slaapstede

slaapstede

 

Doe het raam in mijn kruin

dicht en laat de luxaflex

neer voor mijn gezicht

in het venster op zolder

 

Hang het kleed over de kooi

waar mijn stem tegen tralies fladdert

en doe buiten mijn blinden,

met die hartjes, toe.

 

Vergrendel het luik van de keldertrap

die steil mijn koele buik indaalt.

Laat gordijnen zich draperen

over de erker van mijn middel

 

en knip al het licht

in huis uit.

Hier is de sleutel, sluit me

af voor de nacht.

 

slaapstede_20170609_def

 

Palescue 15.VIII./30.X. ’16

Gewijzigd 8/9 VI.’17 tgv EO Radio 5; uitzending ‘Thuis op 5’ dd 09.VI

Roodharigen en meer – 25 Portretfoto’s in Artishock

Roodharigen en meer – 25 Portretfoto’s in Artishock

De expositie in Artishock bestaat komende maand uit 25 portretten. Modelfotografie is een specialiteit van Fokke de Boer: “Ik maak ook theaterfotografie en landschappen. Zo’n landschap is prachtig, maar wat doe je ermee? Bij modellen doe je het altijd voor iemand. Degene die op de foto staat wil hem altijd graag hebben.”

FotoFokke_1
Fotograaf Fokke de Boer bij werk waar ook zijn partner Ennadien Blink aan bij heeft gedragen (foto: Cees Paul)

Fokke de Boer is eigenlijk chemicus. Na een tijd bij het RIVM te hebben gewerkt is hij op zijn 50e het onderwijs in gegaan. Als kind was hij al in de doka van zijn vader bezig. Toen hij ging studeren kocht hij een tweedehands Praktika spiegelreflexcamera. Later stapte hij over op Canon camera’s, een merk wat hij ook digitaal trouw is gebleven, al is het maar omdat de lenzen dan mee kunnen verhuizen naar een nieuwe camera.

Fokke vertelt: “Modelfotografie vond ik tijdens mijn studie al leuk, dus daar heb ik me in verdiept. Later ging ik er meer tijd aan besteden. Ik had wel een opleiding voor landschapsfotografie gedaan, maar dan ben je erg afhankelijk van tijd en licht. Dat is lastig als je een vaste baan hebt. Een model in de studio is onafhankelijk van tijdstip en sfeer. Die maak je zelf. Meestal maken we samen een verhaal of een sfeerplaatje als basis voor de fotoserie.”

“Toen Ennadien [Blink, de partner van Fokke] in beeld kwam, ben ik haar theatervoorstellingen gaan fotograferen. Het leuke is dat we elkaar nu beïnvloeden. Een paar van de werken in Artishock zijn foto’s die zij als schilderes heeft bewerkt. Ennadien vult aan: “Ik vind het mooi dat ik dat mag doen. En hij doet het licht bij mijn voorstellingen en helpt me met alles. Vaak gaat hij mee zodat ik in de auto een tukje kan doen.”

Techniek

Toen internet nog in de kinderschoenen stond ontdekte Fokke DutchHeaven, een forum voor modellen, visagisten en fotografen. “Voor die tijd was het lastig om aan modellen te komen. Ik ben ook nog moderator geweest van een andere, soortgelijke site die ook niet meer bestaat. Die functie is overgenomen door Facebook, al mist dat de diepgang die een forum kan bieden.”

“Ruim 10 jaar ben ik nu serieus digitaal aan het fotograferen. Daarvoor vond ik de camera’s niet goed genoeg, maar verdiepte ik me al wel in Photoshop. Ik heb ook een tijdje geluidsopnames gemaakt van klassieke concerten. De combinatie van techniek en iets artistieks spreekt me aan.”

Op de site van Fokke de Boer (www.fotofokke.nl) kunt u een indruk krijgen van zijn werk.

De expositie ‘Roodharigen en meer’ wordt geopend op zaterdag 3 juni, 20:00u. Vanaf 20:30 JazzClub. Toegang gratis.

De expositie is te zien tot 30 juni tijdens activiteiten (zie http://www.artishock-soest.nl). Daarnaast is Artishock open op: woe- en vrijdagochtend van 10-12 uur, maan- en woensdagavond van 19.15-20.15 uur. Verder in overleg: 06 25586354.

Artishock_Expositie_Juni2017-001
Dia filmvoorstelling door Mayke Brands (studiorenm.nl)

Tactiel Textiel in Tilburg – Kloppende Testikels en Kruikengezijk

Tactiel Textiel in Tilburg – Kloppende Testikels en Kruikengezijk

Tilburg is een prachtige stad. Zeldzaam lelijk. Ik zag er laatst dingen die ik nog nooit gezien had. Kunst en vakmanschap wat ik niet voor mogelijk had gehouden. Bij voorbeeld textiel wat zelf tactiel wordt.

IMG_20170303_134403306_HDRTilburg dus, met meer dan 200.000 inwoners toch mooi de zesde stad van Nederland. Het is een redelijk jonge stad en toch al ouder dan bij voorbeeld Eindhoven, wat pas in de twintigste eeuw tot wasdom kwam. De oudste gebouwen die ik in Tilburg zag zijn negentiende-eeuws. Toch wonen er al elfduizend jaar mensen.

Tilburg werd in 1809 officieel stad dankzij de Franse koning Lodewijk Napoleon Bonaparte (de neef van -). Koning Willy II liet er een paleis bouwen waar hij nooit gewoond heeft wegens doodgaan en Koning Willy van Max vierde er zijn 50e verjaardag en heeft dat overleefd. Er schijnt ook hevig carnaval te heersen in de Kruikenstad, maar daar weet ik niets van.

Tilburg is gegroeid uit een klont ‘herdgangen’ waar schapen doorheen liepen. Het was dan ook tot diep in de twintigste eeuw een centrum voor de textielindustrie.

Damast

Ik was er onlangs om boeken te brengen en nog iets minder onlangs bezocht ik toevallig het textielmuseum. Inmiddels heb ik daar ook op gestemd als winnaar van de Museumprijs voor Mode en Design van de BankGiro Loterij. Op de andere twee musea kan je ook nog stemmen. Je kan er een reis naar new York mee winnen. Eigenlijk is museum Boymans mijn favoriete museum, sowieso, maar dat lijkt me al bekend genoeg. De andere kandidaat  is het stedelijk van Den Bosch. Dat is het meest gespecialiseerd in design en lijkt me daardoor het minst interessant.

Het textielmuseum in Tilburg is een gecombineerd museum. Je ziet de historische
fabriek in werking: het proces van schaap naar draad en wollen deken met behulp van de stoommachine. Maar je kan er ook zelf aan de slag in het TextielLab. Bovendien kan je er je damasten servetten laten reinigen. Je kan het er ook kopen. Een tafel is pas gepast met zilver en damast, zeg ik altijd maar.

Gepotel

Als het over textiel gaat, valt al gauw het woord ‘tactiel’: de ervaring van het voelen is belangrijk voor de beoordeling van textiel. Het moet immers ook lekker zitten. Textiele voorwerpen zijn daarnaast nogal kwetsbaar, het slijt natuurlijk van al dat gepotel. Dat is voor een textielmuseum natuurlijk een dilemma. Gelukkig is er ook een materiaalkast waar je kan voelen aan allerlei vormen van textiel.

Maar, over de kunst. Textiel is meestal een zogenaamde toegepaste kunst. In de haute couture wordt het een autonome kunst, maar dan blijft de textiel het medium. Voor mijzelf was het bezoek aan Tilburg een eerste kennismaking met textiel als autonome kunstvorm.

IMG_20170303_125058689_HDR‘Leuke lamp, overigens’

In de permanente expositie zijn slimme, mooie en artistieke toepassingen te zien, en objecten die er zo’n beetje tussenin zitten. Zo zag ik een prachtige lamp van glasdraden waar licht door stroomde. En nog veel meer moois zag ik.

In de tijdelijke tentoonstelling ‘Rafelranden van Schoonheid’ is werk te zien van vier kunstenaars. Allemaal prachtig en autonoom: eigenzinnig gebruik van materialen door Nan Groot Antink. Voor het verfproces maakte ze gebruik van urine, geïnspireerd door de originele Tilburgse Kruikenzijkers, fabrieksarbeiders die met hun urinekruiken over straat liepen. We zagen ook grote, bizarre vormen van Tanja Smeets die als schimmel in de ruimte lijken te zijn gegroeid en een monumentaal soort schild van het duo Heringa/Van Kalsbeek. Er was ook een zaal met een vreemd soort filmbeelden. Fazinierend.

Stimulus

In de laatste zaal die ik inliep was het nogal donker. In vitrines hingen en lagen donkere voorwerpen. Het totaal heet ‘Stimulus’ en is gemaakt door Bart Hess. De inspiratie voor Hess was “de zachte puls van testikels”. Ik moest een beetje lachen, waarschijnlijk vanwege het ongemakkelijke gevoel dat ik kreeg. Plots bewoog een voorwerp in de vitrine naast me. Ik schrok me rot. Er hing een soort gerafelde leren zak die klopte, alsof er een hart in zat.

Ook de objecten in de andere twee vitrines reageerden op geluid. In dit werk wordt het textiel zelf dus tactiel. Autonomer textiel zal je niet gauw zien.

Helaas heb ik er geen foto’s van. Ga dus zelf even kijken. De tentoonstelling Rafelranden van Schoonheid is nog te zien tot 28 mei 2017.

Deze diashow vereist JavaScript.

 

 

Rekel bij ’t Raboes

Rekel bij ’t Raboes

De eerste vos die ik zag was een paard. De tweede getekend door Rien Poortvliet. De eerste moervos of rekel die ik zelf zag lag plat, bewegingloos langs de weg. Pas tientallen jaren later zag ik een levende. Over een rotonde in Lelystad liep hij (of zij) naast de auto. Alert maar onverstoorbaar. Vorige week overreed ik bij Lage Vuursche bijna een vos die overstak.

De vos leeft in veel Nederlandse gezegdes. Eén van onze oudste boeken verhaalt “Van den vos Reinaerde“: de schelm die zijn streken niet verliest en de raaf ervan overtuigt dat de druiven zuur zijn. Koning Nobel is de wolf in dat verhaal. Met de komst van het Koninkrijk der Nederlanden is in de negentiende eeuw de laatste wolf in ons land geschoten. De afgelopen jaren wordt hij soms weer gezien. De Kroon heeft hem in 2014 alvast tot beschermde inheemse diersoort uitgeroepen. Maar zolang koning Nobel hier niet resideert, is Reinaert het grootste roofdier in ons land. En mag iedereen met een jachtakte op hem jagen, om de weidevogels te beschermen in de weidsheid van de Grote Melm tot aan ’t Raboes.Streetview Polder

In Soest ken ik hem vooral van kennissen die, diep in de bebouwde kom, ’s morgens kapotgebeten pluimvee aantroffen wat haar laatste eitje had gelegd. Ik hoor hem ook vaak benoemd worden als schuldige voor de teruggang van weidevogels. Ik lees dat dit ook met de kwaliteit van de weiden, en kraaien, te maken heeft. Het Eemland is voor grutto’s een wereldwijd top-drie leefgebied.

Dat vossen als hondsdol om zich heen bijten weten we. Dat ze alles eten, graag bramen, maar ook afval, wordt vaak vergeten. Op Soestdijk kennen we trouwens een heuse Jachtvereniging. Die houdt alleen een andere traditie levend: onder hoorngeschal met de meute achter een geurspoor over landgoederen galopperen.

(Afbeelding door R. Schulz (1829-1880) – Collectie Rijksmuseum)

Vos_MarjolRP-P-OB-201.020

Peter Schippper: niet van de kan-geen-kwaad kunst

Peter Schippper: niet van de kan-geen-kwaad kunst

Het atelier van Peter Schipper is in de polder. Daar schildert hij drie tot vijf dagen atelier webin de week in een leeg zwembad. Komende maand exposeert hij in de grote zaal van Artishock in Soest. 

Ooit begon hij als technisch tekenaar bij Fokker en ging verder in de reclamewereld. Twee jaar geleden verkocht hij zijn bedrijf en heeft nu alle tijd om te schilderen. Kunstschilder Peter Schipper vertelt:

“Bij Fokker bleek ik wel aanleg te hebben. Zo werd ik ontwerper en kwam toch creatief terecht. In 1979 heb ik mijn eigen reclamebureau opgestart in Amsterdam. In de goeie tijd werkten er zestien, zeventien man en we hadden grote klanten zoals automerk Seat en parkeerbedrijf Q-Park. Toen ik naar Soest ging heb ik het bedrijf daar naartoe overgeheveld. Dat was in 1983. De laatste tien jaar zat het in Amersfoort. Ruim twee jaar geleden heb ik het verkocht.”

“Ontwerpen deed ik altijd met viltstift, dus ik zat altijd wel te tekenen. Toen het bureau groter werd was ik vooral bezig met concepten, advies en klantcontact. In de reclame was ik ook wel creatief, maar dat noem ik gebonden creatief – gebonden aan de doelstellingen van de klant en de marketing. Pas eind jaren ’90 ben ik serieus gaan schilderen. Dat deed ik voor die tijd ook weleens, maar toen was het vooral werken, werken, werken.”

Verval

“Eerst schilderde ik thuis maar ik begon steeds groter te werken. Ik kon mijn ezel niet hoog genoeg zetten zonder een deuk in het plafond. Nu werk ik alweer bijna vijf jaar in dit lege zwembad. Prachtig licht hier. Ik begon met landschappen en portretten tot ik werd gegrepen door het desolate van oude fabrieken. Dat werd een serie over verval, in vervreemdende perspectieven.”

PeterSchipper_1934
Peter Schipper naast zijn “Selfiesh”  (foto: Cees Paul)

“Toen was ik een keer in Boedapest en kwam daar uit de metro. Dan loop je daar de trappen op naar de mooiste McDonalds van Europa en ziet de zwervers in de sneeuw liggen [zie “Fast food”]. Die tegenstelling zorgde ervoor dat ik me bezig ging houden met het menselijk verval. In de schilderijen versterk ik de tegenstelling ook door delen heel hard en schetsmatig te schilderen in acrylverf en andere delen heel realistisch met olieverf. Het werd een serie van een stuk of tien schilderijen die aardig verkocht. Voor Artishock heb ik er twee terug in bruikleen gekregen. Dat schilderij met die slapende zwerver voor een Rolex-reclame [zie “Time of your life”] hangt bijvoorbeeld in een accountantskantoor. Het thema is nog steeds actueel. Zelfs hier in de buurt zijn mensen die op straat leven maar helemaal onder de radar blijven.”

“Meestal werk ik wel in thema’s. De laatste tijd werk ik aan een serie met meer sociale reflectie. Het is ook een soort verval, maar het zijn ook situaties die ik om me heen zie. Zoals hier: dit stel zag ik ergens een selfie maken. Voor het schilderij [zie “Selfiesh”] plaats ik ze in een museum. Ze zitten voor de mooiste Van Goghs maar zien alleen zichzelf. Aan deze ben ik nu aan het werk. Het is de zesde in de serie en die wil ik af hebben voor de opening van de expositie. Die andere krijg ik niet meer op tijd af.”

Niet alles hoeft af

“Ik merk dat ik door mijn reclame-achtergrond sterk in beelden denk. Als ik begin heb ik wel in mijn hoofd hoe het eruit moet komen te zien. Maar het is niet zo dat ik ga zitten en het schilderij maak. Je moet er wel wat voor doen. Ik ben continu bezig met schetsen, detailstudies en foto’s. Zo ga ik elke week een paar uur modeltekenen. Het meeste gooi ik weg, het is een oefening in vingervlugheid en vormgevoel. Niet alles hoeft af. Zo ga ik ook elk jaar met een groep naar Frankrijk, veertien dagen alleen maar schilderen. Soms werk ik wat uit. Op vakantie zit ik ook altijd schetsjes te maken. Je moet blijven trainen ”

“Daarnaast doe ik af en toe portretopdrachten. Daar neem ik ook een paar van mee naar Artishock. Ik maak ook soms portretten als studie in kleurvlakken. En sinds vorig jaar heb ik houtskool als nieuw medium ontdekt. Dat is wel een geduldwerk, hoor… In Artishock komen ook twee grote houtskooltekeningen. Dat wordt een serie met relatiescenes.”

“Er zit altijd een laag onder mijn werk. Ik ben niet van de kan-geen-kwaad-kunst. Ik heb wel een boodschap maar vaak met een kwinkslag en ruimte voor je eigen invulling. Zoals die relatieserie: het kan zijn dat ze ruzie hebben, maar de scene kan ook het begin van iets moois zijn. Het is verval met een kwinkslag.”

Op de site van kunstschilder Peter Schipper kunt u de genoemde schilderijen en ander werk van zijn hand zien. De uitgelichte afbeelding heet “What’s up?”

De expositie van Peter Schipper wordt geopend op zaterdag 6 mei, 20:00u. Vanaf 20:30 uur JazzClub. Toegang gratis.

De expositie is te zien tot 26 mei tijdens activiteiten (zie www.artishock-soest.nl). Daarnaast is Artishock open op: woe- en vrijdagochtend van 10-12 uur, maan- en woensdagavond van 19.15-20.15 uur. Verder in overleg: 06 25586354.

Meester en Leerling – fijnschilders uit Atelier Kunstkeuken in Artishock

Meester en Leerling – fijnschilders uit Atelier Kunstkeuken in Artishock

Komende maand exposeren in Artishock ruim twintig schilders. Allen zijn realistische Portret met hoed en penseelfijnschilders uit Atelier Kunstkeuken, het centrum voor beeldende vorming aan de Beckeringhstraat.  Mint Faas verzorgt er cursussen expressief en intuïtief schilderen. Peter van Oostzanen is van de afdeling realistisch fijnschilderen. Ook van hem zal tijdens de opening op zaterdag 1 april een nieuw schilderij onthuld worden.

‘Meesterschilder’ Peter van Oostzanen: “er komt werk van mensen die al acht jaar bij de Kunstkeuken zitten, maar ook van mensen die net zijn begonnen. Het zijn wel allemaal realistische schilderijen, gemaakt met olieverf.”

“Ik heb nu zo’n 60 leerlingen. Ze komen uit de weide omtrek om klassiek te leren
schilderen, en dan ook nog eens fijnschilderen. Dat wil niet zeggen dat je geen fantasie mag gebruiken. Zo is er een groeiende groep die fantasievoorstellingen maakt. Dat vind ik leuk, want dat doe ik zelf ook. Maar iedereen zoekt zijn eigen thema. Wat dat betreft zijn we minder traditioneel, we gaan niet met de hele groep dezelfde fruitschaal schilderen. Er zijn ook mensen die meer voor de gezelligheid komen en anderen met meer ambitie. In dat geval wordt het leerplan meer een coaching traject.”

Hollandse school

“Ik krijg ook mensen binnen van de kunstacademie. Dat is wel vreemd. Nederland heeft een grote naam maar die Hollandse school wordt niet meer onderwezen op de academies. Afgestudeerden komen hier om de traditionele technieken te leren. Als ik dat in het buitenland vertel vallen er wel monden open. Toen ik begon was realisme ook niet populair. Ik voelde me een buitenbeentje en dacht ook dat realistische kunst zou opgaan in video en conceptuele kunst. Het realisme is hier na de Tweede Wereldoorlog weggevaagd maar leeft nu weer op. De kaartjes zijn niet aan te slepen voor exposities met realistische kunst.

kunstkeuken2In Amerika en Oost-Europa is altijd een onderstroom van realisme gebleven, met traditionele onderwerpen. Nu zie je, ook in West-Europa, weer traditionele schilderkunst, maar dan met moderne thema’s. Mensen vinden ook het ambacht weer interessant. Dat zie ik ook bij cursisten. Het is leuk om zelf iets degelijks te maken wat langere tijd meegaat.”

Ontdekkingstocht

“De cursisten staan altijd versteld van wat ze zelf kunnen. Als hier iemand komt die landschappen wil schilderen, zeg ik “Kijk eens om je heen. Bomen zijn niet bruin.” Zo verandert je kijk op de wereld – en alles kan. Het is voor iedereen een ontdekkingstocht. Dat geldt ook voor mezelf. Een paar jaar geleden begon ik met het schilderen van gras. Ik wilde het gevoel overbrengen dat je er doorheen loopt als door de zee. Dat ontwikkel ik dan verder, want ook schildertechnisch is het heel interessant. Met gras worden de lijnen in de compositie vloeiender. De wind zit erin. En in het nieuwe schilderij hóór je, als het goed is, de wind en het tsjirpen van krekels.”

“Meester en leerling” van Atelier KunstKeuken opent zaterdag 1 april, 20:00u. Vanaf 20:30 JazzClub. Te zien tot 28 april.

De expositie is te zien tijdens activiteiten (zie www.artishock-soest). Daarnaast is Artishock open op: woe- en vrijdagochtend van 10-12 uur, maan- en woensdagavond van 19.15-20.15 uur. Verder in overleg: 06 25586354.

Don’t open the light door

Don’t open the light door

ErPeterVOostzanen_don_t_open_the_lightdoor_ca80x60cm

is gevlogen en geland

ontdekt en opgestegen

de piloot is ver geweest en

de hangar is duister

 

ver

tinkelt ijs en ongebroken glas

het licht hier wijst niet maar omhult

en wat nog vliegt

dooft niet in water uit

 

de

nacht zoemzingt hem tegemoet

de reiziger weet niet

of zijn droom nu uitkomt

of dat hij die voorbij is

 

hij

tast langs een muur tot een deur

naar buiten of binnen

weg van zijn kist die terug is

en nu wacht op aarde

 

de

drempel over gaat hij verder

en vindt weer vaste grond

tot eerst de muur verdwijnt

en dan de vloer

Palescue @ Peter v Oostzanen: ‘Don’t open the light door’ (conté) (tekst: bewerking van ‘Ruimte’) feb/mrt 2017

ik sch!et

ik sch!et

ik start

ik ren ik sch!et

ik spring ik rol

ik sta

ik sch!et ik ren

ik sch!et ik sch!et

ik win ik sch!et

ik ren

ik sch!et

ik sta ik kijk

ik sch!et sch!et sch!et

ik ren ik sprint

ik sta ik richt ik sch!et

ik vlucht

ik schuil

ik sch!et ik sch!et

ik spring ik loop

ik pak ik sch!et

ik zie ik sch!et

ik schrik ik sch!et

ik schreeuw ik sch!et

ik win

ik bloed ik laad

ik ren ik vloek

ik sch!et ik roep

ik kijk ik richt ik sch!et

ik loop ik sch!et ik draai

ik zie ik sch!et

ik bloed ik pak

ik kijk ik duik

ik rol ik zit ik schiet

ik richt ik sch!et

ik sch!et ik steek

ik steek steek steek

ik win ik laad

ik sch!et ik sch!et

ik draai

ik sch!et sch!et sch!et

ik k!ik

ik schrik ik steek

ik val ik bloed

ik stomp ik klik

ik zucht

ik stop

ik start

voor GS & Speelstation4

Palescue, 20-25Feb2017

speelstation_cod_img_20170222_014100763_hdr

 

 

*Pictures @ an Exhibition*

*Pictures @ an Exhibition*
In het Artishock Jubileumjaar staat De Galerij deze maand in de spotlights met een tentoonstelling van diverse kunstenaars. Na een openingswoord door Rob Metz, burgemeester van Soest en Harm-Jan Luth, voorzitter van Artishock vindt een bijzonder concert plaats. Componist Henk Meutgeert heeft een aantal schilderijen voorzien van muziek.

henkmeutgeert_originalSinds jaar en dag opent Artishock elke eerste zaterdag van de maand een expositie. Doorgaans is dat met werk van één bepaalde schilder of fotograaf, soms is het een groep samenwerkende kunstenaars. Na de opening is er altijd Jazz Club waarbij, vaak gerenommeerde muzikanten in intieme setting een gratis optreden verzorgen.

Voor deze speciale opening worden beeldende kunst en muziek nog dichter bij elkaar gebracht. De inspiratie daarvoor komt ook van het klassieke muziekstuk ‘Pictures at an exhibition’ (Schilderijen op een tentoonstelling). Daarin vangt componist Mussorgsky een aantal schilderijen van een vriend van hem in muziek.

Verrassende onthulling bij exact 50 jaar

Componist Henk Meutgeert gebruikt voor de muzikale belichting van deze opening eigen composities naast bestaande standards en klassieke muziek, maar dan wel in een jazz uitvoering. Henk heeft zijn sporen verdiend in de klassieke muziek, pop en jazz. Zo is hij oprichter en dirigent van het Jazz Orkest van het Concertgebouw. In Artishock zal hij onder andere optreden met zangeres Rosamint Faas. Inmiddels woont en werkt zij in Amsterdam, maar ze komt uit Soest. Zowel Henk als Mint werken belangeloos mee aan dit evenement, evenals de beeldend kunstenaars.

Voor de samenstelling van de expositie werd gekeken naar het archief van solo-exposities die de afgelopen tien jaar in Artishock plaats vonden. Uit de kleine honderd kunstenaars brengen circa twintig kunstenaars nieuw werk aan. Coördinator van de werkgroep die de exposities voorbereid Cees Paul licht toe: “Op 4 maart is het op de kop af 50 jaar geleden dat de vereniging Artishock officieel werd opgericht. De tentoonstelling is geen best-of van de afgelopen halve eeuw. Daarvoor hebben we te weinig ruimte. Van onze werkgroep nam ieder een aantal jaar voor zijn rekening maar we kijken niet of nauwelijks terug. We lieten ons leiden door nieuwsgierigheid naar wat mensen nu maken. Tijdens de opening wordt ook een speciaal nieuw werk onthuld. Een cadeau aan de vereniging.”

De werkgroep Galerij Artishock kijkt niet alleen naar lokaal talent. Toch zijn er ook bekende Soester namen te zien zoals Peter van Oostzanen, Tjerk Reijinga en Lia Laimbock.

De speciale opening wordt uitgevoerd in de grote zaal, te midden van de kunstwerken. Daarna wordt het muzikale gedeelte van de avond voortgezet in de bar, waar Jazzstandards worden vertolkt door Rosamint Faas, met haar trio en Semmy Prinsen.

 1703jazzclubrosamintDe overzichtstentoonstelling met optreden opent zaterdag 4 maart, 20:00u. Vanaf 20:30 JazzClub.

De toegang is gratis.

De expositie blijft hangen en is tot 24 maart te zien tijdens activiteiten (zie www.artishock-soest).

 

 

Daarnaast is Artishock open op: woe- en vrijdagochtend van 10-12 uur, maan- en woensdagavond van 19.15-20.15 uur. Verder in overleg: 06 25586354.

Foto rechtsboven: Henk Meutgeert

Foto links: Rosamint Faas

Foto onder: LP-hoes van Emerson, Lake & Palmer – Pictures at an exhibition (1972)

eml_pic-at-expo

Bezie de kudde die aan je voorbij graast

Bezie de kudde die aan je voorbij graast

 

Bezie de kudde die aan je voorbij graast

 

over de velden van zout en suiker

naar een feest

wat al is geweest

het zinloze beest

verenigt menigeen

waaronder deze

 

kijk en luister

je ziet en hoort

hier zit je goed

rammelende snaren

verslaan de camera

met een koperen zucht

 

wat kan je nog doen?

je houdt het oog op de vlam

en brandt je stem

aan het gras

 

nietzsche2

De titel en eerste regel gaat verder met

“….niet wetende wat gisteren, wat vandaag is, ze dartelt rond, vreet, rust, verteert, dartelt verder, en zo van de ochtend tot de avond, dag aan dag, in haar lust en onlust kort aangelijnd aan het ogenblik en daardoor niet zwaarmoedig en niet verveeld.”

Dat is de eerste zin van Friedrich Nietzsche in Nut en nadeel van geschiedenis voor het leven.  Tweede traktaat tegen de keer. Geschreven in 1874 en nu nog net zo waar als toen ik het las in deze uitgave van Historische Uitgeverij Groningen uit 1983. Vandaar wellicht dat de titel spreekt van een Unzeitgemässe Betrachtung – niet in tijd te meten.

En natuurlijk, de dichter is een koe, dat ook.
Palescue 20170217 – uit losse flodders van 2016 en een beetje van nu.

nietzsche1

 

vroeger waren de rapen gaar, tegenwoordig sneller aangebrand

vroeger waren de rapen gaar, tegenwoordig sneller aangebrand

 

maar laten we het daar even niet over gaan hebben

 

obsidiaan, zo zwart en glad en zo

mooi om twee redenen die ik ben vergeten

 

Geen taal zonder teken

(geen boom zonder Lyme)

geen droom zonder slaap

 

Geen leven zonder als een blad

pre-terminaal te verwaaien in de wind

die je zomaar niet uitzet, het ene oor uit

het andere in je luistert hardop

naar het beuken van je hoofd

tegen de spiegels uit een boek

 

Daar gaan we het dus niet over hebben

zeker niet nu

niet nu het net even bijna –

gaan we het daar niet over hebben

 

Als ontheemde aapjes door de ongekende jungle

soms even een beekje glinsterend tussen het groen

en soms even sporen om te volgen

van anderen die er zijn geweest

en het spoor terug steeds niet laten zien

 

De heuvels af en weer op en weer af en waarheen

daar gaan we het maar niet over hebben

al klim je in de hoogste boom voor overzicht

rondom zie je alleen meer bomen

en je droomt van een kale wereld

geen enkele bubbel om in op te sluiten

al is een warm hol onder beuken wel weer fijn

 

maar daar gaan we het niet over hebben

niet nu

Zeg ken jij

De olieman heeft een Fordje opgedaan

en rijdt ermee als een vorst door de Jordaan

 

Herinnering is een teken van de tijd voordat je leefde

het bewuste wezen blijft voor altijd nu

ver weg onduidelijk dichtbij net om de hoek maar

niet hier geef een bijl om het ijs niet maar het glas

te breken van de spiegel tussen ons

dan zien we elkaar eens

oog om oog

niet nu


 

De Olieman heeft een Fordje opgedaan – Louis Davids, geschreven door Jacques van Tol (1933). De volledige tekst staat onder deze link.

 

Zeg ken jij…de mosselman / de mosselman / de mosselman / Die woont in Scheveningen – kinderliedje, naar het Engelse liedje over de ‘muffin man’ – zie ook het artikel onder deze link.

De Papegaai van Zwarte Willem

De Papegaai van Zwarte Willem
eem2
Kleine Melm, de Eem

Laatst voer ik ’s avonds over de Eem. De boot heette Inspiratie en vertrok vanaf de Kleine Melm, onder ouderen nog steeds bekend als Zwarte Willem. De bebouwing daar is de oudste van Soest, in de muur staat het jaar 1681.Vroeger was er een café, genoemd naar de plek en de eigenaar: Zwarte Willem. Er was een pontje naar de overkant en je kon er ook bootjes huren. Ik hoor hem nog zeggen: ‘Dat is dan zeven pietermannen.’ Dat was in guldens een middag roeien, medio jaren ’70.

