Saskia van Dorresteyn: “Bestaat de maan wel als niemand kijkt”

Saskia van Dorresteyn: “Bestaat de maan wel als niemand kijkt”

In de maand september presenteert Galerij Artishock een overzichtstentoonstelling van Saskia van Dorresteyn. Overdag werkt ze in de schoenenzaak met haar naam op de Van Weedestraat. ’s Nachts schildert ze thuis in de woonkamer, altijd met muziek. Soms werkt ze aan drie schilderijen tegelijk, soms schildert ze op leer, soms ook met leer. Niet zo gek, als je bent “geboren in een schoenendoosje.”

“Die muziek heeft geen invloed op het schilderen. Ik luister van alles – als het maar niet te langzaam is, dan gaat het niet. Maar ik luister niet bewust. Ik schilder ook niet bewust. In mijn hoofd ben ik bezig met alledaagse dingen terwijl mijn handen het werk doen en ik de tijd vergeet. Soms word ik ’s morgens wakker en ben zelf gewoon benieuwd naar wat het is geworden.”

Alhoewel Saskia van Dorresteyn herkenbare mensen en gebouwen schildert zit er altijd een surrealistische twist in haar werk.

Niet op internet

saskia van dorresteyn schilderij 48 gezichten“Nu ben ik hier mee bezig: een doek met een vrouw en 48 gezichten die overlopen in haar ogen en tranen. Vroeger werkte ik heel realistisch. Dat werd op de Kunstacademie afgeleerd. Ik moest met brede kwasten werken en abstract. Maar daar ben ik niet zo van.”

“Ik heb een ‘knutselboek’ , kijk: schetsen van mensen in allerlei houdingen, ogen, anatomische studies, een stukje metaal dat ik vond… en veel citaten. Ik lees heel veel maar niet op internet, daar doe ik niet aan. Ik zie wel van alles wat anderen niet zien, gewoon als ik buiten loop, of rij op mijn paard of motor. Dat hoef ik niet te schetsen. Een mooie lucht komt wel terug in het schilderij.”

“Soms ik ben ik wel drie doeken tegelijk aan het schilderen, maar allemaal verschillend. Ik maak geen series. Wel zie ik dat ik doorga op persoonlijke thema’s zoals het ongrijpbare van het leven. Het is toch vreemd, hoe we hier op Aarde terecht zijn gekomen in een onmetelijk groot heelal? Toch, als ik schilder heb ik geen andere instelling, geen ander leven, dan in de zaak.”

Leer

“Ik ben natuurlijk geboren in een schoenendoosje. Mijn opa had al in 1926 een schoenmakerij aan de Korte Brinkweg. Toen hij plots overleed, nam mijn vader op vijftienjarige leeftijd de zaak over en bouwde het uit. Halverwege de jaren zeventig verhuisde de zaak naar de Van Weedestraat. Nu werk ik samen met mijn broer en zus in een familiebedrijf met drie winkels. Ooit zeiden we alle drie: ‘we gaan nooit de schoenen in.’”

“Maar hoe gaat dat? Na de Kunstacademie begon ik bij een reclame- en ontwerpbureau. Maar ik paste niet bij de mentaliteit in dat wereldje. Toen begon ik voor mezelf en zat de hele dag in pyjama achter de pc. Ik zag niemand, vandaar dat ik in de weekends in de winkel ben gaan werken, en later helemaal. Ik krijg er energie van, maar dat geldt voor alles wat ik doe.”

“Ik had een portret van mijn vader geschilderd op leer. Dat veranderde in de loop der tijd, het portret krijgt steeds meer craquelé en de pigmenten van het looien komen door de verf heen door de veroudering van het leer. Zo kwam ik op het idee wat anders te doen met leer. Ik heb laarzen beschilderd en jasjes. Die zijn ook op de opening te zien, met andere beschilderde objecten. En deze gaat ook zeker mee: een portret uit duizenden kleine rondjes leer. Je herkent het pas als je aan de andere kant van de kamer staat.”

saskia van dorresteyn schilderijen rogier

“Mensen hebben soms hele verhalen bij mijn schilderijen. Dat heb ikzelf niet maar ik vind het mooi hoe mensen reageren. Het is ook een fijn idee dat, als ik dood ben, mijn ideeën en gevoelens in mijn schilderijen zichtbaar blijven. Soms zit er ook niet zoveel achter.”

