Paddentrek

Paddentrek

Driehonderd woorden over de pad. Met op de tekening een dubbeldekker, een autoband en 5-MeO-DMT.

Z00 palescue #16

Ooit woonde ik aan een nieuwe rondweg die een watergang kruiste. Die lag blijkbaar in de paddentrek. Het asfalt was bedekt met een korst platte padden, die elk voorjaar dunner werd.

Als het boven de zes graden wordt en de luchtvochtigheid hoog is, komen ze uit winterslaap. Dan gaan padden op pad[i]  om te paren in de poel waar ze uit het ei kropen.

De paddenwerkgroep van IVN-Eemland zag vorig voorjaar minder platgereden padden, maar ook gewoon minder padden. De oorzaak? Minder leefgebied, meer milieuvervuiling… en die droge zomers zijn ook funest.

Nederland kent 125 paddenwerkgroepen die samen 200.000 amfibieën veilig hielpen oversteken. Ook 2019 was een slecht jaar, volgens het jaarverslag van Ravon, kenniscentrum voor koudbloedigen.

Die paddentrek is gewoon een datingsite. Soms zie je dubbeldekkers: het kleinere mannetje kan de paddenpoel niet afwachten en springt alvast op een vrouwtje. Die zijn extra kwetsbaar. Ze zijn al niet snel en worden zo extra vertraagd.

De pad was sterk verbonden met de magische wereld. Padden waren huisdieren van heksen, en kabouters woonden in paddenstoelen. Als je een kikker kuste, verandert die soms in een prins. Maar het is een sprookje dat je door padden te likken zelf prins(es) wordt. Het gewone paddengif is niet gezond voor kat of hond. Dat van de Coloradopad is veel sterker en bevat wel psychedelica, maar dan moet eerst het gif eruit.

Hier zien we alleen Bufo Bufo, de gewone pad. Mogelijk ook de Rugstreeppad. In Nederland kennen we ook nog Vroedmeesterpad en Knoflookpad. Die lijkt op een kikker en is behoorlijk zeldzaam.

Kikkers en padden zijn amfibieën, letterlijk ‘dubbellevenden’. Kikkers wonen vooral in het water. Padden zijn meer landdieren, en nog minder knuffelbaar: dikker, lomper en met droge, wrattige huid.

Het amfibisch leven lijkt me wel wat, maar niet dat van de pad.


[i] Als ik deze meest voor de hand liggende woordspeling maak, citeert Tim (coördinator werkgroep padden bij IVN, historicus, chef van het bureau voor audio-archeologie en raadslid) meteen van pagina 18 uit ‘De kleine Johannes’ van Frederik van Eeden:

‘Wel! wel! durft ge nog zoo laat op ‘t pad, Pad!’ De Pad nam geen notitie van de scherts. Aardigheden op zijn naam verveelden hem al lang.


Goudhoorntje

Goudhoorntje

Z00 palescue #15

Een dier in – exact- driehonderd woorden voor het herfstnummer van Veren en Vachten, het blad van Dierenzorg Eemland. Dat is de eekhoorn, natuurlijk.

Sinds mijn kindertijd bewaar ik het natuurboek ‘grote en kleine spaarders van moeder natuur[1].’ De eerste spaarder waar je dan aan denkt is het eekhoorntje.

Het Finse woord voor ‘eekhoornpels’ betekent geld. Van eekhoornhaar worden ook penselen gemaakt, speciaal voor bladgoud. Je ziet meteen die nazomerzondagmiddag voor je, even na de regen. Als vloeibaar goud stroomden brede strepen licht door de beukenbomen. De bladeren hadden al kleur. Toen zag je een roodkoperen schicht rond de boom omhoog rennen.

Door de lange pluimstaart herken je het als eekhoorntje. Deze keer geen bedreigd dier hier. Het eekhoorntje is geen eenhoorn, die aanmerkelijk zeldzamer is, een gouden Graal, zogezegd.

Anders dan je zou denken eet een eekhoorn geen eikels. De wetenschappelijke naam ‘Sciurus’ betekent in het Oudgrieks zoveel als ‘het dier in de schaduw van zijn staart.’ Spreek Sciurus uit met Engelse tongval en het wordt ‘squirrel’, wat zijn gedrag mooi klank geeft.

Een eekhoorn op de vlucht verandert telkens van richting. Ook als hij de straat oversteekt. Dat is meestal de laatste vergissing van zo’n eekhoorn. Verder zijn ze best slim. Sociale media staan vol filmpjes van achtertuinen met een hindernisbaan voor eekhoorns.

Zo speels als het lijkt, is de eekhoorn eigenlijk een brave burger. Hij legt nette buffers aan voor magere tijden en gaat elke dag ’s morgens op pad voor de kost. ’s Avonds is hij voor donker thuis. Bij guur winterweer blijft hij liefst de hele dag in zijn nest.

Op jacht naar de kluis met het appeltje voor de dorst rent de eekhoorn in korte sprintjes zijn neus achterna. Geld staat niet op zijn menu. Hij staat bekend als nestrover, maar eieren en jonge vogeltjes eet hij zelden. Wel eekhoorntjesbrood, natuurlijk, en andere paddenstoelen, noten, pitten en bessen. Het soort studentenhaver waar een mens ook goed op rent.


[1] “grote en kleine spaarders van moeder natuur – Een initiatief van Amsterdam-Rotterdam Bank”; (amro bank, inmiddels als hoofdletters in ABN AMRO Bank), Meijers Pers n.v., Amsterdam, 1971. Tekst: prof. dr. Anthonie Stolk. Tekeningen: Peter van Straaten. Gekregen van mijn moeder’s moeder voor mijn zevende verjaardag. N.B.: een andere bank, de duurzame ASN Bank, onderdeel van de Volksbank, gebruikt de eekhoorn tegenwoordig als logo.

Middelbare man met witte achtergrond

Middelbare man met witte achtergrond

Voor de rubriek Raadgever in de Soester Courant mocht ik als raadslid in 2.550 tekens een stukje schrijven met een persoonlijke invalhoek. Gepubliceerd op 17 juni 2020:

Net als de #metoo een discussie over seksisme losmaakte, is er nu discussie over racisme met #BlackLivesMatter. Als witte man van middelbare leeftijd zit ik in de verdachte hoek. Dat wordt nog erger.

Op de basisschool zat welgeteld 1 donkere jongen. Die werd daar niet blij van en ik heb dat toen niet gemerkt. In de loop der tijd heb ik heel wat witte vlekken moeten inkleuren. Zoals de Zwartepieten-discussie aantoont is het geen fijn proces om te erkennen dat je een white mans privilege bezit. Het is pijnlijk om te beseffen dat je deel bent van een dominante groep die het anderen lastig maakt, of erger.

Ik voelde me wel eens gediscrimineerd, als Nederlander in een omgeving met enkel buitenlanders, als man tussen vrouwen, als hetero in een homobar, maar de niet-aflatende stroom van speldenprikken, van insinuaties en gênante vragen – ik heb het niet zelf meegemaakt.

Toen ik net mijn rijbewijs had werd ik niet telkens aangehouden door de politie omdat ik blond ben. Niemand denkt dat ik dommer ben omdat ik geen handicap heb. Als ik over straat loop, hoor ik geen gesis of gefluit van voorbijgangers. Niemand die me neerbuigend behandelt omdat ik een pet op heb.

Het goede nieuws is dat als je weet dat het gebeurt, als je beseft dat je iemand vanuit een vooroordeel behandelt, het een kleine stap is naar de oplossing. En dat is natuurlijk: iedereen bezien zoals je zelf gezien wil worden.

Bij de raadszaal hangt een bordje met artikel 1 van de Grondwet:

‘Allen die zich in Nederland bevinden, worden in gelijke gevallen gelijk behandeld. Discriminatie wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht of op welke grond dan ook, is niet toegestaan.’

Daarmee is discriminatie niet uitgeroeid. Om te beginnen mag de rechter niet toetsen aan de Grondwet. Bovendien komt discriminatie vrijwel niet in de rechtbank omdat er ‘geen zaak valt te maken.’ Het is de alledaagse praktijk.

  • ‘Jullie kunnen nu eenmaal beter dansen.’
  • ‘Maar wat wil je, als je dat aantrekt.’

Dat zijn geen strafbare uitspraken en natuurlijk zijn er ook blanken met een strafblad die níet worden aangenomen. Er bestaan ook witte mannen die kunnen dansen en streeploos ramen lappen, alhoewel, tegelijkertijd wordt dat lastig.

Laten we zingen. Van The Scene, uit 1990: Iedereen is van de wereld en de wereld is van iedereen.’ In de natuur zijn planten en dieren van elkaar afhankelijk. Voor de menselijke samenleving is dat niet anders. Een gezond ecosysteem kan alleen bestaan in diversiteit.

Vlinder Meester Prikkebeen

Vlinder Meester Prikkebeen

Z00 Palescue #14

In het zomernummer van Veren & Vachten, het blad van DierenZorg Eemland, wordt in driehonderd woorden mijn persoonlijke dierentuin aangevuld met de vlinder. Bestaat er een zomerser dier? En: hoe een Frans feuilleton uit 1845 belandt in de teksten van Lennart Nijgh.

De eerste vlinder van dit jaar zag ik langs fladderen op de eerste zonnige dag. Vlinders houden namelijk niet van regen, al leven ze op vloeibaar voedsel, vooral nectar. Zodra zo’n zomervogeltje ergens landt proeft het met vlinderpootjes. Smaakt het, dan gaat de roltong uit als rietje in de ranja.

De Engelse benaming ‘butterfly’ komt in vele versies voor, zoals het Groningse ‘roomzoepers,’ verwijzend naar het volksgeloof dat vlinders vermomde heksen zijn die zuivel stelen. In het woord ‘flinter’ herkennen we de dunne vleugels en het Middeleeuwse ‘vlinderen’ betekent fladderen. Die fladderende vlinder was dus dubbelop.

In het Grieks heet de vlinder Psyche, als de ziel, al is een psycholoog nog geen vlinderkenner. Kenners zoals Meester Prikkebeen noemen de vlinder het Imago, de volwassen levensfase van de zogeheten schubvleugelige insecten, na de gedaanteverwisseling van eitje naar rups die vervelt tot pop.

Zo goed het image van die ontpopte vliegende bloemen is, zo slecht is dat van de rups. Hij vreet het  mooiste uit je tuin weg en is soms fysiek irritant, zoals de eikenprocessierups. Rupsje Nooitgenoeg eet de waardplant waarop het als ei is gelegd. Als die plant verdwijnt, verdwijnt ook de vlinder. En dat is massaal gebeurd.

Meer dan de helft van alle Nederlandse vlindersoorten wordt bedreigd. Sinds 1950 is elke generatie mensenkinderen weer met minder vlinders opgegroeid. Toch zijn inmiddels ook enkele ‘verdwenen’ soorten teruggekeerd. Dit zou niet zijn gelukt zonder het realiseren van Natuurnetwerk Nederland en toenemende aandacht van natuurbeheerders. Dat kan ook in het klein. IVN en Vlinders Eemland helpen met waarnemingen, en De Vlinderstichting bij de metamorfose van uw tuin tot vlinderparadijs.

Met die wederopstanding van soorten bevestigt de vlinder zijn imago van nieuw leven. Maar bij al die verschillende levensfasen horen evenzovele dode. Op grafmonumenten zijn dan ook vaak verbeeldingen van vlinders te vinden.

Palescue Vlinder Meester Prikkebeen

Veren & Vachten, juni 2020, 15e jaargang, nr.2

Stripnoot: Gezocht – Primus Prikkebeen

De link in bovenstaand verhaal onder de woorden ‘Meester Prikkebeen’ verwijst naar de site van de Koninklijke Bibliotheek over het eerste Nederlands stripboek. Het origineel van de Reizen en avonturen van Mijnheer Prikkebeen valt daar integraal te lezen. Het verscheen in 1858 voor het eerst in het Nederlands, met gekuiste Zwitserse tekeningen en J.J.A. Gouverneur als auteur. In de tekening bij mijn verhaal staat zijn naam op de grafsteen.

Ik ken het als kinderboek van ‘bij Oma’. Maar de inmiddels behoorlijk oubollige kinderstrip was oorspronkelijk een Frans feuilleton voor volwassenen over Monsieur Cryptogame. De naam Cryptogame betekent zoveel als ‘verborgen huwelijk.’ Dus, ja het gaat over bigamie, overspel en stoute monniken. Het boek heeft een interessante geschiedenis dus ik zeg: lees het hele verhaal achter die link.

Daar lees ik ook dat Gerrit Komrij in 1980 een hertaalde versie publiceerde onder de titel De zonderlinge avonturen van Primus Prikkebeen. Voor mij was dat nieuw. Ik heb vrijwel alles van Komrij in boekvorm, maar deze titel ontbreekt nog. Mocht iemand een exemplaar over hebben – het staat vanaf heden bij mij op de verlanglijst.

Goed, mijn tekst gaat dus niet over liedje van Boudewijn de Groot wat hieronder te vinden is. De tekst van Lennart Nijgh is prachtig maar heeft slechts heel zijdelings met het verhaal te maken. “Hij prikt de dagen van december op zijn hoed” is de meest directe verwijzing naar het stripfiguur dat vlinders opspeldt.

Nijgh heeft overigens nog een ander personage uit de strip in een lied vereeuwigd, namelijk Zuster Ursula. In het lied, gezongen door Rob de Nijs, neemt ze afscheid van ‘het land van Maas een Waal‘ – wat inderdaad weer een andere gouwe ouwe is van het duo Boudewijn de Groot/Lennart Nijgh, en gaat ze “de vlinders achternaIk zie het hier niet zitten. Ik ga naar Amerika.”

Mijnheer Prikkebeen gaat in de strip inderdaad naar “het echt kapelleland,” maar oorspronkelijk dus om zijn vrouw te ontvluchten.


‘Hij prikt de dagen van december op zijn hoed’
‘De vlinders achterna…Ik zie het hier niet zitten. Ik ga naar Amerika’
van het circus Jeroen Bosch

Z00 palescue #13: Aal de Paling

Z00 palescue #13: Aal de Paling

Vandaag pak ik de paling bij de staart. Dat valt niet mee, nee. Het is geen aaibaar wezen: aalglad, ja. Als paling in een emmer snot.

Vanuit de Sargassozee in de mysterieuze Bermudadriehoek drijft de larve hierheen en groeit onderweg tot glasaaltje. In zoet water groeit ‘ie uit tot schieraal of paling, om na 5-15 jaar terug te gaan. Dan paaien ze, en sterven. Maar nog nooit heeft iemand palingen zien paren. Ze kunnen ook niet worden gekweekt.

Hier, bij de voormalige Zuiderzee, is het culinair erfgoed maar de soort is ziek door dioxinen, drugsresten en landbouwgif in het water. De paling ontglipt ons en is in kritieke toestand opgenomen in de Rode Lijst. Sinds 1980 is de intrek van glasaal met 99% afgenomen. Bovendien wordt de terugweg de meeste alen fataal. Het grootste deel raakt gewond in de gemalen. Dus zet men glasaal massaal uit in de Randmeren, en paling over bij de Afsluitdijk. Dit lijkt een beetje te helpen.

Monsters

Vroeger gingen de grote jongens paling peuren in de polder. Nu peurt een professionele palingpenose grof geld uit smokkel. Glasaal uit de Golf van Biskaje gaat in waterkoffers binnen 24 uur – langer kan Aal niet zonder zuurstof – naar het Verre Oosten. De Aziatische palingvariant is namelijk al uitgestorven.

Aal is een taaie rakker, die tot in de pan blijft spartelen. Hij leeft in zout en zoet water met twee harten en kan ademen door de huid. Hij reist ook over land. Een oudere vriend zag als kind nog paling door het natte gras ‘lopen’ om de Praamgracht, en zo de Eem, het IJsselmeer en uiteindelijk de zee te bereiken.

Onderzoekers opperen dat het monster van Loch Ness kan bestaan als gigantische paling. Dat meer zit vol paling-DNA. Duikers zagen exemplaren zo dik als bovenbenen, vier meter lang.


N.B.: bij de vorige aflevering is de fotovermelding weggevallen. De illustratie was overgenomen van straatpoezie.nl.

De tekening bij deze aflevering is naar een schilderij van Pieter Brueghel de Oude vol Nederlandse gezegdes waaronder ‘de paling bij de staart pakken’, rechtsboven in De Verkeerde Wereld (1559).

Aal de Paling, naar Pieter Breughel, maar dan in de Praamgracht richting spoorlijn Baarn-Soest

En zo kwam het in het maartnummer van Veren & Vachten (15e jaargang, nummer 1) met een grappige spelfout of redactionele ingreep in de kop:

Z00 palescue #12: Gemier

Z00 palescue #12: Gemier

Precies 300 woorden over mieren:

Hoe zie je onderweg het meeste? Met het vliegtuig ben je, als buizenpost, snel ver weg maar zie je weinig. Vanuit de trein zie je meer. Landschappen trekken voorbij. Als je met de auto gaat, zie je de verschillende steden. Je voelt de afstand nog beter als je gaat fietsen, met je kop in de wind. Elke kilometer, en vooral het hoogteverschil voel je. Je ziet nu aparte wijken en straten. Als je gaat wandelen kom je langs individuele huizen en bomen. Hoe langzamer je gaat, hoe meer je ziet. Het meest zie je dus als je stilstaat, gaat zitten onder een boom. De verste reis maak je ter plekke.

Daar loopt een kolonne kleine zwarte mieren. Zie dat beestje sjouwen met een blad dat honderden keren groter is dan zichzelf. Even verderop loopt een kolonne grote rode mieren de andere kant op. Gescheiden werelden. Er zijn 12.000 soorten mieren beschreven. Eigenlijk zijn het een soort wespen zonder vleugels. Behalve na de regen op een warme augustusdag in Nederland. Dan is het Bruidsvlucht: mannetjes en koninginnen vliegen uit en paren in de lucht. De mannetjes gaan snel dood.

Eén mier stelt niet veel voor, maar met geurstoffen als communicatiemiddel werken ze als één organisme samen. Sommige soorten doen zelfs aan een soort landbouw en veeteelt. In ondergrondse kamers liggen luizen aan plantenwortels terwijl de mieren hun honingdauw melken. Parasolmieren brengen bladeren naar het nest om schimmel te kweken als voedsel.

Bij mensen zie je ook collectieve intelligentie, bij voorbeeld in een peloton wielrenners of een stadion dat de wave doet. De massa functioneert als één organisme. Meestal levert dat weinig goeds op en delft een kwetsbare groep het onderspit. Misschien is dat bij mieren niet anders. Om dat te weten moet ik nog veel langer onder die boom blijven zitten.

Foto: straatpoezie.nl. Een jaar lang liet de anonieme graffitidichter Straathaikoe gedichten achter in de openbare ruimte van Utrecht.

Z00 Palescue Nº11: Van de torenkraaien

Z00 Palescue Nº11: Van de torenkraaien

Hier zie je er drie in de berm rondneuzen. Daar trekt een stel door de bomen en over het gras loopt twee dozijn tegelijk. Ze vliegen allemaal op. Dalen weer in een boog, laag zeilend, terug op het gazon. Met snelle stapjes lopen ze door elkaar. Alert, strak in het grijze pak, de zwarte pet over die schrandere blauwe ogen. Bij elke stap op hun stramme benen schiet hun kop even naar voren.

Zoals de kraai ‘Kra’ roept, zegt het kauwtje ‘Kjau’ en de raaf ‘Rhâ.’ Geen zangers, die familie waarvan ook eksters en gaaien lid zijn. Graaiers en snaaiers. Alleseters en nestrovers zijn het, gek op glimmers, slim en behendig. Ik zag een kauwtje in de vlucht een wesp verschalken.

Kauwtjes zijn kleiner, lichter en minder sinister dan de kraaien van uitvaartverzorgers en de raven op de koets van Magere Hein zelf. Je ziet ze kraaien rond de kerktoren waar ze ook in nestelen. Holenbroeders heten ze, die in levenslange paartjes het liefst groepsgewijs optrekken.

Ze kunnen zich ook vervelen. Hier in de buurt gingen ze stenen van flats afgooien. ‘Klierende kauwtjes keilen keitjes op kwetsbare autodaken’ kopte de krant. Hoe harder de tok, hoe groter de deuk waarin ze liggen.

Herman, zo heette het kauwtje van mijn broertje. Herman kreeg eten uit een spuitje en sliep bij hem op de kamer, soms in de schuur. Herman had een keer achter de pick-up gepoept en zo kortsluiting veroorzaakt. Midden in de nacht schrok mijn broertje wakker van de vlammen die vlak naast hem opflakkerden. Het huis staat er nog.

Je mag een kauw zonder ring niet meer als huisdier houden. Herman was nooit gekortwiekt en zijn mens had, als druk scholier met bijbaantjes en brommer, eigenlijk niet genoeg tijd voor hem. Het is triest maar uiteindelijk is Herman gevlogen.

Kauwtje-Van-de-torenkraaien - Palescue

En zo verscheen het in het septembernummer van Veren en Vachten, het clubblad van Stichting Dierenzorg Eemland, 14e jaargang, nummer 3:

Z00 Palescue No.10: Bij geen tijd

Z00 Palescue No.10: Bij geen tijd

300 woorden over geen bij:

Het is half tien ’s avonds, de dag van de deadline. Het is nog licht. Zomertijd, ik weet het: binnenkort wordt het weer minder. Je vraagt of ik over bijen wil schrijven want “Als die verdwijnen gaat alles kapot. En we kunnen wel iedereen de schuld geven maar doen zelf alles om ze weg te jagen. Alle tuinen worden betegeld. Daar moeten bloemen en bomen groeien.”

Overal waar de mens kwam stierven soorten uit en naarmate de soort succesvoller werd, ging het uitsterven van de rest sneller. Vanaf de Industriële Revolutie, de uitvinding van ‘de massa’ voor productief, consumptief en politiek gebruik gaat de lijn bijna haaks. Soorten sterven uit voordat we ze kennen, andere bestaan enkel omdat we ze kweken voor consumptie of gezelschap.

Rond 1900 leefde in Nederland 40% van de wereldwijde biodiversiteit. In 2010 was dat nog 15%. Nederland verliest daarmee fors meer dan de rest van Europa en de wereld. De oorzaak is vooral intensief landgebruik door de landbouw en verstedelijking.

Dit voorjaar kwam een samenvattende studie van de Verenigde Naties uit. Hierin wordt bevestigd dat het instorten van de biodiversiteit ook de mens bedreigt, directer nog dan de klimaatverandering die zelf weer de biodiversiteit verslechtert. “Het essentiële, onderling verbonden web van het leven op aarde wordt kleiner en steeds rafeliger.”

Moeder Aarde zag vijf keer eerder een massale vernietiging van leven. De vorige golf werd veroorzaakt door de inslag van meteorieten en betekende het einde van de dinosaurussen. We zitten nu in de zesde golf, veroorzaakt door de mens, en de grootste dreiging is voor de grotere landzoogdieren. Zoals mensen.

De mens heeft een zeldzaam talent om zijn omgeving te vernielen, maar ook om die te vernieuwen. Om als bijen met bijen samen te werken: bloemen zaaien, ecosystemen restaureren. Deze deadline is niet te missen.

In publicatie zag het er zo uit – Veren en Vachten (Stichting Direnzorg Eemland), 14e jaargang, nummer 2, juni 2019:

Bij geen tijd - Palescue

Zoo Palescue #9: Uilskuikenspiegel

Zoo Palescue #9: Uilskuikenspiegel

Je hoorde alleen het knerpen van de sneeuw onder je schoenen. Als je stil stond werd het nog stiller, nog stiller dan anders als het stil was. Je hoorde je adem die in wolkjes uit je mond kwam. Ergens kraakte een tak. Je oren suisden van stilte.

Het weer was streng maar rechtvaardig: de lucht was droog en koud en tijdens de korte dag was de hemel strak lichtblauw. Het was vol licht en zo helder dat je ogen het niet begrepen.

Bij een prachtige zonsondergang sneeuwde het even. De kristallen vlokken vielen zachtjes recht omlaag en verdikten de laag dons. Alle vormen werden ronder.

Het werd donker en weer helder. Het licht van de maan werd versterkt door de sneeuw. Als speldenprikken pinkten sterren in de zwarte hemel. Het was zo mogelijk nog stiller. Je zag alles in zwart-wit.

Tussen de bomen kwam plots van links een vogel aanzweven. Groot en stralend wit, bijna een engel. Hij vloog in een rechte lijn een paar meter boven de grond, klapte eenmaal geluidloos met zijn ferme vleugels en zweefde verder, langs dezelfde rechte lijn tussen de bomen uit het zicht.

Dwaalgast

De uil is een symbool van wijsheid, misschien vanwege zijn priemende blik. Hij kan bijna 360 graden rond kijken, maar dat betekent nog niet dat hij iets van alle kanten kan bezien.

Je zag de sneeuwuil, een dwaalgast in Nederland. Af en toe komt hij aanwaaien uit Scandinavië. Je kan hier in Eemland ransuilen zien op hun roestplek in de dennen bij de Duinen. We kennen de bosuil en de kerkuil. En op een paaltje langs de wei kan je de kleine steenuil zien zitten. Alle uilen zijn beschermde soorten.

Morgen is het weer lente en vallen er uilskuikens uit het nest. De Vogelopvang verwacht duizenden vogels – en zoekt dus vrijwilligers.

En zo verscheen het op papier in Veren & Vachten Maart 2019 | 14e jaargang | nr.1

Juxta – Studio Veel

Juxta – Studio Veel

Kim is kunstenaar. Kim tekent. Veel. Op een gegeven moment begon hij een verhaallijn te zien in de lijnen die hij elke dag maakte. Hij ging er een boekje van maken en vroeg mij het  voorwoord te schrijven. Dat deed ik graag. Dat was bijna een jaar geleden en ik snap niet dat ik dit stuk hier nog niet eerder heb geplaatst, maar goed, hier is het. Het boek raad ik – uiteraard – van harte aan en is gelukkig nog steeds te koop bij Boekscout. Kim is ondertussen ‘alive and well and working on a more ambitious  project’.

Juxta – A Fairytale of Modern Society

by Kim van Veelen

I am not very proud of being an human being; in fact, I distinctly dislike the species in many ways. I can readily conceive of beings vastly superior in every respect.

– H. P. Lovecraft

Juxta can be seen as Kim’s first graphic novel, but it’s not. We’ll get to that later.
In Juxta we enter a mythic world with ancient gods and antique landscapes combined with a dystopian view on the consumer lifecycle. Here, the gods rule and ritual is more important than science. Does that sound familiar?

Technology has become an important part of our lives, the mobile phone is indispensable. Independent entrepreneurship promises us the ultimate freedom while the youngsters in this second millennial AC are still searching for the essence of leadership.

“I give shape
to what people are” – Juxta

This is the world Kim grew up in and, in his art he mixes what he sees around him with the myths of Mesopotamia. Mesopotamia, in fact the whole region known as the Middle East, now torn by a seemingly endless war, once produced multiple empires and civilizations. Mesopotamia is known as the “cradle of civilization” primarily because of two developments that occurred in the 4th millennium BC, in the region of Sumer (now Iraq): the rise of the city as we recognize that entity today and the invention of writing.

In fact writing is also known to have developed in Egypt, in the Indus Valley and in China, and, in a very different, independent and still mysterious way, in South America. In the world of today, writing is transformed into clicking on emoticons. And in the world of Juxta the city of today is mostly in ruins. The digital society has survived (including, thank some gods, Wi-Fi), but not in the shape we see today. There is no Facebook’s Marck Zuckerberg or Apple’s Steve Job. Here the High Priest and entrepreneurs are nameless, but the gods are called by name.

In the world of Juxta we see the same sense of the tiny humans living under a great, incomprehensible universe. If the Mesopotamians always had to be at the ready for the godly ruler of high priest, people nowadays are serving 24/7 the godly Client. Between the lines of Juxta we read the conception of the Consumer or the Client as an incarnation of Ego. And the gods provide them with the necessary tools: a smartphone, 4G and Wi-Fi. Basics for society. Not unlike H.P Lovecraft, Kim mixes the world we know with another dimension to tell his story.

This is not a novel

The title of this book, Juxta, is derived from the concept of juxtaposition. According to Wikipedia, this is an act or instance of placing two elements – preferably contradictive or unrelated elements – close together or side by side. This is often done in order to compare and contrast the two, to show similarities or differences. In art, juxtaposition will make both elements, and the whole of the artefact, gain weight. That’s what we see happening in Juxta, both in the technique of the drawings as the theme of the narrative. The objects here are the icons of the client and consumer and the gods. In his work, Kim aims at putting those object in their ultimate position in which they communicate under the ultimate tension. Especially in his statues, the tension of the construction is quite literally.

Some consumers
never return
from the forest.
They have acceptes
silence,
lost their elic,
lost their connection.” – Juxta

We, that is Kim and me, talked about this book in his studio In Space. That is less science fiction then it sounds. In fact his ‘studio’ is a garage on the grounds of a democratic school called ‘In Space’. Kim shares the garage with a marvelous old-timer reconstruction job and the only daylight he gets is when the folding door is opened. A recurring topic in our talks is how to give shape to artistic ideas, or: how to produce thought in tangible items.

When I talked about this book as a graphic novel, he shunned that term. I guess he sees it as an art-book. To Kim the story and the drawings of Juxta are just a mold in which he can pour some (actually just a tiny bit) of his artistic imagination. The book may be a fantasy, it displays some real and earnest views on contemporary society.

Kim does quite a bit of juxta positioning himself, in his art in a broader sense. For example he has made flat set pieces that act three-dimensional on stage. He also makes 3D statues out of the drawings you see on the flat pages of this book. That’s right, and although the statues are quite small they also have ‘in real life’ the sensation of greatness, probably even more so. And not only because of the juxtaposed dimensions. It is simply because Kim is a great artist.