Op de Inspiratie hoorde ik een verhaal: tijdens de Tweede Wereldoorlog stond ook de bezetter wel eens bij Zwarte Willem aan de toog. Nu was in de zaak was ook een papegaai, en om de paar minuten riep dat beest: ‘Hitler is dood! Hitler is dood!’ De Duitsers lieten de papegaai maar begaan. Het was aan het begin van de oorlog – de sfeer was nog niet zo grimmig en de dorst was groot.

Naarmate de avond vorderde begonnen ze zich toch te ergeren. Bij het afscheid zei één van hen: van hen: ‘Alles gut, Schwarze Wilhelm, maar als diese papegaai volgende keer wieder so tekeer gaat, schiet ik persoonlijk z’n kop eraf.’

Wat te doen? Je kan een papegaai leren praten maar hem iets afleren is eigenlijk onmogelijk. De vrouw van Zwarte Willem zei: ‘De dominee heeft ook een papegaai. Laten we onze papegaai ruilen met die van hem.’

Zo gezegd, zo gedaan.

Bij hun volgende bezoek hielden de soldaten de papegaai nauwlettend in de gaten. Hij zei niets. Er kwam geen geluid uit. Op een gegeven moment besloot één van de Duitsers de vogel te provoceren. Hij ging naar de papegaai toe en riep: ‘Hitler is dood.’ Nu klonk het, met de gedragen galm van de dominee, luid door de kroeg: ‘Laten wij danken!’

zwwillem
Zwarte Willem met passagier op zijn pontje
Zoo palescue1 V&V_2017_01
Zoals het verscheen in Veren & Vachten, een uitgave van St. Dierenzorg Eemland (jg.12, 2017-01, maart 2017)

Man van staal – IJzersterk nieuw werk van Ruud Termijn in Artishock

Man van staal – IJzersterk nieuw werk van Ruud Termijn in Artishock

Na twee jaar is metaalkunstenaar Ruud Termijn in februari weer te zien in de grote zaal van Artishock. Met nieuw werk: “Het verschil is enorm. je kan me niet betrappen op één stijl en ik ben constant aan het evolueren. Ik ben nu veel aan het hameren en werk ook veel met verf. Het is een volledig nieuwe collectie.”

“Metal Art & Design” staat er op zijn bus. Als kunstenaar is hij deze dagen hard aan het werk met een nieuw gevonden techniek. Tot 1998 was Ruud Termijn horecaondernemer. Voor zijn Utrechtse café Jazz Alley ontwierp en maakte hij zelf de inventaris uit oude olievaten en boodschappenwagentjes. In 1998 besloot hij kunstenaar te worden: “Mijn vader was kunstschilder en ik kan ook wel tekenen. Dus ik dacht, ik wordt ook schilder. Maar metaal beviel toch beter.”

Nieuwe start

Dit jaar bestaat Artishock 50 jaar. Ook voor Ruud Termijn is het een bijzonder jaar: “2017 wordt echt een nieuwe start. Vorig jaar was ik vooral bezig met een grote verbouwing thuis en de verhuizing van mijn atelier. Voorheen zat het in een oude school. Dat was tijdelijk maar werd telkens verlengd, tot 5 jaar lang. Dan verzamel je toch wat – driehonderd kilo materiaal heb ik weg moeten doen.”

Ruud werkt nu op het industrieterrein van Amersfoort: “Eigenlijk zoek ik nog steeds een industriële ruimte waar ik voluit kan werken. Dat is lastig. Als ze horen dat ik ga lassen en hameren, haken verhuurders al gauw af. De ontwikkeling in mijn werk heeft veel te maken met die omstandigheden: de grootte en tijdelijkheid van mijn atelier dwingen me om lichter te werken. Qua gewicht moet het te dragen blijven en ik heb ook geen ruimte om een smidse in te richten.”

Woest genoeg?dscn0138

“Als ik eenmaal een nieuwe techniek ontwikkel kan de productie hard gaan. Zoals nu. Eerst beschilder ik houten platen met acrylverf. Ik gebruik verf die ik nog over had uit mijn beginperiode. De verf krijgt voorrang, ook omdat ik het schilderen niet zo goed onder de knie heb als het metaal. Als het schilderwerk woest genoeg is naar mijn zin, ga ik pas werken met metaal. Dan hamer en buig ik delen in en om het schilderwerk. Ik werk met koud metaal. Dat vind ik ook mooi, het metaal vangt zo van alle kanten licht. Op Instagram staan de foto’s al, de website is nu in verbouwing. Daar kan je binnenkort ook een hoop zien.” En in Artishock natuurlijk.

Ruud Termijn, man van staal opent zaterdag 4 februari, 20:00u. Vanaf 20:30 JazzClub. Te zien tot 24 februari. Zondag 5 februari vanaf 14:30 is er Semi Prof Jamsessie. Ook dan is Ruud Termijn aanwezig. De toegang is gratis.

De expositie is te zien tijdens activiteiten (zie www.artishock-soest). Daarnaast is Artishock open op: woe- en vrijdagochtend van 10-12 uur, maan- en woensdagavond van 19.15-20.15 uur. Verder in overleg: 06 25586354.

Uitnodiging: Literair-muzikale zondagmiddag in Artishock

Uitnodiging: Literair-muzikale zondagmiddag in Artishock

Onlangs publiceerde de Soester dichter Palescue een bundel onder de titel “Weg is altijd ergens.” Zondagmiddag 11 december vindt in Artishock de presentatie plaats onder toeziend oog van Jan Visser, nestor van de plaatselijke dichtkunst. Daarnaast treedt de dichter op met twee muzikanten: Semmy Prinsen (saxofoon) en Kamal Hors (ud, arabische luit). Na de pauze kunnen aanwezigen eigen gedichten voordragen, of gedichten van anderen. Ook dan is er live muziek.

cpresentatie-1Semmy Prinsen, tenorsaxofonist, is bekend als jazzmuzikant en organisator. Hij is ook actief als DJ ‘Play it again Sem’. Met originele draaitafels uit de 40-er jaren draait hij 78 toeren platen vanuit een bakfiets. Kamal Hors is een professioneel muzikant, zanger en componist die vooral bekend is door zijn projecten met ensemble Windstreken, waarmee hij ook optrad in het  tv-programma Vrije Geluiden.

Jan Visser is medeoprichter van Artishock in 1967, de Stichting Literaire Activiteiten Soest (SLAS) en van het Cultuurplatform Soest. Van 1990 tot 1994 was hijwethouder van Ruimtelijke Ordening en Kunst. Bovendien publiceerde bij verschillende uitgeverijen tien poëziebundels.

Poëzonmuziekmiddag

De schrijversnaam Palescue is een anagram voor Cees Paul. Hij zegt: ”Natuurlijk vind ik het spannend om mijn eigen gedichten te presenteren. Maar ik ben vooral trots dat ik door die mooie muziek van Kamal en Semmy heen mag praten.”

palescue_polaroiddscf8821
Foto: Katja Sobrino

Wat heb je voor ogen met deze zondagmiddag vol poëzie en muziek?

“Een echte Poëzonmuziekmiddag, of is het Poëmidmuzondag? Ik hoop op een soort festivalsfeertje. Er komen in ieder geval een paar interessante gasten. Bassist Jeroen de Valk komt met gitarist Peter Smit muziek maken, en ook teksten voordragen. En helemaal vanuit Groningen komt Hubert Klaver een paar columns voorlezen. Die man is zó grappig. Wellicht ook dat de dorpsdichter, Kond le Bisck, acte de présence geeft. En er is ruimte voor iedereen die langs komt en wat wil voordragen.”

Waar gaat je dichtbundel over?

Palescue: “Het is een selectie. De ondertitel is dan ook: “Titel 2: Verzameling uit de gele ordner.” Die gele ordner is de tweede die ik heb gevuld. Inmiddels ben ik met de vierde bezig. Maar ik heb niet echt een vast thema. Het gaat soms letterlijk over Iets en Niets. Over van alles en nog niks. Poëzie is niet alleen een verhaal, het ook een kwestie van klank en ritme. Het is niet voor niets dat ik graag optreed met muziek.”

“Weg is altijd ergens Titel 2: Verzameling uit de gele ordner”  ISBN: 978-94-022-2944-8 Prijs: € 15,99 (inclusief verzendkosten) Te koop bij de presentatie en bij Cigo Peperzak (Van Weedestraat), Libris boekwinkel Van de Ven (Soest Zuid) en in de webwinkel van Uitgeverij Boekscout.

Artishock zondag 11 december, 15:00-17:00u., Steenhoffstraat 46a, Soest. Toegang gratis. Een bijdrage in de kosten wordt gewaardeerd.

‘Tussen fantasie en werkelijkheid’

‘Tussen fantasie en werkelijkheid’

Inette Wagenaar gebruikt als kunstenaar de fotografie om verhalen te vertellen. ‘Storytelling’, verhalende fotografie, is een stroming waarvan ze erg gecharmeerd is. Gedurende de maand december laat ze in Artishock zien dat ze ook een eigen kijk heeft op landschapsfotografie en zelfportretten: ‘selfies’ zonder gezicht.

“Bijna een jaar geleden heb ik in Frankrijk een huis bezocht. Het was verlaten, maar alles lag er nog, vergaan en in puin. Daar ben ik een verhaal over gaan maken, gaan uitzoeken wie daar woonde. Dat bleek een vrouw te zijn, Jeanette. Ik heb ontdekt dat ze in 2006 is overleden. Ze heeft ook een tijdje met haar broer Norbert daar gewoond. Blijkbaar hield ze van koken en kleren naaien, want ik vond boekjes met recepten en allerlei naaipatronen. vk1611_inette-in-atelier_eigen-fotoIn Artishock zal ik veel laten zien van het verhaal ‘Jeanette’: zwart-wit foto’s waar ik zelf in figureer als Jeanette en een aantal kleurenfoto’s van wat ik daar zoal aantrof.”

Verhaal

“Een ander verhaal, meer abstract, gaat over loslaten. Eigenlijk gaat het over klei. Voordat ik serieus met fotografie begon heb ik veel geboetseerd. In De Kleibos in Groningen zie je nog de greppels in de grond waar in de Middeleeuwen klei werd verzameld voor kloostermoppen, bakstenen. Als ik dat zie groeit er weer een verhaal in me. Ik heb van diezelfde klei een beeld gemaakt en gefotografeerd hoe het uit de klei verrees en weer terug naar
de natuur ging. ‘Storytelling’ in de fotografie is wel mijn ding. Je werkt in series, vertelt een verhaal, maar er zit meer fantasie in dan in een documentaire.”

“Op dit moment ben ik bezig met zelfportretten. Het is ook een onderzoek naar zelfportretten in de fotografie. Het zijn zelfportretten waar ik zelf niet of nauwelijks op sta. Uiteindelijk wil er 9 maken. Ik maak er ook een paper over voor mijn opleiding Creative Photographic Design. Die volg ik vooral voor de verdieping en de kunstgeschiedenis. Daarvoor heb ik de Fotoacademie in Amsterdam gedaan. Daar werd meer de creatieve kant benadrukt.”

Spanning

“Als kind was ik al bezig met experimentjes in de donkere kamer op zolder. Een foto moest van mij toen al nooit precies zo zijn als de werkelijkheid. Pas in 2010, toen ik een nieuwe camera kocht, werd het serieus. Toen heb ik eerst bij Fotogram alle cursussen gedaan waarna ik overstapte naar de academie. Inmiddels heb ik wel een bepaalde zekerheid opgebouwd om kunst te maken met fotografie als medium. Als ik bij voorbeeld landschappen maak, moet er altijd beweging in zitten. Een strak scherp landschap heeft geen spanning, vind ik. Ik zoek de grens op tussen fantasie en werkelijkheid.”

Inette Wagenaar: Tussen fantasie en werkelijkheid opent zaterdag 3 december, 20:00u. Vanaf 20:30 JazzClub. Te zien tot 28 december 2016. Zondag 4 december vanaf 14:30 is er Semi Prof Jamsessie. Ook dan is Inette aanwezig. De toegang is gratis.

De expositie is te zien tijdens activiteiten (zie www.artishock-soest). Daarnaast is Artishock open op: woe- en vrijdagochtend van 10-12 uur, maan- en woensdagavond van 19.15-20.15 uur. Verder in overleg: 06 25586354.

1610_inette-wagenaar_3luik-1

Octade

Octade

Het interesseert misschien niemand ene reet, maar ik heb een nieuw gedicht gemaakt. En passant heb ik daarbij een nieuwe versvorm uitgevonden. De Octade, een binair poëem: 1 gedicht met 4 lettergrepen per regel waarbij twee gekoppelde regels worden verdubbeld tot vier per couplet.

(lees verder onder het gedicht)

Octade

Door de dagen
verder / terug
voor de dagen
uit en thuis

door de dagen
gaan en komen
voor de dagen
die nog resten

door de dagen
die nog slapen
voor de dagen
die ontwaken

door de nacht en
de dag ervoor
het dagen voor
en na de dag

door de dagen
voorbij de nacht
komt de droom langs
voor de dagen

door de dagen
maant het zonlicht
voor de dagen
het maanlicht aan

onder / tussen
vast geklonken
aan de kinken
in de kabel

alles beweegt:
wat stroomt staat vast
voor de nachten
door de dagen.

Palescue, september/oktober 2016

creëert een nieuwe versvorm:

In deze eerste octade worden acht verzen geplaatst met in totaal 128 lettergrepen, vier per regel. De regels zijn twee aan twee gekoppeld en vormen zo acht lettergrepen of één ‘byte’. Er zijn er twee per couplet. Het hele gedicht vormt dan 16 ‘byte’.

octade_20161021_2Een byte of octade is een ‘woord’ van acht bit, een combinatie van acht nullen en enen. Als we de, talige, lettergreep als binaire bit beschouwen, kan je zeggen dat in dit gedicht een stukje code is neergezet met twee tot de macht zeven lettergrepen (27= 128).

Met de standaard van acht bits per byte, zou het twee tot de macht acht 28 ofwel 256 lettergrepen worden. Dan zou het gedicht twee keer zo lang zijn en niet meer op één pagina (A4) passen, wat in de papieren wereld een soort natuurlijke grens is.

Het begon eigenlijk met het zinnetje ‘door de dagen.’ Dat spookte door mijn hoofd, vooral ’s nachts. Dan kon ik de slaap niet vatten en draaide het maar rond: “Dóór de dagen (één twee drie vier) / Vóór de dagen (één twee drie vier)…” Uiteindelijk schreef ik maar een paar associaties van vier lettergrepen op in klad. Van de week schreef ik ze in inkt en pixels om na wat puzzelen, strepen en bijschrijven tot deze tekst te komen.

De talige (on-)zinnen die er nu staan hebben, althans in mijn ogen, nog de schijn van een betekenis. De ‘ware betekenis’ van de code achter deze 16 byte aan 7-bits gecodeerde talige woorden is voor mij een raadsel. Je kan in principe elke letter terug vertalen naar hexadecimale bytes. De kans is groot dat er dan onzin uitkomt waar het systeem met een beetje mazzel van op tilt slaat: ***ERROR***

software_error

Uit Wikipedia:

Een byte is een binaire eenheid van informatie voor te stellen als een woord van een aaneengesloten rij van bits. De de facto standaard is dat een byte uit 8 bits bestaat. Het kan zijn dat vroeger, (jaren 60), er nog geen consensus was over de precieze definitie en ook verwarring met een (machine)woord ligt voor de hand. De moderne definitie van een byte is de kleinst rechtstreeks adresseerbare eenheid. Daarmee is de eenheid van informatie van een byte, hoewel tegenwoordig altijd 8 bits, afhankelijk van de gebruikte processorarchitectuur(hardware). ECMA, de internationale, private standaardenorganisatie voor informatie- en communicatiesystemen, gebruikt de frase “8-bit single byte”.

Om expliciet aan te geven dat men acht bits bedoelt, gebruikt men ook wel het woord octet (bij Philips octad (Engels) of octade (Nederlands)). Mogelijk werd de term byte vermeden omdat het intellectuele eigendom was van IBM.

Meestal wordt de waarde van een 8-bits byte weergegeven als twee hexadecimale cijfers; daarbij wordt de byte opgesplitst in tweemaal vier bits; een groep van vier bits heet een nibble (bij Philips tetrad of tetrade). Het woord ‘byte’ is een aanpassing van het woord ‘bite’ (hapje) om verwarring met bit te voorkomen. Het is bedacht door Werner Buchholz in 1956 tijdens de ontwikkeling van de IBM Stretch-computer. Het woord duidt op een ‘hapje’ vol bits. Het woord ‘nibble’ heeft dezelfde etymologie.

 

 

‘Dita en haar Soester mannen’ hangt in Artishock

‘Dita en haar Soester mannen’ hangt in Artishock

Dita Valkenet wilde oudere mensen schilderen. Het werd een serie van 23 mannen, allemaal bekenden van haar. “Ik vind koppen mooi; de kennis, de levenswijsheid die in zo’n gezicht zit.” Zaterdagavond opent haar expositie in Artishock. Dan onthult ze ook het laatste portret dat de serie compleet maakt.

Dita vertelt hoe ze portretschilder is geworden: “Mijn vader was onderwijzer. Op de lagere school had je van die grote schoolborden met zijflappen. Daar maakte hij hele taferelen op met krijt, zo uit de losse pols. Dat was zijn trots en ik vond het ook heel mooi. Ik heb hier thuis één schilderijtje van hem, een winterlandschap met knotwilgen, en volgens mij is dat het enige schilderij dat hij ooit gemaakt heeft.”

“Ik tekende altijd, zeker vanaf de middelbare school. Ik heb ook veel met inkt gewerkt, maar in 2007 ben ik voor het eerst in olieverf gaan schilderen. Ik nam toen lessen bij Peter van Oostzanen in de Kunstkeuken. Na een jaar dacht ik: waar wil ik me nu echt in vastbijten? Ik was een beetje doelloos bezig met schilderen en wilde wel iets met een betekenis. Sindsdien heb ik vrijwel alleen maar portretten gedaan. Maar van huis uit ben ik meer tekenaar. Dat zie je nog altijd in mijn werk. Ik ga ook al jaren met veel plezier naar de tekenclub in Artishock.”

Ontwikkeling

De afspraak om te exposeren in Artishock is meer dan een jaar geleden gemaakt. Sinds die tijd is Dita vrijwel dagelijks bezig geweest om deze speciale serie te maken. Ze vertelt: “Ik begon met Herman Joosten. Die heeft zo’n mooie kop. Ik heb van iedereen zelf foto’s gemaakt en vroeg telkens of ze een beetje ironisch wilden glimlachen. Dan maak ik een serie en zoeken we samen de leukste foto uit. Dat kan er ook één zonder glimlach zijn. Ze moeten zichzelf er wel in herkennen. Ik geloof niet zo in het ‘te pakken krijgen van de ziel’. Ik probeer gewoon duidelijk iemand neer te zetten.”

“Ik ga de schilderijen ophangen in de volgorde waarin ik ze gemaakt heb, omdat ik een verandering zie. Of het een verbetering is weet ik niet, maar ik ben minder minutieus gaan schilderen. De latere koppen zijn, denk ik, meer in vlakken gemaakt. Aan de laatste vier moet nog wat gebeuren. En, kijk, van de week zag ik ergens dit portret – dat zijn alleen maar vlakken die toch een prachtig portret vormen. Die kant wil ik graag op.”

Met die laatste vier portretten gaat Dita later die dag naar Annemiek van den Bedem in Amersfoort. “Toen ik daar lessen ben gaan volgen stond ik er versteld van hoe snel ze dingen bij mij kan verbeteren.” Daarvoor heeft ze dus lessen gevolg bij Peter van Oostzanen in Atelier Kunstkeuken te Soest, maar ook bij de Gooise Academie voor Beeldende Kunsten in Laren, Humphrey Bennett in Baarn en bij Ellen Groenendijk toen Artishock nog Stichting Artishock was.

Dita en haar Soester mannen opent zaterdag 5 november, 20:00u. Vanaf 20:30 JazzClub. Zondag 6 november vanaf 14:30 is er muziek van Semi Prof Jamsessie. Ook dan is Dita aanwezig. De toegang is gratis. De expositie is te zien tijdens activiteiten (zie www.artishock-soest). Daarnaast is Artishock open op: woe- en vrijdagochtend van 10-12 uur, maan- en woensdagavond van 19.15-20.15 uur. Verder in overleg: 06 25586354.

Extra’s bij de bundel

Extra’s bij de bundel

Sinds kort is mijn bundel ‘Weg is altijd ergens, Titel 2: Verzameling uit de gele ordner’ digitaal te koop en wel via deze link. Je kan het natuurlijk ook via mij kopen. Ik heb zonet een doosje besteld om door te verkopen, misschien wel aan jou. Je krijgt er dan optioneel een pretpakket van signering en persoonlijke overhandiging bij.

De gele ordner is de tweede die ik heb gevuld, tussen circa 1990 en 2006. Ongeveer tientitelgedicht jaar daarvoor begon ik mijn werk te verzamelen in een antieke, grijze ordner. Een selectie daarvan verscheen in 1994 als ‘Caesar’s Paleis’, zeg maar Titel 1. Om het verhaal rond te maken heb ik een paar van die oudere, en nieuwere,  gedichten overgenomen in deze bundel. Er is nog genoeg moois over – een nieuwe bundel met ouder werk verschijnt hopelijk later.

De afgelopen tien jaar heb ik een derde, witte ordner volgeschreven en vandaag de dag verzamel ik teksten in een blauwe. Ook hieruit hoop ik in de toekomst een selectie te laten verschijnen. Bij de samenstelling van deze bundel heb ik me niet alleen beperkt in de tijd, maar ook in de lengte van de teksten. De langere teksten zijn ook inhoudelijk anders, meer poëtisch proza. Misschien moet daar ook maar een apart bundeltje van komen…

De tekeningen in Weg is altijd ergens zijn overigens jonger dan de gedichten, met uitzondering van die bij het titelgedicht op pagina 43. De tekening is, net als de overige, los van de tekst gemaakt en verbeeldt ‘een palescue aan de wandel’. Toen ik de figuur Palescue uitvond was het in eerste instantie een soort stripfiguur.

Het laatste gedicht uit de bundel is ‘Eigendunk.’ Met de webcam ziet het er zo uit op YouTube:

Ook van ‘Koude kermis’ heb ik een filmpje gemaakt. Zelfde opstelling, andere aanpak. Met muziek, jawel:

Over

Toen de gele ordner vol was had ik al een eerste versie gemaakt. Gewoon, een selectie thuis  netjes opgemaakt, uitgeprint en in een plastieken snelhechter gedaan. Nadat de daaropvolgende ordner vol was vond ik dat het tijd werd voor een echt boekje. Eerder had ik wel boekjes in eigen beheer gemaakt. Een hoop gedoe. Ik ging dus insturen. Van de ‘grote namen’ hoorde ik niets of ik kreeg een afwijzing.

Dan maar POD – Printing On Demand. Da’s gratis, da’s goed. Uitgeverij Boekscout had daar wel zin in. Uit de beoordeling van het manuscript dat ik instuurde:

De titel wekt meteen mijn interesse en bij het eerste gedicht weet ik het al: deze bundel wil ik helemaal lezen. Je speelt met woorden op een manier die laat doorschemeren dat je kennis van taal en een uitgebreid vocabulaire bezit. De diepere lagen in de gedichten doen de lezer stilstaan en nadenken bij wat hij zojuist gelezen heeft. Prachtig zijn de net niet kloppende bewoordingen die zoveel sfeer en herkenning oproepen, zoals bijvoorbeeld: ‘de kamerplanten zijn bijna / nog steeds niet dood’ of ‘van jou haat ik het liefst’. Deze bundel zal eenieder die van taal houdt blij verrassen en eenieder die op zoek is naar goede poëzie vergenoegen. Ik weet zeker dat ik, wanneer deze bundel eenmaal in mijn boekenkast staat, de gedichten van tijd tot tijd nog eens met plezier door zal lezen, en dat ik dan alsnog taalkundige pareltjes tegenkom die me eerder niet waren opgevallen. Ik neem mijn hoed voor je af.

-Marjet

Opmerking:
Wel hebben we één aanbeveling: er staat één Engelstalig gedicht in de bundel. Voor de continuïteit is het wellicht mooier om het enkel bij Nederlandstalige gedichten te houden.

Het was dus vrijwel klaar, dacht ik. Maar ik haalde niet alleen dat Engelstalige gedicht eruit, ik herzag de hele selectie, ging de hele map weer van achter naar voren doorspitten. Ik wijzigde kleine dingetjes en vond steeds meer kleine imperfecties in de opmaak. De cover was natuurlijk ook nog een dingetje. Uren mee bezig geweest. En ik wilde er tekeningen bij. Oude tekenboeken en bestanden doorgebladerd, ingescand, aangepast en in de tekst gepast.In Word, want Boekscout wil een manuscript in Word.

Toen ik de eerste ‘proefdruk’, een PDF in de mail terugkreeg zag ik een andere cover, een andere letter, een andere bladspiegel en een andere indeling. Na verschillende mails en een telefoongesprek ziet het er ongeveer zo uit als in het begin. Alleen waren de gedichten wel wat verschoven. De Inhoudsopgave heb ik wel telkens aangepast, maar de verwijzingen in de verantwoording, door mij Extra’s genoemd klopte niet meer.

Blurb

Daarom maakte ik een inlegvelletje: Errata in Extra’s.

Natuurlijk ging ik met het boekje ook naar de plaatselijke boekhandel. De mevrouw van de boekhandel wilde wel een exemplaar neerleggen, dan zou zij het bestellen voor eventueel geïnteresseerde klanten. Ze wilde er dan wel een blurb  bij en liet een paar voorbeelden zien van andere lokale helden die een boekjes hadden gemaakt: een A4-tje met wat extra informatie.

Blurb ken ik als een literair tijdschrift van vroeger, waar Simon Vinkenoog aan werkte, maar oorspronkelijk is het een promodingetje bij een creatief werk. Inmiddels is er ook een platform wat zo heet waar je zelf boeken kan maken.Dat heb ik gemaakt en inmiddels samengevoegd met de Errata en een extra gedicht, in handschrift.

Als je het boekje hebt gekocht zonder blurb kan je het hier donwloaden en uitprinten. Mij lukt het nu even niet er een goeie print van te maken maar dat ligt vast aan mij, en het late uur. Op het scherm ziet het er in ieder geval mooi uit.

De foto boven dit artikel is overigens niet genomen in de officiële boekwinkel maar in de tabaks-/gift- en boekenshop Cigo Peperzak. Mark & Georges (vader en zoon) Peperzak waren zo vriendelijk mijn boekje een topplek in de winkel te geven, tussen twee prachtig toepasselijke titels en boven Saskia Noort. Wat wil een mens meer?

Bestel moar bestel moar bestel moar

Palescue: Weg is altijd ergens, Titel 2, Verzameling uit de gele ordner 

ISBN: 978-94-022-2944-8.

Prijs: € 15,99 (inclusief verzendkosten, via Uitgeverij Boekscout, 2016)

Afgelopen zomer zijn ook losse gedichten gepubliceerd in verzamelbundels:
  • Zomerse poëzie, uitgeverij Heimdall ISBN: 978-94-91883-61-3. Publicatiedatum: 17 juli 2016; Verzamelbundel, e-book, Op het strand
  • Po-e-zine, No.13, juni 2016: 5 gedichten Over de bergen; Ruimte; Loos; December daargelaten; Geometrie-Soms; + tekening: Bo wie.
  • Poemtata, Bundel No.8, juni 2016 ‘Alles in Woordenland’; Ruimte

zomerse-poezie_cover

Aan de zomer

Aan de zomer

Deze zomer heb ik vooral veel niet gedaan. Grootse plannen waar weinig van terecht is gekomen, nieuwe wegen die ik links liet liggen. Toch is er wel het een en ander gebeurd. Meer dan ik dacht. Zo was ik vergeten dat ik mee heb gewerkt aan een verzamelbundel:

Beste Cees,

We hebben elkaar onlangs in Amersfoort gesproken tijdens de presentatie van Poëtisch Eemland.

We brengen binnenkort als experiment een e-book met poëzie uit. De bundel heet Zomerse poëzie, kost 2,5 euro en is een verkapt protest tegen de hoge handelskorting die boekhandels krijgen bij gedrukte boeken. Maar liefst 42 procent. Uitgever en auteur moeten het na aftrek van kosten met 15 procent doen.

Ik heb nog ruimte voor een zomers gedicht van je, als je geïnteresseerd hebt.

Hoor het graag.

 

Hub Dohmen
Uitgeverij Heimdall

Eigenlijk wist ik me deze mail nog wel te herinneren en ook dat ik wat heb teruggestuurd. Maar dat er inderdaad een e-boek is uitgekomen was me ontgaan. Terwijl ik toch een kortingscode had ontvangen om het boekje gratis te kunnen downloaden. Zonet heb ik dus netjes betaald om mijn eigen gedicht terug te zien. En de andere 48 pagina’s.

Het ziet er mooi uit. Telkens één bladzij gedicht naast een pagina beeld. In mijn geval het gedicht ‘Op het strand’ en de tekening die ik vaak als profielfoto gebruik. Daarom hierbij de link om voor een knaak een mooi aandenken aan de zomer van ’16 te downloaden.

Original: Die Dreigroschenoper

Door Kenza Koutchoukali

De Dreigroschenoper onbekend? Grote kans dat Mack the knife je wel iets zegt. Berlijn, de jaren twintig. De stad had een aantrekkingskracht waar weinig kunstenaars zich tegen konden verzetten: Salvador Dali, Pablo Picasso, Marlene Dittrich. Het was het culturele epicentrum van de wereld en trok een scala aan artiesten, genres en humoristische […]

via Een kraker van een nummer uit een onbekend werk — Lambo blogt

Pinhole fotografie van Katja Sobrino: schilderen met tijd en licht

Pinhole fotografie van Katja Sobrino: schilderen met tijd en licht

Katja Sobrino maakt al 25 jaar bijzondere foto’s met een bijzondere techniek. Haar camera is namelijk niets meer dan een houten doosje, met een groot negatief aan de achterkant en een speldenprik aan de voorkant om te belichten. Vandaar de naam ‘pinhole’ fotografie. Na enkele groepstentoonstellingen heeft ze komende maand in Artishock haar eerste solo-expositie.

Vroeger woonde er een gezin boven station Baarn. Nu zijn er vier atelierruimtes in de voormalige woning in het rijksmonument. Fotograaf Katja Sobrino is in één van de ateliers al dagen bezig met iets nieuws. Ze vertelt: “Deze foto heb ik ’s nachts gemaakt in mijn tuin. Het is een krentenbloesem. Het rood is van een lampje. Tijdens de belichting ben ik gaan schilderen met dat licht. Als ik eenmaal een goed negatief heb kan ik altijd meerdere afdrukken maken. Nu ben ik voor het eerst op het eindproduct gaan tekenen. Zo wordt het een unicum. Ik ben nog niet tevreden, maar het eindresultaat laat ik in Artishock zien.”

