maar van het doek afspat. Die muziek vond ik altijd al geweldig. Het is niet gepolijst zoals klassieke gitaarmuziek – meer passie, energie. Ik heb ook zelf flamenco gedanst. De jurk en de schoenen heb ik nog in huis, maar ik kreeg last van mijn schouders en ben toen maar gestopt. In de dans zijn man en vrouw gelijkwaardig. Voor flamenco hoef je ook helemaal niet mooi te zijn, als het maar expressief is.”

Artishock

Al op de kleuterschool bleek Hilda Wetting tekentalent te hebben. Haar ouders gaven haar een schilderkist bij het eindexamen van de middelbare school. Hilda:

“Nee, ik ging niet naar de kunstacademie. Ik wilde werken, schreef één brief en werd direct aangenomen bij Shell. Daar heb ik 37 jaar gewerkt als directiesecretaresse. Maar na een paar jaar dacht ik wel, die schilderskist, daar moet ik wat mee.”

“In de avonduren heb ik toen gestudeerd aan de Vrije Academie Psychopolis in Den Haag. Ik ben bij verschillende ateliers geweest en op het moment ben ik nog steeds actief bij Atelier-3 in Voorburg en natuurlijk bij Tekenclub Artishock.”

“In 2016 ben ik verhuisd naar de Nieuweweg. Ik woonde in Leidschendam en kwam een keer in Soest met een reizend kunstcollectief dat in Museum Oud Soest exposeerde in het kader van ‘200 jaar Koninkrijk.’ Ik dacht meteen: wat is het hier leuk! Nadat ik gesetteld was, ben ik allerlei Nieuwjaars partijtjes af gegaan. Zo kwam ik ook bij Artishock waar ik in contact kwam met de Tekenclub. Ik viel met mijn neus in de boter, het is zo’n gezellige mix, mensen met verschillende niveaus maar iedereen laat elkaar in zijn waarde. Dat heb ik wel anders meegemaakt. Nu is het allemaal anders, met corona. Eigenlijk mis ik de borrel na afloop wel.”

Bekijk vast haar schilderijen op www.hildawetting.exto.nl 

NETTENUL #19 en #20 – Ochtend

NETTENUL #19 en #20 – Ochtend

Cita

…uwsdienst verzorg door het ANP. Afgelopen nacht is het in het voormalig Oostduitse Joegoslavië opnieuw tot een…” Die zoemer was afschuwelijk, maar van het nieuws word je ook niet lekker wakker. Cita Nul slaat het dekbed van zich af en staat op met een zucht. Waarom zo vroeg? Waar is Nette? O, ja. Werk. Ze schuift de lamellen opzij en kijkt naar buiten. Maandag. Natuurlijk regent het pijpenstelen. “… en in de loop van de dag ruimend naar noord. Waarschuwing voor de scheepvaart…”

Iets meer dan een uur geleden zal Nette de deur uit zijn gegaan, gooide z’n tas op de stoel voorin de middenklasser; de kinderen op de achterbank. “Gordeltjes vast, keinders” zal hij gezegd hebben. Nu zal hij z’n tweede handtekening hebben gezet en bezig zijn met zijn vijfde telefoontje en zesde sigaret. Voor Cita blijft het moeilijk om mee te draaien in de tredmolen van het dagelijks leven.

Vooruit maar weer, spoort ze zich aan, wees de nuttige huisvrouw die hier nodig is. Op de trap liggen alle vuile kleren die een modern vierpersoonsgezinnetje maar kan produceren in een lang weekend dat gevuld werd met geknutsel aan motoren, sporten op een blubberveld en een speurtocht door de polder. Cita probeert alles te verzamelen met de vertederde wanhoop die ze kent uit reclamefilmpjes voor wasmiddelen. Al het schoeisel belandt op een hoop op de overloop. De wasmachine krijgt z’n trommel volgepropt en wordt aan het draaien gezet.

Beneden vindt ze door de hele keuken resten van het ontbijt. Ze leest het schoolbord op de deur: “Vanavond gaan we uit XXX” belooft Nette. Geweldig, en verder? “Biep / Afspr. tand / Tuin winterklaar.” Genoeg te doen. Gelukkig. En er staat ook nog redelijk verse koffie. Cita probeert de radio nog ‘ns en zet zich aan de tafel met lege stoelen. Door de troep die in de ochtendhaast is ontstaan, is het net of het hele gezin nog rondloopt, maar dan zonder geluid.

De radio laat iemand spreken over een buitenlandse minister van buitenlandse zaken. Cita Nul eet brood met kaas. Ze staart naar een ingelijste foto aan de muur, zomervakantie zeven jaar geleden. Ze schrikt op bij een tijdsein op de radio. Tien uur alweer. De was is klaar. Ze spoelt de koude koffie door de gootsteen, kijkt naar buiten. In de tuin klatert een fonteintje in de vijver tegen de regen op.

Wat een onzin, denkt Cita. ’t Is inmiddels herfst. Het hollands regenseizoen is begonnen. Ze trekt direct de kaplaarzen aan die klaarstaan bij de keukendeur. En zo, nog in haar slaapjurk, gaat ze naar buiten en sluit maar vast de buitenkraan af.

Kan de leiding tenminste niet kapot vriezen en hebben we volgend jaar weer een fijn fonteintje. De tuin wordt winterklaar van het bord geveegd.

Maan

Het is duidelijk al ochtend maar niet licht. Nette droomt nog na maar slaapt niet. Het is tegen tienen. Moet Nette niet in pak met z’n nette auto naar z’n nette baan in het nette kantoorpark? Hij spert zijn ogen open en graait de telefoon van de ombouw. Een bekende schorre hoge stem neemt op. Nette zegt door z’ n nieuwe wekker heen te zijn geslapen.

“Goed zo”, antwoordt ze spottend, “Je bent vandaag vrij, raar jong. Dinges, je zonnetje in huis was toch jarig.”

Nette grinnikt dommig, weet nu weer dat hij slingers heeft opgehangen en vanmorgen heel vroeg aan het bed van Maan heeft staan zingen. Tien jaar is ’t kind geworden. “Groep zes, vierde klas”, rekent Nette door. Tien jaar geleden woonde hij nog niet hier, was het onbekend gebied. Hij kende zijn vrouw Cita ook nog niet, die toch hoogzwanger was van Maan. Toen zou hij op een dag een vriend gaan bezoeken die net was verhuisd:

“Hoe heet het daar? Waar is dat ergens? Hoe kom ik daar?” Op z’n fiets was hij heel wat keertjes het viaduct tussen de kerkhoven opgeklommen en schreef later

`Wat losse tegels klepperen als de zerken

onder berken, beneden je. Een vangrail en roosters

Van ijzers boven de lijnen

beletten andere voertuigen door te

laten komen – voor vleesmolens door

te laten gaan. Na weer zerken nog

meer steen in de hoge boeg van een fort.’

Als gedicht nooit afgekomen, voldeed het enige tijd aardig als routebeschrijving. Later merkte hij dat de wijk per auto maar via één weg te bereiken is. Hij bedacht dat het gébied in zijn geheel zo bijna een fort werd. Voor de noodtoestand hoef je maar één weg af te sluiten en wat fietsbruggen en tunneltjes te slopen om 11.000 mensen vast te houden.

Nette geeft zich een mentale schop onder de kont. Blij zijn. Maan is jarig, we gaan hapjes maken en vanmiddag met de hele gillende bende naar de nieuwe Disneyfilm in de stad. Met zijn beste been staat Nette op.


Tussen 1990 en 1993 verscheen dhr. Nette Nul twintig keer in De Lunet, een uitgave van Stichting Welzijn Lunetten. De krant werd huis-aan-huis verspreid in de Utrechtse wijk Lunetten.

Hier maken we kennis de laatste leden van de familie in NETTENUL#19: Cita Nul (jg10,nr.7 – 24 september 1992), Maan en weer Nette zelf, in NETTENUL#19 (jg11,nr.1 – 4 februari 1993).

NETTENUL#17: Verjaring

NETTENUL#17: Verjaring

Tussen de eerste en de laatste dag wordt je elk jaar herinnerd aan je geboortedag, of je wil of niet. Vanaf de ene verjaardag mag je stemmen, vanaf de andere krijg je hoger loon of moet je met pensioen.

De eerste dag wordt niet gevierd want er valt nog niets te herdenken en de dag is lastig te plannen. Als Moeder de Vrouw is uitgeteld op 15 maart laat Moeder Natuur je rustig al 29 februari of op 1 april ter wereld komen. Daarom krijgt de eerste verjaardag pas achteraf een getal. Van die dag is alleen een foto over: een kleine dreumes in de kinderstoel kijkt naar de camera en niet naar de taart met één kaarsje.

Het aantal kaarsjes zal snel groeien. En met de schoolplichtige leeftijd beginnen de feestjes . Wil je poffertjes eten, pannenkoeken of patat? Naar de Efteling, Artis of Euro-Disney? De ouderlijke bijdrage wordt langzamerhand begrotelijk. Dan komt de verjaardag dat je zelf geld uitgeeft om je ouders een avond de deur uit te doen. Je draait eigen muziek en knoopt een doek over het enige spotje dat mag branden. Een fles drank wordt stiekem bijgevuld met water.

De taart met kaarsjes verdwijnt maar een vlam brengt soms het juiste aantal rozen voor je mee. Een aantal jaren lang groeit je feest steeds verder uit. Niets is te gek voor een party op een goeie locatie met veel mensen, decibellen en versnaperingen. Bij een echt Feest zie je zingend de zon opgaan terwijl het zachtjes begint te sneeuwen. Dan ga je naar binnen om te dweilen. De volgende verjaardag doe je niks.

De volgende verjaardag komen je vrienden en de familie samen. Net als vroeger komen ze vroeger en gaan ze vroeger weg. Er staat weer een taart op tafel, zonder kaarsjes. De volgende verjaardag moet je papieren inzien om te ,weten hoe oud je wordt. Men gaat in kruisjes tellen: vier betekent veertig. Bij vijf kruisjes zit er een pop met een baard op jouw stoel. Er wordt nog eens feest gevierd. Vervolgens vliegen verjaringen voorbij tot je bejaard genoemd mag worden.

De laatste verjaardag maak je niet meer mee. Je krijgt evenveel aandacht als bij de geboorte maar weer krijgt een ander de kaartjes en de bloemen. Ook deze datum zal een aantal jaren worden herinnerd. Dan brandt de vlam van één kaars bij je foto, zonder taart.


Tussen 1990 en 1993 verscheen dhr. Nette Nul twintig keer in De Lunet, een uitgave van Stichting Welzijn Lunetten. De krant werd huis-aan-huis verspreid in de Utrechtse wijk Lunetten.

Dit was de 17e column die verscheen in jaargang 10, nummer 5 op 11 juni 1992.

  • Illustratie: Merel de Groot

Jarige Job

Jarige Job

Een tekst, laten we zeggen gedicht, voor een onbepaalde verjaardag, wat wel gezien kan worden in relatie met ‘Thuis‘, het vorige gedicht, maar eigenlijk is het vooral geschreven naar aanleiding van de herpublicatie op dit platform van deze NetteNul over verjaardagen.

Jarige Job

.

Hier, neem de tijd

voor jou op maat gemaakt

verpakt in huid

gestrikt met haar

.

Steek er nog één aan

jarige tobber dat je bent

zet weer een kaarsje bij

in de taartgrafiek van leven

.

Dat we toffe jongens zijn

en dat je het vergaan

van weer een jaar

bij leven mag beleven.

.

NETTE NUL #12 – Elke Nul

NETTE NUL #12 – Elke Nul

Laat mij u vertellen van tante Elke die woont aan de Bierkaai. Elke Nul leidt een zinvol en nuttig leven. Zo is ze actief bij de vrijwillige brandweer waar ze meesterlijk spuit elf bedient. Bij ieder loos alarm spant ze het paard achter de wagen en rukt uit. Doorgaans draait ze haar hand niet om voor het blussen van een binnenbrand, maar ooit is het voorgekomen dat ze per ongeluk olie op het vuur gooide. Dat muisje heeft een lange staart gehad. Toch mag tante bij de meeste mensen telkens potjes breken. Ze worden blij gemaakt door Elke’s dode mus die flierefluitend heel de buurt vermaakt.

Tante werd geboren in de pruimentijd, als dertiende in een dozijn kinderen. De ouders van het arme en toch al grote gezin waren Dokter erg dankbaar: ze kon voor een dubbeltje worden geboren. Per slot was ook dit kind op rekening gehaald.

Al op zeer jonge leeftijd hield Elke vaak praatjes voor de vroedvrouw. Deze nu was wat heet gebakerd en gooide het kind weg met het badwater. Niet echt zachtzinnig, maar zo kon tante reeds als kind de was doen en leerde ze haar eigen boontjes doppen.

Welbesteed, dat is haar leven. Een blauwe maandag werkte ze bij een zaak die knollen verkocht voor citroenen. Haar chef ging op de fles en belandde in de goot; Elke wist te promoveren naar Kantoor. De verantwoordelijkheid voor het inbrengen van lege briefjes was een taak die zij volbracht als geen ander.

Ze had alleen de gewoonte om krachtig open deuren in te trappen, zodat die weer vervangen moesten worden, en dat vond de dubbele boekhouder op den duur te duur worden.

Tante besloot voor zichzelf te beginnen op de vrije markt. Elke Nul heeft sindsdien een windhandel en leeft daar goed van. ’s Nachts verplaatst ze zoveel lucht als er maar in haar kraam past en overdag verkoopt ze zoete broodjes van gebakken lucht en glaasjes water met een storm.

Het heeft haar veel windeieren gelegd. Onlangs liet ze zich een huis bouwen op het ijs en dagelijks eet ze baliekluif. Ze gaat vaak op vakantie naar de Caraïben en dan speelt ze mee met een steelband. Op de holle vaten klinkt ze boven iedereen uit.

Ja, tante ziet de zon in het water schijnen en geniet volop van de schittering. In haar kinderhand blinkt een fortuin aan klatergoud.


Tussen 1990 en 1993 verscheen dhr. Nette Nul twintig keer in De Lunet, een uitgave van Stichting Welzijn Lunetten. De krant werd huis-aan-huis verspreid in de Utrechtse wijk Lunetten.

Dit was de 12e column die verscheen in jaargang 9, nummer 9 in december 1991.

NETTE NUL #10: ome Edo

Zoals overal en bijna altijd is ook de familie Nul een uiteenlopend gezelschap dat het op feestjes toch samen kan vinden. We zien het zwarte schaap naast een muurbloempje zitten, de bonte hond in een kring van grijze muizen.

Daardoor ontstaat op familiefeestjes een soort gemiddelde gezelligheid. We zien elkaar toch al zo weinig en ruzie maken is dan ook niet waarschijnlijk. We herkennen ook wel iets in al die heel andere mensen. Vroeger heette dat bloedverwantschap. Nu zien we de erfelijke structuur van de genen.

Oom Edo wist daar alles van. Die vreemde oom Edo wist van alles trouwens veel. Hij had mij, zijn neefje Nette, als kind de sterren aangewezen en koppen leren snijden uit hout.

Het was onduidelijk wat hij voor beroep had. Veel verder dan ‘iets op de Uithof’ kwamen we niet. De laatste jaren mocht ik hem beter leren kennen. Want hij praatte wel veel op feestjes maar gaf zichzelf nooit bloot. Vrijwel niemand kwam ook bij hem thuis. Voor zijn verjaardag huurde hij een zaaltje.

Het was bij één van de tantes thuis dat we aan de praat raakten. Het gesprek kwam vanaf de gelijkenis tussen zijn neus en die van zijn zuster, via erfelijke waanzin en de wetgeving rond erfenissen op genetische manipulatie. We kenden al de kruising tussen schaap en geit. Ik zei:

“Laatst las ik in de krant toch iets: ze hebben ergens de genen van een vuurvliegje in een tabaksplant geschoten. En het lukte – die plant gaf licht.”

Oom Edo wist de namen van het laboratorium en van de wetenschappers. Sterker nog, hij werkte zelf op een dergelijk lab aan de Rijksuniversiteit Utrecht. Ik vroeg wat hij dacht van dergelijke experimenten bij mensen. Toen had oom Edo opeens alle interesse voor de haakwerkjes van nicht Anna.

Later die dag werd hij openhartiger:

“Weet je, Nette, nu kunnen we al veel met elkaar kruisen. Heel veel. Alleen mag het vaak niet. Ethisch enzo. Maar soms ben ik voor mezelf wat bezig, buiten de Uithof om en toch vlakbij.”

Hij gaf voorbeelden van wat allemaal mogelijk is maar zei over zijn eigen werk alleen:

“Ach ik wil daar gewoon iets aardigs nalaten.”

Afgelopen zomer is oom Edo bezweken aan een onbekende ziekte. Mij heeft ‘ie alleen een houtsnede nagelaten. Maar in Amelisweerd is me een bosje opgevallen. Manshoge boompjes waar in de lente gewone bloesem aan groeide. Nu hangen er een soort appeltjes. Vreemde appeltjes, het is net of er een slim gezichtje in zit dat me heel bekend voorkomt. Ik heb ze nog niet geproefd.


Tussen 1990 en 1993 verscheen dhr. Nette Nul twintig keer in De Lunet, een uitgave van Stichting Welzijn Lunetten. De krant werd huis-aan-huis verspreid in de Utrechtse wijk Lunetten.

Dit was de 10e column die verscheen in jaargang 9, nummer 7 in september 1991.

NETTE NUL #8: Jakob

NETTE NUL #8: Jakob

Niets mooiers dan het jonge leven, niets mooier dan mei.

Het jaar wordt elke lente opnieuw geboren, en dit jaar gebeurde dat heel dichtbij. Dan bedoel ik niet alleen die jonge eendjes in de sloten, telkens achter elkaar de moeder volgend als kleine bootjes met afstandsbediening.’ Ik zat in het vers opgeschoten groen en keek ernaar. De kolonne hield halt en kwabbelde aan land. Ze kwamen op me af en de meest brutale hapte in mijn vinger: een prettig gevoel.

Maar dat bedoel ik niet.

Ik heb dit voorjaar een nieuw huis en ik heb kikkers gezien, luidkeels kwakend op klaarlichte dag. Voor het eerst in mijn leven heb ik merels van dichtbij zien paren: een zeer verfijnd wipje, heel wat anders dan eenden.

Maar dat bedoel ik ook niet. Het meest nabij kwam de lente door een mensenkind bij vrienden. De negen maanden waren al voorbij rond Koninginnedag. De ouders hadden het idee dat hun eersteling wel een jongen zou kunnen worden. Het waren miezerige weken. Maart en april gaven soms hoop op zomer maar straften dat weer af met hagel en vorst.

De moeder had voorspeld dat het kind pas zou komen als de zon weer ging schijnen. Ik kwam die dag een poppenspeler tegen in de stad. Hij zei: Wanneer ik speel gaat de zon schijnen.

Het was regenachtig weer, die achtste mei, maar toen hij begon te spelen brak de zon door. Drie uur later werd Jakob geboren.

Hij is nu al een vriend en niet alleen omdat zijn ouders vrienden zijn. Ik voel me een beetje oom geworden. Het is een lente van je eigen soort. Zijn handen zijn knopjes naast de mijne, zijn oortjes minuscuul. Het is een twijgje. Een boompje van een vent.

Hoe is het om geboren te worden? Vanuit een warme waterwereld krijg je plotseling te maken met lucht: je krijgt gewicht. Je hebt longen. Geluid dendert door je weke hoofd. En er is licht: oogverblindend! Geen wonder dat je zo’n keel opzet. Geen wonder dat je knijpt met je ogen als een kat.

Mijn verjaardag valt eind mei. Jakob was met achttien dagen de jongste bezoeker: De vrienden zeggen: “Jakob heeft het cadeau meegenomen.”

Ik heb het boek in de kinderwagen nog niet gezien. Later krijg ik ook de kleine in handen. Zijn ogen volgen de mijne als we dansen. ik kijk hem aan en denk: Ik legde mijn hand op je moeders buik en voelde je bewegen. Ik weet dat jij het was. Herken je mijn handen?

Jakob kijkt rustig en aandachtig terug en zijn pupillen worden groter. Hij zal nooit zeker weten of hij mij herkend heeft.


Tussen 1990 en 1993 verscheen dhr. Nette Nul twintig keer in De Lunet, een uitgave van Stichting Welzijn Lunetten. De krant werd huis-aan-huis verspreid in de Utrechtse wijk Lunetten.

Dit was de achtste column die verscheen in jaargang 9, nummer 5 op 13 juni 1991.

NETTE NUL #7: Romance

NETTE NUL #7: Romance

Op een maandag leerden ze elkaar kennen. Of had hij haar al eens eerder gezien, was zij hem al eens tegengekomen? Het kwam zo bekend voor. Bij het bridgen viel zij op door haar heldere alt die door de zaal klaterde. Hij was rond het biljart zo duidelijk aanwezig. Hij liep met waardige pas en verborg toch zijn emotie niet bij een gewaagde carambole. Ze praatten wat aan de bar, één droge sherry, één martini.

Meneer bleek weduwnaar, afgelopen november was het zeven jaar geleden. Hij wist zich prima te redden. Gedurende het lange ziekbed van zijn vrouw stond hij immers ook overal alleen voor. Mevrouw was al tijden gescheiden. Toen ze vijfenvijftig werd, merkte ze dat ze geen zin meer had om de schijn op te houden en huisvrouw te spelen voor haar man die zijn VUT besteedde aan het voorzitten van besturen.

Ze had gewerkt als lerares en was trots op haar onafhankelijkheid. Maar deze zware man deed haar iets. Hij had ietwat hangende oogleden zonder vermoeid te kijken. Ze kon zich voorstellen dat hij een lastig persoon was geweest, maar hij leek gerijpt als goede drank op eikenhout.

De man was dan wel weer net zo overtuigd vrijgezel als voor zijn huwelijk, maar deze vrouw had iets, de wijze uitstraling van een lieve tovenares. Alsof haar lichte ogen meer zagen dan anderen. Ze zouden zondag gaan wandelen.

theehuisrhijnauwen.nl

Bij een theehuis met rieten dak gingen ze zitten. Een plaatje om te zien. De kleding was een aantal maten wijder dan vroeger maar in die groene jurk kwam haar postuur goed uit. Gouden sieraden leidden de aandacht af van haar oude vel. Een sieraad was ook haar zilveren haar en niemand had last van de spataderen. Hij droeg een hoed, al had kaalheid hem enkel meer karakter gegeven. Het litteken van zijn laatste operatie was onzichtbaar onder het kostuum dat bijna weer modern was. Over die buik zou een horlogeketting heel mooi staan, stelde ze voor.

Ze spraken bedachtzaam zonder dat het gesprek stokte. Tot zijn verbazing wist ze niet alleen veel van de dierenriem maar doorzag ze ook politiek Den Haag. Hij verraste haar met nieuwe recepten. Ze bleven u zeggen maar waren eigenlijk gewoon verliefd.

Ze spraken ook over oud zeer, dat de tijd had moeten helen: twee broers die elkaar haten, een oom zonder hart, een jong gestorven kind, de vrouw die gek geworden stierf. Hun tafeltje was een intieme cirkel waar de ober verlegen van werd.

Een blinkende namiddagzon rekte langzaam hun silhouetten uit. Ze stonden op, hun schaduwen liepen in elkaar over. Ze gaf hem een arm, hij gaf haar een arm. Gearmd zoals alleen zo’n paar gearmd kon lopen, liepen ze door het grind van het terras. Ze gingen samen eten. Hij zou iets Indisch maken.


Tussen 1990 en 1993 verscheen dhr. Nette Nul twintig keer in De Lunet, een uitgave van Stichting Welzijn Lunetten. De krant werd huis-aan-huis verspreid in de Utrechtse wijk Lunetten.

Dit was de zevende column die verscheen in jaargang 9, nummer 4 op 10 mei 1991.

Nette Nul #6: Buiten Utreg

Nette Nul #6: Buiten Utreg

“Doe maar een Spa-rood”, zei ik, en hij:

“Gewoon water. Nu moet je helder water in de fles kopen. Als knaap zag je het gewoon door de Kromme Rijn stromen. Kon je ook gewoon drinken, jazeker. Je kon de bodem zien, zo helder.

En als je dook moest je oppassen dat je niet boven kwam met een krab in je nek. De hele zomer hingen we daar rond. En vissen hè. Dat leerde Jan me: je breekt zo’n rietstengel doormidden en daar kan dan een wormpje zitten. Het heeft ook een naam, kokerrups of zo. Dat doe je aan je haakje en hij hangt nog niet in het water of weg is je dompelaar.

