Nieuw en Oud

Nieuw en Oud

Twee gedichten, die niets met de coronacrisis te maken hebben. Alhoewel, misschien toch wel, in de zin dat beide het angstvirus bevatten.

Executie is geschreven naar een droom die ik had waarin ik werd doodgeschoten. Dat was begin december 2019. Het virus was toen net uitgebroken in China. Ik weet nu al niet meer of het toen al in het nieuws was. Volgens mij kwamen Nederlandse media pas in januari met de eerste berichten, maar mijn onderbewuste kan daar natuurlijk op vooruit hebben gelopen.

In ieder geval duurde het pas tot Pasen voordat mijn luie ik de tekst heeft afgemaakt. Aan de vrij summiere herinnering van de droom heb ik inmiddels van alles toegevoegd, eigenlijk alles tussen de eerste en de laatste paar regels.

De tekening is gebaseerd op het beroemde schilderij van Francis Goya: El 3 de mayo en Madrid ofwel Los fusilamientos (De derde mei in Madrid of De executies). De centrale figuur in het gedicht blijft staan, knielt niet zoals de man met de gele broek in het schilderij. Ik heb getwijfeld over een blinddoek, in de tekst althans.

Met de ontplooiing van COVID19 moest ik in ondertussen af en toe denken aan een tekst die ik lang geleden schreef: Volle maan. Dat gedicht is niet gebaseerd op een droom, maar op de realistische paranoia die ontstaat bij elke massa-hysterie, of zo je wilt, bij een uitbraak van het angstvirus. Ik heb het vaak met muziek uitgevoerd maar daar is helaas geen opname van. Het is een fijne tekst om voor te dragen.


Executie

(Eindejaar, het wordt weer bijna winter, tijd
om te snoeien, uit te dunnen, toppen te kappen, koppen laten rollen)
 
De gevangenis was groot en kaal, een regio uit de natie
als eiland aangespoeld op het continent, landmassa
ergens tussen Amsterdam en Singapore. Alle kanten op
 
loopt elke richting uit op het zacht zoemen
bij hoge hekken met de V van prikkeldraad bekroond.
Je bent overal gezien. Iedereen ziet zelf alleen
wat je maar wil, met dikke zogenaamde brillen.
De keuze is reuze. Het menu staat voorgespiegeld.
 
Alleen in de cel knagen ratten, raad en ziektes aan.
Klapwiekende vogels pikken naar ogen.
Je dode vader liep naakt door het plafond,
hij had twee volle ronde borsten.
‘Mama, mag ik al dood?’
 
Tegen de muur op de binnenplaats
met blote voeten in resten vuile sneeuw
kiert in een ooghoek licht weer binnen de
horizon. Een nieuwe dag
                (bevelen in die taal geblaft) breekt
                af.

Volle maan
 
Een pad kruipt in de nacht over de stad,
een bleeklichtend spoor trekt langs bloesems
die plots smerig geuren en verliefden doet
verkillen van angst, als hij langsgaat
 
Verandert de kroeg in een slagveld, fietsers
worden in de gracht gedrukt en auto’s
scheppen voetgangers, later water als een
dolle soldaat met z’n tank aankomt
 
Al rap zijn de eerste zelfmoorden gepleegd,
vetes worden tot de laatste vrucht
bijgelegd op de openbare weg. Na ‘n paar
uur zitten bereden bendes vast in het
 
centrum door vliegend glas. Regeringstroepen
bestrijden de pad die steun geniet
van een opstandig staatshoofd, de toestand
is onder controle al is alle contact
 
Volledig verbroken. De voorzieningen
zijn uitgevallen en elk huis is
een muizenhol waar ieder ieder gretig
aanvalt voor het doosje gif. In één
 
Maanstonde vergist haat de bevolking
tot kadavers, de stad tot ruïne.

Alleen dit, Planken Wambuis en de Hoop

Alleen dit, Planken Wambuis en de Hoop

Later meer, maar eerst het volgende: drie teksten die niets met elkaar te maken hebben, behalve dat ik ze redelijk recent typte. Je kan gerust zeggen dat de signatuur-tekeningen erbij vaster van vorm zijn dan de gedichten. Na de presentatie volgt een korte toelichting op het ontstaan ervan.

 Alleen dit

Geen feit of mening
                reden of bewering, argument
                geen conclusie, aanbeveling –
alleen dit.
 
Geen beeld of geluid
                beweging of stilstand
                geen begin, vervolg, einde –
alleen dit.
 
Geen goed of slecht
                humeur, gevoel, of temperament
                geen derde oog, zesde zintuig –
alleen dit.
 
Geen dag of nacht
                geen zomer winter, herfst
                of weersomstandigheden –
alleen dit.
 
Geen licht of donker
                geen gewichtige vorm, afstand
                massa of hoge diepte –
alleen dit
 
                taalstilleven, uitgelezen letters
                die zin geven per woord.
  Planken Wambuis
 
Want buiten wacht de waard
die niet valt te vertrouwen
al schijnt hij gouden bergen
op de te hoge waterstand
 
De waard waart rond en slaat gericht
zijn klauwen uit. Als zich een vinger
of teen over de drempel waagt
rukt hij je hele arme been af
 
Niemand hoort je noodklok luiden
buiten de lijken in de kast. Hoor
ze kraken op de vlizotrap
en tikken tegen ‘t dubbel glas
 
Laten we dus binnen blijven
de spoken verblijden met geesten feesten
op O zo te vermijden angsten,
de langste geflest onder ‘t aanrecht
 
Bedeesd benader ik het einde
en hamer een deur uit de nacht
Vrucht van mijn schoot, waar blijf je
om mij te redden van die gast?
  De Hoop
 
Mijn mes moet een machete worden
de valk een Ottomaanse dhow
 
De wekker staat elke dag weer op
het tijdstip van mijn executie door
een instrument met hoger doel.
De droom is heen en weer gesneld
 
over de mensen de velden de bergen en de zee
onder de radar in een opblaasboot
 
Daar wapperen witte lakens
uit de restanten van een kozijn
in de slaapzaal van het bospaviljoen,
verlaten portaal naar het ondermaanse.
 
De geest gaat te paard, de ziel te voet hier binnen
en beide laten hoop varen door het leven.

De Hoop was de eerste tekst, geschreven op 22 september 2019 in een soort vakantiedagboek waarin ik elke dag getrouw beschreef hoe we wat waar hadden gedaan. We waren in Turkije, met Lesbos in het vizier. We zijn daar ook geweest, een dag op en neer naar de EU met de reguliere ferry. Op de laatste dag van de vakantie wilde ik een stukje vrij schrijven. Dat werd dit. Toen ik het af had, zette ik mijn paraaf eronder die ik veranderde in een vissersbootje van het soort zoals ik had gezien in Turkije. De andere signatuur tekeningetjes maakte ik op 22 oktober.

Alleen Dit schreef ik begin oktober, eigenlijk als vervolg op een droom waar ik lachend uit ontwaakte. Dat was meen ik op woensdag de tweede. De lach, de bevrijdende, bijna hallucinerende vrolijkheid uit die droom heb ik niet kunnen reproduceren, daarvoor was de droom te snel verwaaid. Ik weet nog dat ik worstelde met een groot probleem toen het opeens duidelijk werd: alles begint met letters.