“Een uitleg over techniek komt ook op de expositie. Ik merk dat mensen het fijn vinden om te weten wat ze zien. Eigenlijk is dat onzin. Het beeld moet gewoon mooi zijn. Laatst kwam op een expositie een vrouw op me af die zei: “Je moet toch eens een andere camera kopen. Alles is onscherp.” Een goedbedoeld advies, maar het is precies het effect wat ik wil bereiken. Met dit doosje zie je alles even scherp, of onscherp. Er is geen focus, je ziet de werkelijkheid zoals die echt is. Het menselijk oog en de lens op een camera focussen zich op een bepaald punt. Ik heb ook geen zoeker. Ik weet inmiddels hoe ik moet mikken, maar de uitkomst is altijd een verrassing omdat ik het zelf niet zo kan zien.”

Niets bewerkt

“Door dat kleine gaatje is een lange belichtingstijd nodig. Zo kan ik spelen met het licht, en met de tijd. Je legt eigenlijk de tijd vast. Maar het blijven stilstaande beelden, mijn foto’s zijn geen verhalen. De tijd is ondergeschikt aan het onderwerp. Voor mijn onderwerpen kijk ik gewoon rond in de omgeving. Daarbij ben ik een fan van stromend water.”

lavaspinbklein-001Veel foto’s zijn in het buitenland gemaakt. Katja: “Toen ik met pinhole-fotografie begon was er nog geen Photoshop. Toen dat opkwam konden mensen denken dat een simpel trucje is. Dat het meerdere negatieven door elkaar zijn. Maar ik bewerkte dus niets – alle foto’s waren puur in de camera gemaakt op één enkel negatief. Ik heb toen een tijd alleen foto’s gemaakt op vakantie. Niet dat het vakantiekiekjes zijn. Daar zijn de negatieven die ik gebruik ook te duur voor.”

“Ik ben altijd lang bezig met het zoeken naar een mooie plek voor een pinhole-foto. Soms ontdek ik ook nieuwe afbeeldingen in mijn oude contactafdrukken. Misschien omdat ik oudere ogen heb gekregen. Alhoewel, mijn ene oog lens is nog nieuw. Ik heb laatst operatief een nieuwe lens gekregen. Het oude oog is verweerd door de UV-straling. Daar zie ik meer oranje mee, met het nieuwe oog zie ik meer blauw. Maar in de loop der tijd ga je sowieso anders leren kijken.”

“Jarenlang hebben maar een handvol mensen kennis kunnen maken met mijn werk. Tot newzealand1een goede vriendin van mij, Angeli Mulders, die ik al dertig jaar ken, mij vroeg om mee te doen met een groepstentoonstelling in Het Koetshuis, hier in Baarn. Daarna hebben we ook in De Speeldoos geëxposeerd. En nu mijn eerste solotentoonstelling.”

“Ik ben ooit begonnen met binnenfotografie. Dat wil ik ook wel weer doen, maar dan moet je alles zelf bouwen. De natuur heeft al schoonheid van zichzelf. Voor deze expositie ben ik in het Baarnse Bos en mijn eigen tuin gaan fotograferen.”

Katja Sabrino’s Pinhole Fotografie opent zaterdag 1 oktober, 20:00u. Vanaf 20:30 JazzClub. Zondag 2 oktober vanaf 14:30 is er muziek van  Jazzsessie Plus. Ook dan is Katja aanwezig De toegang is gratis. Kijk voor meer foto’s van haar werk op http://katjasobrino.nl

De expositie is te zien tijdens activiteiten (zie www.artishock-soest). Daarnaast is Artishock open op: woe- en vrijdagochtend van 10-12 uur, maan- en woensdagavond van 19.15-20.15 uur. Verder in overleg: 06 25586354.

(c) Cees Paul.

Foto’s: Katja Sobrino. Foto boven: Lavaspin. Onder: New Zealand

 

 

‘Terugblik’ Nadjezjda – over Pandora’s Box en Nabokov

‘Terugblik’ Nadjezjda – over Pandora’s Box en Nabokov

Zaterdag 3 september opent in Artishock de expositie ‘Terugblik’ van Nadjezjda van Ittersum. Hierin wordt duidelijk dat deze kunstenares de afgelopen zestig jaar meer heeft gemaakt dan de bekende keramische beelden van ‘pronte tsarina’s’. Tijdens de opening zien we een aantal andere, grotere beelden. De rest blijft ook na het weekend: een doos van Pandora vol kleur en vorm, humor en fantasie.NadjezdaMetWerk_10_15

‘Pandora’s Box’ is ook de titel van een serie presentaties in plexiglas waaraan ze langere tijd heeft gewerkt. Nadjezjda vertelt: “De titel is ontleend aan de Griekse mythologie. Zeus stuurde Pandora naar de aarde met een doos die ze niet open mocht maken. Dat deed ze wel, met slechte gevolgen. Alles verdween, alleen de hoop bleef over. Zelf ben ik geboren in de hongerwinter. Mijn ouders hoopten dat de oorlog snel voorbij zou gaan en noemden mij Nadjezjda, dat betekent ‘hoop’. Dat vind ik wel weer een grappige link. Ik zie ook dat mensen blij worden als ze naar mijn werk kijken. Ik word er zelf ook blij van. Het is heel licht, letterlijk: ik gebruik geen zware materialen. Ja, die tsarina’s wegen wel wat. Ik maak ze nu ook kleiner, dat scheelt een hoop gesjouw.”

Nadjezjda begon al jong met tekenen en schilderen en volgde in de jaren ’60 de Koninklijke Academie van Beeldende Kunst in haar geboorteplaats Den Haag. Nadjezjda vertelt: “Eerder heb ik ook wel serieuze aquarellen gemaakt, maar die passen niet zo bij de rest. Mijn oudere abstracte schilderijen wel, maar het moet ook weer niet te vol worden. In Artishock heb ik ook veel etsen en zeefdrukken gemaakt. Het lijkt me wel leuk daar iets van op te hangen.”

WerkNadjezda_10_15Haar woning is zelf ook een soort doos van Pandora: de kunst komt uit alle hoeken. Zoals dit werk in het atelier: een assemblage van een stoel, balletschoentjes en ornamenten van bewerkt papier: “Het is ook een beetje recycling art. Voor dit soort werk gebruik ik meestal oude tekeningen,” zegt Nadjezjda. “Alhoewel je het niet altijd ziet, gebruik ik vaak straatvondsten. Dat dateert uit de tijd dat ik van niets iets moest maken. Ik had geen rooie cent. Gelukkig heb ik veel fantasie. En ik wil het altijd uit mezelf laten komen – niet iets namaken wat ik bij iemand anders heb gezien. Daarnaast ben ik ook wel perfectionist.”

Nabokov en de tsarina’s

De ‘pronte tsarina’s’ waarmee Nadjezjda bekend is geworden zijn beelden die geïnspireerd zijn op haar familiegeschiedenis. Haar overgrootmoeder en andere familieleden waren Russische hofdames. In huis staat een foto van een vrouw in rijk tenue. “Dat was de zus van mijn overgrootmoeder. Die heette ook Nadjezjda, prinses Von Sayn-Wittgenstein. Ze is gekleed voor het bal – in een bojarenpak, bekleed met pareltjes. Van mijn overgrootmoeder zelf heb ik geen foto’s, althans niet in een dergelijk tenue.Print 20x25 cm

Mijn grootvader, Dmitri de Peterson, verhuisde als laatste consul van de tsaar vanuit Sint Petersburg naar Nederland. Door de Revolutie van 1917 kon hij niet meer terug en verviel het gezinsinkomen. Mijn grootmoeder ging toen jurken maken om te verkopen aan de rijkere Rotterdamse dames.”

Nadjezjda zoekt een boek: “Ik moet het hier nog ergens in huis hebben. Er staan foto’s in van een landgoed van die Russische familie. ‘Batova’ heette het landgoed, het was van mijn overgrootmoeder. Alle zussen kregen een landgoed, als een soort bruidsschat, denk ik. Mijn grootvader heeft ook op dat landgoed gewoond. De schrijver Vladimir Nabokov kwam er ook. Hij was namelijk een neef van mijn overgrootmoeder Nathalia, zij was ook een Nabokov. In zijn roman “Speak Memory” beschrijft Vladimir het dagelijks leven van de familie heel beeldend.”

“Maar goed, op een dag werd ik gebeld door een man die ik helemaal niet kende. Die man had dat boek gevonden op een vlooienmarkt in Den Haag. Via een bureau voor genealogie is hij toen bij ons uitgekomen. Hij is het hier aan de deur komen brengen. Een beetje vreemde man, met zwarte handschoenen aan, die hij binnen ook niet uit deed. Later heeft hij zelfmoord gepleegd…Ik word gek van mezelf – het moet hier in huis zijn. Het origineel Vladimir Nabokov by Gunsmithcat on deviantARTis naar het Nabokov Museum in Sint Petersburg gegaan. Naar aanleiding van dat boek heeft mijn vriend meteen contact gezocht en daar waren ze ook geïnteresseerd in mijn werk. Zodoende kon ik daar mijn Tsarina’s en de installatie “Family Tree” exposeren. Dat was in 2007. Ik werd daar met alle égards ontvangen. Nabokov is daar echt een held en ze vonden dat ik erg op hem leek. Ik ben zelfs op de Russische Nationale Televisie geweest.”

 

Terugblik opent zaterdag 3 september, 20:00u. Vanaf 20:30 JazzClub met Job Helmers Invites.

Zondag 4 september vanaf 14:30 is er ook muziek: Jazzsessie Plus, o.l.v. Antoinette van Nievelt. Ook dan is Nadjezjda aanwezig De toegang is gratis.

Kijk voor meer foto’s, filmpjes en achtergrond ook eens op www.nadjezjda.nl

De expositie is te zien tijdens activiteiten (zie www.artishock-soest). Daarnaast is Artishock open op: woe- en vrijdagochtend van 10-12 uur, maan- en woensdagavond van 19.15-20.15 uur. Verder in overleg: 06 25586354.

Natuurlijk doet Artishock ook mee met de Atelierroute Kunstlint in het weekend van 17/18 september tussen 12:00 en 17:00u.

 

Het Verhaal van De Titel

Het Verhaal van De Titel

Alles is maar net het verhaal dat je ervan maakt. Stel: je ziet een vreemd wezen. Je herkent iets in de verschijning en noemt het een olifant. Je herkent een zweem van de kleur en noemt het roze. Je zegt dat ik een roze olifant heb gezien. Maar het eigenlijke verhaal is dat ik een delirium heb en aan waanvoorstellingen lijd. De wereld is onbetrouwbaar en keert zich tegen je. Je lichaam trouwens ook. Het beeld van de roze olifant maakt het beheersbaar. Je kan erom lachen en dat is een eerste stap naar herstel.

De mens schept samenhang, ook waar die niet is, door er een verhaal van te maken. Neem je eigen leven: een tamelijk toevallig samenraapsel van keuzes en gebeurtenissen maar voor jezelf maak je er verhaallijnen in. Je kan het navertellen en daardoor lijkt er een logische samenhang te bestaan. Voor veel mensen is hun eigen verhaal zelfs van een onontkoombare logica – het heeft zo moeten zijn.

Wetenschap: proefondervindelijk meten is zeker weten, zuiver objectief et cetera, jaja. Het resultaat van meten is een reeks cijfers of andere symbolen, die overigens niet zuiver objectief tot stand komen, maar altijd door een subject worden waargenomen, genoteerd in een bepaald patroon en dan worden geïnterpreteerd .

Werken van Ben Joosten (1931-2013)
Werken van Ben Joosten (1931-2013)

Het wetenschappelijk discours bestaat er nu uit die symbolen in een logische rij te zetten en te duiden, kortom, er een verhaal van de maken. Symbolen zijn nog geen data, data is nog geen informatie, informatie is nog geen kennis, kennis is nog geen wetenschap, wetenschap is nog geen wijsheid. De wijsheid ligt in het verhaal.

Je kunt een heleboel keer waarnemen dat er een regendruppel van 1 milliliter valt op een gebied van een op een bepaalde lengte en breedte maar het punt is dat het regent – en het verhaal is dat daarmee de oogst gered is en een dreigende hongersnood voor dit gebied lijkt afgewend. En het verhaal is bijvoorbeeld ook dat van de waterkringloop op aarde. En zo zijn er nog ongeveer net zoveel verhalen denkbaar als we regendruppels telden, want als water bevinden wij ons in een kringloop van verhalen. We ontstaan uit, en dragen ons druppeltje bij aan een zee van verhalen.[i]

We hebben vanuit de evolutie een mooi stel zintuigen meegekregen maar we moeten goed beseffen dat die beperkt zijn en dat we de werkelijkheid die buiten die zintuigen bestaat niet kennen, althans niet kunnen meten…en dat de samenhang die we tussen waarneembare verschijnselen zien er niet noodzakelijkerwijs hoeft te zijn. Het is een verhaal over de werkelijkheid. We noemen het Theorie.

En theorieën uit het verleden, of het heden, bieden geen garantie voor de toekomst…

Wetenschap is een waargebeurd verhaal. En degene die het verhaal het best vertelt levert het paradigma, de overheersende theorie. Dit geldt niet alleen voor de zogenaamd zachte wetenschapstakken als geschiedenis en sociologie, maar ook voor natuur- en scheikunde, en zeker in de economische wetenschappen.

Logisch

U zegt “ik maak geen verhaaltjes, ik denk alleen logisch na.” Maar ‘Logica’ is een vaak onjuist gebruikt begrip. Vaak wordt retorica of ‘gezond verstand’ logica genoemd. Logisch nadenken en handelen is meestal niet anders dan platgetreden paden van vaste gewoontes en denkpatronen volgen. Nog niet zolang geleden was het ‘logisch’ dat dat vrouwen geen bankrekening of stemrecht konden hebben. In Tachtig Dagen de Wereld Rond was een fantasie – als we nu in 24 uur de wereld rondreizen, is ergens sprake van een vertraging.

Gevoel en emoties worden irreëel, niet logisch genoemd, maar zijn ook logisch te benoemen in het verhaal van neuronen en chemische processen wat zich in ons lichaam afspeelt. In onze hersenen ook ja, maar is ons hoofd dan geen lichaamsdeel? In het denken is niets onrealistisch. De beperking is alleen ons eigen hoofd en bij de uitvoering staan slechts wetten in de weg, en praktische bezwaren[ii].

De taal van de logica is niet retorica maar algebra en die heeft haar eigen schoonheid en verhaal. En ook in de wis- en natuurkunde geldt dat het mooiste verhaal de meeste overtuigingskracht heeft. Als verschillende berekeningen tot dezelfde uitkomst komen, wordt de voorkeur gegeven aan de meest heldere, transparante bewijsvoering. Bij het schrijven van computerprogramma’s zien we dit ook. Als verschillende programmeurs eenzelfde toepassing maken, zal het werk van degene die de meest elegante code schrijft, beter genoemd, en vaker gebruikt worden.

looproute
looproute

Wat maakt een reeks woorden (lijnen, tonen, beelden, symbolen) tot een goed verhaal? Het belangrijkste is dat er een spanningsboog is. Iedere volgende stap komt onontkoombaar vanuit de vorige. De tweede stap moet zogezegd ‘logisch’ volgen uit de eerste, maar hoeft niet voorspelbaar te zijn. Liever niet zelfs, want we willen een zekere spanning in het verhaal, en spanning ontstaat door de onverwachte combinatie van uiteenlopende elementen die desalniettemin ‘accoord gaan’, in harmonie zijn.

De verhaalvorm is het meest duidelijk in de kunsten, religie en filosofie. De beste muziek, de mooiste kunst, de meest geloofwaardige profetie, wordt niet gemaakt door de meest verbale, virtuoze instrumentalist maar door degenen die het instrument gebruiken als medium om hun verhaal te vertellen – een verhaal dat uit taal of toon, ritme en de persoon wordt gedestilleerd. In andere menselijke uitingen geldt, mutatis mutandis hetzelfde: we zoeken een medium en gebruiken de eigenschappen ervan in combinatie met de geestelijke en fysieke vaardigheden die we hebben meegekregen, die we met oefening hebben ontwikkeld, om een afgerond verhaal te maken dat door medemensen wordt begrepen.

Misschien is dat ook het enige doel: door medemensen te worden begrepen en geloofd – en zo opgenomen te worden in het verhaal van anderen, van allen.

De kern of boodschap van een verhaal kan verschillen, maar zal ook vaak hetzelfde zijn. Uiteindelijk is de boodschap vaak een variatie op iets wat we allang kennen: de schepping is mooi; de liefde is groot, de wereld is hard, en nog zo wat wijsheden die op een tegeltje passen.

Veel verhalen vertellen eigenlijk hetzelfde en zijn toch uniek door het gebruikte medium. De oorspronkelijke pianovertolking van Moessorgski’s “Pictures at an Exhibition” (1874) is anders dan die van een strijkkwartet of de orkestbewerking. Maar ik bedoel niet alleen de instrumentkeuze, of de gekozen kunstvorm: de schilderijen op de tentoonstelling zelf zouden je een heel ander, en toch weer hetzelfde verhaal vertellen.

Wat elk verhaal uniek maakt is het medium van de verteller zelf, in dit voorbeeld de man Modest Mussorgski. De tentoonstelling in kwestie was, bij voorbeeld, met werken van een goede vriend van hem (Viktor Hartmann) die vlak ervoor was overleden. Dat hoor je. En dat ze samen streefden naar Russische Kunst, ook dat verhaal hoor je.

photocollage
J.J. Cale. Photo: Jane Richey

De stem en de stijl van de verteller maken integraal deel uit van een goed verhaal. Ik bedoel, stel dat ik goed gitaar kan spelen, of iets minder goed, dan kan ik best een stuk van bij voorbeeld J.J. Cale naspelen – en zo zijn verhaal navertellen. Het wordt daarmee niet het mijne. De kracht van zijn muziek, het verhaal van zijn compositie, komt voort uit de persoon – zijn afkomst, opvoeding, lichamelijke eigenschappen en ervaringen hebben een handtekening gedestilleerd die zichtbaar is in al zijn uitingen. Het gaat inmiddels niet alleen meer over J.J. Cale. Persoonlijke eigenschappen, zowel aangeleerd als gegeven en gegroeid, vormen de stijl. En pas als je die kan samenvoegen met een ‘Boodschap van Algemeen Nut’, heb je een flinter waarheid, een vonkje wijsheid, een mooi verhaal.

Soms is het de toon, soms het ritme, soms de vorm van het verhaal – uiteindelijk bepaalt de mate waarin de onderlinge verhoudingen aansluiten of je overtuigd wordt door het Verhaal. En waardoor je komt tot een nieuwe, of vernieuwde, waarheid – groot of klein, kort of langduriger, roze of grijs.

Op het gevaar af in de hybris te verzeilen trek ik de verhaallijn nog even door: iets krijgt pas betekenis als het is ingebed in een verhaal. Een klinker heeft potentie zolang ‘ie wordt gebakken uit klei en ligt opgestapeld op een pallet, maar krijgt pas betekenis in een weg. Daarbij zijn verschillende wegen naar verschillende waarheden naast elkaar mogelijk. Dezelfde steen kan verschillende functies hebben. Zoals bekend vertellen verschillende getuigen behoorlijk uiteenlopende verhalen over precies dezelfde gebeurtenis. De waarheid is veranderlijk.

Je kan zeggen: ze bestaat niet, maar een goed verhaal bevat altijd waarheid. Misschien niet De waarheid, maar een deel ervan, zoals elke cel het volledig DNA bevat, en slechts zolang het organisme leeft, voor de duur van zijn verhaal.

Bestaat, in theorie of werkelijkheid, ook het Lied van Alles? Sommige verhalen, op schrift of in andere media, komen best ver. Zoals (bij voorbeeld en volgens mij) Jorge Luis Borges in “Het Schrift van de god (1949) waarin de formule voor Alles zichtbaar is in de vlekken van de vacht van een luipaard. Bestaat er, met andere woorden, op meta-niveau één allesverhalend verhaal, wat we met z’n allen telkens opnieuw proberen vorm te geven in onze uitingen?

Aldus sprak Palescue enkele woorden in Salon van de Wijsbegeerte, Artishock, Soest, september 2013.

Nootjes en Kwootjes

[i] Zie: Salman Rushdie, Haroun and the Sea of Stories (1990), of Rabbi David A. Cooper in God is een werkwoord, een mystieke visie op de kabbalá (God is a verb, Kabbala hand the practice of Mystical Judaism (New York, 1998) pag. 73:

“Het principe van de continue schepping, zonder begin of eind, is gebaseerd op de idee dat er een bron van het leven is die eeuwigdurend de energie uitstraalt die nodig is voor al het bestaande. Als deze bron van het leven zich ook maar een fractie van een seconde zou inhouden, zou alles meteen verdwijnen. Dat wil zeggen: de hele mensheid, de hele natuur, de hele schepping wordt van moment tot moment van kracht voorzien. Het is alsof de schepping een gloeilamp is die blijft branden zolang er stroom op staat. Op het moment dat we de knop omdraaien, gaat het licht uit.”

[ii] Uit Het Huwelijk vanWillem Elsschot (1910), al refereer ik hier evenzeer aan natuurwetten als aan juridische.

Het Huwelijk

Toen hij bespeurde hoe de nevel van de tijd

in d’ogen van zijn vrouw de vonken uit kwam doven,

haar wangen had verweerd, haar voorhoofd had doorkloven

toen wendde hij zich af en vrat zich op van spijt.

 

Hij vloekte en ging te keer en trok zich bij de baard

en mat haar met de blik, maar kon niet meer begeren,

hij zag de grootse zonde in duivelsplicht verkeren

en hoe zij tot hem opkeek als een stervend paard.

 

Maar sterven deed zij niet, al zoog zijn helse mond

het merg uit haar gebeente, dat haar toch bleef dragen.

Zij dorst niet spreken meer, niet vragen of niet klagen,

en rilde waar zij stond, maar leefde en bleef gezond.

 

Hij dacht: ik sla haar dood en steek het huis in brand.

Ik moet de schimmel van mijn stramme voeten wassen

en rennen door het vuur en door het water plassen

tot bij een ander lief in enig ander land.

 

Maar doodslaan deed hij niet, want tussen droom en daad

staan wetten in de weg en praktische bezwaren,

en ook weemoedigheid, die niemand kan verklaren,

en die des avonds komt, wanneer men slapen gaat.

 

Zo gingen jaren heen. De kindren werden groot

en zagen dat de man die zij hun vader heetten,

bewegingsloos en zwijgend bij het vuur gezeten,

een godvergeten en vervaarlijke aanblik bood.

 

Anemarie Estor geeft een cadeautje

Ze heet Annemarie Estor, en niet Oster, dat is een Nederlandse mevrouw. Estor is een Vlaamse, een hele madam, gelauwerd dichter, schrijver en eeuwig student, tegenwoordig in het Arabisch.

Het Vlaams is te horen als je haar leest. Dat bedoel ik positief, Vlaams is het Nederlands zoals God bedoeld heeft en Annemarie Estor geeft een gratis trip van haar mooie taal weg: Tafoukt, heet het en de tekening bij dit stukje is de voorpagina. Tafoukt klinkt Arabisch ja, Marrokkaans,  en ook dat is te horen als je het leest.

“Verzen om in te bijten” is de ondertitel van haar website, en ze schrijft prachtige gedichten, maar haar teksten zijn om te drinken, nee, om gulzig naar binnen te klokken. Ad fundum. Het is fantastisch, dope – zowel in straattaal als in de betekenis van hallucinerend, het is…:

De aluminiumhuishoudproductenkoopman begon heel zijn koopwaar uit te stallen,
van vergiet tot vlamverdeler, bovenop een zandberg, en de potten en pannen glommen magisch tegen de bubbliciousroze Toubkal. En toen knalde zijn blik als een donderbus mijn onderbuik in.

Tafoukt_titelpaginaVan die zinnen dus, van die woorden. en meer. En dat geeft ze ons zomaar cadeau, het is zomaar gratisch en printvriendelijk te downloaden van haar website. Er is nog veel meer, daar: gedichten, artikelen, essays…

Wat doe je hier nog? Hup – klik en lees.

MousePaint

MousePaint

MousePaint

Mousepainting is a more or less self-coined term. Actually, I don’t paint with the mouse. I make drawings by hand, usually in ink, with a fountain pen. Next I scan the drawing and add colour with MS Paint, because I am too lazy to use pencils or paint.

Sometimes it does not work, don’t know why. The little bucket just won’t spill it’s coloured pixels between the lines.

No worries (a bit though, I like colour), I go straight to the next step: open the picture in Picasa and adjust it as a photograph. Oh, Picasa is no longer supported by Google. So, now I try other free editors, like Photoscape,  to phuck the picture up.

Up till then, it’s all for free, but when it comes to printing I rather spend some extra  money. I have to be there and adjust the colours and frame, otherwise pieces and tones will be missing for sure. What you see on the screen is not always what you get.

Here are three pictures I made last night and today. In There you see the coluring from MS Paint. The other two are adjusted with Photoscape: Bird Leaves Frame and Closed 2 Open.

Deze diashow vereist JavaScript.

You can find other examples spread across my Palescue blog postings and on some other webpages.

I started this way around 2009. Doodling away during long telephone conversations I found that the picture in the end was sometimes worthy for keeps. I made prints at the local photography shop, also as a way of preservation. Other people than my girlfriend also turned out to like the colurful pictures (“like, yeah, a bit Cobra-ish”) and I’ve had the chance to exhibit them. Even sold a few of ‘em.

Although I can print the images ‘larger than life’ I usually stick close the original and at home I can scan A4, at a school nearby I can scan on A3 format.

Sometimes I have awkward discussions with artists about the pricing. They think I ruin the market by asking €50,- for an A4 or A3 sized picture. I usually say they are not unique, it’s a photograph, so I can’t ask much.

Actually, I never make more than one print at a time. And everytime I make another print of the same image, it turns out different.So, the theory of limitless reproduction does not really hold up. Besides that, the truth is I am too unknown, so with higher prices I would not sell at all.

Kijk, het zit zo…

Kijk, het zit zo…

eigenlijk is het heel eenvoudig: het is ingewikkelder dan je denkt. Maar ook eenvoudiger dan je misschien had bedacht.

Niet dat het zo simpel is als anderen zeggen dat ze denken. Dat weten die mensen zelf meestal ook wel. Maar je weet, voor een sluitende redenering moet je soms wat verwarrende bijzaken weglaten, nietwaar?

Niet waar. Niet als die bijzaken een ander perspectief uit het zicht plaatsen. Maar dat terzijde.

Dus, het is niet zo simpel als die man (m/v) in de kroeg roept. Je moet het niet zo zien als sommige populaire media onthullen, laten doorschemeren als ze zich zeggen af te vragen of…met een vraagteken? Maar je moet het wel weten. En wat die goed gearticuleerde maar minder genuanceerde gast in die talkshow beweert is ook niet waar, al klinkt het goed.

Pijlen 20160719_polaroidHet is niet (nooit) alleen maar de schuld van deze of gene mens of groep of van het ene of andere idee of begrip. Hij of zij of het kan wel een rol spelen, misschien wel een grote maar er is (altijd) meer. Een ander begrip of persoon, wat daar volledig los van staat, met een andere oorsprong en een ontwikkeling die niet eens in dezelfde richting hoeft te gaan. Al kan dat wel zo lijken.

En nee, er is ook weer niet zoveel meer dat we moeten spreken van een samenzwering. Dat wereldwijd complot bestaat niet. Een geheim spreidt niet wijder dan één persoon. Mensen zijn te egoïstisch en/of te stom om in groter verband voor langere tijd iets geheim te houden, laat staan Alles – de geopolitiek, de financiële wereldmarkten – ongezien te regelen.

Tijdelijke (monster-)verbonden van mensen en ideeën kunnen wel een tijdje functioneren, en altijd dankzij een omgeving die dat toejuicht en een wijdere omgeving die dat minstens toelaat. Maar die omgeving verandert, constant of uiteindelijk, en doorgaans betekent dat ook het einde van die specifieke groep / dat overheersende idee.

© Txt: I.P. Fisher. Beeld: Palescue. NL, juli 2016.

Manu Scriptu

Manu Scriptu

Wil je ook zo’n manuscript in huis, bij voorbeeld aan de muur?

Dat kan.

Handgeschreven met inkt op speciaal papier, gedateerd en gesigneerd, ingelijst naar wens en thuisbezorgd vanaf € 10,-

En natuurlijk kan het ook een ander gedicht zijn. Dit is een voorbeeld. Neem hier contact op voor alle wensen en mogelijkheden, zoals bijvoorbeeld een illustratie. Van dit gedicht zie je hier de uitgetypte versie met een tekening, ook van Palescue.

December...Manuscript_lijst

 

 

DigiTaal

DigiTaal

DigiTaal

Kaartjes werden uitgedeeld, met de uitnodiging vier regels te schrijven op het thema ‘computer’.

In café De Bolle Boel te Eindhoven, zondag 19 juni 2016 bij de presentatie van Po-E-Zine No.13.

Eigen Werk

Eigen Werk
artikel SoestNU2
Cees Paul citeert zichzelf en plaatst één van de zeldzame foto´s van Palescue uit eigen toestel. (SoestNu, 1 juni 2016)

 

Ter afsluiting van het seizoen bevat de maandelijkse expositie in de grote zaal van Artishock in de maand juni Eigen Werk. Dat wil zeggen: de mensen die de andere exposities hebben georganiseerd hangen eigen werken op. U ziet:

Magdalena de Coninck

Magdalena schildert hoofdzakelijk intuïtief. Ze maakt abstracties van de werkelijkheid of schildert haar visie op het verborgene. De spanning ligt in het  losschudden van voor de hand liggende realiteiten, in het bevragen en te voorschijn toveren van wat ze ontmoet in haar schilderij.

 Ze geniet zielsveel van de natuur. Gewoon stil kijken en zich eindeloos verwonderen. Hieruit ontstaat haar drang tot schilderen. In de eerste plaats is ze als schilder autodidact, maar ze had ook enkele jaren les van Gabriële Fäustle­Diller, (Baarns schilder) en van Carine van Gorp (Gooise Akademie voor Beeldende Kunsten te Laren).

Vaak zie je in haar schilderijen flarden terug van imaginaire landschappen, bewustwordingsprocessen of tref je stille getuigen aan uit een ver verleden. Niet zelden mysterieus of visionair. Maar soms ontstaat haar werk spontaan vanuit zin in kleur, in de zee, in vliegen of vanuit een dringende behoefte aan het oproepen van een bepaalde sfeer. Vaker gaat het om abstracties, zoektochten, droomwerelden, trances.