De scholen vis zwommen langs je kuiten. Daar zaten we dan als jongens. En appels jatten… sterappeltjes, ken je die? Onderlaatst was een ouwe buurman van me de boer op gegaan en die had ze nog. Je ziet ze anders nooit meer. Maar ja, dat was toen echt helemaal buiten, Amelisweerd en zo. Voorbij de spoorlijn daar bij de Jutfaseweg begon de polder. Dan heb ik het over nog voor de oorlog. Jutfaas was toen apart, een eigen dorp. Daar komt mijn vrouw feitelijk vandaan, van Jutfaas .

Dat groeit allemaal dicht hè. Ik ging van de week ’n end fietsen en kom door dat park. Daar heb je die brug over de snelweg. Nou, ben je daar overheen, dan zit je bekant al in Jutfaas, Nieuwegein dus.

Eerst was het nog van Lunetten, nou ja, we noemden het net een vakantiekolonie.

“Woonoord Lunetten” zei ik.

“Ja, haha, waar eh…, nee, maar eerst had je daar een stuk niets en dan opeens al die nieuwbouw. Nu zit er alweer een wijk aan vastgeplakt, bijna tegen Hoograven. De berg noemen ze het. In het krantje las ik dat ze daar vinden dat het iets aparts is. Dat zie je in Amersfoort, waar m’n zoon woont, ook. Woon je op de berg, dan zit je van eigens hoger.”

We rolden van zijn zware shag.

“Nee, de grenzen die je had vervagen. Heb ik tijd van leven dan is het dadelijk één grote nieuwbouwwijk tot over de Lek heen. Zul je zien, ze gaan het hier toch ook tot Houten dichtbouwen. Nu bij Amelisweerd weer, moeten er op de sportvelden zoveel honderd huizen komen. Ach ja joh, dat is toch geen Utrecht meer.

En het gaat maar door. Dubbele spoorlijnen, stationnetje erbij en nog één, meer kantoren, meer parkeren, ze doen maar. En eerst wel trammelant maken over een stukkie snelweg. Dan zeg ik, moet  je nou zien. Ik was daar laatst nog, in het bos. Maar ik rook gewoon die snelweg op honderd meter afstand. En dan denk ik bij m’n eigen: man man man…”


Naast mijn eigen verhaal zijn in dit stukje het spraakgebruik en verhalen van Piet de Rijk verwerkt. Ik was thuiszorgmedewerker bij hem, zijn vrouw met afgezet been en hun zwakbegaafde dochter Grada. Hij praatte origineel oud-Utrechts, met een zachte g. Hier schrijf ik het tamelijk ABN op, maar eigenlijk moet je bijvoorbeeld ‘maor’ lezen, ‘daolluk‘ en ‘ongderlaatst.’ “Ach ja joh, dat is toch geen Utrecht meer” klinkt dan als “àjgh jao, joh, dàs tojgh gjheun Utrejgh meer” maar dat lijkt me wat vermoeiend lezen.

Tussen 1990 en 1993 verscheen dhr. Nette Nul twintig keer in De Lunet, een uitgave van Stichting Welzijn Lunetten. De krant werd huis-aan-huis verspreid in de Utrechtse wijk Lunetten. Het dus niet om het Molukse ‘woonoord’ in Kamp Vught, alhoewel beide domicilies hun naam danken aan een zelfde militaire oorsprong (de naam van de column en zijn hoofdpersoon is een omdraaiing van het woord Lunetten).

Dit was de zesde column die verscheen in jaargang 9, nummer 3 op 4 april 1991. De illustratie is gemaakt door Merel de Groot.

Topgrafie ca. 1930
topografie ca. 2020

NETTE NUL #4: Dood vogeltje

NETTE NUL #4: Dood vogeltje

Er lag een dood vogeltje voor mijn voeten. Ik moest ergens wachten op iemand en staakte mijn gedrentel. Als je moet wachten valt er nu eenmaal weinig anders te doen dan drentelen, en stilstaan bij dode vogeltjes.

Het was een merel, een bruine damesmerel. Ze lag op haar zij in de goot. De doodsoorzaak was onduidelijk want ze was nog helemaal heel: van kop tot staart vol veren, twee pootjes en een snavel. Misschien had ze gewoon als hoogbejaarde zangvogel de laatste adem uitgeblazen.

Twee jongetjes kwamen aanlopen, allebei een jaar of tien. Tenminste één had een fietsje bij zich, de ander droeg een brilletje. Ze bleven doelbewust staan bij de vogel en mij. Alsof het ene jongetje wist dat het hier lag en toen zijn vriendje had gehaald.

Het was, denk ik, de jongen zonder brilletje die het praatwerk deed. Hij zei dat dat een dood vogeltje was. Wij moesten dat toegeven want het lag daar maar en bewoog niet. De oogjes waren ook, wat je noemt, gebroken: niet open en niet dicht. Dof. De kleine oogleden leken korrelig, alsof ze van grond waren.

Nee, deze merel zou nooit meer zingen en dat was jammer. Vooral als de zon moet opkomen of ondergaan zingen merels zo fraai. Dan gaan ze zitten op de punt van een dak of tak en fluiten alsof ze zelf de zon doen kleuren.

Een vriend vertelde me eens hoe hij in de ochtendschemering van een feestje kwam en luisterde naar het gezang van de merels. Het kwam hem zo bekend voor, dat geluid, die melodie, het was precies…. Charlie Parker, de beroemde jazz-saxofonist, The Bird.

“Weet u wat voor soort vogel het is?”, vroeg de jongen. Ik voelde me direct een opvoeder, een Pappa of Meneer. Ik legde dus uit: dit is een merel, een bruine en dus een vrouwtje. De mannetjes-merels zijn zwart en hebben een gele snavel. Ze kunnen heel mooi fluiten, vooral ’s morgens vroeg en ’s avonds. Het jongetje:

“Is die vogel van u?” Ha, ik zag mijn kans om dat jochie echt wat te leren. Nu ging het om zaken als Vrijheid en Bezit.

“Nee” zei ik dus. “Die merel is zo vrij als een vogel, die is van niemand. De hele wereld is van haar en zij is alleen van zichzelf.” Het antwoord was even snel als wijs:

“Nee hoor, die vogel is van God, de natuur en de dierenbescherming.”

Ik had deze mens duidelijk onderschat door af te gaan op zijn lengte en leeftijd.

Een man kwam in onze richting lopen. Ik zag direct dat hij de echte Pappa was. Hij had een stoffer en blik in handen bij wijze van lijkwagen. Stoffelijke overschotten zijn wel met minder eer afgevoerd. En ergens op de wereld speelde Charlie Parker toen die jongetjes haar begroeven in de achtertuin.


Tussen 1990 en 1993 verscheen dhr. Nette Nul twintig keer in De Lunet, een uitgave van Stichting Welzijn Lunetten. Het gaat dan om de Utrechtse wijk Lunetten, niet om het Molukse ‘woonoord’ in Kamp Vught, alhoewel beide domicilies hun naam danken aan een zelfde militaire oorsprong (de naam van de column en zijn hoofdpersoon is een omdraaiing van het woord Lunetten).

Dit was de vierde column die verscheen in nummer 1 van jaargang 9, 24 januari 1991. De illustratie is gemaakt door Merel de Groot. Het is allemaal waargebeurd, zowel het verhaal van de jongetjes als de kennis die een merel Charlie Parker hoorde fluiten.


NETTE NUL #1

NETTE NUL #1

Vacature: columnist

Binnen zaten twee mannen. De derde wijst mij een stoel aan deze kant van de tafel. Hij zet koffie met melk en suiker voor me neer en zakt weg in een stoel tot zijn kin bijna de tafel raakt. De figuur links houdt met één hand zijn hoofd recht, zijn elleboog leunt op tafel. Die tegenover me glimlacht, daar moet ik voor oppassen. Rechts zie ik mijn sollicitatiebrief wapperen.

– “Meneer… eh….” Hij praat of hij iets zoekt.

– “Nul,” zeg ik, “rondje.”

“U, eh… wil bij ons tijdschrift werken”, constateert hij, of een werkwoord van die strekking. Ik knik enthousiast en roer mijn koffie. Bijna spoelt het over de witte railing van het kopje. Hij laat een zucht en schuift mijn brief over tafel. Niet zo ver, vanwege zijn positie, maar de glimlachende man strekt uit, leest en verbreedt zijn grimas.

– “U bent,” leest hij half, “zeer genegen uw onleesbaar te steken in cursivering van onze pagina’s?”

– “Een woordspeling”, zeg ik. “Natuurlijk zal ik mijn bijdrage in het kader van de…”

– “Gaat u niet liever vissen, of een potje toepen aan de bar,” klinkt het opeens van links. Hij haalt een sigaret uit zijn mond en blaast drie kringetjes.

– “Nee”, zeg ik, verwonderd. “Ik vind vissen, nou ja…”

– “U heeft ervaring als columnist?” Het hoofd op de tafelrand, hij heeft haast.

– “Nou, ervaring, ik kan wel schrijven.”

– “Ook over tv?”

– “Ook, maar niet in kleur. Kijk, ik ben…”

– “En over Lunetten?” valt ‘ie me weer in de rede. “Kunt u ook over Lunetten schrijven”

Dat kan. Ik praat wat zinnen aan elkaar en neem een slok koffie. Eén druppel kruipt hinderlijk langs mijn kin, maar ik kom er niet toe die weg te vegen. De man voor mij:

– “Heeft u nagedacht over de beloning?”

– “Jawel. En waar had u ongeveer aan gedacht?”

– “Aan ongeveer niets.” Smalle glimlach.

De man links heeft nu mijn brief in beide handen en haalt die onder zijn ogen door.

– “Bent u eigenlijk wel grappig” peinst hij hardop. Ik schuif mijn stropdas recht, moet even slikken:

– “Ze moeten wel eens om mij lachen. Gewoon, mensen…, maar ik weet niet altijd waarom. Aan de andere kant, kleine kinderen…”

De man rechts schuift helemaal omhoog in zijn stoel. Hij lacht zonder veel geluid.

– “Goed, u bent grappig en u kunt schrijven, toch?

– “Dat zeker,” zeg ik, “Van a tot z in elke volgorde die ik wil. En in een mooi handschrift, al zeg ik het zelf.”

– “Schrijft u alles met de hand? – U doet het met papier? – Heeft u geen beeldscherm?” De vragen buitelen over tafel en ik knik trots, zeg nee en ja.

De drie kijken elkaar peinzend aan. Er fronsen wenkbrauwen, een mondhoek krult. Ik veeg de koffie van mijn kin en sta op.

– “Goedendag”, zeg ik. “U hoort nog van mij.”


Tussen 1990 en 1993 verscheen dhr. Nette Nul twintig keer in De Lunet, een uitgave van Stichting Welzijn Lunetten. Het gaat dan om de Utrechtse wijk Lunetten, niet om het Molukse ‘woonoord’ in Kamp Vught, alhoewel beide domicilies hun naam danken aan een zelfde militaire oorsprong (de naam van de column en zijn hoofdpersoon is een omdraaiing van het woord Lunetten).

De Lunet verscheen acht keer per jaar. Dat was in het pre-digitale tijdperk nog een hele klus, met analoog knippen en plakken. Dit was de eerste column in nummer 7 van jaargang 8, september 1990.

Paddentrek

Paddentrek

Driehonderd woorden over de pad. Met op de tekening een dubbeldekker, een autoband en 5-MeO-DMT.

Z00 palescue #16

Ooit woonde ik aan een nieuwe rondweg die een watergang kruiste. Die lag blijkbaar in de paddentrek. Het asfalt was bedekt met een korst platte padden, die elk voorjaar dunner werd.

Als het boven de zes graden wordt en de luchtvochtigheid hoog is, komen ze uit winterslaap. Dan gaan padden op pad[i]  om te paren in de poel waar ze uit het ei kropen.

De paddenwerkgroep van IVN-Eemland zag vorig voorjaar minder platgereden padden, maar ook gewoon minder padden. De oorzaak? Minder leefgebied, meer milieuvervuiling… en die droge zomers zijn ook funest.

Nederland kent 125 paddenwerkgroepen die samen 200.000 amfibieën veilig hielpen oversteken. Ook 2019 was een slecht jaar, volgens het jaarverslag van Ravon, kenniscentrum voor koudbloedigen.

Die paddentrek is gewoon een datingsite. Soms zie je dubbeldekkers: het kleinere mannetje kan de paddenpoel niet afwachten en springt alvast op een vrouwtje. Die zijn extra kwetsbaar. Ze zijn al niet snel en worden zo extra vertraagd.

De pad was sterk verbonden met de magische wereld. Padden waren huisdieren van heksen, en kabouters woonden in paddenstoelen. Als je een kikker kuste, verandert die soms in een prins. Maar het is een sprookje dat je door padden te likken zelf prins(es) wordt. Het gewone paddengif is niet gezond voor kat of hond. Dat van de Coloradopad is veel sterker en bevat wel psychedelica, maar dan moet eerst het gif eruit.

Hier zien we alleen Bufo Bufo, de gewone pad. Mogelijk ook de Rugstreeppad. In Nederland kennen we ook nog Vroedmeesterpad en Knoflookpad. Die lijkt op een kikker en is behoorlijk zeldzaam.

Kikkers en padden zijn amfibieën, letterlijk ‘dubbellevenden’. Kikkers wonen vooral in het water. Padden zijn meer landdieren, en nog minder knuffelbaar: dikker, lomper en met droge, wrattige huid.

Het amfibisch leven lijkt me wel wat, maar niet dat van de pad.


[i] Als ik deze meest voor de hand liggende woordspeling maak, citeert Tim (coördinator werkgroep padden bij IVN, historicus, chef van het bureau voor audio-archeologie en raadslid) meteen van pagina 18 uit ‘De kleine Johannes’ van Frederik van Eeden:

‘Wel! wel! durft ge nog zoo laat op ‘t pad, Pad!’ De Pad nam geen notitie van de scherts. Aardigheden op zijn naam verveelden hem al lang.


Thuis

Thuis

Wonen in twintig vierkante woorden

deur                                        stoel

vloer                                       lamp

muur                                       plee

dak                                          plant

.

raam                                       warm

kraan                                      droog

bad                                          plek

bed                                          slot

.

                        schuil

                        slaap

                        eet

                        woon.

Goudhoorntje

Goudhoorntje

Z00 palescue #15

Een dier in – exact- driehonderd woorden voor het herfstnummer van Veren en Vachten, het blad van Dierenzorg Eemland. Dat is de eekhoorn, natuurlijk.

Sinds mijn kindertijd bewaar ik het natuurboek ‘grote en kleine spaarders van moeder natuur[1].’ De eerste spaarder waar je dan aan denkt is het eekhoorntje.

Het Finse woord voor ‘eekhoornpels’ betekent geld. Van eekhoornhaar worden ook penselen gemaakt, speciaal voor bladgoud. Je ziet meteen die nazomerzondagmiddag voor je, even na de regen. Als vloeibaar goud stroomden brede strepen licht door de beukenbomen. De bladeren hadden al kleur. Toen zag je een roodkoperen schicht rond de boom omhoog rennen.

Door de lange pluimstaart herken je het als eekhoorntje. Deze keer geen bedreigd dier hier. Het eekhoorntje is geen eenhoorn, die aanmerkelijk zeldzamer is, een gouden Graal, zogezegd.

Anders dan je zou denken eet een eekhoorn geen eikels. De wetenschappelijke naam ‘Sciurus’ betekent in het Oudgrieks zoveel als ‘het dier in de schaduw van zijn staart.’ Spreek Sciurus uit met Engelse tongval en het wordt ‘squirrel’, wat zijn gedrag mooi klank geeft.

Een eekhoorn op de vlucht verandert telkens van richting. Ook als hij de straat oversteekt. Dat is meestal de laatste vergissing van zo’n eekhoorn. Verder zijn ze best slim. Sociale media staan vol filmpjes van achtertuinen met een hindernisbaan voor eekhoorns.

Zo speels als het lijkt, is de eekhoorn eigenlijk een brave burger. Hij legt nette buffers aan voor magere tijden en gaat elke dag ’s morgens op pad voor de kost. ’s Avonds is hij voor donker thuis. Bij guur winterweer blijft hij liefst de hele dag in zijn nest.

Op jacht naar de kluis met het appeltje voor de dorst rent de eekhoorn in korte sprintjes zijn neus achterna. Geld staat niet op zijn menu. Hij staat bekend als nestrover, maar eieren en jonge vogeltjes eet hij zelden. Wel eekhoorntjesbrood, natuurlijk, en andere paddenstoelen, noten, pitten en bessen. Het soort studentenhaver waar een mens ook goed op rent.


[1] “grote en kleine spaarders van moeder natuur – Een initiatief van Amsterdam-Rotterdam Bank”; (amro bank, inmiddels als hoofdletters in ABN AMRO Bank), Meijers Pers n.v., Amsterdam, 1971. Tekst: prof. dr. Anthonie Stolk. Tekeningen: Peter van Straaten. Gekregen van mijn moeder’s moeder voor mijn zevende verjaardag. N.B.: een andere bank, de duurzame ASN Bank, onderdeel van de Volksbank, gebruikt de eekhoorn tegenwoordig als logo.

En zo ziet het er dan uiteindelijk uit in Veren en Vachten, jaargang 15, nummer3:

Stalen Slakkenhuis

Stalen Slakkenhuis

Lokale politiekMotie ‘Vreemd’ over plaatsing van een roestvrijstalen ‘Slakkenhuis’, een kunstwerk wat nog op een verlaten gemeentewerf staat. Als je de kunstenaar kent hoor ik dat graag.

Het laatste punt van de laatste raadsvergadering voor het zomerreces van 2020 betrof de plaatsing van een kunstwerk. Gemeentebelangen Groen Soest (GGS) had een Motie ‘Vreemd‘  opgesteld met de fracties van CDA en D66 als mede-indieners.

In de motie vragen we om plaatsing van een kunstwerk in de vijver rond het gemeentehuis. De aanduiding Vreemd duidt aan dat het gaat over een onderwerp wat niet op de officiële agenda staat. Wethouder Kundic (D66) van Cultuur reageerde positief.

We hebben er hier al eerder over bericht: op het terrein van de voormalige Gemeentewerf gaan sociale huurwoningen gebouwd worden. Het bouwplan is in de schetsfase en de Gemeentewerf is inmiddels verhuisd naar het terrein van de brandweer aan de Lange Brinkweg. Het belooft een mooi project te worden, maar vooralsnog ligt er nogal wat restmateriaal op het oude terrein aan de Molenstraat: stapels zand en bakstenen, afgedankte prullebakken en ander straatmeubilair, en… een glanzend kunstwerk. Ondanks oprukkend onkuid en blootstelling aan de elementen vertoont het object nog geen spatje roest. 

Een mooie plek

Eerder vroeg de fractie van GGS al wat het plan was met het kunstwerk. Het zou ergens opgeslagen moeten worden en er waren geen plannen voor herplaatsing. Dat vonden wij jammer, want het is openbaar kunstbezit dus bedoeld voor publieke presentatie. Voor de gemeente zijn er ook geen extra kosten aan verbonden. Het terrein moet sowieso ontruimd worden en opslag zal ook niet gratis zijn.

We zijn nog op zoek naar de echte naam van het kunstwerk en die van de kunstenaar. Via via hebben we echter al vernomen dat plaatsing in de gemeentevijver, wat de kunstenaar betreft, een mooie plek is. Wat ons betreft ook, want zo wordt de connectie met het gebouw aan de andere kant van de Dalweg in één oogopslag duidelijk.

Zoals gezegd reageerde de wethouder positief op de motie, al hield ze een slag om de arm voor de preciese locatie. We houden u op de hoogte van volgende ontwikkelingen.

Landschap naar Louisa

Landschap naar Louisa

Waarom zou je verder lezen? Wij zijn geen onafhankelijke bron. Naast eten,

poepen, slapen, ademen zijn we afhankelijk van honderden, duizenden anderen.

Maak jij je eigen schoenen, huis en telefoon dan zelf?

Jij en ik zijn elk een pixel in de foto die miljarden bij miljarden meet.

.

Ik was weer eens op de vlucht voor iets, of op jacht om daarvan af te komen,

met potten en pannen, allerlei huishoudelijk gerei sleepte ik mee. Rinkelend

vielen pannendeksels weg. De dame zwom door de zaal met een stroom

lang haar boven de steile rijen stoelen waarop kinderen zaten en ik moest zo nodig.

De wc was beneden op de eerste rij bezet.

.

En nu spoel ik het nachtelijk angstzweet van mijn lijf, blijf hangen in het afvoerputje.

.

We blijven in de woning binnen de rode contour van de gemeentelijk bebouwde kom.

Soms zetten we een voet erbuiten, naast het verharde deel voor huizen en bewegen.

Ach, het gevoel van zand of gras aan blote voeten.

.

En ik lach naar een vogeltje, zwaai als het kind dat niet zal sterven

zolang ik leef, al ben ik zo moe als een steen, zo droef als een gletsjer.

.

Ik krijg een tekening van haar mee. Wat is het Mila? Storm,

de laatste tijd is het vaak storm, nu van groene krassen op blauw papier.

Een halve eeuw geleden vroeg ook mijn moeder broer of zus: Wat is het?

Een schip. Maar het is helemaal zwart. Het schip is in de nacht.

En later het landschap van zusje’s dochter, al iets ouder:

een blauwe streep boven, een groene beneden. Klaar.

.

In de schemering verzamelen zich de honderden kauwtjes uit de buurt,

luid krassend in onregelmatige kringen zoeken ze een plek voor de nacht.

Veel blijven even hangen in de bomen, gaan dan weer met de menigte mee

die zich verdeelt over de daken van de flats.

.

Het zijn er teveel. Het zijn er veel teveel.

Landschap naar Louisa - oilstick op papier

Middelbare man met witte achtergrond

Middelbare man met witte achtergrond

Voor de rubriek Raadgever in de Soester Courant mocht ik als raadslid in 2.550 tekens een stukje schrijven met een persoonlijke invalhoek. Gepubliceerd op 17 juni 2020:

Net als de #metoo een discussie over seksisme losmaakte, is er nu discussie over racisme met #BlackLivesMatter. Als witte man van middelbare leeftijd zit ik in de verdachte hoek. Dat wordt nog erger.

Op de basisschool zat welgeteld 1 donkere jongen. Die werd daar niet blij van en ik heb dat toen niet gemerkt. In de loop der tijd heb ik heel wat witte vlekken moeten inkleuren. Zoals de Zwartepieten-discussie aantoont is het geen fijn proces om te erkennen dat je een white mans privilege bezit. Het is pijnlijk om te beseffen dat je deel bent van een dominante groep die het anderen lastig maakt, of erger.

Ik voelde me wel eens gediscrimineerd, als Nederlander in een omgeving met enkel buitenlanders, als man tussen vrouwen, als hetero in een homobar, maar de niet-aflatende stroom van speldenprikken, van insinuaties en gênante vragen – ik heb het niet zelf meegemaakt.

Toen ik net mijn rijbewijs had werd ik niet telkens aangehouden door de politie omdat ik blond ben. Niemand denkt dat ik dommer ben omdat ik geen handicap heb. Als ik over straat loop, hoor ik geen gesis of gefluit van voorbijgangers. Niemand die me neerbuigend behandelt omdat ik een pet op heb.

Het goede nieuws is dat als je weet dat het gebeurt, als je beseft dat je iemand vanuit een vooroordeel behandelt, het een kleine stap is naar de oplossing. En dat is natuurlijk: iedereen bezien zoals je zelf gezien wil worden.

Bij de raadszaal hangt een bordje met artikel 1 van de Grondwet:

‘Allen die zich in Nederland bevinden, worden in gelijke gevallen gelijk behandeld. Discriminatie wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht of op welke grond dan ook, is niet toegestaan.’

Daarmee is discriminatie niet uitgeroeid. Om te beginnen mag de rechter niet toetsen aan de Grondwet. Bovendien komt discriminatie vrijwel niet in de rechtbank omdat er ‘geen zaak valt te maken.’ Het is de alledaagse praktijk.

  • ‘Jullie kunnen nu eenmaal beter dansen.’
  • ‘Maar wat wil je, als je dat aantrekt.’

Dat zijn geen strafbare uitspraken en natuurlijk zijn er ook blanken met een strafblad die níet worden aangenomen. Er bestaan ook witte mannen die kunnen dansen en streeploos ramen lappen, alhoewel, tegelijkertijd wordt dat lastig.