Planken Wambuis, tenslotte, is het product van de eerste vorm van schrijfcursus die ik volgde, een Masterclass Expressie in Poëzie door Gijs ter Haar. Dat was op zondag 13 oktober, in Zevenaar. Als onderdeel van het programma schreven we een A4 achter elkaar vol met een gegeven eind- en beginzin. Freewriting. De eerste regel was ‘Laten we vooral binnen blijven’ en de laatste ‘Je wilt dat kind behoeden’, allebei uit zijn bundel ‘Voor de zwijnen’ (2017). Elke gelijkenis met bestaande personen is louter toevallig en in die herberg op de Veluwe ben ik nooit geweest.

Don’t open the light door

Don’t open the light door

ErPeterVOostzanen_don_t_open_the_lightdoor_ca80x60cm

is gevlogen en geland

ontdekt en opgestegen

de piloot is ver geweest en

de hangar is duister

 

ver

tinkelt ijs en ongebroken glas

het licht hier wijst niet maar omhult

en wat nog vliegt

dooft niet in water uit

 

de

nacht zoemzingt hem tegemoet

de reiziger weet niet

of zijn droom nu uitkomt

of dat hij die voorbij is

 

hij

tast langs een muur tot een deur

naar buiten of binnen

weg van zijn kist die terug is

en nu wacht op aarde

 

de

drempel over gaat hij verder

en vindt weer vaste grond

tot eerst de muur verdwijnt

en dan de vloer

Palescue @ Peter v Oostzanen: ‘Don’t open the light door’ (conté) (tekst: bewerking van ‘Ruimte’) feb/mrt 2017

ik sch!et

ik sch!et

ik start

ik ren ik sch!et

ik spring ik rol

ik sta

ik sch!et ik ren

ik sch!et ik sch!et

ik win ik sch!et

ik ren

ik sch!et

ik sta ik kijk

ik sch!et sch!et sch!et

ik ren ik sprint

ik sta ik richt ik sch!et

ik vlucht

ik schuil

ik sch!et ik sch!et

ik spring ik loop

ik pak ik sch!et

ik zie ik sch!et

ik schrik ik sch!et

ik schreeuw ik sch!et

ik win

ik bloed ik laad

ik ren ik vloek

ik sch!et ik roep

ik kijk ik richt ik sch!et

ik loop ik sch!et ik draai

ik zie ik sch!et

ik bloed ik pak

ik kijk ik duik

ik rol ik zit ik schiet

ik richt ik sch!et

ik sch!et ik steek

ik steek steek steek

ik win ik laad

ik sch!et ik sch!et

ik draai

ik sch!et sch!et sch!et

ik k!ik

ik schrik ik steek

ik val ik bloed

ik stomp ik klik

ik zucht

ik stop

ik start

voor GS & Speelstation4

Palescue, 20-25Feb2017

speelstation_cod_img_20170222_014100763_hdr

 

 

Bezie de kudde die aan je voorbij graast

Bezie de kudde die aan je voorbij graast

 

Bezie de kudde die aan je voorbij graast

 

over de velden van zout en suiker

naar een feest

wat al is geweest

het zinloze beest

verenigt menigeen

waaronder deze

 

kijk en luister

je ziet en hoort

hier zit je goed

rammelende snaren

verslaan de camera

met een koperen zucht

 

wat kan je nog doen?

je houdt het oog op de vlam

en brandt je stem

aan het gras

 

nietzsche2

De titel en eerste regel gaat verder met

“….niet wetende wat gisteren, wat vandaag is, ze dartelt rond, vreet, rust, verteert, dartelt verder, en zo van de ochtend tot de avond, dag aan dag, in haar lust en onlust kort aangelijnd aan het ogenblik en daardoor niet zwaarmoedig en niet verveeld.”

Dat is de eerste zin van Friedrich Nietzsche in Nut en nadeel van geschiedenis voor het leven.  Tweede traktaat tegen de keer. Geschreven in 1874 en nu nog net zo waar als toen ik het las in deze uitgave van Historische Uitgeverij Groningen uit 1983. Vandaar wellicht dat de titel spreekt van een Unzeitgemässe Betrachtung – niet in tijd te meten.

En natuurlijk, de dichter is een koe, dat ook.
Palescue 20170217 – uit losse flodders van 2016 en een beetje van nu.

nietzsche1

 

Uitnodiging: Literair-muzikale zondagmiddag in Artishock

Uitnodiging: Literair-muzikale zondagmiddag in Artishock

Onlangs publiceerde de Soester dichter Palescue een bundel onder de titel “Weg is altijd ergens.” Zondagmiddag 11 december vindt in Artishock de presentatie plaats onder toeziend oog van Jan Visser, nestor van de plaatselijke dichtkunst. Daarnaast treedt de dichter op met twee muzikanten: Semmy Prinsen (saxofoon) en Kamal Hors (ud, arabische luit). Na de pauze kunnen aanwezigen eigen gedichten voordragen, of gedichten van anderen. Ook dan is er live muziek.

cpresentatie-1Semmy Prinsen, tenorsaxofonist, is bekend als jazzmuzikant en organisator. Hij is ook actief als DJ ‘Play it again Sem’. Met originele draaitafels uit de 40-er jaren draait hij 78 toeren platen vanuit een bakfiets. Kamal Hors is een professioneel muzikant, zanger en componist die vooral bekend is door zijn projecten met ensemble Windstreken, waarmee hij ook optrad in het  tv-programma Vrije Geluiden.

Jan Visser is medeoprichter van Artishock in 1967, de Stichting Literaire Activiteiten Soest (SLAS) en van het Cultuurplatform Soest. Van 1990 tot 1994 was hijwethouder van Ruimtelijke Ordening en Kunst. Bovendien publiceerde bij verschillende uitgeverijen tien poëziebundels.

Poëzonmuziekmiddag

De schrijversnaam Palescue is een anagram voor Cees Paul. Hij zegt: ”Natuurlijk vind ik het spannend om mijn eigen gedichten te presenteren. Maar ik ben vooral trots dat ik door die mooie muziek van Kamal en Semmy heen mag praten.”

palescue_polaroiddscf8821
Foto: Katja Sobrino

Wat heb je voor ogen met deze zondagmiddag vol poëzie en muziek?

“Een echte Poëzonmuziekmiddag, of is het Poëmidmuzondag? Ik hoop op een soort festivalsfeertje. Er komen in ieder geval een paar interessante gasten. Bassist Jeroen de Valk komt met gitarist Peter Smit muziek maken, en ook teksten voordragen. En helemaal vanuit Groningen komt Hubert Klaver een paar columns voorlezen. Die man is zó grappig. Wellicht ook dat de dorpsdichter, Kond le Bisck, acte de présence geeft. En er is ruimte voor iedereen die langs komt en wat wil voordragen.”

Waar gaat je dichtbundel over?

Palescue: “Het is een selectie. De ondertitel is dan ook: “Titel 2: Verzameling uit de gele ordner.” Die gele ordner is de tweede die ik heb gevuld. Inmiddels ben ik met de vierde bezig. Maar ik heb niet echt een vast thema. Het gaat soms letterlijk over Iets en Niets. Over van alles en nog niks. Poëzie is niet alleen een verhaal, het ook een kwestie van klank en ritme. Het is niet voor niets dat ik graag optreed met muziek.”