 Magdalena de Coninck is aangesloten bij de NABK (Nederlandse Associatie voor Beeldend Kunstenaars). Haar werk is opgenomen in collecties van particulieren en bedrijven. Ze is blijvend uitgenodigd om deel te nemen aan de Biënnale Internationale dell’Arte Contemporaine in Florence.


 

 

Marian Reintjes 

Inkt op papier,

soepele materie die stroomt en vloeit.

Subtiel,

op de grens van vast en vluchtig.

Vormen verschijnen,

vragen om een verdergaan.

Teer, kwetsbaar,

maar ook grillig en vol kracht

verschijnen de vormen vanuit een dieper donker,

SPELEND MET HET NIEUWE LICHT

 Met deze regels heb ik mijn werkwijze kort en bondig weergegeven. Het ‘dieper donker’ staat voor het onbewuste, waaruit alles voortkomt, de vaak onbekende drijfveren van waaruit een mens handelt.

Via de Werkschuit in de Bilt en De Nieuwe Akademie Utrecht heb ik me ontwikkeld tot autonoom kunstenaar. Het zoeken naar een eigen handschrift en vorm was en ís een lange weg; hij gaat immers nog steeds verder.


Claire Hulswit

Claire3b
Claire Hulswit: Chaos

Claire heeft een heel eigen methode van werken waarbij ze het schilderdoek eerst vol smeert met de geselecteerde kleuren op haar palet. Daarna bewerkt ze de verf met…een afwassponsje. “Maar soms gebruik ik ook andere spullen,” zegt ze.

 

Het resultaat is verrassend: soms wordt het een romantisch soort textielprint, andere keren een heftige “slangenkuil”, maar altijd herkenbaar.


Eva Goorhuis

Voor mij is soms iets zien een inspiratie om te gaan schilderen. De Spaanse danseres (Tentación / Verleiding) b.v. was een van mijn collega’s op een feest. Dit bleef maar in mijn hoofd zitten met dit schilderij als gevolg. De ene keer zijn het heel duidelijk vrouwen en een andere keer vage figuren op het doek. Maar dan blijken dit uiteindelijk altijd vrouwenfiguren. Zelfs het steeltje van de Pompoen op het doek lijkt op een danseres. Dit schilderij is ontstaan door een Rubensachtige vrouw, wie fantastisch kon dansen. Op het schilderij heb ik dit omgekeerd weergegeven.


Palescue

Natuurlijk is Palescue een anagram van mijn eigen naam. Die wordt vaak verkeerd verstaan en verschreven. Ik dacht, vergeefs, dat één woord zou helpen.

Palescue maakt als mijn alter ego leuke dingen, voor aan de muur en om te lezen, en soms allebei tegelijk. 

Palescue is tussen 1806 en 1982 geboren in Noordwest-Europa, “Onder de adem van de Maas“,  en opgegroeid tussen heuvelrug en horizon. Voelt zich thuis op landgoederen en schepen maar heeft op geen van beide ooit gewoond, leerde Nederlands als eerste taal en is altijd blijven leren lezen en schrijven. Sinds een aantal jaar schrijft hij ook in beelden, met kleur en materiaal.

De prints die hier hangen zijn spontane tekeningen die ik heb gescand en ingekleurd met een simpel programma waarna ik ze als foto afdruk. Soms zijn er ook ‘echte’ foto’s in verwerkt.

Als ik de ruimte en de tijd vind schilder ik ook graag. Het schilderij dat hier hangt heb ik gemaakt in een workshop met Marja Ormeling. Met haar eigen wijze van werken maakte ik mijn eerste bewust abstracte werk in verf, met alleen een groot paletmes als instrument.


Helma Keller

Geïnspireerd door de mensen waar ik les van heb gehad: o.a. Boy Namias de Crasto uit Bussum en

Helma1a
Helma Keller: Figuren

Mitzy Renooy uit Soest, ben ik zelf gaan experimenteren met kleur en vormen.

 

Bij Boy ging ik bijvoorbeeld op ontdekking met kwast, doekje of paletmes en er ontstond vanzelf iets, een beeld, vaak vage figuren of schimmen. Hij liet mij ook na een avond schilderen met de restanten van de verf experimenteren: verf op een doekje en daarmee schilderen. Daaruit kwam o.a. het schilderij ‘huisjes’.

De portretten heb ik gemaakt om de karakteristieke vormen van het hoofd meer ‘uit de verf’ te krijgen. Hierin werd ik geïnspireerd door Mitzy, zij liet mij een portret schilderen dat letterlijk ‘op zijn kop’ lag, waardoor ik losser ging schilderen

 – Soest, 2016 –

De Offers – Kees van Beijnum

Ook ik heb Kees van Beijnum hoog zitten. Inderdaad heel vreemd dat hij niet in het Pantheon der Nederlandsche letteren is opgenomen. Zou hij het kleinzoontje van Conny Palmen hebben beledigd of zo?

apenstaartjeweblog

VAN-BEIJNUM_OffersHet is alweer enige tijd geleden dat ik dit boek las, maar het blijft op mijn netvlies. Het is prachtig geschreven en beschrijft een intrigerend thema. Het behandelt het Tokio-tribunaal, een minder bekend tribunaal. Het boek is gebaseerd op de Nederlandse rechter (Bert Röling) die bij dit tribunaal aanwezig was en een afwijkende mening had. Bijzonder is dat het thema wordt beschreven vanuit drie hoofdpersonen die ieder hun eigen kijk geven.

View original post 45 woorden meer

OVER “OVER ‘OVER DE BERGEN’”

OVER “OVER ‘OVER DE BERGEN’”

Aanbert@hetliterairemagazien.nl

Van: I.P@Fisher.nl

Onderwerp: Bijdrage themanummer

Beste Bert,

Graag voldoe ik aan je verzoek om een bijdrage te leveren over Palescue aan het themanummer Liederen. Zoals je wellicht weet ben ik geen fan van de man, maar sinds mijn aanstelling als hoogleraar is beëindigd, is de vergoeding mij zeer welkom en, inderdaad, ik ben een van de weinigen ‘in het veld’ die ’s mans werk goed kennen. Vaak genoemd, nauwelijks verkopend… En terecht, hij is nauwelijks te volgen , maar dat is mijn mening – en ik heb mijn persoonlijke voorkeuren niet laten meespelen bij het schrijven van dit artikel.

Komt ’ie. O, en als je een betere titel weet, be my guest.

Bijlage: ‘OVER OVER DE BERGEN’een lied van Palescue– I.P.Fisher

Overdebergen_type
Typoscript. Klik op de link hierboven  voor een pdf van de tekst

[gedicht in kader]

Wanneer eindigt een gedicht en begint een lied? In zijn laatste bundel – Uit Liefde voor G. – begeeft Palescue zich aan beide zijden van de grens, en vaak nog in één en dezelfde tekst. Dubbelzinnigheid is een Leitmotiv voor deze dichter. In de tekst “Over de bergen” krijgt die voor het eerst een politieke dimensie. Of moeten we alles nog eens teruglezen en heeft de hermeneutische bard altijd al iets anders bedoeld met zijn ‘taalsmeedwerk’?

De dubbelzinnigheid begint al bij de titel. “Over de bergen” is volgens het onderschrift geïnspireerd op “‘Behind the mountains, a refugee song.” Dat werpt meteen de vraag op waarom het lied niet Achter de bergen heet. Met de titel ‘Over de bergen’ krijgt het lied, naast de oorspronkelijke betekenis – ‘over de bergen heen’ – ook een algemene duiding: een tekst over bergen. Het zal hier gaan over de feitelijke bergen waar de vluchteling overheen moet, en over bergen als metafoor voor moeilijkheden in het leven.

In een e-mail[i] vertelt Palescue de anekdote achter, op zijn minst een deel van, de tekst. Op 26 februari 2016 woonde hij een concert bij van Baboek-O-Doestan en sprak in de pauze met voorman Baboek Amiri, de schrijver van het lied ‘Behind the mountains[ii]’. Daarin wordt overigens, behoudens wat ad-lib, geen tekst gezongen.

Ze spraken over het lied en de vluchtelingenproblematiek. Baboek zei toen dat mensen al duizenden jaren migreren: “dan slaan ze elkaar eerst de hersens in om vervolgens met elkaar te trouwen en kinderen te maken, het is altijd zo geweest.” Zoals Baboek ook tijdens oncerten vertelt gaat het lied over zijn vlucht naar Turkije, door de bergen. De gids sprak geen Farsi en de vluchtelingen geen Koerdisch. Als de vluchtelingen vroegen even te pauzeren, maakte de gids telkens duidelijk dat ze na de volgende berg zouden pauzeren. “Nee, de volgende – alleen die ene berg nog over.”

Ook goed om te weten is dat Palescue, toen hij ‘Over de bergen’ schreef, het boek las van kunsthistoricus, filosoof en dichter Maarten Doorman, ‘De navel van Daphne’.[iii] Vanwege de daarin geponeerde stelling dat het Rijksmuseum moet worden gesloten trok het boek de nodige aandacht maar het gaat vooral, zoals de ondertitel aangeeft ‘over kunst en engagement.’ Doorman stelt dat de kunst sinds de Romantiek, toen de kunst zogezegd ‘autonoom’ werd, zich afzet tegen de maatschappij. Dat doet ze echter vooral binnen de wereld van de geïnstitutionaliseerde kunst, waar ze tegelijkertijd afhankelijk van is.

Naast deze paradox speelt ook de paradox dat kunst die zonder meer politiek of maatschappelijk is, geen kunst is, of hooguit slechte kunst. Tegelijkertijd kan toonaangevende kunst nooit los van de maatschappelijke ontwikkelingen gezien worden. Naast de autonome ‘l’art pour l’art’ is kunst óók altijd gemaakt in een maatschappelijke context. Kunst moet het hebben van de dubbelzinnigheid in haar verhouding met de maatschappelijke werkelijkheid maar het blijft, in de optiek van Doorman, een “moeizaam huwelijk”:[iv] Hieronder zullen we  zien hoe beide werkelijkheden samenkomen in één gedicht.

Vorm

Of is het een lied? Voor een gedicht is het aan de lange kant, zeker voor Palescue, die doorgaans met drie of vier kwatrijnen klaar is. Hier zien we een tekst in couplet- en refreinvorm, om precies te zijn: zesenveertig regels in vijf coupletten en drie refreinen. Voor een conventionele songtekst zijn dat een paar refreinen te weinig. En daarmee lijkt de tekst beter te classificeren als een vormvrij gedicht.

Toch onttrekt de tekst zich niet helemaal aan de eenheid van vorm. Bindend is bijvoorbeeld de figuur van ‘Joost’ die in elk couplet voorkomt. We zullen zien dat hij, naast de persoon uit de zegswijze ‘Joost mag het weten’ telkens een andere rol speelt. Daarnaast zien we in elk refrein de ‘lieve lappenpop’ terugkomen en de strofe ‘alleen die ene berg nog over’.

De tekst heeft zijn eigen dynamiek waarin het refrein zich tussen de tekst doorslingert – na het eerste couplet, na het derde en aan het slot na het vijfde couplet.

In de dynamiek van het lied kunnen we twee cesuren onderscheiden. De eerste knip is na het tweede couplet. De eerste twee coupletten beginnen met ‘Joost’; in het derde vers is de ik-persoon aan het woord. De tweede knip is te zien na het vierde couplet: het laatste vers en het afsluitend refrein zijn zowel in ritme als inhoudelijk afwijkend.

De regel ‘het is altijd zo geweest’ uit het gesprek tussen Palescue en Baboek lezen we, als in een ballade, aan het eind van de coupletten 1, 2 en 3. In het vierde couplet komt alleen Joost terug van de repeterende regels, en wel in de oorspronkelijke zegswijze, Joost mag het weten. Het vierde couplet kent geen refrein. Het vijfde wel, en daarin zit deze regel aan het slot van het refrein. Als voleinding van ‘de vlucht’ en het gehele tekstwerk kondigt het tegelijkertijd het einde van de ‘hoofdpersonen’ aan: dan zijn we er geweest.

Joost (1) Zwagerman

Joost mocht het weten, over de stilte van het licht

de muziek van de lucht, dans over onderaards water

gevangen in dit huis…

 

Nachtegalen2.jpg
Nachtegalen, door (c) Palescue, 2016

De eerste keer dat we Joost tegenkomen is direct het eerste woord van Over de bergen. Joost mag het weten, nee, hij mocht het weten. Want Joost is dood. Ongeveer een week voordat zijn boek ‘Over de stilte van het licht[v]’ uitkwam maakte Joost Zwagerman op 8 september 2015 zelf een einde van zijn leven. Hij is 51 jaar geworden en was een half jaar ouder dan Palescue.

 

De ‘stilte van licht’ kan gelden voor beeldende kunst, maar de dichter zet hier meteen geluid naast. Een gedicht is immers niet louter beeldend, poëzie is niet alleen een kunst van het oog, maar ook van oor en mond. Poëzie is, zo valt te verdedigen, een overgang van taal naar muziek.

In de eerste twee regels benoemt Palescue hier de vier elementen: vuur (licht), lucht, aarde en water. Joost mag dan dood zijn, hij danst hier als een goedgemutste Jezus over het water. Het water, symbool voor het onderbewuste, wordt hier onderaards: stilstaand water, onzichtbaar, een reservoir wellicht, want “gevangen in dit huis.” Deze strofe wijst vooruit naar het vierde en vijfde couplet waarin sprake is van ‘holen’ (huizen) en een gevangenis.

Tegelijkertijd valt het gedicht zelf te beschouwen als bouwwerk, het tijdelijke huis van de taal. In andere gedichten, bij voorbeeld het gedicht ‘Ruimte’ uit dezelfde bundel wordt dit gegeven ook uitgewerkt. Maar ook hier zien we in het tweede couplet een ‘muur’ voorkomen.

gevangen in dit huis – je mening is gestolen adem

Een merkwaardige wending, tenzij we aannemen dat hier iemand gevangen zit vanwege een mening, die niet eens persoonlijk is, maar een verwoording ‘in gestolen adem.’ Heeft Palescue het hier tegen Joost Zwagerman? Gezien het gebruik van ‘je’ in zijn eerdere werk is hier eerder sprake van de algemene ‘je’ die heel goed ook op de ik-figuur, de lappenpop en/of de lezer kan slaan.

Van groter belang dan de je-figuur is de wisseling in perspectief die hierna komt. De buitenwereld komt binnen, en buiten is het niet pluis:

terwijl lemen voeten leren te marcheren –

het lijken nog schepen ver weg op zee

gewoon een vuiltje aan de lucht. Geen probleem

het is altijd zo geweest

Een reus op lemen voeten leert marcheren. In de zegswijze is de reus schijnbaar sterk, maar uiteindelijk zwak. Toch wordt hier een omineus beeld geschapen van een buitenwereld waarin de fascistische horden opdoemen aan de horizon. Er kan misschien nog luchtig over gedaan worden, maar we kunnen niet volhouden dat er geen vuiltje aan de lucht is.

je hebt knopen als ogen lieve lappenpop

stil maar, nog even dan zijn we uitgestorven

alleen die ene berg nog over

Het eerste refrein. Ook hier blijkt Palescue meer dan alleen een geëngageerd lied over de vluchtelingencrisis te maken. Blijkbaar staat in zijn visie de hele mensheid op punt van uitsterven, of in ieder geval de Joosten van deze wereld.

Het woord ‘uitgestorven’ zou, taalkundig gezien, ook kunnen betekenen dat er een einde komt aan het sterven, dat we klaar zijn met sterven, zoals we zien in ‘uitbehandeld’ of ‘uitgewerkt’, een betekenis die min of meer geboekstaafd wordt door de context. Kan een lappenpop ook uitsterven?

Bo wie6
‘Bo wie?’ door Palescue (2013)

Er zijn vaker poppen met knopen als ogen gemaakt maar, zeker gezien het volgende couplet, lijkt de inspiratie afkomstig uit de laatste twee films van David Bowie. In de video’s van “Lazarus” en “Blackstar” verschijnt hij met een blinddoek waarop knopen als ogen zijn genaaid. Beide films kwamen eind 2015 uit en baarden opzien omdat Bowie, na dertien jaar stilte, weer van zich liet horen. Bovendien is het weliswaar niet vreemd dat iemand van tegen de zeventig zich bezighoudt met de eindigheid van het leven, maar in deze muziek en bijbehorende films was hij zeldzaam somber en mysterieus.[vi]

We weten dat Palescue na het zien van de video’s de cd bestelde. Tegen de tijd dat de post de geluidsdrager afleverde, was de maker al ruim een week dood en het album te horen op internet. Enkele dagen voordat zijn zwanenzang als compleet album uitkwam verliet Bowie op 10 januari 2016 planeet Aarde ten gevolge van kanker.

 

Joost (2) Jones

Joost kon het weten, de zwarte ster liet ons dansen

en kussen of de muur dan vallen zou

over de schreef. Alles verbrandt aan de lucht

De tweede Joost in het gedicht is dus ook dood en heet Jones, David Robert Jones, beter Joost als David Bowie (1947-2016). Er zijn natuurlijk meer ‘zwarte sterren’ zijn die ons hebben laten dansen (James Brown, het hele Motown-label en Prince, om maar wat te noemen), maar deze strofe lijkt duidelijk een verwijzing naar zowel het ‘Blackstar’-album als de hitsingle ‘Let’s Dance.’

De volgende regel is duidelijk een parafrase op de song ‘Heroes’ van Bowie, uit de tijd dat

Bowie-Blackstar-film-770
Knopen als ogen in Blackstar

Palescue waarschijnlijk voor het eerst zijn muziek hoorde[vii]. In ‘Heroes’ is het de Berlijnse muur, die twaalf jaar na Bowie’s song uiteindelijk viel. In dit lied valt de muur in het enjambement, struikelt ‘over de schreef’ tussen de strofes.

In zijn verhaal ‘Slang[viii]’ noemt Palescue Bowie als jeugdheld. ‘Slang’ gaat over de manier waarop Palescue leerde lezen en schrijven. Dit kan heel goed meespelen in dit enjambement wat ook een volgende wending in de tekst markeert: ‘over het schrijven’ wordt hier – naar de letter – ‘over de schreef”

(…) Alles verbrandt aan de lucht

maar vandaag zag ik vlaggen strak staan in de wind

meer dan voorheen

en men hing varkens in de bomen

geen probleem, het is altijd zo geweest

Dat alles verbrandt aan de lucht is een waarheid als een koe, je kan het ‘over de schreef’ noemen als dat wordt gezegd in een gedicht omdat het te direct zou zijn. Tegelijkertijd is het een andere manier om te zeggen dat alles voorbij gaat en toch hetzelfde blijft.

De zin gaat verder in een enjambement dat zowel ritmisch als in klanken rijmt op dezelfde strofe uit het vorige couplet: ‘over de schreef’ // ‘meer dan voorheen’.

Dan wordt in de volgende strofen verwezen naar gebeurtenissen uit begin 2016. In Nederland werden daadwerkelijk kadavers van varkens opgehangen in bomen, als protest tegen de komst van opvangcentra voor vluchtelingen. Ook waren er demonstraties van de anti-moslimbeweging Pegida[ix] waarbij deelnemers roze kindermaskers van varkenskoppen droegen. Het beeld van vlaggen en varkenskoppen is poëtisch sterk. Toch is het een directe weergave van de werkelijkheid en het lijkt, aldus vormgegeven, een bijna middeleeuws tafereel. Zo is het, inderdaad, altijd geweest.

Gerard Rooijakkers, oud-hoogleraar Nederlandse etnologie, zegt[x] dat al sinds de zeventiende eeuw dode dieren worden neergelegd om te intimideren.. „Rituele taal” noemt hij het, afkomstig uit het eeuwenoude plattelandsrepertoire. De betekenis van het varken bij azc-protest is dubbel ‘vuil’, zegt Rooijakkers. Voor moslims is het varken onrein.

Joost (3) Nuh

ik zag een leger éénpersoons eilanden overspoeld

door een tsunami van schuim en witte trots

veel mensen hadden geen zwemvest

en veel zwemvesten zijn nep

Joost heeft het geweten en bouwde zijn Ark

de eerste was nog gratis, nu volgeboekt met VIP’s

maar goed, het is altijd zo geweest

De cesuur. In het derde en vierde couplet richt Palescue (‘ik’) zich rechtstreeks tot de lezer in een commentaar op de hedendaagse maatschappij en hoe die reageert op de vluchtelingencrisis. Tegenover de marcherende horden ziet hij ‘een leger’ van losse individuen onder de voet gelopen worden. Het gebruik van het woord ‘tsunami’ wordt hier gekanteld, gekeerd tegen het beeld zoals Geert Wilders[xi] het vaak gebruikt: geen vloedgolf mohammedanen maar ‘een tsunami van schuim en witte trots’, een dichterlijke typering van het schuim der natie dat achter een racistische leider aanloopt.

morgenstern_prz
Michael Morgenstern: Unpresidential Presidents (for the Chronicle Review)

Ook de zwemvesten komen rechtstreeks uit het nieuws. In de kranten uit die tijd stonden foto’s van bergen oranje zwemvesten, achtergelaten op de stranden van Griekse eilanden door vluchtelingen die de oversteek vanuit Turkije hadden gemaakt. In Turkije kochten ze zwemvesten die expres zo slecht waren gemaakt dat ze geen drijfvermogen hadden[xii].

We komen nu pas, in de vijfde regel van het couplet, de derde Joost tegen. De gekantelde tsunami wordt letterlijk De Zondvloed, want deze keer staat de figuur natuurlijk voor Noach of Nuh (Noeh) uit de Bijbel, respectievelijk Koran[xiii], de profeet die door God werd gemaand zijn volk te waarschuwen en een boot (de Ark) te bouwen om het leven op aarde te redden. In een terugkoppeling naar het heden constateert Palescue cynisch dat ‘tickets’ voor een hedendaagse Ark alleen voor de geprivilegieerden bereikbaar zouden zijn om het couplet, inmiddels bijna hoorbaar zuchtend, te besluiten dat het altijd zo is geweest.

(…) en je mond is dubbel gestikt (…)

In het tweede refrein lijkt, met de verwijzing naar Noach, het ‘uitsterven’ de hele mensheid te treffen. Het beeld wordt almaar somberder. De extra regel in het refrein lijkt te zeggen dat het individu, de ‘Gutmensch’ van goede wil, de mond is gesnoerd en – dubbel – dat het individu verstikt is in de stampede van de geschiedenis. Het kan ook wijzen op een dubbele betekenis voor de lappenpop: als mens zijn we een speelbal op de golven van de geschiedenis, als lezer zijn we het speeltje van de schrijver.

Joost (4) dejos

ze slapen en spelen in holen

oog om oog duim voor duim voor een extra leven

doof en blind zonder mobiel waar

werkelijk is wat WiFi op het scherm laadt

weet je, er zijn mensen die sterven om te doden

maar misschien kan je nog beter

leven om te baren – Joost mag het weten

In het vierde couplet geeft Palescue bijna ondubbelzinnig weer hoe mensen, als individuen op hun ‘éénpersoons eilanden’, reageren op de buitenwereld. Ze bemoeien zich vooral niet actief met de maatschappelijke werkelijkheid, nee: ‘ze slapen en spelen’, sluiten zich op en leven louter online. In de werkelijkheid van het web is de waarheid versplinterd: alles is even waar en zo is niets waar. De reële werkelijkheid, wordt in de beleving van Palescue, buitenspel gezet.

Alhoewel dichters al eerder sms-taal in hun werk hebben gebruikt, is dit voor mij de eerste keer dat ik wifi genoemd zie worden in een Nederlandstalig gedicht.

Met ‘weet je’ richt Palescue zich dan rechtstreeks tot de lezer, maar niet met een ferme uitspraak. Met ‘weet je’ begint een vraag die niet alleen retorisch kan worden opgevat. De vraag is niet minder dan die naar de keuze tussen leven en dood.

De uitspraak ‘er zijn mensen die sterven om te doden’ doet denken aan de Engelse

Morgenstern_twitter wars
Michael Morgenstern: Twitter Wars (for The Chronicle of Higher Education)

zegswijze om iets graag te willen: dying to… , maar natuurlijk ook aan een zelfmoordaanslag.

 

De dichter maakt hier de tegensteling ‘sterven om te doden’ versus ‘leven om te baren.’ Tegenover de lust om te doden en gedood te worden wordt hier de keuze geplaatst voor het leven en het voortleven in nageslacht. De biologische functie van leven is immers reproductie[xiv] maar in een maatschappij die met uitsterven wordt bedreigd, is het ‘maken’ van kinderen geen vanzelfsprekendheid meer.

Palescue, zelf kinderloos gebleven, maakt de keuze niet. Hij veroordeelt de moordenaars niet en suggereert dat het misschien beter is om de natuurlijke bevolkingsgroei te omarmen. Zelf heeft hij schijnbaar geen idee wat het beste is, hij laat de keuze aan ‘Joost’.

Deze vierde keer wordt de Joost-figuur gebruikt in de gewone betekenis uit het spreekwoord. Alhoewel, gewoon… etymologisch is de spreekwoordelijke Joost een aanduiding voor de duivel, de uit het Portugees verbasterde dejos van ‘de wilden.’[xv]. En natuurlijk is het een duivelse keuze om te moeten kiezen tegen het leven.

Joost (5) coda

in de luwte van het sterfhuis

in het midden van de nacht

als de bewakers dronken zijn

steel ik de sleutels van de kast

Het vijfde couplet vormt, met het afsluitend refrein, de coda van ‘Over de bergen.’ Het huis uit het eerste couplet is een sterfhuis geworden en de dichter lijkt er klaar mee. Hij laat het gedicht ontsporen in een ‘dronken’ roes.

Het begint met vier regels in staccato ritme met –bijna- een eindrijm, wat doet denken aan een volksliedje. Die kast zal, gezien het vervolg, de wapenkast van de gevangenis zijn, maar kan heel goed ook weer een referentie zijn aan David Bowie’s Lazarus. Deze afscheidsvideo opent met een beeld van een antieke kledingkast waarin hij aan het eind van het nummer verdwijnt. Een kledingkast als uit ‘Alice in Wonderland,’ de poort naar en/of bergplaats voor een geheime wereld.

we eten kogels, drinken messen en ik zeg

Joost mag er niets van weten maar

dan hebben we dat maar vast gehad

 

stil maar lieve lappenpop

met je oren van katoen

alleen die ene berg nog over

dan zijn we er geweest

Na de eerste vier strofen wordt een ander ritme opgepakt als de ik-figuur aan het woord komt. Joost mag het niet weten, sterker: hij mag niets weten. Zijn rol lijkt hier die van bewaker te zijn.

De wapens worden ‘gegeten’, in een binnenrijm op ‘weten.’ Het lijkt erop dat Palescue wil zeggen dat het gebruik van wapens wordt verinnerlijkt. Er is een besef van onontkoombaar geweld waarin moet worden berust: ‘dan hebben we dat maar vast gehad’. Deze scene kan echter ook begrepen worden in een suïcidale duiding, een gemeenschappelijke zelfmoord bovendien, waar de duivel/god Joost beter niets vanaf kan weten. Al met al lijkt Palescue met dit gedicht te willen zeggen: de dood, en wellicht het einde der tijden is nabij – en dat doen we als mensheid zelf.”

In het derde en laatste refrein krijgt de ‘lieve lappenpop’ oren. Hij (zij/het) heeft nu ogen, oren en een mond en kan, als de drie aapjes en de mens ‘horen, zien en zwijgen’. Hij kan niet spreken. Fysiek blijft het een normale lappenpop, gemaakt van katoen. Met ‘oren van katoen’ citeert Palescue nu de dichter Gerrit Komrij[xvi]. In de bundel Alles onecht (1984) vat Komrij zijn poëtica kernachtig samen in de regel ‘Poëzie is iemand de oren vullen met poetskatoen.’

Naast een keuze uit de gedichten bevat Alles onecht teksten over poëzie. Voor Komrij betekenen zijn gedichten niets persoonlijks, de betekenis is slechts die van het gedicht zelf – l’art pour l’art. Dit heeft Palescue zich altijd ter harte genomen. De suïcide in dit gedicht is dan ook vooral literair te duiden. Of, zoals Komrij[xvii] zegt: “het liefst zie ik ’n gedicht zo’n beetje als een zelfmoordcommando, een poëtische kamikaze. De vorm brengt de inhoud om. De laatste regel is de doodsteek.”

morgenstern_zwm_for zwierciadlo
Michael Morgenstern: For Zwierciadlo

 

En dat is precies wat we hier zien gebeuren. Het repeterende ‘het is altijd zo geweest’ wordt in de laatste regel onontkoombaar, want ‘dan zijn we er geweest.’

Conclusie

‘Over de bergen’ is één van de weinige lange ballades van Palescue en, vooralsnog, zijn enige tekst met zoveel referenties aan maatschappelijke ontwikkelingen en een visie daarop. Toch, hoe vol het gedicht ook zit met krantenkoppen, het behoudt zijn literaire waarde. Kennis van de politieke en maatschappelijke onrust rond de vluchtelingencrisis, de dood van Joost Zwagerman en David Bowie geven extra lagen aan de tekst. De tekst verliest echter nergens de dubbelzinnigheid van het autonome kunstwerk. De actualiteiten worden vervlochten en verdraaid in een tekst waarin het algemeen menselijke en het algemeen dichterlijke het laatste woord hebben.


I.P. Fisher is voormalig hoogleraar aan de Parkstadt Universität van Humbold.

NOTEN

[i] Met dank aan Henk Duurkoop voor het gebruik van zijn archief waaruit hij t.z.t. een biografie distilleert.

[ii] CD: Restless ©2013; www.babakodoestan.com. Behind the mountains is ook te zien en te horen op YouTube in een registratie door omroep IKON: https://www.youtube.com/watch?v=oilAe3i0GM4.

[iii] Maarten Doorman, De navel van Daphne, over kunst en engagement (Uitgeverij Bert Bakker, 2016).

[iv] ibid., p. 145

[v] Joost Zwagerman, De stilte van het licht, schoonheid en onbehagen in de kunst (Singel Uitgeverijen, 2015).

[vi] Zie bijvoorbeeld de recensie in The Guardian van 7 januari 2016.

[vii] Bowie/Eno, Heroes (1977) hieruit: “I, I can remember (I remember) / Standing, by the wall (by the wall) / And the guns shot above our heads (over our heads) / And we kissed, / as though nothing could fall (nothing could fall)”

[viii] Palescue’s Kolom, 28 december 2014

[ix] Patriotische Europäer gegen die Islamisierung des Abendlandes (PEGIDA), protestbeweging van Duitse oorsprong.

[x] NRC, 27 februari 2016.

[xi] Geert Wilders (Venlo, 1963) stapte in 2004 uit de VVD Tweede Kamerfractie als Groep Wilders, sinds 2006 PVV (Partij voor de Vrijheid), waarvan hij enig lid is.