“Wat het moet kosten? Ik verkoop liever niet. Maar vragen staat vrij, als mensen maar niet over de kleur van het bankstel erbij beginnen.”

De expositie ‘Bestaat de maan wel als niemand kijkt…’ wordt geopend op zaterdag 2 september, 20:00u. Vanaf 20:30 JazzClub met Rosamint Faas. Toegang gratis. De expositie is te zien tot 22 september tijdens activiteiten (zie http://www.artishock-soest.nl). Daarnaast is Artishock open op: woe- en vrijdagochtend van 10-12 uur, maan- en woensdagavond van 19.15-20.15 uur. Verder in overleg: 06 25586354. 

 

Tubien: Het volle hoofd op reis

Achteraf moest ik aan David Bowie denken. Dat komt wel vaker voor als het over kunst in het algemeen gaat, maar niet direct in relatie met een kunstenaar die ik net heb gesproken. In de documentaire Five Years – the making of an icon omschrijft David Bowie zichzelf als verzamelaar van personages en ideeën. Volgens mij zit hij in dezelfde documentaire op de achterbank van een limousine als hem wordt gevraagd hoe hij muziek schrijft. Hij zegt dan, vrij geciteerd: je neemt een idee, doet het in een rock and roll mixer, add some genius en dat is het wel.

Bowie gebruikt rock and roll maar er zijn onlosmakelijk andere disciplines nodig zoals Tubientheater, film, en mode om het af te maken. Kunstenaar Tubien van Wulften werkt ook op een dergelijke manier met fotografie als uitgangspunt.

Tubien: “Ik ben altijd heel creatief geweest. Na de middelbare school wilde ik ook de kunstacademie doen. Uiteindelijk ben ik toch naar de PABO gegaan. Niet daar, maar in die tijd, deed ik een cursus fotografie en dat klikte. Zo heb ik mijn medium gevonden. De PABO heb ik nog wel afgemaakt maar ik ben nooit schooljuf geweest. Met geleend geld heb ik daarna de Amsterdamse Fotoacademie gedaan. Fotografie is de basis maar ik moet er altijd nog iets mee doen. Daarom noem ik mezelf liever kunstenaar.”

Op reis

“Ik ben net terug van twee maanden solo backpacken door Azië. Dat was fantastisch. Maar het was ook de tijd dat Trump gekozen werd als president van de VS. Ik was die dag in Lombok. Met een gezelschap zaten we op een uitzichtpunt: een grasveld op de kliffen boven de zee. De natuur, het uitzicht en het geluid, het was onwaarschijnlijk mooi en tegelijkertijd had ik het gevoel ‘Jezus, alles gaat naar de tering.’ Van daaruit ben ik deze nieuwe serie begonnen met militaire objecten op een onschuldig landschap.”

“Op reis merk je aan alles dat de wereld kapot aan het gaan is. Daarom ging ik ook eigenlijk – aapjes kijken. In Indonesië sterven de Orang Oetangs uit omdat het regenwoud verdwijnt om plaats te maken voor palmboomplantages. Ik heb ze gezien, die eindeloze plantages. En ook Orang Oetangs, ons hostel zat vlak bij een opvang waar ze kunnen komen om te eten. Bij voedertijden zag ik er wel vijf of tien. Maar is dat nu ‘in het wild’? Dat dit nodig is voor ze om te overleven. Diep triest.”