See the website veel.org for more of Kim’s work and follow him on Instagram. Believe me – clicking is worth the effort

Palescue, April 2018

Zoo Palescue No.8: De het een ree

Zoo Palescue No.8: De het een ree

Voorpublicatie van het decembernummer van Veren & Vachten: 

Als je het bos ingaat zie je met reeën één van de Nederlandse big five. Sommige mensen zeggen dat ze herten zagen maar het hert en de (of het) ree zijn aparte soorten.

De ree is die inheemse Bambi aan de bosrand in de schemering, met flarden grondmist tot de schoften. Van oorsprong de meest voorkomende hertensoort in Europa, zijn ze langer op Aarde dan de mens. Uit het IJsselmeer zijn reegeweien bovengekomen van bijna een miljoen jaar oud.

Een ree is vooral herkenbaar aan de spiegel, die witharige vlek op de kont. De reebok, en soms ook de reegeit, heeft een klein gewei, sprietjes vergeleken bij andere herten. In de winter valt het af.

Het is nu winter. Na Sint Hubertus is ook de culinaire wintertijd ingegaan. Ree is dan het meest klassieke Kerstdiner. Eigenlijk moet je alleen vlees eten wat je zelf gedood hebt, maar dat is een ander verhaal.

Het ree is jagerstaal voor dit soort ‘roodwild’. De jacht op reeën is streng gereguleerd. Een provinciale stichting verleent volgens plan en na tellingen ontheffing om volgend seizoen een bepaald aantal door afschot te beheren. In de Wildbeheerseenheden (WBE) Lage Vuursche en De Eem werden vorig voorjaar 389 reeën geteld.

In de provincie Utrecht wonen 2.500 reeën samen met 1.285.000 mensen. In 2017 werden er 584 afgeschoten. Reeën, dan. Daarnaast vonden er 312 als ‘valwild’ de dood in het verkeer.

Begin twintigste eeuw kwamen reeën nog alleen voor op de Veluwe en in Limburg, en waren er zo’n drieduizend van. Door toegenomen aandacht en regels voor flora- & faunabeheer is de reestand inmiddels zogezegd op ree.

Ooit heb ik een ree beslopen en van dichtbij in de ogen mogen kijken. Een oogwenk lang. Toen was ze verdwenen en begreep ik iets van de of het, en één ree.

8 de het een ree -klein-IMG_20181029-2

En zo ziet het er dan uit in de december-editie, 12e jaargang, nummer 4. Het is wederom een fijn nummer geworden.

Veld Zonder Leeuwerik

Veld Zonder Leeuwerik

300 woorden voor de veldleeuwerik als metafoor voor het grote uitsterven.

Zoo Palescue nr.7 voor het tijdschrift van Stichting Dierenzorg Eemland

Het was zonnig en droog op de grote stille heide. Je hoorde niets dan wind en een krekel. Toen ontsprong plots een klaterende bergbeek van de helderste klanken uit de zon. Ik keek omhoog, zag een donker puntje al zingend de strakblauwe hemel beklimmen. Ongelofelijk. Als je hard schreeuwt vanuit een luchtballon, horen de mensen beneden niets. Maar dat bruine vogeltje daarboven laat moeiteloos de hele vlakte volstromen met muziek.

De Veldleeuwerik was de meest verspreide vogel in de jaren ’70 en is nu gedecimeerd. Op Vliegbasis Soesterberg zijn elk jaar nog een paar honderd nesten. De mens beschermt die, maar toen kwamen de kauwtjes. Als een regiment soldaten marcheerden ze door het gras en vraten de nesten leeg. Het lijkt of het lawaai van vroeger de kauwen verjoeg en de leeuwerik juist beschermde.

De mens denkt, zeker in Nederland, de natuur te regelen maar uiteindelijk roeien we ‘per ongeluk’ dagelijks soorten uit, om zelf ongebreideld uit te kunnen breiden. Veel soorten hadden nog geen naam. Met Rode Lijsten vinken we af: vrijwel alle bekende soorten steenvliegen, afhankelijk van stromend water, zijn verdwenen uit ons land, bijna driekwart van alle soorten dagvlinders en meer dan 80% van alle reptielen.

Een deel van Dierenpark Amersfoort is voor dinosaurussen, uitgestorven voordat de mens bestond. Daar konden we niets aan doen. Bij veel nog levende soorten staat aangegeven dat ze bedreigd zijn in het wild. De biodiversiteit neemt af, heet dat: het leven sterft uit – planten en dieren, te land, ter zee en in de lucht.

Uiteindelijk overleeft het wild alleen in de Zoo. Ik loop met een buggy buiten de kooien en ook wij overleven niet in het wild. Ik vraag me af: voor hoeveel soorten blijft de aarde leefbaar en zijn er dan nog kleinkinderen over om ze te tellen?

Leeuwerik 20180826_02-450

En zo stond het in Veren en Vachten van September 2018 (13e jaargang, nr.3), inclusief de foutieve extra r.

7. Veld zonder Leeuwerik publ. IMG_20181014 klein

Wie is de mol

Wie is de mol

Zoo Palescue No 6, voor Veren & Vachten

Zijn ondergrondse jaaggangen kronkelen als aders door het gras, maar onder het maaiveld graaft de mol verder voor zichzelf. Hij heeft een slechte reputatie door ondermijnende activiteiten, maar brengt het goede nieuws van een gezond en vruchtbaar land. De mol brengt ook lucht in de bodem en bestrijdt ongedierte.

De mol heeft zes vingers door teveel testosteron bij de moeder. Dat komt soms ook voor bij mensen. Zijn grote handen wijzen achterwaarts. Ook dat zie je wel bij vervelende mannen.

Met die grote handen graaft het wijfje diep in de grond een centrale ruimte met aansluitende gangen tot 200 meter lang. Dat gaat snel, zo’n 14 meter per uur. Driemaal daags draven mollen door die benauwde gangen dankzij bloedcellen waarmee ze eigen, uitgeademde lucht opnieuw kunnen inademen.

Met speciaal gif in het speeksel verlamt de mol wormen, zodat ze houdbaar en in de buurt blijven. Honderden slaat hij op in de dieper gelegen proviandkelder. Voordat hij ze eet, perst hij netjes het vuil eruit.

Bij de meeste zoogdieren zijn de haren naar achteren geplaatst, maar bij de mol kunnen ze kantelen. Zo loopt de mol in de krappe gangen net zo makkelijk vooruit als achteruit. Je kan de mol nooit tegen de haren instrijken: de pels heeft geen vleug.

Zijn vacht is zacht, fluweelzwart en soepel. Queen Alexandra van Engeland (1844-1925) kwam daar ook achter en bestelde er een jas van. Als een 19e-eeuwse Lady Di maakte ze mollenbont populair. Mollen molden toendertijd op grote schaal Schotland en de huid werd goed betaald.

Mijn opa had in zijn tuinloze bejaardenwoning nog een mollenklem die er, hoewel roestig, vervaarlijk uitzag. Maar de mol is niet blind. Hij neemt met haren, neus en oren prima waar. Geurende bloemen, muziek, maar bovenal boomwortels helpen beter. De mol is een jager, maar geen knager.

MOL_20180429_edited_klein

En zo ziet het eruit op papier:

6 V&V Wie is de Mol_201806 klein

mo’ nu-momenten-taal

mo’ nu-momenten-taal

onderhuids

kruipt het waar het gaan kan.

 

Feit – en

data zijn als klei: klei-

ne deeltjes grond, in groten getale

zwaar en taai maar moeiteloos

tot elke vorm te boetseren.

 

De fotograaf (Bloyd)

 

je kent de waarde van ogenblik

zo snel als tijd is het licht

verschoten

 

je moet alert zijn

om de wereld even vast te zetten, ingelijst

om de wereld even vrij te laten, uitgebeeld

 

het kan in een seconde gebeurd zijn

een druk op de knop

sluit je oog een vinger af.

 

3 augustus 1896

wat deden die soldaten daar in Soest op 3 augustus 1896?

Er zijn foto’s van die dag. Ze staan in uniform langs het Kerkepad, je ziet de Oude Kerk. Er staan ook burgers (boeren) bij met kruiwagens en verderop steken rietstengels over het pad.

Soest 18960803 soldaten 1

Soest 18960803 soldaten

fotograaf: Jacob Olie Jbz. Amsterdam (1834-1905).

Haasje Rep

Haasje Rep

Het voorjaar is het haastige jaargetijde. Van de ene op de andere dag komen knoppen uit en bloeit de lente.

Als paarden over het schaakbord schieten ze door het weidse land van Arkemheen-Eemland: rechtuit, haakse bocht, rechtuit. Slootje springen doen hazen zonder aanloop. Gewoon, in een streep erop en erover. Zoefzoef kiest het hazepad.

De Haas -Raoul Hynckes (1946)
De Haas – Raoul Hynckes (1946)

Zie die enorme oren boven het gras. Net als zijn ogen kunnen ze 360 graden rond richten. Zie die grote dijen springen in het veld. Konijnen – staartje omhoog – zijn sprinters, maar de haas – staartje omlaag – kan vele kilometers per nacht afleggen.

Je weet nu hoe de hazen lopen. Haastig, natuurlijk, en eigenlijk springen ze meer. Ik zag ze met Pasen, want dan wordt het paren geblazen. En volgens de oude verhalen was op een jaar de voorjaarsgodin Eastra of Ostara te laat gekomen. Om het goed te maken, wilde ze een jong vogeltje redden. Helaas, het was al bezweken aan de nachtvorst. Ze veranderde toen het vogeltje in een haas. Eén dag in het jaar zou hij voortaan eieren leggen. Vandaar.

Het voorjaar: het haastige jaargetijde. Van de ene op de andere nacht wordt in de natuur gezongen, gebouwd en gebloeid. Alle leven knalt eruit, in een vlucht naar voren. Het is vast al bijna te laat. Rennen om erbij te zijn. Bij de tijd, bij de rijpheid, de oogst en de onvermijdelijke dood.

Haast je langzaam, maart, maar haast je. Want het is “Om te janken zo mooi:”Haas_20180124_editedklein

“Kan iets verser dan het vers is
Kan iets jonger zijn dan jong

Zie hoe de zon een scherpe schaduw trekt
Onder de wijde wilgen
(…)
Kan iets leuker dan het leuk is
Jeugdiger dan jeugdig

Ach ik ben Goddank
Dus nog een keer
Een jonge lente waard”

(uit Maarten van Roozendaal: ‘Mooi’)

Zoo Palescue Nr.5

Dit is een bijdrage voor het maartnummer 2018 van Veren & Vachten, het tijdschrift van Dierenzorg Eemland.

Veren & Vachten_201803_HaasjeRep_ed

De egelslaap

De egelslaap

Kopij voor Veren & Vachten, het tijdschrift van Dierenzorg Eemland. Onder de titel Zoo Palescue is in elk nummer een hoekje van [precies] driehonderd woorden ingeruimd voor een exemplaar uit mijn persoonlijke menagerie. Dit keer over het egeltje – zijn winterslaap en andere overeenkomsten met de mens.

De wintertijd gaat in: even wordt het eerder licht en later donker. Per saldo blijft het tot april vooral donker, koud, en nat. Ach, konden we maar slapen tot april en dan horen dat die insectensterfte een boze droom was. De winterslaap bespaart gas en licht en je valt moeiteloos af. Sommige zoogdieren zijn er mee gezegend. Zoals de egel, een tuindier met de hoogste schattigheidsfactor. Het beestje heeft een zesde zintuig: het orgaan van Jacobson. Dat is een soort extra neus. Slangen en katten hebben het ook.

Toch is het egeltje best asociaal – het is een eenling en een nachtdier. Het smakt bij het eten, snuift en snurkt hardop en zorgt ook bij het paren voor burengerucht. En net als veel mensen zet hij in een kritieke situatie zijn stekels op en keert letterlijk in zichzelf. Vaak helpt het , maar tegen auto’s niet. Met zijn bolle zwarte kraaloogjes ziet een egel namelijk slecht. Het aantal egeltjes is de afgelopen tien jaar dan ook gehalveerd. En de tien jaar daarvoor ook…

Wil je de egelpopulatie helpen – en wie wil dat niet? –  gebruik dan geen gif in de tuin tegen insecten of slakken. Ook niet als er ‘biologisch’ op het etiket staat. Stekels helpen niet als wij hun voedsel vergiftigen. Als we van egeltjes houden moeten we dus ook de kriebelbeestjes en slijmerige slakken respecteren. We noemen het ongedierte, maar ondieren bestaan niet.

Wat ook helpt: dorre bladeren achterlaten in een hoek van de tuin of schuur. Daarin kan de egel overwinteren. Er zijn zelfs speciale egelhuisjes te koop. Zet er een beetje eten bij voor als hij onverhoopt wakker wordt. En ja, dan moet je dus die tegels weghalen. Dat moet sowieso als je het water en het leven een kans wil geven.


Zo zag het er uiteindelijk uit in de editie van december 2017 (12e jaargang nr.4):

4 ZooPalescue Egelslaap_klein
egelhuis maken
Egelhuisje

One / Pay Me – 2 songs / twee teksten

One / Pay Me – 2 songs / twee teksten
U2-adam-nude-covered-achtung-baby
Adam covered up on Achtung Baby

One – U2  (CD: Achtung Baby, 1992) Lyrics © Sony, Bono; vertaling Eén © Palescue/philipwestera, 2017

Een

Gaat het nu wat beter, of blijft het als het is
Weet je wat zal helpen? Een schuldbekentenis.

Jij zegt, Een liefde, Een leven
Als er een wil is in de nacht
Is het een liefde, die we delen.
Maar het verdwijnt schat, als je niet oppast.

Was ik teleurstellend, liet ik een rotsmaak in je mond?
Je doet of je nooit liefhad en dat ik nooit liefde vond.
Maar het is te laat vandaag, om de tijd van toen opnieuw te doen.
We zijn Een maar we zijn niet gelijk
En we dragen elkaar verder, dragen elkaar…Samen

Ben je gekomen voor vergeving,
voor de lijken in de kast?
Kwam je hier als Jezus voor de junkies in je hart?
Vroeg ik te veel, meer dan veel?
Je gaf me niets en daar doe ik het nu mee.
We zijn Een maar we zijn niet gelijk.
Toch te diep geraakt en dan elke keer weer.

Je zegt: liefde is een tempel, liefde is de hoge weg.
Je zegt liefde is heilig, liefde is de hoogste wet.
Je vraagt me dan naar binnen maar ik moet kruipend naar je toe.
Ik heb geen houvast meer aan wie jij bent. Want, wat jij leeft is pijn.

Een liefde, Een kleur, Een leven, doe nu maar wat je moet
Een leven met elkaar: zusters, broeders
Een leven, al zijn we niet gelijk. 
We dragen elkaar verder, dragen elkaar.
Samen Een.

Achtung Baby

Het album Achtung Baby was de redding van de band U2. In een persoonlijke en creatieve crisis van de band vond de ommekeer plaats in een sessie in de Berlijnse Hansa studio’s, waar David Bowie ook zijn beroemde trilogie opnam. In die sessie werd het nummer One geboren waarin de crisis van de band wordt verbeeld.

De eerste, controversiële cover van Achtung Baby  (zie hierboven) vertoont een volledig naakte drummer, Adam, van de band.

One kwam uit in 1992, was een groot succes en wordt nog steeds in elk concert opgenomen. Er valt nog veel meer over te zeggen maar ik laat het bij de woorden van Bono. In een interview met Los Angeles Times in 1993 zei hij:

“Het is een nummer over samenkomen, maar niet het oude hippie-idee van “Let’s all live together”. Eigenlijk is het juist het tegenovergestelde. We zijn één, maar niet hetzelfde. Het zegt niet dat we bij elkaar willen komen, maar dat we dat moeten, om te overleven. Het herinnert ons er aan dat we geen keuze hebben.”

Johnny Cash

bracht in 2000 op zijn cover-album Solitary Man (American III) een eigen interpretatie uit van het nummer. Na het beluisteren van deze versie meldde Bono van U2 dat het een eer was dat een groot artiest als Johnny Cash hun nummer gebruikte en er een eigen interpretatie aangaf. Mary J. Blige zong het later samen met U2 en bracht het ook uit in haar versie. In mijn oren is de versie van Johnny Cash de mooiste.

Uitdaging

Wie durft dit nummer en/of het volgende te zingen als Eén, dan wel Mijn Loon? in welke interpretatie dan ook? Laat het weten, en vooral: laat het horen. Philip Westera heeft het ook gezongen, en mijn vertaling verbeterd. Als hij het met zijn stem alleen maar voorleest is het al mooi en wordt het een heel eigen versie.

En nu iets geheel anders:

Pay me – Tom waits (CD: Bad as me, 2011) Lyrics  © Tom Waits; vertaling Mijn Loon © Palescue, 2011

TomWaits_Caravan_M
Photo by Tom Waits
Pay MeMijn Loon
They pay me not to come homeMijn loon om niet terug te gaan
Keeping me stonedZe houden me stoned
I won’t run awayZo ren ik niet weg
They say it’s easy to get’t Schijnt je krijgt ’t maar zo
Stuck in this townVast in de stad
Just like JoanNet als Jet
You know
I gave it all up for the stage
Je weet
ik gaf alles op voor toneel
They fill my cup up
in a cage
Ze maken m’n kop vol
in een kooi
It’s nobody’s business but mine
when I’m low
’t Gaat geen ander wat aan als
ik niet meer wil
To hold yourself up is not a crime
here you know
Rechtop blijven staan is geen
misdaad hier, hoor
At the end of the worldAan het eind van de weg
And I kick
my foot at the lights
En ik schop
met m’n voet naar het licht
I breathe it in all nightIk adem het ‘s nachts in
There’s a light on a
canvas tree
Er hangt een lamp in ‘n
linnen boom
And money from home
supporting me
En zakgeld van thuis
voor elke maand
They pay me not to come homeM’n loon om niet terug te gaan
I won’t eat crowIk blief geen kraai
I’ll stay awayIk blijf wel weg
And though all roads will not lead
you home my girl
En al leidt niet elke weg
naar huis mijn lief
All roads lead to the end of the
world
Elke weg leidt naar weer verder
weg
I sewed a little luck up in the hem of my gownEn ik naaide wat geluk zo in de
zoom van mijn jurk
The only way down from the gallows
is to swing
Weg van de galg kom je alleen
als je al hangt
And I’ll wear boots instead of
high heels
Dan gaan de pumps uit voor
laarzen
And the next stage that I’m on it
will have wheels
En mijn volgende vloer zal op
wielen staan

Bad As Me

Niet elke plaat verdient veel aandacht en ook niet elke tekst van Tom Waits is te vertalen.

Bad as me is nog steeds, na acht jaar, de laatste plaat van meneer Waits en nog steeds de moeite waard. Pay me raakte me direct en ik vind het nog steeds mooi. Ik dacht dat het relatief makkelijk te vertalen was, maar dat viel nog niet mee. Met de frasering van Waits en de lijnen waarmee hij melodie tekent is de uitdaging voor de zanger ook nog wat groter dan die van One. 

Tom Waits is lastig te coveren. Toch is het gedaan, en toevallig ook door Johnny Cash die Down There By The Train herzong, ook weer op zijn American Recordings. Om degene die het wil zingen bij de gitaar op weg te helpen hierbij de link naar de acoorden.

Waar gaat het over?

De song One  staat voor verschillende interpretaties open, waarvan verschillende waarheid bevatten. Datzelfde geldt voor dit lied. Uit een Q & A met de New York Times zei Tom Waits zelf hierover:

Q. What’s going on in the song “Pay Me”?

A. I saw a poster that was from, like, the turn of the century, and it said “Missing,” and it was for a girl who was missing, and the family was putting a classified ad on the side of a building. And at the bottom it said, “she need not be afraid to come home.” Because those were big things. If you left home and you moved to another town and you were working in a saloon, your family might pay you to stay right where you are because they don’t want you to bring shame on them.

All records are riddles, and whatever you may want people to think it’s about, it may just be throwing them off. And you don’t want it to get in the way of what someone else’s understanding is. It’s not really about anything. At the same time, it will find some meaning.

‘Elke opname is een raadsel…eigenlijk gaat het nergens over. Tegelijkertijd zal het iets van betekenis vinden.’

Zoo Palescue: De grijze mus

Zoo Palescue: De grijze mus

Eerst woonde ik onder het dak en hoorde musjes in de zinken dakgoot:

Tik tik tjiep tjiep

Tiktiktik tjiep tik tjiep

Nu woon ik beneden en de mussen zitten op het dak. Ik zie ze in een wolk naar de heg afdalen, als een vallende struik met wapperende blaadjes in de wind. Na kwetterend overleg fladdert de hele club op naar de dakgoot aan de overkant. Sinds kort weet ik ook dat ze tegen een verticale muur kunnen zitten: muurklevertjes.

Zo’n groepje bestaat meestal uit een stuk of twaalf; als je een mus alleen ziet is het waarschijnlijk geen huismus. En dat de groep graag in de heg zit maakt het geen heggenmus. Het is officieel zelfs geen familie. De heggenmus is anders gebekt, met een dun snaveltje, en een echte zangstem.

De huismus zingt niet, hij tjilpt.  Jan Hanlo maakte er een gedicht van met twintig keer het woordje ‘tjilp’. Eigenlijk zegt ‘ie ‘tjiep.’ Onderling, maar ook in het openbaar, zegt ‘ie ook ‘prrrrrrr’, met een rollende r. Volgens sommigen kan de mus zelfs echt zingen en andere geluiden maken. Een klik-geluid betekent ‘nee’.

Mus: bijna niets, ‘n pluizig bolletje met bruine en witte veertjes. Een grijs petje en bij de mannetjes een zwarte vlek op de borst. Hoe groter de vlek, hoe belangrijker het mannetje. De mus, grijze muis onder de vogels. De huismus is ook een echte huismus – hij blijft zijn hele leven in dezelfde buurt.

Ze heten schichtig te zijn, maar bij het pannenkoekenhuis zitten ze soms gewoon aan tafel op de rand. Tekenaar Peter Vos maakte veel portretten van musjes. Want elk musje is anders, zoals alles in de natuur- elke mens, grasspriet en sneeuwvlok- uniek is.

Je maakt mij niet blij met een dode mus. Het musje is zo leuk en levendig. En nooit alleen.


3. VerenEnVachten_sep2017

 

Voor editie september 2017 (12e jaargang, nr.3) van Veren & Vachten, Stichting DierenZorg Eemland

Foto: De Huismus, door Bobette (Gon Smiet) 

 


 

 

 

 

 

 

 

Musje_Bobette

Normaal. Doen.

Normaal. Doen.

Dat valt nog niet mee, normaal doen. Gewoon doen en nog jezelf zijn ook. Ik bedoel: wie is dat? Je / Het / Ik verandert nogal eens. En zo ik al perfect weet aan te voelen wie ik precies ben, op dat moment en onder die specifieke omstandigheden, dan valt het nog niet mee die normale zelf staande te houden.

Het valt nog niet mee om, daaraan voorafgaand, jezelf eerst weten op te richten, aanwezig te zijn in de ruimte. Zichtbaar voor eventuele anderen. Gewoon, zelf bewust van de situatie zijn.

Want er zijn tegenkrachten.

Zoals een boom zich eerst moet wortelen en ontworstelen aan wat hij zoal tegenkomt in de groei – takjes, een kiezel, een leeg blikje sportdrank en een concurrerende netel – zo ontmoeten we in het moment obstakels die ‘Normaal. Doen’ in de weg staan.

Je beoordeelt en wordt beoordeeld op kleding en bagage, pak en zak, afkomst en gebrek, zon of regen, naam en faam, ruimte en beweging, tongval en oogopslag, haar en gebaar en ga maar verder, ga maar door. Alles wat overwonnen, ontweken of ontkend moet worden.

Dat valt nog niet mee. Gewoon er zijn, en beoordelen hoe daarin normaal te doen. Hoe onopvallend, of juist bewust van je opvallende aanwezigheid normaal te zijn.

Daar ben je dan. En nu je hier toch bent, moet je ook wat doen. Dat is wel zo normaal. Er wordt een actie of reactie verwacht.

Dat valt nog niet mee. Dan moet je wat zeggen. En wat valt hier, nu, nog te zeggen… en ook nog te voldoen aan de volledige norm van ‘Normaal. Doen’?

Normaal doen in eigen ogen en oren en die van elke willekeurig aanwezige, meelezer, toehoorder, volger, vriend van volger en vrienden van vrienden van volgers van vrienden?

Niet normaal. En toch. Het gebeurt.

Elke. Keer. Weer.

 

Normaal. Doen. Het klinkt zo eenvoudig. Maar wat is dat eigenlijk, normaal doen? En wat doe je als je vindt dat iemand níét normaal doet? Wanneer zeg je: ‘Doe effe normaal!’ Hoe zit dat met je moeder, je buurman, je kind? Ben je zelf eigenlijk wel normaal? Of liever niet? Maak ons augustusnummer beach proof en schrijf vrijmoedig over jouw pogingen normaal te doen – of juist zo afwijkend mogelijk te zijn – of anderen daartoe te bewegen.

Geen moralistische essays, maar waargebeurde, persoonlijke verhalen willen we lezen. In maximaal vijfhonderd woorden. Stuur jouw bijdrage vóór dinsdag 13 juni naar lezersoproep@vn.nl of naar Redactie Vrij Nederland, postbus 1254, 1000 BG Amsterdam (met de vermelding: ‘Lezersoproep’).

def Exist_20160523_2

Tactiel Textiel in Tilburg – Kloppende Testikels en Kruikengezijk

Tactiel Textiel in Tilburg – Kloppende Testikels en Kruikengezijk

Tilburg is een prachtige stad. Zeldzaam lelijk. Ik zag er laatst dingen die ik nog nooit gezien had. Kunst en vakmanschap wat ik niet voor mogelijk had gehouden. Bij voorbeeld textiel wat zelf tactiel wordt.

IMG_20170303_134403306_HDRTilburg dus, met meer dan 200.000 inwoners toch mooi de zesde stad van Nederland. Het is een redelijk jonge stad en toch al ouder dan bij voorbeeld Eindhoven, wat pas in de twintigste eeuw tot wasdom kwam. De oudste gebouwen die ik in Tilburg zag zijn negentiende-eeuws. Toch wonen er al elfduizend jaar mensen.

Tilburg werd in 1809 officieel stad dankzij de Franse koning Lodewijk Napoleon Bonaparte (de neef van -). Koning Willy II liet er een paleis bouwen waar hij nooit gewoond heeft wegens doodgaan en Koning Willy van Max vierde er zijn 50e verjaardag en heeft dat overleefd. Er schijnt ook hevig carnaval te heersen in de Kruikenstad, maar daar weet ik niets van.

Tilburg is gegroeid uit een klont ‘herdgangen’ waar schapen doorheen liepen. Het was dan ook tot diep in de twintigste eeuw een centrum voor de textielindustrie.

Damast

Ik was er onlangs om boeken te brengen en nog iets minder onlangs bezocht ik toevallig het textielmuseum. Inmiddels heb ik daar ook op gestemd als winnaar van de Museumprijs voor Mode en Design van de BankGiro Loterij. Op de andere twee musea kan je ook nog stemmen. Je kan er een reis naar new York mee winnen. Eigenlijk is museum Boymans mijn favoriete museum, sowieso, maar dat lijkt me al bekend genoeg. De andere kandidaat  is het stedelijk van Den Bosch. Dat is het meest gespecialiseerd in design en lijkt me daardoor het minst interessant.

Het textielmuseum in Tilburg is een gecombineerd museum. Je ziet de historische
fabriek in werking: het proces van schaap naar draad en wollen deken met behulp van de stoommachine. Maar je kan er ook zelf aan de slag in het TextielLab. Bovendien kan je er je damasten servetten laten reinigen. Je kan het er ook kopen. Een tafel is pas gepast met zilver en damast, zeg ik altijd maar.

Gepotel

Als het over textiel gaat, valt al gauw het woord ‘tactiel’: de ervaring van het voelen is belangrijk voor de beoordeling van textiel. Het moet immers ook lekker zitten. Textiele voorwerpen zijn daarnaast nogal kwetsbaar, het slijt natuurlijk van al dat gepotel. Dat is voor een textielmuseum natuurlijk een dilemma. Gelukkig is er ook een materiaalkast waar je kan voelen aan allerlei vormen van textiel.

Maar, over de kunst. Textiel is meestal een zogenaamde toegepaste kunst. In de haute couture wordt het een autonome kunst, maar dan blijft de textiel het medium. Voor mijzelf was het bezoek aan Tilburg een eerste kennismaking met textiel als autonome kunstvorm.

IMG_20170303_125058689_HDR‘Leuke lamp, overigens’

In de permanente expositie zijn slimme, mooie en artistieke toepassingen te zien, en objecten die er zo’n beetje tussenin zitten. Zo zag ik een prachtige lamp van glasdraden waar licht door stroomde. En nog veel meer moois zag ik.

In de tijdelijke tentoonstelling ‘Rafelranden van Schoonheid’ is werk te zien van vier kunstenaars. Allemaal prachtig en autonoom: eigenzinnig gebruik van materialen door Nan Groot Antink. Voor het verfproces maakte ze gebruik van urine, geïnspireerd door de originele Tilburgse Kruikenzijkers, fabrieksarbeiders die met hun urinekruiken over straat liepen. We zagen ook grote, bizarre vormen van Tanja Smeets die als schimmel in de ruimte lijken te zijn gegroeid en een monumentaal soort schild van het duo Heringa/Van Kalsbeek. Er was ook een zaal met een vreemd soort filmbeelden. Fazinierend.

Stimulus

In de laatste zaal die ik inliep was het nogal donker. In vitrines hingen en lagen donkere voorwerpen. Het totaal heet ‘Stimulus’ en is gemaakt door Bart Hess. De inspiratie voor Hess was “de zachte puls van testikels”. Ik moest een beetje lachen, waarschijnlijk vanwege het ongemakkelijke gevoel dat ik kreeg. Plots bewoog een voorwerp in de vitrine naast me. Ik schrok me rot. Er hing een soort gerafelde leren zak die klopte, alsof er een hart in zat.