[xii] zie bijvoorbeeld De Volksrant, 6 januari 2016

[xiii] Bijbel: Genesis 5; Koran: Soera 71 Nuh (Noach) – نوح

[xiv] zie bij voorbeeld: Richard Dawkins, The selfish gene (1976).

[xv] Zie onzetaal.nl: Die benaming gaat terug op het Javaanse woord joos, zo vermelden het Groot Uitdrukkingenwoordenboek van Van Dale (2006) en het Woordenboek der Nederlandsche Taal (WNT, deel VIII, 1926). Dit joos was een aanduiding voor een Chinese godheid of de afbeelding daarvan. Het “door de Hollanders op Java gehoorde joos (waarvan zij joosje en joost maakten)” – aldus het WNT – is een verkorting van dejos, dat is ontleend aan het Portugese deus ‘god’. Later werd joos in verband gebracht met de al bestaande voornaam Joost. Ook F.A. Stoett (Nederlandsche spreekwoorden, spreekwijzen, uitdrukkingen en gezegden) ziet deze ontwikkeling, maar houdt daarnaast de mogelijkheid open dat Joost tóch oorspronkelijk de gewone eigennaam is. (…) Het Groot Uitdrukkingenwoordenboek voegt hier nog aan toe: “De god van de ene religie is vaak de duivel van de andere, en zo kreeg Joost bij ons de betekenis ‘duivel’.”

[xv] Overigens heeft Komrij zelf de titel “Over de bergen” gebruikt voor een roman (De Arbeiderspers, 1990) waarin ik geen enkele connectie met Palescue’s gedicht zie.


Van: bert@hetliterairemagazien.nl

Aan: I.P@Fisher.nl

Onderwerp: Bijdrage themanummer Liederen

Beste Isma’il,

Dank voor je bijdrage. Het honorarium is inmiddels naar je overgemaakt.

Aangezien je ongeveer de helft van het artikel al eens eerder hebt gepubliceerd in vrijwel ongewijzigde vorm zal je er begrip voor hebben dat we je de helft van het bedrag voor een originele bijdrage besluiten toe te kennen.

Met vriendelijke groet,

Bert


Van: I.P@Fisher.nl

Aan: bert@hetliterairemagazien.nl

Onderwerp: Bijdrage themanummer Liederen

Bert,

Nee, daar heb ik geen begrip voor. In een eerder artikel ging het alleen over de invloed van Komrij, Bowie en Zwagerman maar toen dat werd gepubliceerd waren de laatste twee nog niet eens dood en had Palescue dat gedicht nog niet geschreven.

Vriendelijk doch dringend verzoek ik je het resterende geld binnen twee weken over te maken. Helaas zie ik me anders genoodzaakt minder vriendelijk te worden.

grt.,I.


 

Angeli Mulders: Het Onzichtbare Zichtbaar

Angeli Mulders: Het Onzichtbare Zichtbaar

 

Door Cees Paul

 

In april is de zaal van Artishock voor Angeli Mulders. Deze Baarnse Angeli Mulders-001communicatiestrateeg maakt veelkleurige schilderijen met deels herkenbare vormen in een surrealistische setting. Ze begon ruim 15 jaar geleden met schilderen “met als doel om er geen doel mee te hebben, niet om te exposeren of te verkopen. In mijn leven en werk waren er al genoeg doelen.”

Inmiddels is ze om, exposeert ze en vertelt over haar proces: “Ik zie iets voor me wat blijft terugkomen: beelden, een verhaal, een ontwikkeling. Daarmee ga ik aan de slag. Vervolgens ontstaat er een proces van leiden en laten leiden. Vaak zitten er letterlijk en figuurlijk veel lagen onder voordat verbeeld is, wat geschilderd wilde worden. Mijn schilderijen geef ik bewust geen titel mee. Als ik dat doe zet ik het vast, stuur ik jouw waarneming. Zelf ben ik er ook vaak niet meteen uit wat een schilderij me precies wil vertellen. Het schilderen is een proces, een samenspel tussen het bewuste en het onbewuste. Het kijken naar schilderijen is dat ook. Daarom praat ik er graag over met anderen. Die gesprekken leiden tot nieuwe inzichten, over mezelf, de ander en bredere ontwikkelingen die gaande zijn.”

schilderij Angeli Mulders“Maar 5 tot 10% van ons handelen wordt bepaald door ons bewustzijn, het overgrote deel komt uit ons onbewuste. Kunst is voor mij een vorm om de poort naar het onbewuste open te zetten. Een wisselwerking van bewust leiden en onbewust laten leiden. Dat zie ik niet alleen terug in het maken of genieten van kunst, maar ook in de wereld om ons heen. We leven in een tijdperk van wantrouwen, waarin we de verbinding met de natuur, onszelf en elkaar kwijt zijn geraakt. Vanuit ons bewustzijn hebben we er geen grip op. Toch zie ik een positieve onderstroom ontstaan, een komende revolutie die die verbinding herstelt, vernieuwt. We staan aan de vooravond van een omwenteling, maatschappelijk, economisch en als mensheid in zijn geheel. Daarvoor is het nodig om de touwtjes van ons bewustzijn soms wat te laten vieren en ruimte te scheppen voor nieuwe ontwikkelingen en inzichten.”

“Kunst speelt een belangrijke rol in het zichtbaar maken van het onzichtbare. Als je stilstaat bij een schilderij en voelt waar het resoneert, is dat een onderwerp om op verder te gaan. Het inzicht komt dan vanzelf, al duurt het soms een hele tijd.”

Op de site www.angelimulders.nl kunt u digitaal kennismaken met haar kunst. Live kan dat zaterdagavond 2 april vanaf 19:45. Angeli Mulders houdt dan een lezing over haar werk ter gelegenheid van de opening. U wordt van harte uitgenodigd daar ook op te reageren.

Vanaf 20:30 JazzClub met Saskia Laroo. Zondagmiddag 13:45u. kunt u ook de lezing bijwonen met aansluitend muziek van de JazzCats. De toegang is telkens gratis. Zie www.artishock-soest voor meer bijzonderheden. De expositie is te bezichtigen tot eind april. Openingstijden: woensdag- en vrijdagochtenden tussen 10 en 12 uur en maandag- en woensdagavonden tussen 19.15 en 20.15 uur. Verder in overleg tel: 06 25586354

Mart Kwakkel: “De natuur is de slaap van de geest”

Mart Kwakkel: “De natuur is de slaap van de geest”

schilder van wetenschap, mythen en symbolen

Door Cees Paul

MartKwakkel_bij schilderij
Mart kwakkel voor zijn werk “Symbolische Sprookjes” (foto: Cees Paul)

Mart Kwakkel is kunstenaar. Zijn eerste solo-expositie is komende maand in Artishock. Mart is ook historisch geograaf en, iets heel anders, databeheerder. “Studeren is het leukste wat er is. Voor mijn schilderijen doe ik ook veel onderzoek. Als ik het doek ga opzetten en schilderen vind ik compositie heel belangrijk. Het moet een harmonisch geheel worden.”

Hij woont en werkt heel toepasselijk in een voormalige verffabriek, met uitzicht over de Amersfoortse Eem. Op de bank staat een schilderij met, onder meer,  een ridder, jonkvouw en draak. Mart vertelt: Dit werk heb ik terug gehaald uit de Kunstuitleen, maar het mag wel verkocht worden. Het is een middeleeuwse voorstelling. Schilderijen uit die tijd staan vaak vol symbolen. Bijna alles betekende wel íets, maar dat weten mensen niet meer. Daarom heb ik symbooltjes erbij gezet zoals we die nu kennen van onze telefoon en uit de openbare omgeving.”

Naast de kunstacademie heeft Mart landschapsgeschiedenis gestudeerd. Hij zegt daarover: “De natuur, het landschap heeft een enorme invloed op mijn schilderijen. De menselijke eigenschap om de natuur te bezweren is voor mij een inspiratie. In mijn schilderijen zie je een vermenging van de mythische natuur en de wetenschappelijke realiteit. Ik noem het surrealistische of mystieke landschappen.”

Op de ezel staat ‘Monarch’, wat zowel slaat op de koning als een vlindersoort. Het is nog niet af. Net als op andere schilderijen zien we veel dieren, in een landschap of bij neergestorte ruimtevaartuigen, zoals in het vijfluik ‘Mythische proporties’. Mart: “Mensen doe ik bijna nooit. In het echte leven hou ik van mensen. Maar misschien heeft de mens zich teveel gedistantieerd van de natuur om interessant te zijn voor mijn schilderijen.”

(R)evolutie detail1
Detail van “(R)evolutie” (foto: Mart Kwakkel)

“Voor de achterwand van de zaal in Artishock wil ik nog iets groots te maken. In verf zal niet meer lukken, maar ik maak ook illustraties, zeefdrukken en animaties. Ik schilder nogal langzaam. Daarom kan ik van mijn schilderijen niet leven. Dat ligt ook wel aan mijn instelling: ik heb geen zin om makkelijke series te maken of werk in opdracht te doen. Ik schilder liever naast een baan dan dat mijn creatieve vrijheid wordt beperkt.”

“Ik schilder om andere mensen een boeiend verhaal te vertellen. Beeldende kunst zie ik als een katalysator om de haastige moderne mens te ontspannen, zodat zij zich geïnspireerd voelen weer te gaan dromen.”

Opening Galerij Artishock zaterdag 7 mei expositie 20:00u., Steenhoffstraat 46a. Vanaf 20:30 JazzClub met het trio van Timo Menkveld. De toegang is gratis. Zie www.artishock-soest voor meer bijzonderheden. De expositie is te bezichtigen tot 27 mei. Openingstijden: woensdag- en vrijdagochtenden tussen 10 en 12 uur en maandag- en woensdagavonden tussen 19.15 en 20.15 uur. Verder in overleg tel: 06 25586354

Ruimte

Ruimte

 

Ruimte_manuscript_0001

Het is weer een gedicht geworden. Voor de meester.

De eerste aanzet schreef ik tijdens een jazzconcert, afgelopen zaterdag. De muziek was vrolijk genoeg. Nee, aan het Bart Lust Quintet heeft het niet gelegen dat het over sombere zaken gaat. Wel hielp het misschien de muzikale invalshoek die er in zit duidelijker te maken. Pas toen dat gebeurde, bij een latere versie, kwam ik er eigenlijk op, het gedicht op te dragen.

De foto vond ik op een historisch WordPress blog. Hier zie je hoe het lijk van de 18-jarige Peter Fechter  wordt weggedragen door Oost-Duitse soldaten.

 

Uit het blog:

Op 17 augustus 1962, ongeveer één jaar na de bouw van de muur, besluit de 18 jarige
Peter Fechter, om samen met zijn vriend Helmut Kulbeik te vluchten naar West-Berlijn. Om 14.10 knippen ze het eerste hekwerk door. Bij de Zimmerstrasse, in de buurt van Checkpoint Charlie, renden ze naar de Muur toe. Als ze vlak bij de muur fechter2-1zijn worden ze ontdekt en klinken er schoten.

Beide vrienden staan bij de muur. Helmut Kulbeik klimt over de Muur. Peter Fechter twijfelt en blijft nog staan. Schoten weerklinken….Hij wordt neer geschoten. Enkele kogels doorboren zijn lichaam. De Oost-Duitse grenswachters laten Peter hevig bloedend liggen.

Met een lichtelijk andere betekenis kwam de muur al voor in een vorige tekst, en natuurlijk in de song ‘Heroes’. De Berlijnse muur heb ik nog gekend, ik heb er overheen gekeken en ben er onderdoor gereden met de U-Bahn – langs verlaten stations waarop een enkele VoPo met machinegeweer stond. Ik ben ook door Checkpoint Charlie geweest en heb ook door de Zimmerstraße gelopen. Na 1989 heb ik ook het museum in de Normannenstraße, het voormalige hoofdkwartier van de Stasi, bezocht.  Bizar. Maar goed, dat is een ander verhaal.

Ruimte


Voor Davy Jones

Je tast langs een muur tot waar je door kan –

een deur – van buiten naar binnen of binnenstebuiten –

wat kan het je schelen en hoe erg is dat?

De loze kreten doen de ribben zeer

 

Het maakt niet uit of je nog stopt met roken

de laatste rust staat genoteerd

hoop alleen dat je het einde

van de bladzij haalt – je weet maar nooit

 

En als nog een lied rest

om het refrein in op te nemen

zijn we dit – zo ooit geweten nu vergeten

voor wie of wat wanneer ook weer te spelen

 

Je schuld aan de dood is levensgroot

en aflossing volgt na de solo. Je gaat

door een deur en tast langs een muur in het duister

tot ook de muur verdwijnt en dan de vloer

 

Palescue, 16-18jan’16 (v.3)

 

Petra Tool: “passie, eigenheid en hobbels onderweg”

Petra Tool: “passie, eigenheid en hobbels onderweg”

In februari exposeert Petra Tool ‘explosieve aquarellen’ in de grote zaal van Artishock. Voorafgaand aan de opening op zaterdagavond 5 februari zal zij een lezing houden over haar kunst, wat haar beweegt en wat haar modellen beweegt. Haar muzen zijn vooral artistieke persoonlijkheden zoals dansers en muzikanten. Op zondagmiddag zal ze de lezing nog een keer houden en mensen met haar werk kennis laten maken. Ook dan is er live jazz muziek.

petra-juvat-artishock
Aan het werk met danser Juvat Westendorp (foto: Lucasfotografie)

 

In haar atelier in Hoevelaken houdt Petra elk jaar open atelier waar ook live muziek bij is. “Het verschil is dat ik nu een lezing houd en dat ik in Artishock veel meer werken kwijt kan. De laatste tijd heb ik nogal wat verkocht, dus ik moet hard aan het werk. Deze maand heb ik nog vier afspraken, onder andere Ruud Breuls, de solo-trompettist van het Metropole Orkest, en Judith Nijland. Zij is een hele mooie zangeres uit Soest. Van deze vier maak ik ook weer geschreven portretten. Die zal ik in eerste instantie publiceren op mijn blog.

Petra Tool is bekend geworden met portretten. In haar boeken staan geschreven portretten naast de aquarel van de muzikant in actie. Ze vertelt: “Dat begon in Amersfoort, toen ik gevraagd werd voor Jazz in Beeld, en van het een kwam het ander. Ik heb toen als eerste Lils Mackintosh geschilderd en daarna Alexander Beets. Hij had een heel expressieve houding. Ik let op motoriek en beweging. Het gaat mij om het weergeven van de eigenheid, en hoe mensen opgaan in het moment. Dat heeft me altijd al getrokken en zie ik terug bij jazz musici, als ze improviserend muziek

heartfelt-painting-www.petratool.nl-001
‘Heartfelt’- zangeres Madeline Bell, door Petra Tool

maken. Maar ik maak ook andere dingen, hoor, zoals dansers en acrobaten. En zwervers – daar komt vast ook een serie over. Die mensen hebben veel te vertellen over passie, eigenheid en hobbels die je onderweg tegenkomt. Bij passie gaat het vooral om het genieten, maar het heeft ook een donkere kant. Heel veel creatievelingen hebben last van depressies.

 

Ook wil ik meer stadsgezichten gaan maken. Daarin schilder ik niet zozeer de skyline, maar zet ik de essentie van een stad neer. Het zijn eigenlijk ook portretten en dan gaat het weer om de eigenheid, om wat iets of iemand maakt wat het is.”

Vanwege de lezing start het programma deze 1e zaterdag van de maand wat eerder. De lezing begint zaterdag 5 februari om 19:45u. Vanaf 20:30 JazzClub, dit keer verzorgt door Job Helmers met Suzan Veneman (trompet); Bart Tarenskeen (bas) en Joost Kesselaar (drums).  Zondagmiddag 13:45u. kunt u ook de lezing bijwonen met aansluitend muziek van de JazzCats. De toegang is telkens gratis.

Zie www.artishock-soest voor meer bijzonderheden. De expositie is te bezichtigen tot vrijdag 20 februari. Openingstijden: woensdag- en vrijdagochtenden tussen 10 en 12 uur en maandag- en woensdagavonden tussen 19.15 en 20.15 uur. Verder in overleg tel: 06 25586354

foto-Saskia-Berdenis-van-Berlekom
Atelier Petra Tool (foto: Saskia Berdenis van Berlekom)

 

December Daargelaten

December Daargelaten

def KRST_2 DSC_1903_tekening

December daargelaten

 

Vergeten pagina’s de laatste spraken af

gezegd de kortste dagen om doorheen te slapen

de nacht bij lange na om niet te waken

 

Nog steeds december duurt maar door en door

dit jaar gaat uur U maar moeizaam teloor

uitgetelde zevenkwarts opgewonden af te tikken

 

In maandvallen van nul uur nul

nul één nul één op volg wanorde

de klok slaat nergens op – twaalf keer

 

We knallen kurken zoenen korte lontjes

en weten weer hoe laat het is

en het beter anders want twee voor

 

De tijd dijt verder van ons weg

ze draait haar kolk om uit de fles

nog steeds niet meer december daargelaten

 

Palescue, december 15 / januari 16.

Dcemebr Daargelaten

 

 

 

Uit de bundelll

Uit de bundelll

Uit de bundel

Buiten de bundel

Nu dan het volgende:

Blauw glas wit licht koperdraad en kruit

 

Uit de oorlog gerommeld

Door de wanhoop schipperen

De Balk en Van Eenennaam

Zonder genade. Geschapen in dit huis

 

En zonder luchtsteun afgebombardeerd

– bajonet op ‘t geweer / boets op the grond –

Maar zijn wij wel met meer, meneer de president?

Gewoon, als het eropaan komt

 

Is politiek voortzetting met andere middelen

van het voortzetten met algemene middelen

om voor te zetten op, in het vooruit te zetten

algemeen gemiddelden van deze middelen

 

Aldus programt de Partij van de Buurt-

winkel voor Noord Oost Ons Pekwijk.

De klok en de kachel staan stil

in de straten van sosjale huurwoningen

 

Nieuwe oude nieuwe kleren wegen

in geperforeerde pedaalemmerzakken op de rol

van het bijkeukenplankje in een ouwe sok

“Zwatra – al tachtig jaar overhoekt in goudwerf”

 

Een loze ruimte met metselmortel ingeblikt. Zonder

Bom valt niet te ruilen, maak er maar wat van.

Spijker de troep in zes plankjes. Hang het op

een plek waar het eerste zonlicht valt

 

Steen over steen wordt het nog wat

Plaatjes vullen alle gaatjes

En eigenlijk is het één groot gat

Met een plaatje door het midden

 

Want wat anders

is die muur van u?

Hij staat, ziedaar twee ruimtes

En voor je het weet stond hier een huis.

 

 

*’Uit de bundelllll’ – hoor: Wilhelmina Kuttje jr. (door Janine van Elzakker) in Wim T. Schippers’ radioprogramma Ronflon

De foto’s zijn genomen van een tv-scherm waarop de film Tirza (2010) te zien is.

Niemandsdorp

Niemandsdorp

“Er is weinig romantisch aan mijn niemandsdorp, of het moest de romantiek zijn van de complete afwezigheid van romantiek.”
– uit: Villa Pouca: kroniek van een dorp – Gerrit Komrij (2008)

Het Dodeneiland_Arnold Bocklin 1880

Het citaat komt van de eerste pagina van het boek. De eerste zinnen zijn:

Villa Pouca heet mijn dorp. Als ‘geringe nederzetting’ zou je dat kunnen vertalen, als ‘nietige samenklontering’, als een ‘gehucht van niets’. Niemandsdorp noem ik het zelf graag.

In de laatste bladzijden vergelijkt Gerrit Komrij het uitzicht op ‘zijn’ dorp met Het Dodeneiland, het schilderij van Arnold Böcklin, wat hier staat afgebeeld en overigens één van de meest romantische, eigenlijk symbolistische, schilderijen die je kan bedenken.

Toch is het een aanrader. Ik vind het mooi hoe Komrij hier deze uitersten geloofwaardig rond breit en en passant een mysterieuze moord oplost. Mozaïekgewijs nog wel.

Er valt veel over Komrij te zeggen. Een tijd lang las ik alles wat hij schreef. Ik knipte zijn columns uit en ging naar zijn toneelstuk Het chemisch huwelijk. Prachtig vond ik het. In de jaren tachtig kwam hij een keer signeren in de Utrechtse Bijenkorf. Ik ging erheen, nam een getypt gedicht mee van mezelf. Dat was ‘Vox’, denk ik. Ik had rijen mensen verwacht maar er was niemand op de boekenafdeling. Behalve hij, gezeten achter een tafeltje, en ik. Geconfronteerd met een idool…zenuwachtig zocht ik snel het goedkoopste boekje om te laten signeren. Dat was het moment om mummelend het gedicht te overhandigen. Hij wiep er een blik op en zei: “Dankjewel…. leuk.” Vriendelijk, dat wel.

Toen begon hij romans te schrijven die ik nogal teleurstellend vond en verloor ik hem een beetje uit het oog. En toen ging ‘ie opeens dood. Hij was, en is een groot dichter. Geweldig rijmend zelfs, al zag hijzelf het anagram Ik Rijm Erg Rot in zijn naam.

Eigenlijk is de kroniek van Villa Pouca een verzameling anekdotes, columns die eerder verschenen in het NRC Handelsblad. Toch leest het als een roman, en als een gedicht. Sprankelend eenvoudig en toch telkens verrassend. Het zijn observaties over het wezen van een dorp. Daar weet hij best wat zinnigs over te zeggen. En over de dood, een moord, bureaucratie, de kerk en de Anjerrevolutie.

Tja, er valt veel over dorpen, en Komrij, te zeggen. Bij voorbeeld dat hij Gerrit heette, net als Achterberg en Kouwenaar. Conclusie: de grote jongens heten Gerrit.

Vox

 

Ik houd mijn kaken op elkaar

En heb mijn lippen weggeschoren

Ik heb gevraagd wanneer en waar

 

En woog daarna je woorden stuk

Voor stuk. Maar lichter nog dan

Postzegels vluchtten ze voor elk

 

Gewicht. Nooit heb ik één ervan

Hier terug gezien. Ze schijnen,

Zo schreef je, samen te zingen

 

En spinnenwebben te weven

Maar als je spreekt verdwijnen

Ze in het puntje van je tong.

“Wow. Nu is ‘ie lekker” Thea van den Berg exposeert in Artishock

“Wow. Nu is ‘ie lekker” Thea van den Berg exposeert in Artishock

In de grote zaal van Artishock begint met Thea van den Berg het nieuwe expositieseizoen. In opdracht van burgemeester Metz maakte zij onlangs een set pentekeningen die als relatiegeschenk worden gebruikt: bekende plekken in Soest, zo gedetailleerd getekend dat je de bakstenen kunt tellen. Haar schilderwerk is organisch en expressief. Het is abstract maar met bekende, natuurlijke vormen.

Thea loopt niet met haar talent te koop. Toch timmert ze op haar bescheiden wijze aan de weg. Zo hielp ze eerder dit jaar mee Kunst In Soesterberg te organiseren. “Weet je wat het is, het Dorpshuis is nu weg en zo miste ik het schilderclubje wat we daar hadden. We zitten nu met een nieuwe groep in de Linde. Anita Vreugdenhil, cultuurconsulent van Idea Soest, heeft flink moeten buffelen om het Casino te kunnen gebruiken. Ik zou graag het Casino als cultureel gebouw willen behouden. Het is nu afgeschermd. Ik liep daar als kind al rond en heb er veel goede herinneringen aan. Jacques, mijn man gaf er met Odeon vaak concerten en dan schilderde ik de decors.”Thea van den Berg2

Ontwikkeling

Thea is een geboren en getogen Soesterbergse. “Als kind heb ik ook altijd al veel getekend . Na mijn trouwen ben ik begonnen te schilderen. Ik heb cursussen gedaan en zo begon de ontwikkeling naar abstract. Dat moest loskomen, gestimuleerd door de cursusleiders, maar je moet er zelf ook klaar voor zijn om vormloos te gaan creëren. Ik heb ook heel realistisch geschilderd en dat doe ik tussendoor nog wel, maar de achtergrond was altijd al heel los, abstract eigenlijk.”

“Nu gebruik ik veel materie in mijn schilderijen, waardoor ik m’n werk nog meer diepte kan geven. Kijk, hier ben ik met papier aan het experimenteren geweest. Daar strooi ik dan zand of ander materiaal over en dat gebruik ik als ondergrond. Zonder na te denken zet ik kleuren erop en laat me verrassen door wat onder de kwast gebeurt. Ik heb nooit een vooropgezet plan. Dat is dus heel anders dan met pentekeningen. In het schilderen blijf ik altijd experimenteren, altijd op zoek naar diepte en kleurgebruik, zodat mensen wat te kijken hebben. En ikzelf denk ,”wow nou is ie oké.”

“Die organische vormen ontstaan uit zichzelf. Ik heb wel oog voor natuurlijke vormen, ben ook bloembindster geweest en samen fotograferen we ook veel. Details uit de natuur boeien me daarbij enorm.”

Verkocht

In september doet Thea ook mee aan de Kunstroute Kunst en Bedrijven in Soest. En in de map met foto’s van haar schilderijen staat bij heel wat werken ‘Verkocht.’ Is er nog wat om op te hangen? “Nee, ik moet hard aan het werk. In Artishock komt dus veel nieuw werk te hangen. Misschien ook foto’s en pentekeningen. Samen met mijn dochter die de Fotovakschool heeft gedaan heb ik laatst samen stadsgezichten gemaakt. Die komen ook mee.

Thea van den Berg1
Thea van den Berg voor een werk, geïnspireerd op Ierland (Foto Jacques van den Berg).

Zie ook de site van Thea

Zaterdag 5 september 20:00u: Feestelijke opening met aansluitend JazzClub. De toegang is gratis. De expositie is de hele maand vrij te bezichtigen. Openingstijden: woensdag en vrijdag 10.00-12.00u., maandag en woensdag van 19.15- 20.15u. en in de pauze van filmvoorstellingen, of op afspraak: tel.: 06-25 58 63 54; Artishock, Steenhoffstraat 46A.

Expositie ‘Hypocriet’ in Artishock

Expositie ‘Hypocriet’ in Artishock
1-GertWessels_met doek
Gert Wessels met Bedrukt Badkamermatje

Gert Wessels zou een expositie in Artishock maken. Het de maand mei zou worden en het leek een goed idee als de kunstenaar ook buiten het gebouw iets zou tonen. Dit jaar organiseren de drie ‘bewoners’ van het Sint Joseph gebouw (Het Gilde, Museum Soest en Artishock) samen het ‘Museumplein’. Los van de feestcommissie ontwikkelde Gert zijn idee: een feestslinger langs de voorkant van het gebouw, met letters van twee meter hoog. Prima, tot dat de commissie ontdekte welk woord de letters vormen: HYPOCRIET. Dat vond men niet leuk, en niet passend bij het thema Vorstelijk Verschijnen. Op het moment van schrijven is onduidelijk wat er met de letters gaat gebeuren. “De expositiezaal komt in ieder geval vol.”

Gert Wessels is bekend geworden met de Graffiti Art Wall in de fietstunnel op de Eng. Hij kreeg hiervoor de Cultuurstimuleringsprijs 2013. Onlangs besloot de gemeente het project voor onbepaalde tijd te verlengen. Gert is inmiddels 20 en een heleboel projecten verder. Als conceptueel kunstenaar houdt hij bezig met van alles, maar niet meer met graffiti.

Hij komt binnen met een plastic tas. “Chaos” is het eerste woord wat hij zegt. Hij heeft het druk, heel druk. “Qua expositie heb ik trouwens gevraagd of een paar goede bekenden willen bijdragen. Jasper van Doorn, Kim van Veelen en Adam IJspeert. Ik heb ze verteld van het idee. Het thema is heel dynamisch. Daarom ben ik heel benieuwd naar de invulling van de anderen.”

Kunstenmaker

“Die slinger moet je zien als zo’n slinger voor het raam met “Gefeliciteerd.” Dat hang je op als je blij bent dat er iets gebeurd. En: het is een traditie, ook al wil je het niet, je viert het toch. Met deze slinger vieren we – letterlijk – iets wat niet gevierd zou mogen worden: hypocrisie. Dat slaat niet per se op Koningsdag, maar op een universele negatieve waarde. Iedereen is hypocriet, op zijn eigen manier, ik ook. Ik draag nu zo’n goedkope sweater van de Primark. Tien tegen één dat die gemaakt is onder slechte arbeidsomstandigheden. Toch draag ik ‘m…”

“Als ik over kunst praat gaat het altijd over een aantal dingen tegelijk, die elkaar best kunnen tegenspreken. De feestslinger met het woord ‘Hypocriet’ heeft dus de contrastwerking van iets negatiefs wat gevierd wordt. Tegelijkertijd betekent het niets, gaat het nergens over. Als er een bordje bij zou moeten, zou dat alleen vermelden: “Bordje.” Toch is het ook een aanklacht. En tenslotte is het ook de aankondiging van de expositie in Artishock.”

Gert studeert Design aan de Hogeschool voor de Kunst Utrecht (HKU). “De HKU kent een autonome kant en een toegepaste kant voor het ontwerp. De grens daarvan vind ik heel interessant. Enkel een idee bestaat niet. Zogauw je het gaat uitwerken verandert het. Ik maak iets concreets. Een kunstenaar hoeft niet zweverig te zijn. Daarom vind ik kunstenmaker wel een mooie term.”

Zaterdag 2 mei 20:00u. opening van de expositie met aansluitend JazzClub. De toegang is gratis. De expositie is vrij te bezichtigen tot eind mei. Openingstijden: woensdag en vrijdag 10.00-12.00u., maandag en woensdag van 19.15- 20.15u. en in de pauze van filmvoorstellingen, of op afspraak met huismeester Semmy Prinsen (06-25 58 63 54). Artishock, Steenhoffstraat 46A

KUBUS -een ander project van Gert Wessels
KUBUS – een ander project van Gert Wessels

Slang

Slang

ouroboros1Ik weet niet hoe lang het duurde voordat ik kon lezen maar ik zal nog niet lang geleefd hebben, en ik weet niet hoelang het leren duurde, het zal vrij kort geweest zijn. In mijn beleving leerden we de letters en konden meteen lezen.

Ik weet nog de letter S, daar had juf Osnabrugge een slang van getekend. Dat was grappig, vond ik, maar waarom schreef ze niet het hele woord? We leerden netjes schrijven in groene schriftjes met balken van lijnen, bijna een muziekschriftje. We kregen een blauwschrijvende doorzichtige Staedler Stick als wapen. We hadden een rode plastic letterdoos waar in vakjes de letters op dunne plastic blokjes waren verzameld. Uit de verzameling knutselden we in het deksel een kleinere verzameling en voilà, een woord. Slang.

Ik las alles wat ik zag en zag alles lezend. Ik beleefde alles als geschreven, dat wil zeggen, ik schreef wat er was, las het, en was wat ik las.