Polaroid

Tubien_OtherMes2“Het is zo makkelijk om je ogen te sluiten. Ik hoop met dit project een steentje bij te dragen aan het besef dat het om de aarde gaat…en de frustratie te delen dat we er niks aan doen dat die kapot gaat. Nu ben ik aan het spelen met militaire objecten op een onschuldig landschap.”

Tubien gebruikt fotografie als uitgangspunt en zoekt naarstig andere ‘lagen’ om zich volledig uit te kunnen drukken. “Zo verwerk ik er gevoelens en een visie in die ik normaal niet zo kan uiten. Ik vind het ook belangrijk verschillende facetten weer te geven. Ik heb altijd een digitaal cameraatje bij me maar dat is niet mijn eindresultaat. Die is voor mooie plaatjes ter herinnering. Met mijn Polaroid ben ik meer bezig kunst te maken.”

“Ik heb ook nog een analoge camera maar die pak ik niet zo snel. Daar kan ik niet zo mee spelen. Polaroid is voor mij de leukste manier. Polaroidfoto’s zijn altijd een cadeautje. Het is basale fotografie: wat doet het licht? Hier zit een streep op, daar heb ik dubbele beelden – hoezo verkeerd? Ik scan ze, maak uitsnedes en combineer. Fotografie is heel pietluttig maar het moet ook een spel blijven. Het toeval moet een rol blijven spelen.”

“In de fotografie snappen ze die manier van werken niet zo. Het is mixed media maar wel met fotografie als uitgangspunt. En het is storytelling maar dan zonder begin of eind. Het is een soort collage, maar collage is een rotwoord. Dat doet denken aan oma die ook eens creatief is met schaar en plaksel. Het gaat mij om een extra laag waarmee ik een visie wil meegeven. Ik wil ook mijn eigen struggle laten zien, de andere kant van mij die je normaal niet ziet.”

Ruimte

Ik: “Je kan met fotografie alle kanten op. Wat ontbreekt er aan dat medium?”

Tubien: “Het lijkt te echt. Daarom moet er een analoge laag in. Dat kan met verf of geschreven teksten, maar die analoge bewerking staat voor mijn fantasie.”

Een foto is ‘echt’ maar ontastbaar. Ook als je het met Photoshop bewerkt blijft het beeld nog ontastbaar, het blijft teveel in je hoofd zitten. Als ik er graffiti in verwerk wordt het al meer tastbare werkelijkheid. Het is ook zo dat ik iets uit mijn hoofd tastbaar wil maken. Maar op zo’n manier dat je weet dat het nep is. Dat is de grens waarop ik werk: aantonen dat de werkelijkheid niet tastbaar is, en de fantasie, de gedachtewereld, wel.”

Gezien het streven iets tastbaars te maken is het niet vreemd dat Tubien ook installaties maakt: “Eigenlijk wil ik elementen apart ontwikkelen en die in een ruimte laten communiceren. Dat heb ik gedaan voor een video-installatie. Een andere beeldinstallatie, “The Other Me’s”, is een onderzoek naar de vraag ‘Wie ben ik?’ Iedereen heeft verschillende personages in zich. Als jij denkt dat je een open persoon bent of een krijger, of wat dan ook, is dat een deel van jezelf. En het is vaak een keuze of je dat personage naar buiten laat.”

“Toen ik daarmee aan het werk ging werd het ook een onderzoek naar materiaal: wie word ik met verf, Photoshop etcetera? Iedereen heeft van huis-uit een blauwdruk meegekregen, maar je hebt ook alle andere facetten in je. Zo gaat het onderzoek heel erg over mij, maar is het ook universeler. Iedereen is hetzelfde en iedereen is uniek.”

Ubien_OtherMes1

Website: Tubien, Artist with Camera Instagram: @Tubien

Illustraties: The Other Me’s, details.