Ook de objecten in de andere twee vitrines reageerden op geluid. In dit werk wordt het textiel zelf dus tactiel. Autonomer textiel zal je niet gauw zien.

Helaas heb ik er geen foto’s van. Ga dus zelf even kijken. De tentoonstelling Rafelranden van Schoonheid is nog te zien tot 28 mei 2017.

Deze diashow vereist JavaScript.

 

 

Rekel bij ’t Raboes

Rekel bij ’t Raboes

De eerste vos die ik zag was een paard. De tweede getekend door Rien Poortvliet. De eerste moervos of rekel die ik zelf zag lag plat, bewegingloos langs de weg. Pas tientallen jaren later zag ik een levende. Over een rotonde in Lelystad liep hij (of zij) naast de auto. Alert maar onverstoorbaar. Vorige week overreed ik bij Lage Vuursche bijna een vos die overstak.

De vos leeft in veel Nederlandse gezegdes. Eén van onze oudste boeken verhaalt “Van den vos Reinaerde“: de schelm die zijn streken niet verliest en de raaf ervan overtuigt dat de druiven zuur zijn. Koning Nobel is de wolf in dat verhaal. Met de komst van het Koninkrijk der Nederlanden is in de negentiende eeuw de laatste wolf in ons land geschoten. De afgelopen jaren wordt hij soms weer gezien. De Kroon heeft hem in 2014 alvast tot beschermde inheemse diersoort uitgeroepen. Maar zolang koning Nobel hier niet resideert, is Reinaert het grootste roofdier in ons land. En mag iedereen met een jachtakte op hem jagen, om de weidevogels te beschermen in de weidsheid van de Grote Melm tot aan ’t Raboes.Streetview Polder

In Soest ken ik hem vooral van kennissen die, diep in de bebouwde kom, ’s morgens kapotgebeten pluimvee aantroffen wat haar laatste eitje had gelegd. Ik hoor hem ook vaak benoemd worden als schuldige voor de teruggang van weidevogels. Ik lees dat dit ook met de kwaliteit van de weiden, en kraaien, te maken heeft. Het Eemland is voor grutto’s een wereldwijd top-drie leefgebied.

Dat vossen als hondsdol om zich heen bijten weten we. Dat ze alles eten, graag bramen, maar ook afval, wordt vaak vergeten. Op Soestdijk kennen we trouwens een heuse Jachtvereniging. Die houdt alleen een andere traditie levend: onder hoorngeschal met de meute achter een geurspoor over landgoederen galopperen.

(Afbeelding door R. Schulz (1829-1880) – Collectie Rijksmuseum)

Vos_MarjolRP-P-OB-201.020

De Papegaai van Zwarte Willem

De Papegaai van Zwarte Willem

eem2
Kleine Melm, de Eem

Laatst voer ik ’s avonds over de Eem. De boot heette Inspiratie en vertrok vanaf de Kleine Melm, onder ouderen nog steeds bekend als Zwarte Willem. De bebouwing daar is de oudste van Soest, in de muur staat het jaar 1681.Vroeger was er een café, genoemd naar de plek en de eigenaar: Zwarte Willem. Er was een pontje naar de overkant en je kon er ook bootjes huren. Ik hoor hem nog zeggen: ‘Dat is dan zeven pietermannen.’ Dat was in guldens een middag roeien, medio jaren ’70.

Op de Inspiratie hoorde ik een verhaal: tijdens de Tweede Wereldoorlog stond ook de bezetter wel eens bij Zwarte Willem aan de toog. Nu was in de zaak was ook een papegaai, en om de paar minuten riep dat beest: ‘Hitler is dood! Hitler is dood!’ De Duitsers lieten de papegaai maar begaan. Het was aan het begin van de oorlog – de sfeer was nog niet zo grimmig en de dorst was groot.

Naarmate de avond vorderde begonnen ze zich toch te ergeren. Bij het afscheid zei één van hen: van hen: ‘Alles gut, Schwarze Wilhelm, maar als diese papegaai volgende keer wieder so tekeer gaat, schiet ik persoonlijk z’n kop eraf.’

Wat te doen? Je kan een papegaai leren praten maar hem iets afleren is eigenlijk onmogelijk. De vrouw van Zwarte Willem zei: ‘De dominee heeft ook een papegaai. Laten we onze papegaai ruilen met die van hem.’

Zo gezegd, zo gedaan.

Bij hun volgende bezoek hielden de soldaten de papegaai nauwlettend in de gaten. Hij zei niets. Er kwam geen geluid uit. Op een gegeven moment besloot één van de Duitsers de vogel te provoceren. Hij ging naar de papegaai toe en riep: ‘Hitler is dood.’ Nu klonk het, met de gedragen galm van de dominee, luid door de kroeg: ‘Laten wij danken!’

zwwillem
Zwarte Willem met passagier op zijn pontje

Zoo palescue1 V&V_2017_01
Zoals het verscheen in Veren & Vachten, een uitgave van St. Dierenzorg Eemland (jg.12, 2017-01, maart 2017)

Extra’s bij de bundel

Extra’s bij de bundel

Sinds kort is mijn bundel ‘Weg is altijd ergens, Titel 2: Verzameling uit de gele ordner’ digitaal te koop en wel via deze link. Je kan het natuurlijk ook via mij kopen. Ik heb zonet een doosje besteld om door te verkopen, misschien wel aan jou. Je krijgt er dan optioneel een pretpakket van signering en persoonlijke overhandiging bij.

De gele ordner is de tweede die ik heb gevuld, tussen circa 1990 en 2006. Ongeveer tientitelgedicht jaar daarvoor begon ik mijn werk te verzamelen in een antieke, grijze ordner. Een selectie daarvan verscheen in 1994 als ‘Caesar’s Paleis’, zeg maar Titel 1. Om het verhaal rond te maken heb ik een paar van die oudere, en nieuwere,  gedichten overgenomen in deze bundel. Er is nog genoeg moois over – een nieuwe bundel met ouder werk verschijnt hopelijk later.

De afgelopen tien jaar heb ik een derde, witte ordner volgeschreven en vandaag de dag verzamel ik teksten in een blauwe. Ook hieruit hoop ik in de toekomst een selectie te laten verschijnen. Bij de samenstelling van deze bundel heb ik me niet alleen beperkt in de tijd, maar ook in de lengte van de teksten. De langere teksten zijn ook inhoudelijk anders, meer poëtisch proza. Misschien moet daar ook maar een apart bundeltje van komen…

De tekeningen in Weg is altijd ergens zijn overigens jonger dan de gedichten, met uitzondering van die bij het titelgedicht op pagina 43. De tekening is, net als de overige, los van de tekst gemaakt en verbeeldt ‘een palescue aan de wandel’. Toen ik de figuur Palescue uitvond was het in eerste instantie een soort stripfiguur.

Het laatste gedicht uit de bundel is ‘Eigendunk.’ Met de webcam ziet het er zo uit op YouTube:

Ook van ‘Koude kermis’ heb ik een filmpje gemaakt. Zelfde opstelling, andere aanpak. Met muziek, jawel:

Over

Toen de gele ordner vol was had ik al een eerste versie gemaakt. Gewoon, een selectie thuis  netjes opgemaakt, uitgeprint en in een plastieken snelhechter gedaan. Nadat de daaropvolgende ordner vol was vond ik dat het tijd werd voor een echt boekje. Eerder had ik wel boekjes in eigen beheer gemaakt. Een hoop gedoe. Ik ging dus insturen. Van de ‘grote namen’ hoorde ik niets of ik kreeg een afwijzing.

Dan maar POD – Printing On Demand. Da’s gratis, da’s goed. Uitgeverij Boekscout had daar wel zin in. Uit de beoordeling van het manuscript dat ik instuurde:

De titel wekt meteen mijn interesse en bij het eerste gedicht weet ik het al: deze bundel wil ik helemaal lezen. Je speelt met woorden op een manier die laat doorschemeren dat je kennis van taal en een uitgebreid vocabulaire bezit. De diepere lagen in de gedichten doen de lezer stilstaan en nadenken bij wat hij zojuist gelezen heeft. Prachtig zijn de net niet kloppende bewoordingen die zoveel sfeer en herkenning oproepen, zoals bijvoorbeeld: ‘de kamerplanten zijn bijna / nog steeds niet dood’ of ‘van jou haat ik het liefst’. Deze bundel zal eenieder die van taal houdt blij verrassen en eenieder die op zoek is naar goede poëzie vergenoegen. Ik weet zeker dat ik, wanneer deze bundel eenmaal in mijn boekenkast staat, de gedichten van tijd tot tijd nog eens met plezier door zal lezen, en dat ik dan alsnog taalkundige pareltjes tegenkom die me eerder niet waren opgevallen. Ik neem mijn hoed voor je af.

-Marjet

Opmerking:
Wel hebben we één aanbeveling: er staat één Engelstalig gedicht in de bundel. Voor de continuïteit is het wellicht mooier om het enkel bij Nederlandstalige gedichten te houden.

Het was dus vrijwel klaar, dacht ik. Maar ik haalde niet alleen dat Engelstalige gedicht eruit, ik herzag de hele selectie, ging de hele map weer van achter naar voren doorspitten. Ik wijzigde kleine dingetjes en vond steeds meer kleine imperfecties in de opmaak. De cover was natuurlijk ook nog een dingetje. Uren mee bezig geweest. En ik wilde er tekeningen bij. Oude tekenboeken en bestanden doorgebladerd, ingescand, aangepast en in de tekst gepast.In Word, want Boekscout wil een manuscript in Word.

Toen ik de eerste ‘proefdruk’, een PDF in de mail terugkreeg zag ik een andere cover, een andere letter, een andere bladspiegel en een andere indeling. Na verschillende mails en een telefoongesprek ziet het er ongeveer zo uit als in het begin. Alleen waren de gedichten wel wat verschoven. De Inhoudsopgave heb ik wel telkens aangepast, maar de verwijzingen in de verantwoording, door mij Extra’s genoemd klopte niet meer.

Blurb

Daarom maakte ik een inlegvelletje: Errata in Extra’s.

Natuurlijk ging ik met het boekje ook naar de plaatselijke boekhandel. De mevrouw van de boekhandel wilde wel een exemplaar neerleggen, dan zou zij het bestellen voor eventueel geïnteresseerde klanten. Ze wilde er dan wel een blurb  bij en liet een paar voorbeelden zien van andere lokale helden die een boekjes hadden gemaakt: een A4-tje met wat extra informatie.

Blurb ken ik als een literair tijdschrift van vroeger, waar Simon Vinkenoog aan werkte, maar oorspronkelijk is het een promodingetje bij een creatief werk. Inmiddels is er ook een platform wat zo heet waar je zelf boeken kan maken.Dat heb ik gemaakt en inmiddels samengevoegd met de Errata en een extra gedicht, in handschrift.

Als je het boekje hebt gekocht zonder blurb kan je het hier donwloaden en uitprinten. Mij lukt het nu even niet er een goeie print van te maken maar dat ligt vast aan mij, en het late uur. Op het scherm ziet het er in ieder geval mooi uit.

De foto boven dit artikel is overigens niet genomen in de officiële boekwinkel maar in de tabaks-/gift- en boekenshop Cigo Peperzak. Mark & Georges (vader en zoon) Peperzak waren zo vriendelijk mijn boekje een topplek in de winkel te geven, tussen twee prachtig toepasselijke titels en boven Saskia Noort. Wat wil een mens meer?

Bestel moar bestel moar bestel moar

Palescue: Weg is altijd ergens, Titel 2, Verzameling uit de gele ordner 

ISBN: 978-94-022-2944-8.

Prijs: € 15,99 (inclusief verzendkosten, via Uitgeverij Boekscout, 2016)

Afgelopen zomer zijn ook losse gedichten gepubliceerd in verzamelbundels:
  • Zomerse poëzie, uitgeverij Heimdall ISBN: 978-94-91883-61-3. Publicatiedatum: 17 juli 2016; Verzamelbundel, e-book, Op het strand
  • Po-e-zine, No.13, juni 2016: 5 gedichten Over de bergen; Ruimte; Loos; December daargelaten; Geometrie-Soms; + tekening: Bo wie.
  • Poemtata, Bundel No.8, juni 2016 ‘Alles in Woordenland’; Ruimte

zomerse-poezie_cover

Original: Die Dreigroschenoper

Door Kenza Koutchoukali

De Dreigroschenoper onbekend? Grote kans dat Mack the knife je wel iets zegt. Berlijn, de jaren twintig. De stad had een aantrekkingskracht waar weinig kunstenaars zich tegen konden verzetten: Salvador Dali, Pablo Picasso, Marlene Dittrich. Het was het culturele epicentrum van de wereld en trok een scala aan artiesten, genres en humoristische […]

via Een kraker van een nummer uit een onbekend werk — Lambo blogt

Het Verhaal van De Titel

Het Verhaal van De Titel

Alles is maar net het verhaal dat je ervan maakt. Stel: je ziet een vreemd wezen. Je herkent iets in de verschijning en noemt het een olifant. Je herkent een zweem van de kleur en noemt het roze. Je zegt dat ik een roze olifant heb gezien. Maar het eigenlijke verhaal is dat ik een delirium heb en aan waanvoorstellingen lijd. De wereld is onbetrouwbaar en keert zich tegen je. Je lichaam trouwens ook. Het beeld van de roze olifant maakt het beheersbaar. Je kan erom lachen en dat is een eerste stap naar herstel.

De mens schept samenhang, ook waar die niet is, door er een verhaal van te maken. Neem je eigen leven: een tamelijk toevallig samenraapsel van keuzes en gebeurtenissen maar voor jezelf maak je er verhaallijnen in. Je kan het navertellen en daardoor lijkt er een logische samenhang te bestaan. Voor veel mensen is hun eigen verhaal zelfs van een onontkoombare logica – het heeft zo moeten zijn.

Wetenschap: proefondervindelijk meten is zeker weten, zuiver objectief et cetera, jaja. Het resultaat van meten is een reeks cijfers of andere symbolen, die overigens niet zuiver objectief tot stand komen, maar altijd door een subject worden waargenomen, genoteerd in een bepaald patroon en dan worden geïnterpreteerd .

Werken van Ben Joosten (1931-2013)
Werken van Ben Joosten (1931-2013)

Het wetenschappelijk discours bestaat er nu uit die symbolen in een logische rij te zetten en te duiden, kortom, er een verhaal van de maken. Symbolen zijn nog geen data, data is nog geen informatie, informatie is nog geen kennis, kennis is nog geen wetenschap, wetenschap is nog geen wijsheid. De wijsheid ligt in het verhaal.

Je kunt een heleboel keer waarnemen dat er een regendruppel van 1 milliliter valt op een gebied van een op een bepaalde lengte en breedte maar het punt is dat het regent – en het verhaal is dat daarmee de oogst gered is en een dreigende hongersnood voor dit gebied lijkt afgewend. En het verhaal is bijvoorbeeld ook dat van de waterkringloop op aarde. En zo zijn er nog ongeveer net zoveel verhalen denkbaar als we regendruppels telden, want als water bevinden wij ons in een kringloop van verhalen. We ontstaan uit, en dragen ons druppeltje bij aan een zee van verhalen.[i]

We hebben vanuit de evolutie een mooi stel zintuigen meegekregen maar we moeten goed beseffen dat die beperkt zijn en dat we de werkelijkheid die buiten die zintuigen bestaat niet kennen, althans niet kunnen meten…en dat de samenhang die we tussen waarneembare verschijnselen zien er niet noodzakelijkerwijs hoeft te zijn. Het is een verhaal over de werkelijkheid. We noemen het Theorie.

En theorieën uit het verleden, of het heden, bieden geen garantie voor de toekomst…

Wetenschap is een waargebeurd verhaal. En degene die het verhaal het best vertelt levert het paradigma, de overheersende theorie. Dit geldt niet alleen voor de zogenaamd zachte wetenschapstakken als geschiedenis en sociologie, maar ook voor natuur- en scheikunde, en zeker in de economische wetenschappen.

Logisch

U zegt “ik maak geen verhaaltjes, ik denk alleen logisch na.” Maar ‘Logica’ is een vaak onjuist gebruikt begrip. Vaak wordt retorica of ‘gezond verstand’ logica genoemd. Logisch nadenken en handelen is meestal niet anders dan platgetreden paden van vaste gewoontes en denkpatronen volgen. Nog niet zolang geleden was het ‘logisch’ dat dat vrouwen geen bankrekening of stemrecht konden hebben. In Tachtig Dagen de Wereld Rond was een fantasie – als we nu in 24 uur de wereld rondreizen, is ergens sprake van een vertraging.

Gevoel en emoties worden irreëel, niet logisch genoemd, maar zijn ook logisch te benoemen in het verhaal van neuronen en chemische processen wat zich in ons lichaam afspeelt. In onze hersenen ook ja, maar is ons hoofd dan geen lichaamsdeel? In het denken is niets onrealistisch. De beperking is alleen ons eigen hoofd en bij de uitvoering staan slechts wetten in de weg, en praktische bezwaren[ii].

De taal van de logica is niet retorica maar algebra en die heeft haar eigen schoonheid en verhaal. En ook in de wis- en natuurkunde geldt dat het mooiste verhaal de meeste overtuigingskracht heeft. Als verschillende berekeningen tot dezelfde uitkomst komen, wordt de voorkeur gegeven aan de meest heldere, transparante bewijsvoering. Bij het schrijven van computerprogramma’s zien we dit ook. Als verschillende programmeurs eenzelfde toepassing maken, zal het werk van degene die de meest elegante code schrijft, beter genoemd, en vaker gebruikt worden.

looproute
looproute

Wat maakt een reeks woorden (lijnen, tonen, beelden, symbolen) tot een goed verhaal? Het belangrijkste is dat er een spanningsboog is. Iedere volgende stap komt onontkoombaar vanuit de vorige. De tweede stap moet zogezegd ‘logisch’ volgen uit de eerste, maar hoeft niet voorspelbaar te zijn. Liever niet zelfs, want we willen een zekere spanning in het verhaal, en spanning ontstaat door de onverwachte combinatie van uiteenlopende elementen die desalniettemin ‘accoord gaan’, in harmonie zijn.

De verhaalvorm is het meest duidelijk in de kunsten, religie en filosofie. De beste muziek, de mooiste kunst, de meest geloofwaardige profetie, wordt niet gemaakt door de meest verbale, virtuoze instrumentalist maar door degenen die het instrument gebruiken als medium om hun verhaal te vertellen – een verhaal dat uit taal of toon, ritme en de persoon wordt gedestilleerd. In andere menselijke uitingen geldt, mutatis mutandis hetzelfde: we zoeken een medium en gebruiken de eigenschappen ervan in combinatie met de geestelijke en fysieke vaardigheden die we hebben meegekregen, die we met oefening hebben ontwikkeld, om een afgerond verhaal te maken dat door medemensen wordt begrepen.

Misschien is dat ook het enige doel: door medemensen te worden begrepen en geloofd – en zo opgenomen te worden in het verhaal van anderen, van allen.

De kern of boodschap van een verhaal kan verschillen, maar zal ook vaak hetzelfde zijn. Uiteindelijk is de boodschap vaak een variatie op iets wat we allang kennen: de schepping is mooi; de liefde is groot, de wereld is hard, en nog zo wat wijsheden die op een tegeltje passen.

Veel verhalen vertellen eigenlijk hetzelfde en zijn toch uniek door het gebruikte medium. De oorspronkelijke pianovertolking van Moessorgski’s “Pictures at an Exhibition” (1874) is anders dan die van een strijkkwartet of de orkestbewerking. Maar ik bedoel niet alleen de instrumentkeuze, of de gekozen kunstvorm: de schilderijen op de tentoonstelling zelf zouden je een heel ander, en toch weer hetzelfde verhaal vertellen.

Wat elk verhaal uniek maakt is het medium van de verteller zelf, in dit voorbeeld de man Modest Mussorgski. De tentoonstelling in kwestie was, bij voorbeeld, met werken van een goede vriend van hem (Viktor Hartmann) die vlak ervoor was overleden. Dat hoor je. En dat ze samen streefden naar Russische Kunst, ook dat verhaal hoor je.

photocollage
J.J. Cale. Photo: Jane Richey

De stem en de stijl van de verteller maken integraal deel uit van een goed verhaal. Ik bedoel, stel dat ik goed gitaar kan spelen, of iets minder goed, dan kan ik best een stuk van bij voorbeeld J.J. Cale naspelen – en zo zijn verhaal navertellen. Het wordt daarmee niet het mijne. De kracht van zijn muziek, het verhaal van zijn compositie, komt voort uit de persoon – zijn afkomst, opvoeding, lichamelijke eigenschappen en ervaringen hebben een handtekening gedestilleerd die zichtbaar is in al zijn uitingen. Het gaat inmiddels niet alleen meer over J.J. Cale. Persoonlijke eigenschappen, zowel aangeleerd als gegeven en gegroeid, vormen de stijl. En pas als je die kan samenvoegen met een ‘Boodschap van Algemeen Nut’, heb je een flinter waarheid, een vonkje wijsheid, een mooi verhaal.

Soms is het de toon, soms het ritme, soms de vorm van het verhaal – uiteindelijk bepaalt de mate waarin de onderlinge verhoudingen aansluiten of je overtuigd wordt door het Verhaal. En waardoor je komt tot een nieuwe, of vernieuwde, waarheid – groot of klein, kort of langduriger, roze of grijs.

Op het gevaar af in de hybris te verzeilen trek ik de verhaallijn nog even door: iets krijgt pas betekenis als het is ingebed in een verhaal. Een klinker heeft potentie zolang ‘ie wordt gebakken uit klei en ligt opgestapeld op een pallet, maar krijgt pas betekenis in een weg. Daarbij zijn verschillende wegen naar verschillende waarheden naast elkaar mogelijk. Dezelfde steen kan verschillende functies hebben. Zoals bekend vertellen verschillende getuigen behoorlijk uiteenlopende verhalen over precies dezelfde gebeurtenis. De waarheid is veranderlijk.

Je kan zeggen: ze bestaat niet, maar een goed verhaal bevat altijd waarheid. Misschien niet De waarheid, maar een deel ervan, zoals elke cel het volledig DNA bevat, en slechts zolang het organisme leeft, voor de duur van zijn verhaal.

Bestaat, in theorie of werkelijkheid, ook het Lied van Alles? Sommige verhalen, op schrift of in andere media, komen best ver. Zoals (bij voorbeeld en volgens mij) Jorge Luis Borges in “Het Schrift van de god (1949) waarin de formule voor Alles zichtbaar is in de vlekken van de vacht van een luipaard. Bestaat er, met andere woorden, op meta-niveau één allesverhalend verhaal, wat we met z’n allen telkens opnieuw proberen vorm te geven in onze uitingen?

Aldus sprak Palescue enkele woorden in Salon van de Wijsbegeerte, Artishock, Soest, september 2013.

Nootjes en Kwootjes

[i] Zie: Salman Rushdie, Haroun and the Sea of Stories (1990), of Rabbi David A. Cooper in God is een werkwoord, een mystieke visie op de kabbalá (God is a verb, Kabbala hand the practice of Mystical Judaism (New York, 1998) pag. 73:

“Het principe van de continue schepping, zonder begin of eind, is gebaseerd op de idee dat er een bron van het leven is die eeuwigdurend de energie uitstraalt die nodig is voor al het bestaande. Als deze bron van het leven zich ook maar een fractie van een seconde zou inhouden, zou alles meteen verdwijnen. Dat wil zeggen: de hele mensheid, de hele natuur, de hele schepping wordt van moment tot moment van kracht voorzien. Het is alsof de schepping een gloeilamp is die blijft branden zolang er stroom op staat. Op het moment dat we de knop omdraaien, gaat het licht uit.”

[ii] Uit Het Huwelijk vanWillem Elsschot (1910), al refereer ik hier evenzeer aan natuurwetten als aan juridische.

Het Huwelijk

Toen hij bespeurde hoe de nevel van de tijd

in d’ogen van zijn vrouw de vonken uit kwam doven,

haar wangen had verweerd, haar voorhoofd had doorkloven

toen wendde hij zich af en vrat zich op van spijt.

 

Hij vloekte en ging te keer en trok zich bij de baard

en mat haar met de blik, maar kon niet meer begeren,

hij zag de grootse zonde in duivelsplicht verkeren

en hoe zij tot hem opkeek als een stervend paard.

 

Maar sterven deed zij niet, al zoog zijn helse mond

het merg uit haar gebeente, dat haar toch bleef dragen.

Zij dorst niet spreken meer, niet vragen of niet klagen,

en rilde waar zij stond, maar leefde en bleef gezond.

 

Hij dacht: ik sla haar dood en steek het huis in brand.

Ik moet de schimmel van mijn stramme voeten wassen

en rennen door het vuur en door het water plassen

tot bij een ander lief in enig ander land.

 

Maar doodslaan deed hij niet, want tussen droom en daad

staan wetten in de weg en praktische bezwaren,

en ook weemoedigheid, die niemand kan verklaren,

en die des avonds komt, wanneer men slapen gaat.

 

Zo gingen jaren heen. De kindren werden groot

en zagen dat de man die zij hun vader heetten,

bewegingsloos en zwijgend bij het vuur gezeten,

een godvergeten en vervaarlijke aanblik bood.

 

Kijk, het zit zo…

Kijk, het zit zo…

eigenlijk is het heel eenvoudig: het is ingewikkelder dan je denkt. Maar ook eenvoudiger dan je misschien had bedacht.

Niet dat het zo simpel is als anderen zeggen dat ze denken. Dat weten die mensen zelf meestal ook wel. Maar je weet, voor een sluitende redenering moet je soms wat verwarrende bijzaken weglaten, nietwaar?

Niet waar. Niet als die bijzaken een ander perspectief uit het zicht plaatsen. Maar dat terzijde.

Dus, het is niet zo simpel als die man (m/v) in de kroeg roept. Je moet het niet zo zien als sommige populaire media onthullen, laten doorschemeren als ze zich zeggen af te vragen of…met een vraagteken? Maar je moet het wel weten. En wat die goed gearticuleerde maar minder genuanceerde gast in die talkshow beweert is ook niet waar, al klinkt het goed.

Pijlen 20160719_polaroidHet is niet (nooit) alleen maar de schuld van deze of gene mens of groep of van het ene of andere idee of begrip. Hij of zij of het kan wel een rol spelen, misschien wel een grote maar er is (altijd) meer. Een ander begrip of persoon, wat daar volledig los van staat, met een andere oorsprong en een ontwikkeling die niet eens in dezelfde richting hoeft te gaan. Al kan dat wel zo lijken.

En nee, er is ook weer niet zoveel meer dat we moeten spreken van een samenzwering. Dat wereldwijd complot bestaat niet. Een geheim spreidt niet wijder dan één persoon. Mensen zijn te egoïstisch en/of te stom om in groter verband voor langere tijd iets geheim te houden, laat staan Alles – de geopolitiek, de financiële wereldmarkten – ongezien te regelen.

Tijdelijke (monster-)verbonden van mensen en ideeën kunnen wel een tijdje functioneren, en altijd dankzij een omgeving die dat toejuicht en een wijdere omgeving die dat minstens toelaat. Maar die omgeving verandert, constant of uiteindelijk, en doorgaans betekent dat ook het einde van die specifieke groep / dat overheersende idee.

© Txt: I.P. Fisher. Beeld: Palescue. NL, juli 2016.

Manu Scriptu

Manu Scriptu

Wil je ook zo’n manuscript in huis, bij voorbeeld aan de muur?

Dat kan.

Handgeschreven met inkt op speciaal papier, gedateerd en gesigneerd, ingelijst naar wens en thuisbezorgd vanaf € 10,-

En natuurlijk kan het ook een ander gedicht zijn. Dit is een voorbeeld. Neem hier contact op voor alle wensen en mogelijkheden, zoals bijvoorbeeld een illustratie. Van dit gedicht zie je hier de uitgetypte versie met een tekening, ook van Palescue.

December...Manuscript_lijst

 

 

De Offers – Kees van Beijnum

Ook ik heb Kees van Beijnum hoog zitten. Inderdaad heel vreemd dat hij niet in het Pantheon der Nederlandsche letteren is opgenomen. Zou hij het kleinzoontje van Conny Palmen hebben beledigd of zo?

apenstaartjeweblog

VAN-BEIJNUM_OffersHet is alweer enige tijd geleden dat ik dit boek las, maar het blijft op mijn netvlies. Het is prachtig geschreven en beschrijft een intrigerend thema. Het behandelt het Tokio-tribunaal, een minder bekend tribunaal. Het boek is gebaseerd op de Nederlandse rechter (Bert Röling) die bij dit tribunaal aanwezig was en een afwijkende mening had. Bijzonder is dat het thema wordt beschreven vanuit drie hoofdpersonen die ieder hun eigen kijk geven.

View original post 45 woorden meer

Angeli Mulders: Het Onzichtbare Zichtbaar

Angeli Mulders: Het Onzichtbare Zichtbaar

 

Door Cees Paul

 

In april is de zaal van Artishock voor Angeli Mulders. Deze Baarnse Angeli Mulders-001communicatiestrateeg maakt veelkleurige schilderijen met deels herkenbare vormen in een surrealistische setting. Ze begon ruim 15 jaar geleden met schilderen “met als doel om er geen doel mee te hebben, niet om te exposeren of te verkopen. In mijn leven en werk waren er al genoeg doelen.”