“Hij loopt het schoolplein op. Winnetou ziet in het midden een groepje meisjes staan. Links zitten anderen achter hun rijtje knikkers. Vier knikkers of twee bommen is

“Acht tegels, ja?”

Hij zegt: ”Ja.”

letterdoosIk zag de kinderen met hun spelletjes, maar ze deden het expres. Het was net zo menens als de grote mensen die ik zag met hun eigen spelletjes, onderling, en die met kinderen. Ze begrepen kinderen niet, niet echt, en snapten zeker niet dat ik hen wel begreep. Meestal. En de grote jongens op hun brommers en hun onzekere stoere spel met het gevaar. Ik las ze, en paste op.

Zo las ik de wereld en de boeken – die op papier en in mijn hoofd – vormden mijzelf, sleten mijn origineel uit tot dundruk pagina’s. En de wereld misvormde dapper mee in opvoeding en socialisatie. De volkomen ziel die ik had bij geboorte werd als een steen bewerkt. De stukken vlogen eraf. Er werd gebeiteld en gevijld. Water en zandstormen slepen vreemde vormen uit. Was ik lezend al bijna onzichtbaar voor de buitenwereld, in de binnenwereld vervaagde mijn oorspronkelijke zelf meer en meer. Steen verbrokkelt en spoelt weg.

En het werd later, ouder, en ik zag iedereen slagen die probeerde iemand, of op zijn minst iets te zijn. Ik las ze en schreef ze over, werd ook iemand, of iets, maar nooit lang. Dat is saai – net als sokken en ondergoed moet je dagelijks wisselen van personage. Dan blijven ze fris.

Op mijn zolderkamer hing een foto die Anton Corbijn had gemaakt, uit bowie_elephant manMuziekkrant Oor gehaald: David Bowie, de perfecte gentleman-ster met het telkens wisselende personae in bijpassende kostuums met alleen een lendendoek om, zoals hij speelde hij in het toneelstuk The Elephant Man, over een ernstig misvormde man.

Als een spons zoog ik de wereld op en lekte die in kleine plasjes terug op papier. Die werkelijkheid ‘in mijn eigen woorden’ bleek net zo echt als de rest. Fascinerend, maar eigenlijk heel logisch, want wat ik op papier zet is niet meer dan hergebruik. Mijn ‘Slang’ uit de letterdoos onderscheidt zich niet van een ander. Toch, de ingelezen woorden zijn verwerkt, vergist, en als ze worden teruggespuwd klinkt persoonlijkheid door in de zinsbouw en verteltrant: stijl: mijn stem is anders dan de jouwe.

In wat ik schreef zag ik mezelf, tussen de regels door. Soms zag ik mijn profiel bijna letterlijk in het woordbeeld van een pagina. Met mijn stempel en handtekening. Zou wat ik schreef zo niet een paspoort kunnen zijn naar mezelf, een weg terug?

Maar mij zelf zal je hier niet tegenkomen. Lezend kan je mij niet zien. De ware ik zit in het kind dat zich nog niet las. Ik kan geen cirkel maken door de slang zijn staart te laten zijn.

I.P. Fisher 2014

“Ik schilder omdat ik het niet kan laten”

“Ik schilder omdat ik het niet kan laten”

De muren van Artishock zijn in maart voor schilderes Ine de Charro. Ze begon ooit met modeltekenen waarna ze begon te schilderen met vaak explosief kleurgebruik. De laatste jaren worden haar kleuren rustiger en haar vormen abstracter. “Maar bij alles zijn de kleuren uiteindelijk het belangrijkste,” zegt ze. In Artishock een overzicht van nieuw werk.

Ine de Charro bij eigen werk
Ine de Charro bij eigen werk

Ine de Charro vertelt: “Ik ben opgegroeid in Diemen. Dat was toen echt een gat, dus voor school en zo ging ik naar Amsterdam. Daar heb ik ook mijn eerste tekenlessen gehad, in de Voque-studio. Ik mocht lessen om en om lessen volgen. De andere weken was er een naaktmodel en ik mocht geen naakten tekenen van mijn moeder. Per ongeluk kwam ik toch wel bij de andere les binnen. Dat heb ik thuis maar niet verteld. Daarna heb ik te hooi en te gras verschillende cursussen gedaan. Ik kom ook al jaren bij de Werkschuit, dat zit nu in het KunstenHuis in Bilthoven. Dat is een vaste groep geworden. Ik ga ook op vakantie met mensen daarvan, kunstvakanties. Dit jaar wordt het weer Rome. In de buurt van Rome gaan we onder meer naar Etruskische opgravingen. Ik ben heel benieuwd.”

“Ik heb eerst alleen model getekend. Toen de kinderen groter werden heb ik me er echt in gestort en ben ik andere dingen gaan doen. Ik noem mezelf geen fulltime kunstenaar, maar ik zou veel tijd overhouden als ik niet alleen met schilderen bezig zou zijn. Ik schilder misschien een paar uur per dag, maar als ik er niet met mijn handen mee bezig ben, dan wel met mijn hoofd. En waarom? Gewoon, omdat ik het niet kan laten.”

“Zonder Titel”

Ine woont en werkt in haar huis in Lage Vuursche. De vensterbanken vol glaswerk, de muren vol kunst. De grootste lijstdichtheid is op het toilet. Hoe moeten we haar eigen werk plaatsen?

“Ik zit wel in de hoek van het impressionisme. Dat is onbewust gegaan. Eerst schilderde ik met heel veel kleur. De laatste jaren gaat de kleur eruit en wordt alles wat abstracter. Dat gaat ook onbewust, dat zie je gebeuren als je eens kijkt naar wat je de afgelopen tijd heb gedaan.Werk van Ine de Charro

“Ik werk in thema’s. Zoals deze, uit “Verlaten ruimtes.” Die neem ik ook mee naar Artishock, denk ik, maar geen schilderijen uit de kleurige periode, alleen nieuw werk. Als mensen die oudere willen zien, moeten ze maar langs komen, of op mijn website kijken. Ik denk dat ik ook een doosje met zeefdrukken neerzet, waar mensen doorheen kunnen bladeren. Ik zou het liefst ook alle schilderijen zonder titel maken. Ik geef er één als herinnering, voor mezelf, maar je zet mensen ook gauw op het verkeerde been. Ik zou ze beter kunnen nummeren, maar dat staat ook weer zo koud.”

Opening zaterdag 7 maart 20:00u. Aansluitend JazzClub met Job Helmers. De toegang is gratis. De expositie is vrij te bezichtigen tot 27 maart. Openingstijden: woensdag en vrijdag 10.00-12.00u., maandag en woensdag van 19.15- 20.15u. en in de pauze van filmvoorstellingen, of op afspraak met huismeester Semmy Prinsen (06-25 58 63 54). Artishock, Steenhoffstraat 46A.

[“Christmas Card from a Hooker in Minneapolis”]

 

&

soms

soms is

soms is dat

soms is dat wat

soms is dat wat het

soms is dat wat het is

wat was

wat was dat

wat was dat het

wat was dat het soms

wat was dat het soms was

&

dat soms

wat soms is

g

e

w

e

e

s

t

.

 

 


 

If there ever was a time for whatever to whatever

it is now. And looking more closely, whatever is everywhere.

So let’s get right at it and do whatever is needed

to whatever so whatever will whatever never no more

 

C.A.P.FEB.2015

 

[Verfje]

Ik verf je
ik verf je fel
en verf je in pastel
ik verf je in olie
en in aquarel
ik mondschilder en
vingerverf je
 
Ik verf je met huid
en marterharen penselen
kwast ik je, wrijf en
spetter ik je
smeer je met paletmes
laag over laagje

op vereffenend linnen
verf ik je
ik verf je
een schilderjij
tot over mijn oren.
 
Palescue 26/27 JAN MMXV
Facebook: berlin-artparasites– artwork by Manuel Granados:
“I think of how, in Czech, ‘to paint’ and ‘to love’ are only one vowel away: malovat; milovat. The salutation alone is written. I paint you, I paint you, I paint you.”—Emily Wilson, from “Postcard I almost send to an almost lover”

De Franse pianist

Ik las laatst van een Franse dokter. Hij heette Albert Tousprêt, woonde in Lyon en leefde in de achttiende eeuw, laten we zeggen van 1744 tot 1812. Van zijn geboorte wist hij zich weinig te herinneren maar bij zijn dood kon hij bogen op een voltooid levenswerk. Dat had zijn patiënten echter wel de nodige offers gekost. 

De dokter had de obsessie een muziekinstrument te willen maken dat de mogelijkheden van een gitaar (une gitarre) en een piano (un piano) in zich verenigde. Het was hem vooral te doen om de snijdende, oplopende toon van de noten, ‘the edge’ die een gitaarspeler kan produceren door de snaren over de hals op te drukken tot de melodie uit levende stemmen lijkt te bestaan. Dit bleek erg moeilijk te benaderen.
Tousprêt bouwde een pianokast en begon te experimenteren met kippenpootjes. Bij de poelier om de hoek (linksaf, twee keer rechts) had hij acht octaven kippentenen met peesjes gehaald. Deze bevestigde hij voor (achter) de snaren, zo, dat de tenen langs de snaren konden tokkelen. Het knersende gekrabbel van een spinet (klavecimbel) klonk beduidend beter.
Als het inmiddels al tienjarige dokterszoontje met enige oefening in het gitaarspel zijn vingers tegen het hout drukte, klonk het goed (bien). Alleen, bij elke aanslag op het klavier kon hij maar enkele snaren tegelijk opdrukken. Wilde men de brede toonkeuze van een piano behouden, dan was een tweede aanslag (quatre mains) noodzakelijk.
De dokter bezat voldoende chirurgische vaardigheden om aan de kippenpezen stukjes hout, metaal, gips, textiel, aardewerk of ander materiaal te zetten. Van alles had hij al geprobeerd, tot het gebruik van menselijke vingers in de constructie hem als enige mogelijkheid overbleef.
Zijn zoon Ferdinand, later een actief en niet onverdienstelijk jurist, was nog elf toen hij een vel rondslingerende aantekeningen vond. Het jong bood direct al zijn vingers aan (tien) maar daar wilde Tousprêt natuurlijk niets van weten. Al kon hij het over zijn hart verkrijgen z’n eersteling de vingers af te hakken, dan zou hij nog alleen de twee wijs- en middelvingers kunnen gebruiken. Deze waren handzamer in het gebruik en volgens de uitvinder het meest geschikt.
Bovendien, zo werd hem duidelijk, moesten alle vijfentachtig vingers (vijftig witte, vijfendertig zwarte) om de zoveel tijd ververst worden. Het zou een lange-termijn project worden.
De helende notabele spendeerde al zijn vrije tijd aan de vervolmaking en instandhouding van zijn uitvinding. Daar hij inzag dat, buiten zijn zoontje, weinig mensen geïnspireerd zouden meewerken aan de revolutionaire ‘Grand Piano’, stroopte hij, zo incognito mogelijk, de weide omtrek af met in de zakken van zijn lange lakense jas (manteau du drap) een fles ether, een dot watten en ander materiaal uit de behandelkamer.
Er klonken in de jaren tachtig en negentig van de achttiende eeuw merkwaardig mooie klanken in de straat waar Touprêt woonde. Vreemd genoeg heeft de middelmatig pingelende dokter zijn familie tot op hoge leeftijd weten te vervelen op landerige zondagen (des dimanches). Het zoontje hield zijn mond uit angst of trots, wie zal het zeggen, en pas jaren later beschreven een paar wetenschappelijk getinte bladen het lugubere verhaal van de ongelofelijke uitvinding.
Ook heeft Tousprêt nog uitgebreide voorbereidingen getroffen om met gebruik van alle vingers de eerste schrijfmachine (l’ écritaire) te ontwikkelen. Na zijn dood werd op zolder een bak gevonden waarin mensenhanden werden geconserveerd in paraffine. Ook trof men in de nalatenschap een werktekeningen aan op grote vellen papier waarop vele handen elk hun eigen letter schreven.
Palescue

een verhaaltje wat ik schreef in de vorige eeuw en nog steeds aardig vind

[Loos] / [Void]




Foto: CERN (2012)


gently I imploded and
poured out in countless grit am
I, the time has come, now legion
 
shattered like air
castle confetti in the wind
Rest no moment
in the hunt for the flight
to what something can be
and each time then is what
since then this where if, that
exists god thank as
no more, not again
And every then and now somewhere else
from behind up galloped
off spectrum swept under the radar
out of (beep-beep) the depth
of time I dissolved
with nowhere nothing to back or to
reverse, come, go or be
I say 
 
to no one in particular
and you in general
that I love you
With each piece of stardust
and in each god’s particle
you touch in the core
totally myself.
Palescue, June 2014


Foto: CERN (2012)

 zachtjes implodeerde ik en

uitgestort in talloos gruis ben

ik, het is zover, nu legio

uiteengespat als lucht-

kasteel confetti in de wind

Rust geen moment

in de jacht op de vlucht

naar wat iets wezen kan

en telkens even is wat

dan daar dit waar dan, dat

bestaat goddankzij zo

niet meer, niet weer

Telkens anders ergens

vanachter op voorgesneld

uit spectrum onder de radar

geveegd (bliep-bliep) de diepte

van de tijd uit ben ik opgelost

met nergens niets terug of om

te keren, komen, gaan of zijn

zeg ik

tegen niemand in het bijzonder

en jou in het algemeen

dat ik van je hou

Met elk stuk sterrenstof

en in elk godspartikeltje

raak je in de kern

geheel mijzelve.                                                                                                                     
Palescue, juni 2014

[]


Koud. Je kan wel blijven zoeken
Alles doe je voortaan tussendoor
Van hot naar her en al met al
Wrik je ruimte tussen wal en schip
Houd me vast en ik val van de wereld
Laat me los en over de afgrond loop ik
In een strakke lijn over het slappe koord
Ze weten precies wat je bedoelt
Hij kent een verhaal en zij heeft gehoord
Maar je weet, je kan het vergeten,beter verdergaan
Wakker worden, water drinken, uren tellen
Het gaat goed. Het gaat geweldig
De nachten zijn het ergst
Als de droom niet komen wil
De dagen zijn het langst
Als de moeheid niet weg wil
Krakend breekt een tak af
En niet voor het eerst
Dunne berken bevolken de toendra
Geknakt onder sneeuw en mammoetvoet
De tonen zijn verdwenen
Met het hoofd in de vogels
En de wortels in een teiltje
Sta je gemeenschappelijk in de hal
En hoopt dat iemand water giet.                                                     

   ©@ Notities, 4/12; 11/12 2014

De grootste reis maak je ter plekke – een ontmoeting met Meneer Jozef

De grootste reis maak je ter plekke – een ontmoeting met Meneer Jozef

En je verhaal?
Mijn verhaal, Mevrouw de Heks?…
Waarom moet u daar nu over beginnen?
Mijn verhaal… uitgerekend nu!
Mijn verhaal, daar begin ik morgen aan.
Dat zeg je altijd!
Morgen, Mevrouw de Heks.
Morgen is er weer een dag. 
Weet je dat wel zeker?
(stilte)
Jongeman?
(stilte)
Nee, niet echt.
Slaap lekker.
Hmmm
Jozef van den Berg, uit: De Geliefden (1985)
Zondagochtend. Gehuld in het dekbed keken we naar kinderprogramma’s uit de Villa van de VPRO. Het was in de jaren ‘80 en ik was allang geen kind meer, eerder weer op zoek naar het kind in mezelf. We zagen toen onder ander de serie Monni en Nanni, Rembo en Rembo, en ook theatershows van Jozef van den Berg.
Prachtig vond ik het, hoe hij, mét de zaal, opging in een fantasiewereld die heel scherp de lijnen van de ‘echte’ wereld volgde. Schijnbaar eenvoudige parabels die, in ieder geval voor de jong-volwassene die ik was, de ontroerende tragiek van het leven weergaven met de oneindige wijsheid en speelsheid van een kind.
Ik schreef toen ook, en net als nu, te weinig. Van mijn vriendin kreeg ik een antiek, leeg opschrijfboekje. Voorin schreef ze: ”Ga zitten en schrijf je verhaal.” Misschien dat er een paar woorden bij zijn geschreven maar mijn verhaal heb ik nog steeds niet gedaan. Misschien is dit een deel ervan.
Vaak gaat het zo: ik ga iets doen. Daar heb ik iets voor nodig en dat ben ik kwijt. Zoek het, op de computer. Start dus de computer op…Koffie zetten, halen, drinken… De computer is dan opgestart, werkt niet naar behoren en wat ik zocht ben ik inmiddels vergeten. Ik ga iets anders doen. Wat heb ik daarvoor nodig? Een pasje, of iets anders. Waar is dat?…Zoeken, zoeken, zoeken… Vind een pen die al lang kwijt was maar ik niet zocht. En papiertjes die ik ook niet zocht maar waar nodig iets mee gedaan moet worden. Maak een nieuw stapeltje papier. Gooi ander papier in de oudpapier bak. Dan heb ik iets gedaan.
Boek
 
Jozef van den Berg begon als poppenkastspeler, voor kinderen, en evolueerde naar theatermaker met een Familie aan kleine handpoppen. In de jaren 1980 maakte hij naast elk programma voor volwassenen een versie voor kinderen. Zo las ik net in het boek van Francis Jonckheere: ”Jozef van den Berg, Van

Poppenspeler Tot Acteur Van Christus” (uitgeverij Lannoo, 2014). Francis heet voor Jozef ook wel Nikodim, beiden zijn toegetreden tot de Grieks-Orthodoxe Kerk. Waarschijnlijk heb ik indertijd dus alleen de kindervoorstellingen op tv gezien, maar het maakt mijn waardering voor zijn werk er niet minder om.

Vijfentwintig jaar geleden stopte Jozef met het theater. Op 14 september 1989 komt hij het podium op van de Rode Zaal in het Singel theater in Antwerpen en zegt:
“Ik zal nooit meer spelen.
Ik ben een werkelijkheid genaderd die niet meer te spelen is.
Ik heb ontzettend lang gezocht, ben overal geweest.
Uiteindelijk kwam ik tot de conclusie
en die conclusie ben ik nu zelf: dat de zoeker zoekt, maar hij wordt gevonden.
Daarom sta ik vanavond voor het laatst op de planken.
[…]
Ik ga.
Het geld dat u hebt betaald kunt terugkrijgen bij de kassa.
Het gaat u allen goed. Tot ziens.” 

Er ging een schok door de culturele wereld. Ik heb het niet gemerkt. Mijn vader was een maand daarvoor op 12 augustus overleden en ik stond niet open voor veel nieuws uit de wereld. De val van het IJzeren Gordijn, dat drong wel door, en die man, die met een plastic tasje in de hand de tanks tegemoet trad op het Tien-A-Min Plein in Peking, dat weet ik ook nog. Maar op een of andere manier had ook dat met de dood van mijn vader te maken, toen.
Ik ben in die tijd zelf ook wel eens naar Russisch Orthodoxe diensten geweest. Onder het mannengezang van Gospody Pomiloei zie ik Gods geest tussen de berken op de Russische toendra’s zweven.

Verhaal
Jaren later, twee jaar geleden, komt mijn vrouw bij mij wonen. We kijken filmpjes op YouTube en ik vertel hoe een kunstenaar kan worden opgeslokt door zijn eigen werk, zoals in mijn ogen bij voorbeeld Jozef van den Berg is overkomen. Dat hij als zoekend theatermaker de ultieme stap had genomen en kluizenaar was geworden. We bekijken nog wat filmpjes en mijn lief zegt dat ze die man graag wil ontmoeten. Uit de filmpjes maken we op dat hij bij een gele kerk woont. Vanuit de tuin waar zijn hutje staat en waar hij op een fimpje het gras maait, kan je de klokketoren zien. Kerstavond 2012 gaan we op zoek naar die kerk en komen eerst bij een tweeling-kerk die een dorp verderop staat en vinden even later de juiste. We spreken een paar uur met hem, over ons verhaal en over het zijne.
‘Meneer Jozef’ noemt mijn vrouw hem en dat houden we er maar in. In zijn voorstellingen speelde hij altijd De Jongeman. Nu is hij, zowel naar leeftijd als geestelijke rijpheid, geen jongeman meer. Ik zeg dat ik het jammer vind dat hij geen toneel meer speelt. Via het theater en tv wist hij een heleboel mensen te bereiken, mensen zoals mij te laten delen in de mooie boodschap die hij heeft. Meneer Jozef vertelt hoe hij tot zijn stap is gekomen. Over de dood van zijn broer en het zoeken naar waarheid via verhalen in het theater. En hoe dat op een gegeven moment niet meer samen ging. En hoe hij van een Griekse patriarch de opdracht meekreeg ‘acteur van Christus’ te worden en hij zelf ook dacht dat daarmee bedoeld werd: op de planken, maar dat dit mislukte. Op (boven-) natuurlijke wijze werd duidelijk dat er iets anders mee bedoeld werd. De wereld is het toneel en God zelf maakt de scene in het bestaan van Meneer Jozef, die leeft van wat de mensen hem geven en nooit gebrek lijdt. We zijn er sindsdien een paar keer geweest en nemen ook altijd iets mee – koffie, iets lekkers, warme sokken, een boek.
Het gebeurde niet meteen, maar mijn idee over Meneer Jozef als de geniale kunstenaar die is opgeslokt door zijn fantasie is wel bijgesteld. Ik had wel meteen door dat hij niet gek is, allerminst. Hij is ook geen Jezusfreak of goeroe. Meneer Jozef straalt een bijzonder prettige warmte uit. “Met liefde en in waarheid. Als we de liefde of de waarheid verwaarlozen, gaat de diepgang teloor”, zegt hij in het boek tegen Francis Jonckheere, over zijn leven in het geloof.
Hij is gewoon een buitengewoon mooi persoon die leeft in God. Zonder voetstuk. Voor de VRT Radio zei hij: “Ik ben geen monnik, evenmin ben ik tot diaken of priester gewijd, ik ben gewoon een gelovige, maar ook iemand met een specifieke taak, een eigen roeping.”
Nieuws
Meneer Jozef is nog steeds, of meer nog, wijs en spreekt nog steeds schijnbaar eenvoudig. En hij is ook nog steeds grappig, en o zo belangstellend. Hij drinkt met zijn vriendelijke ogen alles in wat je vertelt. Alhoewel we met grote tussenpozen zijn geweest, weet hij altijd niet alleen onze namen, maar ook de details nog van vorige gesprekken: “En, heeft je zoon die baan nog gekregen?” vraagt hij dan.
Ik vind het ook (bijna) niet meer jammer dat hij is gestopt met optreden. Zijn ‘verhaal’ is er alleen maar mooier op geworden, authentieker. En ik kan nu dus gewoon bij hem langs. Niet voor een voorstelling, maar voor een echt gesprek, van mens tot mens. Dat is heel mooi. Ik voel me altijd puur en open, mijn ziel voelt zogezegd gelaafd, als ik bij Meneer Jozef ben geweest.
Gisteren waren we er weer. Voor Sinterklaas had mijn moeder ons samen het boek van Francis Jonckheere gegeven. Bijna op de dag af vijfentwintig jaar na zijn afscheid van het toneel, werd het boek gepresenteerd in dat zelfde Singel theater in Antwerpen. En Meneer Jozef was er bij, en maakte zogezegd de singel rond. “Een soort levende brief”, zegt hij in een interview. . Ditmaal was het niet in de Rode Zaal, maar in de Blauwe Zaal van het theater. Hij ging gekleed in een rode jas – dat dan weer wel – die  hij ooit van een Griekse priester heeft gekregen.
Het haalde zelfs het BRT Journaal van 5 september 2014. Zoals wel vaker geven de media van onze Zuiderburen oneindig veel meer blijk van cultureel besef dan de Nederlandse. In Nederland is Cultuur alleen nieuws als er geld mee gemoeid is.
Meneer Jozef had er lang over na moeten denken, veel raad gezocht in gebed, of het wel de Bedoeling was van de regisseur Daarboven. En ja, hij is dus gegaan, terwijl hij eigenlijk nooit Neerijnen verlaat. De laatste keer was drie jaar geleden, toen zijn zus was overleden.
Beide keren was Ronnie zijn chauffeur. Ronnie komt nu zo’n tien jaar om de week bij Meneer Jozef langs. We hebben Ronnie daar gisteren ontmoet. En, toevallig of niet, had hij vier gebakken visjes en patat bij zich. Zo hebben we, met z’n vieren binnen de vierkante meter van het ‘gastenverblijf’, met z’n allen gegeten. Mijn lief had een kaart voor Meneer Jozef gemaakt waarop ik iets had geschreven naar aanleiding van de stukjes die ik al had gelezen in het boek. Er staan ook transscripties in van fragmenten uit de theatershows, die altijd uit improvisatie zijn ontstaan. Wat ik las vond ik meteen weer erg ontroerend en als reactie schreef ik op de kaart iets als: “Ont-roering leidt niet tot verstilling, inactiviteit, wel tot sprekende stilte.”
We hadden het boek bij ons en vroegen of hij er wat in wilde schrijven. Dat deed hij:
“Neerijnen, 6 December 2014
H. Nicolaas
Uit dit boek:
“Elke mens, die van dit water wil drinken wil drinken
moet er zelf heen gaan, want ik spreek over Christus.”
Heel veel goeds,
Jozef”
Meneer Jozef vertelde over de grote heilige die Nicolaas was en dat er nog steeds olie uit zijn sarcofaag in Bari druppelt. Maar we hadden het ook over de goede oogst uit de tuin dit jaar en hij vertelde over de problemen die hij had met muizen en ratten. “Ze lopen gewoon onder mijn hoofdkussen door. Daar valt niet mee samen te leven, vooral niet met ratten” Tegen de ratten heeft hij toch maar gif gebruikt. De muizen vangt hij en zet hij uit in het bos. “Dan lig ik te slapen en hoor ik die val. Dan moet ik er snel bij zijn, anders gaan ze dood. En dan kijkt die muis je zo aan, van ‘wat gaat er nu me gebeuren.’ De muis doe ik ik een kooitje en dan fiets ik daar, midden in de nacht, met een muis naar het bos waar ik ze weer vrij laat.
Stilstaande Reiziger
In het boek beschrijft Francis Jonckheere hoe Meneer Jozef in zijn werk en als mens een reiziger was, een zoeker die gevonden werd. En hoe hij nu “een stilstaande reiziger” is in een hutje langs de weg. Dat vind ik een mooi beeld wat erg lijkt op mijn idee over reizen.
Mensen reizen wat af, vaak uit noodzaak, voor het werk of op de vlucht, maar ook uit gezonde nieuwsgierigheid. We reizen om de wereld te leren kennen, om andere dieren, culturen en mensen te zien. Overal komen we vooral ons zelf tegen en de meeste mensen hebben een thuis om praktisch onveranderd weer in terug te keren. Foto’s gemaakt, herinnering opgeslagen en de deur gaat dicht. “Dat hebben we weer gehad.”
Hoe kan je nu zoveel mogelijk zien en leren op reis? “De reis is de bestemming” is misschien een cliché geworden, maar daarom niet minder waar. In mijn weliswaar beperkte ervaring merk ik dat het vliegtuig onbevredigend is. De reis begint op een zielloze plek, de luchthaven, waar je in een zwart gat stapt en er weer uitkomt op even karakterloze luchthaven. Als een soort buizenpost ben je weliswaar vervoerd, maar van reizen is geen sprake. Als je met de trein gaat is dat al beter. Om te beginnen is het treinstation vaak een levendige omgeving, en onderweg zie de landschappen mooi aan je voorbijtrekken. Als je iets langzamer gaat, met de auto, zie je al meer. Zeker als je de snelwegen mijdt, zie je niet alleen landschappen, maar ook de verschillende steden. En het is wat actiever, je voelt de afstand.
Fiets van Jozef
Je voelt de afstand nog beter als je gaat fietsen. Met je kop in de wind voel je elke kilometer en vooral het hoogteverschil erin. In plaats van steden en dorpen zie je wijken en straten. Met de boot, en dan vooral zeilend is op dit niveau ook een mooie vorm van reizen, de mooiste wat mij betreft. Vanaf het water ziet de wereld er heel anders uit. Je herkent je eigen stad haast niet als je die voor het eerst over het water kan benaderen en verkennen.
Hoe langzamer je gaat, hoe meer je ziet. De reis wordt nog gedetailleerder als je gaat lopen. Dan kom je individuele huizen en bomen tegen op je pad. Maar het meest zie je nog als je blijft staan, of gaat zitten onder de boom. Nu pas ziet de reiziger de plek waar hij is het best. Er komen mensen langs, en vogels en hij ziet een mierenroute naast zich. De verste reis maak je sur place, ter plekke. En als je lang genoeg zo blijft reizen, begrijp je waarom die boom hier staat, en niet verderop.
Dat doet Meneer Jozef nu. Hij reist in zijn hutje onder die kweeperenboom in Neerijnen verder dan wij. De hele wereld komt langs in de ogen van een muis. En hij reist verder, ziet het Licht in het kaarslicht bij de icoontjes.
I.P. Fisher

[ ]


21 uur 21
de dag is volwassen
ik trek schoenen van
de ene voet, de andere voet
en mijn broek trek ik uit
het ene been, het andere
ik trek hemden uit
over de ene arm de andere
rol de onderbroek uit
speel beide billen vrij en
de ene voet na de andere
komt voort uit sokken
dan stap ik met mijn hoofd
erbij onder de douche, zegen
van warm en stevig water
Zeep.

 

Palescue 2-3 DEC 2014

Ruud Bijman in Artishock: “Ik schilder intuïtief en that’s it.”