Interview d.d. 27JAN2017 @ Tubien’s Studio

slaapstede

slaapstede

 

Doe het raam in mijn kruin

dicht en laat de luxaflex

neer voor mijn gezicht

in het venster op zolder

 

Hang het kleed over de kooi

waar mijn stem tegen tralies fladdert

en doe buiten mijn blinden,

met die hartjes, toe.

 

Vergrendel het luik van de keldertrap

die steil mijn koele buik indaalt.

Laat gordijnen zich draperen

over de erker van mijn middel

 

en knip al het licht

in huis uit.

Hier is de sleutel, sluit me

af voor de nacht.

 

slaapstede_20170609_def

 

Palescue 15.VIII./30.X. ’16

Gewijzigd 8/9 VI.’17 tgv EO Radio 5; uitzending ‘Thuis op 5’ dd 09.VI

Tactiel Textiel in Tilburg – Kloppende Testikels en Kruikengezijk

Tactiel Textiel in Tilburg – Kloppende Testikels en Kruikengezijk

Tilburg is een prachtige stad. Zeldzaam lelijk. Ik zag er laatst dingen die ik nog nooit gezien had. Kunst en vakmanschap wat ik niet voor mogelijk had gehouden. Bij voorbeeld textiel wat zelf tactiel wordt.

IMG_20170303_134403306_HDRTilburg dus, met meer dan 200.000 inwoners toch mooi de zesde stad van Nederland. Het is een redelijk jonge stad en toch al ouder dan bij voorbeeld Eindhoven, wat pas in de twintigste eeuw tot wasdom kwam. De oudste gebouwen die ik in Tilburg zag zijn negentiende-eeuws. Toch wonen er al elfduizend jaar mensen.

Tilburg werd in 1809 officieel stad dankzij de Franse koning Lodewijk Napoleon Bonaparte (de neef van -). Koning Willy II liet er een paleis bouwen waar hij nooit gewoond heeft wegens doodgaan en Koning Willy van Max vierde er zijn 50e verjaardag en heeft dat overleefd. Er schijnt ook hevig carnaval te heersen in de Kruikenstad, maar daar weet ik niets van.

Tilburg is gegroeid uit een klont ‘herdgangen’ waar schapen doorheen liepen. Het was dan ook tot diep in de twintigste eeuw een centrum voor de textielindustrie.

Damast

Ik was er onlangs om boeken te brengen en nog iets minder onlangs bezocht ik toevallig het textielmuseum. Inmiddels heb ik daar ook op gestemd als winnaar van de Museumprijs voor Mode en Design van de BankGiro Loterij. Op de andere twee musea kan je ook nog stemmen. Je kan er een reis naar new York mee winnen. Eigenlijk is museum Boymans mijn favoriete museum, sowieso, maar dat lijkt me al bekend genoeg. De andere kandidaat  is het stedelijk van Den Bosch. Dat is het meest gespecialiseerd in design en lijkt me daardoor het minst interessant.

Het textielmuseum in Tilburg is een gecombineerd museum. Je ziet de historische
fabriek in werking: het proces van schaap naar draad en wollen deken met behulp van de stoommachine. Maar je kan er ook zelf aan de slag in het TextielLab. Bovendien kan je er je damasten servetten laten reinigen. Je kan het er ook kopen. Een tafel is pas gepast met zilver en damast, zeg ik altijd maar.

Gepotel

Als het over textiel gaat, valt al gauw het woord ‘tactiel’: de ervaring van het voelen is belangrijk voor de beoordeling van textiel. Het moet immers ook lekker zitten. Textiele voorwerpen zijn daarnaast nogal kwetsbaar, het slijt natuurlijk van al dat gepotel. Dat is voor een textielmuseum natuurlijk een dilemma. Gelukkig is er ook een materiaalkast waar je kan voelen aan allerlei vormen van textiel.

Maar, over de kunst. Textiel is meestal een zogenaamde toegepaste kunst. In de haute couture wordt het een autonome kunst, maar dan blijft de textiel het medium. Voor mijzelf was het bezoek aan Tilburg een eerste kennismaking met textiel als autonome kunstvorm.