Inmiddels is ze om, exposeert ze en vertelt over haar proces: “Ik zie iets voor me wat blijft terugkomen: beelden, een verhaal, een ontwikkeling. Daarmee ga ik aan de slag. Vervolgens ontstaat er een proces van leiden en laten leiden. Vaak zitten er letterlijk en figuurlijk veel lagen onder voordat verbeeld is, wat geschilderd wilde worden. Mijn schilderijen geef ik bewust geen titel mee. Als ik dat doe zet ik het vast, stuur ik jouw waarneming. Zelf ben ik er ook vaak niet meteen uit wat een schilderij me precies wil vertellen. Het schilderen is een proces, een samenspel tussen het bewuste en het onbewuste. Het kijken naar schilderijen is dat ook. Daarom praat ik er graag over met anderen. Die gesprekken leiden tot nieuwe inzichten, over mezelf, de ander en bredere ontwikkelingen die gaande zijn.”

schilderij Angeli Mulders“Maar 5 tot 10% van ons handelen wordt bepaald door ons bewustzijn, het overgrote deel komt uit ons onbewuste. Kunst is voor mij een vorm om de poort naar het onbewuste open te zetten. Een wisselwerking van bewust leiden en onbewust laten leiden. Dat zie ik niet alleen terug in het maken of genieten van kunst, maar ook in de wereld om ons heen. We leven in een tijdperk van wantrouwen, waarin we de verbinding met de natuur, onszelf en elkaar kwijt zijn geraakt. Vanuit ons bewustzijn hebben we er geen grip op. Toch zie ik een positieve onderstroom ontstaan, een komende revolutie die die verbinding herstelt, vernieuwt. We staan aan de vooravond van een omwenteling, maatschappelijk, economisch en als mensheid in zijn geheel. Daarvoor is het nodig om de touwtjes van ons bewustzijn soms wat te laten vieren en ruimte te scheppen voor nieuwe ontwikkelingen en inzichten.”

“Kunst speelt een belangrijke rol in het zichtbaar maken van het onzichtbare. Als je stilstaat bij een schilderij en voelt waar het resoneert, is dat een onderwerp om op verder te gaan. Het inzicht komt dan vanzelf, al duurt het soms een hele tijd.”

Op de site www.angelimulders.nl kunt u digitaal kennismaken met haar kunst. Live kan dat zaterdagavond 2 april vanaf 19:45. Angeli Mulders houdt dan een lezing over haar werk ter gelegenheid van de opening. U wordt van harte uitgenodigd daar ook op te reageren.

Vanaf 20:30 JazzClub met Saskia Laroo. Zondagmiddag 13:45u. kunt u ook de lezing bijwonen met aansluitend muziek van de JazzCats. De toegang is telkens gratis. Zie www.artishock-soest voor meer bijzonderheden. De expositie is te bezichtigen tot eind april. Openingstijden: woensdag- en vrijdagochtenden tussen 10 en 12 uur en maandag- en woensdagavonden tussen 19.15 en 20.15 uur. Verder in overleg tel: 06 25586354

Mart Kwakkel: “De natuur is de slaap van de geest”

Mart Kwakkel: “De natuur is de slaap van de geest”

schilder van wetenschap, mythen en symbolen

Door Cees Paul

MartKwakkel_bij schilderij
Mart kwakkel voor zijn werk “Symbolische Sprookjes” (foto: Cees Paul)

Mart Kwakkel is kunstenaar. Zijn eerste solo-expositie is komende maand in Artishock. Mart is ook historisch geograaf en, iets heel anders, databeheerder. “Studeren is het leukste wat er is. Voor mijn schilderijen doe ik ook veel onderzoek. Als ik het doek ga opzetten en schilderen vind ik compositie heel belangrijk. Het moet een harmonisch geheel worden.”

Hij woont en werkt heel toepasselijk in een voormalige verffabriek, met uitzicht over de Amersfoortse Eem. Op de bank staat een schilderij met, onder meer,  een ridder, jonkvouw en draak. Mart vertelt: Dit werk heb ik terug gehaald uit de Kunstuitleen, maar het mag wel verkocht worden. Het is een middeleeuwse voorstelling. Schilderijen uit die tijd staan vaak vol symbolen. Bijna alles betekende wel íets, maar dat weten mensen niet meer. Daarom heb ik symbooltjes erbij gezet zoals we die nu kennen van onze telefoon en uit de openbare omgeving.”

Naast de kunstacademie heeft Mart landschapsgeschiedenis gestudeerd. Hij zegt daarover: “De natuur, het landschap heeft een enorme invloed op mijn schilderijen. De menselijke eigenschap om de natuur te bezweren is voor mij een inspiratie. In mijn schilderijen zie je een vermenging van de mythische natuur en de wetenschappelijke realiteit. Ik noem het surrealistische of mystieke landschappen.”

Op de ezel staat ‘Monarch’, wat zowel slaat op de koning als een vlindersoort. Het is nog niet af. Net als op andere schilderijen zien we veel dieren, in een landschap of bij neergestorte ruimtevaartuigen, zoals in het vijfluik ‘Mythische proporties’. Mart: “Mensen doe ik bijna nooit. In het echte leven hou ik van mensen. Maar misschien heeft de mens zich teveel gedistantieerd van de natuur om interessant te zijn voor mijn schilderijen.”

(R)evolutie detail1
Detail van “(R)evolutie” (foto: Mart Kwakkel)

“Voor de achterwand van de zaal in Artishock wil ik nog iets groots te maken. In verf zal niet meer lukken, maar ik maak ook illustraties, zeefdrukken en animaties. Ik schilder nogal langzaam. Daarom kan ik van mijn schilderijen niet leven. Dat ligt ook wel aan mijn instelling: ik heb geen zin om makkelijke series te maken of werk in opdracht te doen. Ik schilder liever naast een baan dan dat mijn creatieve vrijheid wordt beperkt.”

“Ik schilder om andere mensen een boeiend verhaal te vertellen. Beeldende kunst zie ik als een katalysator om de haastige moderne mens te ontspannen, zodat zij zich geïnspireerd voelen weer te gaan dromen.”

Opening Galerij Artishock zaterdag 7 mei expositie 20:00u., Steenhoffstraat 46a. Vanaf 20:30 JazzClub met het trio van Timo Menkveld. De toegang is gratis. Zie www.artishock-soest voor meer bijzonderheden. De expositie is te bezichtigen tot 27 mei. Openingstijden: woensdag- en vrijdagochtenden tussen 10 en 12 uur en maandag- en woensdagavonden tussen 19.15 en 20.15 uur. Verder in overleg tel: 06 25586354

Petra Tool: “passie, eigenheid en hobbels onderweg”

Petra Tool: “passie, eigenheid en hobbels onderweg”

In februari exposeert Petra Tool ‘explosieve aquarellen’ in de grote zaal van Artishock. Voorafgaand aan de opening op zaterdagavond 5 februari zal zij een lezing houden over haar kunst, wat haar beweegt en wat haar modellen beweegt. Haar muzen zijn vooral artistieke persoonlijkheden zoals dansers en muzikanten. Op zondagmiddag zal ze de lezing nog een keer houden en mensen met haar werk kennis laten maken. Ook dan is er live jazz muziek.

petra-juvat-artishock
Aan het werk met danser Juvat Westendorp (foto: Lucasfotografie)

 

In haar atelier in Hoevelaken houdt Petra elk jaar open atelier waar ook live muziek bij is. “Het verschil is dat ik nu een lezing houd en dat ik in Artishock veel meer werken kwijt kan. De laatste tijd heb ik nogal wat verkocht, dus ik moet hard aan het werk. Deze maand heb ik nog vier afspraken, onder andere Ruud Breuls, de solo-trompettist van het Metropole Orkest, en Judith Nijland. Zij is een hele mooie zangeres uit Soest. Van deze vier maak ik ook weer geschreven portretten. Die zal ik in eerste instantie publiceren op mijn blog.

Petra Tool is bekend geworden met portretten. In haar boeken staan geschreven portretten naast de aquarel van de muzikant in actie. Ze vertelt: “Dat begon in Amersfoort, toen ik gevraagd werd voor Jazz in Beeld, en van het een kwam het ander. Ik heb toen als eerste Lils Mackintosh geschilderd en daarna Alexander Beets. Hij had een heel expressieve houding. Ik let op motoriek en beweging. Het gaat mij om het weergeven van de eigenheid, en hoe mensen opgaan in het moment. Dat heeft me altijd al getrokken en zie ik terug bij jazz musici, als ze improviserend muziek

heartfelt-painting-www.petratool.nl-001
‘Heartfelt’- zangeres Madeline Bell, door Petra Tool

maken. Maar ik maak ook andere dingen, hoor, zoals dansers en acrobaten. En zwervers – daar komt vast ook een serie over. Die mensen hebben veel te vertellen over passie, eigenheid en hobbels die je onderweg tegenkomt. Bij passie gaat het vooral om het genieten, maar het heeft ook een donkere kant. Heel veel creatievelingen hebben last van depressies.

 

Ook wil ik meer stadsgezichten gaan maken. Daarin schilder ik niet zozeer de skyline, maar zet ik de essentie van een stad neer. Het zijn eigenlijk ook portretten en dan gaat het weer om de eigenheid, om wat iets of iemand maakt wat het is.”

Vanwege de lezing start het programma deze 1e zaterdag van de maand wat eerder. De lezing begint zaterdag 5 februari om 19:45u. Vanaf 20:30 JazzClub, dit keer verzorgt door Job Helmers met Suzan Veneman (trompet); Bart Tarenskeen (bas) en Joost Kesselaar (drums).  Zondagmiddag 13:45u. kunt u ook de lezing bijwonen met aansluitend muziek van de JazzCats. De toegang is telkens gratis.

Zie www.artishock-soest voor meer bijzonderheden. De expositie is te bezichtigen tot vrijdag 20 februari. Openingstijden: woensdag- en vrijdagochtenden tussen 10 en 12 uur en maandag- en woensdagavonden tussen 19.15 en 20.15 uur. Verder in overleg tel: 06 25586354

foto-Saskia-Berdenis-van-Berlekom
Atelier Petra Tool (foto: Saskia Berdenis van Berlekom)

 

Slang

Slang

ouroboros1Ik weet niet hoe lang het duurde voordat ik kon lezen maar ik zal nog niet lang geleefd hebben, en ik weet niet hoelang het leren duurde, het zal vrij kort geweest zijn. In mijn beleving leerden we de letters en konden meteen lezen.

Ik weet nog de letter S, daar had juf Osnabrugge een slang van getekend. Dat was grappig, vond ik, maar waarom schreef ze niet het hele woord? We leerden netjes schrijven in groene schriftjes met balken van lijnen, bijna een muziekschriftje. We kregen een blauwschrijvende doorzichtige Staedler Stick als wapen. We hadden een rode plastic letterdoos waar in vakjes de letters op dunne plastic blokjes waren verzameld. Uit de verzameling knutselden we in het deksel een kleinere verzameling en voilà, een woord. Slang.

Ik las alles wat ik zag en zag alles lezend. Ik beleefde alles als geschreven, dat wil zeggen, ik schreef wat er was, las het, en was wat ik las.

“Hij loopt het schoolplein op. Winnetou ziet in het midden een groepje meisjes staan. Links zitten anderen achter hun rijtje knikkers. Vier knikkers of twee bommen is

“Acht tegels, ja?”

Hij zegt: ”Ja.”

letterdoosIk zag de kinderen met hun spelletjes, maar ze deden het expres. Het was net zo menens als de grote mensen die ik zag met hun eigen spelletjes, onderling, en die met kinderen. Ze begrepen kinderen niet, niet echt, en snapten zeker niet dat ik hen wel begreep. Meestal. En de grote jongens op hun brommers en hun onzekere stoere spel met het gevaar. Ik las ze, en paste op.

Zo las ik de wereld en de boeken – die op papier en in mijn hoofd – vormden mijzelf, sleten mijn origineel uit tot dundruk pagina’s. En de wereld misvormde dapper mee in opvoeding en socialisatie. De volkomen ziel die ik had bij geboorte werd als een steen bewerkt. De stukken vlogen eraf. Er werd gebeiteld en gevijld. Water en zandstormen slepen vreemde vormen uit. Was ik lezend al bijna onzichtbaar voor de buitenwereld, in de binnenwereld vervaagde mijn oorspronkelijke zelf meer en meer. Steen verbrokkelt en spoelt weg.

En het werd later, ouder, en ik zag iedereen slagen die probeerde iemand, of op zijn minst iets te zijn. Ik las ze en schreef ze over, werd ook iemand, of iets, maar nooit lang. Dat is saai – net als sokken en ondergoed moet je dagelijks wisselen van personage. Dan blijven ze fris.

Op mijn zolderkamer hing een foto die Anton Corbijn had gemaakt, uit bowie_elephant manMuziekkrant Oor gehaald: David Bowie, de perfecte gentleman-ster met het telkens wisselende personae in bijpassende kostuums met alleen een lendendoek om, zoals hij speelde hij in het toneelstuk The Elephant Man, over een ernstig misvormde man.

Als een spons zoog ik de wereld op en lekte die in kleine plasjes terug op papier. Die werkelijkheid ‘in mijn eigen woorden’ bleek net zo echt als de rest. Fascinerend, maar eigenlijk heel logisch, want wat ik op papier zet is niet meer dan hergebruik. Mijn ‘Slang’ uit de letterdoos onderscheidt zich niet van een ander. Toch, de ingelezen woorden zijn verwerkt, vergist, en als ze worden teruggespuwd klinkt persoonlijkheid door in de zinsbouw en verteltrant: stijl: mijn stem is anders dan de jouwe.

In wat ik schreef zag ik mezelf, tussen de regels door. Soms zag ik mijn profiel bijna letterlijk in het woordbeeld van een pagina. Met mijn stempel en handtekening. Zou wat ik schreef zo niet een paspoort kunnen zijn naar mezelf, een weg terug?

Maar mij zelf zal je hier niet tegenkomen. Lezend kan je mij niet zien. De ware ik zit in het kind dat zich nog niet las. Ik kan geen cirkel maken door de slang zijn staart te laten zijn.

I.P. Fisher 2014

[“Christmas Card from a Hooker in Minneapolis”]

 

&

soms

soms is

soms is dat

soms is dat wat

soms is dat wat het

soms is dat wat het is

wat was

wat was dat

wat was dat het

wat was dat het soms

wat was dat het soms was

&

dat soms

wat soms is

g

e

w

e

e

s

t

.

 

 


 

If there ever was a time for whatever to whatever

it is now. And looking more closely, whatever is everywhere.

So let’s get right at it and do whatever is needed

to whatever so whatever will whatever never no more

 

C.A.P.FEB.2015

 

[Verfje]

Ik verf je
ik verf je fel
en verf je in pastel
ik verf je in olie
en in aquarel
ik mondschilder en
vingerverf je
 
Ik verf je met huid
en marterharen penselen
kwast ik je, wrijf en
spetter ik je
smeer je met paletmes
laag over laagje

op vereffenend linnen
verf ik je
ik verf je
een schilderjij
tot over mijn oren.
 
Palescue 26/27 JAN MMXV
Facebook: berlin-artparasites– artwork by Manuel Granados:
“I think of how, in Czech, ‘to paint’ and ‘to love’ are only one vowel away: malovat; milovat. The salutation alone is written. I paint you, I paint you, I paint you.”—Emily Wilson, from “Postcard I almost send to an almost lover”

De Franse pianist

Ik las laatst van een Franse dokter. Hij heette Albert Tousprêt, woonde in Lyon en leefde in de achttiende eeuw, laten we zeggen van 1744 tot 1812. Van zijn geboorte wist hij zich weinig te herinneren maar bij zijn dood kon hij bogen op een voltooid levenswerk. Dat had zijn patiënten echter wel de nodige offers gekost. 

De dokter had de obsessie een muziekinstrument te willen maken dat de mogelijkheden van een gitaar (une gitarre) en een piano (un piano) in zich verenigde. Het was hem vooral te doen om de snijdende, oplopende toon van de noten, ‘the edge’ die een gitaarspeler kan produceren door de snaren over de hals op te drukken tot de melodie uit levende stemmen lijkt te bestaan. Dit bleek erg moeilijk te benaderen.
Tousprêt bouwde een pianokast en begon te experimenteren met kippenpootjes. Bij de poelier om de hoek (linksaf, twee keer rechts) had hij acht octaven kippentenen met peesjes gehaald. Deze bevestigde hij voor (achter) de snaren, zo, dat de tenen langs de snaren konden tokkelen. Het knersende gekrabbel van een spinet (klavecimbel) klonk beduidend beter.
Als het inmiddels al tienjarige dokterszoontje met enige oefening in het gitaarspel zijn vingers tegen het hout drukte, klonk het goed (bien). Alleen, bij elke aanslag op het klavier kon hij maar enkele snaren tegelijk opdrukken. Wilde men de brede toonkeuze van een piano behouden, dan was een tweede aanslag (quatre mains) noodzakelijk.
De dokter bezat voldoende chirurgische vaardigheden om aan de kippenpezen stukjes hout, metaal, gips, textiel, aardewerk of ander materiaal te zetten. Van alles had hij al geprobeerd, tot het gebruik van menselijke vingers in de constructie hem als enige mogelijkheid overbleef.
Zijn zoon Ferdinand, later een actief en niet onverdienstelijk jurist, was nog elf toen hij een vel rondslingerende aantekeningen vond. Het jong bood direct al zijn vingers aan (tien) maar daar wilde Tousprêt natuurlijk niets van weten. Al kon hij het over zijn hart verkrijgen z’n eersteling de vingers af te hakken, dan zou hij nog alleen de twee wijs- en middelvingers kunnen gebruiken. Deze waren handzamer in het gebruik en volgens de uitvinder het meest geschikt.
Bovendien, zo werd hem duidelijk, moesten alle vijfentachtig vingers (vijftig witte, vijfendertig zwarte) om de zoveel tijd ververst worden. Het zou een lange-termijn project worden.
De helende notabele spendeerde al zijn vrije tijd aan de vervolmaking en instandhouding van zijn uitvinding. Daar hij inzag dat, buiten zijn zoontje, weinig mensen geïnspireerd zouden meewerken aan de revolutionaire ‘Grand Piano’, stroopte hij, zo incognito mogelijk, de weide omtrek af met in de zakken van zijn lange lakense jas (manteau du drap) een fles ether, een dot watten en ander materiaal uit de behandelkamer.
Er klonken in de jaren tachtig en negentig van de achttiende eeuw merkwaardig mooie klanken in de straat waar Touprêt woonde. Vreemd genoeg heeft de middelmatig pingelende dokter zijn familie tot op hoge leeftijd weten te vervelen op landerige zondagen (des dimanches). Het zoontje hield zijn mond uit angst of trots, wie zal het zeggen, en pas jaren later beschreven een paar wetenschappelijk getinte bladen het lugubere verhaal van de ongelofelijke uitvinding.
Ook heeft Tousprêt nog uitgebreide voorbereidingen getroffen om met gebruik van alle vingers de eerste schrijfmachine (l’ écritaire) te ontwikkelen. Na zijn dood werd op zolder een bak gevonden waarin mensenhanden werden geconserveerd in paraffine. Ook trof men in de nalatenschap een werktekeningen aan op grote vellen papier waarop vele handen elk hun eigen letter schreven.
Palescue

een verhaaltje wat ik schreef in de vorige eeuw en nog steeds aardig vind

[Loos] / [Void]




Foto: CERN (2012)


gently I imploded and
poured out in countless grit am
I, the time has come, now legion
 
shattered like air
castle confetti in the wind
Rest no moment
in the hunt for the flight
to what something can be
and each time then is what
since then this where if, that
exists god thank as
no more, not again
And every then and now somewhere else
from behind up galloped
off spectrum swept under the radar
out of (beep-beep) the depth
of time I dissolved
with nowhere nothing to back or to
reverse, come, go or be
I say 
 
to no one in particular
and you in general
that I love you
With each piece of stardust
and in each god’s particle
you touch in the core
totally myself.
Palescue, June 2014


Foto: CERN (2012)

 zachtjes implodeerde ik en

uitgestort in talloos gruis ben

ik, het is zover, nu legio

uiteengespat als lucht-

kasteel confetti in de wind

Rust geen moment

in de jacht op de vlucht

naar wat iets wezen kan

en telkens even is wat

dan daar dit waar dan, dat

bestaat goddankzij zo

niet meer, niet weer

Telkens anders ergens

vanachter op voorgesneld

uit spectrum onder de radar

geveegd (bliep-bliep) de diepte

van de tijd uit ben ik opgelost

met nergens niets terug of om

te keren, komen, gaan of zijn

zeg ik

tegen niemand in het bijzonder

en jou in het algemeen

dat ik van je hou

Met elk stuk sterrenstof

en in elk godspartikeltje

raak je in de kern

geheel mijzelve.                                                                                                                     
Palescue, juni 2014

[]


Koud. Je kan wel blijven zoeken
Alles doe je voortaan tussendoor
Van hot naar her en al met al
Wrik je ruimte tussen wal en schip
Houd me vast en ik val van de wereld
Laat me los en over de afgrond loop ik
In een strakke lijn over het slappe koord
Ze weten precies wat je bedoelt
Hij kent een verhaal en zij heeft gehoord
Maar je weet, je kan het vergeten,beter verdergaan
Wakker worden, water drinken, uren tellen
Het gaat goed. Het gaat geweldig
De nachten zijn het ergst
Als de droom niet komen wil
De dagen zijn het langst
Als de moeheid niet weg wil
Krakend breekt een tak af
En niet voor het eerst
Dunne berken bevolken de toendra
Geknakt onder sneeuw en mammoetvoet
De tonen zijn verdwenen
Met het hoofd in de vogels
En de wortels in een teiltje
Sta je gemeenschappelijk in de hal
En hoopt dat iemand water giet.                                                     

   ©@ Notities, 4/12; 11/12 2014

De grootste reis maak je ter plekke – een ontmoeting met Meneer Jozef

De grootste reis maak je ter plekke – een ontmoeting met Meneer Jozef

En je verhaal?
Mijn verhaal, Mevrouw de Heks?…
Waarom moet u daar nu over beginnen?
Mijn verhaal… uitgerekend nu!
Mijn verhaal, daar begin ik morgen aan.
Dat zeg je altijd!
Morgen, Mevrouw de Heks.
Morgen is er weer een dag. 
Weet je dat wel zeker?
(stilte)
Jongeman?
(stilte)
Nee, niet echt.
Slaap lekker.
Hmmm
Jozef van den Berg, uit: De Geliefden (1985)
Zondagochtend. Gehuld in het dekbed keken we naar kinderprogramma’s uit de Villa van de VPRO. Het was in de jaren ‘80 en ik was allang geen kind meer, eerder weer op zoek naar het kind in mezelf. We zagen toen onder ander de serie Monni en Nanni, Rembo en Rembo, en ook theatershows van Jozef van den Berg.
Prachtig vond ik het, hoe hij, mét de zaal, opging in een fantasiewereld die heel scherp de lijnen van de ‘echte’ wereld volgde. Schijnbaar eenvoudige parabels die, in ieder geval voor de jong-volwassene die ik was, de ontroerende tragiek van het leven weergaven met de oneindige wijsheid en speelsheid van een kind.
Ik schreef toen ook, en net als nu, te weinig. Van mijn vriendin kreeg ik een antiek, leeg opschrijfboekje. Voorin schreef ze: ”Ga zitten en schrijf je verhaal.” Misschien dat er een paar woorden bij zijn geschreven maar mijn verhaal heb ik nog steeds niet gedaan. Misschien is dit een deel ervan.
Vaak gaat het zo: ik ga iets doen. Daar heb ik iets voor nodig en dat ben ik kwijt. Zoek het, op de computer. Start dus de computer op…Koffie zetten, halen, drinken… De computer is dan opgestart, werkt niet naar behoren en wat ik zocht ben ik inmiddels vergeten. Ik ga iets anders doen. Wat heb ik daarvoor nodig? Een pasje, of iets anders. Waar is dat?…Zoeken, zoeken, zoeken… Vind een pen die al lang kwijt was maar ik niet zocht. En papiertjes die ik ook niet zocht maar waar nodig iets mee gedaan moet worden. Maak een nieuw stapeltje papier. Gooi ander papier in de oudpapier bak. Dan heb ik iets gedaan.
Boek
 
Jozef van den Berg begon als poppenkastspeler, voor kinderen, en evolueerde naar theatermaker met een Familie aan kleine handpoppen. In de jaren 1980 maakte hij naast elk programma voor volwassenen een versie voor kinderen. Zo las ik net in het boek van Francis Jonckheere: ”Jozef van den Berg, Van

Poppenspeler Tot Acteur Van Christus” (uitgeverij Lannoo, 2014). Francis heet voor Jozef ook wel Nikodim, beiden zijn toegetreden tot de Grieks-Orthodoxe Kerk. Waarschijnlijk heb ik indertijd dus alleen de kindervoorstellingen op tv gezien, maar het maakt mijn waardering voor zijn werk er niet minder om.

Vijfentwintig jaar geleden stopte Jozef met het theater. Op 14 september 1989 komt hij het podium op van de Rode Zaal in het Singel theater in Antwerpen en zegt:
“Ik zal nooit meer spelen.
Ik ben een werkelijkheid genaderd die niet meer te spelen is.
Ik heb ontzettend lang gezocht, ben overal geweest.
Uiteindelijk kwam ik tot de conclusie
en die conclusie ben ik nu zelf: dat de zoeker zoekt, maar hij wordt gevonden.
Daarom sta ik vanavond voor het laatst op de planken.
[…]
Ik ga.
Het geld dat u hebt betaald kunt terugkrijgen bij de kassa.
Het gaat u allen goed. Tot ziens.” 

Er ging een schok door de culturele wereld. Ik heb het niet gemerkt. Mijn vader was een maand daarvoor op 12 augustus overleden en ik stond niet open voor veel nieuws uit de wereld. De val van het IJzeren Gordijn, dat drong wel door, en die man, die met een plastic tasje in de hand de tanks tegemoet trad op het Tien-A-Min Plein in Peking, dat weet ik ook nog. Maar op een of andere manier had ook dat met de dood van mijn vader te maken, toen.
Ik ben in die tijd zelf ook wel eens naar Russisch Orthodoxe diensten geweest. Onder het mannengezang van Gospody Pomiloei zie ik Gods geest tussen de berken op de Russische toendra’s zweven.