In de maand december exposeert Ruud Bijman in de grote zaal van Artishock. Tot een paar jaar geleden maakte hij alleen illustraties in opdracht. Toen kwam een vriend langs met dertig schildersdoeken. Een nieuwe weg lag voor hem en inmiddels is Ruud in geheel eigen stijl bezig met een volgende serie. “Een schilderij van Ruud is fascinerend, een zoektocht door de menselijke geest” zegt de inleider op zijn website
“Van origine ben ik tekenaar-illustrator. Ik heb 25 jaar getekend in opdracht. In de jaren negentig ging het artistieke deurtje open. Toen ben ik kunstzinnige markertekeningen gaan maken en schilderde ook af en toe. De grote verandering kwam toen een vriend van mij, een stand bouwer, dertig grijs geschilderde doeken meebracht die over waren na een beurs. Dat was december 2012. Sindsdien heeft het schilderen me te pakken, ben ik er 24 uur per dag mee bezig, en is het tekenwerk op de achtergrond geraakt. Die eerste serie doeken is vierkant, vijftig bij vijftig centimeter. 
Ruud Bijman, met “Red Hat”op de ezel
“Ik zie het als een ladder, elk schilderij wat ik maak brengt me ‘n stapje hoger. Die eerste serie bracht me op de eerste verdieping en nu transformeert mijn werk. Ik gebruik een nieuwe techniek en werk op grotere formaat. Het moet ook niet te groot worden want ik houd nogal van details en ik wil niet te lang aan een schilderij werken. Dan gaat de spontaniteit eraf. Aan dit schilderij, Red Hat (Rode Hoed), ben ik drie dagen in een roes bezig geweest.”
Experiment
“Elk schilderij is een experiment. Ik begin eraan zonder vast omlijnd idee. Ik ga op zoek naar boeiende vormen en ik laat me verrassen door wat er ontstaat. Als ik bij voorbeel een vis opkomen onder mijn handen, dik ik dat aan maar ook niet teveel. Kijk, Moeder Natuur is de grootste kunstenaar, dat staat als een paal boven water. Maar alle objecten in deze wereld hebben al een naam, zijn door de mens of de natuur gemaakt. Ik vind het leuk om niet-bestaande objecten te schilderen. Wel probeer ik de suggestie te wekken dat wat ik schilder een entiteit is, een levend ding.”
Ruud Bijman: “Nine”
“Mijn inspiratie vind ik in schilders als Jeroen Bosch, de surrealisten en bepaalde tekenaars van graphic novels zoals Simon Bisley en Giger. Het was vroeger mijn droom een stripverhaal te maken, maar ik kan niet schrijven. De titels die ik de schilderijen geef zeggen ook niet veel, daarin wil ik de kijker niet teveel sturen. Ik vind het leuk als je telkens op een andere manier naar een schilderij kan kijken. Ik kan mijn werken ook niet uitleggen. Dat vind ik niet belangrijk. Thema’s als vergankelijkheid en vervreemding spelen een grote rol, maar alles ontstaat spontaan.Het moet onvoorspelbaar zijn en gelukkig verrassen mijn schilderijen mijzelf ook.”
Cees Paul
Zaterdag 6 december om 20.00uur in Artishock, Steenhoffstraat 46. Na de opening JazzClub met Saskia Laroo. Gratis entree. De expositie is vrij te bezichtigen tot 26 december. Openingstijden: woensdag en vrijdag 10.00-12.00u., maandag en woensdag van 19.15- 20.15u. en in de pauze van filmvoorstellingen. Ook is het mogelijk een afspraak te maken met huismeester Semmy Prinsen (06-25 58 63 54).

H.R. Giger by (c) Annie Bertram (2012)

“Er was eens…” Herfstig Artishock met fotograaf Nancy Bos

Herfstiger kan november niet worden dan met de expositie “Er was eens…” in Artishock. Nancy Bos vertelt verhalen met foto’s. De titel refereert enerzijds aan de beginzin van sprookjes, anderzijds aan dat wat geweest is.

Zelfportret – Nancy Bos

Eerder dit jaar won ze de publieksprijs van de expositie ‘Like/Don’t Like’ in Rotterdam. Nancy Bos: “Ik dacht, dode beestjes en zo, dat zal mensen misschien niet aanspreken, maar blijkbaar vonden ze het toch wel heel gaaf. Deze serie is begonnen toen ik nog aan de Fotoacademie studeerde. Toen, vijf jaar geleden, drukte ik de foto’s af in bruin- en zwarttinten. Mijn mentor noemde het ‘barok’ maar ik was er zelf nog niet tevreden over. Ik zat tegen het donkere aan te hikken. Dat heb ik uiteindelijk opgelost door ze terug te brengen naar zachte kleurtinten.

Verhalen

“Er kwamen ook nieuwe beelden bij, uiteindelijk zit er geen één foto van de oorspronkelijke serie in. En het blijft groeien… Dit weekend was ik aan het wandelen op de Hoge Veluwe. Opeens had ik het gevoel dat ik het open veld in moest, ik zag iets wits in de verte. Dat bleken waterlelies te zijn, niet wat ik direct interessant vind om te fotograferen, maar dichterbij gekomen zag ik nog meer wit: in het gras ernaast lagen vogelveertjes verspreid. Dat ben ik gaan fotograferen en dat is een mooie serie geworden. Ze staan nog niet op de site – www.wijseneigen.nl – maar één ervan komt wel in Artishock.”

“In alles wat ik zie, zie ik een verhaal. Ik heb een fascinatie voor oude spullen en gebouwen, dingen die kapot of achtergelaten zijn. In het verval zit een verhaal van wat geweest is, maar ook de schoonheid van de kringloop. Dode beestjes lijken afschuwelijk maar is ook een teruggaan naar de natuur. Bloemen, planten en beestjes voeden zich weer met de restanten.“

Doka

‘Dodo’ – foto Nancy Bos

“Oorspronkelijk kom ik uit Brabant, onder de rook van de Dommelsche Bierbrouwerij. Mijn vader was buschauffeur en gebruikte zijn werktijd om uitvindingen te bedenken voor in de doka, de donkere kamer. Ik heb daar heel wat uren met hem doorgebracht. Hij was ook lid van de fotoclub in Waalre en ik werd daar ook lid van. Daar is mijn liefde voor fotografie begonnen. Inmiddels werk ik digitaal, maar soms schiet ik nog analoog. Het is een andere manier van fotograferen, je kan minder foto’s maken en het resultaat is niet direct zichtbaar. Ik doe het vooral om het nostalgische gevoel. Als ik de chemicaliën uit de doka ruik, dan word ik ook weer heel blij. Het is niet gezond voor je, maar het brengt je terug naar die magische donkere uurtjes.”

“Later heb ik een tijd in Amersfoort gewoond en daar ben ik nu weer terug sinds een jaar, nu met een eigen studio. Daar maak ik portretten in opdracht. Daarnaast werk ik ook veel op locatie voor zowel bedrijven als particulieren. In mijn vrije werk laat ik me graag leiden door wat ik tegenkom, wat ik niet in de hand heb. In mijn opdrachten vind ik het juist erg leuk om alles te ensceneren en zo het verhaal van iemand in beeld te brengen. Dat zie je ook in de portretten die ik exposeer in Artishock. Het zijn allemaal opdrachten geweest waar een verhaal achter zit, en die blijken ook prima op zichzelf te kunnen staan. Mijn stijl zie je terug in zowel de portretten als het vrije werk. Dat is een combinatie van wat ik fotografeer en hoe ik het fotografeer. Het hoeft niet donker te zijn maar ik houd wel van dramatisch licht met met veel schaduw.

Zaterdag 1 november om 20.00uur in Artishock, Steenhoffstraat 46. Gratis entree. Na de opening JazzClub met Wout Wantenaar + Band. De expositie is vrij te bezichtigen t/m 21 november; vaste openingstijden: woensdag en vrijdag 10.00-12.00u., maandag en woensdag van 19.15- 20.15u. en in de pauze van filmvoorstellingen. Ook is het mogelijk een afspraak te maken met huismeester Semmy Prinsen (06-25 58 63 54).

Door Cees Paul

Russische prinsessen, emotie en kranten

Artishock begint het expositie-seizoen met twee fotoseries van Nadja Willems. Nadja heet voluit Nadjeschda: “Zonder de Revolutie zou je een Russische prinses zijn geweest”zei mijn moeder altijd.” Naast een serie over de Russische aristocratie in spijkerbroek toont ze de reeks Emotie: opmerkelijke portretten uit bewerkte beelden van internet.
 
“Ik ben vernoemd naar mijn betovergrootmoeder. “Zonder de Revolutie zou je een Russische prinses zijn geweest” zei mijn moeder altijd. Daar moest ik iets mee doen, met die achtergrond. Ik ben op zoek gegaan naar schilderijen van vrouwen die mijn betovergrootmoeder konden zijn. Van haar bestaan overigens wel foto’s maar geen schilderijen. Daarna ging ik op zoek naar oude kleren, maar wel kleren van nu, bij de Spullenhulp en andere tweedehands-winkels. Zo heb ik modellen aangekleed, ook met kralenkettingen en alles, om die schilderijen na te maken in de studio. Ze hebben wel hun eigen spijkerbroek aan, al valt dat de meeste mensen niet direct op. Kijk maar op de poster die nu door heel Soest hangt. Ze houdt het oorspronkelijke schilderijtje in haar hand. Ze lijkt niet op mijn betovergrootmoeder. Het gaat me om de tijdgeest en het prinsesje spelen, de mooie jurken. Ik wil het beeld van de Russische aristocratie uit de tsarentijd laten zien. De foto’s zijn afgedrukt op plexiglas en de lijst die je ziet is ook gefotografeerd. Het is de lijst van een schilderij uit het huis van mijn ouders, een portret van voorouders.”
Emoties krijgen gezicht

In tegenstelling tot de verstilde Russische portretten zijn de foto’s uit de serie Emotie heel expressief. We zien gladde foto’s van verfrommelde proppen krantenpapier. Nadja Willems: “Uiteindelijk zijn het ook portretten. Emoties krijgen een gezicht. Het oorspronkelijke gezicht kan je nauwelijks terughalen. Ik heb foto’s die een emotie weergeven van internet gehaald en elk portret vermengd met een ander. Het zijn telkens twee emoties door elkaar heen. Het resultaat is afgedrukt op krantenpapier en verfrommeld. Uiteindelijk heb ik dat in de studio gefotografeerd. Door de bewerking zie je een stapeling van emoties – nieuwe emoties en versterking van bestaande. Dat krijg je in de studio, met mensen, niet voor elkaar. Ik moest op zoek naar emoties die er al waren. Maar ook dan weet je niet of het echt is. Wat is nog echt, wat is fake? Emoties worden in de media vervormd en ook zogenaamde ‘real life tv’ is voor een groot deel in scene gezet. Ik zet een vraag bij de emoties.”

De was

“Ik heb mijn hoofd nog vol met dit project maar ben ook al een tijd bezig met het volgende: De Was. Allemaal situaties rond het doen van de was die ik tot in het extreme wil uitvoeren. Het zijn een soort collages, tot in de puntjes bedacht en uitgevoerd. De eerste is alweer twee jaar oud: van Beatrix die de koningsmantel ophangt aan het paleis op de Dam. Ik had die serie dit jaar voor de Kunstroute af willen hebben maar die gaat niet door. Dat geeft me weer de ruimte om er in alle rust verder aan te werken.”
Nadja Willems heeft haar opleiding zowel op de Kunstacademie als de Fotovakschool gehad. Aanvankelijk deed ze vooral commercieel werk, wat ze nog steeds doet met Studio Soest. “Een paar jaar geleden begon het te kriebelen en kreeg ik het rustiger door de crisis. Iemand zei toen:”Je moet je kant van de kunstacademie weer tevoorschijn halen. Daar ligt je bron.” Het is grappig om te merken dat ik nu veel bezig ben met het vrije werk maar dat het commerciële ook weer aantrekt. Ik denk ook omdat ik andere reportages en fotoshoots maak dan andere commerciële fotografen.”
Artishock heet u welkom op 6 september. De opening van de expositie is om 20.00 uur. De muziek is deze avond in handen van de JazzClub. De toegang is gratis. De fotowerken zijn t/m 26 september te bezichtigen in Artishock, Steenhoffstraat 46, Soest. De vaste openingstijden zijn: woensdag en vrijdag van 10.00 tot 12.00 uur; maandag en woensdag van 19.15 tot 20.15 uur. Ook is het mogelijk een telefonische afspraak te maken met huismeester Semmy Prinsen (06 2558 6354)

Door Cees Paul

34 Stieren in een zaal

Mei is de maand van het sterrenbeeld Stier. De grote zaal van Artishock zal dan gevuld zijn met ‘34 mentale stieren’ – krachtig verbeeld door Jan van de Poel, kenner en liefhebber van het rund.

Jan met een van zijn ‘Minotauressen’
Jan van de Poel woont in het bos. Binnen hangen zijn laatste werken aan knijpers langs de muur. “Ik ben in de gelegenheid om heel veel te tekenen. Ik teken en schilder van jongsaf aan, en altijd heeft de stier al gespeeld als thema. Na de kunstacademie kreeg ik werk in de reclame. Daar is het hollen of stilstaan, en meestal is het hollen. Met een gezin erbij was het vrije werk dus iets voor ernaast. En dan bouw je geen homogeen oeuvre op.”

Stiervrouwen
“In Artishock komt nu alleen werk wat ik sinds afgelopen oktober heb gemaakt, onder andere een meerluik in vijftien delen van 50 x 50 cm. Normaal werk ik altijd op papier van 50 bij 65 centimeter. Ik werk nogal snel, kan mezelf bijna niet bijhouden. Als ik met de ene tekening bezig ben heb ik al ideeën voor een volgende. Zo ontstaan er series, zoals die met kruisen en de serie met Minotauressen. In de Griekse mythologie komt namelijk de Minotaurus voor, half stier, half man. Bij mij zijn het dus stiervrouwen.”

“Op een gegeven moment wilde ik ook wat groters maken, maar daar had ik geen ruimte voor, dus is het een soort tableau geworden. Voor mijn doen is het vrij bedacht, het is noeste arbeid geworden, want de delen moeten wel op elkaar aansluiten, het moet één beeld vormen. Het is goed om langer met één ding bezig te zijn en ook wel bijzonder voor dit medium. Mensen schilderen wel op groot formaat, maar tekenen, dat zie je niet veel. Inmiddels kwamen er ook meteen beelden voor twee of drie nieuwe grote werken. Die ga ik zeker nog maken. In Artishock hangt de eerste: ‘Piemontese.’ Het is namelijk een Piemontese stier, dat is een vleesras.”

Ossen & Oerkracht
In de kamer liggen veel boeken over het rund. “Ik koop alles wat los en vast zit. Gelukkig verschijnt er niet zo heel veel. Ik ben ook bezig met een educatief project en denk serieus over een training om te leren ossendrijven. Tot aan de Tweede Wereldoorlog werd ook in Nederland nog veel gewerkt met ossen. Paarden werden daarna nog wel een tijd gebruikt, maar ossen zijn vrijwel verdwenen. Iemand in het Groningse Westerkwartier wil dat levend houden en dat vind ik enorm fascinerend.”
“Er bestaat een grote Hollandse traditie van veeschilders en ik bewonder ook De Stier van Paulus Potter. Maar mij gaat het om wat dat dier in mijn hoofd doet. Daarom heet de tentoonstelling ook ‘Mentale Stieren.’ Van het echte dier, het sterrenbeeld, tot de mythologische betekenis, ik combineer het allemaal.

Voor mij is het rund het prototype van een dier. Als ik aan een dier denk, denk ik aan een rund. En als ik teken worden het toch altijd stieren. Wat ik daarbij voel is misschien net zoiets als onze voorvaders  die duizenden jaren geleden dat briesende, stampende rund probeerden te temmen. Dat heb ik ook nog wel, als ik in een stal of weiland sta met die dieren. Ze emotioneren me ook, maar vooral voel ik dat ontzag voor de oerkracht.” 
Cees Paul

NCHTGDCHT

NCHTGDCHT










Voor mensen zoals jij
en ja, dus ook voor mij
blijft liefde zelden zonder straf.
Je komt er niet mee weg
zonder krassen in de lak.
Voor mensen zoals wij
voor jou en ook voor mij
is de nacht niet lang genoeg
we blijven liever rijden tot het eind
door lege straten met lantaarns
Bij mensen zoals wij, bij jou en mij,
werd de ziel van jongsaf aan gebutst, verzaagd
maar groeide telkens ook weer aan
op een andere plek
en vaak te laat
voor mensen zoals jij
en ja, ook voor mij

Palescue, april 2014

Marja Ormeling in Artishock: Doeken met Regenwoud

De expositiezaal van Artishock is in maart voor Marja Ormeling. Zaterdag 1 maart wordt om 20.00 uur de expostie geopend en is er aansluitend live jazz-muziek. Marja Ormeling maakt semi-abstracte schilderijen. Ze zijn herkenbaar en met een soort aangename rust, ondanks veel kleur en beweging. Soms is het of er een sluier voor hangt.
 

Marja Ormeling voor haar werk (foto: atelier ormeling)

“Nu je het zegt. Dat is het regenwoud. Je zag soms door de regen de bomen niet meer. Regen regen regen, alles wordt nat en nooit meer droog. In de kano werden mijn sokken een moeras voor mijn voeten waar de prachtigste vlinders op kwamen zitten.”
Kaaiman, anaconda en piranha
Mijn schilderijen zijn verhalen op het doek. Verhalen van mijn verblijf in het oerwoud. Van het dagelijks leven in een indianendorp, en op jacht gaan met indianen buiten het dorp. Het vangen van kaaiman, anaconda en piranha. We aten we elke dag zelf gevangen vis. Ik zag ze merkwaardige manieren van visvangst gebruiken, zoals met bolletjes van cassave met bessen waar ook een soort drugs in zat. De vissen kwamen gewoon verdoofd boven drijven! Die ervaringen zijn nu een tijdje geleden. Ik schilder nu meer bloemen. De wilde beesten zijn er een beetje uit. In Artishock kan je die nieuwe werken zien.
Het wrede paradijs
Mijn eerste reis naar het Amazonegebied was naar een dorp bij de grens tussen Suriname en Brazilië. De andere reis voeren we over zijrivieren van de Amazone in het grensgebied van Brazilië met Columbia en Peru. Dat waren heel primitieve reizen, met diepgaande ervaringen. Eén van mijn schilderijen heet ‘Paradijsvogels’ en zo is het oerwoud ook: het leven is heel wreed, maar ook een paradijs. Je bent ver weg van alles en iedereen en het wemelt er van de slangen. Je moest heel erg op je intuïtie vertrouwen, gewoon om te overleven. Maar daardoor heb ik ook veel schoonheid gezien en veel geleerd. Zolang je bij je intuïtie blijft loop je geen gevaar. Het was voor mij ook een innerlijke reis.
Boot in huis
Ik heb iets met water. In Zuid-Amerika reisden we ook over het water. Als kind zaten we de hele zomer op Vinkeveen, op zo’n eilandje. Als de zon opging zei mijn vader: “Kind, dit is het ware religieuze gevoel.” Hij had ook altijd bootjes, zaten we ’s winters met een boot in de huiskamer waar hij aan werkte. Dan leefden we daar zo’n beetje omheen. Als je het wil zien zit in bijna elk schilderij van mij wel water. Ik heb van jongsafaan veel getekend, vanaf dat ik mijn eerste doos Caran d’Ache kleurpotloden kreeg. Ik weet nu de geur nog. Later ging ik vooral portretten schilderen. Maar mijn geld verdiende ik vooral als psychotherapeut. Mijn broer was meer de kunstenaar van de familie. Pas nadat hij overleed was ik niet meer te stoppen en begon ik ook te exposeren.
Stroom van het proces
Ik schilder met acryl- en olieverf, en gebruik ook krijt, inkt en goudverf. Laag over laag, maar ik noem het niet organisch. Wel werk ik vanuit een gedachte. Ik wil bij voorbeeld een rivier schilderen, met alles wat daarin zwemt en daarbij hoort. Onder andere een vrouw, ik zwem zelf in die rivier, in de stroom van het proces. Mijn hand gaat over het doek vanuit die gedachte. Ik schilder de vormen die daarbij horen en als er, door die lagen een harmonie is ontstaan is, geeft het resultaat mij het gevoel van verwondering of openbaring weer: dat wat de rivier oproept, zit dan ook in het schilderij.”

Opening expositie: zaterdag 1 maart, 20:00u.; aansluitend Live JazzClub. Bezichtiging mogelijk tot en met donderdag 27 maart in Artishock, Steenhoffstraat 46, Soest. De vaste openingstijden zijn: tijdens evenementen en:; woensdag, vrijdag van 10.00 tot 12.00 uur; maan-/woensdag van 19.15 uur tot 20.15 uur. Ook is het mogelijk een telefonische afspraak te maken met huismeester Semmy Prinsen(06 2558 6354)

(c) (p) cees paul

Oude Ambachten

Kleine Melm, de Eem.

























Oude Ambachten
Ook in Hendrik-Oude-Ambacht draait niet alles om
Geld eten slapen warmte water lucht
Er is vooral verblekend blind licht
Zwamzaad zwaluwend onder de binten
maait wind de veulens aan de meulendijk,
de wakkere wielewieken Diefjesdijk
langs de  kronkel aan de vliet en doorsneden
bunkers in het groene woelige grasdras land
rondom blubberdale dieptes, verhemelde watersloten
Omboezemend in het karrespoor geklonken
aan gespannen ossen, rode disselbloemen in de berm.
Dus vallen gelogeerde kraaien in het gier tussen
de verre akkervoren, een gore morgen gaans
over de herebaai weer heim getrokken in de schuitepijp.
Mans genoeg opgestoken balen de dames in de
Lichtmetalen kooi op zolder, spelden prikkend
In hunne wonderbaar mooie haarcapriolen over het hoofd
Kap – doekjes winden de molensneden om ’t ijs
Het helse schaatsverschoven staal vonkt vuur
in de smidse ijzer vretend als het heet is en verrekte
buigzaam in de klokketoren boven de horizon, bam-
bom. Bim. Bam. Bim. Bam. Bom. Bim kwetterse
klepel heit het luiden der laatste tijding en Bam
boemelt het voddewoord over ratelende keien,
loeit het pluimvee in de morgen stonden aan
Bom. Met verrekte hout kramt prikkeldraad
om het paard. De nekader klopt. De mist trekt op.
De rietsnijder fluit op zijn klompen een
piepend lied van o, ma o, o, pa, diediebim
Scharesliep en karekiet, helendal zijn ze kierewiet
Karig is het leven niet
Voor tante Piet en z’n ome Griet
’t Is altijd wat in het Levenslied
Maar karig was hun leven niet
Dit is alles wat ze achter liet
Scharensliep en karekiet
Piep knars sliep-uit plons klok zoef zoef
Kukeleku tok-tok roekoe boe woef.
Waf.

Palescue 22|29JAN2014

Thomas Graves: Captain America ontmoet De Gouden Eeuw

Komende maand exposeert de Texaanse Soester Thomas Graves in Artishock. Zijn schilderijen en tekeningen lijken vaak stripfragmenten, maar neem ze gerust serieus. Dat doet hij zelf ook en omschrijft zijn werk als ”een moderne kijk op klassieke thema’s.”

“Niet de meest moderne stijl, meer zoals de popart uit de jaren 1960. De strip en de klassieken komen in mijn werk samen. Als ik schilder denk ik alleen aan klassieke schilderkunst. Ik ben ook geïnspireerd door de schilders uit de Nederlandse Gouden Eeuw – hoe ze de huid laten schijnen in een schilderij! Wat dat betreft ben ik zo gelukkig dat ik in Holland woon, met al die mooie kunst om de hoek. Maar ook wil ik, net als is de Renaissance, toen mensen niet konden lezen, een verhaal vertellen. En als je kunst serieus neemt, is het idee dat je een goed verhaal maakt vanuit wat je weet, uit wat je zelf bent : ‘draw upon what you know.’ Als je een pagina uit een stripboek ziet, vertelt het verhaal zichzelf. En dat is wat je hier nu ook ziet in mij schilderijen. Maar alles heeft te doen met een dieper verhaal.”

Thomas noemt zijn tentoonstelling A Retrospective, een terugblik, maar hij is nu ook nog bezig nieuwe werken te maken voor deze tentoonstelling. Eén serie waaraan nog wordt gewerkt is Dawn of a new Yesterday(Dageraad van een nieuw Gisteren) waarin je de strip-invloed vaak terugziet doordat personen worden afgebeeld met het masker van Captain America.

“Dat was een populaire superheld, eigenlijk een zwak mannetje maar heel trots op zijn land. De regering geeft hem dan een speciaal programma en dan overwint hij alle nazi’s in zijn eentje. Voor mij vertegenwoordigt dat masker hoe mijn ouders leven, de naoorlogse generatie in Amerika. Ook andere thema’s in deze schilderijen zijn typisch Amerikaans. Ik keer me niet tegen de Amerikaanse cultuur, maar…  in ‘Wholesomeness’  zie je bijvoorbeeld een huiskamer waar aan de muur een schilderij hangt van een zwart meisje met een watermeloen. En aan de muur hangt ook een groot geweer. Dat meisje is eigenlijk net zo racistisch als Zwarte Piet. En zo’n geweer is in Nederland heel vreemd, maar zie je in Texas overal waar je binnenstapt. Het valt ze niet op, het is deel van hun wereld.

Wholesomeness. Artist: Thomas Graves

Wonen in Holland laat mij dat duidelijker zien. Ik voel me nu ook veel meer Amerikaan dan toen ik daar woonde. Ik ben geboren en getogen in een prettige voorstad, dertig kilometer zuidelijk van Houston. Ook de kunstacademie heb ik gevolgd aan de A&M University in Texas. Daar kwam ik er wel achter dat ik kunst serieus nam, niet meer alleen voor de fun. Maar omdat je er niet altijd van kan rondkomen, besloot ik ook leraar te worden. Ik geef nu ook les op een VMBO school in Hilversum. Lastig? Ik geef les zoals ikzelf les heb gehad. Dat is strenger dan hier gebruikelijk en dat werkt wel.”

In Soest door orkaan

“Mijn vrouw en ik ontmoetten elkaar in Londen. Zij was receptionist van het hotel waar ik een tijd verbleef. We besloten naar Texas te gaan en woonden aan de zuidkust, op het strand. Maar een orkaan vernielde alles en  zo raakte mijn vrouw ook haar baan kwijt. Zij kwam hier vandaan en we besloten deze kant op te komen. Zo kwam ik, zo’n drie jaar geleden, in Soest terecht. Ik wilde altijd al in Europa wonen maar het liep anders dan ik me had voorgesteld.


Halloween Jazz. Artist:Thomas Graves

Als Amerikaan denk je aan Nederland als een plaats zoals Soest is, met de boerderijen en de Eng – niet aan Amsterdam. Als er vrienden komen, neem ik ze altijd mee voor een rondje op de fiets. Ja, I really like it here.
Een ander thema wat je ook in Artishock ziet zijn mijn ‘tribal’ pastel portretten. Dat klinkt heel soft maar de portretten zijn wel eng door hun details. Ik vind het effect van waterverf mooi en met inkt laat ik zie wat ik kan met lijnen. Daarnaast werk ik aan een serie tekeningen die misschien ook een boek wordt, een soort graphic novel. De titel is Tunnel en het is gebaseerd op een droom die ik drie jaar achtereen, telkens had op Kerstavond. Heel vreemd. Ik ben het verhaal nu ook aan het schrijven. Ik denk dat het wel de stijl is van een kinderverhaal maar misschien minder geschikt voor kinderen omdat er geen hoop is aan het einde.

En ik ben ook bezig met een serie over mijn familie. Van de familiegeschiedenis weet ik wel namen, maar er zijn geen foto’s of schilderijen. Dus maak ik nu een album met niet bestaande gezichten bij die namen. Ik vind het idee leuk dat ik iets achterlaat voor mijn dochter, die is nu acht maanden oud.”

De expositie wordt geopend op zaterdag 7 december, 20:00 uur en is te bezichtigen tot en met eind december in Artishock, Steenhoffstraat 46, Soest. De vaste openingstijden zijn: woensdag- en vrijdag van 10.00 tot 12.00 uur; maandag- en woensdag van 19.15 uur tot 20.15 uur. Ook is het mogelijk een telefonische afspraak te maken met huismeester Semmy Prinsen(06 2558 6354)

Website: www.thomasgravesart.com

Cees Paul

Twee Verse Verzen

Ondernemer

 
Kom we worden ondernemer:
 
fijn in foldertaal gaan praten
energieke gel in het nieuwe haar,
visitekaartjes, KvK en klaar.
Alleen nog wachten op de bank
 
of een andere financiële partner
en dan kan de klap op de knop.
De wereld ligt aan onze voeten
op tafel en we wachten op de bank
 
 
CAP, 11.11.2013
 
 

Lelystad

 
De honden snurken
De katten spinnen
En de regen
pleurt tegen de ramen
 
De wegen ruim en lang
De huizen even jong
in de rij en
al de bomen even hoog
 
Een lage lege bodemzee
asfalt akkers op de zeebodem
Bij de windmolens rechtdoor
de stadsrand van de Randstad uit
 
CAP. 1e couplet 07NOV2013, rest 10NOV2013
 
 
 

Liefde is het woord – Peter van Boeijen’s schilderijen in Artishock

Peter van Boeijen is een natuurtalent. Hij kan schilderen wat hij wil. De tekenleraar op het Baarnsch Lyceum zei: “Je moet nooit meer wat anders doen.” Toch is hij journalist geworden, en Esotericus. Het Leven en de Liefde als Kunst. Hoe hij dat vertaalt in verf is komende maand te zien Artishock.




Peter voor Mijn Ding (foto: CAP)

Op de bovenverdieping van Davo Doe-Het-Zelf centrum staat naast de buitenbarbecues en tuimeubelen een schragentafel met schilderspullen. “Zes jaar geleden zag ik mijn vriendin voor mijn ogen verongelukken en toen zei Peter Vogel, de eigenaar, ik ken hem nog van school: “Kom jij maar lekker hier schilderen. Dat vond ik zo lief. En het is een ideale plek met veel noorderlicht. Alleen ’s zomers kan je hier niet staan, dan is het bloedheet onder dat platte dak.”
Een tekentafel dient als schildersezel. Erachter is op ooghoogte een plankje gemonteerd waar hij de spullen op zet voor stillevens: een koperen pot en een ui, of een wit schaaltje met witte eieren. Realistisch fijnschilderwerk, zoals de bekende Bernhard Verkaaik en Henk Helmantel ook doen. Tegen de muur staan de tientallen schilderijen die hij de afgelopen zes jaar heeft gemaakt. Daaronder ook een aantal portretten. Hij schildert ze in de beste oudhollandse traditie, met Rembrandteske bruinen.

“Kijk deze man heb ik een paar keer geschilderd. Deze vind ik de mooiste. Ik heb die man op tv gezien, een gitarist in het programma Vrije Geluiden, en dat gezicht onthoud ik dan. Of hier, dat is een vriendin die een keer langs kwam en dan neem ik dat profiel over. Dat gaat heel snel, ik denk dat ik er twee keer twee uur aan gewerkt heb. Ik heb laatst Sylvia Willink gevraagd of ze wil poseren. Ze zei geen nee… Maar dit is waar ik eigenlijk naar toe wil.”
Hij pakt een schilderij in een heel andere stijl. “Semi figuratief en dynamisch. Zo’n portret maak ik in een paar uur maar die fantastische dingen. daar kan ik wel dagen in zitten friemelen. Je ziet vormen en kleuren die in elkaar overlopen, en dat kan oneindig doorgaan, zoals het universum. Een golvend schaakbord komt vaak terug. En een kruis…en ik hou ook van de leegte. De schoonheid van het weglaten.”