Laten we zingen. Van The Scene, uit 1990: Iedereen is van de wereld en de wereld is van iedereen.’ In de natuur zijn planten en dieren van elkaar afhankelijk. Voor de menselijke samenleving is dat niet anders. Een gezond ecosysteem kan alleen bestaan in diversiteit.

tOt cOrOna

tOt cOrOna

“Tot Corona” |14mei2020 | Dr. I.P.Fischer | “Till COVID-19 ” | @:

____

{ de tijd vergaat van

tik-tak-tok

who gives a fok }

_____

[ Time decays like

Tic-tac-toc

who gives a fok ]

____

*… #fountain #pen #ink #Waterman #Encre #Noir #Intense…#bamboopen #KarawecoSport#pastel#krijt

TotCorona_Palescue20200514

Vlinder Meester Prikkebeen

Vlinder Meester Prikkebeen

Z00 Palescue #14

In het zomernummer van Veren & Vachten, het blad van DierenZorg Eemland, wordt in driehonderd woorden mijn persoonlijke dierentuin aangevuld met de vlinder. Bestaat er een zomerser dier? En: hoe een Frans feuilleton uit 1845 belandt in de teksten van Lennart Nijgh.

De eerste vlinder van dit jaar zag ik langs fladderen op de eerste zonnige dag. Vlinders houden namelijk niet van regen, al leven ze op vloeibaar voedsel, vooral nectar. Zodra zo’n zomervogeltje ergens landt proeft het met vlinderpootjes. Smaakt het, dan gaat de roltong uit als rietje in de ranja.

De Engelse benaming ‘butterfly’ komt in vele versies voor, zoals het Groningse ‘roomzoepers,’ verwijzend naar het volksgeloof dat vlinders vermomde heksen zijn die zuivel stelen. In het woord ‘flinter’ herkennen we de dunne vleugels en het Middeleeuwse ‘vlinderen’ betekent fladderen. Die fladderende vlinder was dus dubbelop.

In het Grieks heet de vlinder Psyche, als de ziel, al is een psycholoog nog geen vlinderkenner. Kenners zoals Meester Prikkebeen noemen de vlinder het Imago, de volwassen levensfase van de zogeheten schubvleugelige insecten, na de gedaanteverwisseling van eitje naar rups die vervelt tot pop.

Zo goed het image van die ontpopte vliegende bloemen is, zo slecht is dat van de rups. Hij vreet het  mooiste uit je tuin weg en is soms fysiek irritant, zoals de eikenprocessierups. Rupsje Nooitgenoeg eet de waardplant waarop het als ei is gelegd. Als die plant verdwijnt, verdwijnt ook de vlinder. En dat is massaal gebeurd.

Meer dan de helft van alle Nederlandse vlindersoorten wordt bedreigd. Sinds 1950 is elke generatie mensenkinderen weer met minder vlinders opgegroeid. Toch zijn inmiddels ook enkele ‘verdwenen’ soorten teruggekeerd. Dit zou niet zijn gelukt zonder het realiseren van Natuurnetwerk Nederland en toenemende aandacht van natuurbeheerders. Dat kan ook in het klein. IVN en Vlinders Eemland helpen met waarnemingen, en De Vlinderstichting bij de metamorfose van uw tuin tot vlinderparadijs.

Met die wederopstanding van soorten bevestigt de vlinder zijn imago van nieuw leven. Maar bij al die verschillende levensfasen horen evenzovele dode. Op grafmonumenten zijn dan ook vaak verbeeldingen van vlinders te vinden.

Palescue Vlinder Meester Prikkebeen

Veren & Vachten, juni 2020, 15e jaargang, nr.2

Stripnoot: Gezocht – Primus Prikkebeen

De link in bovenstaand verhaal onder de woorden ‘Meester Prikkebeen’ verwijst naar de site van de Koninklijke Bibliotheek over het eerste Nederlands stripboek. Het origineel van de Reizen en avonturen van Mijnheer Prikkebeen valt daar integraal te lezen. Het verscheen in 1858 voor het eerst in het Nederlands, met gekuiste Zwitserse tekeningen en J.J.A. Gouverneur als auteur. In de tekening bij mijn verhaal staat zijn naam op de grafsteen.

Ik ken het als kinderboek van ‘bij Oma’. Maar de inmiddels behoorlijk oubollige kinderstrip was oorspronkelijk een Frans feuilleton voor volwassenen over Monsieur Cryptogame. De naam Cryptogame betekent zoveel als ‘verborgen huwelijk.’ Dus, ja het gaat over bigamie, overspel en stoute monniken. Het boek heeft een interessante geschiedenis dus ik zeg: lees het hele verhaal achter die link.

Daar lees ik ook dat Gerrit Komrij in 1980 een hertaalde versie publiceerde onder de titel De zonderlinge avonturen van Primus Prikkebeen. Voor mij was dat nieuw. Ik heb vrijwel alles van Komrij in boekvorm, maar deze titel ontbreekt nog. Mocht iemand een exemplaar over hebben – het staat vanaf heden bij mij op de verlanglijst.

Goed, mijn tekst gaat dus niet over liedje van Boudewijn de Groot wat hieronder te vinden is. De tekst van Lennart Nijgh is prachtig maar heeft slechts heel zijdelings met het verhaal te maken. “Hij prikt de dagen van december op zijn hoed” is de meest directe verwijzing naar het stripfiguur dat vlinders opspeldt.

Nijgh heeft overigens nog een ander personage uit de strip in een lied vereeuwigd, namelijk Zuster Ursula. In het lied, gezongen door Rob de Nijs, neemt ze afscheid van ‘het land van Maas een Waal‘ – wat inderdaad weer een andere gouwe ouwe is van het duo Boudewijn de Groot/Lennart Nijgh, en gaat ze “de vlinders achternaIk zie het hier niet zitten. Ik ga naar Amerika.”

Mijnheer Prikkebeen gaat in de strip inderdaad naar “het echt kapelleland,” maar oorspronkelijk dus om zijn vrouw te ontvluchten.


‘Hij prikt de dagen van december op zijn hoed’
‘De vlinders achterna…Ik zie het hier niet zitten. Ik ga naar Amerika’
van het circus Jeroen Bosch

De Rode Knop / The Red Button

De Rode Knop / The Red Button
De Rode Knop

Foute man. Gevaarlijke vrouw.
Harde zon. Lamme zoon.
Snoepjes. Regen. Goedendag.
 
Laten we gaan. Gauw
nu het nog kan. Geen idee
waarheen. Weg.
 
De toon. Maat. Soortgenoot
van de getijden hartenklop.
Rode knop. Vingertop. Grote klap.

-----------

The Red Button

Bad man. Dangerous woman.
Hard sun. Lame son.
Sweets. Rain. Good day.
 
Let’s go. Soon
now we still can. No idea
where to go. Gone.
 
The tone. Bar. Counterpart
of the tides’ heartbeat.
Red button. Fingertip. Big bang.

Feb.2020, uitgetypt, betekend en vertaald 3 mei 2020. / Feb.2020, typed, signed and translated May 3, 2020.

Nieuw en Oud

Nieuw en Oud

Twee gedichten, die niets met de coronacrisis te maken hebben. Alhoewel, misschien toch wel, in de zin dat beide het angstvirus bevatten.

Executie is geschreven naar een droom die ik had waarin ik werd doodgeschoten. Dat was begin december 2019. Het virus was toen net uitgebroken in China. Ik weet nu al niet meer of het toen al in het nieuws was. Volgens mij kwamen Nederlandse media pas in januari met de eerste berichten, maar mijn onderbewuste kan daar natuurlijk op vooruit hebben gelopen.

In ieder geval duurde het pas tot Pasen voordat mijn luie ik de tekst heeft afgemaakt. Aan de vrij summiere herinnering van de droom heb ik inmiddels van alles toegevoegd, eigenlijk alles tussen de eerste en de laatste paar regels.

De tekening is gebaseerd op het beroemde schilderij van Francis Goya: El 3 de mayo en Madrid ofwel Los fusilamientos (De derde mei in Madrid of De executies). De centrale figuur in het gedicht blijft staan, knielt niet zoals de man met de gele broek in het schilderij. Ik heb getwijfeld over een blinddoek, in de tekst althans.

Met de ontplooiing van COVID19 moest ik in ondertussen af en toe denken aan een tekst die ik lang geleden schreef: Volle maan. Dat gedicht is niet gebaseerd op een droom, maar op de realistische paranoia die ontstaat bij elke massa-hysterie, of zo je wilt, bij een uitbraak van het angstvirus. Ik heb het vaak met muziek uitgevoerd maar daar is helaas geen opname van. Het is een fijne tekst om voor te dragen.


Executie

(Eindejaar, het wordt weer bijna winter, tijd
om te snoeien, uit te dunnen, toppen te kappen, koppen laten rollen)
 
De gevangenis was groot en kaal, een regio uit de natie
als eiland aangespoeld op het continent, landmassa
ergens tussen Amsterdam en Singapore. Alle kanten op
 
loopt elke richting uit op het zacht zoemen
bij hoge hekken met de V van prikkeldraad bekroond.
Je bent overal gezien. Iedereen ziet zelf alleen
wat je maar wil, met dikke zogenaamde brillen.
De keuze is reuze. Het menu staat voorgespiegeld.
 
Alleen in de cel knagen ratten, raad en ziektes aan.
Klapwiekende vogels pikken naar ogen.
Je dode vader liep naakt door het plafond,
hij had twee volle ronde borsten.
‘Mama, mag ik al dood?’
 
Tegen de muur op de binnenplaats
met blote voeten in resten vuile sneeuw
kiert in een ooghoek licht weer binnen de
horizon. Een nieuwe dag
                (bevelen in die taal geblaft) breekt
                af.

Volle maan
 
Een pad kruipt in de nacht over de stad,
een bleeklichtend spoor trekt langs bloesems
die plots smerig geuren en verliefden doet
verkillen van angst, als hij langsgaat
 
Verandert de kroeg in een slagveld, fietsers
worden in de gracht gedrukt en auto’s
scheppen voetgangers, later water als een
dolle soldaat met z’n tank aankomt
 
Al rap zijn de eerste zelfmoorden gepleegd,
vetes worden tot de laatste vrucht
bijgelegd op de openbare weg. Na ‘n paar
uur zitten bereden bendes vast in het
 
centrum door vliegend glas. Regeringstroepen
bestrijden de pad die steun geniet
van een opstandig staatshoofd, de toestand
is onder controle al is alle contact
 
Volledig verbroken. De voorzieningen
zijn uitgevallen en elk huis is
een muizenhol waar ieder ieder gretig
aanvalt voor het doosje gif. In één
 
Maanstonde vergist haat de bevolking
tot kadavers, de stad tot ruïne.

Now who’s cool?

Now who’s cool?
Now, who’s cool? Like John Travolta-cool
Bullshit-bingo van een foute trailer
 
flutfilm vader foute
dochter                ex           moeder
cliché shake in polycolor
met auto vliegtuig pief paf poef
de echte man engel bengel
living the highlife op foute muziek
spectaculair gedoe (kutgozer, flauwekul)
 
[Ooit gehoord van operatie zwaardvis
met trombones en violen? Tom wacht]
auto      vliegtuig               pief paf poef
 
Jaguars volautomatisch pampam bubbles
on ice                   buckets full of speedo
[Like @ handsome – Rock & Roll - junkie]
we’ve got a tag going viral
finishing the job 24/7                    chop chop
choppers near the river. Steel and trumpets
                                               bullets and wrinches
 
De man met de sigaar. Hoe verder hoe geheimer
Walther Kühne, drummer, BSN 5014 12 801
Check ‘m uit       Q&A: What’s the plan, Stan?
Boem boem en paf en pief poef toe
Verdraaide draden blauw geel rood
of knip je toch de zwarte door – gokje?
 
In 3, 2, 1… daar wappert het vaandel vol viooltjes
                een vaasje valt in slowmotion van de
schoorsteenmantel in duizend diamanten
weer bijeen boven het haardvuur.
Pief paf en poef de ploffende floepert
bim bam en de bom blaast
 
4 tijdseenheden later … take the money and run Houdini
knip de kabel en alles komt goed
en iedereen leeft nog en is rijk
op een gestroomlijnd jacht met
bijpassende zonnebrilmonturen 
Living the high life
high five, high afternoon low on tea

now who is cool, like really really cool?

© Palescue 2019

Terug gevonden in het grote schrijfboek, zonder datum. Ik zal wel tv hebben zitten kijken…

Soest in tijden van Corona

Soest in tijden van Corona

In de rubriek Raadgever laat de Soester Courant telkens een raadslid een persoonlijk stukje schrijven. Komende verschijnt weer een bijdrage vanuit de fractie van Gemeentebelangen Groen Soest (GGS):

Keelpijn? Ja. Hoesten, moe? Ja. Hoge koorts? Nee. Ik ben ook niet in contact geweest met mensen uit risicogebieden maar zit wel vanaf 10 maart ziek thuis, bijna een week voordat heel Nederland in pseudo-quarantaine ging. Inmiddels gaat het iets beter, dank u.

Ondanks het feit dat diarree geen symptoom van CODIV19 is, zagen we ook in Soest mensen met honderden tegelijk wc-papier hamsteren. Tegelijkertijd werden aanmerkelijk kleinere evenementen uitgesteld of afgelast.

En terwijl ik dat schrijf, worden de maatregelen aangescherpt. Na musea en theaters gaan ook alle scholen, horeca- en sportgelegenheden dicht tot 6 april. Corona ontvouwt zich. Als u dit leest is de toestand ongetwijfeld anders. Ik denk dat de gevolgen van deze grootschalige ontregeling nog lang merkbaar zijn.

Politiek bestrijkt vele gebieden. Kunst en Cultuur lijken daarbij soms een restpost bij sport en recreatie. Kunst en cultuur trekken natuurlijk toeristen, mooi voor de city marketing. Maar er is meer. Het brengt mensen samen, wat van belang is voor het sociaal domein. En: kinderen worden aantoonbaar slimmer terwijl ouderen tot op hogere leeftijd helder en gelukkig blijven als ze artistiek actief zijn.

Uiteindelijk is ook  politiek één van de vele aspecten waarin cultuur zich uit.  Denk aan de architectuur van de raadszaal of aan het smeedwerk en de symboliek in de ambtsketen van de burgemeester. En aan het taalgebruik, aan de timing van een interruptie in een betoog – het zijn allemaal bouwstenen van de politieke cultuur, de manier waarop gemeentepolitiek wordt bedreven.

Op de foto hiernaast zit ik bij een beeld: twee bronzen ‘zwerfkeien’ in een perk met steencirkels. Veel mensen uit de wijk Overhees zullen het herkennen. Maar hoe het hier terecht is gekomen of wie het waarom heeft gemaakt staat er niet bij. Het staat ook niet op Soest.nl. Dat vind ik jammer. Cultuur is een sieraad voor de gemeente, maar draag die juwelen dan ook met trots, zeg ik dan. Of, zoals het in het programma van GGS staat: “Een actief cultureel beleid hoort hier helemaal bij.”

Politiek moet zich niet met kunst bemoeien maar het wel een podium geven. Gelukkig wordt de cultuursector, die vooral bestaat uit ZZP-ers en kleine organisaties, opgenomen in de compensatie voor de corona-crisis. In Duitsland was de steun voor eenzelfde motie hartelijker dan hier. De Duitse Minister Grütters: “In deze situatie erkennen we dat cultuur geen luxe is die men in goede tijden uitstraalt, maar dat we nu zien hoezeer we het missen als we het een bepaalde tijd zonder moeten doen.”

Cees Paul, fractielid Gemeentebelangen Groen Soest (GGS)


Overhees - bij beeldJoop Jollanders
Bij Joop Hollanders (1944) beeld Zonder titel (1990). Foto: GGS

Z00 palescue #13: Aal de Paling

Z00 palescue #13: Aal de Paling

Vandaag pak ik de paling bij de staart. Dat valt niet mee, nee. Het is geen aaibaar wezen: aalglad, ja. Als paling in een emmer snot.

Vanuit de Sargassozee in de mysterieuze Bermudadriehoek drijft de larve hierheen en groeit onderweg tot glasaaltje. In zoet water groeit ‘ie uit tot schieraal of paling, om na 5-15 jaar terug te gaan. Dan paaien ze, en sterven. Maar nog nooit heeft iemand palingen zien paren. Ze kunnen ook niet worden gekweekt.

Hier, bij de voormalige Zuiderzee, is het culinair erfgoed maar de soort is ziek door dioxinen, drugsresten en landbouwgif in het water. De paling ontglipt ons en is in kritieke toestand opgenomen in de Rode Lijst. Sinds 1980 is de intrek van glasaal met 99% afgenomen. Bovendien wordt de terugweg de meeste alen fataal. Het grootste deel raakt gewond in de gemalen. Dus zet men glasaal massaal uit in de Randmeren, en paling over bij de Afsluitdijk. Dit lijkt een beetje te helpen.

Monsters

Vroeger gingen de grote jongens paling peuren in de polder. Nu peurt een professionele palingpenose grof geld uit smokkel. Glasaal uit de Golf van Biskaje gaat in waterkoffers binnen 24 uur – langer kan Aal niet zonder zuurstof – naar het Verre Oosten. De Aziatische palingvariant is namelijk al uitgestorven.

Aal is een taaie rakker, die tot in de pan blijft spartelen. Hij leeft in zout en zoet water met twee harten en kan ademen door de huid. Hij reist ook over land. Een oudere vriend zag als kind nog paling door het natte gras ‘lopen’ om de Praamgracht, en zo de Eem, het IJsselmeer en uiteindelijk de zee te bereiken.

Onderzoekers opperen dat het monster van Loch Ness kan bestaan als gigantische paling. Dat meer zit vol paling-DNA. Duikers zagen exemplaren zo dik als bovenbenen, vier meter lang.


N.B.: bij de vorige aflevering is de fotovermelding weggevallen. De illustratie was overgenomen van straatpoezie.nl.

De tekening bij deze aflevering is naar een schilderij van Pieter Brueghel de Oude vol Nederlandse gezegdes waaronder ‘de paling bij de staart pakken’, rechtsboven in De Verkeerde Wereld (1559).

Aal de Paling, naar Pieter Breughel, maar dan in de Praamgracht richting spoorlijn Baarn-Soest

En zo kwam het in het maartnummer van Veren & Vachten (15e jaargang, nummer 1) met een grappige spelfout of redactionele ingreep in de kop:

Meander 2020/01

Meander 2020/01

“Vroeger las ik alleen dode dichters. Inmiddels vind ik levende ook wel leuk.”

Dit is wel heel leuk eigenlijk: ik sta in een tijdschrift. En wel in de eerste editie van de jaren 2020 van Meander, het Literair E-magazine voor Nederlandstalige Poëzie.

De drie gedichten die ik eind vorig hier heb geplaatst had precies zo ook ingezonden. Of het door de tekeningetjes of de extra tekst komt weet ik niet, maar men vond het leuk en wilde ze plaatsen. Wat heet, met de tekeningetjes en een oud gedicht extra, en een interview. Dit alles vergezeld van de fraaie foto die Maurice Timmermans ooit van me maakte ter gelegenheid van en in Artishock-Soest.

Ziehier het resultaat

‘Alegría’

‘Alegría’

Nieuwjaarsreceptie Artishock en expositie Tekenclub

Op de eerste zaterdag van het nieuwe jaar, 4 januari 2020, is de openbare Nieuwjaarsreceptie van cultureel podium Artishock. Dezelfde avond wordt de jaarlijkse expositie van Tekenclub Artishock geopend. Er komen 22 werken van 80 bij 80 centimeter te hangen, allemaal persoonlijke variaties op het thema ‘Alegría.’ De live muziek is van Trio Kai von Rosenberg.

Een gure doordeweekse dinsdagavond in december. Leden van de Tekenclub Artishock zitten in de warme soosruimte aan de koffie, het model in badjas. Met coördinator Ineke Talen en deelnemers aan de expositie praten we over het thema van dit jaar en proberen een beeld te krijgen van wat we te zien krijgen.

Ineke Talen vertelt: “Eigenlijk zijn we een modeltekenclub. Met de jaarlijkse tentoonstelling laten we altijd een andere kant van ons zien. De keuze voor het thema is de uitkomst van een enquête. Iedereen mocht wat insturen. Daaruit kwam het thema Alegría. Met één L en een accent op de í. Dat is Spaans voor vreugde, blijdschap, opgetogenheid. Begin november werden de panelen uitgedeeld. Die maakt Dirk Bouman altijd, dat mag ook wel eens gezegd worden.”

Iedereen werkt op hetzelfde formaat, op een paneel van 80 bij 80 centimeter. Nadat het thema is gekozen maakt elke deelnemer thuis zijn eigen schilderij. Dit jaar begint niet alleen een nieuw jaar maar starten ook de jaren 20. Dat lijkt geen invloed te hebben gehad op de mensen die we spreken. Ineke zegt: ”Maar je weet nooit wat mensen ervan maken. Alleen het formaat staat vast. Het hoeft ook niet per se met verf te zijn gemaakt. Vorig jaar had iemand een vilten schilderij. Dit jaar doet in ieder geval één iemand iets met foto’s.”

Eén van de deelnemers, schilderes Dita Valkenet, zegt: “Toen ik het thema hoorde dacht ik Ojee, wat moet ik daar nu mee? Maar ik heb het schilderij al af en ik heb er een leuk verhaal bij.” Dat verhaal wil ze niet vertellen, ook niet als ze hoort dat dit stukje pas kort voor de expositie zal verschijnen. “Nou, ik werk altijd met olieverf, zoals Ineke altijd met acryl schildert. Maar verder zeg ik niets… Nee, echt niet.” Een andere deelnemer verklapt een digitaal werk te hebben gemaakt, en weer een ander zegt dat ze een zwart schilderij inlevert, maar het is de vraag of die informatie betrouwbaar is. Ineke besluit: “Het is altijd weer een sprong in het duister, in ieder geval in het onbekende.”

Info

De opening van de expositie valt samen met de nieuwjaarsreceptie van vereniging Artishock, waarvoor bij dezen iedere belangstellende is uitgenodigd. De expositie zal de rest van de maand te zien blijven.

Evenals in 2019 zal de expositie later in 2020 te zien zijn in het gebouw van Idea aan de Willaertstraat.

‘Alegría’ Zaterdag 4 januari opening expositie Tekenclub Artishock & Nieuwjaarsreceptie. Zaal open: 19:30u. Opening 20:00u. door voorzitter Harm-Jan Luth.

Zoals iedere eerste zaterdag van de maand is de toegang gratis en is er live muziek. Op deze eerste zaterdag in het Nieuwe Jaar speelt het Kai von Rosenberg Trio.

De expositie is te zien tot eind januari tijdens activiteiten (zie http://www.artishock-soest.nl). Daarnaast is Artishock – Steenhoffstraat 46a – open op: woe- en vrijdagochtend van 10-12 uur, maan- en woensdagavond van 19.15-20.15 uur. Verder in overleg: 06 25586354.

Z00 palescue #12: Gemier

Z00 palescue #12: Gemier

Precies 300 woorden over mieren:

Hoe zie je onderweg het meeste? Met het vliegtuig ben je, als buizenpost, snel ver weg maar zie je weinig. Vanuit de trein zie je meer. Landschappen trekken voorbij. Als je met de auto gaat, zie je de verschillende steden. Je voelt de afstand nog beter als je gaat fietsen, met je kop in de wind. Elke kilometer, en vooral het hoogteverschil voel je. Je ziet nu aparte wijken en straten. Als je gaat wandelen kom je langs individuele huizen en bomen. Hoe langzamer je gaat, hoe meer je ziet. Het meest zie je dus als je stilstaat, gaat zitten onder een boom. De verste reis maak je ter plekke.

Daar loopt een kolonne kleine zwarte mieren. Zie dat beestje sjouwen met een blad dat honderden keren groter is dan zichzelf. Even verderop loopt een kolonne grote rode mieren de andere kant op. Gescheiden werelden. Er zijn 12.000 soorten mieren beschreven. Eigenlijk zijn het een soort wespen zonder vleugels. Behalve na de regen op een warme augustusdag in Nederland. Dan is het Bruidsvlucht: mannetjes en koninginnen vliegen uit en paren in de lucht. De mannetjes gaan snel dood.

Eén mier stelt niet veel voor, maar met geurstoffen als communicatiemiddel werken ze als één organisme samen. Sommige soorten doen zelfs aan een soort landbouw en veeteelt. In ondergrondse kamers liggen luizen aan plantenwortels terwijl de mieren hun honingdauw melken. Parasolmieren brengen bladeren naar het nest om schimmel te kweken als voedsel.