Verhaal
Jaren later, twee jaar geleden, komt mijn vrouw bij mij wonen. We kijken filmpjes op YouTube en ik vertel hoe een kunstenaar kan worden opgeslokt door zijn eigen werk, zoals in mijn ogen bij voorbeeld Jozef van den Berg is overkomen. Dat hij als zoekend theatermaker de ultieme stap had genomen en kluizenaar was geworden. We bekijken nog wat filmpjes en mijn lief zegt dat ze die man graag wil ontmoeten. Uit de filmpjes maken we op dat hij bij een gele kerk woont. Vanuit de tuin waar zijn hutje staat en waar hij op een fimpje het gras maait, kan je de klokketoren zien. Kerstavond 2012 gaan we op zoek naar die kerk en komen eerst bij een tweeling-kerk die een dorp verderop staat en vinden even later de juiste. We spreken een paar uur met hem, over ons verhaal en over het zijne.
‘Meneer Jozef’ noemt mijn vrouw hem en dat houden we er maar in. In zijn voorstellingen speelde hij altijd De Jongeman. Nu is hij, zowel naar leeftijd als geestelijke rijpheid, geen jongeman meer. Ik zeg dat ik het jammer vind dat hij geen toneel meer speelt. Via het theater en tv wist hij een heleboel mensen te bereiken, mensen zoals mij te laten delen in de mooie boodschap die hij heeft. Meneer Jozef vertelt hoe hij tot zijn stap is gekomen. Over de dood van zijn broer en het zoeken naar waarheid via verhalen in het theater. En hoe dat op een gegeven moment niet meer samen ging. En hoe hij van een Griekse patriarch de opdracht meekreeg ‘acteur van Christus’ te worden en hij zelf ook dacht dat daarmee bedoeld werd: op de planken, maar dat dit mislukte. Op (boven-) natuurlijke wijze werd duidelijk dat er iets anders mee bedoeld werd. De wereld is het toneel en God zelf maakt de scene in het bestaan van Meneer Jozef, die leeft van wat de mensen hem geven en nooit gebrek lijdt. We zijn er sindsdien een paar keer geweest en nemen ook altijd iets mee – koffie, iets lekkers, warme sokken, een boek.
Het gebeurde niet meteen, maar mijn idee over Meneer Jozef als de geniale kunstenaar die is opgeslokt door zijn fantasie is wel bijgesteld. Ik had wel meteen door dat hij niet gek is, allerminst. Hij is ook geen Jezusfreak of goeroe. Meneer Jozef straalt een bijzonder prettige warmte uit. “Met liefde en in waarheid. Als we de liefde of de waarheid verwaarlozen, gaat de diepgang teloor”, zegt hij in het boek tegen Francis Jonckheere, over zijn leven in het geloof.
Hij is gewoon een buitengewoon mooi persoon die leeft in God. Zonder voetstuk. Voor de VRT Radio zei hij: “Ik ben geen monnik, evenmin ben ik tot diaken of priester gewijd, ik ben gewoon een gelovige, maar ook iemand met een specifieke taak, een eigen roeping.”
Nieuws
Meneer Jozef is nog steeds, of meer nog, wijs en spreekt nog steeds schijnbaar eenvoudig. En hij is ook nog steeds grappig, en o zo belangstellend. Hij drinkt met zijn vriendelijke ogen alles in wat je vertelt. Alhoewel we met grote tussenpozen zijn geweest, weet hij altijd niet alleen onze namen, maar ook de details nog van vorige gesprekken: “En, heeft je zoon die baan nog gekregen?” vraagt hij dan.
Ik vind het ook (bijna) niet meer jammer dat hij is gestopt met optreden. Zijn ‘verhaal’ is er alleen maar mooier op geworden, authentieker. En ik kan nu dus gewoon bij hem langs. Niet voor een voorstelling, maar voor een echt gesprek, van mens tot mens. Dat is heel mooi. Ik voel me altijd puur en open, mijn ziel voelt zogezegd gelaafd, als ik bij Meneer Jozef ben geweest.
Gisteren waren we er weer. Voor Sinterklaas had mijn moeder ons samen het boek van Francis Jonckheere gegeven. Bijna op de dag af vijfentwintig jaar na zijn afscheid van het toneel, werd het boek gepresenteerd in dat zelfde Singel theater in Antwerpen. En Meneer Jozef was er bij, en maakte zogezegd de singel rond. “Een soort levende brief”, zegt hij in een interview. . Ditmaal was het niet in de Rode Zaal, maar in de Blauwe Zaal van het theater. Hij ging gekleed in een rode jas – dat dan weer wel – die  hij ooit van een Griekse priester heeft gekregen.
Het haalde zelfs het BRT Journaal van 5 september 2014. Zoals wel vaker geven de media van onze Zuiderburen oneindig veel meer blijk van cultureel besef dan de Nederlandse. In Nederland is Cultuur alleen nieuws als er geld mee gemoeid is.
Meneer Jozef had er lang over na moeten denken, veel raad gezocht in gebed, of het wel de Bedoeling was van de regisseur Daarboven. En ja, hij is dus gegaan, terwijl hij eigenlijk nooit Neerijnen verlaat. De laatste keer was drie jaar geleden, toen zijn zus was overleden.
Beide keren was Ronnie zijn chauffeur. Ronnie komt nu zo’n tien jaar om de week bij Meneer Jozef langs. We hebben Ronnie daar gisteren ontmoet. En, toevallig of niet, had hij vier gebakken visjes en patat bij zich. Zo hebben we, met z’n vieren binnen de vierkante meter van het ‘gastenverblijf’, met z’n allen gegeten. Mijn lief had een kaart voor Meneer Jozef gemaakt waarop ik iets had geschreven naar aanleiding van de stukjes die ik al had gelezen in het boek. Er staan ook transscripties in van fragmenten uit de theatershows, die altijd uit improvisatie zijn ontstaan. Wat ik las vond ik meteen weer erg ontroerend en als reactie schreef ik op de kaart iets als: “Ont-roering leidt niet tot verstilling, inactiviteit, wel tot sprekende stilte.”
We hadden het boek bij ons en vroegen of hij er wat in wilde schrijven. Dat deed hij:
“Neerijnen, 6 December 2014
H. Nicolaas
Uit dit boek:
“Elke mens, die van dit water wil drinken wil drinken
moet er zelf heen gaan, want ik spreek over Christus.”
Heel veel goeds,
Jozef”
Meneer Jozef vertelde over de grote heilige die Nicolaas was en dat er nog steeds olie uit zijn sarcofaag in Bari druppelt. Maar we hadden het ook over de goede oogst uit de tuin dit jaar en hij vertelde over de problemen die hij had met muizen en ratten. “Ze lopen gewoon onder mijn hoofdkussen door. Daar valt niet mee samen te leven, vooral niet met ratten” Tegen de ratten heeft hij toch maar gif gebruikt. De muizen vangt hij en zet hij uit in het bos. “Dan lig ik te slapen en hoor ik die val. Dan moet ik er snel bij zijn, anders gaan ze dood. En dan kijkt die muis je zo aan, van ‘wat gaat er nu me gebeuren.’ De muis doe ik ik een kooitje en dan fiets ik daar, midden in de nacht, met een muis naar het bos waar ik ze weer vrij laat.
Stilstaande Reiziger
In het boek beschrijft Francis Jonckheere hoe Meneer Jozef in zijn werk en als mens een reiziger was, een zoeker die gevonden werd. En hoe hij nu “een stilstaande reiziger” is in een hutje langs de weg. Dat vind ik een mooi beeld wat erg lijkt op mijn idee over reizen.
Mensen reizen wat af, vaak uit noodzaak, voor het werk of op de vlucht, maar ook uit gezonde nieuwsgierigheid. We reizen om de wereld te leren kennen, om andere dieren, culturen en mensen te zien. Overal komen we vooral ons zelf tegen en de meeste mensen hebben een thuis om praktisch onveranderd weer in terug te keren. Foto’s gemaakt, herinnering opgeslagen en de deur gaat dicht. “Dat hebben we weer gehad.”
Hoe kan je nu zoveel mogelijk zien en leren op reis? “De reis is de bestemming” is misschien een cliché geworden, maar daarom niet minder waar. In mijn weliswaar beperkte ervaring merk ik dat het vliegtuig onbevredigend is. De reis begint op een zielloze plek, de luchthaven, waar je in een zwart gat stapt en er weer uitkomt op even karakterloze luchthaven. Als een soort buizenpost ben je weliswaar vervoerd, maar van reizen is geen sprake. Als je met de trein gaat is dat al beter. Om te beginnen is het treinstation vaak een levendige omgeving, en onderweg zie de landschappen mooi aan je voorbijtrekken. Als je iets langzamer gaat, met de auto, zie je al meer. Zeker als je de snelwegen mijdt, zie je niet alleen landschappen, maar ook de verschillende steden. En het is wat actiever, je voelt de afstand.
Fiets van Jozef
Je voelt de afstand nog beter als je gaat fietsen. Met je kop in de wind voel je elke kilometer en vooral het hoogteverschil erin. In plaats van steden en dorpen zie je wijken en straten. Met de boot, en dan vooral zeilend is op dit niveau ook een mooie vorm van reizen, de mooiste wat mij betreft. Vanaf het water ziet de wereld er heel anders uit. Je herkent je eigen stad haast niet als je die voor het eerst over het water kan benaderen en verkennen.
Hoe langzamer je gaat, hoe meer je ziet. De reis wordt nog gedetailleerder als je gaat lopen. Dan kom je individuele huizen en bomen tegen op je pad. Maar het meest zie je nog als je blijft staan, of gaat zitten onder de boom. Nu pas ziet de reiziger de plek waar hij is het best. Er komen mensen langs, en vogels en hij ziet een mierenroute naast zich. De verste reis maak je sur place, ter plekke. En als je lang genoeg zo blijft reizen, begrijp je waarom die boom hier staat, en niet verderop.
Dat doet Meneer Jozef nu. Hij reist in zijn hutje onder die kweeperenboom in Neerijnen verder dan wij. De hele wereld komt langs in de ogen van een muis. En hij reist verder, ziet het Licht in het kaarslicht bij de icoontjes.
I.P. Fisher

[ ]


21 uur 21
de dag is volwassen
ik trek schoenen van
de ene voet, de andere voet
en mijn broek trek ik uit
het ene been, het andere
ik trek hemden uit
over de ene arm de andere
rol de onderbroek uit
speel beide billen vrij en
de ene voet na de andere
komt voort uit sokken
dan stap ik met mijn hoofd
erbij onder de douche, zegen
van warm en stevig water
Zeep.

 

Palescue 2-3 DEC 2014

Ruud Bijman in Artishock: “Ik schilder intuïtief en that’s it.”


In de maand december exposeert Ruud Bijman in de grote zaal van Artishock. Tot een paar jaar geleden maakte hij alleen illustraties in opdracht. Toen kwam een vriend langs met dertig schildersdoeken. Een nieuwe weg lag voor hem en inmiddels is Ruud in geheel eigen stijl bezig met een volgende serie. “Een schilderij van Ruud is fascinerend, een zoektocht door de menselijke geest” zegt de inleider op zijn website
“Van origine ben ik tekenaar-illustrator. Ik heb 25 jaar getekend in opdracht. In de jaren negentig ging het artistieke deurtje open. Toen ben ik kunstzinnige markertekeningen gaan maken en schilderde ook af en toe. De grote verandering kwam toen een vriend van mij, een stand bouwer, dertig grijs geschilderde doeken meebracht die over waren na een beurs. Dat was december 2012. Sindsdien heeft het schilderen me te pakken, ben ik er 24 uur per dag mee bezig, en is het tekenwerk op de achtergrond geraakt. Die eerste serie doeken is vierkant, vijftig bij vijftig centimeter. 
Ruud Bijman, met “Red Hat”op de ezel
“Ik zie het als een ladder, elk schilderij wat ik maak brengt me ‘n stapje hoger. Die eerste serie bracht me op de eerste verdieping en nu transformeert mijn werk. Ik gebruik een nieuwe techniek en werk op grotere formaat. Het moet ook niet te groot worden want ik houd nogal van details en ik wil niet te lang aan een schilderij werken. Dan gaat de spontaniteit eraf. Aan dit schilderij, Red Hat (Rode Hoed), ben ik drie dagen in een roes bezig geweest.”
Experiment
“Elk schilderij is een experiment. Ik begin eraan zonder vast omlijnd idee. Ik ga op zoek naar boeiende vormen en ik laat me verrassen door wat er ontstaat. Als ik bij voorbeel een vis opkomen onder mijn handen, dik ik dat aan maar ook niet teveel. Kijk, Moeder Natuur is de grootste kunstenaar, dat staat als een paal boven water. Maar alle objecten in deze wereld hebben al een naam, zijn door de mens of de natuur gemaakt. Ik vind het leuk om niet-bestaande objecten te schilderen. Wel probeer ik de suggestie te wekken dat wat ik schilder een entiteit is, een levend ding.”
Ruud Bijman: “Nine”
“Mijn inspiratie vind ik in schilders als Jeroen Bosch, de surrealisten en bepaalde tekenaars van graphic novels zoals Simon Bisley en Giger. Het was vroeger mijn droom een stripverhaal te maken, maar ik kan niet schrijven. De titels die ik de schilderijen geef zeggen ook niet veel, daarin wil ik de kijker niet teveel sturen. Ik vind het leuk als je telkens op een andere manier naar een schilderij kan kijken. Ik kan mijn werken ook niet uitleggen. Dat vind ik niet belangrijk. Thema’s als vergankelijkheid en vervreemding spelen een grote rol, maar alles ontstaat spontaan.Het moet onvoorspelbaar zijn en gelukkig verrassen mijn schilderijen mijzelf ook.”
Cees Paul
Zaterdag 6 december om 20.00uur in Artishock, Steenhoffstraat 46. Na de opening JazzClub met Saskia Laroo. Gratis entree. De expositie is vrij te bezichtigen tot 26 december. Openingstijden: woensdag en vrijdag 10.00-12.00u., maandag en woensdag van 19.15- 20.15u. en in de pauze van filmvoorstellingen. Ook is het mogelijk een afspraak te maken met huismeester Semmy Prinsen (06-25 58 63 54).

H.R. Giger by (c) Annie Bertram (2012)

“Er was eens…” Herfstig Artishock met fotograaf Nancy Bos

Herfstiger kan november niet worden dan met de expositie “Er was eens…” in Artishock. Nancy Bos vertelt verhalen met foto’s. De titel refereert enerzijds aan de beginzin van sprookjes, anderzijds aan dat wat geweest is.

Zelfportret – Nancy Bos

Eerder dit jaar won ze de publieksprijs van de expositie ‘Like/Don’t Like’ in Rotterdam. Nancy Bos: “Ik dacht, dode beestjes en zo, dat zal mensen misschien niet aanspreken, maar blijkbaar vonden ze het toch wel heel gaaf. Deze serie is begonnen toen ik nog aan de Fotoacademie studeerde. Toen, vijf jaar geleden, drukte ik de foto’s af in bruin- en zwarttinten. Mijn mentor noemde het ‘barok’ maar ik was er zelf nog niet tevreden over. Ik zat tegen het donkere aan te hikken. Dat heb ik uiteindelijk opgelost door ze terug te brengen naar zachte kleurtinten.

Verhalen

“Er kwamen ook nieuwe beelden bij, uiteindelijk zit er geen één foto van de oorspronkelijke serie in. En het blijft groeien… Dit weekend was ik aan het wandelen op de Hoge Veluwe. Opeens had ik het gevoel dat ik het open veld in moest, ik zag iets wits in de verte. Dat bleken waterlelies te zijn, niet wat ik direct interessant vind om te fotograferen, maar dichterbij gekomen zag ik nog meer wit: in het gras ernaast lagen vogelveertjes verspreid. Dat ben ik gaan fotograferen en dat is een mooie serie geworden. Ze staan nog niet op de site – www.wijseneigen.nl – maar één ervan komt wel in Artishock.”

“In alles wat ik zie, zie ik een verhaal. Ik heb een fascinatie voor oude spullen en gebouwen, dingen die kapot of achtergelaten zijn. In het verval zit een verhaal van wat geweest is, maar ook de schoonheid van de kringloop. Dode beestjes lijken afschuwelijk maar is ook een teruggaan naar de natuur. Bloemen, planten en beestjes voeden zich weer met de restanten.“

Doka

‘Dodo’ – foto Nancy Bos

“Oorspronkelijk kom ik uit Brabant, onder de rook van de Dommelsche Bierbrouwerij. Mijn vader was buschauffeur en gebruikte zijn werktijd om uitvindingen te bedenken voor in de doka, de donkere kamer. Ik heb daar heel wat uren met hem doorgebracht. Hij was ook lid van de fotoclub in Waalre en ik werd daar ook lid van. Daar is mijn liefde voor fotografie begonnen. Inmiddels werk ik digitaal, maar soms schiet ik nog analoog. Het is een andere manier van fotograferen, je kan minder foto’s maken en het resultaat is niet direct zichtbaar. Ik doe het vooral om het nostalgische gevoel. Als ik de chemicaliën uit de doka ruik, dan word ik ook weer heel blij. Het is niet gezond voor je, maar het brengt je terug naar die magische donkere uurtjes.”

“Later heb ik een tijd in Amersfoort gewoond en daar ben ik nu weer terug sinds een jaar, nu met een eigen studio. Daar maak ik portretten in opdracht. Daarnaast werk ik ook veel op locatie voor zowel bedrijven als particulieren. In mijn vrije werk laat ik me graag leiden door wat ik tegenkom, wat ik niet in de hand heb. In mijn opdrachten vind ik het juist erg leuk om alles te ensceneren en zo het verhaal van iemand in beeld te brengen. Dat zie je ook in de portretten die ik exposeer in Artishock. Het zijn allemaal opdrachten geweest waar een verhaal achter zit, en die blijken ook prima op zichzelf te kunnen staan. Mijn stijl zie je terug in zowel de portretten als het vrije werk. Dat is een combinatie van wat ik fotografeer en hoe ik het fotografeer. Het hoeft niet donker te zijn maar ik houd wel van dramatisch licht met met veel schaduw.

Zaterdag 1 november om 20.00uur in Artishock, Steenhoffstraat 46. Gratis entree. Na de opening JazzClub met Wout Wantenaar + Band. De expositie is vrij te bezichtigen t/m 21 november; vaste openingstijden: woensdag en vrijdag 10.00-12.00u., maandag en woensdag van 19.15- 20.15u. en in de pauze van filmvoorstellingen. Ook is het mogelijk een afspraak te maken met huismeester Semmy Prinsen (06-25 58 63 54).

Door Cees Paul

Russische prinsessen, emotie en kranten

Artishock begint het expositie-seizoen met twee fotoseries van Nadja Willems. Nadja heet voluit Nadjeschda: “Zonder de Revolutie zou je een Russische prinses zijn geweest”zei mijn moeder altijd.” Naast een serie over de Russische aristocratie in spijkerbroek toont ze de reeks Emotie: opmerkelijke portretten uit bewerkte beelden van internet.
 
“Ik ben vernoemd naar mijn betovergrootmoeder. “Zonder de Revolutie zou je een Russische prinses zijn geweest” zei mijn moeder altijd. Daar moest ik iets mee doen, met die achtergrond. Ik ben op zoek gegaan naar schilderijen van vrouwen die mijn betovergrootmoeder konden zijn. Van haar bestaan overigens wel foto’s maar geen schilderijen. Daarna ging ik op zoek naar oude kleren, maar wel kleren van nu, bij de Spullenhulp en andere tweedehands-winkels. Zo heb ik modellen aangekleed, ook met kralenkettingen en alles, om die schilderijen na te maken in de studio. Ze hebben wel hun eigen spijkerbroek aan, al valt dat de meeste mensen niet direct op. Kijk maar op de poster die nu door heel Soest hangt. Ze houdt het oorspronkelijke schilderijtje in haar hand. Ze lijkt niet op mijn betovergrootmoeder. Het gaat me om de tijdgeest en het prinsesje spelen, de mooie jurken. Ik wil het beeld van de Russische aristocratie uit de tsarentijd laten zien. De foto’s zijn afgedrukt op plexiglas en de lijst die je ziet is ook gefotografeerd. Het is de lijst van een schilderij uit het huis van mijn ouders, een portret van voorouders.”
Emoties krijgen gezicht

In tegenstelling tot de verstilde Russische portretten zijn de foto’s uit de serie Emotie heel expressief. We zien gladde foto’s van verfrommelde proppen krantenpapier. Nadja Willems: “Uiteindelijk zijn het ook portretten. Emoties krijgen een gezicht. Het oorspronkelijke gezicht kan je nauwelijks terughalen. Ik heb foto’s die een emotie weergeven van internet gehaald en elk portret vermengd met een ander. Het zijn telkens twee emoties door elkaar heen. Het resultaat is afgedrukt op krantenpapier en verfrommeld. Uiteindelijk heb ik dat in de studio gefotografeerd. Door de bewerking zie je een stapeling van emoties – nieuwe emoties en versterking van bestaande. Dat krijg je in de studio, met mensen, niet voor elkaar. Ik moest op zoek naar emoties die er al waren. Maar ook dan weet je niet of het echt is. Wat is nog echt, wat is fake? Emoties worden in de media vervormd en ook zogenaamde ‘real life tv’ is voor een groot deel in scene gezet. Ik zet een vraag bij de emoties.”

De was

“Ik heb mijn hoofd nog vol met dit project maar ben ook al een tijd bezig met het volgende: De Was. Allemaal situaties rond het doen van de was die ik tot in het extreme wil uitvoeren. Het zijn een soort collages, tot in de puntjes bedacht en uitgevoerd. De eerste is alweer twee jaar oud: van Beatrix die de koningsmantel ophangt aan het paleis op de Dam. Ik had die serie dit jaar voor de Kunstroute af willen hebben maar die gaat niet door. Dat geeft me weer de ruimte om er in alle rust verder aan te werken.”
Nadja Willems heeft haar opleiding zowel op de Kunstacademie als de Fotovakschool gehad. Aanvankelijk deed ze vooral commercieel werk, wat ze nog steeds doet met Studio Soest. “Een paar jaar geleden begon het te kriebelen en kreeg ik het rustiger door de crisis. Iemand zei toen:”Je moet je kant van de kunstacademie weer tevoorschijn halen. Daar ligt je bron.” Het is grappig om te merken dat ik nu veel bezig ben met het vrije werk maar dat het commerciële ook weer aantrekt. Ik denk ook omdat ik andere reportages en fotoshoots maak dan andere commerciële fotografen.”
Artishock heet u welkom op 6 september. De opening van de expositie is om 20.00 uur. De muziek is deze avond in handen van de JazzClub. De toegang is gratis. De fotowerken zijn t/m 26 september te bezichtigen in Artishock, Steenhoffstraat 46, Soest. De vaste openingstijden zijn: woensdag en vrijdag van 10.00 tot 12.00 uur; maandag en woensdag van 19.15 tot 20.15 uur. Ook is het mogelijk een telefonische afspraak te maken met huismeester Semmy Prinsen (06 2558 6354)

Door Cees Paul

34 Stieren in een zaal

Mei is de maand van het sterrenbeeld Stier. De grote zaal van Artishock zal dan gevuld zijn met ‘34 mentale stieren’ – krachtig verbeeld door Jan van de Poel, kenner en liefhebber van het rund.

Jan met een van zijn ‘Minotauressen’
Jan van de Poel woont in het bos. Binnen hangen zijn laatste werken aan knijpers langs de muur. “Ik ben in de gelegenheid om heel veel te tekenen. Ik teken en schilder van jongsaf aan, en altijd heeft de stier al gespeeld als thema. Na de kunstacademie kreeg ik werk in de reclame. Daar is het hollen of stilstaan, en meestal is het hollen. Met een gezin erbij was het vrije werk dus iets voor ernaast. En dan bouw je geen homogeen oeuvre op.”

Stiervrouwen
“In Artishock komt nu alleen werk wat ik sinds afgelopen oktober heb gemaakt, onder andere een meerluik in vijftien delen van 50 x 50 cm. Normaal werk ik altijd op papier van 50 bij 65 centimeter. Ik werk nogal snel, kan mezelf bijna niet bijhouden. Als ik met de ene tekening bezig ben heb ik al ideeën voor een volgende. Zo ontstaan er series, zoals die met kruisen en de serie met Minotauressen. In de Griekse mythologie komt namelijk de Minotaurus voor, half stier, half man. Bij mij zijn het dus stiervrouwen.”

“Op een gegeven moment wilde ik ook wat groters maken, maar daar had ik geen ruimte voor, dus is het een soort tableau geworden. Voor mijn doen is het vrij bedacht, het is noeste arbeid geworden, want de delen moeten wel op elkaar aansluiten, het moet één beeld vormen. Het is goed om langer met één ding bezig te zijn en ook wel bijzonder voor dit medium. Mensen schilderen wel op groot formaat, maar tekenen, dat zie je niet veel. Inmiddels kwamen er ook meteen beelden voor twee of drie nieuwe grote werken. Die ga ik zeker nog maken. In Artishock hangt de eerste: ‘Piemontese.’ Het is namelijk een Piemontese stier, dat is een vleesras.”

Ossen & Oerkracht
In de kamer liggen veel boeken over het rund. “Ik koop alles wat los en vast zit. Gelukkig verschijnt er niet zo heel veel. Ik ben ook bezig met een educatief project en denk serieus over een training om te leren ossendrijven. Tot aan de Tweede Wereldoorlog werd ook in Nederland nog veel gewerkt met ossen. Paarden werden daarna nog wel een tijd gebruikt, maar ossen zijn vrijwel verdwenen. Iemand in het Groningse Westerkwartier wil dat levend houden en dat vind ik enorm fascinerend.”
“Er bestaat een grote Hollandse traditie van veeschilders en ik bewonder ook De Stier van Paulus Potter. Maar mij gaat het om wat dat dier in mijn hoofd doet. Daarom heet de tentoonstelling ook ‘Mentale Stieren.’ Van het echte dier, het sterrenbeeld, tot de mythologische betekenis, ik combineer het allemaal.

Voor mij is het rund het prototype van een dier. Als ik aan een dier denk, denk ik aan een rund. En als ik teken worden het toch altijd stieren. Wat ik daarbij voel is misschien net zoiets als onze voorvaders  die duizenden jaren geleden dat briesende, stampende rund probeerden te temmen. Dat heb ik ook nog wel, als ik in een stal of weiland sta met die dieren. Ze emotioneren me ook, maar vooral voel ik dat ontzag voor de oerkracht.” 
Cees Paul

NCHTGDCHT

NCHTGDCHT










Voor mensen zoals jij
en ja, dus ook voor mij
blijft liefde zelden zonder straf.
Je komt er niet mee weg
zonder krassen in de lak.
Voor mensen zoals wij
voor jou en ook voor mij
is de nacht niet lang genoeg
we blijven liever rijden tot het eind
door lege straten met lantaarns
Bij mensen zoals wij, bij jou en mij,
werd de ziel van jongsaf aan gebutst, verzaagd
maar groeide telkens ook weer aan
op een andere plek
en vaak te laat
voor mensen zoals jij
en ja, ook voor mij

Palescue, april 2014

Marja Ormeling in Artishock: Doeken met Regenwoud

De expositiezaal van Artishock is in maart voor Marja Ormeling. Zaterdag 1 maart wordt om 20.00 uur de expostie geopend en is er aansluitend live jazz-muziek. Marja Ormeling maakt semi-abstracte schilderijen. Ze zijn herkenbaar en met een soort aangename rust, ondanks veel kleur en beweging. Soms is het of er een sluier voor hangt.
 

Marja Ormeling voor haar werk (foto: atelier ormeling)

“Nu je het zegt. Dat is het regenwoud. Je zag soms door de regen de bomen niet meer. Regen regen regen, alles wordt nat en nooit meer droog. In de kano werden mijn sokken een moeras voor mijn voeten waar de prachtigste vlinders op kwamen zitten.”
Kaaiman, anaconda en piranha
Mijn schilderijen zijn verhalen op het doek. Verhalen van mijn verblijf in het oerwoud. Van het dagelijks leven in een indianendorp, en op jacht gaan met indianen buiten het dorp. Het vangen van kaaiman, anaconda en piranha. We aten we elke dag zelf gevangen vis. Ik zag ze merkwaardige manieren van visvangst gebruiken, zoals met bolletjes van cassave met bessen waar ook een soort drugs in zat. De vissen kwamen gewoon verdoofd boven drijven! Die ervaringen zijn nu een tijdje geleden. Ik schilder nu meer bloemen. De wilde beesten zijn er een beetje uit. In Artishock kan je die nieuwe werken zien.
Het wrede paradijs
Mijn eerste reis naar het Amazonegebied was naar een dorp bij de grens tussen Suriname en Brazilië. De andere reis voeren we over zijrivieren van de Amazone in het grensgebied van Brazilië met Columbia en Peru. Dat waren heel primitieve reizen, met diepgaande ervaringen. Eén van mijn schilderijen heet ‘Paradijsvogels’ en zo is het oerwoud ook: het leven is heel wreed, maar ook een paradijs. Je bent ver weg van alles en iedereen en het wemelt er van de slangen. Je moest heel erg op je intuïtie vertrouwen, gewoon om te overleven. Maar daardoor heb ik ook veel schoonheid gezien en veel geleerd. Zolang je bij je intuïtie blijft loop je geen gevaar. Het was voor mij ook een innerlijke reis.
Boot in huis
Ik heb iets met water. In Zuid-Amerika reisden we ook over het water. Als kind zaten we de hele zomer op Vinkeveen, op zo’n eilandje. Als de zon opging zei mijn vader: “Kind, dit is het ware religieuze gevoel.” Hij had ook altijd bootjes, zaten we ’s winters met een boot in de huiskamer waar hij aan werkte. Dan leefden we daar zo’n beetje omheen. Als je het wil zien zit in bijna elk schilderij van mij wel water. Ik heb van jongsafaan veel getekend, vanaf dat ik mijn eerste doos Caran d’Ache kleurpotloden kreeg. Ik weet nu de geur nog. Later ging ik vooral portretten schilderen. Maar mijn geld verdiende ik vooral als psychotherapeut. Mijn broer was meer de kunstenaar van de familie. Pas nadat hij overleed was ik niet meer te stoppen en begon ik ook te exposeren.
Stroom van het proces
Ik schilder met acryl- en olieverf, en gebruik ook krijt, inkt en goudverf. Laag over laag, maar ik noem het niet organisch. Wel werk ik vanuit een gedachte. Ik wil bij voorbeeld een rivier schilderen, met alles wat daarin zwemt en daarbij hoort. Onder andere een vrouw, ik zwem zelf in die rivier, in de stroom van het proces. Mijn hand gaat over het doek vanuit die gedachte. Ik schilder de vormen die daarbij horen en als er, door die lagen een harmonie is ontstaan is, geeft het resultaat mij het gevoel van verwondering of openbaring weer: dat wat de rivier oproept, zit dan ook in het schilderij.”

Opening expositie: zaterdag 1 maart, 20:00u.; aansluitend Live JazzClub. Bezichtiging mogelijk tot en met donderdag 27 maart in Artishock, Steenhoffstraat 46, Soest. De vaste openingstijden zijn: tijdens evenementen en:; woensdag, vrijdag van 10.00 tot 12.00 uur; maan-/woensdag van 19.15 uur tot 20.15 uur. Ook is het mogelijk een telefonische afspraak te maken met huismeester Semmy Prinsen(06 2558 6354)

(c) (p) cees paul

Oude Ambachten

Kleine Melm, de Eem.

























Oude Ambachten
Ook in Hendrik-Oude-Ambacht draait niet alles om
Geld eten slapen warmte water lucht
Er is vooral verblekend blind licht
Zwamzaad zwaluwend onder de binten
maait wind de veulens aan de meulendijk,
de wakkere wielewieken Diefjesdijk
langs de  kronkel aan de vliet en doorsneden
bunkers in het groene woelige grasdras land
rondom blubberdale dieptes, verhemelde watersloten
Omboezemend in het karrespoor geklonken
aan gespannen ossen, rode disselbloemen in de berm.
Dus vallen gelogeerde kraaien in het gier tussen
de verre akkervoren, een gore morgen gaans
over de herebaai weer heim getrokken in de schuitepijp.
Mans genoeg opgestoken balen de dames in de
Lichtmetalen kooi op zolder, spelden prikkend
In hunne wonderbaar mooie haarcapriolen over het hoofd
Kap – doekjes winden de molensneden om ’t ijs
Het helse schaatsverschoven staal vonkt vuur
in de smidse ijzer vretend als het heet is en verrekte
buigzaam in de klokketoren boven de horizon, bam-
bom. Bim. Bam. Bim. Bam. Bom. Bim kwetterse
klepel heit het luiden der laatste tijding en Bam
boemelt het voddewoord over ratelende keien,
loeit het pluimvee in de morgen stonden aan
Bom. Met verrekte hout kramt prikkeldraad
om het paard. De nekader klopt. De mist trekt op.
De rietsnijder fluit op zijn klompen een
piepend lied van o, ma o, o, pa, diediebim
Scharesliep en karekiet, helendal zijn ze kierewiet
Karig is het leven niet
Voor tante Piet en z’n ome Griet
’t Is altijd wat in het Levenslied
Maar karig was hun leven niet
Dit is alles wat ze achter liet
Scharensliep en karekiet
Piep knars sliep-uit plons klok zoef zoef
Kukeleku tok-tok roekoe boe woef.
Waf.