“Weg is altijd ergens Titel 2: Verzameling uit de gele ordner”  ISBN: 978-94-022-2944-8 Prijs: € 15,99 (inclusief verzendkosten) Te koop bij de presentatie en bij Cigo Peperzak (Van Weedestraat), Libris boekwinkel Van de Ven (Soest Zuid) en in de webwinkel van Uitgeverij Boekscout.

Artishock zondag 11 december, 15:00-17:00u., Steenhoffstraat 46a, Soest. Toegang gratis. Een bijdrage in de kosten wordt gewaardeerd.

Octade

Octade

Het interesseert misschien niemand ene reet, maar ik heb een nieuw gedicht gemaakt. En passant heb ik daarbij een nieuwe versvorm uitgevonden. De Octade, een binair poëem: 1 gedicht met 4 lettergrepen per regel waarbij twee gekoppelde regels worden verdubbeld tot vier per couplet.

(lees verder onder het gedicht)

Octade

Door de dagen
verder / terug
voor de dagen
uit en thuis

door de dagen
gaan en komen
voor de dagen
die nog resten

door de dagen
die nog slapen
voor de dagen
die ontwaken

door de nacht en
de dag ervoor
het dagen voor
en na de dag

door de dagen
voorbij de nacht
komt de droom langs
voor de dagen

door de dagen
maant het zonlicht
voor de dagen
het maanlicht aan

onder / tussen
vast geklonken
aan de kinken
in de kabel

alles beweegt:
wat stroomt staat vast
voor de nachten
door de dagen.

Palescue, september/oktober 2016

creëert een nieuwe versvorm:

In deze eerste octade worden acht verzen geplaatst met in totaal 128 lettergrepen, vier per regel. De regels zijn twee aan twee gekoppeld en vormen zo acht lettergrepen of één ‘byte’. Er zijn er twee per couplet. Het hele gedicht vormt dan 16 ‘byte’.

octade_20161021_2Een byte of octade is een ‘woord’ van acht bit, een combinatie van acht nullen en enen. Als we de, talige, lettergreep als binaire bit beschouwen, kan je zeggen dat in dit gedicht een stukje code is neergezet met twee tot de macht zeven lettergrepen (27= 128).

Met de standaard van acht bits per byte, zou het twee tot de macht acht 28 ofwel 256 lettergrepen worden. Dan zou het gedicht twee keer zo lang zijn en niet meer op één pagina (A4) passen, wat in de papieren wereld een soort natuurlijke grens is.

Het begon eigenlijk met het zinnetje ‘door de dagen.’ Dat spookte door mijn hoofd, vooral ’s nachts. Dan kon ik de slaap niet vatten en draaide het maar rond: “Dóór de dagen (één twee drie vier) / Vóór de dagen (één twee drie vier)…” Uiteindelijk schreef ik maar een paar associaties van vier lettergrepen op in klad. Van de week schreef ik ze in inkt en pixels om na wat puzzelen, strepen en bijschrijven tot deze tekst te komen.

De talige (on-)zinnen die er nu staan hebben, althans in mijn ogen, nog de schijn van een betekenis. De ‘ware betekenis’ van de code achter deze 16 byte aan 7-bits gecodeerde talige woorden is voor mij een raadsel. Je kan in principe elke letter terug vertalen naar hexadecimale bytes. De kans is groot dat er dan onzin uitkomt waar het systeem met een beetje mazzel van op tilt slaat: ***ERROR***

software_error

Uit Wikipedia:

Een byte is een binaire eenheid van informatie voor te stellen als een woord van een aaneengesloten rij van bits. De de facto standaard is dat een byte uit 8 bits bestaat. Het kan zijn dat vroeger, (jaren 60), er nog geen consensus was over de precieze definitie en ook verwarring met een (machine)woord ligt voor de hand. De moderne definitie van een byte is de kleinst rechtstreeks adresseerbare eenheid. Daarmee is de eenheid van informatie van een byte, hoewel tegenwoordig altijd 8 bits, afhankelijk van de gebruikte processorarchitectuur(hardware). ECMA, de internationale, private standaardenorganisatie voor informatie- en communicatiesystemen, gebruikt de frase “8-bit single byte”.

Om expliciet aan te geven dat men acht bits bedoelt, gebruikt men ook wel het woord octet (bij Philips octad (Engels) of octade (Nederlands)). Mogelijk werd de term byte vermeden omdat het intellectuele eigendom was van IBM.

Meestal wordt de waarde van een 8-bits byte weergegeven als twee hexadecimale cijfers; daarbij wordt de byte opgesplitst in tweemaal vier bits; een groep van vier bits heet een nibble (bij Philips tetrad of tetrade). Het woord ‘byte’ is een aanpassing van het woord ‘bite’ (hapje) om verwarring met bit te voorkomen. Het is bedacht door Werner Buchholz in 1956 tijdens de ontwikkeling van de IBM Stretch-computer. Het woord duidt op een ‘hapje’ vol bits. Het woord ‘nibble’ heeft dezelfde etymologie.

 

 

Extra’s bij de bundel

Extra’s bij de bundel

Sinds kort is mijn bundel ‘Weg is altijd ergens, Titel 2: Verzameling uit de gele ordner’ digitaal te koop en wel via deze link. Je kan het natuurlijk ook via mij kopen. Ik heb zonet een doosje besteld om door te verkopen, misschien wel aan jou. Je krijgt er dan optioneel een pretpakket van signering en persoonlijke overhandiging bij.

De gele ordner is de tweede die ik heb gevuld, tussen circa 1990 en 2006. Ongeveer tientitelgedicht jaar daarvoor begon ik mijn werk te verzamelen in een antieke, grijze ordner. Een selectie daarvan verscheen in 1994 als ‘Caesar’s Paleis’, zeg maar Titel 1. Om het verhaal rond te maken heb ik een paar van die oudere, en nieuwere,  gedichten overgenomen in deze bundel. Er is nog genoeg moois over – een nieuwe bundel met ouder werk verschijnt hopelijk later.

De afgelopen tien jaar heb ik een derde, witte ordner volgeschreven en vandaag de dag verzamel ik teksten in een blauwe. Ook hieruit hoop ik in de toekomst een selectie te laten verschijnen. Bij de samenstelling van deze bundel heb ik me niet alleen beperkt in de tijd, maar ook in de lengte van de teksten. De langere teksten zijn ook inhoudelijk anders, meer poëtisch proza. Misschien moet daar ook maar een apart bundeltje van komen…

De tekeningen in Weg is altijd ergens zijn overigens jonger dan de gedichten, met uitzondering van die bij het titelgedicht op pagina 43. De tekening is, net als de overige, los van de tekst gemaakt en verbeeldt ‘een palescue aan de wandel’. Toen ik de figuur Palescue uitvond was het in eerste instantie een soort stripfiguur.

Het laatste gedicht uit de bundel is ‘Eigendunk.’ Met de webcam ziet het er zo uit op YouTube:

Ook van ‘Koude kermis’ heb ik een filmpje gemaakt. Zelfde opstelling, andere aanpak. Met muziek, jawel:

Over

Toen de gele ordner vol was had ik al een eerste versie gemaakt. Gewoon, een selectie thuis  netjes opgemaakt, uitgeprint en in een plastieken snelhechter gedaan. Nadat de daaropvolgende ordner vol was vond ik dat het tijd werd voor een echt boekje. Eerder had ik wel boekjes in eigen beheer gemaakt. Een hoop gedoe. Ik ging dus insturen. Van de ‘grote namen’ hoorde ik niets of ik kreeg een afwijzing.