Bij mensen zie je ook collectieve intelligentie, bij voorbeeld in een peloton wielrenners of een stadion dat de wave doet. De massa functioneert als één organisme. Meestal levert dat weinig goeds op en delft een kwetsbare groep het onderspit. Misschien is dat bij mieren niet anders. Om dat te weten moet ik nog veel langer onder die boom blijven zitten.

Foto: straatpoezie.nl. Een jaar lang liet de anonieme graffitidichter Straathaikoe gedichten achter in de openbare ruimte van Utrecht.

Alleen dit, Planken Wambuis en de Hoop

Alleen dit, Planken Wambuis en de Hoop

Later meer, maar eerst het volgende: drie teksten die niets met elkaar te maken hebben, behalve dat ik ze redelijk recent typte. Je kan gerust zeggen dat de signatuur-tekeningen erbij vaster van vorm zijn dan de gedichten. Na de presentatie volgt een korte toelichting op het ontstaan ervan.

 Alleen dit

Geen feit of mening
                reden of bewering, argument
                geen conclusie, aanbeveling –
alleen dit.
 
Geen beeld of geluid
                beweging of stilstand
                geen begin, vervolg, einde –
alleen dit.
 
Geen goed of slecht
                humeur, gevoel, of temperament
                geen derde oog, zesde zintuig –
alleen dit.
 
Geen dag of nacht
                geen zomer winter, herfst
                of weersomstandigheden –
alleen dit.
 
Geen licht of donker
                geen gewichtige vorm, afstand
                massa of hoge diepte –
alleen dit
 
                taalstilleven, uitgelezen letters
                die zin geven per woord.
  Planken Wambuis
 
Want buiten wacht de waard
die niet valt te vertrouwen
al schijnt hij gouden bergen
op de te hoge waterstand
 
De waard waart rond en slaat gericht
zijn klauwen uit. Als zich een vinger
of teen over de drempel waagt
rukt hij je hele arme been af
 
Niemand hoort je noodklok luiden
buiten de lijken in de kast. Hoor
ze kraken op de vlizotrap
en tikken tegen ‘t dubbel glas
 
Laten we dus binnen blijven
de spoken verblijden met geesten feesten
op O zo te vermijden angsten,
de langste geflest onder ‘t aanrecht
 
Bedeesd benader ik het einde
en hamer een deur uit de nacht
Vrucht van mijn schoot, waar blijf je
om mij te redden van die gast?
  De Hoop
 
Mijn mes moet een machete worden
de valk een Ottomaanse dhow
 
De wekker staat elke dag weer op
het tijdstip van mijn executie door
een instrument met hoger doel.
De droom is heen en weer gesneld
 
over de mensen de velden de bergen en de zee
onder de radar in een opblaasboot
 
Daar wapperen witte lakens
uit de restanten van een kozijn
in de slaapzaal van het bospaviljoen,
verlaten portaal naar het ondermaanse.
 
De geest gaat te paard, de ziel te voet hier binnen
en beide laten hoop varen door het leven.

De Hoop was de eerste tekst, geschreven op 22 september 2019 in een soort vakantiedagboek waarin ik elke dag getrouw beschreef hoe we wat waar hadden gedaan. We waren in Turkije, met Lesbos in het vizier. We zijn daar ook geweest, een dag op en neer naar de EU met de reguliere ferry. Op de laatste dag van de vakantie wilde ik een stukje vrij schrijven. Dat werd dit. Toen ik het af had, zette ik mijn paraaf eronder die ik veranderde in een vissersbootje van het soort zoals ik had gezien in Turkije. De andere signatuur tekeningetjes maakte ik op 22 oktober.

Alleen Dit schreef ik begin oktober, eigenlijk als vervolg op een droom waar ik lachend uit ontwaakte. Dat was meen ik op woensdag de tweede. De lach, de bevrijdende, bijna hallucinerende vrolijkheid uit die droom heb ik niet kunnen reproduceren, daarvoor was de droom te snel verwaaid. Ik weet nog dat ik worstelde met een groot probleem toen het opeens duidelijk werd: alles begint met letters.

Planken Wambuis, tenslotte, is het product van de eerste vorm van schrijfcursus die ik volgde, een Masterclass Expressie in Poëzie door Gijs ter Haar. Dat was op zondag 13 oktober, in Zevenaar. Als onderdeel van het programma schreven we een A4 achter elkaar vol met een gegeven eind- en beginzin. Freewriting. De eerste regel was ‘Laten we vooral binnen blijven’ en de laatste ‘Je wilt dat kind behoeden’, allebei uit zijn bundel ‘Voor de zwijnen’ (2017). Elke gelijkenis met bestaande personen is louter toevallig en in die herberg op de Veluwe ben ik nooit geweest.

Fotoclub Keistad op zoek naar het Hart van Soest

Fotoclub Keistad op zoek naar het Hart van Soest

Het nieuwe seizoen begint Artishock met, onder andere, een expositie van Fotoclub Keistad. Op zaterdag 7 september om 20:00u vindt de feestelijke opening plaats. Op uitnodiging van Galerij Artishock hebben de fotografen de uitdaging aangenomen om op zoek te gaan naar het hart van Soest. Een uitdaging, want Soest is een langgerekt lintdorp is en bijna alle leden wonen buiten Soest. Wat krijgen we te zien?

“Wij hebben ook nog maar één voorbeeld gezien. Op die foto staat een hert, het staat in onze besloten Facebookgroep. Het is geen eis, maar ik verwacht wel dat de meeste foto’s landschappelijk zijn. Waar denk je aan als je door Soest rijdt, van Amersfoort naar Baarn, of andersom?” Aan het woord is Evelien Kremer, of Karen van der Kolk, of Tessa Gaakeer. Of alle drie tegelijk. Samen hebben zij in april 2018 Fotoclub Keistad opgericht.

Fotoclub Keistad
Evelien, Tessa en Karen

Visie van de buren

“We hadden al eens eerder nagedacht over exposities. Toen kwam het idee van Artishock. Zij waren geïnteresseerd in een visie van de buren op Soest. Daar werd positief op gereageerd. We hebben die mail voorgelezen in de groep, met het gedicht van Palescue waarin al veel plekken worden genoemd. Ondanks de vakantietijd nemen ongeveer 14 fotografen deel aan de expositie. Met ongeveer twee foto’s per persoon verwachten we 24 foto’s op te hangen.”

“We hebben wel wat regels afgesproken. Zo moet de foto recent zijn, van nu, en mag er niet teveel bewerkt worden. Het moet realistisch blijven, dus geen olifant in de Soester Duinen shoppen. Ook worden alle afdrukken op dezelfde manier afgedrukt, en op een vast formaat, van 60 bij 90 centimeter. Dat is best groot, maar wel in dezelfde verhouding als de ouderwetse ansichtkaart. Mensen zijn nu zo gewend om foto’s heel klein op hun telefoon te bekijken dat het wel leuk is wat groots te laten zien.”

Licht lezen

“We hebben alle drie de jaaropleiding bij Fotoschool Keistad gedaan. Dat is geen eis voor leden, maar zo kennen wij elkaar. Dan heb je elke drie weken een dag school waarvoor je een thema moet voorbereiden. Daarna dreigde het zwarte gat. We zochten een leuke fotoclub als alternatief, om de routine vast te houden. Uiteindelijk zijn we zelf een fotoclub gestart. We zijn nu de jongste fotoclub van de regio met een vaste groep van ongeveer 25 mensen. Ook leuk is dat de verdeling man-vrouw vrijwel gelijk op gaat.”

“De leden van de fotoclub zijn allemaal gepassioneerde amateurfotografen. De meesten hebben wel enige opleiding gehad. Binnen de fotoclub zijn de expertises verschillend: de een is technisch heel goed, de ander kan heel goed bewerken, weer anderen leggen de meest waanzinnige situaties vast of zijn juist heel creatief. Naast de techniek, moet je het licht kunnen lezen –  gevoel hebben voor lichtval, compositie en voor situaties. Tijdens onze bijeenkomsten en in de Facebookgroep bespreken we elkaars foto’s. Met die feedback kan je echt hele gave foto’s maken.”

Info

Kijk op https://www.fotoclubkeistad.nl/ voor een indruk van ander werk van de fotoclub. Geïnteresseerden kunnen een mail sturen naar info@fotoclubkeistad.nl. Iedereen is welkom om een clubavond bij te wonen. Je kan natuurlijk ook langskomen tijdens de opening van de expositie en Karen, Tessa, Evelien of een van de andere leden aanspreken.

Expositie Fotoclub Keistad: Het hart van Soest. Zaterdag 7 september: inloop vanaf 19:30u. Opening 20:00u. Daarna JazzClub, met het Kai von Rosenberg trio. Vrije toegang. De expositie is te zien tijdens activiteiten tot 27 september. Zie www.artishock-soest.nl voor meer informatie.

Z00 Palescue Nº11: Van de torenkraaien

Z00 Palescue Nº11: Van de torenkraaien

Hier zie je er drie in de berm rondneuzen. Daar trekt een stel door de bomen en over het gras loopt twee dozijn tegelijk. Ze vliegen allemaal op. Dalen weer in een boog, laag zeilend, terug op het gazon. Met snelle stapjes lopen ze door elkaar. Alert, strak in het grijze pak, de zwarte pet over die schrandere blauwe ogen. Bij elke stap op hun stramme benen schiet hun kop even naar voren.

Zoals de kraai ‘Kra’ roept, zegt het kauwtje ‘Kjau’ en de raaf ‘Rhâ.’ Geen zangers, die familie waarvan ook eksters en gaaien lid zijn. Graaiers en snaaiers. Alleseters en nestrovers zijn het, gek op glimmers, slim en behendig. Ik zag een kauwtje in de vlucht een wesp verschalken.

Kauwtjes zijn kleiner, lichter en minder sinister dan de kraaien van uitvaartverzorgers en de raven op de koets van Magere Hein zelf. Je ziet ze kraaien rond de kerktoren waar ze ook in nestelen. Holenbroeders heten ze, die in levenslange paartjes het liefst groepsgewijs optrekken.

Ze kunnen zich ook vervelen. Hier in de buurt gingen ze stenen van flats afgooien. ‘Klierende kauwtjes keilen keitjes op kwetsbare autodaken’ kopte de krant. Hoe harder de tok, hoe groter de deuk waarin ze liggen.

Herman, zo heette het kauwtje van mijn broertje. Herman kreeg eten uit een spuitje en sliep bij hem op de kamer, soms in de schuur. Herman had een keer achter de pick-up gepoept en zo kortsluiting veroorzaakt. Midden in de nacht schrok mijn broertje wakker van de vlammen die vlak naast hem opflakkerden. Het huis staat er nog.

Je mag een kauw zonder ring niet meer als huisdier houden. Herman was nooit gekortwiekt en zijn mens had, als druk scholier met bijbaantjes en brommer, eigenlijk niet genoeg tijd voor hem. Het is triest maar uiteindelijk is Herman gevlogen.

Kauwtje-Van-de-torenkraaien - Palescue

En zo verscheen het in het septembernummer van Veren en Vachten, het clubblad van Stichting Dierenzorg Eemland, 14e jaargang, nummer 3:

Z00 Palescue No.10: Bij geen tijd

Z00 Palescue No.10: Bij geen tijd

300 woorden over geen bij:

Het is half tien ’s avonds, de dag van de deadline. Het is nog licht. Zomertijd, ik weet het: binnenkort wordt het weer minder. Je vraagt of ik over bijen wil schrijven want “Als die verdwijnen gaat alles kapot. En we kunnen wel iedereen de schuld geven maar doen zelf alles om ze weg te jagen. Alle tuinen worden betegeld. Daar moeten bloemen en bomen groeien.”

Overal waar de mens kwam stierven soorten uit en naarmate de soort succesvoller werd, ging het uitsterven van de rest sneller. Vanaf de Industriële Revolutie, de uitvinding van ‘de massa’ voor productief, consumptief en politiek gebruik gaat de lijn bijna haaks. Soorten sterven uit voordat we ze kennen, andere bestaan enkel omdat we ze kweken voor consumptie of gezelschap.

Rond 1900 leefde in Nederland 40% van de wereldwijde biodiversiteit. In 2010 was dat nog 15%. Nederland verliest daarmee fors meer dan de rest van Europa en de wereld. De oorzaak is vooral intensief landgebruik door de landbouw en verstedelijking.

Dit voorjaar kwam een samenvattende studie van de Verenigde Naties uit. Hierin wordt bevestigd dat het instorten van de biodiversiteit ook de mens bedreigt, directer nog dan de klimaatverandering die zelf weer de biodiversiteit verslechtert. “Het essentiële, onderling verbonden web van het leven op aarde wordt kleiner en steeds rafeliger.”

Moeder Aarde zag vijf keer eerder een massale vernietiging van leven. De vorige golf werd veroorzaakt door de inslag van meteorieten en betekende het einde van de dinosaurussen. We zitten nu in de zesde golf, veroorzaakt door de mens, en de grootste dreiging is voor de grotere landzoogdieren. Zoals mensen.

De mens heeft een zeldzaam talent om zijn omgeving te vernielen, maar ook om die te vernieuwen. Om als bijen met bijen samen te werken: bloemen zaaien, ecosystemen restaureren. Deze deadline is niet te missen.

In publicatie zag het er zo uit – Veren en Vachten (Stichting Direnzorg Eemland), 14e jaargang, nummer 2, juni 2019:

Bij geen tijd - Palescue

PT.’18

PT.’18

Kamperen op eigen grond bemest met eigen stront.
Er zijn kippen, mandarijnenbloesem, water van eigen bron
en stroom van eigen zonnewind. De honden passen op.
 
Het regent bijna niet meer. De egel verdween uit de tuin,
de appelboom werd nog wel behommeld.
Nodig, nuttig en noodzakelijk. Alles vaneigens aanwezig
 
hoofdzakelijk in warm behagen. Op onderling verbonden
onderliggende kabels van hout tonkelen avondbries en de laatste
duisterling lichtend in wolkende linies achter bedachte daken,
 
gekarteld karton stelt de honderdste seconde
af. Als de koperen kogel rolt een metalen vulpendop
over het glazen tafelblad.

Voor B&E, Palescue, IV.V.’IXX

Herrie Bier & Harde Koppen

K-dag19

Herrie, bier & harde koppen

scheten boeren wilde plassen

matten met de wouten

 

Plastic glazen natte poten

kouwe klauwen wollen dekje

melken choco, weidekopkaas

 

Op de tocht windkracht Oost

beuken op het horsten nok-hout

kloffen opgesjord aan dek

 

Van het huurvalkje uit Huizen

met een vat of wat aan boord

krampen blekkerende zwaarden

 

Stuurroos ten loeverse morgen

gister in vandaag verevenaard

omstreeks Dode Hond, Eemmeer.





Herrie-Bier-en-Harde-Koppen

Hanz-Art houdt ermee op

Hanz-Art houdt ermee op

Eindexpositie in Artishock

De buitenissige Baarnse ‘artoonist’ Hanz-Art (Hanz voor intimi) stopt met schilderen. Komende maand houdt hij zijn laatste expositie in Artishock. “Iedereen kan een sticker plakken op de werken die ze willen hebben. Na afloop mogen ze die dan mee naar huis nemen. In een hoge hoed kunnen eventuele bijdragen worden gedeponeerd… Want wie wil het nog hebben, kunst?!”

Hanz-Art in zijn werk (foto: Cees Paul)
Hanz-Art in zijn werk (foto: Cees Paul)

“Dan ben ik geen schilder meer, maar ik blijf artiest. Het blijft dus Hanz-Art en ik blijf deze kleren dragen. Misschien ga ik meer schrijven. En ik blijf tekenen. Ik heb ook af en toe een illustratieopdracht van de RMN. En op 30 mei doe ik nog een ‘art-battle’ tijdens de atelierroute in Nijkerk. Marco van der Wielen en ik zetten dan onze ezels neer en vragen het publiek om een onderwerp. In een half uur moeten we iets op het doek zetten. Daarna mag het publiek kiezen – het hoogste bod wint. En ik heb er nog allemaal woeste ideeën omheen, haha. ”

“In Artishock laat ik een overzicht zien van wat ik de afgelopen twintig jaar heb geschilderd. In 1998 stopte ik met mijn werk bij Stichting Aap. Daar had ik vervangende dienstplicht gedaan en ben ik een tijd blijven hangen. Daar heb ik wel ontdekt dat we allemaal aangeklede apen zijn, en dat we zijn geroepen om voor elkaar te zorgen. Toen ik daar stopte heb ik van mijn laatste geld schilderspullen gekocht.”

“Ik ben geboren met een tekentalent. In mijn tienerjaren groeide de wens om ook te schilderen maar dat heeft tot ’98 geduurd. Toen was ik 31. Ik ging serieus aan het schilderen – totdat ik geld nodig had. Ik heb van alles gedaan, wilde nooit mijn hand ophouden. Later heb ik nog een tweede poging gedaan om zelfstandig kunstenaar te worden. Maar na een goed begin valt het dan weer stil, qua opdrachten.”

‘artoonist’

Alles wat ik maak valt samen in het begrip ‘artoonist.’ Ik ben iemand die alle kunst als cartoon benadert. Dat kan dus ook een landschap zijn. Het is naar de werkelijkheid geschilderd maar ook een soort karikatuur. Voor de expositie in Artishock wilde ik eigenlijk een Rondje Soest maken. Schilderijen van plekken die mij aanspreken, niet direct de geijkte dingen. Daar ben ik ook mee begonnen maar de zin was ver te zoeken. Dus houd ik ermee op.”

“In Artishock wil ik ook een paar ruimtelijke objecten ophangen. Zoals dit apparaat: een kastje met binnenin, op drie plankjes, een gouden Barbie & Ken; een gebroken spiegel en medicijnpotjes. Het is gemaakt rond de vraag ‘Wat is er in godsnaam aan de hand in de wereld?’ Dat is sowieso een leidend thema voor mij.”

(meer info onder de afbeelding)

Een landschap van ‘artoonist’ Hanz-Art (foto: Cees Paul)
Een landschap van ‘artoonist’ Hanz-Art (foto: Cees Paul)

info

Krijg een eerste indruk van Hanz-Art op zijn site: https://www.hanz-art.nl/

Opening expositie zaterdag 2 maart om 20.00 u. Daarna live muziek van het StarkLinnemann Quartet. Een kleurrijk programma waarbij de Schilderijententoonstelling van Modest Mussorgsky wordt vertaald naar jazz en aanverwante stijlen. Rusland en Amerika, 19e eeuw en 21e eeuw komen hierbij samen. http://www.starklinnemann.com/

Adres: Steenhoffstraat 46a, 3764BM Soest. Rechts het gebouw in lopen.

Er is vrije toegang voor iedereen!

De expositie is te zien tijdens activiteiten tot en met eind maart. Zie www.artishock-soest.nl voor meer informatie. Daarnaast is Artishock open op: woe- en vrijdagochtend van 10-12 uur, maandag- en woensdagavond van 19.15-20.15 uur. Verder in overleg: 06 25586354.

Zoo Palescue #9: Uilskuikenspiegel

Zoo Palescue #9: Uilskuikenspiegel

Je hoorde alleen het knerpen van de sneeuw onder je schoenen. Als je stil stond werd het nog stiller, nog stiller dan anders als het stil was. Je hoorde je adem die in wolkjes uit je mond kwam. Ergens kraakte een tak. Je oren suisden van stilte.

Het weer was streng maar rechtvaardig: de lucht was droog en koud en tijdens de korte dag was de hemel strak lichtblauw. Het was vol licht en zo helder dat je ogen het niet begrepen.

Bij een prachtige zonsondergang sneeuwde het even. De kristallen vlokken vielen zachtjes recht omlaag en verdikten de laag dons. Alle vormen werden ronder.

Het werd donker en weer helder. Het licht van de maan werd versterkt door de sneeuw. Als speldenprikken pinkten sterren in de zwarte hemel. Het was zo mogelijk nog stiller. Je zag alles in zwart-wit.

Tussen de bomen kwam plots van links een vogel aanzweven. Groot en stralend wit, bijna een engel. Hij vloog in een rechte lijn een paar meter boven de grond, klapte eenmaal geluidloos met zijn ferme vleugels en zweefde verder, langs dezelfde rechte lijn tussen de bomen uit het zicht.

Dwaalgast

De uil is een symbool van wijsheid, misschien vanwege zijn priemende blik. Hij kan bijna 360 graden rond kijken, maar dat betekent nog niet dat hij iets van alle kanten kan bezien.

Je zag de sneeuwuil, een dwaalgast in Nederland. Af en toe komt hij aanwaaien uit Scandinavië. Je kan hier in Eemland ransuilen zien op hun roestplek in de dennen bij de Duinen. We kennen de bosuil en de kerkuil. En op een paaltje langs de wei kan je de kleine steenuil zien zitten. Alle uilen zijn beschermde soorten.

Morgen is het weer lente en vallen er uilskuikens uit het nest. De Vogelopvang verwacht duizenden vogels – en zoekt dus vrijwilligers.

En zo verscheen het op papier in Veren & Vachten Maart 2019 | 14e jaargang | nr.1

Juxta – Studio Veel

Juxta – Studio Veel

Kim is kunstenaar. Kim tekent. Veel. Op een gegeven moment begon hij een verhaallijn te zien in de lijnen die hij elke dag maakte. Hij ging er een boekje van maken en vroeg mij het  voorwoord te schrijven. Dat deed ik graag. Dat was bijna een jaar geleden en ik snap niet dat ik dit stuk hier nog niet eerder heb geplaatst, maar goed, hier is het. Het boek raad ik – uiteraard – van harte aan en is gelukkig nog steeds te koop bij Boekscout. Kim is ondertussen ‘alive and well and working on a more ambitious  project’.

Juxta – A Fairytale of Modern Society

by Kim van Veelen

I am not very proud of being an human being; in fact, I distinctly dislike the species in many ways. I can readily conceive of beings vastly superior in every respect.

– H. P. Lovecraft

Juxta can be seen as Kim’s first graphic novel, but it’s not. We’ll get to that later.
In Juxta we enter a mythic world with ancient gods and antique landscapes combined with a dystopian view on the consumer lifecycle. Here, the gods rule and ritual is more important than science. Does that sound familiar?

Technology has become an important part of our lives, the mobile phone is indispensable. Independent entrepreneurship promises us the ultimate freedom while the youngsters in this second millennial AC are still searching for the essence of leadership.

“I give shape
to what people are” – Juxta

This is the world Kim grew up in and, in his art he mixes what he sees around him with the myths of Mesopotamia. Mesopotamia, in fact the whole region known as the Middle East, now torn by a seemingly endless war, once produced multiple empires and civilizations. Mesopotamia is known as the “cradle of civilization” primarily because of two developments that occurred in the 4th millennium BC, in the region of Sumer (now Iraq): the rise of the city as we recognize that entity today and the invention of writing.

In fact writing is also known to have developed in Egypt, in the Indus Valley and in China, and, in a very different, independent and still mysterious way, in South America. In the world of today, writing is transformed into clicking on emoticons. And in the world of Juxta the city of today is mostly in ruins. The digital society has survived (including, thank some gods, Wi-Fi), but not in the shape we see today. There is no Facebook’s Marck Zuckerberg or Apple’s Steve Job. Here the High Priest and entrepreneurs are nameless, but the gods are called by name.

In the world of Juxta we see the same sense of the tiny humans living under a great, incomprehensible universe. If the Mesopotamians always had to be at the ready for the godly ruler of high priest, people nowadays are serving 24/7 the godly Client. Between the lines of Juxta we read the conception of the Consumer or the Client as an incarnation of Ego. And the gods provide them with the necessary tools: a smartphone, 4G and Wi-Fi. Basics for society. Not unlike H.P Lovecraft, Kim mixes the world we know with another dimension to tell his story.

This is not a novel

The title of this book, Juxta, is derived from the concept of juxtaposition. According to Wikipedia, this is an act or instance of placing two elements – preferably contradictive or unrelated elements – close together or side by side. This is often done in order to compare and contrast the two, to show similarities or differences. In art, juxtaposition will make both elements, and the whole of the artefact, gain weight. That’s what we see happening in Juxta, both in the technique of the drawings as the theme of the narrative. The objects here are the icons of the client and consumer and the gods. In his work, Kim aims at putting those object in their ultimate position in which they communicate under the ultimate tension. Especially in his statues, the tension of the construction is quite literally.

Some consumers
never return
from the forest.
They have acceptes
silence,
lost their elic,
lost their connection.” – Juxta

We, that is Kim and me, talked about this book in his studio In Space. That is less science fiction then it sounds. In fact his ‘studio’ is a garage on the grounds of a democratic school called ‘In Space’. Kim shares the garage with a marvelous old-timer reconstruction job and the only daylight he gets is when the folding door is opened. A recurring topic in our talks is how to give shape to artistic ideas, or: how to produce thought in tangible items.