Palescue 22|29JAN2014

Thomas Graves: Captain America ontmoet De Gouden Eeuw

Komende maand exposeert de Texaanse Soester Thomas Graves in Artishock. Zijn schilderijen en tekeningen lijken vaak stripfragmenten, maar neem ze gerust serieus. Dat doet hij zelf ook en omschrijft zijn werk als ”een moderne kijk op klassieke thema’s.”

“Niet de meest moderne stijl, meer zoals de popart uit de jaren 1960. De strip en de klassieken komen in mijn werk samen. Als ik schilder denk ik alleen aan klassieke schilderkunst. Ik ben ook geïnspireerd door de schilders uit de Nederlandse Gouden Eeuw – hoe ze de huid laten schijnen in een schilderij! Wat dat betreft ben ik zo gelukkig dat ik in Holland woon, met al die mooie kunst om de hoek. Maar ook wil ik, net als is de Renaissance, toen mensen niet konden lezen, een verhaal vertellen. En als je kunst serieus neemt, is het idee dat je een goed verhaal maakt vanuit wat je weet, uit wat je zelf bent : ‘draw upon what you know.’ Als je een pagina uit een stripboek ziet, vertelt het verhaal zichzelf. En dat is wat je hier nu ook ziet in mij schilderijen. Maar alles heeft te doen met een dieper verhaal.”

Thomas noemt zijn tentoonstelling A Retrospective, een terugblik, maar hij is nu ook nog bezig nieuwe werken te maken voor deze tentoonstelling. Eén serie waaraan nog wordt gewerkt is Dawn of a new Yesterday(Dageraad van een nieuw Gisteren) waarin je de strip-invloed vaak terugziet doordat personen worden afgebeeld met het masker van Captain America.

“Dat was een populaire superheld, eigenlijk een zwak mannetje maar heel trots op zijn land. De regering geeft hem dan een speciaal programma en dan overwint hij alle nazi’s in zijn eentje. Voor mij vertegenwoordigt dat masker hoe mijn ouders leven, de naoorlogse generatie in Amerika. Ook andere thema’s in deze schilderijen zijn typisch Amerikaans. Ik keer me niet tegen de Amerikaanse cultuur, maar…  in ‘Wholesomeness’  zie je bijvoorbeeld een huiskamer waar aan de muur een schilderij hangt van een zwart meisje met een watermeloen. En aan de muur hangt ook een groot geweer. Dat meisje is eigenlijk net zo racistisch als Zwarte Piet. En zo’n geweer is in Nederland heel vreemd, maar zie je in Texas overal waar je binnenstapt. Het valt ze niet op, het is deel van hun wereld.

Wholesomeness. Artist: Thomas Graves

Wonen in Holland laat mij dat duidelijker zien. Ik voel me nu ook veel meer Amerikaan dan toen ik daar woonde. Ik ben geboren en getogen in een prettige voorstad, dertig kilometer zuidelijk van Houston. Ook de kunstacademie heb ik gevolgd aan de A&M University in Texas. Daar kwam ik er wel achter dat ik kunst serieus nam, niet meer alleen voor de fun. Maar omdat je er niet altijd van kan rondkomen, besloot ik ook leraar te worden. Ik geef nu ook les op een VMBO school in Hilversum. Lastig? Ik geef les zoals ikzelf les heb gehad. Dat is strenger dan hier gebruikelijk en dat werkt wel.”

In Soest door orkaan

“Mijn vrouw en ik ontmoetten elkaar in Londen. Zij was receptionist van het hotel waar ik een tijd verbleef. We besloten naar Texas te gaan en woonden aan de zuidkust, op het strand. Maar een orkaan vernielde alles en  zo raakte mijn vrouw ook haar baan kwijt. Zij kwam hier vandaan en we besloten deze kant op te komen. Zo kwam ik, zo’n drie jaar geleden, in Soest terecht. Ik wilde altijd al in Europa wonen maar het liep anders dan ik me had voorgesteld.


Halloween Jazz. Artist:Thomas Graves

Als Amerikaan denk je aan Nederland als een plaats zoals Soest is, met de boerderijen en de Eng – niet aan Amsterdam. Als er vrienden komen, neem ik ze altijd mee voor een rondje op de fiets. Ja, I really like it here.
Een ander thema wat je ook in Artishock ziet zijn mijn ‘tribal’ pastel portretten. Dat klinkt heel soft maar de portretten zijn wel eng door hun details. Ik vind het effect van waterverf mooi en met inkt laat ik zie wat ik kan met lijnen. Daarnaast werk ik aan een serie tekeningen die misschien ook een boek wordt, een soort graphic novel. De titel is Tunnel en het is gebaseerd op een droom die ik drie jaar achtereen, telkens had op Kerstavond. Heel vreemd. Ik ben het verhaal nu ook aan het schrijven. Ik denk dat het wel de stijl is van een kinderverhaal maar misschien minder geschikt voor kinderen omdat er geen hoop is aan het einde.

En ik ben ook bezig met een serie over mijn familie. Van de familiegeschiedenis weet ik wel namen, maar er zijn geen foto’s of schilderijen. Dus maak ik nu een album met niet bestaande gezichten bij die namen. Ik vind het idee leuk dat ik iets achterlaat voor mijn dochter, die is nu acht maanden oud.”

De expositie wordt geopend op zaterdag 7 december, 20:00 uur en is te bezichtigen tot en met eind december in Artishock, Steenhoffstraat 46, Soest. De vaste openingstijden zijn: woensdag- en vrijdag van 10.00 tot 12.00 uur; maandag- en woensdag van 19.15 uur tot 20.15 uur. Ook is het mogelijk een telefonische afspraak te maken met huismeester Semmy Prinsen(06 2558 6354)

Website: www.thomasgravesart.com

Cees Paul

Twee Verse Verzen

Ondernemer

 
Kom we worden ondernemer:
 
fijn in foldertaal gaan praten
energieke gel in het nieuwe haar,
visitekaartjes, KvK en klaar.
Alleen nog wachten op de bank
 
of een andere financiële partner
en dan kan de klap op de knop.
De wereld ligt aan onze voeten
op tafel en we wachten op de bank
 
 
CAP, 11.11.2013
 
 

Lelystad

 
De honden snurken
De katten spinnen
En de regen
pleurt tegen de ramen
 
De wegen ruim en lang
De huizen even jong
in de rij en
al de bomen even hoog
 
Een lage lege bodemzee
asfalt akkers op de zeebodem
Bij de windmolens rechtdoor
de stadsrand van de Randstad uit
 
CAP. 1e couplet 07NOV2013, rest 10NOV2013
 
 
 

Liefde is het woord – Peter van Boeijen’s schilderijen in Artishock

Peter van Boeijen is een natuurtalent. Hij kan schilderen wat hij wil. De tekenleraar op het Baarnsch Lyceum zei: “Je moet nooit meer wat anders doen.” Toch is hij journalist geworden, en Esotericus. Het Leven en de Liefde als Kunst. Hoe hij dat vertaalt in verf is komende maand te zien Artishock.




Peter voor Mijn Ding (foto: CAP)

Op de bovenverdieping van Davo Doe-Het-Zelf centrum staat naast de buitenbarbecues en tuimeubelen een schragentafel met schilderspullen. “Zes jaar geleden zag ik mijn vriendin voor mijn ogen verongelukken en toen zei Peter Vogel, de eigenaar, ik ken hem nog van school: “Kom jij maar lekker hier schilderen. Dat vond ik zo lief. En het is een ideale plek met veel noorderlicht. Alleen ’s zomers kan je hier niet staan, dan is het bloedheet onder dat platte dak.”
Een tekentafel dient als schildersezel. Erachter is op ooghoogte een plankje gemonteerd waar hij de spullen op zet voor stillevens: een koperen pot en een ui, of een wit schaaltje met witte eieren. Realistisch fijnschilderwerk, zoals de bekende Bernhard Verkaaik en Henk Helmantel ook doen. Tegen de muur staan de tientallen schilderijen die hij de afgelopen zes jaar heeft gemaakt. Daaronder ook een aantal portretten. Hij schildert ze in de beste oudhollandse traditie, met Rembrandteske bruinen.

“Kijk deze man heb ik een paar keer geschilderd. Deze vind ik de mooiste. Ik heb die man op tv gezien, een gitarist in het programma Vrije Geluiden, en dat gezicht onthoud ik dan. Of hier, dat is een vriendin die een keer langs kwam en dan neem ik dat profiel over. Dat gaat heel snel, ik denk dat ik er twee keer twee uur aan gewerkt heb. Ik heb laatst Sylvia Willink gevraagd of ze wil poseren. Ze zei geen nee… Maar dit is waar ik eigenlijk naar toe wil.”
Hij pakt een schilderij in een heel andere stijl. “Semi figuratief en dynamisch. Zo’n portret maak ik in een paar uur maar die fantastische dingen. daar kan ik wel dagen in zitten friemelen. Je ziet vormen en kleuren die in elkaar overlopen, en dat kan oneindig doorgaan, zoals het universum. Een golvend schaakbord komt vaak terug. En een kruis…en ik hou ook van de leegte. De schoonheid van het weglaten.”

Fantastisch realisme

“De laatste tijd werk ik veel op Trespa platen. Dat is materiaal uit de huizenbouw wat nooit gaat rotten, al ligt het twintig jaar buiten. Deze platen komen van de bekleding van huizen uit het Smitsveen. En de verf, meestal olieverf, kan er in één keer op. Het is keihard, dus je hebt geen grondlaag nodig.
Wat ik doe, noem ik Fantastisch Realisme. Het hele leven is Fantastisch Realisme. Jij zegt, wat je net zag is meer realisme, en dit meer fantasie, maar ik zie geen verschil tussen de realistische en fantastische schilderijen. Het allemaal maar illusie in verf. Al het zichtbare is een manifestatie van gedachten, van de Liefde. Ik wil gewoon mooie dingen maken. Ik mág het maken. Het komt door mij heen. Soms sta ik voor een leeg doek en laat het gebeuren. En soms zet ik een paar eieren of zo neer en laat ik daarin de schoonheid zien.
Ik heb nooit les gehad, alleen op het Baarnsch Lyceum. Ik heb daar toen, op mijn vijftiende, nog een expositie gehad, met tekeningen. Kijk, ik heb er hier nog één. Ik was erg door Escher geïnspireerd, nog steeds wel. De tekenleraar zei toen al dat ik nooit iets anders meer moest doen. Maar dat durfde ik niet. Toen heb ik de School voor de Journalistiek in Utrecht gedaan. Vier jaar gelachen. Daarna veel voor tv gewerkt en zelf als producent voorlichtingsfilms gemaakt. Sinds mijn vriendin is verongelukt, ben ik daarmee gestopt. We hielden zielsveel van elkaar. Maar ik heb nu iets veel groters ontdekt om de mensen te vertellen: hoe het universum werkt, dat alles een stroom van liefde is. Dat doe ik in lezingen, en ik ben een boek aan het schrijven. Over hoger bewustzijn en de Liefde, met een hoofdletter. Liefde is het woord. Liefde is Alles. Zet dat maar in de kop boven dit stukje. ”


Onbetaalbaar

“Ik verkoop ze nooit, heb mijn schilderijen alleen maar weg gegeven. Op de lijst voor Artishock zet ik bij al mijn schilderijen: onbetaalbaar. Ik schilder niet voor geld maar om mooie dingen te maken, om mensen blij te maken. Ik kan zelf ook erg ontroerd raken als ik sommige schilderijen van anderen zie. Bij voorbeeld bij Verkaaik. Ik heb ook nooit iets gesigneerd. Dat haalt je uit de droom van het schilderij. En titels? Ook nooit gedaan. Dat is misschien wel een leuk idee – “Who the fuck is Dali?” Haha. Nee, ik mag mezelf niet op de borst kloppen. Als ik denk dat ik wat ben, ben ik het zo zes weken kwijt. Dan wordt ik even op mijn nummer gezet en komt er niets meer uit mijn handen. ”

De expositie wordt geopend op zaterdag 2 november, 20:00 uur en is te bezichtigen tot en met  donderdag 28 november in Artishock, Steenhoffstraat 46, Soest. De vaste openingstijden zijn: woensdag- en vrijdag van 10.00 tot 12.00 uur; maandag- en woensdag van 19.15 uur tot 20.15 uur. Ook is het mogelijk een telefonische afspraak te maken met huismeester Semmy Prinsen (06 255 863 54)

Cees Paul

Ben jij het (monoloog)

Setting: thuis bij C, dat ben ik of jij. Hij of zij is in een periode van ledigheid.

D. komt binnen zonder kloppen of aangebeld te hebben. Hij (niet zij) is gehuld in onopvallende kleding die zijn gezicht aan het zicht onttrekt. Eindnoot.

Hij heeft iets bij zich – een grote schaar of een spa, een hark, weegschaal of zeis, maar het kan ook iets anders zijn, bij voorbeeld een nondescripte kartonnnen doos.

(Eigenlijk is het een dialoog, dat wil zeggen er zijn twee personen – C en D – bij betrokken maar met de bezuinigingen op de Cultuuruitgaven in gedachten kan ook volstaan worden met een enkel personage wegens onstentenis van tekst. De tekst kan dus ook een eenzijdige dialoog genoemd worden.)

 

C: Ah ben jij het

kom binnen

daar ben je dus…en je hebt iets bij je

Is dat – ?

zo ik doe de deur maar weer dicht

tegen de tocht

slot erop anders waait ie open

en je weet maar nooit tegenwoordig

van de week nog –

loop maar door let niet op de rommel ik was net bezig wat dingetjes een beetje af te –

Wil je koffie

thee iets anders?

ga zitten doe of je thuis ben

je bent afgevallen

Nog even dit – moet even…

gistermiddag gisteravond begon ik met iets –

was van de week op tv, ik dacht dat doe ik ook en

en vanmorgen dacht ik van

Nou…

maar nu

ik weet het zo net niet

Zo ja, daar –

Nu weet ik het zeg maar

helemaal zo net niet meer

Nu jij er bent

dus

en

ik zei net nog bij mezelf

goh, zou die nog komen

En daar ben je dan ja

We hadden wel zo half afgesproken maar voor je’t weet komt er weer wat tussen
je hebt het druk en je weet nooit zeker of het zo uitkomt

maar goed

het is dus toch vandaag geworden

daar ben je dan

En ik heb verder geen plannen

Alleen dus gewoon dat ik nog even wou kijken of –

Een paar dingejes nog

Maar goed, dat is nu toch niet meer nodig

Denk ik

Toch? Of –

Klaar

            Het is goed zo

Dus

 

 

D.:      

Nou

Laten we maar gaan dan

Dan moet het maar

Ja. Dat moet dan maar

zal maar een jas aandoen

Weg naar huis

Het moest er toch altijd ooit eens van komen

En het is nu dan

duidelijk

Want wat je daar in handen hebt

dat is ..?

 

I.P. Fisher, woensdag 14 augustus 2013. Vrijdag 27 september 2013

Eindnoot. Zie mijn gedicht in Caesar’s Paleis (gedichten 1982-1990):

Dood

 
Iemand die u niet goed kent, of haat

Iemand die u steeds van achter zag

en soms in het gelaat

Iemand die zeer wit is, al doorzichtig

die ’t minst gelijk het meest nabij is

Iemand die je in de huid zit, zwijgend

iemand die elk oog op slag beziet
Iemand die je in stilte verstaat,

stomweg afgesproken iemand

die je nu voor ogen staat

 

STORM IN ARTISHOCK – “1/1000” – verhalenexpositie in foto’s van Annabel Storm

In de maand september is de expositieruimte van Artishock voor de jonge ‘visual artist’ Annabel Storm. Ze is eenentwintig jaar en kondigt nu al aan dat dit haar één na laatste expositie wordt. Weg met die witte wanden. Het moet anders – en niet alleen met de kunst.

“Ik heb de selectie nu bijna klaar. Het zijn er eigenlijk (niet eigenlijk, juist met opzet) teveel, omdat foto’s afwisselend kunnen worden afgedekt of onthuld. Ze kunnen ook allemaal in een andere volgorde. Op de expositie zelf kan dat niet, ik ga ze wel op een vaste plek hangen, maar ze kunnen worden afgedekt of onthuld. Zo krijg je een enorme hoeveelheid verhalen. Kijk, je kan heel erg manipuleren met foto’s. Door de context of alleen al de volgorde te veranderen, verandert de informatie, ontstaan er verschillende verhalen. Naast een foto van feestende mensen betekent de foto van een leeg glas iets heel anders dan naast een foto van een lege stoel. Ik wil dat mensen zelf beslissen wat waar is.”



Annabel Storm is geboren in Amersfoort en ging na het Griftland College naar de Hogeschool voor de Kunst in Utrecht. Naast de fotografie schrijft ze. Sinds eind vorig jaar is ze ook eindredacteur voor de website ongeKUNSTeld. “Stiekem ben ik wel verliefd op taal. Ik schrijf beeldend, maar niet alleen over kunst, ook over filosofische onderwerpen en de maatschappij. Bijvoorbeeld over de macht van de media die proberen voor jou te beslissen wat waar is.”

TINKEBELL

“Vorig jaar heb ik stage gelopen bij Tinkebell en toen exposities opgebouwd in Nijmegen en het Ierse Limerick. Tinkebell is bekend als kunstenares en dierenactivist, maar is ook mensenactivist: ze staat midden in de samenleving. En dat trekt mij ook.”
Met deze houding sluit ze aan bij het metamodernisme. Als tegenwicht voor het hedendaagse postmodernisme, waarin het vooral gaat over de betekenisloosheid van kunst, is dit een stroming die ergens over gaat. Idealisme, maar zonder een groot verhaal erachter.

Eerder heeft Annabel een project gemaakt over Kamp Zeist, het uitzetcentrum.
”Geëngageerd is een beetje oud, beladen woord maar dat kan ik wel zijn. Tegelijk moet je oppassen niet op het leed van anderen te gaan teren en moet je als kunstenaar gewoon wel kunst maken. Maar dat hoeft voor mij dan niet aan een witte muur te hangen. Foto’s en films zijn heel interessant, maar waarom moet dat je voor kunst met z’n allen naar een aparte ruimte komen? Als ik naar een museum ga, vind ik het al minder leuk, liever zie ik hetzelfde in de Maastunnel. Kunst zou veel meer geïntegreerd moeten zijn in het dagelijks leven. Niet als een standbeeld in het plantsoen of een muurschildering – meer toevallig. Ik vond laatst zomaar ergens een post-it met daarop geschreven: I’m so changeble [ik ben zo veranderlijk]. Daar heb ik een foto van gemaakt die waarschijnlijk ook in Artishock komt te hangen, maar dan weer zo dat je het briefje net niet kan lezen.”

SCHRIJVERS GEZOCHT

“Het is misschien raar om te zeggen als je eenentwintig bent maar dit wordt mijn één na laatste expositie. Er komt er nog één op mijn kamer, thuis, en dan wil ik niet meer op witte muren hangen. En voor ik afstudeer ga ik eerst wat anders doen. Ik hoop bij Jaap Scheeren een stage te gaan volgen en zijn werk in tekst om te kunnen zetten. Ook wil ik veel gaan schrijven, voor ongeKUNSTeld, maar ook los daarvan. Zo schrijf ik nu vaak over medereizigers in de trein. Het lijkt op foto’s maken, want ik zie ze maar één keer en geef dan weer wat ik zie, alleen worden het meer personages dan portretten.”
“Ik hoop dat bezoekers van de expositie in Artishock gebruikmaken van de materialen die ik aanreik. Ik ben heel benieuwd hoe mensen uit de foto’s een keuze maken. Vinden ze een bepaalde volgorde gewoon mooi? Welk verband zien ze tussen foto’s? Ik zoek schrijvers die het verhaal dat ze met hun ogen zien willen omzetten in een geschreven verhaal. In de expositieruimte vinden zij een hand-out met de reeks foto’s. Daarop kunnen ze aangeven welke selectie ze gebruikt hebben. Vervolgens kunnen ze hun verhaal opschrijven. Schrijvers die niet handig zijn met pen en papier kunnen hun verhaal mailen naar dewaarheidinhetkwadraat@hotmail.com


De expositie wordt geopend op zaterdag 7 september, 20:00 uur en is te bezichtigen tot en met  donderdag 26 september in Artishock, Steenhoffstraat 46, Soest. De vaste openingstijden zijn: woensdag- en vrijdag van 10.00 tot 12.00 uur; maandag- en woensdag van 19.15 uur tot 20.15 uur. Ook is het mogelijk een telefonische afspraak te maken met huismeester Semmy Prinsen (06 2558 6354)

 

Cees Paul

 

 

“Ja, ik hoorde je schreeuwen. Je schreeuwde. Je hebt geschreeuwd.”

We waren gisteren bij de kringloopwinkel en stonden bij de boeken.

“Ja, iets van A.F.T. is natuurlijk ook altijd goed” zei ik, en mijn hand ging naar het enige boek met harde kaft van hem wat er stond. Als een boek toch maar één euro kost, kan je net zo goed een duurdere versie nemen. Het is ‘De Sandwich’. Aan de binnenzijde van de omslag lees ik:
“Enige jaren geleden stierven van A.F.Th. van der Heijden relatief kort na elkaar een jeugliefde en een jeugdvriend,…”

De titelpagina: het boek is uitgegeven bij uitgeverij Querido in 1986. Een eerste druk, interessant. Onder de titel staat een rquiem. Omslaan. Het boek is opgedragen aan M.A. en F.v.H., gestorven in 1979, respectievelijk 1981. Adri Van der Heijden is geboren op 15 oktober 1951 en was dus achtentwintig, respectievelijk dertig jaar oud toen de intimi achter de initialen overleden en vijfendertig toen hij er een boek over had gepubliceerd. Het zou niet zijn laatste literaire dodenmis worden. In 1994 kwam ‘Asbestemming’ uit, over de dood van zijn vader en hij schreef nog een requiem voor een bevriend kunstenaar voordat hij ‘Uitdorsten’ schreef over zijn moeder die overleed in 1998. En in 2011 publiceerde hij ‘Tonio, een requiemroman’ over zijn zoon. Een jaar eerder werd Tonio, vroeg in de ochtend van de eerste Pinksterdag, geschept door een auto en overleed later die dag in het ziekenhuis, Vader Adri en Moeder Mirjam waren erbij.


(…)

Na dit boek krijgt hij de meest prestigieuze prijzen: in 2011 de Constantijn Huygensprijs voor zijn gehele oeuvre, zoals dat zo mooi heet, in 2012 de Libris Literatuurprijs en de NS Publieksprijs voor ‘Tonio’ en in 2013 volgt de P.C. Hooftprijs, weer voor Alles. Hoger kan je in Nederland niet komen.
“De schrijver zoekt naar een precieze reconstructie van de laatste levensdagen van zijn zoon, die zijn enig kind is. Het boek eindigt als hij pas na maanden de plaats van het ongeval durft te bezoeken. Tussendoor wordt uitgebreid verslag gebracht van Tonio’s hele leven en ook van de manier waarop de schrijver en zijn vrouw omgaan met de verschrikkelijke werkelijkheid.”
Ik heb het niet gelezen.

Ik heb nog te weinig van hem gelezen. Doorgaans lees ik dode schrijvers. ‘Het leven uit een dag’, het verhaal van de eendagsvlieg, heb ik gelezen en vond ik fantastisch. ‘Weerborstels’, het Boekenweekgeschenk uit 1992 heb ik, geloof ik, ook gelezen.
Nu dus ‘De Sandwich’. Requiem AFTh-1.
Het boek ziet er nog perfect uit en de stofomslag is nog helemaal heel. Achterop kijkt een nog slanke schrijver ons aan uit een zwart-wit foto. Ik sla de achterkant open – ja, ik ben er zo één die gewoon de laatste zin leest:

“Ja, ik hoorde je schreeuwen. Je schreeuwde. Je hebt geschreeuwd.”
Het blijkt te gaan over een auto-ongeluk waaraan de schrijver ternauwernood ontsnapt. Dan valt er uit het boek valt een papiertje:
 
Het geboortekaartje van Tonio. Geboren 15 juni 1988. Met een handgeschreven boodschap van de vader die, blijkbaar, in de stomerij was en daar ene mevrouw Stokvis trof. De trotse vader stuurde haar twee weken na de geboorte, wellicht vers van de pers, “de officiële aankondiging”. Een volwassen leven later schrijft hij het boek wat hij volgens mij het minst graag had willen schrijven.
 
 
 

IP Fisher, 2 augustus 2013

Wat je zegt. Gaat allemaal helemaal nergens over

Rolverdeling:

A: de persoon links, te voet op weg naar de parkeerplaats met een gevulde polyethyleen draagtas met opschrift van een supermarktketen.

B: de persoon rechts in beeld, die uit het voorbijgaan is afgestapt van een vooralsnog ongeïdentificeerd rijwiel met aangehangen fietstassen van het merk Low Rider.

Winkelende dames
–  Soest-Zuid

 

A:           Hee, hallo meid. Hoe is’t?

B:           Hee hallo zeg. Z’n gangetje, en met jou?

A:           Ik zeg maar zo, het gaat zoals het gaat.

B:           Zo is het. En het komt zoals het komt.


A:           Het is niet anders. Maar ik mag niet klagen van de dokter, dus –
               alles goed thuis?

B:           Jawel, jawel. Nouja, je weet hoe het is hè, maar alles went. En bij jou?

A:          Nou, net wat ik zeg. Die vent van me is eindelijk het huis uit dus ik mag niet klagen.  Maar  een feest is het ook niet. Wat wil je, na al die tijd.

B:           Ja, vertel míj wat. Breek me de bek niet open. Er komt zoveel op je af dan,…

A:          en daar moet je allemaal doorheen

B:          en daar moet je allemaal doorheen, ja. Er gaat geen dag voorbij of ik sta dan opeens weer met iets van dat ik denk van: wat moet ik ermee –

A:          Weggooien, een plekje geven –

B:           Nou, het meeste gaat bij mij gewoon naar zolder.

A:          – en dan gaat er toch altijd ergens weer van alles door je heen.

B:         O god ja, je kan het zo gek niet bedenken of – daar heb ik nu ook een pilletje voor. Niet veel hoor, en telkens een halfje.

A:          Okeeee. Een goeie huisarts is een zegen hoor, neem dat van mij aan. Ik ben nu ook aan de pillen eerlijk gezegd. Drie. Verschillende. Of nouja, aan de pillen – tijdelijk hè. Om er eventjes doorheen te komen.

B:           Tijdelijk. Mooi. Wat een weer trouwens hè, voor de tijd van het jaar.

A:           Ja, dat was vorig jaar wel even wat anders, toenneh…

B:          Toen zaten we er ook nog middenin, in die toestanden. Maarreh…hebben jullie nog wel ‘ns contact?

A:         Contact, contact – wat heet? Meer dan ooit. Loopt ‘ie voorheen al die jaren het huis in en uit zonder boe of bah te zeggen, hoor ik er alleen boeren, scheten en gesnurk uitkomen, nu moet ‘ie opeens om de haverklap bellen, en effe langskomen, voor me dit of me dat – en dan begint ‘ie nog te praten ook. Mens, hij is de drempel nog niet over of hij begint en hij gaat maar door, lult de oren van me kop. En dan ’s avonds: sms’en, whatsappen, mailen en van me zus, en me zo, en weetikveel.

B:          Joh!

A:           … maar dat vind ik niks dus ik reageer niet dus dat wordt al minder. Dat deed ‘ie anders altijd nooit, zo met die telefoon enzo. Waar die dat geleerd heeft – ja, ik weet het wel…

B:         Kan je ‘m niet gewoon blokkeren?

A:         Ja, nee, als ik dat doe staat ‘ie helemaal elke dag drie keer voor de deur. En we zitten natuurlijk nog met de kinderen. En de hond… en het landje, en de auto. Toch allemaal van die dingen dat je zegmaar af en toe moet overleggen.

B:          Ja, soms moet je gewoon dingen… maar goed, ik zou zeggen, één keer harde afspraken maken, en klaar. Of…?

A:         Eigenlijk wel, zou je zeggen. Maar van al die dingen… ‘t is altijd weer wat. Zoals dat landje. Dat mag ‘ie houden. Dat was toch zijn ding. Maar dan begint ‘ie van dat het op mijn naam staat en dat ik weer hier of daar een formulier moet tekenen, en wat daar in staat –dat wil je niet weten. En dan krijg ik weer een boete thuis van toen hij de auto had, en een deurwaarder …en die hond, ach mens, dra-ma’s!

B:          De hond, die is toch dood?

A:         Ach ja, dat arme beest. Hij had er zo’n schurfthekel aan, maar nu…eigenlijk namen we hem natuurlijk voor de kinderen maar hoe gaat dat, nu zijn ze elk weekend bij hem. En dan gaat de hond mee, dacht ik zo. Maar. Goed, belt ‘ie ’s anderendaags op. Hij had dinges gesproken, zegt ‘ie, die nieuwe, hoe heet ze, en –

B:          Wát zeg je, wou je zeggen -?

A:          – die gore geblondeerde oostbloksnol uit de catalogus –

B:          Dat was toch een soort van dokter van ‘m?

A:          Ja, spycholoog. Afijn, het ging weer over die hond. Hij zegt… het is natuurlijk weer allemaal mijn schuld. Ik heb het weer allemaal gedaan.

B:          Dat was toch een ongeluk?

A:         Joh, dat beest piste, poepte overal vanaf dat ‘ie toen weer hier, dan weer daar was. Gek werd ik ervan. Dus ik zet ‘m op het balkon. Hang ik daar op een gegeven moment de was op, pist ‘ie zo over mijn schone lakens. Nou ja, toen – voor ik het weet slinger ik dat schijtbeest over de reling. Zevenhoog naar beneden…

B:          O, ik dacht dat je acht hoog zat.

A:          Nee, zeven. Evenzogoed zo dood als een pier.

B:          Nou ja, dat is dan wel jouw schuld ook.