Fantastisch realisme

“De laatste tijd werk ik veel op Trespa platen. Dat is materiaal uit de huizenbouw wat nooit gaat rotten, al ligt het twintig jaar buiten. Deze platen komen van de bekleding van huizen uit het Smitsveen. En de verf, meestal olieverf, kan er in één keer op. Het is keihard, dus je hebt geen grondlaag nodig.
Wat ik doe, noem ik Fantastisch Realisme. Het hele leven is Fantastisch Realisme. Jij zegt, wat je net zag is meer realisme, en dit meer fantasie, maar ik zie geen verschil tussen de realistische en fantastische schilderijen. Het allemaal maar illusie in verf. Al het zichtbare is een manifestatie van gedachten, van de Liefde. Ik wil gewoon mooie dingen maken. Ik mág het maken. Het komt door mij heen. Soms sta ik voor een leeg doek en laat het gebeuren. En soms zet ik een paar eieren of zo neer en laat ik daarin de schoonheid zien.
Ik heb nooit les gehad, alleen op het Baarnsch Lyceum. Ik heb daar toen, op mijn vijftiende, nog een expositie gehad, met tekeningen. Kijk, ik heb er hier nog één. Ik was erg door Escher geïnspireerd, nog steeds wel. De tekenleraar zei toen al dat ik nooit iets anders meer moest doen. Maar dat durfde ik niet. Toen heb ik de School voor de Journalistiek in Utrecht gedaan. Vier jaar gelachen. Daarna veel voor tv gewerkt en zelf als producent voorlichtingsfilms gemaakt. Sinds mijn vriendin is verongelukt, ben ik daarmee gestopt. We hielden zielsveel van elkaar. Maar ik heb nu iets veel groters ontdekt om de mensen te vertellen: hoe het universum werkt, dat alles een stroom van liefde is. Dat doe ik in lezingen, en ik ben een boek aan het schrijven. Over hoger bewustzijn en de Liefde, met een hoofdletter. Liefde is het woord. Liefde is Alles. Zet dat maar in de kop boven dit stukje. ”


Onbetaalbaar

“Ik verkoop ze nooit, heb mijn schilderijen alleen maar weg gegeven. Op de lijst voor Artishock zet ik bij al mijn schilderijen: onbetaalbaar. Ik schilder niet voor geld maar om mooie dingen te maken, om mensen blij te maken. Ik kan zelf ook erg ontroerd raken als ik sommige schilderijen van anderen zie. Bij voorbeeld bij Verkaaik. Ik heb ook nooit iets gesigneerd. Dat haalt je uit de droom van het schilderij. En titels? Ook nooit gedaan. Dat is misschien wel een leuk idee – “Who the fuck is Dali?” Haha. Nee, ik mag mezelf niet op de borst kloppen. Als ik denk dat ik wat ben, ben ik het zo zes weken kwijt. Dan wordt ik even op mijn nummer gezet en komt er niets meer uit mijn handen. ”

De expositie wordt geopend op zaterdag 2 november, 20:00 uur en is te bezichtigen tot en met  donderdag 28 november in Artishock, Steenhoffstraat 46, Soest. De vaste openingstijden zijn: woensdag- en vrijdag van 10.00 tot 12.00 uur; maandag- en woensdag van 19.15 uur tot 20.15 uur. Ook is het mogelijk een telefonische afspraak te maken met huismeester Semmy Prinsen (06 255 863 54)

Cees Paul

Ben jij het (monoloog)

Setting: thuis bij C, dat ben ik of jij. Hij of zij is in een periode van ledigheid.

D. komt binnen zonder kloppen of aangebeld te hebben. Hij (niet zij) is gehuld in onopvallende kleding die zijn gezicht aan het zicht onttrekt. Eindnoot.

Hij heeft iets bij zich – een grote schaar of een spa, een hark, weegschaal of zeis, maar het kan ook iets anders zijn, bij voorbeeld een nondescripte kartonnnen doos.

(Eigenlijk is het een dialoog, dat wil zeggen er zijn twee personen – C en D – bij betrokken maar met de bezuinigingen op de Cultuuruitgaven in gedachten kan ook volstaan worden met een enkel personage wegens onstentenis van tekst. De tekst kan dus ook een eenzijdige dialoog genoemd worden.)

 

C: Ah ben jij het

kom binnen

daar ben je dus…en je hebt iets bij je

Is dat – ?

zo ik doe de deur maar weer dicht

tegen de tocht

slot erop anders waait ie open

en je weet maar nooit tegenwoordig

van de week nog –

loop maar door let niet op de rommel ik was net bezig wat dingetjes een beetje af te –

Wil je koffie

thee iets anders?

ga zitten doe of je thuis ben

je bent afgevallen

Nog even dit – moet even…

gistermiddag gisteravond begon ik met iets –

was van de week op tv, ik dacht dat doe ik ook en

en vanmorgen dacht ik van

Nou…

maar nu

ik weet het zo net niet

Zo ja, daar –

Nu weet ik het zeg maar

helemaal zo net niet meer

Nu jij er bent

dus

en

ik zei net nog bij mezelf

goh, zou die nog komen

En daar ben je dan ja

We hadden wel zo half afgesproken maar voor je’t weet komt er weer wat tussen
je hebt het druk en je weet nooit zeker of het zo uitkomt

maar goed

het is dus toch vandaag geworden

daar ben je dan

En ik heb verder geen plannen

Alleen dus gewoon dat ik nog even wou kijken of –

Een paar dingejes nog

Maar goed, dat is nu toch niet meer nodig

Denk ik

Toch? Of –

Klaar

            Het is goed zo

Dus

 

 

D.:      

Nou

Laten we maar gaan dan

Dan moet het maar

Ja. Dat moet dan maar

zal maar een jas aandoen

Weg naar huis

Het moest er toch altijd ooit eens van komen

En het is nu dan

duidelijk

Want wat je daar in handen hebt

dat is ..?

 

I.P. Fisher, woensdag 14 augustus 2013. Vrijdag 27 september 2013

Eindnoot. Zie mijn gedicht in Caesar’s Paleis (gedichten 1982-1990):

Dood

 
Iemand die u niet goed kent, of haat

Iemand die u steeds van achter zag

en soms in het gelaat

Iemand die zeer wit is, al doorzichtig

die ’t minst gelijk het meest nabij is

Iemand die je in de huid zit, zwijgend

iemand die elk oog op slag beziet
Iemand die je in stilte verstaat,

stomweg afgesproken iemand

die je nu voor ogen staat

 

STORM IN ARTISHOCK – “1/1000” – verhalenexpositie in foto’s van Annabel Storm

In de maand september is de expositieruimte van Artishock voor de jonge ‘visual artist’ Annabel Storm. Ze is eenentwintig jaar en kondigt nu al aan dat dit haar één na laatste expositie wordt. Weg met die witte wanden. Het moet anders – en niet alleen met de kunst.

“Ik heb de selectie nu bijna klaar. Het zijn er eigenlijk (niet eigenlijk, juist met opzet) teveel, omdat foto’s afwisselend kunnen worden afgedekt of onthuld. Ze kunnen ook allemaal in een andere volgorde. Op de expositie zelf kan dat niet, ik ga ze wel op een vaste plek hangen, maar ze kunnen worden afgedekt of onthuld. Zo krijg je een enorme hoeveelheid verhalen. Kijk, je kan heel erg manipuleren met foto’s. Door de context of alleen al de volgorde te veranderen, verandert de informatie, ontstaan er verschillende verhalen. Naast een foto van feestende mensen betekent de foto van een leeg glas iets heel anders dan naast een foto van een lege stoel. Ik wil dat mensen zelf beslissen wat waar is.”



Annabel Storm is geboren in Amersfoort en ging na het Griftland College naar de Hogeschool voor de Kunst in Utrecht. Naast de fotografie schrijft ze. Sinds eind vorig jaar is ze ook eindredacteur voor de website ongeKUNSTeld. “Stiekem ben ik wel verliefd op taal. Ik schrijf beeldend, maar niet alleen over kunst, ook over filosofische onderwerpen en de maatschappij. Bijvoorbeeld over de macht van de media die proberen voor jou te beslissen wat waar is.”

TINKEBELL

“Vorig jaar heb ik stage gelopen bij Tinkebell en toen exposities opgebouwd in Nijmegen en het Ierse Limerick. Tinkebell is bekend als kunstenares en dierenactivist, maar is ook mensenactivist: ze staat midden in de samenleving. En dat trekt mij ook.”
Met deze houding sluit ze aan bij het metamodernisme. Als tegenwicht voor het hedendaagse postmodernisme, waarin het vooral gaat over de betekenisloosheid van kunst, is dit een stroming die ergens over gaat. Idealisme, maar zonder een groot verhaal erachter.

Eerder heeft Annabel een project gemaakt over Kamp Zeist, het uitzetcentrum.
”Geëngageerd is een beetje oud, beladen woord maar dat kan ik wel zijn. Tegelijk moet je oppassen niet op het leed van anderen te gaan teren en moet je als kunstenaar gewoon wel kunst maken. Maar dat hoeft voor mij dan niet aan een witte muur te hangen. Foto’s en films zijn heel interessant, maar waarom moet dat je voor kunst met z’n allen naar een aparte ruimte komen? Als ik naar een museum ga, vind ik het al minder leuk, liever zie ik hetzelfde in de Maastunnel. Kunst zou veel meer geïntegreerd moeten zijn in het dagelijks leven. Niet als een standbeeld in het plantsoen of een muurschildering – meer toevallig. Ik vond laatst zomaar ergens een post-it met daarop geschreven: I’m so changeble [ik ben zo veranderlijk]. Daar heb ik een foto van gemaakt die waarschijnlijk ook in Artishock komt te hangen, maar dan weer zo dat je het briefje net niet kan lezen.”

SCHRIJVERS GEZOCHT

“Het is misschien raar om te zeggen als je eenentwintig bent maar dit wordt mijn één na laatste expositie. Er komt er nog één op mijn kamer, thuis, en dan wil ik niet meer op witte muren hangen. En voor ik afstudeer ga ik eerst wat anders doen. Ik hoop bij Jaap Scheeren een stage te gaan volgen en zijn werk in tekst om te kunnen zetten. Ook wil ik veel gaan schrijven, voor ongeKUNSTeld, maar ook los daarvan. Zo schrijf ik nu vaak over medereizigers in de trein. Het lijkt op foto’s maken, want ik zie ze maar één keer en geef dan weer wat ik zie, alleen worden het meer personages dan portretten.”
“Ik hoop dat bezoekers van de expositie in Artishock gebruikmaken van de materialen die ik aanreik. Ik ben heel benieuwd hoe mensen uit de foto’s een keuze maken. Vinden ze een bepaalde volgorde gewoon mooi? Welk verband zien ze tussen foto’s? Ik zoek schrijvers die het verhaal dat ze met hun ogen zien willen omzetten in een geschreven verhaal. In de expositieruimte vinden zij een hand-out met de reeks foto’s. Daarop kunnen ze aangeven welke selectie ze gebruikt hebben. Vervolgens kunnen ze hun verhaal opschrijven. Schrijvers die niet handig zijn met pen en papier kunnen hun verhaal mailen naar dewaarheidinhetkwadraat@hotmail.com


De expositie wordt geopend op zaterdag 7 september, 20:00 uur en is te bezichtigen tot en met  donderdag 26 september in Artishock, Steenhoffstraat 46, Soest. De vaste openingstijden zijn: woensdag- en vrijdag van 10.00 tot 12.00 uur; maandag- en woensdag van 19.15 uur tot 20.15 uur. Ook is het mogelijk een telefonische afspraak te maken met huismeester Semmy Prinsen (06 2558 6354)

 

Cees Paul

 

 

“Ja, ik hoorde je schreeuwen. Je schreeuwde. Je hebt geschreeuwd.”

We waren gisteren bij de kringloopwinkel en stonden bij de boeken.

“Ja, iets van A.F.T. is natuurlijk ook altijd goed” zei ik, en mijn hand ging naar het enige boek met harde kaft van hem wat er stond. Als een boek toch maar één euro kost, kan je net zo goed een duurdere versie nemen. Het is ‘De Sandwich’. Aan de binnenzijde van de omslag lees ik:
“Enige jaren geleden stierven van A.F.Th. van der Heijden relatief kort na elkaar een jeugliefde en een jeugdvriend,…”

De titelpagina: het boek is uitgegeven bij uitgeverij Querido in 1986. Een eerste druk, interessant. Onder de titel staat een rquiem. Omslaan. Het boek is opgedragen aan M.A. en F.v.H., gestorven in 1979, respectievelijk 1981. Adri Van der Heijden is geboren op 15 oktober 1951 en was dus achtentwintig, respectievelijk dertig jaar oud toen de intimi achter de initialen overleden en vijfendertig toen hij er een boek over had gepubliceerd. Het zou niet zijn laatste literaire dodenmis worden. In 1994 kwam ‘Asbestemming’ uit, over de dood van zijn vader en hij schreef nog een requiem voor een bevriend kunstenaar voordat hij ‘Uitdorsten’ schreef over zijn moeder die overleed in 1998. En in 2011 publiceerde hij ‘Tonio, een requiemroman’ over zijn zoon. Een jaar eerder werd Tonio, vroeg in de ochtend van de eerste Pinksterdag, geschept door een auto en overleed later die dag in het ziekenhuis, Vader Adri en Moeder Mirjam waren erbij.


(…)

Na dit boek krijgt hij de meest prestigieuze prijzen: in 2011 de Constantijn Huygensprijs voor zijn gehele oeuvre, zoals dat zo mooi heet, in 2012 de Libris Literatuurprijs en de NS Publieksprijs voor ‘Tonio’ en in 2013 volgt de P.C. Hooftprijs, weer voor Alles. Hoger kan je in Nederland niet komen.
“De schrijver zoekt naar een precieze reconstructie van de laatste levensdagen van zijn zoon, die zijn enig kind is. Het boek eindigt als hij pas na maanden de plaats van het ongeval durft te bezoeken. Tussendoor wordt uitgebreid verslag gebracht van Tonio’s hele leven en ook van de manier waarop de schrijver en zijn vrouw omgaan met de verschrikkelijke werkelijkheid.”
Ik heb het niet gelezen.

Ik heb nog te weinig van hem gelezen. Doorgaans lees ik dode schrijvers. ‘Het leven uit een dag’, het verhaal van de eendagsvlieg, heb ik gelezen en vond ik fantastisch. ‘Weerborstels’, het Boekenweekgeschenk uit 1992 heb ik, geloof ik, ook gelezen.
Nu dus ‘De Sandwich’. Requiem AFTh-1.
Het boek ziet er nog perfect uit en de stofomslag is nog helemaal heel. Achterop kijkt een nog slanke schrijver ons aan uit een zwart-wit foto. Ik sla de achterkant open – ja, ik ben er zo één die gewoon de laatste zin leest:

“Ja, ik hoorde je schreeuwen. Je schreeuwde. Je hebt geschreeuwd.”
Het blijkt te gaan over een auto-ongeluk waaraan de schrijver ternauwernood ontsnapt. Dan valt er uit het boek valt een papiertje:
 
Het geboortekaartje van Tonio. Geboren 15 juni 1988. Met een handgeschreven boodschap van de vader die, blijkbaar, in de stomerij was en daar ene mevrouw Stokvis trof. De trotse vader stuurde haar twee weken na de geboorte, wellicht vers van de pers, “de officiële aankondiging”. Een volwassen leven later schrijft hij het boek wat hij volgens mij het minst graag had willen schrijven.
 
 
 

IP Fisher, 2 augustus 2013

Wat je zegt. Gaat allemaal helemaal nergens over

Rolverdeling:

A: de persoon links, te voet op weg naar de parkeerplaats met een gevulde polyethyleen draagtas met opschrift van een supermarktketen.

B: de persoon rechts in beeld, die uit het voorbijgaan is afgestapt van een vooralsnog ongeïdentificeerd rijwiel met aangehangen fietstassen van het merk Low Rider.

Winkelende dames
–  Soest-Zuid

 

A:           Hee, hallo meid. Hoe is’t?

B:           Hee hallo zeg. Z’n gangetje, en met jou?

A:           Ik zeg maar zo, het gaat zoals het gaat.

B:           Zo is het. En het komt zoals het komt.


A:           Het is niet anders. Maar ik mag niet klagen van de dokter, dus –
               alles goed thuis?

B:           Jawel, jawel. Nouja, je weet hoe het is hè, maar alles went. En bij jou?

A:          Nou, net wat ik zeg. Die vent van me is eindelijk het huis uit dus ik mag niet klagen.  Maar  een feest is het ook niet. Wat wil je, na al die tijd.

B:           Ja, vertel míj wat. Breek me de bek niet open. Er komt zoveel op je af dan,…

A:          en daar moet je allemaal doorheen

B:          en daar moet je allemaal doorheen, ja. Er gaat geen dag voorbij of ik sta dan opeens weer met iets van dat ik denk van: wat moet ik ermee –

A:          Weggooien, een plekje geven –

B:           Nou, het meeste gaat bij mij gewoon naar zolder.

A:          – en dan gaat er toch altijd ergens weer van alles door je heen.

B:         O god ja, je kan het zo gek niet bedenken of – daar heb ik nu ook een pilletje voor. Niet veel hoor, en telkens een halfje.

A:          Okeeee. Een goeie huisarts is een zegen hoor, neem dat van mij aan. Ik ben nu ook aan de pillen eerlijk gezegd. Drie. Verschillende. Of nouja, aan de pillen – tijdelijk hè. Om er eventjes doorheen te komen.

B:           Tijdelijk. Mooi. Wat een weer trouwens hè, voor de tijd van het jaar.

A:           Ja, dat was vorig jaar wel even wat anders, toenneh…

B:          Toen zaten we er ook nog middenin, in die toestanden. Maarreh…hebben jullie nog wel ‘ns contact?

A:         Contact, contact – wat heet? Meer dan ooit. Loopt ‘ie voorheen al die jaren het huis in en uit zonder boe of bah te zeggen, hoor ik er alleen boeren, scheten en gesnurk uitkomen, nu moet ‘ie opeens om de haverklap bellen, en effe langskomen, voor me dit of me dat – en dan begint ‘ie nog te praten ook. Mens, hij is de drempel nog niet over of hij begint en hij gaat maar door, lult de oren van me kop. En dan ’s avonds: sms’en, whatsappen, mailen en van me zus, en me zo, en weetikveel.

B:          Joh!

A:           … maar dat vind ik niks dus ik reageer niet dus dat wordt al minder. Dat deed ‘ie anders altijd nooit, zo met die telefoon enzo. Waar die dat geleerd heeft – ja, ik weet het wel…

B:         Kan je ‘m niet gewoon blokkeren?

A:         Ja, nee, als ik dat doe staat ‘ie helemaal elke dag drie keer voor de deur. En we zitten natuurlijk nog met de kinderen. En de hond… en het landje, en de auto. Toch allemaal van die dingen dat je zegmaar af en toe moet overleggen.

B:          Ja, soms moet je gewoon dingen… maar goed, ik zou zeggen, één keer harde afspraken maken, en klaar. Of…?

A:         Eigenlijk wel, zou je zeggen. Maar van al die dingen… ‘t is altijd weer wat. Zoals dat landje. Dat mag ‘ie houden. Dat was toch zijn ding. Maar dan begint ‘ie van dat het op mijn naam staat en dat ik weer hier of daar een formulier moet tekenen, en wat daar in staat –dat wil je niet weten. En dan krijg ik weer een boete thuis van toen hij de auto had, en een deurwaarder …en die hond, ach mens, dra-ma’s!

B:          De hond, die is toch dood?

A:         Ach ja, dat arme beest. Hij had er zo’n schurfthekel aan, maar nu…eigenlijk namen we hem natuurlijk voor de kinderen maar hoe gaat dat, nu zijn ze elk weekend bij hem. En dan gaat de hond mee, dacht ik zo. Maar. Goed, belt ‘ie ’s anderendaags op. Hij had dinges gesproken, zegt ‘ie, die nieuwe, hoe heet ze, en –

B:          Wát zeg je, wou je zeggen -?

A:          – die gore geblondeerde oostbloksnol uit de catalogus –

B:          Dat was toch een soort van dokter van ‘m?

A:          Ja, spycholoog. Afijn, het ging weer over die hond. Hij zegt… het is natuurlijk weer allemaal mijn schuld. Ik heb het weer allemaal gedaan.

B:          Dat was toch een ongeluk?

A:         Joh, dat beest piste, poepte overal vanaf dat ‘ie toen weer hier, dan weer daar was. Gek werd ik ervan. Dus ik zet ‘m op het balkon. Hang ik daar op een gegeven moment de was op, pist ‘ie zo over mijn schone lakens. Nou ja, toen – voor ik het weet slinger ik dat schijtbeest over de reling. Zevenhoog naar beneden…

B:          O, ik dacht dat je acht hoog zat.

A:          Nee, zeven. Evenzogoed zo dood als een pier.

B:          Nou ja, dat is dan wel jouw schuld ook.

A:          Ja, wrijf het er nog maar ’s in. Doet die dokter Slettebak ook al. Spoelt z’n hersens gewoon. De hond die in huis pist, de kinderen die in bed pissen – alles komt door mij. Ze maakt ‘m gek. Zegt dat hij het niet moet pikken. Van mij. Terwijl ik gewoon vraag waar ik recht op heb. Maar zij zegt dat hij van míj kan vangen. Dan zegt hij dat hij mij niet zomaar alles kan overmaken, dat ik ook zo de boel, mijn dingen, moet delen – en ik hoor gewoon haar woorden praten, weetjewel? Helemaal gehersenspoeld. Dan weet ik niet meer wat moet zeggen.

B:         Dan zet je er toch gewoon een advocaat op. Dat zei ik je toch? Die zegt hem dan wel wat jij wil dat hij zegt, en dan heeft ‘ie niks meer te zeggen.

A:          Dat zeg ik dus ook tegen hem. En hij zegt: nou zeg je wat. Doe dat. En ik zeg, wat zeg jij nou, dat zegt zij – jij dus – ook altijd… Dat jij dat zegt, zegt ‘ie. Nou zeg ik, het is net zoals ik ’t zeg.

B:          Dus. Want –

A:         Zeg nou zelf, zo is ’t. Toch? Ja, niet dan.

B:          Wat je zegt.

A:          Gaat allemaal helemaal nergens over.

 

IP Fisher

mei/juli 2013

Aardbeien Plukken Voor Altijd

Joshua in Duitse Strawberry Fields (Erdbeere Felder)

Dat wilde ik nog zeggen, laatst aan de telefoon…je vertelde dat je met je zoontje was gaan aardbeien plukken. De lange rijen lage planten, op je knieën door het stro, onder de zon. Ik weet niet of Joshua zich dat later nog herinnert, hij is nog geen twee tenslotte, maar ik heb precies dát als herinnering.
Ik was twaalf of dertien en we waren op vakantie in Engeland. We ruilden huizen…het was volgens mij de vakantie op World’s End Lane (whats in a name?), in Orpington, waar Zuid-London overgaat in Kent, the garden of England.
In dat huis was een oude grammofoon met een staafje in het midden, waarop je een aantal LP’s kon stapelen die dan achter elkaar werden afgespeeld. Wel alleen de kant die boven lag, een ramp voor de audiofiel want je vinyl gaat natuurlijk mooi naar de klote. 

De grammofoon deed het niet. Er kwam een buurman bij die het apparaat repareerde door er een handvol stofvlokken uit te halen. Mijn ouders vreesden voor het eigen huis, maar toen we terugkwamen was dat schoon en opgeruimd achtergelaten. We hoorden van de buren alleen dat meneer nogal dronken werd, want hij was niet gewend aan de ruimere openingstijden van de Nederlandse pub en het alcoholgehalte van het lager dat pils wordt genoemd.


Google Earth: World’s End Lane – de horizontale slinger weg je de tweede zijweg van links inslaat
(rechtsaf dus), zaten we het tweede huis aan de linkerkant, meen ik.

In deze zomervakantie leerde ik The Beatles kennen. Ze hadden daar alle platen, in ieder geval: veel. Het leven zou nooit meer hetzelfde worden na die vakanties in Engeland. De tweede vakantie, in Gravesend aan de oostrand van London, leerde ik dansen en shandy drinken en brak de Punk uit. Ik werd chronisch anglofiel. Pas later leerde ik The Who kennen en The Jam en nu dus The Beatles, toevallig in de juiste volgorde om de Mod historie te volgen, die vreemde tegendraadse sub-cultuur van Vespa’s en pillen die in Nederland nooit aansloeg. Toen het – veel later – stil werd rond The Arctic Monkeys, merkte ik dat eenzelfde energie in de jaren zestig al uitging van The Small Faces. En dat was wel een band van en voor Mods, al geloof ik dat de numbers liever naar Amerikaanse soul luisterden. Al met al een tamelijk ongrijpbaar fenomeen, de Mods… wat overigens niets met The Beatles te maken heeft. Evenals The Rolling Stones begonnen ze met het naspelen van Amerikaanse, ‘zwarte’ blues en Rock & Roll – die duidelijke stroming die nog steeds voortrolt met steeds weer vier jongens op gitaar, bas en drums. The Rolling Stones spelen inmiddels al veertig jaar zichzelf na en The Beatles gingen een eigen weg, ongrijpbaar, en geholpen door producer George Martin.



Poster uit mijn geboortejaar

We gingen wandelen door het de heuvels van Engeland die ze vreemd genoeg ‘Downs’ noemen. Het zijn toch duidelijk ‘highs’, verhogingen in het landschap…en op één van die wandelingen kwamen we langs de akkers met strawberries. Hoe toepasselijk: strobessen, en wat een toepasselijk landschap. Een zomerdag in Kent en aardbeiden met room (geen slagroom maar vloeibare cream) – ik denk niet dat je het idyllischer en Engelser kan meemaken. We kregen mandjes mee en gingen plukken. De zon op het hoofd, het droge stro zacht en prikkend onder de blote schenen, de zoete zomerkoninkjes in de hand en in de mond, een heel zacht briesje en de vlinder die over het veld fladdert in de stilte die wordt geaccentueerd door het zoemen van de bij en het kristalheldere gekwinkeleer van de leeuwerik hoog boven het veld.
“Laat me je meenemen / want ik ga 
naar Aardbeien Veld / Niets is hier waar / En niets om je druk om te maken / Aardbeien Velden voor eeuwig 

Het leven valt best mee met je ogen dicht / Misverstanden als je kijkt / Het word zo moeilijk om iemand te zijn / Maar het komt wel goed / Het maakt me niet zo heel veel uit.”

(C) James Parish
In mijn oren is het gewoon een mooi nummer. Een beetje vreemd, maar wel lekker. Psychedelisch, ja. Het is één van de meest gecompliceerde en besproken opnames van The Beatles. Gecompliceerd door de lange productietijd (tien studiodagen) en het ingewikkelde knip-en plakwerk van verschillende opnames en het gebruik van vreemde instrumenten. 
Veelbesproken door het freaky outro waarin de stem van John Lennon iets zegt wat lijkt op “I buried Paul.” Ik heb Paul begraven – het was of is de hoeksteen van de samenzweringstheorie die zegt dat de Sir Paul McCartney die we nu nog kennen eind 1966 is overleden en vervangen door een dubbelganger. De zin in dit liedje was daarvor een belangrijke aanwijzing. Ook in latere songs en op de hoezen van Sgt. Pepper’s Lonely Hearts Club Band en Abbey Road zijn Belangrijke Aanwijzingen voor deze urban legend te vinden. John Lennon zelf zegt hij “Cranberry sauce” zei. Dat zou tijdens de opnames een lopend grapje zijn, in verband met Thanksgiving. Het valt echter te betwijfelen of de jongens uit het Engelse Liverpool deze Amerikaanse feestdag voor het traditionele gezin feestdag vierden. Maar ik denk ook niet dat de tuin van Strawberry Fields het stoffelijk overschot van Beatle Paul herbergt. Vandaag de dag zouden ‘ze’ zeggen dat hij is vermoord door de Illimunati. Was ook hij niet zevenentwintig in 1966? Of, beter, Paul is een vooraanstaand lid van de Illuminati dat ‘zogenaamd stiekem’, zijn eigen moord in scene zette en een dubbelganger in zijn schoenen, om zo de handen vrij te hebben voor het echte werk. 
Omdat studio-opnames de Fab Four van de podia weghield, wilde manager Brian Epstein een nieuwe single uitbrengen om de aandacht vast te houden. ‘Strawberry Fieds Forever’ kwam in 1967 uit op single met ‘Penny Lane’ als dubbele A-kant.Twee liedjes van verlangen. Jeugdherrineringen. In ‘Penny Lane’ die van Paul, in ‘Strawberry Fields’ die van John. De orchestraties wijzen vooruit naar het legendarische Sergeant Pepper album. 
Bij wijze van uitzondering schoot de single niet door naar nummer 1 en overigens klinkt het liedje van Paul nog altijd eenvoudiger en is het populairder dan dat van John. Dat is dan weer niet zo uitzonderlijk voor het oeuvre van The Beatles.
Ik was ervan overtuigd dat John Lennon achter zijn gesloten ogen net zo’n herinnering had als ik toen hij de song Strawberry Fields Forever schreef. Maar nee. Het gaat helemaal niet over een aardbeienveld. Het gaat over een gebouw in Liverpool. Een gebouw vlakbij het huis van zijn tante Mimi Smith, bij wie hij in zijn jeugd woonde. Het Leger des Heils had er een tehuis en John kwam er graag in de tuin. Paul McCartney zei:  “it was a secret garden. … it was a little hide-away for him.“
Zo zie je maar weer: al is muziek gemaakt van aardbeien, een ieder maakt er zijn eigen jam of shake van. John Lennon had zijn eigen herinnering, gedachten en LSD bij het maken van de song, al kunnen die wel heel erg op die van mij geleken hebben, in de essentie van de herinnering aan een plek waar je je goed voelde, en het melancholische gevoel alleen te zijn op een niet onprettige manier:
“Niemand is denk ik in mijn boom / Ik bedoel zowel hoog als laag / Het is niet,  dat je zomaar binnenkomt, weet je / maar het is wel goed / Het is, denk ik niet al te slecht”.
IP Fisher, juli 2013

The Beatles – Strawberry Fields Forever
Let me take you down
cause I’m going to strawberry fields

Nothing is real
and nothing to get hung about
Strawberry fields forever

Living is easy with eyes closed
Misunderstanding all you see
It’s getting hard to be someone
but it all works out
It doesn’t matter much to me

Let me take you down
cause I’m going to strawberry fields
Nothing is real
and nothing to get hung about
Strawberry fields forever

No one I think is in my tree
I mean it must be high or low
That is you can’t, you know, tune in
but it’s all right
That is I think it’s not too bad

Let me take you down
cause I’m going to strawberry fields
Nothing is real
and nothing to get hung about
Strawberry fields forever

Always know sometimes think it’s me
But you know I know when it’s a dream
I think I know I mean, ah yes
but it’s all wrong
that is I think I disagree

Let me take you down
cause I’m going to strawberry fields
Nothing is real
and nothing to get hung about
Strawberry fields forever
Strawberry fields forever
strawberry fields forever