When I talked about this book as a graphic novel, he shunned that term. I guess he sees it as an art-book. To Kim the story and the drawings of Juxta are just a mold in which he can pour some (actually just a tiny bit) of his artistic imagination. The book may be a fantasy, it displays some real and earnest views on contemporary society.

Kim does quite a bit of juxta positioning himself, in his art in a broader sense. For example he has made flat set pieces that act three-dimensional on stage. He also makes 3D statues out of the drawings you see on the flat pages of this book. That’s right, and although the statues are quite small they also have ‘in real life’ the sensation of greatness, probably even more so. And not only because of the juxtaposed dimensions. It is simply because Kim is a great artist.

See the website veel.org for more of Kim’s work and follow him on Instagram. Believe me – clicking is worth the effort

Palescue, April 2018

Sonnet

Sonnet

Sommige mensen, inclusief mijzelf, vinden het jammer dat mijn teksten zo weinig vormvast zijn. Daar moest eens wat aan gebeuren. Dus heb een sonnet geschreven, naar een litanie die ik vaak fietsend afsteek.

SONNET


Fuck you fuck you fuck you.
Fuck you. Fuck. Fuck,
fuck you, fuck you, fuck,
F*ck you. FU & FU2
 
You & you & you. Fuck
You. Fuck him, fuck her. Fuck all.
Fuck it, fuck it, fuck it. Fuck.
Fuck, fuck you, fuck you all
 
Fuck you. Fuck you fuck
the system, fuck you, fuck fuck
fuck, fuck you. Fuck you.
 
Fuck it bigtime, fuck you too
and you and you and you – fuck
off. Fuck you. Fuck me. Fuck 

Pa-fucking-lescue, 30 DEC 2018
the finger
the finger

‘Grenzeloos Verlangen’

‘Grenzeloos Verlangen’

Op de eerste zaterdag van het nieuwe jaar, 6 januari 2019, is de openbare Nieuwjaarsreceptie van cultureel podium Artishock. Dezelfde avond wordt de jaarlijkse expositie met schilderijen van Tekenclub Artishock geopend. In de grote zaal komen 23 werken van 80 bij 80 centimeter te hangen, allemaal persoonlijke variaties op het thema ‘Grenzeloos Verlangen.’ De live muziek is van het Semmy Prinsen Trio.

Niemand heeft de werken nog gezien. Coördinator Ineke Talen van de Tekenclub zegt: “Ik kan je nog niets laten zien. Sorry, maar dat is strikt geheim.”

Het is dinsdag, de wekelijkse tekenavond in Artishock. In het gezellige geroezemoes van de deelnemers komt één onderwerp telkens terug. Ineke Talen vertelt: “Eigenlijk zijn we een modeltekenclub. Dan weten de leden wat ze gaan doen: het model tekenen of schilderen. Eerst een paar korte standen en daarna een paar standen van een kwartier. Met de jaarlijkse tentoonstelling laten we altijd een andere kant van ons zien.”

Nadat het thema is gekozen maakt elke deelnemer thuis zijn eigen schilderij. Iedereen werkt op hetzelfde formaat, op meubelplaat (MDF),een paneel van 80 bij 80 centimeter. Ineke: “Dat is best groot. Verder is alles toegestaan, als het maar op het paneel past.”

“Bloed, zweet en tranen,” zegt Anne, één van de deelnemers.“Mijn echte grenzeloze verlangen durf ik niet te schilderen. Voor het eerst ben ik al vroeg begonnen. Het is een beetje gebaseerd op een gedicht van Pierre Kemp. Als ik dat lees denk ik: dat zou ik nou wel eens willen.” Ineke Talen zegt: “Soms heb je teveel ideeën en krijg je keuzestress. Wat moet het nou worden? Vaak kan je dan het best uitgaan van de eerste ingeving. Ik ben dit jaar ook vlot. Het is al bijna klaar. Dat is heel bijzonder voor mezelf.”

Idea

De opening van de expositie valt samen met de nieuwjaarsreceptie van vereniging Artishock, waarvoor bij dezen iedere belangstellende is uitgenodigd. De expositie zal de rest van de maand te zien blijven.

Nieuw dit jaar is dat de expositie daarna ‘op reis’ gaat. In de zomermaanden juli en augustus zullen alle werken namelijk te zien zijn in het gebouw van Idea aan de Willaertstraat.

‘Grenzeloos Verlangen.’ Zaterdag 5 januari opening expositie Tekenclub Artishock & Nieuwjaarsreceptie. Zaal open: 19:30u. Opening 20:00u. door voorzitter Harm-Jan Luth.

Zoals iedere eerste zaterdag van de maand is de toegang gratis en is er live muziek, ditmaal verzorgd door het Semmy Prinsen Trio. Sfeervolle muziek met veel ‘evergreens’ en later op de avond ballades van o.a. John Coltrane. Bezetting: Semmy Prinsen – tenorsax; Rico de Jeer – bas; Guido Eymann- drums. Guest: Wouter Wantenaar – altsax.

De expositie is te zien tot 28 januari tijdens activiteiten (zie http://www.artishock-soest.nl). Daarnaast is Artishock – Steenhoffstraat 46a -open op: woe- en vrijdagochtend van 10-12 uur, maan- en woensdagavond van19.15-20.15 uur. Verder in overleg: 06 25586354.

Zoo Palescue No.8: De het een ree

Zoo Palescue No.8: De het een ree

Voorpublicatie van het decembernummer van Veren & Vachten: 

Als je het bos ingaat zie je met reeën één van de Nederlandse big five. Sommige mensen zeggen dat ze herten zagen maar het hert en de (of het) ree zijn aparte soorten.

De ree is die inheemse Bambi aan de bosrand in de schemering, met flarden grondmist tot de schoften. Van oorsprong de meest voorkomende hertensoort in Europa, zijn ze langer op Aarde dan de mens. Uit het IJsselmeer zijn reegeweien bovengekomen van bijna een miljoen jaar oud.

Een ree is vooral herkenbaar aan de spiegel, die witharige vlek op de kont. De reebok, en soms ook de reegeit, heeft een klein gewei, sprietjes vergeleken bij andere herten. In de winter valt het af.

Het is nu winter. Na Sint Hubertus is ook de culinaire wintertijd ingegaan. Ree is dan het meest klassieke Kerstdiner. Eigenlijk moet je alleen vlees eten wat je zelf gedood hebt, maar dat is een ander verhaal.

Het ree is jagerstaal voor dit soort ‘roodwild’. De jacht op reeën is streng gereguleerd. Een provinciale stichting verleent volgens plan en na tellingen ontheffing om volgend seizoen een bepaald aantal door afschot te beheren. In de Wildbeheerseenheden (WBE) Lage Vuursche en De Eem werden vorig voorjaar 389 reeën geteld.

In de provincie Utrecht wonen 2.500 reeën samen met 1.285.000 mensen. In 2017 werden er 584 afgeschoten. Reeën, dan. Daarnaast vonden er 312 als ‘valwild’ de dood in het verkeer.

Begin twintigste eeuw kwamen reeën nog alleen voor op de Veluwe en in Limburg, en waren er zo’n drieduizend van. Door toegenomen aandacht en regels voor flora- & faunabeheer is de reestand inmiddels zogezegd op ree.

Ooit heb ik een ree beslopen en van dichtbij in de ogen mogen kijken. Een oogwenk lang. Toen was ze verdwenen en begreep ik iets van de of het, en één ree.

8 de het een ree -klein-IMG_20181029-2

En zo ziet het er dan uit in de december-editie, 12e jaargang, nummer 4. Het is wederom een fijn nummer geworden.

“Het moment van mijn wezen” – nieuw werk van Ruud Bijman

“Het moment van mijn wezen” – nieuw werk van Ruud Bijman

In november exposeert Ruud Bijman in de grote zaal van Artishock met nieuw werk, vrijwel allemaal uit de afgelopen twee jaar. Vier jaar geleden stelde hij hier zijn eerste series ten toon. Ruud is blijven schilderen. “Ik heb geen behoefte meer aan vakantie, want dan kan ik niet schilderen. Dat is mijn vakantie. Het is echt feest.”

Ruud Bijman vertelt: “De laatste tijd heb ik veel tekenopdrachten voor educatieve uitgaven. Maar tussendoor blijf ik schilderen. De weekenden zijn heilig voor me. Zo Ruud Bijmanmaak ik toch wel één à twee werken per maand. Normaal werk ik met acrylverf op doek. Ik heb net een nieuw soort stiften met acrylverf gekocht en sta nu te popelen om die te proberen.”

“In Amersfoort heb ik laatst 20 werken geëxposeerd bij Vreemde Gasten. Veel blijven er ook tekenwerk in zien. Ik denk doordat ik werk met zwarte contouren. Ik gebruik ook niet veel kleur, eigenlijk alleen voor de achtergrond en accenten. Ik vind de vorm belangrijker. Uit andere reacties merk ik dat mensen mijn werk rustiger vinden geworden.”

“Elk nieuw schilderij is goed. Elke keer leg ik de lat weer hoog en wil ik niet in herhaling vervallen. Ik heb heel mooie dingen gemaakt waarvan ik dacht: het voegt niets toe. Dan schilder ik het weer over. Ook als ik het niet meer uitkies voor exposities, dan heeft het geen waarde en wordt het overgeschilderd.”

“Frustrerend is wel dat je nooit uitgeschilderd raakt. Het eind is nooit in zicht. Ik ben nu bijna 60 maar ben zo benieuwd hoe ik over 60 jaar zal schilderen. Ik weet ook niet waar het vandaan komt. De personages, wezens die ik schilder hebben heel wat meegemaakt. Ik zie verdriet en  angst – dat herken ik en schilder ik. Alleen die vreemde vormen en rare wezens, daar herken me niet in. Maar het hoeft ook niet haarfijn uitgelegd te worden. Dan is de magie weg.”

“Ik vertel wel wat maar ik heb geen boodschap. Ik werk in een roes en gebruik ook maar één penseel. Wat eruit komt is het moment van mijn wezen. Dit werk hier ook. Toen ik het had geschilderd dacht ik: ‘wauw, heb ik dat gemaakt?’ Ik heb geen idee wat het is, maar het is af. Ik weet dat ik alles heb gezegd wat ik wil zeggen. Er hoeft niets bij en er is niets teveel gezegd.”

“Ik wilde een serie maken van pakweg twintig schilderijen onder de titel Les Misérables. De ellendigen. Maar eigenlijk kan ik elk schilderij daar wel onder scharen. Uiteindelijk begrijp ik geen fluit van het leven en dus ook niet van wat ik maak. Veel mensen zien humor in mijn werk. Soms vindt men het gewoon eng. Het leven is ook eng. We worden op aarde gesmeten als in de openingsscene van Mr. Bean – in de spotlight op een koude natte straat, en zoek het maar uit. Dat is ook wel een beetje eng.”

Cees Paul

Zaterdag 3 november om 20.00uur in Artishock, Steenhoffstraat 46. Na de opening JazzClub: Semmy Prinsen + Kai von Rosenberg Trio. Gratis entree. De expositie is vrij te bezichtigen tot vrijdag 23 november. Openingstijden: woensdag en vrijdag 10.00-12.00u., maandag en woensdag van 19.15- 20.15u. en in de pauze van filmvoorstellingen. Ook is het mogelijk een afspraak te maken met huismeester Semmy Prinsen (06-25 58 63 54).

Uitgelichte Afbeelding:  Les Misérables II (2017; 60×50 cm) door Ruud Bijman.

Foto Ruud Bijman door Cees Paul

2017-11-24-Les-Misérables-II-60-x-50-cm-Ruud-Bijman

Persfoto’s en portretten van twee vrienden

Persfoto’s en portretten van twee vrienden

Iedere lezer van de Soester Courant kent het werk van Ronald Kersten. Hij exposeert al 30 jaar zijn foto’s in dit weekblad. Komende maand hangen zijn mooiste pers- en portretfoto’s in Artishock. Hij exposeert samen met Hans Bult die verscheur(en)de portretten schildert.

Ronald en Hans kennen elkaar zo’n 50 jaar. Ze zaten samen op de handbalvereniging en gingen met de brommer op vakantie naar Terschelling. Toen Hans trouwde maakte Ronald de trouwrapportage. Terwijl Ronald is opgegroeid als fotograaf – “Ik was 9 toen ik al achter het doel zat om sportfoto’s te maken” – werd Hans onderwijzer. Later heeft hij de Nieuwe Academie gevolgd en werd kunstschilder. Hij heeft een heel eigen stijl ontwikkeld door portretten te verscheuren en tot nieuwe schilderijen te maken.

Bekende Soesters

Hans Bult vertelt: “Aanleiding was eigenlijk dat Ronald 75 werd. Toen vroeg ik of hij wel eens had geëxposeerd. Niet echt, zei hij, en het leek ons leuk om samen iets te doen.” Ronald Kersten heeft als fotograaf voor o.a. de Amersfoortse Courant gewerkt en had een eigen fotopersbureau: “Dat heeft mijn oudste zoon overgenomen. En met de fotostudio ben ik inmiddels ook al 10 jaar gestopt. Maar ik werk ik nog steeds als freelance fotograaf. Zometeen heb ik weer een opdracht.”

“Op de expositie laat ik portretten van bekende Soesters zien. Zo heb ik een mooie prent van Korlaar en van Paul Smit, de oude uitgever van de Soester Courant. Het wordt een mengeling met sportfoto’s en straatfotografie. En ik neem deze mee die ik in de studio maakte van mijn eerste kleindochter.”Hans en Ronald-0495-klein

Zelfportretten

De portretten die Hans Bult schildert zijn iets heel anders. “Ze zijn wel geïnspireerd op bestaande mensen, maar uiteindelijk is het een soort zelfonderzoek en zijn het allemaal zelfportretten. Het zijn een soort collages. Eerst schilder ik het portret. Dat gaat vrij snel. Dan ga ik scheuren, ik zoek stukken die de sfeer van het portret verbeteren en schik alles op een nieuwe manier. Zo stel ik het schilderij opnieuw samen. Dat kan maanden duren. Ik merkte dat op die manier het schilderij luchtigheid kreeg. Het wordt verrassender.”

“Inmiddels heb ik het gevoel dat ik ook in één keer zo kan schilderen maar ik laat me nog graag verrassen door het scheuren. Het heeft mij veel gebracht. Ik heb een eigen stijl ontwikkeld en die ontwikkeling gaat nog steeds door. Dit grote portret van een jonge vrouw bij voorbeeld is bijna klaar en laat een vrolijke kant van mij zien die er eerst niet zo was.”

Opening expositie zaterdag 6 oktober om 20.00 u. Daarna live muziek JazzClub. Het adres is Steenhoffstraat 46a, 3764BM Soest. Rechts het gebouw in lopen. De toegang is vrij.

De expositie is te zien tijdens activiteiten tot en met eind oktober. Daarnaast is Artishock open op: woe- en vrijdagochtend van 10-12 uur, maandag- en woensdagavond van 19.15-20.15 uur. Verder in overleg: 06 25586354. Zie www.artishock-soest.nl voor meer informatie.

Kijk op de site van Kunstkring Kattenbroek voor een indruk van Hans Bult’s werken.

Veld Zonder Leeuwerik

Veld Zonder Leeuwerik

300 woorden voor de veldleeuwerik als metafoor voor het grote uitsterven.

Zoo Palescue nr.7 voor het tijdschrift van Stichting Dierenzorg Eemland

Het was zonnig en droog op de grote stille heide. Je hoorde niets dan wind en een krekel. Toen ontsprong plots een klaterende bergbeek van de helderste klanken uit de zon. Ik keek omhoog, zag een donker puntje al zingend de strakblauwe hemel beklimmen. Ongelofelijk. Als je hard schreeuwt vanuit een luchtballon, horen de mensen beneden niets. Maar dat bruine vogeltje daarboven laat moeiteloos de hele vlakte volstromen met muziek.

De Veldleeuwerik was de meest verspreide vogel in de jaren ’70 en is nu gedecimeerd. Op Vliegbasis Soesterberg zijn elk jaar nog een paar honderd nesten. De mens beschermt die, maar toen kwamen de kauwtjes. Als een regiment soldaten marcheerden ze door het gras en vraten de nesten leeg. Het lijkt of het lawaai van vroeger de kauwen verjoeg en de leeuwerik juist beschermde.

De mens denkt, zeker in Nederland, de natuur te regelen maar uiteindelijk roeien we ‘per ongeluk’ dagelijks soorten uit, om zelf ongebreideld uit te kunnen breiden. Veel soorten hadden nog geen naam. Met Rode Lijsten vinken we af: vrijwel alle bekende soorten steenvliegen, afhankelijk van stromend water, zijn verdwenen uit ons land, bijna driekwart van alle soorten dagvlinders en meer dan 80% van alle reptielen.

Een deel van Dierenpark Amersfoort is voor dinosaurussen, uitgestorven voordat de mens bestond. Daar konden we niets aan doen. Bij veel nog levende soorten staat aangegeven dat ze bedreigd zijn in het wild. De biodiversiteit neemt af, heet dat: het leven sterft uit – planten en dieren, te land, ter zee en in de lucht.

Uiteindelijk overleeft het wild alleen in de Zoo. Ik loop met een buggy buiten de kooien en ook wij overleven niet in het wild. Ik vraag me af: voor hoeveel soorten blijft de aarde leefbaar en zijn er dan nog kleinkinderen over om ze te tellen?

Leeuwerik 20180826_02-450

En zo stond het in Veren en Vachten van September 2018 (13e jaargang, nr.3), inclusief de foutieve extra r.

7. Veld zonder Leeuwerik publ. IMG_20181014 klein

“Overal is een uitweg” – schilderijen van Ike Smitskamp in Artishock

“Overal is een uitweg” – schilderijen van Ike Smitskamp in Artishock

Ike Smitskamp is “opgegroeid tussen de tubes” maar werd andragoloog en drama-

Ike Smitskamp
Ike Smitskamp bij haar werk

docent. Pas op latere leeftijd heeft zij een kunstacademie gevolgd. Ze geeft nog steeds presentatietrainingen (Over het Voetlicht). Zij heeft ook een kinderboek gemaakt en exposeert in Artishock komende maand met 12 abstracte landschappen en 3 hondenportretten.

Ike zegt: “Het theater en het schilderatelier zijn verschillende terreinen in mijn hoofd. Toch, ook als ik met mensen werk probeer ik ruimte te creëren.”

“Mijn moeder schilderde met olieverf. Als klein kind hing ik graag rond in haar atelier. Het rook zo lekker. Ik werd ook erg gestimuleerd om te schilderen en was op de middelbare school nog erg bezig met dingen maken, maar koos toch voor een andere studie.”

“Ik ben in Indonesië opgegroeid in een open ruimte. Ik rende als peuter volkomen vrij rond, alleen in een broekje. Tussendoor heb ik nog even in Canada gewoond, dat was ook groots. Toen ik vijf en een half was kwam ik naar Nederland. Daar waren opeens overal hekken en moest ik oppassen voor het verkeer. Ik wil uitbreken, dat is wel een thema in mijn werk. Ik zal ook nooit een schilderij dichtmetselen.”

Nieuw. Nu

In 2000 volgde Ike drie jaar de Nieuwe Academie Utrecht. Ze is inmiddels een aantal keren geselecteerd voor de Nationale Zomerexpo in het Gemeentemuseum Den Haag met zowel schilderwerk, een foto en beeldend werk van haar hand. Ook heeft Ike een educatief kunstboek voor kinderen gemaakt.

De werken in Artishock zijn van de laatste acht maanden. “Ik ga nog wel even door met deze serie over open ruimte, landschap en tijdelijkheid. Misschien ga ik er personen in zetten. Hier zie je ook al een figuurtje wat overal boven uit torent, de weidsheid benadrukt.”

Ike Smitskamp: Driftwood and commotion (2) - 2018
Ike Smitskamp: Driftwood and commotion (2) – acrylverf, 2018

“Voorheen maakte ik veel ‘city scapes’ maar ik kreeg genoeg van al die lange rechte straten en gebouwen. Toen heb ik mezelf als opdracht gegeven geen scherpe hoeken en rechte lijnen meer te maken.”

“Het zijn geen landschappen. Wel gaan alle werken over ruimte, er is een horizon. Je kan niet alleen maar ruimte weergeven, ruimte zie je pas door een begrenzing. Ik zet obstakels in de leegte, bouw mezelf in. Daarna zoek ik een uitgang. Hoe kan ik adem halen en de wind voelen? Overal is een uitweg.”

Tekenen

De schilderijen van Ike Smitskamp gaan ook over beweging: “De suggestie dat het een moment later anders kan zijn. Deze golf hier heeft je even later overspoeld. Voor die schijnbaar toevallige penseelstreken maak ik veel schetsen, want het moet meteen raak zijn. Tegelijkertijd kan ik die schets niet letterlijk overnemen, dan verlies je de vaart .

“Ik maak nog steeds graag lijnen. Dat ‘tekenen’ heeft een grote voorliefde van mij. Verder werk ik nooit met primaire kleuren, altijd in tinten maar die kunnen best contrasteren met donkere vlakken en een lijntje neon. Dat maakt het speels maar ook geschikt om langere tijd naar te kijken.”

Terwijl de abstracte landschappen erg uitzoomen, zoomt Ike met de drie grote hondenportretten juist heel erg in. Ike: “Ik denk dat ze heel goed uitkomen op de achterwand in Artishock. Ik wil graag exposeren om mijn werk te tonen aan een groter publiek. Hoewel de werken te koop zijn gaat het mij om het plezier en de associaties die het werk oproepen.”

Kijk ook op www.ikesmitskamp.nl.

 

Opening expositie zaterdag 1 september om 20.00 u. Daarna is er JazzClub met de band Atilli, ook met hapje en drankje. Het adres is Steenhoffstraat 46a, 3764BM Soest. Rechts het gebouw in lopen. Er is vrije toegang voor iedereen!

De expositie is te zien tijdens activiteiten tot 21 september. Zie www.artishock-soest.nl voor meer informatie. Daarnaast is Artishock open op: woe- en vrijdagochtend van 10-12 uur, maandag- en woensdagavond van 19.15-20.15 uur. Verder in overleg: 06 25586354.

4 Status Quotes

2 on Music / over muziek

1) Frank Zappa

 

I saw music coming out of the speakers

& had to breathe through my ears

 

Ik zag muziek uit de boxen komen

& moest ademen door mijn oren

 

@ Ahoy Rotterdam, 1980’s

2) Satie / De Leeuw

 

The cathedral of  Satie is built with burning matches

& each time Reinbert de Leeuw copies it  note by note

 

De kathedraal van Satie is gebouwd uit brandende lucifers

& Reinbert de Leeuw maakt ‘m telkens noot voor noot na

 

@ Ruïnekerk Bergen, 2018

2 on Politics / over Politiek

1) Koers / Course

 

Politiek zet in het algemeen niet de koers uit voor de volgende generatie

maar verankerd eerder de ideeën van de vorige

 

Politics in general does not so much set the course for the next generation

as it anchors down the ideas of the previous one

2) Oogkleppen / Blinders

 

Slechts met oogkleppen op  ziet men de stip op de horizon

zei een wijsgeer nooit

 

Only with blinders one sees the dot on the horizon

a sage never said

(c) I.P. Fisher, 2018

4_StatusQuotes_20180523_klein

Meindert Rasker: Ter herinnering. Een proeve van zijn oeuvre

Meindert Rasker: Ter herinnering. Een proeve van zijn oeuvre

Meindert Rasker was een Soester kunstenaar en architect. Bijna dertig jaar was hij nauw verbonden aan Artishock. Hij overleed op 13 februari van dit jaar. In de maand juni is er een overzichtstentoonstelling van zijn werk, verzorgd door zijn kinderen Sander en Barbara, in samenwerking met Ineke Talen. Zij is als coördinator van de Tekenclub de opvolger van Meindert.

In de jaren 80 speelden Sander en Barbara Rasker verstoppertje in het Sint Joseph gebouw terwijl Meindert aan het tekenen of schilderen was. Nu vertellen ze: “Voor ons is deze expositie een deel van het afscheid. Artishock was een van de pijlers van zijn leven, dus is het heel mooi om namens hem deze expositie te organiseren.”