A:          Ja, wrijf het er nog maar ’s in. Doet die dokter Slettebak ook al. Spoelt z’n hersens gewoon. De hond die in huis pist, de kinderen die in bed pissen – alles komt door mij. Ze maakt ‘m gek. Zegt dat hij het niet moet pikken. Van mij. Terwijl ik gewoon vraag waar ik recht op heb. Maar zij zegt dat hij van míj kan vangen. Dan zegt hij dat hij mij niet zomaar alles kan overmaken, dat ik ook zo de boel, mijn dingen, moet delen – en ik hoor gewoon haar woorden praten, weetjewel? Helemaal gehersenspoeld. Dan weet ik niet meer wat moet zeggen.

B:         Dan zet je er toch gewoon een advocaat op. Dat zei ik je toch? Die zegt hem dan wel wat jij wil dat hij zegt, en dan heeft ‘ie niks meer te zeggen.

A:          Dat zeg ik dus ook tegen hem. En hij zegt: nou zeg je wat. Doe dat. En ik zeg, wat zeg jij nou, dat zegt zij – jij dus – ook altijd… Dat jij dat zegt, zegt ‘ie. Nou zeg ik, het is net zoals ik ’t zeg.

B:          Dus. Want –

A:         Zeg nou zelf, zo is ’t. Toch? Ja, niet dan.

B:          Wat je zegt.

A:          Gaat allemaal helemaal nergens over.

 

IP Fisher

mei/juli 2013

Aardbeien Plukken Voor Altijd

Joshua in Duitse Strawberry Fields (Erdbeere Felder)

Dat wilde ik nog zeggen, laatst aan de telefoon…je vertelde dat je met je zoontje was gaan aardbeien plukken. De lange rijen lage planten, op je knieën door het stro, onder de zon. Ik weet niet of Joshua zich dat later nog herinnert, hij is nog geen twee tenslotte, maar ik heb precies dát als herinnering.
Ik was twaalf of dertien en we waren op vakantie in Engeland. We ruilden huizen…het was volgens mij de vakantie op World’s End Lane (whats in a name?), in Orpington, waar Zuid-London overgaat in Kent, the garden of England.
In dat huis was een oude grammofoon met een staafje in het midden, waarop je een aantal LP’s kon stapelen die dan achter elkaar werden afgespeeld. Wel alleen de kant die boven lag, een ramp voor de audiofiel want je vinyl gaat natuurlijk mooi naar de klote. 

De grammofoon deed het niet. Er kwam een buurman bij die het apparaat repareerde door er een handvol stofvlokken uit te halen. Mijn ouders vreesden voor het eigen huis, maar toen we terugkwamen was dat schoon en opgeruimd achtergelaten. We hoorden van de buren alleen dat meneer nogal dronken werd, want hij was niet gewend aan de ruimere openingstijden van de Nederlandse pub en het alcoholgehalte van het lager dat pils wordt genoemd.


Google Earth: World’s End Lane – de horizontale slinger weg je de tweede zijweg van links inslaat
(rechtsaf dus), zaten we het tweede huis aan de linkerkant, meen ik.

In deze zomervakantie leerde ik The Beatles kennen. Ze hadden daar alle platen, in ieder geval: veel. Het leven zou nooit meer hetzelfde worden na die vakanties in Engeland. De tweede vakantie, in Gravesend aan de oostrand van London, leerde ik dansen en shandy drinken en brak de Punk uit. Ik werd chronisch anglofiel. Pas later leerde ik The Who kennen en The Jam en nu dus The Beatles, toevallig in de juiste volgorde om de Mod historie te volgen, die vreemde tegendraadse sub-cultuur van Vespa’s en pillen die in Nederland nooit aansloeg. Toen het – veel later – stil werd rond The Arctic Monkeys, merkte ik dat eenzelfde energie in de jaren zestig al uitging van The Small Faces. En dat was wel een band van en voor Mods, al geloof ik dat de numbers liever naar Amerikaanse soul luisterden. Al met al een tamelijk ongrijpbaar fenomeen, de Mods… wat overigens niets met The Beatles te maken heeft. Evenals The Rolling Stones begonnen ze met het naspelen van Amerikaanse, ‘zwarte’ blues en Rock & Roll – die duidelijke stroming die nog steeds voortrolt met steeds weer vier jongens op gitaar, bas en drums. The Rolling Stones spelen inmiddels al veertig jaar zichzelf na en The Beatles gingen een eigen weg, ongrijpbaar, en geholpen door producer George Martin.



Poster uit mijn geboortejaar

We gingen wandelen door het de heuvels van Engeland die ze vreemd genoeg ‘Downs’ noemen. Het zijn toch duidelijk ‘highs’, verhogingen in het landschap…en op één van die wandelingen kwamen we langs de akkers met strawberries. Hoe toepasselijk: strobessen, en wat een toepasselijk landschap. Een zomerdag in Kent en aardbeiden met room (geen slagroom maar vloeibare cream) – ik denk niet dat je het idyllischer en Engelser kan meemaken. We kregen mandjes mee en gingen plukken. De zon op het hoofd, het droge stro zacht en prikkend onder de blote schenen, de zoete zomerkoninkjes in de hand en in de mond, een heel zacht briesje en de vlinder die over het veld fladdert in de stilte die wordt geaccentueerd door het zoemen van de bij en het kristalheldere gekwinkeleer van de leeuwerik hoog boven het veld.
“Laat me je meenemen / want ik ga 
naar Aardbeien Veld / Niets is hier waar / En niets om je druk om te maken / Aardbeien Velden voor eeuwig 

Het leven valt best mee met je ogen dicht / Misverstanden als je kijkt / Het word zo moeilijk om iemand te zijn / Maar het komt wel goed / Het maakt me niet zo heel veel uit.”

(C) James Parish
In mijn oren is het gewoon een mooi nummer. Een beetje vreemd, maar wel lekker. Psychedelisch, ja. Het is één van de meest gecompliceerde en besproken opnames van The Beatles. Gecompliceerd door de lange productietijd (tien studiodagen) en het ingewikkelde knip-en plakwerk van verschillende opnames en het gebruik van vreemde instrumenten. 
Veelbesproken door het freaky outro waarin de stem van John Lennon iets zegt wat lijkt op “I buried Paul.” Ik heb Paul begraven – het was of is de hoeksteen van de samenzweringstheorie die zegt dat de Sir Paul McCartney die we nu nog kennen eind 1966 is overleden en vervangen door een dubbelganger. De zin in dit liedje was daarvor een belangrijke aanwijzing. Ook in latere songs en op de hoezen van Sgt. Pepper’s Lonely Hearts Club Band en Abbey Road zijn Belangrijke Aanwijzingen voor deze urban legend te vinden. John Lennon zelf zegt hij “Cranberry sauce” zei. Dat zou tijdens de opnames een lopend grapje zijn, in verband met Thanksgiving. Het valt echter te betwijfelen of de jongens uit het Engelse Liverpool deze Amerikaanse feestdag voor het traditionele gezin feestdag vierden. Maar ik denk ook niet dat de tuin van Strawberry Fields het stoffelijk overschot van Beatle Paul herbergt. Vandaag de dag zouden ‘ze’ zeggen dat hij is vermoord door de Illimunati. Was ook hij niet zevenentwintig in 1966? Of, beter, Paul is een vooraanstaand lid van de Illuminati dat ‘zogenaamd stiekem’, zijn eigen moord in scene zette en een dubbelganger in zijn schoenen, om zo de handen vrij te hebben voor het echte werk. 
Omdat studio-opnames de Fab Four van de podia weghield, wilde manager Brian Epstein een nieuwe single uitbrengen om de aandacht vast te houden. ‘Strawberry Fieds Forever’ kwam in 1967 uit op single met ‘Penny Lane’ als dubbele A-kant.Twee liedjes van verlangen. Jeugdherrineringen. In ‘Penny Lane’ die van Paul, in ‘Strawberry Fields’ die van John. De orchestraties wijzen vooruit naar het legendarische Sergeant Pepper album. 
Bij wijze van uitzondering schoot de single niet door naar nummer 1 en overigens klinkt het liedje van Paul nog altijd eenvoudiger en is het populairder dan dat van John. Dat is dan weer niet zo uitzonderlijk voor het oeuvre van The Beatles.
Ik was ervan overtuigd dat John Lennon achter zijn gesloten ogen net zo’n herinnering had als ik toen hij de song Strawberry Fields Forever schreef. Maar nee. Het gaat helemaal niet over een aardbeienveld. Het gaat over een gebouw in Liverpool. Een gebouw vlakbij het huis van zijn tante Mimi Smith, bij wie hij in zijn jeugd woonde. Het Leger des Heils had er een tehuis en John kwam er graag in de tuin. Paul McCartney zei:  “it was a secret garden. … it was a little hide-away for him.“
Zo zie je maar weer: al is muziek gemaakt van aardbeien, een ieder maakt er zijn eigen jam of shake van. John Lennon had zijn eigen herinnering, gedachten en LSD bij het maken van de song, al kunnen die wel heel erg op die van mij geleken hebben, in de essentie van de herinnering aan een plek waar je je goed voelde, en het melancholische gevoel alleen te zijn op een niet onprettige manier:
“Niemand is denk ik in mijn boom / Ik bedoel zowel hoog als laag / Het is niet,  dat je zomaar binnenkomt, weet je / maar het is wel goed / Het is, denk ik niet al te slecht”.
IP Fisher, juli 2013

The Beatles – Strawberry Fields Forever
Let me take you down
cause I’m going to strawberry fields

Nothing is real
and nothing to get hung about
Strawberry fields forever

Living is easy with eyes closed
Misunderstanding all you see
It’s getting hard to be someone
but it all works out
It doesn’t matter much to me

Let me take you down
cause I’m going to strawberry fields
Nothing is real
and nothing to get hung about
Strawberry fields forever

No one I think is in my tree
I mean it must be high or low
That is you can’t, you know, tune in
but it’s all right
That is I think it’s not too bad

Let me take you down
cause I’m going to strawberry fields
Nothing is real
and nothing to get hung about
Strawberry fields forever

Always know sometimes think it’s me
But you know I know when it’s a dream
I think I know I mean, ah yes
but it’s all wrong
that is I think I disagree

Let me take you down
cause I’m going to strawberry fields
Nothing is real
and nothing to get hung about
Strawberry fields forever
Strawberry fields forever
strawberry fields forever

Commissie De Meisjes, Oog in Al

In Utrecht liet jonker Everard Meyster het buitenhuis ‘Oog in Al’ bouwen in 1664. Het was zijn derde. Amersfoort had hij al verblijd met de aanleg van de landgoederen ‘Nimmerdor’ en ‘Doolomberg’. Ook is hij verantwoordelijk voor De Kei van Amersfoort. Hij ging de weddenschap aan dat hij de bevolking zo gek kon krijgen dat ze een grote zwerfkei uit de buurt van Soesterberg, zo’n acht kilometer verderop, binnen de stadsmuren zouden trekken. En won. De jonker werd de stad uitgejaagd waar hij eenentwintig jaar had gewoond en kwam zo, inmiddels rond de vijfenveertig, terug in zijn geboortestad Utrecht. Daar bestond in die tijd een ambitieus plan om de stad in westelijke richting uit te breiden langs de pas gegraven Leidse Vaart. Om uitzicht te hebben op de aanstormende stad en wellicht ook om winst te maken door de verkoop van grond kocht hij een stuk land ‘aan de Noordzyde van de Leidse Vaart, een quartier uur gaans van Utrecht’, gemeten vanaf de Catharijnepoort.Op dat land bouwde hij zijn huis.

De westwaartse uitbreiding liet ruim tweehonderd jaar op zich wachten, maar het buitenhuis is gebleven. Dat wil zeggen, het hoofdgebouw, tuinmanshuis en de theekoepel zijn verbouwd maar nog steeds intact; een klassiek Romeins aandoend bouwsel met onbekende functie is rond 1780 verdwenen.
 
In 1918 werd het huis met omringende weilanden, in totaal zo’n twintig hectare, aangekocht door de gemeente voor 430.000 gulden. In de weilanden werd een tuinwijk naar het ontwerp van Berlage aangelegd en het oorspronkelijke landhuis werd als theehuis het middelpunt van een nieuw openbaar park. Sinds 1961 zit er een dependance van de openbare bibliotheek. De bijbehorende theekoepel aan de Leidse Vaart biedt sinds eind 19e eeuw ook uitzicht op het Merwedekanaal en het pittoreske sluizencomplex daarin. In de oude tuinmanswoning huist, of huisde in ieder geval in de jaren rond 1980, het gezin van een opzichter bij de plantsoenendienst.
Het is nog steeds een kwartier lopen vanaf het centraal station of Hoog Catharijne (“Winkelhart van Nederland”) naar Oog in Al, een wijk met de sfeer van een villadorp.
Aanvankelijk wilden mensen er niet wonen, het was te modern naar de smaak van de tijd. De architect Rietveld heeft er gewoond (in de Bachstraat) en heeft er ook een paar woningen achtergelaten die staan aan wat nu Jochem Uytenhaageplantsoen heet (pro memorie: de jongen die in 2002 Olympische medailles hardschaatsen won woonde daar, doet inmiddels in ‘sport & lifestyle coaching and training’ en woont daar volgens mij nog steeds).
Na de Tweede Wereldoorlog werd het juist een ouderwetse wijk, een ‘dorp in de stad’ waar duidelijke, ongeschreven regels golden. De heggen waren goed geknipt. In de jaren negentien negentig werden de jaren dertig woningen mateloos populair onder hooggeschoolde tweeverdieners en verjongde de wijk enorm. Voor de ouderen waren inmiddels speciale voorzieningen aan de rand van de wijk beschikbaar.

Als rijke mensen een beetje vreemd zijn heten ze excentriek. Dat is ook de faam van de ‘dolle jonker’ E. Meyster. Zo was zijn eigen uitbreidingsplan voor Utrecht geschreven op rijm en liet hij verschillende bizarre publicaties uitkomen. Zijn landgoederen moesten zijn ideeën verbeelden. Het mag geen wonder heten dat hij na zijn dood wilde voortleven, en niet alleen als naamgever van een laan in ‘zijn’ wijk en in de bijnaam van de stad Amersfoort en haar bewoners. In het laatste kwart van de twintigste eeuw is de jonker dan ook aan deze kant van gene zijde gesignaleerd, om precies te zijn in zijn oude tuinmanswoning en wel in de gedaante van zijn broek.

Landhuis, nu bibliotheek: Park Oog in Al 1 (1966)
De kinderen van de Groenopzichter zagen hem het eerst:
“Mamma, er loopt een broek door de kelder.”
“Ach, ongeremde kinderfantasie” dacht ze.
Maar later zag ze zelf inderdaad een losse, lege broek door de kelder lopen en al lopend verdwijnen in de muur. De heer des huizes vroeg de bekende paragnost Leo Pannekoek om de zaak te onderzoeken. Pannekoek kwam en, verdomd, hij voelde inderdaad enige ‘aanwezigheid’ in de kelder. Hij vroeg door over de broek die was gesignaleerd en deed nader onderzoek. Het bleek een typisch eind zeventiende-eeuwse broek te zijn.
“En waar is die broek precies verdwenen?”
Paragnost Pannekoek raadde aan wat stenen uit de keldermuur te breken en zo werd een nog onbekende, lege ruimte ontdekt, zonder broek.
Ook is waargenomen dat in het torenkamertje van een oud huis aan de overkant van de Leidse Vaart soms midden in de nacht een kaars brandt. Een jonggestorven geliefde van (de broek van) Everard Meyster zou daar gewoond hebben.
Lopend door de bochtige lanen met de namen van antieke dichters en klassieke componisten hoor je de geheimen fluisteren achter de bakstenen muren van het dorp Oog in Al. Drama’s achter de begonia’s, hartstochten gesmoord in nimmer dorre coniferen.
Ik ken een familie die er al decennia woont. Mevrouw is een geboren Utrechtse, meneer is oorspronkelijk een kaasboer uit het Groene Hart. Toen hun jongste kind, een dochter, werd geboren leefden ze op de Richard Wagnerlaan. Daar woonden ze nog toen de kleine meid zes jaar was. Op een nacht lag ze rustig te slapen op dezelfde kamer als haar twee broers en zus. Plotseling werd ze wakker met een onbestemd gevoel.
Ze zag een vrouw in de kamer staan, of beter, een vrouwelijk silhouet, gehuld in een lichtblauwe robe. Haar gezicht was niet zichtbaar. Ze zei niets. Met ingehouden adem bleef het meisje liggen kijken, wachtend tot de vrouw bewoog, of iets zei. Plots hoorde ze haar oudste broer fluisteren:
”Mama, ben jij dat?” en even later:
“Wie ben jij?”
Maar de vrouw antwoordde niet. Ze bewoog ook niet. Na tien heel stille minuten ging ze geruisloos naar het raam, zijwaarts schrijdend. Onzichtbare armen bewogen als trage engelenvleugels soepel onder haar blauwe kleed. Zo ging ze het raam uit en is ze verdwenen, opgelost, alsof zij nooit was verschenen.
De jongste dochter vraagt zich nog steeds af hoe het gezicht van de vrouw eruit zag en of ze haar misschien iets had moeten vragen, maar wat?
Mozartlaan, links de R. Wagnerlaan, rechts park Oog in Al (1936).
Oog in Al, een tuinwijk met ‘s winters een zwerm spreeuwen in het park. Bij het kanaal stond tot een oude fabriek waar sojameel wordt gemaakt. Een comité was daartegen, en de gemeente gaf in 2001 een oprotpremie van 37 miljoen gulden. In de wijk zijn scholen waar veel gewone kinderen gewoon naar school gaan.
Lopend door de bochtige lanen met de namen van antieke dichters en klassieke componisten hoor je de geheimen fluisteren achter de bakstenen muren van het dorp Oog in Al, hoor je de skeletten rammelen in de muurkasten van de klassiek gemeubileerde kamers en-suite.
De familie die ik ken heeft lange tijd geleefd van de meubelhandel en woninginrichting. En, ja, levering van bankstellen, stoelen en kasten, gordijnen en luxaflex, behang en tapijt betekent dat je letterlijk bij de mensen over de vloer komt. Zo had de zaak een huishouden als klant dat bekend stond als De Meisjes. Niemand kende eigenlijk de achternaam van het merkwaardig samengestelde ‘gezin’. Moeder de vrouw bestierde het huishouden en ving van alle kanten geld voor haar vreemde kostgangers. Ze had één pleegzoon die later elders werd geplaatst: Bert, in de wandeling Bert Met Het Ei, want hij had zo’n joekel van een bult bovenop zijn hoofd. Er was ook een zwakbegaafde dochter, die had ze van zichzelf. Vanwege de oorspronkelijke gezinssamenstelling van moeder en dochter stond het huis met de bewoners bekend als De Meisjes.
Moeder De Meisjes kreeg dus voor de zoon-met-het-ei geld om hem in huis te houden en voor de dochter omdat ze die thuis hield. Voor zichzelf had ze natuurlijk ook een uitkering. En ze had ook voor haar gehandicapte vriendje een maandelijkse toelage geregeld. Want die huisde daar ook: de Blinde Fotograaf. Nee, hij is niet altijd blind geweest, het was al een oudere man die niet meer werkte. Dat was haar scharreltje. Omdat ‘ie door zijn blindheid overal in huis as morste mocht hij alleen nog op de WC zijn sigaretje roken. Hij kreeg eens een horloge van zijn geliefde vriendin. Hij kon de tijd er niet van aflezen, maar was zo blij als een kind en liet de hele buurt naar zijn klokkie kijken:
“Ik heb een gouden horloge van haar gekregen. Mooi hè.”
En iedereen, behalve hij, zag dat een goedkoop blikken dingetje was.
Tenslotte was er nog De Jamkoker, die zo heette omdat hij werkte in een jamfabriek. De Jamkoker was van niemand familie maar ook hij wierp zijn inkomen altijd braaf in de schoot van Moeder De Meisjes. Hij was feitelijk de kostwinner in huis maar hoe die relatie nu zat met moeder of dochter, of met wie dan ook – we weten het niet, maar Moeder De Meisjes ging over de gezamenlijke pot. Dat was duidelijk.
Het huishouden werd vervolmaakt door de bokser, zo’n hond met een platgeslagen neus en een laag voorhoofd, een soort dat nogal eens kwalijk wil rieken. De bokser werd dan ook elke dag rijkelijk geparfumeerd. ‘s Morgens pakte Moeders het parfumflesje met een kwastje aan de verstuiver en besproeide zijn hele hondenlijf. Meneer pastoor werd trouwens ook vaak gesignaleerd bij De Meisjes maar het is niet zeker of ook die dan geld meenam.
Bunker vermomd als huis in het park
Lopend door de bochtige lanen met de namen van antieke dichters en klassieke componisten hoor je de geheimen fluisteren achter de bakstenen muren van het dorp Oog in Al en zie je als vreemde uit een ooghoek vitrages opzij schuiven, zelfs als het huis verlaten is.

Hoewel ze de meest bijdehante van het stel was, leek mevrouw De Meisjes ze niet allemaal op een rijtje te hebben. Drie keer in de maand belde ze naar de Woninginrichting voor nieuwe spullen, vooral behang. Telkens moest er een ander behangetje komen want
“Nee, ik vind het toch niet zo bij de rest kleuren.”
Buiten de lokale middenstand profiteerde vooral haar zwakbegaafde dochter van de aanwezige centen. De dochter werd behandeld als een prinses. Haar pleegzoon Bert had het echter zwaar te verduren. Hij moest alle klusjes opknappen die zijn pleegmoeder in het hoofd had en hij moest dat doen op de manier die haar aanstond.
Dus begon Bert Met Het Ei de dag met een bezoek aan bakkerij Do Schat voor een halfje wit of bruin, al naar gelang De Meisjes wensten. De bokser, een uur tegen de wind in stinkend, ging steevast mee. De eerder genoemde jongste dochter had rond acht uur altijd dezelfde missie en stond vaak met Bert in de rij.
“Stakker van een dier, en stakker van een Bert.”
De kleine meid was ervan overtuigd dat de hond een zeer menselijke eigenschap bezat:
“Pas op”, zei ze tegen iedereen, “niet roddelen over andere mensen, hoor. De hond hoort alles en vertelt alles door.” Het meisje was zeer beducht voor de bokser.
Elke dag ging Bert ook langs de groenteman en haalde daar elke dag aardappelen en prei. Daarna kon de slager bezoek van Bert verwachten. Hij kocht daar voor kapitalen aan vlees. Daarnaast was Bert buiten te zien als hij het bestek moest poetsen. Met zijn rossige haar rond die nooit slinkende buil zat hij dagelijks voor de huisdeur, met de besteklade op zijn knieën en het busje zilverpoets naast zich. In alle jaargetijden die Nederland heeft te bieden – lauwe regen, warme regen, koude regen en sneeuw – zat Bert Met Het Ei op de stoep het zilver poetsen. En ook moest hij, weer of geen weer, buiten de was doen voor het hele huishouden. Achter in de tuin, die door schuttingen een binnenplaatsje was geworden, in een grote houten tobbe. Moeders was dan gewoon om zonder veel plichtplegingen haar directoire uit het slaapkamerraam te gooien:
“Hier, Bert, vangen.”
Het werkse leven van Bert speelde zich verder af achter de geraniums en gordijnen van huize De Meisjes. Wat hij dan zoal deed bleek bij de keren dat de woninginrichter langskwam. Ze zagen Bert altijd zitten op een stoofje in de steenkoude keuken. Aardappels schillen, dezelfde die hij ‘s morgens bij de groenteman had moeten halen en die hij ‘s avonds moest vermalen, drijvend in de vette jus, gemaakt met een heel pak boter. Dat had hij hard nodig, vond moeder De Meisjes, voor zijn zware programma overdag. Want terwijl Bert boodschappen en klusjes deed, kwam mevrouw De Meisjes alleen buitenshuis om nieuwe meubeltjes uit te zoeken bij de Woninginrichting. Dan kon ze weer even in de buurt zijn van de knappe stoffeerder die er werkte. Ze had al die tijd een oogje op hem en misschien was dat wel de enige reden voor haar klandizie. Terwijl zij futiele pogingen deed om zijn liefde te winnen, haalden de stoffeerders weer nieuwe bestellingen voor Commissie De Meisjes binnen.
Plastiek van E. Dodeigne, geplaatst 10 juli 1980
Op een kwade dag ging de Jamkoker dood. Hij viel dood neer na een hartstilstand. Paniek. Het hele huishouden (op de hond na) raakte zo in verwarring, dat ze naar het medicijnkastje snelden en handenvol van elkaars medicijnen naar binnensloegen: de pillen voor het zwakke hart van de Jamkoker, de kalmeringsmiddelen van Moeders, die tegen epilepsie van de dochter, de oogdruppels van de Blinde Fotograaf, bloedverdunners en bloeddrukverlagers, de hele bliksemse boel slikten ze door elkaar naar binnen. Het gevolg laat zich raden: de hele familie volgde de Jamkoker naar het ziekenhuis (ze waren erg aan elkaar gehecht) alleen lag Jamkoker in het mortuarium en de rest op de Intensive Care.
Kort na hun ontslag uit het ziekenhuis zijn ze verhuisd naar het voormalige dorp Vreeswijk, nu opgenomen in Nieuwegein. Weer later zouden zij zijn verhuisd naar Nigtevecht. Verder is niets meer van het huishouden vernomen. Wel is bekend dat de bokser inmiddels het leven gelaten heeft, eindelijk verlost van het parfum waar zijn gevoelige hondenneus gek van geworden moet zijn.
“Een vreemd stel mensen”, vindt meneer, “Maar, het was een goeie klant.”
In een punt tussen twee kanalen en van de beruchte wijk Kanaleneiland gescheiden door de uitvalsweg naar het westen, ligt de woonwijk Oog in Al. De rondweg heeft een brede middenberm met hoge bomen en een mooie beeldengroep: “Drie Gestalten.”  Drie mistroostige klompen steen die doen denken aan regen en die luisteren naar gefluisterde geheimen uit de bakstenen muren van het dorp Oog in Al.
Bronnen:
          “Parken in Utrecht”, red. Bonica Zijlstra, historische reeks Utrecht, dl.11 (Matrijs, Utrecht,1988).
          Het ontstaan van Oog in Al, Raphaël Rijntjes, Architect, 2008. www.mensenmakenooginal.nl/

– Dit verhaal door palescue is op 1 februari 2004 verschenen in e-zine Writer’s Block. Voor deze versie is het behoorlijk geredigeerd en aangevuld met nieuwe Keiharde feiten. – IP Fisher, 30 mei 2013.

Vandaag is de bekende weg

“Vandaag is de bekende weg

Vandaag is hetzelfde als gisteren

Vergeet vandaag –

Morgen nieuwe voorstellingen”
Dat las ik vanmorgen op het perron: een poster van het Nederlands Danstheater. En het is van een saaiheid die me inspireert. Ik wil het dan ook gaan hebben over enthousiasme.
Het woord Enthousiasme is afkomstig uit het Grieks en betekent letterlijk zoiets als ‘de god van binnen.’ In het Duits is het woord ‘begeisterd’, ‘van de geest voorzien.’ Enthousiasme gaat dus om de geest, de ‘spirit’ die doet leven. En dan bedoel ik niet de spiritualiën. Die maken de tongen los. Er komt wel leven in de brouwerij en alle problemen lijken vloeiend op te lossen, maar dat is schijn. Een nare eigenschap van problemen is namelijk dat ze kunnen zwemmen.
De begeestering die ik bedoel, de juiste spirit, geeft de mogelijkheid van morgen. Zonder enthousiasme kom je eigenlijk je bed niet uit, en als dat is gelukt wil je er eigenlijk alleen maar weer terug in. Daarom zeg ik: enthousiasme is de brandstof van elke onderneming – zowel op persoonlijk vlak als in een organisatie als, bij voorbeeld, deze. Zonder enthousiasme kom ik niet vooruit, blijf ik liever ondergronds en zal zeker mijn kop niet boven het maaiveld uitsteken.
Toegegeven: veel werk in onze branche heeft te maken met discipline en procedures, het Straight Through doorpompen van grijze dataklonten. Maar discipline is niet voldoende als brandstof voor een onderneming. Gezien de overheersende Nederlandse mentaliteit is het niet overbodig dit even duidelijk te stellen. Hier heerst immers de mentaliteit van meer transpiratie dan inspiratie. Maar de inspiratie, vrije geest, betekent het onderscheid tussen mens en dier. Zij vormt de zin, en motor van ons bestaan.
Alleen als je ‘begeesterd’ bent zit er zin in de acties – al is het maar in die zin dat je er zelf zin in hebt, en er de zin van inziet.
En dat straalt onontkoombaar uit naar de omgeving, naar je groep, je afdeling en dát is de manier waarop vooruitgang ontstaat: met een motor van gedeeldenthousiasme. 
Zo geeft de geest licht, en wordt tegelijk het leven lichter in gewicht.
I. P. Fisher 
12sep07/23mei13 – Oorspronkelijke notitie voor een korte presentatie om medecursisten enthousiast te maken als onderdeel van een bedrijfstraining met vergeten doel.

Verena Blok: “Eigenlijk ben ik een soort romanschrijver.” Foto-expositie in Artishock: De banden met een Pools gezin.

Verena Blok studeert deze zomer af aan de Koninklijke Academie voor Beeldende Kunsten in Den Haag. Voor Artishock maakt zij vooraf een speciale editie van haar eindexamenproject “If it only were summer” (“Was het maar zomer”). 
“Voor Artishock gebruik ik een kleine selectie om de keuze nog scherper te maken. Omdat het zo’n grote ruimte is heb ik een maquette gemaakt om het geheel mooi in te delen. De officiële eindexamenexpositie wordt heel anders en na de zomer ga ik een fotoboek van het hele project maken.”
“Ik ben geboren in Soest en heb nog een paar jaar in Californië gewoond, toen weer in Soest en na de middelbare school in Den Haag . Mijn moeder is Pools, mijn vader Nederlands en ze kochten op een goed moment een stuk grond in Polen om daar een zomerhuis te bouwen.