IMG_20170303_125058689_HDR‘Leuke lamp, overigens’

In de permanente expositie zijn slimme, mooie en artistieke toepassingen te zien, en objecten die er zo’n beetje tussenin zitten. Zo zag ik een prachtige lamp van glasdraden waar licht door stroomde. En nog veel meer moois zag ik.

In de tijdelijke tentoonstelling ‘Rafelranden van Schoonheid’ is werk te zien van vier kunstenaars. Allemaal prachtig en autonoom: eigenzinnig gebruik van materialen door Nan Groot Antink. Voor het verfproces maakte ze gebruik van urine, geïnspireerd door de originele Tilburgse Kruikenzijkers, fabrieksarbeiders die met hun urinekruiken over straat liepen. We zagen ook grote, bizarre vormen van Tanja Smeets die als schimmel in de ruimte lijken te zijn gegroeid en een monumentaal soort schild van het duo Heringa/Van Kalsbeek. Er was ook een zaal met een vreemd soort filmbeelden. Fazinierend.

Stimulus

In de laatste zaal die ik inliep was het nogal donker. In vitrines hingen en lagen donkere voorwerpen. Het totaal heet ‘Stimulus’ en is gemaakt door Bart Hess. De inspiratie voor Hess was “de zachte puls van testikels”. Ik moest een beetje lachen, waarschijnlijk vanwege het ongemakkelijke gevoel dat ik kreeg. Plots bewoog een voorwerp in de vitrine naast me. Ik schrok me rot. Er hing een soort gerafelde leren zak die klopte, alsof er een hart in zat.

Ook de objecten in de andere twee vitrines reageerden op geluid. In dit werk wordt het textiel zelf dus tactiel. Autonomer textiel zal je niet gauw zien.

Helaas heb ik er geen foto’s van. Ga dus zelf even kijken. De tentoonstelling Rafelranden van Schoonheid is nog te zien tot 28 mei 2017.

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

 

 

Peter Schippper: niet van de kan-geen-kwaad kunst

Peter Schippper: niet van de kan-geen-kwaad kunst

Het atelier van Peter Schipper is in de polder. Daar schildert hij drie tot vijf dagen atelier webin de week in een leeg zwembad. Komende maand exposeert hij in de grote zaal van Artishock in Soest. 

Ooit begon hij als technisch tekenaar bij Fokker en ging verder in de reclamewereld. Twee jaar geleden verkocht hij zijn bedrijf en heeft nu alle tijd om te schilderen. Kunstschilder Peter Schipper vertelt:

“Bij Fokker bleek ik wel aanleg te hebben. Zo werd ik ontwerper en kwam toch creatief terecht. In 1979 heb ik mijn eigen reclamebureau opgestart in Amsterdam. In de goeie tijd werkten er zestien, zeventien man en we hadden grote klanten zoals automerk Seat en parkeerbedrijf Q-Park. Toen ik naar Soest ging heb ik het bedrijf daar naartoe overgeheveld. Dat was in 1983. De laatste tien jaar zat het in Amersfoort. Ruim twee jaar geleden heb ik het verkocht.”

“Ontwerpen deed ik altijd met viltstift, dus ik zat altijd wel te tekenen. Toen het bureau groter werd was ik vooral bezig met concepten, advies en klantcontact. In de reclame was ik ook wel creatief, maar dat noem ik gebonden creatief – gebonden aan de doelstellingen van de klant en de marketing. Pas eind jaren ’90 ben ik serieus gaan schilderen. Dat deed ik voor die tijd ook weleens, maar toen was het vooral werken, werken, werken.”

Verval

“Eerst schilderde ik thuis maar ik begon steeds groter te werken. Ik kon mijn ezel niet hoog genoeg zetten zonder een deuk in het plafond. Nu werk ik alweer bijna vijf jaar in dit lege zwembad. Prachtig licht hier. Ik begon met landschappen en portretten tot ik werd gegrepen door het desolate van oude fabrieken. Dat werd een serie over verval, in vervreemdende perspectieven.”