Kistje

“Van de meeste soorten van zijn  werken hebben we wel iets in huis. Er zijn natuurlijk veel modeltekeningen van de Tekenclub. Maar hij hield ook veel schilder-vakanties in Frankrijk. Dat waren meestal zijn productiefste tijden. Meindert heeft ook twee kistjes gemaakt. Daarvan is er nog eentje over. De andere is een keer gestolen bij een inbraak.”

Sander en Barbara zijn blij met de medewerking van Ineke. “We hebben wel eens voor hem model gestaan maar durven niet alleen de selectie van zijn werk te doen. De keuze maken we graag samen met Ineke. Ineke Talen vult aan: “Naast de modellen en Franse schilderijen heeft hij ook veel zee-landschappen gemaakt. Hij heeft vaak mee gezeild op zo’n oude zeilboot.”

Belezen

Meindert Rasker was van huis uit architect. Een van zijn obsessies is het merkwaardige bouwsel tegenover het gemeentehuis. Dit omdat het een verkeerd omdraaiend slakkenhuis betreft. Ondanks zijn hevige protesten is het ontwerp niet aangepast. Ineke Talen: “dat hij architect was, blijkt ook in zijn tekeningen en schilderijen. Jaloersmakend, zoals Meindert de meest ingewikkelde constructies van gebouwen en drukke stadstaferelen in enkele potloodstreken of in verf neer kon zetten. Daarnaast was hij ook heel belezen en hij deelde die kennis graag. Hij pakte een onderwerp op en ging dat uitzoeken door de hele (kunst)geschiedenis heen. Daar gaf hij dan lezingen over.”

Meindert Rasker 2005
Ineke Talen: “Deze foto is gemaakt in 2005 in mijn atelier. De leden van de tekenclub poseerden toen om de beurt voor elkaar en we maakten portretten.”

Ineke herinnert zich ook de bibliotheek in zijn huis in Soest. “Die was vermaard. En wat  opviel was dat zijn honger naar boeken niet ophield bij één exemplaar. En, nog mooier, hij deelde royaal. Sommige boeken had hij toch dubbel! Vermeldenswaardig zijn ook de boekjes die Meindert zelf maakte. Die boekjes, over diverse onderwerpen uit de kunst en literatuur, uitgegeven door zijn zelfbedachte uitgeverij “Kunst en Liefdewerk.”

Meindert Rasker is 75 jaar oud geworden. Hij werd lid van Artishock in 1985 waar hij actief bleef tot hij zich in 2014 om medische redenen moest terugtrekken. Ineke besluit: “Hij was een professioneel en gepassioneerd kunstenaar. Hij had ook een heel eigen, krachtige stijl. Zijn eigen schilderijen en tekeningen zijn er nog. Het gemis van de persoon blijft.”

Overzichtstentoonstelling Meindert Rasker. U bent welkom bij de opening op zaterdag 2 juni, 20:00u. Vanaf 20:30 is er JazzClub. Speciaal optreden wegens 20 jaar JazzTrio met Douwe Suesan, Joost Korsten en Jasper van der Wilden. Toegang gratis.

De expositie is te zien tijdens activiteiten tot en met eind juni. Zie www.artishock-soest.nl voor meer informatie. Daarnaast is Artishock open op: woe- en vrijdagochtend van 10-12 uur, maandag- en woensdagavond van 19.15-20.15 uur. Verder in overleg: 06 25586354.

Meindert Rasker 2008
Meindert Rasker (links) richt met Dirk Bouman een expositie in. (foto: Artishock, 2008)

Stevige schoenen (Poëzieprijs 2019)

Stevige schoenen (Poëzieprijs 2019)

Ook vorig jaar stuurde ik gedichten in voor de De Grote Poëzieprijs, voorheen bekend als de Türing Gedichtenwedstrijd. En al vaker ging ik door naar de tweede ronde, maar dit jaar haalde één van de drie inzendingen zelfs de shortlist voor het podium. Die lijst was honderd gedichten lang en verscheen in boekvorm: Een geluk als nieuwe wijn geschonken, uitgegeven in Gent door het onvolprezen Poëziecentrum.

Ik prijs me er gelukkig mee. Daar sta ik dan, op pagina 77, met een gedicht uit 2018, geschreven rond de herdenking van de Tweede Wereldoorlog. Niet lang daarvoor waren nieuwe massagraven ontdekt op de Leusderheide met slachtoffers van Kamp Amersfoort. Honden wisten ze na 75 jaar nog terug te vinden.

Het is militair terrein. Als kind gingen we vaak stiekem de Vlasakkers op, een militair terrein naast de Leusderheide. Dat was spannend, vooral door de borden Gevaarlijk – Bewaking met Honden.

Stil maar , slaap maar, loop maar door

alles is nieuw nu voor het laatst

Geef mij een vers wit hemd,

een degelijk pak, een zwarte hoed

en schoenen om stevig in te staan –

dan kan ik de dag weer aan

als ik nog eens wakker word

wakker word en werken ga

wakker blijven tot het werkt –

werken aan de droomverwekker

Mannen met ferme baarden stappen

door voren die betovergrootvaders

al ploegden zaaiden oogsten egden –

daar blijft de tijd

en lente steekt elk jaar een hoop weer op

het leven uit doden van gistermorgen.

Stampende laarzen bovengronds,

nog even geduld en het moet lukken

om werkelijk alles kapot te krijgen.

Stil maar, schep maar, zand erover

de massa graven zo dichtbij –

aarde waar ik uit ben geboren

akkers onder heide waar we speelden,

waar we kogels en konijnenschedels vonden.

45mei fakkel  

Wie is de mol

Wie is de mol

Zoo Palescue No 6, voor Veren & Vachten

Zijn ondergrondse jaaggangen kronkelen als aders door het gras, maar onder het maaiveld graaft de mol verder voor zichzelf. Hij heeft een slechte reputatie door ondermijnende activiteiten, maar brengt het goede nieuws van een gezond en vruchtbaar land. De mol brengt ook lucht in de bodem en bestrijdt ongedierte.

De mol heeft zes vingers door teveel testosteron bij de moeder. Dat komt soms ook voor bij mensen. Zijn grote handen wijzen achterwaarts. Ook dat zie je wel bij vervelende mannen.

Met die grote handen graaft het wijfje diep in de grond een centrale ruimte met aansluitende gangen tot 200 meter lang. Dat gaat snel, zo’n 14 meter per uur. Driemaal daags draven mollen door die benauwde gangen dankzij bloedcellen waarmee ze eigen, uitgeademde lucht opnieuw kunnen inademen.

Met speciaal gif in het speeksel verlamt de mol wormen, zodat ze houdbaar en in de buurt blijven. Honderden slaat hij op in de dieper gelegen proviandkelder. Voordat hij ze eet, perst hij netjes het vuil eruit.

Bij de meeste zoogdieren zijn de haren naar achteren geplaatst, maar bij de mol kunnen ze kantelen. Zo loopt de mol in de krappe gangen net zo makkelijk vooruit als achteruit. Je kan de mol nooit tegen de haren instrijken: de pels heeft geen vleug.

Zijn vacht is zacht, fluweelzwart en soepel. Queen Alexandra van Engeland (1844-1925) kwam daar ook achter en bestelde er een jas van. Als een 19e-eeuwse Lady Di maakte ze mollenbont populair. Mollen molden toendertijd op grote schaal Schotland en de huid werd goed betaald.

Mijn opa had in zijn tuinloze bejaardenwoning nog een mollenklem die er, hoewel roestig, vervaarlijk uitzag. Maar de mol is niet blind. Hij neemt met haren, neus en oren prima waar. Geurende bloemen, muziek, maar bovenal boomwortels helpen beter. De mol is een jager, maar geen knager.

MOL_20180429_edited_klein

En zo ziet het eruit op papier:

6 V&V Wie is de Mol_201806 klein

Foto expositie: Gouden Kooien, gezien door Bloyd

Foto expositie: Gouden Kooien, gezien door Bloyd

Golden Cages, Some Seconds in TimeArtishock verwelkomt met de expositie van fotograaf Bloyd een oude bekende. Achter de kunstenaar Bloyd schuilt Harry Schilder die al vaker heeft opgetreden in Soest en omgeving in verschillende disciplines. Vanaf 5 mei is zijn nieuwste werk te zien: ‘Golden Cages – Some Places, Some Faces, Some Seconds in Time’.

De ingelijste foto’s zijn los te koop, maar ook verkrijgbaar in een fotoboek onder dezelfde titel. Een goedkopere uitgave is er ook, op magazine formaat. De tentoonstelling bestaat vooral uit reisfoto’s, afgedrukt op canvas en ingelijst. Bloyd: ”De meeste mensen denken dat het schilderijen zijn. Er komen ook een paar oude foto’s maar de rest heb ik de afgelopen anderhalf jaar gemaakt in India, Mexico en Nederland.”

Bloyd verklaart de titel: “De wereld lijkt steeds meer een gevangenis te worden. Overal hangen camera’s en word je in de gaten gehouden. En mensen kiezen er ook voor om in hun eigen kooi te blijven. Wat wij in het westen vrijheid noemen bestaat eigenlijk uit gouden kooien. De samenleving wordt steeds meer verstard. Aanbevelingen worden regels en regels worden wetten. Zo kan je jezelf niet meer zijn.”

“Kijk, ik ben liefhebber van India, een van de oudste culturen ter wereld. Daar zie je gebruiken, zoals de bruidsschat, die ooit nodig was om te overleven. Maar nu zie je kinderen die worden uitgehuwelijkt, want hoe ouder, hoe duurder, hoe hoger de bruidsschat. Zo worden kinderen feitelijk verkracht en worden vrouwen handelswaar. Mensen maken bezit van elkaar en dat is de oorsprong van alle ellende. Je wordt bezit van je relatie, je werk of wat dan ook. Mensen lijken in een gevangenis terecht gekomen.”

Fotografisch kunstenaar

“Ik maak wel foto’s maar ik ben geen fotograaf. Het enige wat ik weet, is hoe ik moet kijken. Ik heb geen opleiding tot fotograaf gedaan maar heb veel geleerd van andere fotografen. Zo ben ik ben heel erg geïnspireerd door de Zwitser Robert Frank, een van de eerste fotografen die gebruik maakte van beeldrijm en beeldsequenties.”

“Ik maak verschil tussen fotograaf en fotografisch kunstenaar. Ik kijk als beeldend kunstenaar en onder de artiestennaam Bloyd krijgt het werk bezieling. Bloyd is geen aparte persoonlijkheid of zo, maar mijn privéleven is voor mezelf en ik wil onderscheid maken tussen mij zelf, de persoon Harry Schilder, en de artiest. Bloyd is een Amerikaanse achternaam. Het kwam gewoon een keer in me op. Je spreekt het makkelijk uit en is ook internationaal.”

Sinds de jaren ’80 publiceert Bloyd fotoboeken en gedichtenbundels. Daarnaast was hij klassiek gitarist en componist. “Ik heb nog een melodie voor het carillon bij het gemeentehuis van Soest gemaakt. ‘Oxymoron’ heet het.”

Harry kwam in Soest wonen toen hij nog op de lagere school zat. “In Soest heb ik zelf nog in de bibliotheek gewerkt. Later werd ik ontwerper railbeveiliging bij Arcadis. En ik ben jarenlang actief geweest in Filmhuis Artishock, en in de Blues en de Soos van Artishock. Op een gegeven moment ben ik in Gent gaan wonen maar daar kreeg ik geen baan.”

“Ik heb iets met het getal 3. Ik maak ook altijd maar drie afdrukken: één voor mezelf, één voor de koper en één voor exposities.” Bloyd is in alles veelzijdig, dus fotografeert hij ook van alles. In het boek en de expositie zien we de wereld, althans ‘some places’ daarin, en de mens, althans ‘some faces’ daarvan en we kijken ook naar de maatschappij, gevangen in de tijd, althans, ‘some seconds’ daarvan.

Meer van zijn werk is te zien op http://gallery.bloyd.eu/#!home. Boeken van Bloyd zijn ook verkrijgbaar bij de Soester uitgeverij Nieuwe Maan

Bloyd: Golden Cages – Some Places, Some Faces, Some Seconds in Time. Opening Expositie: zaterdag 5 mei om 20:00u. –  inloop vanaf 19:30u. Vanaf 20:30 is er JazzClub. Toegang gratis. De expositie is te zien tot en met 25 mei. Zie www.artishock-soest.nl voor meer informatie. Daarnaast is Artishock open op: woe- en vrijdagochtend van 10-12 uur, maandag- en woensdagavond van 19.15-20.15 uur. Verder in overleg: 06 25586354.

152249214785728500_resized

 

mo’ nu-momenten-taal

mo’ nu-momenten-taal

onderhuids

kruipt het waar het gaan kan.

 

Feit – en

data zijn als klei: klei-

ne deeltjes grond, in groten getale

zwaar en taai maar moeiteloos

tot elke vorm te boetseren.

 

De fotograaf (Bloyd)

 

je kent de waarde van ogenblik

zo snel als tijd is het licht

verschoten

 

je moet alert zijn

om de wereld even vast te zetten, ingelijst

om de wereld even vrij te laten, uitgebeeld

 

het kan in een seconde gebeurd zijn

een druk op de knop

sluit je oog een vinger af.

 

3 augustus 1896

wat deden die soldaten daar in Soest op 3 augustus 1896?

Er zijn foto’s van die dag. Ze staan in uniform langs het Kerkepad, je ziet de Oude Kerk. Er staan ook burgers (boeren) bij met kruiwagens en verderop steken rietstengels over het pad.

Soest 18960803 soldaten 1

Soest 18960803 soldaten

fotograaf: Jacob Olie Jbz. Amsterdam (1834-1905).

Naar vijftig portretten – mensenfoto’s van Maurice Timmermans

Naar vijftig portretten – mensenfoto’s van Maurice Timmermans

Maurice Timmermans
Maurice Timmermans met foto’s uit de serie Laat je vaderschap zien! (foto: Cees Paul)

Maurice Timmermans woont en werkt in de wijk Soestdijk. Hij vat zijn werk samen met de zin “Ik vind het gewoon leuk om mooie dingen te maken en het moet altijd over mensen gaan.”

Zijn expositie in de grote zaal van Artishock wil hij complementeren door portret-ten te maken van bezoekers. Doel is dat de serie “Hoofden” uiteindelijk gaat bestaan uit vijftig gefotografeerde gezicht-en tegen een zwarte achter-grond. Daarnaast worden nog zes andere fotoseries tentoongesteld.

Maurice maakte artistieke en documentaire fotoseries over Soester onderwerpen zoals het tractor pulling, maar ook een intieme serie van vaders met hun kind. Op het Fotofestival van Breda was zijn serie over een buurtwacht te zien. Voor deze serie ging Maurice op pad met de buurtwacht en haalde de titel uit berichten die de leden elkaar stuurden: “En hij zat in een donkergrijze stationwagen.”

“Ik wil dat het kunstwerk “Hoofden” groeit door samen met het publiek de tentoon-stelling te maken,” legt Maurice uit. “De mensen krijgen zelf hun eigen afdruk, na afloop van de tentoonstelling. Ik houd wel het recht de foto’s ook elders te publiceren. Door de zwarte achtergrond worden de gezichten benadrukt, en ook doordat ik de foto’s iets groter dan levensecht afdruk. Een puistje of zo haal ik wel weg, maar ik ga niet echt fotoshoppen en de mensen hoeven ook niet in de make-up. Het wordt gewoon zoals de mensen er die dag bij lopen.”

Mensenkant

Een andere serie gaat over Parkeercontrole in Den Haag. Maurice: “Het is een documentair project over de scanauto’s. Dat is wel wat anders dan de parkeerwacht die rondloopt: geavanceerde scansystemen die 200 beelden per seconde maken met zes camera’s die ook infrarood licht gebruiken. Het aardige is, dat ik bij dit project ook ben betrokken als projectmanager. Ook daarin is het uitgangspunt de mens. Met deze serie ben ik nog bezig. Ik hang het ook op om te zien wat voor reacties het krijgt. ”

“Ik woon nu tien jaar in Soest. Oorspronkelijk ben ik opgeleid als natuurkundige, dus heel erg bèta. Daarna heb ik bedrijfskunde gestudeerd en gewerkt als consultant. Sinds 2013 studeer ik naast mijn werk fotografie aan een kunstacademie. Het gaat dus steeds meer de mensenkant op. Ik heb altijd wel gefotografeerd en wilde dat intensiever oppakken. Dat greep me en nu is het de bedoeling binnenkort beroepsfotograaf te zijn.”

Naast documentair werk heb ik ook de serie Soest Objectief gemaakt. Als fotograaf maak je altijd keuzes wanneer en hoe je een foto maakt. In navolging van een fotograaf uit de jaren ’70 prikte ik willekeurig een aantal punten op de kaart van Soest. Daar maakte ik foto’s met een willekeurige kijkrichting om de invloed van de fotograaf te elimineren. Het zijn geen mooie foto’s, maar dat is ook niet de bedoeling. Het is een academisch werk, ik neem het ook niet mee naar Artishock. Wel valt op hoe groen Soest is.”

“Ik ben nu druk bezig met puzzelen. Kijk, als schilder zijn de werken al klaar maar als fotograaf kan je de formaten uitzoeken en materialen kiezen om de tentoonstelling in te richten voor een bepaalde ruimte. En nu dus ook samen met het publiek. Spannend.”

Meer van zijn werk is te zien op www.mauricetimmermans.studio

Opening Expositie Mensenfoto’s: zaterdag 7 april om 20:00u. Vanaf 20:30 is er JazzClub met Saxofoonkwartet en Jazzkwartet o.l.v. Job Helmers. Toegang gratis. De expositie is te zien tot en met Koningsdag 27 april. Tijdens de opening, op Koningsdag en tijdens een aantal activiteiten maakt Maurice portretten die deel worden van de expositie. Zie www.artishock-soest.nl voor meer informatie. Daarnaast is Artishock open op: woe- en vrijdagochtend van 10-12 uur, maandag- en woensdagavond van 19.15-20.15 uur. Verder in overleg: 06 25586354.

Kosmos in olieverf – Willem Glaudemans

Kosmos in olieverf – Willem Glaudemans

In de serie ‘Kosmos’ worden de denker en de kunstenaar verenigd. De reeks WG_Kosmos1_ed_kleinschilderijen is te zien in Artishock gedurende de maand maart. De opening op de eerste zaterdag van de maand zal met klassieke pianomuziek en jazz worden omlijst.

Willem Glaudemans is bekend als levenscoach en schrijver: “Ik heb die kunstenaar altijd in me gehad, maar het werken voor andere mensen is mijn beroep geworden. Mijn missie is spirituele wijsheid overdragen. Maar ik kreeg al vroeg de geur van olieverf mee. Vooral via oudoom Wim. Hij woonde in zo’n oud huis met hoge plafonds en overal schilderijen. Tijdens de oorlog ruilde mijn vader, die zelf niet rookte, zijn tabaksbonnen tegen kunstwerken die oom Wim maakte. Dat was echt een cultuurmens. Toen ik Nederlands ging studeren kreeg ik een karrevracht aan boeken van hem mee.”

“Tijdens mijn studie in Utrecht stond het kunstenaarschap even op een laag pitje. Na een paar jaar ging ik naar vrije academie Artibus. Daar heb ik allerlei technieken geleerd, maar de olieverf is blijven hangen. Daar kan ik me het best in uitdrukken. Je kan er meer mee zeggen dan met acryl.”

Rembrandt’s verf

“Na mijn tijd bij Artibus kon ik bij toeval een partij pigmenten gratis overnemen, kleurstoffen om zelf olieverf te maken. Daar ben ik mee aan de gang gegaan. Toen heb ik ook een tijdje in de sfeer van Rembrandt gewerkt, maar technisch ging dat niet altijd goed. Nu zit ik weer in een Rembrandt periode. Ik heb les gehad bij het Rijksmuseum en een aantal van zijn zelfportretten nageschilderd om van te leren. Die man was geniaal, maar schilderde ook heel efficiënt. Hij liet een deel van de onderschildering gewoon staan. Binnenkort ga ik ook verf leren maken bij verfmolen De Kat. Ik ben op zoek naar die dikke, pasteuze verf die Rembrandt gebruikte. Ik weet dat hij meel in de verf gooide, maar daarmee ben je er nog niet.”

Hubble

“Ik was altijd al bezig met schepping en schreef daar ook over in het ‘Boek van de Universele Wetten, en leidraad voor bewust leven” (2015). In die tijd zag ik ook een boek

(tekst gaat verder onder de afbeelding)

Kosmos-serie-nr-2a-Sterrenpoort
Kosmos-serie-nr-2a-Sterrenpoort

met foto’s van de Hubble telescoop. Prachtig. Daar zit zo’n diepte in, letterlijk. Ik begon dat soort beelden te maken. Ze ontstonden eigenlijk gewoon.”

“Deze serie was ook een kentering in mijn beleving van schilderen. Eerst bedacht ik vooraf wat ik wilde schilderen. Nu liet ik dat wat ik aan het schilderen was, bepalen hoe ik verder ging. Het was voortborduren op wat zich aandient. Dat heeft eigenlijk ook weer geleid tot mijn boek. Het schrijven van dat boek en het schilderen van deze serie ging min of meer gelijk op.”

“Het leuke van dit soort werken is dat er geen horizon is. Ik kan het schilderij telkens draaien en verder werken. En je kan ook een onderdeel pakken en dat uitvergroten in een volgend schilderij. In de kosmos is elke vorm mogelijk. Je kan het zo gek niet bedenken of het bestaat. Je bent daardoor totaal vrij in het schilderen. Het zit heel dicht bij het abstracte maar is toch realistisch. Je ziet het universum.”

“Technisch gezien is deze serie één geheel. Eerst zwarte acrylverf als ondergrond en dan met olieverf in doorzichtige laagjes verder – glacerend werken in doorzichtige laagjes. Er komen telkens kleuren bij maar je blijft de ondergrond zien. Zo krijg je die dieptewerking.”

In april verschijnt een nieuw boekvan me: “Boek van het scheppen.” Daarmee rond ik ook een serie boeken af, de Biblos-serie. Voor zover ik weet is ook de serie schilderijen afgerond. Maar het kan best zijn dat er nog één ontstaat.”

Meer van zijn werk is te zien en te lezen op www.willemglaudemans.nl

Kosmos, schilderijen van Willem Glaudemans, wordt geopend met een muzikale ‘reis door de sterren’ door twee jonge talenten. Sil speelt de muziek van de film ‘Interstellar’ en Myrthe ‘The Journey’ van Maroney.

Opening zaterdag 3 februari om 19:30u. Vanaf 20:30 is er JazzClub. Toegang gratis. De expositie is te zien tot 23 maart tijdens activiteiten (zie http://www.artishock-soest.nl). Daarnaast is Artishock open op: woe- en vrijdagochtend van 10-12 uur, maan- en woensdagavond van 19.15-20.15 uur. Verder in overleg: 06 25586354.

WG_Kosmos1_ed_klein

Haasje Rep

Haasje Rep

Het voorjaar is het haastige jaargetijde. Van de ene op de andere dag komen knoppen uit en bloeit de lente.

Als paarden over het schaakbord schieten ze door het weidse land van Arkemheen-Eemland: rechtuit, haakse bocht, rechtuit. Slootje springen doen hazen zonder aanloop. Gewoon, in een streep erop en erover. Zoefzoef kiest het hazepad.

De Haas -Raoul Hynckes (1946)
De Haas – Raoul Hynckes (1946)

Zie die enorme oren boven het gras. Net als zijn ogen kunnen ze 360 graden rond richten. Zie die grote dijen springen in het veld. Konijnen – staartje omhoog – zijn sprinters, maar de haas – staartje omlaag – kan vele kilometers per nacht afleggen.

Je weet nu hoe de hazen lopen. Haastig, natuurlijk, en eigenlijk springen ze meer. Ik zag ze met Pasen, want dan wordt het paren geblazen. En volgens de oude verhalen was op een jaar de voorjaarsgodin Eastra of Ostara te laat gekomen. Om het goed te maken, wilde ze een jong vogeltje redden. Helaas, het was al bezweken aan de nachtvorst. Ze veranderde toen het vogeltje in een haas. Eén dag in het jaar zou hij voortaan eieren leggen. Vandaar.

Het voorjaar: het haastige jaargetijde. Van de ene op de andere nacht wordt in de natuur gezongen, gebouwd en gebloeid. Alle leven knalt eruit, in een vlucht naar voren. Het is vast al bijna te laat. Rennen om erbij te zijn. Bij de tijd, bij de rijpheid, de oogst en de onvermijdelijke dood.