Dan maar POD – Printing On Demand. Da’s gratis, da’s goed. Uitgeverij Boekscout had daar wel zin in. Uit de beoordeling van het manuscript dat ik instuurde:

De titel wekt meteen mijn interesse en bij het eerste gedicht weet ik het al: deze bundel wil ik helemaal lezen. Je speelt met woorden op een manier die laat doorschemeren dat je kennis van taal en een uitgebreid vocabulaire bezit. De diepere lagen in de gedichten doen de lezer stilstaan en nadenken bij wat hij zojuist gelezen heeft. Prachtig zijn de net niet kloppende bewoordingen die zoveel sfeer en herkenning oproepen, zoals bijvoorbeeld: ‘de kamerplanten zijn bijna / nog steeds niet dood’ of ‘van jou haat ik het liefst’. Deze bundel zal eenieder die van taal houdt blij verrassen en eenieder die op zoek is naar goede poëzie vergenoegen. Ik weet zeker dat ik, wanneer deze bundel eenmaal in mijn boekenkast staat, de gedichten van tijd tot tijd nog eens met plezier door zal lezen, en dat ik dan alsnog taalkundige pareltjes tegenkom die me eerder niet waren opgevallen. Ik neem mijn hoed voor je af.

-Marjet

Opmerking:
Wel hebben we één aanbeveling: er staat één Engelstalig gedicht in de bundel. Voor de continuïteit is het wellicht mooier om het enkel bij Nederlandstalige gedichten te houden.

Het was dus vrijwel klaar, dacht ik. Maar ik haalde niet alleen dat Engelstalige gedicht eruit, ik herzag de hele selectie, ging de hele map weer van achter naar voren doorspitten. Ik wijzigde kleine dingetjes en vond steeds meer kleine imperfecties in de opmaak. De cover was natuurlijk ook nog een dingetje. Uren mee bezig geweest. En ik wilde er tekeningen bij. Oude tekenboeken en bestanden doorgebladerd, ingescand, aangepast en in de tekst gepast.In Word, want Boekscout wil een manuscript in Word.

Toen ik de eerste ‘proefdruk’, een PDF in de mail terugkreeg zag ik een andere cover, een andere letter, een andere bladspiegel en een andere indeling. Na verschillende mails en een telefoongesprek ziet het er ongeveer zo uit als in het begin. Alleen waren de gedichten wel wat verschoven. De Inhoudsopgave heb ik wel telkens aangepast, maar de verwijzingen in de verantwoording, door mij Extra’s genoemd klopte niet meer.

Blurb

Daarom maakte ik een inlegvelletje: Errata in Extra’s.

Natuurlijk ging ik met het boekje ook naar de plaatselijke boekhandel. De mevrouw van de boekhandel wilde wel een exemplaar neerleggen, dan zou zij het bestellen voor eventueel geïnteresseerde klanten. Ze wilde er dan wel een blurb  bij en liet een paar voorbeelden zien van andere lokale helden die een boekjes hadden gemaakt: een A4-tje met wat extra informatie.

Blurb ken ik als een literair tijdschrift van vroeger, waar Simon Vinkenoog aan werkte, maar oorspronkelijk is het een promodingetje bij een creatief werk. Inmiddels is er ook een platform wat zo heet waar je zelf boeken kan maken.Dat heb ik gemaakt en inmiddels samengevoegd met de Errata en een extra gedicht, in handschrift.

Als je het boekje hebt gekocht zonder blurb kan je het hier donwloaden en uitprinten. Mij lukt het nu even niet er een goeie print van te maken maar dat ligt vast aan mij, en het late uur. Op het scherm ziet het er in ieder geval mooi uit.

De foto boven dit artikel is overigens niet genomen in de officiële boekwinkel maar in de tabaks-/gift- en boekenshop Cigo Peperzak. Mark & Georges (vader en zoon) Peperzak waren zo vriendelijk mijn boekje een topplek in de winkel te geven, tussen twee prachtig toepasselijke titels en boven Saskia Noort. Wat wil een mens meer?

Bestel moar bestel moar bestel moar

Palescue: Weg is altijd ergens, Titel 2, Verzameling uit de gele ordner 

ISBN: 978-94-022-2944-8.

Prijs: € 15,99 (inclusief verzendkosten, via Uitgeverij Boekscout, 2016)

Afgelopen zomer zijn ook losse gedichten gepubliceerd in verzamelbundels:
  • Zomerse poëzie, uitgeverij Heimdall ISBN: 978-94-91883-61-3. Publicatiedatum: 17 juli 2016; Verzamelbundel, e-book, Op het strand
  • Po-e-zine, No.13, juni 2016: 5 gedichten Over de bergen; Ruimte; Loos; December daargelaten; Geometrie-Soms; + tekening: Bo wie.
  • Poemtata, Bundel No.8, juni 2016 ‘Alles in Woordenland’; Ruimte

zomerse-poezie_cover

Aan de zomer

Aan de zomer

Deze zomer heb ik vooral veel niet gedaan. Grootse plannen waar weinig van terecht is gekomen, nieuwe wegen die ik links liet liggen. Toch is er wel het een en ander gebeurd. Meer dan ik dacht. Zo was ik vergeten dat ik mee heb gewerkt aan een verzamelbundel:

Beste Cees,

We hebben elkaar onlangs in Amersfoort gesproken tijdens de presentatie van Poëtisch Eemland.

We brengen binnenkort als experiment een e-book met poëzie uit. De bundel heet Zomerse poëzie, kost 2,5 euro en is een verkapt protest tegen de hoge handelskorting die boekhandels krijgen bij gedrukte boeken. Maar liefst 42 procent. Uitgever en auteur moeten het na aftrek van kosten met 15 procent doen.

Ik heb nog ruimte voor een zomers gedicht van je, als je geïnteresseerd hebt.

Hoor het graag.

 

Hub Dohmen
Uitgeverij Heimdall

Eigenlijk wist ik me deze mail nog wel te herinneren en ook dat ik wat heb teruggestuurd. Maar dat er inderdaad een e-boek is uitgekomen was me ontgaan. Terwijl ik toch een kortingscode had ontvangen om het boekje gratis te kunnen downloaden. Zonet heb ik dus netjes betaald om mijn eigen gedicht terug te zien. En de andere 48 pagina’s.

Het ziet er mooi uit. Telkens één bladzij gedicht naast een pagina beeld. In mijn geval het gedicht ‘Op het strand’ en de tekening die ik vaak als profielfoto gebruik. Daarom hierbij de link om voor een knaak een mooi aandenken aan de zomer van ’16 te downloaden.

Anemarie Estor geeft een cadeautje

Ze heet Annemarie Estor, en niet Oster, dat is een Nederlandse mevrouw. Estor is een Vlaamse, een hele madam, gelauwerd dichter, schrijver en eeuwig student, tegenwoordig in het Arabisch.

Het Vlaams is te horen als je haar leest. Dat bedoel ik positief, Vlaams is het Nederlands zoals God bedoeld heeft en Annemarie Estor geeft een gratis trip van haar mooie taal weg: Tafoukt, heet het en de tekening bij dit stukje is de voorpagina. Tafoukt klinkt Arabisch ja, Marrokkaans,  en ook dat is te horen als je het leest.