Daar, dus. Klik om te vergroten.
Daar, in Mazury, of de Masuren in Oost-Pruisen, bracht ik dus mijn zomervakanties door. Het is een prachtig gebied met 2000 meren en nauwelijks toerisme. Aangezien ik enig kind ben, trok ik veel op met de kinderen uit het dorp. Dit project gaat over een meisje, Natalia, dat ik zo, via haar broers heb leren kennen. Toen was het nog een peuter, nu is ze twaalf jaar en zien we elkaar als zussen. De titel van het project verwijst naar de zomers die ik daar doorbracht en het verlangen van Natalia naar iets anders, iets beters. Het is het verhaal van Natalia, en mij, en haar gezin, en de band die we hebben met die plek.“
Op je site zag ik vooral winter foto’s. Je bent er dus ook buiten de zomervakanties geweest?
“Ja. Ik fotografeer vanaf mijn zestiende. Sinds anderhalf jaar ben ik intensief bezig met dit project en kom ik er vaker, door het jaar heen. Ik kom er net vandaan en heb foto’s gemaakt, die nog niet op de site staan, maar wel op de expositie komen.”
Foto uit Verena Blok’s project “If it only were summer”
Het gezin bestaat uit een vader en vier zonen, de oudste is rond de twintig jaar. De moeder deed vorig jaar een zelfmoordpoging en ligt sindsdien in coma. In de fotoserie speelt zij geen grote rol. “Nee, daar praten ze ook niet veel over. Dat zal ook wel met de cultuur te maken hebben…ik heb haar nooit veel gefotografeerd, was altijd meer bezig met haar kinderen. Maar ze was een goede vriendin van mij en had een nauwe band met haar dochter. Er komt wel een foto van haar, zij hoort in de serie.”
Een droevig verhaal.
“Nou nee, ik zie er veel hoop in. Natalia heeft veel tegenslagen en het leven is niet makkelijk in een afgelegen dorp met 90 inwoners en strenge winters, veel moeilijker dan voor jongeren hier, maar ik bewonder hoe zij zich staande houdt, en hoe het gezin met elkaar omgaat.Maar uiteindelijk gaat het om de foto’s – en die plek, die mensen, zijn heel fotogeniek.”
“Mijn foto’s lijken wel heel toevallige momentopnamen, maar ik ben een scenarist. Ik wil het precies zo vastleggen als ik het wil, niet per se zoals het was. ik ben niet echt een perfectionist, alleen in mijn fotografie.  Daarin kan ik niet tegen de chaos van het moment. Ik neem die realiteit als uitgangspunt, blijf dicht bij mijn onderwerp, de menselijke verhoudingen, maar esthetiek en gevoel voor kleur zijn voor mij ook heel belangrijk. Dat schept rust in de beelden… de serene omgeving helpt daarbij. Het landschap is mijn studio. Mijn beelden hebben ook wel wat filmisch. Eigenlijk ben ik een soort romanschrijver. Je weet niet wat er echt gebeurd is en wat niet.
De expositie wordt geopend op zaterdag 1 juni, 20:00 uur en is te bezichtigen tot en met 19 juni in Artishock, Steenhoffstraat 46, Soest. De vaste openingstijden zijn: woensdag- en vrijdagochtend van 10.00 tot 12.00 uur;maandag- en woensdagavond van 19.15 uur tot 20.15 uur. Ook is het mogelijk een telefonische afspraak te maken met huismeester Semmy Prinsen (06 2558 6354).

Ook verschenen in Soest Nu: http://www.deweekkrant.nl/artikel/2013/mei/28/verena_blok_a_eigenlijk_ben_ik_een_soort_romans

Cees Paul

Deutschlandfunk (DLF2)

Den lezer heil!
Voorafgaand aan genieting van de hoofdtekst wordt u namens de schriftsteller recht hartelijk aanbevolen deze link en deze hierte beklikken met muis en Ctrl-toets gezamenlijk. Vergeet u daarbij niet de bij de computer behorende, juist aangesloten en correct ingestelde geluidsrandapparatuur te laten functioneren. Gelijktijdige beluistering van beide, aan de links onderliggende geluidssporen zal tijdens lezing van de hieronder geplaatste paragrafen in behoorlijke mate bijdragen aan de totale beleving en verwerking van het beoogde product. Veel dank en genot gewenst in het vooruit.
Auto in, radio aan.
…schlager. Seek, zappen op de radio, zoek het volgende FM-station…en ja hoor, daar hebben we die paardelullen van Genesis weer…seek…en daar die ene paardelul, die solo ging. Kom hoe heette… Seek… Phil Collins…nu het overstuurde nepgeschreeuw van Nickelback. Stembandgekots…Seek… Gepraat. Even op de zender laten staan, kan goed zijn. Die Duitsers kunnen goed praten. Maar nee, nu komt een flauwekul belspelletje waarbij net zo serieus, hoog-monotoon gesproken wordt…Geil… als, zeg, bij een essay over de erfenis van het nationaal-socialisme… Seek… DLF. Die blijft de komende paar honderd kilometer opstaan, en gaat in Nederland automatisch over op Radio1.

Deutschlandfunk. Honderd procent gepraat en alleen serieus gelul, nul flauwekul. Dus geen stoplapje muzak of reclames rond de hoofdpunten van het nieuws en het weer, maar keihard doorgaan, van het ene naar het andere loodzware item. Inderdaad een oeroude joodse psychiater over de erfenis van het nationaalsocialisme in de nieuwe landsdelen, een beschouwing over Monet of over Turkije en de EU. Achtergrond. Recensie. Opinie. Aan de microfoon zijn uitsluitend hoogkwalitatief stemmen die uitstekend verstaanbaar Hoogduits spreken. (Halfzwitsers  gejodel uit Beieren, het Noordelijk taalgehakt of pruttelend Westpools kan ook leuk zijn, maar mooi Duits is Hoog Duits. Zeg ik)
Deutschlandfunk blijft opstaan, van Midden Duitsland tot over de grens bij Winschoten.
Rijden “naar het einde van de nacht”. Links zwarte bomen. Rechts zwarte bomen. Zwarte weg voor mijn zwarte banden, zwart bos voor de bomen. Deutschland klinkt als een auto. Niet zoals de mijne maar een nieuwe, een auto met Vorsprung durch Technik. Das Auto. Wir leben Autos, zegt een derde groot merk. Duitsland klinkt als een auto. Een nieuwe auto met nieuwe banden. Schoon, en alles doet het…zoevend gaat het met gezwinde spoed over de brede autobaan in dé auto (zwart of zilvergrijs) van roestvrij droomstaal. Groter. Beter. Klaar.

…Duitsland, de Duitse Gestalt… wat moet je er verder over zeggen?… Raststӓtte 1500m. “Nee, dank u, alles onder controle.” 
Totale Kontrolle. Twee woorden die Duistland wel aardig typeren: totaal, honderd procent, doorgaan tot het laatste fluitsignaal, bij voorbeeld…en controle, de route van A naar B zal stap voor stap, minuut voor minuut zijn gepland. Ik woonde eens een presentatie bij van een Amerikaans softwarebedrijf wat een programma verkoopt waarmee de handhaving van beleggingsvoorschriften wordt gemonitord. Ze leverden ook aan Duitse bedrijven en waren daar trots op, want “The Germans, you know, they love rules.” Toch denk ik dat de Amerikanen minstens net zo bureaucratisch zijn, dat land is behept met een ferme formulierenfetish. 
Stempelen maar…In Duitsland heb ik wel mijn stempelverzameling fors uit weten te breiden…ook doordat ze buiten gebruik raakten,  daar zijn ze er, net als in Nederland overigens, inmiddels ook wel achter dat bureaucratie prima valt te verergeren zonder papier. Digitaal kan het ook, en groter, beter…
Van de geplande route wordt niet afgeweken. Als het ene programma onderdeel tot 15:20u. duurt, dan stopt het ook op die tijd en als daarna een informeel samenzijn is gepland, dan blijft ook iedereen aanwezig om in de voorgeschreven tijdsspanne gezellig te doen. Op de plaats rust met een glas bubbels losjes tussen twee vingers…maar gezellig? Ook in de omgang is Men schoon en netjes…schon nett…best aardig. Correct. Beleefd maar niet vriendelijk, en daarin precies andersom als veel andere Europeanen, neem de Ieren…doorgaans heel vriendelijk maar bepaald niet beleefd.
Die, ietwat benauwde, beleefdheid, die stok die in de reet van veel Duitsers lijkt gestoken, tot de kruin aan toe, kon best nog wel eens een erfenis zijn van de oude Spieβbürger in de Duitse genenpool. De Spieβer, of Spitzbürger, spitsburger, is een ‘bourgeois’, de denigrerende benaming voor een burgerlijke, bekrompenpersoon – mentaal star, met  een uitgesproken overeenstemming met sociale normen en  afkeer van verandering. Is dat nu zo typisch Duits? Dat typeert de burgers overal ter wereld en vaak is dat maar goed ook…”I’m a law abiding, god-fearing citizen and proud of it” hoor ik nóg een man met lange, knauwende stembuigingen zeggen  in een documentaire van jaren geleden. 
Na zijn uitgesproken gehoorzaamheid aan de (belasting) wetten en de vrees voor God kwam wel een fors kritiekpuntje op de toenmalige president. Ik ben vergeten waar dat precies over ging, maar de maatschappij hangt nu eenmaal aan elkaar van geschreven en ongeschreven regeltjes en de hoop dat onze God ons de juiste beslissingen ingeeft – anders rest ons de totale oorlog van allen tegen allen.
Gezien de toon en inhoud van veel praatprogramma’s en documentaires op de Duitse tv lijkt er nog wat anders ander de hand dan burgerlijke gehoorzaamheid. 
Don’t mention the war[1] – in het Duitse publieke debat echter wordt de oorlog en het hele zwarte hoofdstuk van Damals uitgebreid besproken. Vaak, lang en diep wordt de nationaalsocialistische maatschappij en de mens daarin ontleed…en het effect op de volgende generaties.
“Ja!”, schreeuwde het volle stadion als uit één mond…en de huidige Duitser schaamt zich daar nog steeds voor. Schaamt zich diep…totaal, voor de medeplichtigheid van vrijwel iedere burger aan de iconische slechtheid van de nazitijd, die afbraak van ‘beschaving’. Hoe konden we met zijn allen zo meegaan in het uitleven van zo’n entartete psychologie? En alhoewel de orde van de dag in de Duitse politiek harde discussies kent (maar wel met substantie, het gaat tenminste ergens over), lijkt het me of iedereen de gedachte in zijn achterhoofd heeft: laten we het vooral netjes houden. Niet veroordelend, objectief. 
Laten we de procedure goed volgen, naar letter en geest, voordat Het Beest weer losbreekt. Je weet maar nooit…

Ik heb een tijdje in Duitsland gewoond en gewerkt en veel op en neer gereden naar Nederland…een hoop geleerd. Zoals…dat je niet met 150 kilometer per uur van baan moet wisselen als je een bocht vergaf maakt en ondertussen een sjekkie draait en/of een sms’je stuurt, want voor je het weet word je rechts ingehaald door zo’n glanzende bolide met knipperend grootlicht… dat ging nog maar net goed. 
Ik heb ook geleerd dat het een vooroordeel is dat de Duitsers geen humor hebben. Echt waar, ik heb een aantal zeer welsprekende, ironische voorbeelden gezien van ongeëvenaarde, droogheid. Ik vertelde een keer over de positie van Geert Wildersdie men in Nederland niet kon of wilde, niet mocht of juist moest  vervolgen voor racisme. “Tut-tut-tut,” zei een collega toen ik mijn handen wanhopig, een óók met een zekere schaamte in de lucht gooide, “en we we hebben indertijd toch zó het goede voorbeeld gegeven, met aanschouwelijk onderricht.”

  Duits gestalte

Zwart. Hout. Droomstaal.
Steil. Murmelende bron in duister woud.
Meer heuvels dan dalen.
Groter. Beter. Klaar.
Totale. Controle.
Grondig steentje op stapje
gepoetst en gestapeld. Afgestempeld
onderschreven.
Natuur. Steen. Roest. Vrije Rijn.
Duchtig in vorm,
terugblijvend hard
en fijn beleefd zijn
(tot op de avond boeren zwijnen zijn
en bier nog laat de wijn leest)
I.P. Fisher


[1]Hier wilde ik een hyperlink naar de beroemde aflevering van Fawlty Towers insluiten. De BBC heeft hier een stokje voor gestoken. John Cleese zal vast nog wel ergens te vinden zijn, maar ik heb nu geen tijd om verder te zoeken.

SMS Snoepjes

 



SMS2G

 

G.           17:23                     Mijn verhaaltjes hou ik voortaan voor mijzelf!

En hou jij je verhaaltjes voor jou zelf!

I.             17:49                     Geen uitleg.

Geen verhaaltjes. Kus

17:52                     Niet wat ik doe.

Niet waar ik ben. Kus

17:53                     Geen vragen of antwoorden.

Geen belangstelling, hobby, werk of interesse. Kus

17:57                     Geen teken van leven.

Geen melding van gezondheid, of ziekte of moeheid. Kus

17:57                     Niets over het huidige humeur of gevoel.

Niets over het weer. Kus

17:59                     Geen gedachte.

Geen idee.

En zeker geen fantasie. Kus

18:01                     Er komt geen geluid over mijn lippen.

Ik ben geur- en smaakloos.

Onzichtbaar. Kus

18:02                     Niets over mij.

Niets over jou.

Niets over niemand. Kus

18:03                     Over nergens ook niet.

En nooit. Kus

18:03                     Kus

 
I.P. Fisher
04MRT2010
 
 
Snoepjes
 
Wat doen die snoepjes daar?
Die snoepjes doen niets,
ze liggen daar maar
Hier een zwarte en een gele
en hier een groene en een zwarte
op een tafeltje onder het raam,
blauw tafeltje met een bijna onregelmatig
patroon van stippen,
groene, paarse en zwarte stippen
en om het blad is een ijzeren rand gebogen.
Het raam erboven is gebogen.
Ook de bankjes zijn groen. De snoepjes
zijn kegelvormig en bespikkeld met witte suiker.
Het volgende station is Bussum-Zuid.
 
 
I.P. Fisher
08januari2010

Mummie. Er is verband.

Er is verband.

Bewegingloos lig ik op een niet te harde, ook niet te zachte ondergrond.

Ik weet niet waar de randen zijn, of ik op de vloer of hoger lig – of lager, ondergronds…

Ik kijk door de mazen, een waas van gaas,

zie de draden door mijn oogharen, katoen met de geur van jodium en papier.

Verder zie ik niets, een wittige omgeving, een schemerige ruimte in gefilterd licht.

Ik voel dat mijn armen over mijn borst zijn

ingewikkeld. Mijn benen zijn languit tegen elkaar

omzwachteld. Geen pijn, geen spalk.

Mijn hoofd kan draaien, maar optillen kan ik het niet.

Mijn lijf ligt vast.

Het is niet donker, ook niet licht.

Het is niet koud, maar warm ook weer niet.

Het is onduidelijk waar binnen buiten wordt, of er wel muren zijn,

en of er een plafond is, en waar dat dan begint.

Geen paniek, vooralsnog

heb ik geen honger, ben ook niet vol, en geen dorst;  

hoef niet naar de wc maar voel  me ook niet verlost.

Ik val niet in slaap maar word ook niet wakker –

Omfloerst bewustzijn van een ongekende ruimte in een onbekende tijd:

Hier en nu.

Ik leef ik weet niet meer hoe lang al.

Ik adem, denk ik, in en uit.

Het is stil.

Mijn stem roept geen echo op.

 
 
I.P.Fisher, 14JAN2013

Serie drooM / Serial redruM (13th Street II)

Serial redruM (13th Street II)

“First he dissects her life. Then he dissects her alive…like a butcher a chicken or turkey”

“More often in time, refining more and more”
“I want the footage from all surveillance cameras”
“We check everything – from the victims and the purpetrator”

Nothing. A trail of dead ends.

“There has to be a connection”
“He leaves signs…everything is eventually pointed at you”
Another name.
“Right now he will have made another victim. We only don’t know who”
Ringtone…
“Hello…”
                (Follows: Confrontation and showdown: killer killed. Kiss. Commercial break.)

I.P. Fisher
JAN07,2013

______________________________________________________________________________

Serie drooM (13th Street  II)

“Hij ontleedt eerst haar leven. Dan ontleedt hij haar levend…als een slager een kip of kalkoen”

“Steeds vaker, steeds verfijnder”

“Ik wil de beelden van alle bewakingscamera’s”

“We trekken alles na – van de slachtoffers en van de dader”

Niets. Een spoor van doodlopende wegen.

“Er moet een verband zijn”

“Hij laat tekens achter… alles is uiteindelijk op jou gericht”

Een andere naam.

“Hij zal op dit moment weer een slachtoffer hebben gemaakt. We weten alleen niet wie”

Ringtoon.

“Hallo…”


                (Volgt: Confrontatie en ontknoping: moordenaar vermoord. Kus. Reclameblok.)
 
 

I.P. Fisher
07JAN2013

Geld & Liefde

Uiteindelijk zijn er twee soorten problemen: geld en liefde.
Ik heb wel eens horen zeggen dat geld een vorm van energie is die zich ook gedraagt als een soort liefde. Dan zou er maar één probleem zijn: energie, waaronder begrepen ook liefde en geld. Ik vind dat te generaliserend. Meestal zijn ze niet verbonden. Veelal jagen mensen één van beiden na en verwaarlozen dan het andere. De liefdeloze rijke Scrooge versus de arme heilige Moeder Theresa. Sommige mensen zijn zo arm dat ze alleen maar geld hebben, andere zijn de koning te rijk met een goed gevuld hart.
Heb je een probleem met allebei, dan heb je een dubbel probleem. Liefdesproblemen los je niet op met geld. Doe je dat wel, dan heb een dubbele moraal. De liefde wordt verziekt en je geld ben je kwijt.
Aan de andere kant kunnen geldproblemen, net als ziekte, tot op zekere hoogte oplossen in liefde. Liefde maakt rauwe bonen zoet en als je van elkaar houdt kan je leven van de wind in een bouwval en je ondertussen wanen in een paleis, de buik vullend met vlinders.
 
 
Gezondheid? Ziekte is vaak een kwestie van armoedige omstandigheden en vooral de genezing is vaak een kwestie van geld. Vermogende mensen zijn minder vaak ziek en hebben makkelijker toegang tot medische zorg. Ook kan een gebrek aan liefde ziekte veroorzaken. Zuigelingen die alleen maar voedsel en warmte krijgen, sterven er zelfs aan, heb ik ooit gelezen. In een liefdevolle omgeving word je minder gauw ziek en sneller weer beter (er is vast een wetenschappelijk onderzoek wat ook dat ondersteunt).
Goed beschouwd is ziekte voor een volwassen mens pas echt een probleem als hij of zij niet liefdevol wordt verzorgd. En als je niet beter word, ga je dood. Het is dus een afgeleid probleem. Uiteindelijk ga je toch dood, en hoe groter de liefde voor het leven, hoe groter de pijn om te gaan. En de grootste liefde is ongrijpbaar als de Dood.
 

I.P. Fisher
(Txt: eind maart 2012, aldus 24 DEC 2012. Pic: 25 OKT 2012)

Tweede Kans

Bij de spoorwegovergang stond een bord: “WACHT tot het rode licht gedoofd is. Er kan nog een trein komen.”

 

Ik schrok terug van het geweld waarmee de intercity langs kwam razen.

In het leven krijg je zelden het geluk van een tweede kans.

Maar er kwam echt nog een trein.

IP Fisher
(Tekst 02 APR 2012; Foto 12 MEI 2012)

Sporen onder het dashboard (DLF 1)

Niet voor niets heeft elk politieteam grote aandacht voor auto’s. Daar kan de recherche wat mee. Een auto is herkenbaar, weet wat…een auto laat sporen na in de herinnering van mensen, rubber banden en kassa’s en loopt sporen op, door het gebruik ervan.

In 2010/2011 werkte ik eventjes verderop en reed elk weekend naar de thuisbasis, vrijdag terug, zondag heen, elk weekend elf- tot vijftienhonderd kilometer extra op de teller van een Citroën Xantia die er al drieëneenhalve ton op had staan toen ik hem kocht. Een tweeliter diesel stationwagen, blauw, met kenteken 24-FH-SR.
 

Als auto’s konden praten, had deze auto heel wat te vertellen – alleen de achterbank al. Alhoewel het mijn gewoonte is lege pakjes over mijn schouder te gooien richting achterklep, verzamelde zich ook veel zooi in de footwell, hoeheethet, de voetenruimte voor de passagier naast de bestuurder.

Op 2 januari 2011, ik zat vast vol goede voornemens, maakte ik de inventaris op van de vuilniszak die was gevuld met wat achterbleef onder het dashboard kastje na een aantal ritten:

*        leeg pakje Winston Classic, 19 Zigaretten, € 4,30
*        leeg pakje Winston Classic, 27 sigaretten, € 5,80
*        leeg pakje Winston Classic, 19 sigaretten, € 4,20
*        leeg pakje Winston Classic, 22 sigaretten, € 4,80
*        leeg pakje Camel Filters, 19 Zigaretten., € 4,70
*        leeg pakje Camel Filters, 22 sigaretten € 5,30
*        2 goudkleurige plastic dekseltjes voor kartonnen koffiebekers met ingeprent Dallmayr logo
*        1 witkleurig plastic dekseltjes voor kartonnen koffiebekers, merk Polarcup HSL 80 en opschrift “Hot Contents”
*        2 lege, gedeukte blikjes Go Fast! ® 250 ml energiedrank – “Stronger for longer”
*        1 leeg blik Lo-Carb Monster 500 ml energiedrank – “Unleash the Beast”
*        1 kartonnen koffiebeker, wit, oranje en rood met opgedrukte foto van koffiebonen en “KoffieKracht meter” met merk Deli2go – “UTZ Certified Good inside TM”
*        1 kartonnen koffiebeker, blauw en wit,met merk LavAzza – “Express yourself. Caution: Contents are hot / Attention: Boisson Chaude”
*        1 kartonnen koffiebeker, bruin, wit en blauw met opgedrukte tekening van koffieplukkers en koffiedrinkers met ober – “Entdecken Sie Dallmayr Spitzenqualitt, seit 1700 in München / Discover Dallmayr premium quality, since 1700 in Munich.”
*        1 kartonnen koffiebeker, rood en wit met opgedrukte Kersttekening: rendieren, dennebomen, sneeuwkristallen, merk Wild Bean Cafe TM met opschrift “UTZ Certified Good Inside” en de waarschuwing met symbool van dampend bekertje “Heet / Heiss / Chaud / Hot /Goracy / in het Russisch. 
*        1 Snickers 2 pack snackreepwikkel 2 x 40 g – tenminste houdbaar tot 16-06-11, 202 kcal per stuk. Fabriek: Mars Nederland BV, Veghel (NL)
*        2 Corny Free Choco wikkel – 65 kcal pro Riegel. Fabriek: Schwartauer Werke, Bad Schwartau (DE)
*        1 bananenschil met sticker “FairTrade, Max Havelaar FLO-ID 5138”
*        1 afgescheurd hoekje van een verpakking blauwe Fisherman Friend Original 
*        1 lege PET fles 0.5l., merk Pinar, Dogal Mineralli Su / Natural Mineral Water, gebotteld in Sakarya, Turkije, THT 19/08/11, met sporen van hervulling met kraanwater
*        1 lege PET fles 0.5l., merk Chaudfontaine, Thermale bron, Bruisend natuurlijk mineraalwater, gebotteld in Chaudfontaine, België door Coca-Cola Enterprises, THT 30NOV10, gevuld geweest met kraanwater uit Wiesbaden (DE), Haren (NL) of Soest (NL). De beide laatste plaatsnamen komen ook voor in Duitsland maar de bestuurder is hier nooit aangetroffen
*        1 halflege PET fles 0.75l., merk Spa Reine, Natuurlijk mineraalwater, gebotteld door Spa Monopole NV, Spa, België
*        1 kartonnen parkeerticket van Q Park Lilien-Carré (Wiesbaden) nr. 956050 met op de achterkant reclame voor het reataurant van IKEA Wallau, Ein: 14.12.10, 09:38:25, Bezahlt: 14.12.10, 20:26:18
*        1 kartonnen parkeerticket van Q Park Lilien-Carré (Wiesbaden) nr. 321335, Ein: 16.12.10, 14:26:56, Bezahlt: onleesbaar door waterschade
*        1 kartonnen parkeerticket van Q Park Lilien-Carré (Wiesbaden) nr. 964313, Ein: 23.12.10, 09:29:44, Bezahlt 23.12.10, 23.12.10, 18:18:32
*        1 papieren parkeerticket van TMC Taxameter Centrale B.V., nr. 2211, parkeertijd eindigt VR15:05 24/12/10, € 0,70
*        1 papieren parkeerticket van TMC Taxameter Centrale B.V., , Groningen, nr. 2097, parkeertijd eindigt 04, 16:11, 30/12/10 , € 2,00
*        1 papieren parkeerticket van TMC Taxameter Centrale B.V., , Groningen, nr. 2097, parkeertijd eindigt 01, 17:04, 27/12/10 , € 2,00
*        1 Lebara ® Mobile Prepaid opwaardeerbon van € 10,00, serienummer 18212445, uitgifte: 29-12-2010, 21:46 u bij Esso Amersfoort, terminal: 01077511, Verkoper: 2358
*        1 Lebara ® Mobile Prepaid opwaardeerbon van € 10,00, serienummer 0006001101546881, uitgifte 22-12-10, 22:58:46 bij Esso Station Michael Leimer, Bundessonderstr.-Westseite 65191, Tel. 0611-551762,Termijnal 28691328, Bediener ID: weer een reeks cijfers plus een Super Code met nog meer cijfers waarmee op www.e-va.com“ein tolles Produkt”kan worden uitgezocht. Jaja.
*        1 Lebara ® Mobile Prepaid opwaardeerbon van € 20,00, serienummer 0000001101565128, uitgifte op hetzelfde adres en zelfde terminal op 13.12.10, 22:52:04
*        1 Lebara ® Mobile Prepaid opwaardeerbon van € 20,00, serienummer 000000110567670, weer op dezelfde terminal uitgegeven op 20.12.10, 21:42:20
*        1 Lebara ® Mobile Prepaid opwaardeerbon van € 10,00, serienummer 0000001101546457 op dezelfde terminal uitgegeven op 18.12.10, 21:39:27
*        1 Lebara ® Mobile Prepaid opwaardeerbon van € 10,00 van een ander afgiftepunt: GPRS Terminal Alphyra Benelux, Term.nr. 28690518, in Nederland, op 12.12.10, 08:08:00
*        1 langwerpige papieren broodzak van bakkerij Kemps waar 2 Seelen in zaten – “Tütenweise Leckerbissen / Jeden Tag neu genissen”
 
Zo, opgeruimd staat netjes, en u weet nu vrij precies wat ik deed in december 2010.

 

Rumi – The Chalice / De Kelk / La Calice

The Prayer of the Chalice
Father, to Thee I raise my whole being,
– a vessel emptied of self. Accept, Lord,
this my emptiness, and so fill me with
Thyself – Thy Light, Thy Love, Thy
Life – that these Thy precious Gifts
may radiate through me and over-
flow the chalice of my heart into
the hearts of all with whom I
come in contact this day
revealing unto them
the beauty of
Thy Joy
and
Wholeness
and
the
serenity
of Thy Peace
which nothing can destroy
Rumi.
Het gebed van de Kelk
Vader, tot U hef ik mijn hele wezen,
– een ruim gelost van ego. Accepteer, Heer
dit, mijn leegte, en vul mij met
Uzelf – Uw Licht, Uw Liefde, Uw
Leven – dat Uwe kostbare Gaven
mogen uitstralen door mij en de kelk
van mijn hart laten overstromen in
de harten van allen met wie ik
in contact kom op deze dag
aan hen onthullend
de schoonheid van
uw Vreugde
en de
Eenheid
en
de
sereniteit
van Uw Vrede
die niet kapot te krijgen is.

La prière du Calice
Père, à toi que je lève mon être tout entier,
– tunir dechargé d’un ego . Veuillez agréer, Seigneur
ce, mon vide , et me remplir de
Toi-même – Ta Lumière, Ton Amour, Votre
Vie – ce que vos Dons précieux
rayonnent à travers moi et peut le calice
de mon cœur à débordement dans
les cœurs de tous ceux avec qui je
entrer en contact ce jour-là
leur révélant
la beauté de
Votre Joie
et l’
Unité
et
la
sérénité
de Ta Paix
qui est indestructible

  • Opmerkingen:
– Thee / Thy = U / Uw in ouderwetse, eerbiedige vorm. Eigenlijk is het ‘Gij’ in het Nederlands. Met ‘Uwe’heb ik dat benadert, verder de moderne U-vorm aangehouden. Translation to English : unknown
– Een ‘vessel’ is zowel een vaartuig als een vat. Ik heb het beeld van een scheepsruim genomen, als ruimte die geleegd (gelost, verlost…) en gevuld kan worden.
Vertaling naar het Engels : onbekend.

Traduction a anglais : unconnu
Vertaling naar het Nederlands en Frans : I. P. Fisher (i.s.m. Google :-))
Translation to Dutch and French : I.P. Fisher (and Google :-))
Traduction a Neerlandais et Français : I.P. Fisher (et Google :-))

13th Street (I – City Cops)

brickwalled alley by night
dumpsters  spilling garbage along the sides
a cab or pow-lice car
pulls up
red flashing taillights
on wet tarmac

zoom in to the garbage
a rat scuddles away
from the outstretched arm
of a fresh corpse


             Music starts, titles roll
“Number 22 on this shift”
“one shot – no prints”
“maybe we’ll find a witness
but it’s a long shot”


IP Fisher
May 4th, 2012