Haast je langzaam, maart, maar haast je. Want het is “Om te janken zo mooi:”Haas_20180124_editedklein

“Kan iets verser dan het vers is
Kan iets jonger zijn dan jong

Zie hoe de zon een scherpe schaduw trekt
Onder de wijde wilgen
(…)
Kan iets leuker dan het leuk is
Jeugdiger dan jeugdig

Ach ik ben Goddank
Dus nog een keer
Een jonge lente waard”

(uit Maarten van Roozendaal: ‘Mooi’)

Zoo Palescue Nr.5

Dit is een bijdrage voor het maartnummer 2018 van Veren & Vachten, het tijdschrift van Dierenzorg Eemland.

Veren & Vachten_201803_HaasjeRep_ed

Metamorfoses en Emoties in overzichtstentoonstelling Ton van Gennip

Metamorfoses en Emoties in overzichtstentoonstelling Ton van Gennip

In februari exposeert Ton van Gennip in Artishock. Ton maakt kleurige schilderijen in zijn “strijd om het positieve te behouden.” In zijn schilderijen lukt dat zeker.

Ton van Gennip: “Ik zat met een burn-out als cultureel werker en kort na elkaar overleden mijn twee boers. Toen ben ik eind 1995 gaan schilderen. Dat ging eigenlijk vanzelf. Ik had geen basis voor de olieverftechniek maar kon wel tekenen. Dat zit ook in de familie. Een broer van mij heeft op de Kunstacademie gezeten en mijn zus als grafisch ontwerpster ook.”

“Ik begon als kopiist, het kopiëren van werken die ik interessant vond: Dalí, Van Gogh, Kadinsky, Hockney…studies, om te ontdekken hoe zo’n schilderij in elkaar steekt. Met een bewerking van het schilderij ‘Strijdende Vormen’ van Franz Marc (1880-1916) naar een schilderij met de titel ‘Innerlijke Strijd’ ontdekte Ton zijn eigen thematiek.

Emoties

Ton van Gennip
Ton van Gennip in atelier

“Dat schilderen ging zo goed dat mijn zus zei: Je moet ermee doorgaan. We hebben samen een project ontwikkeld over emoties. Zij maakte digitale kunstwerken en ik een serie olieverfschilderijen Daarmee hebben we ook in Italië, waar mijn zus vaak woonde, geëxposeerd. Een bijna biografisch project van onze ervaringen op gebied van verlies.”

Ton maakt verzorgde schilderijen met veel kracht en kleur. Toch noemt hij als belangrijkste thema’s “vergankelijkheid en emotie. Ik heb er veel mee te maken gehad en op deze manier komt er dan wat moois uit. Dit schilderij bij voorbeeld, ‘Angst’, uit het tienluik ‘Emoties.’ Abstracte vormen, maar je ziet eigenlijk een verrotte citroen van heel dichtbij genomen met macro lens. Deze serie heb ik nu gerestaureerd, dat wil zeggen: sommigen wat minder, andere behoorlijk veranderd.”

“Daardoor ben ik ook gaan zoeken naar andere aspecten van vergankelijkheid, naar het proces van groei en het vergaan ervan. Beelden van dat proces fotografeer ik, vergroot ik, en schilder ze op groot doek zodat vaak een mystiek beeld ontstaat.”

‘Metamorfoses’

“Voor het project Metamorfoses 1-2-3-4-5 heb ik bij voorbeeld het vergaan van een aardappel gevolgd. Met macro-foto’s zie dan heel aparte vormen en kleuren.”

“Ik ben wel heel productief geweest maar heb ook slechte tijden gehad. In 2014 overleed mijn zus plotseling. We hadden plannen om meerdere projecten te gaan ontwikkelen. Ik heb daardoor een tijd niet kunnen schilderen. In april 2016 heb ik toch weer de draad opgepakt.”

“Mijn stijl ontwikkelt zich nu naar het surrealistische vlak. Om deze stijl meer te perfectioneren ben ik toen begonnen bij Peter van Oostzanen met fijnschildertechniek. Nu ben ik bezig aan een hyperrealistische serie. Ik krijg steeds meer inzicht in het fijnschilderen om details heel ver door te voeren.”

Ton is nu 18 jaar bezig en was al eerder te zien bij verschillende groepstentoonstellingen. Ook heeft hij in die tijd heel wat werken verkocht en opdrachten gehad, maar “ik vind het zo leuk dat ik nou eens solo kan exposeren. En de ruimte van Artishock is op zich al zo mooi.”

Meer over het werk van Ton van Gennip is te zien op zijn site ‘toon-aard.nl‘.

Ton van Gennip’s Overzichtsexpositie wordt geopend door Peter van Oostzanen op zaterdag 3 februari om 20:00u. Zaal open: 19:30u. Vanaf 20:30 JazzClub: Willem Romers Trio. Toegang gratis.

De kunstenaar is ook aanwezig op zondagmiddag 11 februari bij de sessie voor (semi-)professionele jazzmusici. De expositie is te zien tot 26 februari tijdens activiteiten (zie http://www.artishock-soest.nl). Daarnaast is Artishock open op: woe- en vrijdagochtend van 10-12 uur, maan- en woensdagavond van 19.15-20.15 uur. Verder in overleg: 06 25586354.

November

November

Collage met The Specials

November_20171124
November

Volhouden
Niets doen
Hou vol
 
Doe niets
Het valt niet mee
Er moet zoveel
 
Maar nu niet
Nu moet niets
Dat is alles
 
Zoveel dus niet
Doe het niet
Hou vol

Do Nothing

Each day I walk along this lonely street
Trying to find, find a future
New pair of shoes are on my feet
Cos’ fashion is my only culture

Nothing ever change, oh no
Nothing ever change

People say to me just be yourself
It makes no sense to follow fashion
How could I be anybody else
I don’t try, I’ve got no reason

Nothing ever change, oh no
Nothing ever change

I’m just living in a life without meaning
I walk and walk, do nothing
I’m just living in a life without feeling
I talk and talk, say nothing

Nothing ever change, oh no
Nothing ever change

I walk along this same old lonely street
Still trying to find, find a reason
Policeman comes and smacks me in the teeth
I don’t complain, it’s not my function

Nothing ever change, oh no
Nothing ever change

They’re just living in a life without meaning
I walk and walk, do nothing
They’re just playing in a life without thinking
They talk and talk, say nothing
I’m just living in a life without feeling
I walk and walk, I’m dreaming
I’m just living in a life without feeling
I talk and talk, say nothing
I’m just living in a life without meaning
I walk and walk, do nothing

Songwriters: GOLDING, LYNVAL
Publisher: Lyrics © Universal Music Publishing Group, PLANGENT VISIONS MUSIC INC.

Jan Nuijten: 50 jaar schilderen

Jan Nuijten: 50 jaar schilderen

In december exposeert Jan Nuijten met een overzicht van een halve eeuw schilderen in de grote zaal van Artishock. Het ‘cultureel podium Soest’ sluit daarmee het kroonjaar af waarmee de vereniging haar 50e verjaardag viert. “Het eerste schilderij dat ik wil laten zien is ook uit 1967.”jan nuijten

“Ik studeerde toen Bouwkunde aan de Technische Universiteit Delft,” vertelt Jan Nuijten. ”Een van de vakken was handtekenen. Dat bestond uit drie onderdelen: het tekenen van opstellingen met blokken, voor het perspectieftekenen; stillevens maken van bij voorbeeld antieke kasten en gipsen beelden en modeltekenen. Ze vonden dat een architect ook wat anders moest kunnen dan rechte lijnen tekenen. Samen met een clubje vrienden bezocht ik ook veel tentoonstellingen. Dat doe ik nog steeds graag, met mijn vrouw.”

Plein

“Ik trouwde met Agnes, die danst, in 1971. We wilden graag in deze omgeving wonen en werken en ik kon aan het werk bij architectenbureau Van Wijk en Gelderblom aan de Hildebrandlaan. Zo’n vier jaar later ging ik daar weg en heb tot de VUT bij het College bouw zorginstellingen gewerkt dat de bouwplannen voor de zorgsector coördineerde. Dat was in Utrecht.”

“Ik heb met mijn zoon foto’s gemaakt van alle bouwwerken van mij die zijn uitgevoerd. Mijn belangrijkste werk was het stadskantoor van Nieuwegein. Toen ik daaraan begon in 1975 was er niets, dus ik kon het plein inrichten vanaf de sneltramhalte. In 2000 is het gesloopt omdat het te klein werd. Als ik in de sneltram zat, keek ik maar de andere kant op toen ze bezig waren met zo’n kogel. Er is nu weinig plein meer.”

Drie Periodes

“In 1986 ben ik lid geworden van Artishock, waar ik toen ook een cursus etsen heb gevolgd. Je had toen een jaarlijkse ledententoonstelling waar ik een paar keer aan heb meegedaan. Op deze tentoonstelling is te zien dat drie periodes in mijn werk te onderscheiden zijn. Die periodes hebben vooral te maken met de fase waarin het gezinsleven zich bevond.”

“In mijn eerste en tweede periode werkte ik vooral met olieverf. In de derde periode was ik op een gegeven moment door mijn doeken heen, maar had nog wel een aquarelblok. Dat beviel wel. Ik begon met landschappen en stadsgezichten, en daarna vooral portretten.”

“Het overlijden van onze zoon Kaj in 2009 was voor mij aanleiding een portret van hem te maken in acrylverf. Meer acrylschilderijen volgden, waaronder portretten, ook van onbekenden. Eerder had ik niet gedacht dat ik portretten kon maken.”

“Het is nog steeds een uitdaging om mezelf te ontwikkelen. Nu ben ik met inkt aan het experimenteren bij aquarelwerken.”

Jan Nuijten_Dickens1

Opening Expositie ‘Een Halve Eeuw Schilderen’ van Jan Nuijten: zaterdag 2 december. Zaal open: 19:30u. Vanaf 20:30 JazzClub. Toegang gratis. De expositie is te zien tot 22 december tijdens activiteiten (zie http://www.artishock-soest.nl). Daarnaast is Artishock open op: woe- en vrijdagochtend van 10-12 uur, maan- en woensdagavond van 19.15-20.15 uur. Verder in overleg: 06 25586354.

De egelslaap

De egelslaap

Kopij voor Veren & Vachten, het tijdschrift van Dierenzorg Eemland. Onder de titel Zoo Palescue is in elk nummer een hoekje van [precies] driehonderd woorden ingeruimd voor een exemplaar uit mijn persoonlijke menagerie. Dit keer over het egeltje – zijn winterslaap en andere overeenkomsten met de mens.

De wintertijd gaat in: even wordt het eerder licht en later donker. Per saldo blijft het tot april vooral donker, koud, en nat. Ach, konden we maar slapen tot april en dan horen dat die insectensterfte een boze droom was. De winterslaap bespaart gas en licht en je valt moeiteloos af. Sommige zoogdieren zijn er mee gezegend. Zoals de egel, een tuindier met de hoogste schattigheidsfactor. Het beestje heeft een zesde zintuig: het orgaan van Jacobson. Dat is een soort extra neus. Slangen en katten hebben het ook.

Toch is het egeltje best asociaal – het is een eenling en een nachtdier. Het smakt bij het eten, snuift en snurkt hardop en zorgt ook bij het paren voor burengerucht. En net als veel mensen zet hij in een kritieke situatie zijn stekels op en keert letterlijk in zichzelf. Vaak helpt het , maar tegen auto’s niet. Met zijn bolle zwarte kraaloogjes ziet een egel namelijk slecht. Het aantal egeltjes is de afgelopen tien jaar dan ook gehalveerd. En de tien jaar daarvoor ook…

Wil je de egelpopulatie helpen – en wie wil dat niet? –  gebruik dan geen gif in de tuin tegen insecten of slakken. Ook niet als er ‘biologisch’ op het etiket staat. Stekels helpen niet als wij hun voedsel vergiftigen. Als we van egeltjes houden moeten we dus ook de kriebelbeestjes en slijmerige slakken respecteren. We noemen het ongedierte, maar ondieren bestaan niet.

Wat ook helpt: dorre bladeren achterlaten in een hoek van de tuin of schuur. Daarin kan de egel overwinteren. Er zijn zelfs speciale egelhuisjes te koop. Zet er een beetje eten bij voor als hij onverhoopt wakker wordt. En ja, dan moet je dus die tegels weghalen. Dat moet sowieso als je het water en het leven een kans wil geven.


Zo zag het er uiteindelijk uit in de editie van december 2017 (12e jaargang nr.4):

4 ZooPalescue Egelslaap_klein
egelhuis maken
Egelhuisje

Philip Westera: “Ik kies voor Pan” – of: De mythologische Rolling Stones

Philip Westera: “Ik kies voor Pan” – of: De mythologische Rolling Stones

Deze maand exposeert Amersfoortse schilder Philip Westera in Artishock met abstract expressionistisch werk. Ook neemt hij deel aan het gesprek rond de filmPhilip Westera met Draw Back ‘Basquiat’.

Jean-Michel Basquiat had als neo-expressionistisch schilder in de jaren ’80 een korte, turbulente carrière voor hij overleed op 27-jarige leeftijd. Jan Hazelaar en Ali van den Berg (Beeldentuin; Kunststichting Hazart) hebben als gastprogrammeurs de film over zijn leven uitgezocht. Artishock Galerij vond Philip Westera bereid zijn werken – “vrijwel allemaal uit de afgelopen vijf jaar” – te exposeren.

Zeker in dit jubileumjaar gaan in Cultureel Podium Artishock verschillende kunstvormen een samenwerking aan. In november pakt het filmhuis uit met enkele bijzondere initiatieven, waaronder Harten 5. Vijf mensen uit de Soester samenleving mogen een film uitkiezen en lichten hun keuze toe. De expositie van multi-kunstenaar Philip Westera sluit bij aan bij de filmkeuze van Kunststichting Hazart.

Spelen voor volwassenen

“Waarom is het abstract-expressionistisch?” begint Philip uit zichzelf. “Dat heeft ook met muziek te maken. Als ik op het podium sta probeer ik mensen te bereiken met wat ik uit. Dat is expressie, iets doen. Er is een wisselwerking tussen publiek en instrument. Maar voor muziek zijn weinig woorden, of beelden – het gaat door de lucht en verdwijnt. Dat is heel abstract.”

Philip schilderij2Schilder-beeldhouwer-bard-bassist Philip Westera is “liever filosoof van het platteland dan beroemd kunstenaar…Ik pretendeer niet heel moeilijke dingen te maken. Ik probeer tot een soort zen-boeddhistische leegheid te komen waarin je bijna onbewust werkt in het hier en nu. Het schilderij wordt een weerslag van het moment, het vastleggen van een toestand, zoals in de fotografie.”

“Wat ik doe is spelen voor volwassenen. Die manier van werken is niet nieuw. Het begon eigenlijk al 100 jaar geleden, na de Eerste Wereldoorlog, en werd groot in de jaren vijftig, met Jackson Pollock in Amerika en Nederlanders als Karel Appel en Lucebert, die ik erg bewonder. In de jaren ’80 was er weer een opleving.”

Nu is die richting niet populair. Philip: “In Duitsland wordt het nog steeds als echte kunst gezien. In Nederland is alles nu heel conceptueel en bestaat kunst alleen als toeristische attractie. Mondriaan zou zich omdraaien in zijn graf, als hij wist hoe er nu met hem wordt omgegaan. Hier vragen mensen vaak: kan je daarvan leven? Nou, zeg ik dan, ik ben niet dood. Maar zonder de kunst was ik misschien wel dood geweest. Het geeft me de kans alles van me af te gooien.”

“Daarnaast is er ook altijd de muziek. Ik heb van alles gespeeld, maar de bas is mijn belangrijkste instrument. Ik heb een dansband gehad, maar ben nu meer met jazz bezig en speel in jamsessies. En ik treed op als bard: liedjes zingen met de gitaar – vertaalde liedjes, bekende songs en ook zelfgeschreven werk. Ik schrijf vanuit m’n gevoel. De tekst moet er in één keer uit. En als het me dan drie keer echt aangrijpt tijdens het spelen is het goed. Maar er is er in Nederland maar één iemand die dat echt goed kon: Annie M.G. Schmidt. Bij de opening zal ik ook een paar liedjes spelen.”

De mythologische Rolling Stones

Philip volgde de beeldhouwrichting van de Utrechtse kunstacademie. “Op de HKU heb ik niet echt leren beeldhouwen. Na de academie wilde ik het echte werk leren. Daarmee ben ik vreselijk op mijn bek gegaan. Ik verschoot al mijn kruit voordat het echte leven begon en raakte in een depressie. Beeldhouwen kon ik al wel, dus ben ik gaan schilderen. Dat is voor mij een worsteling maar ik wilde het doen omdat ik het niet kan. Het moet een uitdaging blijven. Dat heeft ook iets met mijn vader te maken. Ik ben kritisch opgevoed: het is niet gauw goed. Mijn vader kon ook goed schilderen, dus deed hij het maar weinig. Hij vond zichzelf een technicus. Hij kon maken wat hij wilde met zijn handen.”

Philip schilderij Fallen Angel“Sommige werken zijn echt abstract. Dan ben ik vaak gewoon op tijd ermee gestopt. Als beeldhouwer heb ik nog steeds vormdwang. Ik probeer de verf spontaan te laten werken, maar zie onvermijdelijk vormen die ik benadruk. Toch, als ik iets gemaakt heb, zit ik nog dagen te bedenken wat het is. Van deze – ‘Draw Back’– weet ik na bijna een jaar nog niet waar het over gaat. Er zit een pornografisch tikje in maar dat is niet zo leesbaar, dus ik vind het wel toonbaar.”

“Van deze wist ik na zes weken dat het de bosgod Pan was. In de mythologie bestaat het verhaal dat hij en oppergod Apollo een wedstrijd deden wie de beste muziek kon maken. Pan maakte mooiere muziek, maar Apollo won. De gevestigde macht kreeg erkenning, de halfgod Pan niet. Dat is een beetje zoals The Rolling Stones en het begin van de popcultuur. Dat soort bands ging op een spontane manier tegen de stroom in. Maar die spontaniteit was zo sterk dat het de mensen betoverde. Als in De rattenvanger van Hamelen gingen ze erachter aan. De tegencultuur werd zo zelf een machtsfactor en Apollo, de zittende macht, moet daarmee om zien te gaan.”

“Dat is een thema in mijn leven en mijn werk. Ik voel me niet zo verbonden met succesverhalen. Erkenning hangt altijd samen met een groepsbelang. Ik probeer de schoonheid die ik zelf mooi vind te verbeelden. Sommigen vinden het wat teveel van het goede, of teveel van het lelijke. Ik ben onbeheerst. Ik geloof niet zo in de beheersing van mensen. Ik kies voor Pan, de miskende halfgod. Wat ik zeg is vrij en ik ben vrij om te doen wat ik wil.”

“Sinds een jaar of vijf ben ik ook weer aan het beeldhouwen. Dat is heel veel werk, maar ik voel geen druk meer om daar een carrière van te maken. Ik geloof ook niet in zoiets als cultureel ondernemerschap. Als thema voor de discussie na de film stel ik dan ook de vraag: kan en mag een kunstenaar helemaal uit zichzelf werken, zonder engagement?”

uitnodigingPhilipWestera

Zie ook: vormforum.nl (Philip Westera) en hazart.nl.

Philip werkt ook als beheerder op Cultuurboerderij Nieuwe Erven in Amersfoort.

De expositie van Philip Westera wordt geopend op zaterdag 4 november. De zaal is open vanaf 19:30u. Philip zal dan ook optreden als bard (singer/songwriter). De opening wordt mede opgeluisterd door Jan Hazelaar en Ali v.d. Berg van Kunststichting Hazart. Vanaf 20:30 JazzClub. Toegang gratis.

De expositie is te zien tot 24 november tijdens activiteiten (zie artishock-soest.nl ). Daarnaast is Artishock open op: woe- en vrijdagochtend van 10-12 uur, maan- en woensdagavond van 19.15-20.15 uur. Verder in overleg: 06 25586354.

Zondag 12 november: film ‘Basquiat’ – 19:30u. Kassa open: 19:00u. Voor de film is er een kort interview met de gastprogrammeurs. Na afloop is er een nabespreking met zowel kunstenaar als gastprogrammeurs. Entree € 7,50 / leden € 5,50; Passe Partout 5 avonden € 32,50 / leden € 22,50. Zie artishock-soest.nl voor het complete programma

One / Pay Me – 2 songs / twee teksten

One / Pay Me – 2 songs / twee teksten
U2-adam-nude-covered-achtung-baby
Adam covered up on Achtung Baby

One – U2  (CD: Achtung Baby, 1992) Lyrics © Sony, Bono; vertaling Eén © Palescue/philipwestera, 2017

Een

Gaat het nu wat beter, of blijft het als het is
Weet je wat zal helpen? Een schuldbekentenis.

Jij zegt, Een liefde, Een leven
Als er een wil is in de nacht
Is het een liefde, die we delen.
Maar het verdwijnt schat, als je niet oppast.

Was ik teleurstellend, liet ik een rotsmaak in je mond?
Je doet of je nooit liefhad en dat ik nooit liefde vond.
Maar het is te laat vandaag, om de tijd van toen opnieuw te doen.
We zijn Een maar we zijn niet gelijk
En we dragen elkaar verder, dragen elkaar…Samen

Ben je gekomen voor vergeving,
voor de lijken in de kast?
Kwam je hier als Jezus voor de junkies in je hart?
Vroeg ik te veel, meer dan veel?
Je gaf me niets en daar doe ik het nu mee.
We zijn Een maar we zijn niet gelijk.
Toch te diep geraakt en dan elke keer weer.

Je zegt: liefde is een tempel, liefde is de hoge weg.
Je zegt liefde is heilig, liefde is de hoogste wet.
Je vraagt me dan naar binnen maar ik moet kruipend naar je toe.
Ik heb geen houvast meer aan wie jij bent. Want, wat jij leeft is pijn.

Een liefde, Een kleur, Een leven, doe nu maar wat je moet
Een leven met elkaar: zusters, broeders
Een leven, al zijn we niet gelijk. 
We dragen elkaar verder, dragen elkaar.
Samen Een.

Achtung Baby

Het album Achtung Baby was de redding van de band U2. In een persoonlijke en creatieve crisis van de band vond de ommekeer plaats in een sessie in de Berlijnse Hansa studio’s, waar David Bowie ook zijn beroemde trilogie opnam. In die sessie werd het nummer One geboren waarin de crisis van de band wordt verbeeld.

De eerste, controversiële cover van Achtung Baby  (zie hierboven) vertoont een volledig naakte drummer, Adam, van de band.

One kwam uit in 1992, was een groot succes en wordt nog steeds in elk concert opgenomen. Er valt nog veel meer over te zeggen maar ik laat het bij de woorden van Bono. In een interview met Los Angeles Times in 1993 zei hij:

“Het is een nummer over samenkomen, maar niet het oude hippie-idee van “Let’s all live together”. Eigenlijk is het juist het tegenovergestelde. We zijn één, maar niet hetzelfde. Het zegt niet dat we bij elkaar willen komen, maar dat we dat moeten, om te overleven. Het herinnert ons er aan dat we geen keuze hebben.”

Johnny Cash

bracht in 2000 op zijn cover-album Solitary Man (American III) een eigen interpretatie uit van het nummer. Na het beluisteren van deze versie meldde Bono van U2 dat het een eer was dat een groot artiest als Johnny Cash hun nummer gebruikte en er een eigen interpretatie aangaf. Mary J. Blige zong het later samen met U2 en bracht het ook uit in haar versie. In mijn oren is de versie van Johnny Cash de mooiste.

Uitdaging

Wie durft dit nummer en/of het volgende te zingen als Eén, dan wel Mijn Loon? in welke interpretatie dan ook? Laat het weten, en vooral: laat het horen. Philip Westera heeft het ook gezongen, en mijn vertaling verbeterd. Als hij het met zijn stem alleen maar voorleest is het al mooi en wordt het een heel eigen versie.