“Verzen om in te bijten” is de ondertitel van haar website, en ze schrijft prachtige gedichten, maar haar teksten zijn om te drinken, nee, om gulzig naar binnen te klokken. Ad fundum. Het is fantastisch, dope – zowel in straattaal als in de betekenis van hallucinerend, het is…:

De aluminiumhuishoudproductenkoopman begon heel zijn koopwaar uit te stallen,
van vergiet tot vlamverdeler, bovenop een zandberg, en de potten en pannen glommen magisch tegen de bubbliciousroze Toubkal. En toen knalde zijn blik als een donderbus mijn onderbuik in.

Tafoukt_titelpaginaVan die zinnen dus, van die woorden. en meer. En dat geeft ze ons zomaar cadeau, het is zomaar gratisch en printvriendelijk te downloaden van haar website. Er is nog veel meer, daar: gedichten, artikelen, essays…

Wat doe je hier nog? Hup – klik en lees.

Manu Scriptu

Manu Scriptu

Wil je ook zo’n manuscript in huis, bij voorbeeld aan de muur?

Dat kan.

Handgeschreven met inkt op speciaal papier, gedateerd en gesigneerd, ingelijst naar wens en thuisbezorgd vanaf € 10,-

En natuurlijk kan het ook een ander gedicht zijn. Dit is een voorbeeld. Neem hier contact op voor alle wensen en mogelijkheden, zoals bijvoorbeeld een illustratie. Van dit gedicht zie je hier de uitgetypte versie met een tekening, ook van Palescue.

December...Manuscript_lijst

 

 

DigiTaal

DigiTaal

DigiTaal

Kaartjes werden uitgedeeld, met de uitnodiging vier regels te schrijven op het thema ‘computer’.

In café De Bolle Boel te Eindhoven, zondag 19 juni 2016 bij de presentatie van Po-E-Zine No.13.

OVER “OVER ‘OVER DE BERGEN’”

OVER “OVER ‘OVER DE BERGEN’”

Aanbert@hetliterairemagazien.nl

Van: I.P@Fisher.nl

Onderwerp: Bijdrage themanummer

Beste Bert,

Graag voldoe ik aan je verzoek om een bijdrage te leveren over Palescue aan het themanummer Liederen. Zoals je wellicht weet ben ik geen fan van de man, maar sinds mijn aanstelling als hoogleraar is beëindigd, is de vergoeding mij zeer welkom en, inderdaad, ik ben een van de weinigen ‘in het veld’ die ’s mans werk goed kennen. Vaak genoemd, nauwelijks verkopend… En terecht, hij is nauwelijks te volgen , maar dat is mijn mening – en ik heb mijn persoonlijke voorkeuren niet laten meespelen bij het schrijven van dit artikel.

Komt ’ie. O, en als je een betere titel weet, be my guest.

Bijlage: ‘OVER OVER DE BERGEN’een lied van Palescue– I.P.Fisher

Overdebergen_type
Typoscript. Klik op de link hierboven  voor een pdf van de tekst

[gedicht in kader]

Wanneer eindigt een gedicht en begint een lied? In zijn laatste bundel – Uit Liefde voor G. – begeeft Palescue zich aan beide zijden van de grens, en vaak nog in één en dezelfde tekst. Dubbelzinnigheid is een Leitmotiv voor deze dichter. In de tekst “Over de bergen” krijgt die voor het eerst een politieke dimensie. Of moeten we alles nog eens teruglezen en heeft de hermeneutische bard altijd al iets anders bedoeld met zijn ‘taalsmeedwerk’?

De dubbelzinnigheid begint al bij de titel. “Over de bergen” is volgens het onderschrift geïnspireerd op “‘Behind the mountains, a refugee song.” Dat werpt meteen de vraag op waarom het lied niet Achter de bergen heet. Met de titel ‘Over de bergen’ krijgt het lied, naast de oorspronkelijke betekenis – ‘over de bergen heen’ – ook een algemene duiding: een tekst over bergen. Het zal hier gaan over de feitelijke bergen waar de vluchteling overheen moet, en over bergen als metafoor voor moeilijkheden in het leven.

In een e-mail[i] vertelt Palescue de anekdote achter, op zijn minst een deel van, de tekst. Op 26 februari 2016 woonde hij een concert bij van Baboek-O-Doestan en sprak in de pauze met voorman Baboek Amiri, de schrijver van het lied ‘Behind the mountains[ii]’. Daarin wordt overigens, behoudens wat ad-lib, geen tekst gezongen.

Ze spraken over het lied en de vluchtelingenproblematiek. Baboek zei toen dat mensen al duizenden jaren migreren: “dan slaan ze elkaar eerst de hersens in om vervolgens met elkaar te trouwen en kinderen te maken, het is altijd zo geweest.” Zoals Baboek ook tijdens oncerten vertelt gaat het lied over zijn vlucht naar Turkije, door de bergen. De gids sprak geen Farsi en de vluchtelingen geen Koerdisch. Als de vluchtelingen vroegen even te pauzeren, maakte de gids telkens duidelijk dat ze na de volgende berg zouden pauzeren. “Nee, de volgende – alleen die ene berg nog over.”

Ook goed om te weten is dat Palescue, toen hij ‘Over de bergen’ schreef, het boek las van kunsthistoricus, filosoof en dichter Maarten Doorman, ‘De navel van Daphne’.[iii] Vanwege de daarin geponeerde stelling dat het Rijksmuseum moet worden gesloten trok het boek de nodige aandacht maar het gaat vooral, zoals de ondertitel aangeeft ‘over kunst en engagement.’ Doorman stelt dat de kunst sinds de Romantiek, toen de kunst zogezegd ‘autonoom’ werd, zich afzet tegen de maatschappij. Dat doet ze echter vooral binnen de wereld van de geïnstitutionaliseerde kunst, waar ze tegelijkertijd afhankelijk van is.

Naast deze paradox speelt ook de paradox dat kunst die zonder meer politiek of maatschappelijk is, geen kunst is, of hooguit slechte kunst. Tegelijkertijd kan toonaangevende kunst nooit los van de maatschappelijke ontwikkelingen gezien worden. Naast de autonome ‘l’art pour l’art’ is kunst óók altijd gemaakt in een maatschappelijke context. Kunst moet het hebben van de dubbelzinnigheid in haar verhouding met de maatschappelijke werkelijkheid maar het blijft, in de optiek van Doorman, een “moeizaam huwelijk”:[iv] Hieronder zullen we  zien hoe beide werkelijkheden samenkomen in één gedicht.

Vorm

Of is het een lied? Voor een gedicht is het aan de lange kant, zeker voor Palescue, die doorgaans met drie of vier kwatrijnen klaar is. Hier zien we een tekst in couplet- en refreinvorm, om precies te zijn: zesenveertig regels in vijf coupletten en drie refreinen. Voor een conventionele songtekst zijn dat een paar refreinen te weinig. En daarmee lijkt de tekst beter te classificeren als een vormvrij gedicht.