PeterSchipper_1934
Peter Schipper naast zijn “Selfiesh”  (foto: Cees Paul)

“Toen was ik een keer in Boedapest en kwam daar uit de metro. Dan loop je daar de trappen op naar de mooiste McDonalds van Europa en ziet de zwervers in de sneeuw liggen [zie “Fast food”]. Die tegenstelling zorgde ervoor dat ik me bezig ging houden met het menselijk verval. In de schilderijen versterk ik de tegenstelling ook door delen heel hard en schetsmatig te schilderen in acrylverf en andere delen heel realistisch met olieverf. Het werd een serie van een stuk of tien schilderijen die aardig verkocht. Voor Artishock heb ik er twee terug in bruikleen gekregen. Dat schilderij met die slapende zwerver voor een Rolex-reclame [zie “Time of your life”] hangt bijvoorbeeld in een accountantskantoor. Het thema is nog steeds actueel. Zelfs hier in de buurt zijn mensen die op straat leven maar helemaal onder de radar blijven.”

“Meestal werk ik wel in thema’s. De laatste tijd werk ik aan een serie met meer sociale reflectie. Het is ook een soort verval, maar het zijn ook situaties die ik om me heen zie. Zoals hier: dit stel zag ik ergens een selfie maken. Voor het schilderij [zie “Selfiesh”] plaats ik ze in een museum. Ze zitten voor de mooiste Van Goghs maar zien alleen zichzelf. Aan deze ben ik nu aan het werk. Het is de zesde in de serie en die wil ik af hebben voor de opening van de expositie. Die andere krijg ik niet meer op tijd af.”

Niet alles hoeft af

“Ik merk dat ik door mijn reclame-achtergrond sterk in beelden denk. Als ik begin heb ik wel in mijn hoofd hoe het eruit moet komen te zien. Maar het is niet zo dat ik ga zitten en het schilderij maak. Je moet er wel wat voor doen. Ik ben continu bezig met schetsen, detailstudies en foto’s. Zo ga ik elke week een paar uur modeltekenen. Het meeste gooi ik weg, het is een oefening in vingervlugheid en vormgevoel. Niet alles hoeft af. Zo ga ik ook elk jaar met een groep naar Frankrijk, veertien dagen alleen maar schilderen. Soms werk ik wat uit. Op vakantie zit ik ook altijd schetsjes te maken. Je moet blijven trainen ”

“Daarnaast doe ik af en toe portretopdrachten. Daar neem ik ook een paar van mee naar Artishock. Ik maak ook soms portretten als studie in kleurvlakken. En sinds vorig jaar heb ik houtskool als nieuw medium ontdekt. Dat is wel een geduldwerk, hoor… In Artishock komen ook twee grote houtskooltekeningen. Dat wordt een serie met relatiescenes.”

“Er zit altijd een laag onder mijn werk. Ik ben niet van de kan-geen-kwaad-kunst. Ik heb wel een boodschap maar vaak met een kwinkslag en ruimte voor je eigen invulling. Zoals die relatieserie: het kan zijn dat ze ruzie hebben, maar de scene kan ook het begin van iets moois zijn. Het is verval met een kwinkslag.”

Op de site van kunstschilder Peter Schipper kunt u de genoemde schilderijen en ander werk van zijn hand zien. De uitgelichte afbeelding heet “What’s up?”

De expositie van Peter Schipper wordt geopend op zaterdag 6 mei, 20:00u. Vanaf 20:30 uur JazzClub. Toegang gratis.

De expositie is te zien tot 26 mei tijdens activiteiten (zie www.artishock-soest.nl). Daarnaast is Artishock open op: woe- en vrijdagochtend van 10-12 uur, maan- en woensdagavond van 19.15-20.15 uur. Verder in overleg: 06 25586354.