En nu iets geheel anders:

Pay me – Tom waits (CD: Bad as me, 2011) Lyrics  © Tom Waits; vertaling Mijn Loon © Palescue, 2011

TomWaits_Caravan_M
Photo by Tom Waits
Pay MeMijn Loon
They pay me not to come homeMijn loon om niet terug te gaan
Keeping me stonedZe houden me stoned
I won’t run awayZo ren ik niet weg
They say it’s easy to get’t Schijnt je krijgt ’t maar zo
Stuck in this townVast in de stad
Just like JoanNet als Jet
You know
I gave it all up for the stage
Je weet
ik gaf alles op voor toneel
They fill my cup up
in a cage
Ze maken m’n kop vol
in een kooi
It’s nobody’s business but mine
when I’m low
’t Gaat geen ander wat aan als
ik niet meer wil
To hold yourself up is not a crime
here you know
Rechtop blijven staan is geen
misdaad hier, hoor
At the end of the worldAan het eind van de weg
And I kick
my foot at the lights
En ik schop
met m’n voet naar het licht
I breathe it in all nightIk adem het ‘s nachts in
There’s a light on a
canvas tree
Er hangt een lamp in ‘n
linnen boom
And money from home
supporting me
En zakgeld van thuis
voor elke maand
They pay me not to come homeM’n loon om niet terug te gaan
I won’t eat crowIk blief geen kraai
I’ll stay awayIk blijf wel weg
And though all roads will not lead
you home my girl
En al leidt niet elke weg
naar huis mijn lief
All roads lead to the end of the
world
Elke weg leidt naar weer verder
weg
I sewed a little luck up in the hem of my gownEn ik naaide wat geluk zo in de
zoom van mijn jurk
The only way down from the gallows
is to swing
Weg van de galg kom je alleen
als je al hangt
And I’ll wear boots instead of
high heels
Dan gaan de pumps uit voor
laarzen
And the next stage that I’m on it
will have wheels
En mijn volgende vloer zal op
wielen staan

Bad As Me

Niet elke plaat verdient veel aandacht en ook niet elke tekst van Tom Waits is te vertalen.

Bad as me is nog steeds, na acht jaar, de laatste plaat van meneer Waits en nog steeds de moeite waard. Pay me raakte me direct en ik vind het nog steeds mooi. Ik dacht dat het relatief makkelijk te vertalen was, maar dat viel nog niet mee. Met de frasering van Waits en de lijnen waarmee hij melodie tekent is de uitdaging voor de zanger ook nog wat groter dan die van One. 

Tom Waits is lastig te coveren. Toch is het gedaan, en toevallig ook door Johnny Cash die Down There By The Train herzong, ook weer op zijn American Recordings. Om degene die het wil zingen bij de gitaar op weg te helpen hierbij de link naar de acoorden.

Waar gaat het over?

De song One  staat voor verschillende interpretaties open, waarvan verschillende waarheid bevatten. Datzelfde geldt voor dit lied. Uit een Q & A met de New York Times zei Tom Waits zelf hierover:

Q. What’s going on in the song “Pay Me”?

A. I saw a poster that was from, like, the turn of the century, and it said “Missing,” and it was for a girl who was missing, and the family was putting a classified ad on the side of a building. And at the bottom it said, “she need not be afraid to come home.” Because those were big things. If you left home and you moved to another town and you were working in a saloon, your family might pay you to stay right where you are because they don’t want you to bring shame on them.

All records are riddles, and whatever you may want people to think it’s about, it may just be throwing them off. And you don’t want it to get in the way of what someone else’s understanding is. It’s not really about anything. At the same time, it will find some meaning.

‘Elke opname is een raadsel…eigenlijk gaat het nergens over. Tegelijkertijd zal het iets van betekenis vinden.’

Hanz-Art hangt in De Speeldoos

Hanz-Art hangt in De Speeldoos

Sinds dit seizoen verzorgt Cultureel Podium Artishock de exposities in de openbare ruimte van theater De Speeldoos. Deze weken is daar, tot 8 november, het werk van kunstenaar Hanz-Art te zien. Hanz-Art, Hanz voor intimi (inderdaad, met een z) noemt zichzelf liefst ‘Artoonist.’

Zelfportret van Hanz-Art
Zelfportret van Hanz-Art

Deze Baarnse kunstenaar is een kleurrijke verschijning, met zijn kleding van Victoriaanse snit en bijpassende baard met krulsnor. Zijn schilderijen zijn ook kleurrijk. Zijn werk bevat veel humor maar hij gaat zware onderwerpen niet uit de weg.

Hanz-Art: “In De Speeldoos komt ook wel zwaar werk te hangen, qua gewicht ook, als het lukt. Kunst mag ook confronterend zijn, vind ik. Het hoeft niet alleen gezellig te zijn. Het wordt een soort bloemlezing uit al mijn periodes, met cartoons en impressies, maar ook Eemgezichtjes – landschappen dus.”

Hanz-Art is vaste gast bij Tekenclub Artishock in Soest. Daar studeert hij modeltekenen. Ook is hij bij diverse gelegenheden actief als karikaturist. Daarnaast is hij actief betrokken bij Kunsthuis het Koetshuis in Baarn. Ondanks zijn expressiviteit en jarenlange ervaring is hij erg bescheiden over zijn vrije werk. De expositie in De Speeldoos in dan ook zijn eerste solotentoonstelling.

Artoonist

Hanz-Art zegt: “Ik omschrijf mijzelf het liefst als Artoonist. Ik las deze term in zo’n wegwerpkrantje dat ik in de trein had gevonden. Een kunstenaar, van wie een schilderij getoond werd, noemde zijn stijl zo. Zijn werk beviel mij en deed me denken aan mijn eigen werk. Sindsdien leen ik deze term met plezier. Een Artoon is een kleurrijk en illustratief geschilderde kritiek. Geen tekening zoals een cartoon, maar een schilderij waarin het onderwerp op humoristisch-kunstzinnige wijze wordt verbeeld.”

flyer Hanz-Art“Ik ben als het ware met een potlood in mijn hand geboren. Als autodidact heb ik een ruime ervaring opgedaan in tien jaar schilderen op muren, doeken en panelen. Ik heb illustraties gemaakt, kaarten ontworpen, en natuurlijk veel karikaturen getekend. En ik begeleid workshops. Mijn kleurrijke, illustratieve stijl leent zich uitermate goed voor kinder- en babykamers, of bij voorbeeld snoezelruimten.”

“Mijn verhaal staat te lezen op mijn doeken. Ik heb zo alweer genoeg gepraat over mijzelf. Kom vooral kijken.”

Hanz-Art exposeert – te zien tot 7 november in theater De Speeldoos, Rembrandtlaan 35, 3741 TA Baarn. De expositie is tot 7 november a.s. te zien in de gangen van het theater tijdens de openingstijden: op werkdagen van 9.00 uur tot 17.00 uur, in de avond en in het weekend tijdens theatervoorstellingen en andere activiteiten. Adres: Rembrandtlaan 35, 3741 TA Baarn. Website van de kunstenaar: www.hanz-art.nl.

 

HanzArt in Actie
Hanz-Art in actie met een landschap

“Muzikanten in de spotlight” – expositie van Henk Smeekes

“Muzikanten in de spotlight” – expositie van Henk Smeekes

Henk Smeekes schildert “Muzikanten in de spotlight.” Zijn expositie is in Artishock foto Henk tbv Artishock-001precies op zijn plek. Deze weken organiseert Artishock-Jazz namelijk enkele bijzondere evenementen vanwege het 50-jarig bestaan van de vereniging.

“Nu ben ik bezig met Keith Richards, van The Rolling Stones. Je bent de eerste die het ziet, na José, mijn vrouw. Het moet nog gevernist worden. Het is klassiek geworden, maar ook ruw. Ik heb ‘Zelfportret met tulband’ van Rembrandt gebruikt als voorbeeld. Rembrandt gebruikte ook een soort spotlights in zijn werk, vaak met het licht van links.”

9 seconden

“Ik heb veel jazzmusici geschilderd, Miles Davis zelfs drie keer, maar dus ook rock & roll iconen – altijd mensen met een bepaalde uitstraling. En ik moet wat met hun muziek hebben, die draai ik ook tijdens het schilderen. Daarnaast maak ik stadsgezichten, deels van foto’s, deels fantasie. Het regent er vaak. Dan krijgt een straat glans, begint zo’n straat te leven en kan je er zo een jazzcafé inlopen.”

Henk Smeekes_Portret van John Coltrane
Henk Smeekes: portret van John Coltrane

“In mijn werk probeer ik diepte te geven en de kracht van de werkelijkheid naar voren te halen. Het zou mooi zijn als mensen langer dan 9 seconden bij het schilderij blijven staan kijken en zin krijgen om de muziek erbij te horen. Zelf ga ik altijd alleen naar musea, want ik kan zomaar een half uur voor een schilderij staan. Veel kijken is belangrijk en daarbij blijf ik een beetje spelen, experimenteren, om mijn eigen signatuur duidelijker te krijgen. Als het goed is drukken schilderijen uiteindelijk alleen zichzelf uit.”

Losgegaan

“Kennelijk wordt de bedoeling van mijn werk herkend. Ik krijg best vaak particuliere opdrachten. Daarnaast ben ik actief als creatief therapeut bij Viore in Hilversum. Ik viel in voor 6 weken, maar doe het nu alweer 6 jaar. Viore is een activiteitencentrum voor mensen die leven met kanker. Ik geef niet echt les. Dan zeg ik: ‘Doe gewoon wat in je opkomt. Vaak is dat heel zwart, zeker in het begin. Dan geef ik wat kleur aan of een paletmes. Mensen die nog nooit een kwast hebben vastgehouden zie je in een maand opbloeien.”

De expositie ‘Muzikanten in de spotlight’ wordt geopend op zaterdag 7 oktober, 20:00u. Vanaf 20:30 JazzClub. Toegang gratis. De expositie is te zien tot 27 oktober tijdens activiteiten (zie www.artishock-soest.nl). Daarnaast is Artishock open op: woe- en vrijdagochtend van 10-12 uur, maan- en woensdagavond van 19.15-20.15 uur. Verder in overleg: 06 25586354.

Zie ook: www.henksmeekes.nl

Green Avenue – Versie 2
‘Green Avenue’ – een stadsgezicht door Henk Smeekes

Saskia van Dorresteyn: “Bestaat de maan wel als niemand kijkt”

Saskia van Dorresteyn: “Bestaat de maan wel als niemand kijkt”

In de maand september presenteert Galerij Artishock een overzichtstentoonstelling van Saskia van Dorresteyn. Overdag werkt ze in de schoenenzaak met haar naam op de Van Weedestraat. ’s Nachts schildert ze thuis in de woonkamer, altijd met muziek. Soms werkt ze aan drie schilderijen tegelijk, soms schildert ze op leer, soms ook met leer. Niet zo gek, als je bent “geboren in een schoenendoosje.”

“Die muziek heeft geen invloed op het schilderen. Ik luister van alles – als het maar niet te langzaam is, dan gaat het niet. Maar ik luister niet bewust. Ik schilder ook niet bewust. In mijn hoofd ben ik bezig met alledaagse dingen terwijl mijn handen het werk doen en ik de tijd vergeet. Soms word ik ’s morgens wakker en ben zelf gewoon benieuwd naar wat het is geworden.”

Alhoewel Saskia van Dorresteyn herkenbare mensen en gebouwen schildert zit er altijd een surrealistische twist in haar werk.

Niet op internet

saskia van dorresteyn schilderij 48 gezichten“Nu ben ik hier mee bezig: een doek met een vrouw en 48 gezichten die overlopen in haar ogen en tranen. Vroeger werkte ik heel realistisch. Dat werd op de Kunstacademie afgeleerd. Ik moest met brede kwasten werken en abstract. Maar daar ben ik niet zo van.”

“Ik heb een ‘knutselboek’ , kijk: schetsen van mensen in allerlei houdingen, ogen, anatomische studies, een stukje metaal dat ik vond… en veel citaten. Ik lees heel veel maar niet op internet, daar doe ik niet aan. Ik zie wel van alles wat anderen niet zien, gewoon als ik buiten loop, of rij op mijn paard of motor. Dat hoef ik niet te schetsen. Een mooie lucht komt wel terug in het schilderij.”

“Soms ik ben ik wel drie doeken tegelijk aan het schilderen, maar allemaal verschillend. Ik maak geen series. Wel zie ik dat ik doorga op persoonlijke thema’s zoals het ongrijpbare van het leven. Het is toch vreemd, hoe we hier op Aarde terecht zijn gekomen in een onmetelijk groot heelal? Toch, als ik schilder heb ik geen andere instelling, geen ander leven, dan in de zaak.”

Leer

“Ik ben natuurlijk geboren in een schoenendoosje. Mijn opa had al in 1926 een schoenmakerij aan de Korte Brinkweg. Toen hij plots overleed, nam mijn vader op vijftienjarige leeftijd de zaak over en bouwde het uit. Halverwege de jaren zeventig verhuisde de zaak naar de Van Weedestraat. Nu werk ik samen met mijn broer en zus in een familiebedrijf met drie winkels. Ooit zeiden we alle drie: ‘we gaan nooit de schoenen in.’”

“Maar hoe gaat dat? Na de Kunstacademie begon ik bij een reclame- en ontwerpbureau. Maar ik paste niet bij de mentaliteit in dat wereldje. Toen begon ik voor mezelf en zat de hele dag in pyjama achter de pc. Ik zag niemand, vandaar dat ik in de weekends in de winkel ben gaan werken, en later helemaal. Ik krijg er energie van, maar dat geldt voor alles wat ik doe.”

“Ik had een portret van mijn vader geschilderd op leer. Dat veranderde in de loop der tijd, het portret krijgt steeds meer craquelé en de pigmenten van het looien komen door de verf heen door de veroudering van het leer. Zo kwam ik op het idee wat anders te doen met leer. Ik heb laarzen beschilderd en jasjes. Die zijn ook op de opening te zien, met andere beschilderde objecten. En deze gaat ook zeker mee: een portret uit duizenden kleine rondjes leer. Je herkent het pas als je aan de andere kant van de kamer staat.”

saskia van dorresteyn schilderijen rogier

“Mensen hebben soms hele verhalen bij mijn schilderijen. Dat heb ikzelf niet maar ik vind het mooi hoe mensen reageren. Het is ook een fijn idee dat, als ik dood ben, mijn ideeën en gevoelens in mijn schilderijen zichtbaar blijven. Soms zit er ook niet zoveel achter.”

“Wat het moet kosten? Ik verkoop liever niet. Maar vragen staat vrij, als mensen maar niet over de kleur van het bankstel erbij beginnen.”

De expositie ‘Bestaat de maan wel als niemand kijkt…’ wordt geopend op zaterdag 2 september, 20:00u. Vanaf 20:30 JazzClub met Rosamint Faas. Toegang gratis. De expositie is te zien tot 22 september tijdens activiteiten (zie http://www.artishock-soest.nl). Daarnaast is Artishock open op: woe- en vrijdagochtend van 10-12 uur, maan- en woensdagavond van 19.15-20.15 uur. Verder in overleg: 06 25586354. 

 

Zoo Palescue: De grijze mus

Zoo Palescue: De grijze mus

Eerst woonde ik onder het dak en hoorde musjes in de zinken dakgoot:

Tik tik tjiep tjiep

Tiktiktik tjiep tik tjiep

Nu woon ik beneden en de mussen zitten op het dak. Ik zie ze in een wolk naar de heg afdalen, als een vallende struik met wapperende blaadjes in de wind. Na kwetterend overleg fladdert de hele club op naar de dakgoot aan de overkant. Sinds kort weet ik ook dat ze tegen een verticale muur kunnen zitten: muurklevertjes.

Zo’n groepje bestaat meestal uit een stuk of twaalf; als je een mus alleen ziet is het waarschijnlijk geen huismus. En dat de groep graag in de heg zit maakt het geen heggenmus. Het is officieel zelfs geen familie. De heggenmus is anders gebekt, met een dun snaveltje, en een echte zangstem.

De huismus zingt niet, hij tjilpt.  Jan Hanlo maakte er een gedicht van met twintig keer het woordje ‘tjilp’. Eigenlijk zegt ‘ie ‘tjiep.’ Onderling, maar ook in het openbaar, zegt ‘ie ook ‘prrrrrrr’, met een rollende r. Volgens sommigen kan de mus zelfs echt zingen en andere geluiden maken. Een klik-geluid betekent ‘nee’.

Mus: bijna niets, ‘n pluizig bolletje met bruine en witte veertjes. Een grijs petje en bij de mannetjes een zwarte vlek op de borst. Hoe groter de vlek, hoe belangrijker het mannetje. De mus, grijze muis onder de vogels. De huismus is ook een echte huismus – hij blijft zijn hele leven in dezelfde buurt.

Ze heten schichtig te zijn, maar bij het pannenkoekenhuis zitten ze soms gewoon aan tafel op de rand. Tekenaar Peter Vos maakte veel portretten van musjes. Want elk musje is anders, zoals alles in de natuur- elke mens, grasspriet en sneeuwvlok- uniek is.

Je maakt mij niet blij met een dode mus. Het musje is zo leuk en levendig. En nooit alleen.


3. VerenEnVachten_sep2017

 

Voor editie september 2017 (12e jaargang, nr.3) van Veren & Vachten, Stichting DierenZorg Eemland

Foto: De Huismus, door Bobette (Gon Smiet) 

 


 

 

 

 

 

 

 

Musje_Bobette

Minibundel: Zaterlog

Minibundel: Zaterlog

* Aan de ketting * Op de kast * Op de bank *

Vrijwel direct uit het notitieboek, tekst en tekening van een zaterdagavond.

* Aan de ketting *

Een ijzeren stormlamp

Een oude verrekijker aan een

lederen riempje

Een damestas in kraaltjeswerk

        vervlochten met zilver

Een Bowiemes in schede

        wederom aan leder geregen

En de volledige kaken van een haai

        met revolverend ivoor

In de schakels van de ijzeren ketting

        met ijzer gehaakt

* Op de kast *

Een kist eigenlijk

Uit Indonesië vervoerd in Ruim 4

Een lange couponschaar

bij een vel obligaties van

Den Bataafschen Olie en Palm Compagnie

Een donker houten gedraaide tabakspot

Een Fransch artisanaal gebakken

en beschilderde pot met passend deksel

Ronde kaarsen wit en blauw

uit bruin ijzer gehamerde waxinelichthouder

en glazen kegels, een vaas en koptelefonades

en een metalen wierookstokjeshouder

* Op de bank *

Kussen’s natuurlijk

Wollen hout en haar van de kat

        onvermijdelijk. Telefoon op afstand

hand- en zakgehouden oortjes van

plastic en koper en meer voor beeld & geluid

        centraal op de plank

belicht in Led en halogenen blauw rood wit

        en groen amber en sepia

van silicoon en edele metalen onder

eeuwig nederdalend stof, in een sfeer

gedraaide lange snorharen,

brandend vet & van geparfumeerde oliën

        doordrenkte lonten in het vat.

Tubien: Het volle hoofd op reis

Achteraf moest ik aan David Bowie denken. Dat komt wel vaker voor als het over kunst in het algemeen gaat, maar niet direct in relatie met een kunstenaar die ik net heb gesproken. In de documentaire Five Years – the making of an icon omschrijft David Bowie zichzelf als verzamelaar van personages en ideeën. Volgens mij zit hij in dezelfde documentaire op de achterbank van een limousine als hem wordt gevraagd hoe hij muziek schrijft. Hij zegt dan, vrij geciteerd: je neemt een idee, doet het in een rock and roll mixer, add some genius en dat is het wel.

Bowie gebruikt rock and roll maar er zijn onlosmakelijk andere disciplines nodig zoals Tubientheater, film, en mode om het af te maken. Kunstenaar Tubien van Wulften werkt ook op een dergelijke manier met fotografie als uitgangspunt.

Tubien: “Ik ben altijd heel creatief geweest. Na de middelbare school wilde ik ook de kunstacademie doen. Uiteindelijk ben ik toch naar de PABO gegaan. Niet daar, maar in die tijd, deed ik een cursus fotografie en dat klikte. Zo heb ik mijn medium gevonden. De PABO heb ik nog wel afgemaakt maar ik ben nooit schooljuf geweest. Met geleend geld heb ik daarna de Amsterdamse Fotoacademie gedaan. Fotografie is de basis maar ik moet er altijd nog iets mee doen. Daarom noem ik mezelf liever kunstenaar.”

Op reis

“Ik ben net terug van twee maanden solo backpacken door Azië. Dat was fantastisch. Maar het was ook de tijd dat Trump gekozen werd als president van de VS. Ik was die dag in Lombok. Met een gezelschap zaten we op een uitzichtpunt: een grasveld op de kliffen boven de zee. De natuur, het uitzicht en het geluid, het was onwaarschijnlijk mooi en tegelijkertijd had ik het gevoel ‘Jezus, alles gaat naar de tering.’ Van daaruit ben ik deze nieuwe serie begonnen met militaire objecten op een onschuldig landschap.”

“Op reis merk je aan alles dat de wereld kapot aan het gaan is. Daarom ging ik ook eigenlijk – aapjes kijken. In Indonesië sterven de Orang Oetangs uit omdat het regenwoud verdwijnt om plaats te maken voor palmboomplantages. Ik heb ze gezien, die eindeloze plantages. En ook Orang Oetangs, ons hostel zat vlak bij een opvang waar ze kunnen komen om te eten. Bij voedertijden zag ik er wel vijf of tien. Maar is dat nu ‘in het wild’? Dat dit nodig is voor ze om te overleven. Diep triest.”

Polaroid

Tubien_OtherMes2“Het is zo makkelijk om je ogen te sluiten. Ik hoop met dit project een steentje bij te dragen aan het besef dat het om de aarde gaat…en de frustratie te delen dat we er niks aan doen dat die kapot gaat. Nu ben ik aan het spelen met militaire objecten op een onschuldig landschap.”

Tubien gebruikt fotografie als uitgangspunt en zoekt naarstig andere ‘lagen’ om zich volledig uit te kunnen drukken. “Zo verwerk ik er gevoelens en een visie in die ik normaal niet zo kan uiten. Ik vind het ook belangrijk verschillende facetten weer te geven. Ik heb altijd een digitaal cameraatje bij me maar dat is niet mijn eindresultaat. Die is voor mooie plaatjes ter herinnering. Met mijn Polaroid ben ik meer bezig kunst te maken.”

“Ik heb ook nog een analoge camera maar die pak ik niet zo snel. Daar kan ik niet zo mee spelen. Polaroid is voor mij de leukste manier. Polaroidfoto’s zijn altijd een cadeautje. Het is basale fotografie: wat doet het licht? Hier zit een streep op, daar heb ik dubbele beelden – hoezo verkeerd? Ik scan ze, maak uitsnedes en combineer. Fotografie is heel pietluttig maar het moet ook een spel blijven. Het toeval moet een rol blijven spelen.”

“In de fotografie snappen ze die manier van werken niet zo. Het is mixed media maar wel met fotografie als uitgangspunt. En het is storytelling maar dan zonder begin of eind. Het is een soort collage, maar collage is een rotwoord. Dat doet denken aan oma die ook eens creatief is met schaar en plaksel. Het gaat mij om een extra laag waarmee ik een visie wil meegeven. Ik wil ook mijn eigen struggle laten zien, de andere kant van mij die je normaal niet ziet.”

Ruimte

Ik: “Je kan met fotografie alle kanten op. Wat ontbreekt er aan dat medium?”

Tubien: “Het lijkt te echt. Daarom moet er een analoge laag in. Dat kan met verf of geschreven teksten, maar die analoge bewerking staat voor mijn fantasie.”

Een foto is ‘echt’ maar ontastbaar. Ook als je het met Photoshop bewerkt blijft het beeld nog ontastbaar, het blijft teveel in je hoofd zitten. Als ik er graffiti in verwerk wordt het al meer tastbare werkelijkheid. Het is ook zo dat ik iets uit mijn hoofd tastbaar wil maken. Maar op zo’n manier dat je weet dat het nep is. Dat is de grens waarop ik werk: aantonen dat de werkelijkheid niet tastbaar is, en de fantasie, de gedachtewereld, wel.”

Gezien het streven iets tastbaars te maken is het niet vreemd dat Tubien ook installaties maakt: “Eigenlijk wil ik elementen apart ontwikkelen en die in een ruimte laten communiceren. Dat heb ik gedaan voor een video-installatie. Een andere beeldinstallatie, “The Other Me’s”, is een onderzoek naar de vraag ‘Wie ben ik?’ Iedereen heeft verschillende personages in zich. Als jij denkt dat je een open persoon bent of een krijger, of wat dan ook, is dat een deel van jezelf. En het is vaak een keuze of je dat personage naar buiten laat.”

“Toen ik daarmee aan het werk ging werd het ook een onderzoek naar materiaal: wie word ik met verf, Photoshop etcetera? Iedereen heeft van huis-uit een blauwdruk meegekregen, maar je hebt ook alle andere facetten in je. Zo gaat het onderzoek heel erg over mij, maar is het ook universeler. Iedereen is hetzelfde en iedereen is uniek.”

Ubien_OtherMes1

Website: Tubien, Artist with Camera Instagram: @Tubien

Illustraties: The Other Me’s, details.

Interview d.d. 27JAN2017 @ Tubien’s Studio