Toch onttrekt de tekst zich niet helemaal aan de eenheid van vorm. Bindend is bijvoorbeeld de figuur van ‘Joost’ die in elk couplet voorkomt. We zullen zien dat hij, naast de persoon uit de zegswijze ‘Joost mag het weten’ telkens een andere rol speelt. Daarnaast zien we in elk refrein de ‘lieve lappenpop’ terugkomen en de strofe ‘alleen die ene berg nog over’.

De tekst heeft zijn eigen dynamiek waarin het refrein zich tussen de tekst doorslingert – na het eerste couplet, na het derde en aan het slot na het vijfde couplet.

In de dynamiek van het lied kunnen we twee cesuren onderscheiden. De eerste knip is na het tweede couplet. De eerste twee coupletten beginnen met ‘Joost’; in het derde vers is de ik-persoon aan het woord. De tweede knip is te zien na het vierde couplet: het laatste vers en het afsluitend refrein zijn zowel in ritme als inhoudelijk afwijkend.

De regel ‘het is altijd zo geweest’ uit het gesprek tussen Palescue en Baboek lezen we, als in een ballade, aan het eind van de coupletten 1, 2 en 3. In het vierde couplet komt alleen Joost terug van de repeterende regels, en wel in de oorspronkelijke zegswijze, Joost mag het weten. Het vierde couplet kent geen refrein. Het vijfde wel, en daarin zit deze regel aan het slot van het refrein. Als voleinding van ‘de vlucht’ en het gehele tekstwerk kondigt het tegelijkertijd het einde van de ‘hoofdpersonen’ aan: dan zijn we er geweest.

Joost (1) Zwagerman

Joost mocht het weten, over de stilte van het licht

de muziek van de lucht, dans over onderaards water

gevangen in dit huis…

 

Nachtegalen2.jpg
Nachtegalen, door (c) Palescue, 2016

De eerste keer dat we Joost tegenkomen is direct het eerste woord van Over de bergen. Joost mag het weten, nee, hij mocht het weten. Want Joost is dood. Ongeveer een week voordat zijn boek ‘Over de stilte van het licht[v]’ uitkwam maakte Joost Zwagerman op 8 september 2015 zelf een einde van zijn leven. Hij is 51 jaar geworden en was een half jaar ouder dan Palescue.

 

De ‘stilte van licht’ kan gelden voor beeldende kunst, maar de dichter zet hier meteen geluid naast. Een gedicht is immers niet louter beeldend, poëzie is niet alleen een kunst van het oog, maar ook van oor en mond. Poëzie is, zo valt te verdedigen, een overgang van taal naar muziek.

In de eerste twee regels benoemt Palescue hier de vier elementen: vuur (licht), lucht, aarde en water. Joost mag dan dood zijn, hij danst hier als een goedgemutste Jezus over het water. Het water, symbool voor het onderbewuste, wordt hier onderaards: stilstaand water, onzichtbaar, een reservoir wellicht, want “gevangen in dit huis.” Deze strofe wijst vooruit naar het vierde en vijfde couplet waarin sprake is van ‘holen’ (huizen) en een gevangenis.

Tegelijkertijd valt het gedicht zelf te beschouwen als bouwwerk, het tijdelijke huis van de taal. In andere gedichten, bij voorbeeld het gedicht ‘Ruimte’ uit dezelfde bundel wordt dit gegeven ook uitgewerkt. Maar ook hier zien we in het tweede couplet een ‘muur’ voorkomen.

gevangen in dit huis – je mening is gestolen adem

Een merkwaardige wending, tenzij we aannemen dat hier iemand gevangen zit vanwege een mening, die niet eens persoonlijk is, maar een verwoording ‘in gestolen adem.’ Heeft Palescue het hier tegen Joost Zwagerman? Gezien het gebruik van ‘je’ in zijn eerdere werk is hier eerder sprake van de algemene ‘je’ die heel goed ook op de ik-figuur, de lappenpop en/of de lezer kan slaan.

Van groter belang dan de je-figuur is de wisseling in perspectief die hierna komt. De buitenwereld komt binnen, en buiten is het niet pluis:

terwijl lemen voeten leren te marcheren –

het lijken nog schepen ver weg op zee

gewoon een vuiltje aan de lucht. Geen probleem

het is altijd zo geweest

Een reus op lemen voeten leert marcheren. In de zegswijze is de reus schijnbaar sterk, maar uiteindelijk zwak. Toch wordt hier een omineus beeld geschapen van een buitenwereld waarin de fascistische horden opdoemen aan de horizon. Er kan misschien nog luchtig over gedaan worden, maar we kunnen niet volhouden dat er geen vuiltje aan de lucht is.

je hebt knopen als ogen lieve lappenpop

stil maar, nog even dan zijn we uitgestorven

alleen die ene berg nog over

Het eerste refrein. Ook hier blijkt Palescue meer dan alleen een geëngageerd lied over de vluchtelingencrisis te maken. Blijkbaar staat in zijn visie de hele mensheid op punt van uitsterven, of in ieder geval de Joosten van deze wereld.

Het woord ‘uitgestorven’ zou, taalkundig gezien, ook kunnen betekenen dat er een einde komt aan het sterven, dat we klaar zijn met sterven, zoals we zien in ‘uitbehandeld’ of ‘uitgewerkt’, een betekenis die min of meer geboekstaafd wordt door de context. Kan een lappenpop ook uitsterven?

Bo wie6
‘Bo wie?’ door Palescue (2013)

Er zijn vaker poppen met knopen als ogen gemaakt maar, zeker gezien het volgende couplet, lijkt de inspiratie afkomstig uit de laatste twee films van David Bowie. In de video’s van “Lazarus” en “Blackstar” verschijnt hij met een blinddoek waarop knopen als ogen zijn genaaid. Beide films kwamen eind 2015 uit en baarden opzien omdat Bowie, na dertien jaar stilte, weer van zich liet horen. Bovendien is het weliswaar niet vreemd dat iemand van tegen de zeventig zich bezighoudt met de eindigheid van het leven, maar in deze muziek en bijbehorende films was hij zeldzaam somber en mysterieus.[vi]

We weten dat Palescue na het zien van de video’s de cd bestelde. Tegen de tijd dat de post de geluidsdrager afleverde, was de maker al ruim een week dood en het album te horen op internet. Enkele dagen voordat zijn zwanenzang als compleet album uitkwam verliet Bowie op 10 januari 2016 planeet Aarde ten gevolge van kanker.

 

Joost (2) Jones

Joost kon het weten, de zwarte ster liet ons dansen

en kussen of de muur dan vallen zou

over de schreef. Alles verbrandt aan de lucht

De tweede Joost in het gedicht is dus ook dood en heet Jones, David Robert Jones, beter Joost als David Bowie (1947-2016). Er zijn natuurlijk meer ‘zwarte sterren’ zijn die ons hebben laten dansen (James Brown, het hele Motown-label en Prince, om maar wat te noemen), maar deze strofe lijkt duidelijk een verwijzing naar zowel het ‘Blackstar’-album als de hitsingle ‘Let’s Dance.’

De volgende regel is duidelijk een parafrase op de song ‘Heroes’ van Bowie, uit de tijd dat

Bowie-Blackstar-film-770
Knopen als ogen in Blackstar

Palescue waarschijnlijk voor het eerst zijn muziek hoorde[vii]. In ‘Heroes’ is het de Berlijnse muur, die twaalf jaar na Bowie’s song uiteindelijk viel. In dit lied valt de muur in het enjambement, struikelt ‘over de schreef’ tussen de strofes.