Meester en Leerling – fijnschilders uit Atelier Kunstkeuken in Artishock

Meester en Leerling – fijnschilders uit Atelier Kunstkeuken in Artishock

Komende maand exposeren in Artishock ruim twintig schilders. Allen zijn realistische Portret met hoed en penseelfijnschilders uit Atelier Kunstkeuken, het centrum voor beeldende vorming aan de Beckeringhstraat.  Mint Faas verzorgt er cursussen expressief en intuïtief schilderen. Peter van Oostzanen is van de afdeling realistisch fijnschilderen. Ook van hem zal tijdens de opening op zaterdag 1 april een nieuw schilderij onthuld worden.

‘Meesterschilder’ Peter van Oostzanen: “er komt werk van mensen die al acht jaar bij de Kunstkeuken zitten, maar ook van mensen die net zijn begonnen. Het zijn wel allemaal realistische schilderijen, gemaakt met olieverf.”

“Ik heb nu zo’n 60 leerlingen. Ze komen uit de weide omtrek om klassiek te leren
schilderen, en dan ook nog eens fijnschilderen. Dat wil niet zeggen dat je geen fantasie mag gebruiken. Zo is er een groeiende groep die fantasievoorstellingen maakt. Dat vind ik leuk, want dat doe ik zelf ook. Maar iedereen zoekt zijn eigen thema. Wat dat betreft zijn we minder traditioneel, we gaan niet met de hele groep dezelfde fruitschaal schilderen. Er zijn ook mensen die meer voor de gezelligheid komen en anderen met meer ambitie. In dat geval wordt het leerplan meer een coaching traject.”

Hollandse school

“Ik krijg ook mensen binnen van de kunstacademie. Dat is wel vreemd. Nederland heeft een grote naam maar die Hollandse school wordt niet meer onderwezen op de academies. Afgestudeerden komen hier om de traditionele technieken te leren. Als ik dat in het buitenland vertel vallen er wel monden open. Toen ik begon was realisme ook niet populair. Ik voelde me een buitenbeentje en dacht ook dat realistische kunst zou opgaan in video en conceptuele kunst. Het realisme is hier na de Tweede Wereldoorlog weggevaagd maar leeft nu weer op. De kaartjes zijn niet aan te slepen voor exposities met realistische kunst.

kunstkeuken2In Amerika en Oost-Europa is altijd een onderstroom van realisme gebleven, met traditionele onderwerpen. Nu zie je, ook in West-Europa, weer traditionele schilderkunst, maar dan met moderne thema’s. Mensen vinden ook het ambacht weer interessant. Dat zie ik ook bij cursisten. Het is leuk om zelf iets degelijks te maken wat langere tijd meegaat.”

Ontdekkingstocht

“De cursisten staan altijd versteld van wat ze zelf kunnen. Als hier iemand komt die landschappen wil schilderen, zeg ik “Kijk eens om je heen. Bomen zijn niet bruin.” Zo verandert je kijk op de wereld – en alles kan. Het is voor iedereen een ontdekkingstocht. Dat geldt ook voor mezelf. Een paar jaar geleden begon ik met het schilderen van gras. Ik wilde het gevoel overbrengen dat je er doorheen loopt als door de zee. Dat ontwikkel ik dan verder, want ook schildertechnisch is het heel interessant. Met gras worden de lijnen in de compositie vloeiender. De wind zit erin. En in het nieuwe schilderij hóór je, als het goed is, de wind en het tsjirpen van krekels.”

“Meester en leerling” van Atelier KunstKeuken opent zaterdag 1 april, 20:00u. Vanaf 20:30 JazzClub. Te zien tot 28 april.

De expositie is te zien tijdens activiteiten (zie www.artishock-soest). Daarnaast is Artishock open op: woe- en vrijdagochtend van 10-12 uur, maan- en woensdagavond van 19.15-20.15 uur. Verder in overleg: 06 25586354.