In zijn verhaal ‘Slang[viii]’ noemt Palescue Bowie als jeugdheld. ‘Slang’ gaat over de manier waarop Palescue leerde lezen en schrijven. Dit kan heel goed meespelen in dit enjambement wat ook een volgende wending in de tekst markeert: ‘over het schrijven’ wordt hier – naar de letter – ‘over de schreef”

(…) Alles verbrandt aan de lucht

maar vandaag zag ik vlaggen strak staan in de wind

meer dan voorheen

en men hing varkens in de bomen

geen probleem, het is altijd zo geweest

Dat alles verbrandt aan de lucht is een waarheid als een koe, je kan het ‘over de schreef’ noemen als dat wordt gezegd in een gedicht omdat het te direct zou zijn. Tegelijkertijd is het een andere manier om te zeggen dat alles voorbij gaat en toch hetzelfde blijft.

De zin gaat verder in een enjambement dat zowel ritmisch als in klanken rijmt op dezelfde strofe uit het vorige couplet: ‘over de schreef’ // ‘meer dan voorheen’.

Dan wordt in de volgende strofen verwezen naar gebeurtenissen uit begin 2016. In Nederland werden daadwerkelijk kadavers van varkens opgehangen in bomen, als protest tegen de komst van opvangcentra voor vluchtelingen. Ook waren er demonstraties van de anti-moslimbeweging Pegida[ix] waarbij deelnemers roze kindermaskers van varkenskoppen droegen. Het beeld van vlaggen en varkenskoppen is poëtisch sterk. Toch is het een directe weergave van de werkelijkheid en het lijkt, aldus vormgegeven, een bijna middeleeuws tafereel. Zo is het, inderdaad, altijd geweest.

Gerard Rooijakkers, oud-hoogleraar Nederlandse etnologie, zegt[x] dat al sinds de zeventiende eeuw dode dieren worden neergelegd om te intimideren.. „Rituele taal” noemt hij het, afkomstig uit het eeuwenoude plattelandsrepertoire. De betekenis van het varken bij azc-protest is dubbel ‘vuil’, zegt Rooijakkers. Voor moslims is het varken onrein.

Joost (3) Nuh

ik zag een leger éénpersoons eilanden overspoeld

door een tsunami van schuim en witte trots

veel mensen hadden geen zwemvest

en veel zwemvesten zijn nep

Joost heeft het geweten en bouwde zijn Ark

de eerste was nog gratis, nu volgeboekt met VIP’s

maar goed, het is altijd zo geweest

De cesuur. In het derde en vierde couplet richt Palescue (‘ik’) zich rechtstreeks tot de lezer in een commentaar op de hedendaagse maatschappij en hoe die reageert op de vluchtelingencrisis. Tegenover de marcherende horden ziet hij ‘een leger’ van losse individuen onder de voet gelopen worden. Het gebruik van het woord ‘tsunami’ wordt hier gekanteld, gekeerd tegen het beeld zoals Geert Wilders[xi] het vaak gebruikt: geen vloedgolf mohammedanen maar ‘een tsunami van schuim en witte trots’, een dichterlijke typering van het schuim der natie dat achter een racistische leider aanloopt.

morgenstern_prz
Michael Morgenstern: Unpresidential Presidents (for the Chronicle Review)

Ook de zwemvesten komen rechtstreeks uit het nieuws. In de kranten uit die tijd stonden foto’s van bergen oranje zwemvesten, achtergelaten op de stranden van Griekse eilanden door vluchtelingen die de oversteek vanuit Turkije hadden gemaakt. In Turkije kochten ze zwemvesten die expres zo slecht waren gemaakt dat ze geen drijfvermogen hadden[xii].

We komen nu pas, in de vijfde regel van het couplet, de derde Joost tegen. De gekantelde tsunami wordt letterlijk De Zondvloed, want deze keer staat de figuur natuurlijk voor Noach of Nuh (Noeh) uit de Bijbel, respectievelijk Koran[xiii], de profeet die door God werd gemaand zijn volk te waarschuwen en een boot (de Ark) te bouwen om het leven op aarde te redden. In een terugkoppeling naar het heden constateert Palescue cynisch dat ‘tickets’ voor een hedendaagse Ark alleen voor de geprivilegieerden bereikbaar zouden zijn om het couplet, inmiddels bijna hoorbaar zuchtend, te besluiten dat het altijd zo is geweest.

(…) en je mond is dubbel gestikt (…)

In het tweede refrein lijkt, met de verwijzing naar Noach, het ‘uitsterven’ de hele mensheid te treffen. Het beeld wordt almaar somberder. De extra regel in het refrein lijkt te zeggen dat het individu, de ‘Gutmensch’ van goede wil, de mond is gesnoerd en – dubbel – dat het individu verstikt is in de stampede van de geschiedenis. Het kan ook wijzen op een dubbele betekenis voor de lappenpop: als mens zijn we een speelbal op de golven van de geschiedenis, als lezer zijn we het speeltje van de schrijver.

Joost (4) dejos

ze slapen en spelen in holen

oog om oog duim voor duim voor een extra leven

doof en blind zonder mobiel waar

werkelijk is wat WiFi op het scherm laadt

weet je, er zijn mensen die sterven om te doden

maar misschien kan je nog beter

leven om te baren – Joost mag het weten

In het vierde couplet geeft Palescue bijna ondubbelzinnig weer hoe mensen, als individuen op hun ‘éénpersoons eilanden’, reageren op de buitenwereld. Ze bemoeien zich vooral niet actief met de maatschappelijke werkelijkheid, nee: ‘ze slapen en spelen’, sluiten zich op en leven louter online. In de werkelijkheid van het web is de waarheid versplinterd: alles is even waar en zo is niets waar. De reële werkelijkheid, wordt in de beleving van Palescue, buitenspel gezet.

Alhoewel dichters al eerder sms-taal in hun werk hebben gebruikt, is dit voor mij de eerste keer dat ik wifi genoemd zie worden in een Nederlandstalig gedicht.

Met ‘weet je’ richt Palescue zich dan rechtstreeks tot de lezer, maar niet met een ferme uitspraak. Met ‘weet je’ begint een vraag die niet alleen retorisch kan worden opgevat. De vraag is niet minder dan die naar de keuze tussen leven en dood.

De uitspraak ‘er zijn mensen die sterven om te doden’ doet denken aan de Engelse

Morgenstern_twitter wars
Michael Morgenstern: Twitter Wars (for The Chronicle of Higher Education)

zegswijze om iets graag te willen: dying to… , maar natuurlijk ook aan een zelfmoordaanslag.

 

De dichter maakt hier de tegensteling ‘sterven om te doden’ versus ‘leven om te baren.’ Tegenover de lust om te doden en gedood te worden wordt hier de keuze geplaatst voor het leven en het voortleven in nageslacht. De biologische functie van leven is immers reproductie[xiv] maar in een maatschappij die met uitsterven wordt bedreigd, is het ‘maken’ van kinderen geen vanzelfsprekendheid meer.

Palescue, zelf kinderloos gebleven, maakt de keuze niet. Hij veroordeelt de moordenaars niet en suggereert dat het misschien beter is om de natuurlijke bevolkingsgroei te omarmen. Zelf heeft hij schijnbaar geen idee wat het beste is, hij laat de keuze aan ‘Joost’.

Deze vierde keer wordt de Joost-figuur gebruikt in de gewone betekenis uit het spreekwoord. Alhoewel, gewoon… etymologisch is de spreekwoordelijke Joost een aanduiding voor de duivel, de uit het Portugees verbasterde dejos van ‘de wilden.’[xv]. En natuurlijk is het een duivelse keuze om te moeten kiezen tegen het leven.

Joost (5) coda

in de luwte van het sterfhuis

in het midden van de nacht

als de bewakers dronken zijn

steel ik de sleutels van de kast

Het vijfde couplet vormt, met het afsluitend refrein, de coda van ‘Over de bergen.’ Het huis uit het eerste couplet is een sterfhuis geworden en de dichter lijkt er klaar mee. Hij laat het gedicht ontsporen in een ‘dronken’ roes.

Het begint met vier regels in staccato ritme met –bijna- een eindrijm, wat doet denken aan een volksliedje. Die kast zal, gezien het vervolg, de wapenkast van de gevangenis zijn, maar kan heel goed ook weer een referentie zijn aan David Bowie’s Lazarus. Deze afscheidsvideo opent met een beeld van een antieke kledingkast waarin hij aan het eind van het nummer verdwijnt. Een kledingkast als uit ‘Alice in Wonderland,’ de poort naar en/of bergplaats voor een geheime wereld.

we eten kogels, drinken messen en ik zeg

Joost mag er niets van weten maar

dan hebben we dat maar vast gehad

 

stil maar lieve lappenpop

met je oren van katoen

alleen die ene berg nog over

dan zijn we er geweest

Na de eerste vier strofen wordt een ander ritme opgepakt als de ik-figuur aan het woord komt. Joost mag het niet weten, sterker: hij mag niets weten. Zijn rol lijkt hier die van bewaker te zijn.

De wapens worden ‘gegeten’, in een binnenrijm op ‘weten.’ Het lijkt erop dat Palescue wil zeggen dat het gebruik van wapens wordt verinnerlijkt. Er is een besef van onontkoombaar geweld waarin moet worden berust: ‘dan hebben we dat maar vast gehad’. Deze scene kan echter ook begrepen worden in een suïcidale duiding, een gemeenschappelijke zelfmoord bovendien, waar de duivel/god Joost beter niets vanaf kan weten. Al met al lijkt Palescue met dit gedicht te willen zeggen: de dood, en wellicht het einde der tijden is nabij – en dat doen we als mensheid zelf.”

In het derde en laatste refrein krijgt de ‘lieve lappenpop’ oren. Hij (zij/het) heeft nu ogen, oren en een mond en kan, als de drie aapjes en de mens ‘horen, zien en zwijgen’. Hij kan niet spreken. Fysiek blijft het een normale lappenpop, gemaakt van katoen. Met ‘oren van katoen’ citeert Palescue nu de dichter Gerrit Komrij[xvi]. In de bundel Alles onecht (1984) vat Komrij zijn poëtica kernachtig samen in de regel ‘Poëzie is iemand de oren vullen met poetskatoen.’

Naast een keuze uit de gedichten bevat Alles onecht teksten over poëzie. Voor Komrij betekenen zijn gedichten niets persoonlijks, de betekenis is slechts die van het gedicht zelf – l’art pour l’art. Dit heeft Palescue zich altijd ter harte genomen. De suïcide in dit gedicht is dan ook vooral literair te duiden. Of, zoals Komrij[xvii] zegt: “het liefst zie ik ’n gedicht zo’n beetje als een zelfmoordcommando, een poëtische kamikaze. De vorm brengt de inhoud om. De laatste regel is de doodsteek.”

morgenstern_zwm_for zwierciadlo
Michael Morgenstern: For Zwierciadlo

 

En dat is precies wat we hier zien gebeuren. Het repeterende ‘het is altijd zo geweest’ wordt in de laatste regel onontkoombaar, want ‘dan zijn we er geweest.’

Conclusie

‘Over de bergen’ is één van de weinige lange ballades van Palescue en, vooralsnog, zijn enige tekst met zoveel referenties aan maatschappelijke ontwikkelingen en een visie daarop. Toch, hoe vol het gedicht ook zit met krantenkoppen, het behoudt zijn literaire waarde. Kennis van de politieke en maatschappelijke onrust rond de vluchtelingencrisis, de dood van Joost Zwagerman en David Bowie geven extra lagen aan de tekst. De tekst verliest echter nergens de dubbelzinnigheid van het autonome kunstwerk. De actualiteiten worden vervlochten en verdraaid in een tekst waarin het algemeen menselijke en het algemeen dichterlijke het laatste woord hebben.


I.P. Fisher is voormalig hoogleraar aan de Parkstadt Universität van Humbold.

NOTEN

[i] Met dank aan Henk Duurkoop voor het gebruik van zijn archief waaruit hij t.z.t. een biografie distilleert.

[ii] CD: Restless ©2013; www.babakodoestan.com. Behind the mountains is ook te zien en te horen op YouTube in een registratie door omroep IKON: https://www.youtube.com/watch?v=oilAe3i0GM4.

[iii] Maarten Doorman, De navel van Daphne, over kunst en engagement (Uitgeverij Bert Bakker, 2016).

[iv] ibid., p. 145

[v] Joost Zwagerman, De stilte van het licht, schoonheid en onbehagen in de kunst (Singel Uitgeverijen, 2015).

[vi] Zie bijvoorbeeld de recensie in The Guardian van 7 januari 2016.

[vii] Bowie/Eno, Heroes (1977) hieruit: “I, I can remember (I remember) / Standing, by the wall (by the wall) / And the guns shot above our heads (over our heads) / And we kissed, / as though nothing could fall (nothing could fall)”

[viii] Palescue’s Kolom, 28 december 2014

[ix] Patriotische Europäer gegen die Islamisierung des Abendlandes (PEGIDA), protestbeweging van Duitse oorsprong.

[x] NRC, 27 februari 2016.

[xi] Geert Wilders (Venlo, 1963) stapte in 2004 uit de VVD Tweede Kamerfractie als Groep Wilders, sinds 2006 PVV (Partij voor de Vrijheid), waarvan hij enig lid is.

[xii] zie bijvoorbeeld De Volksrant, 6 januari 2016

[xiii] Bijbel: Genesis 5; Koran: Soera 71 Nuh (Noach) – نوح

[xiv] zie bij voorbeeld: Richard Dawkins, The selfish gene (1976).

[xv] Zie onzetaal.nl: Die benaming gaat terug op het Javaanse woord joos, zo vermelden het Groot Uitdrukkingenwoordenboek van Van Dale (2006) en het Woordenboek der Nederlandsche Taal (WNT, deel VIII, 1926). Dit joos was een aanduiding voor een Chinese godheid of de afbeelding daarvan. Het “door de Hollanders op Java gehoorde joos (waarvan zij joosje en joost maakten)” – aldus het WNT – is een verkorting van dejos, dat is ontleend aan het Portugese deus ‘god’. Later werd joos in verband gebracht met de al bestaande voornaam Joost. Ook F.A. Stoett (Nederlandsche spreekwoorden, spreekwijzen, uitdrukkingen en gezegden) ziet deze ontwikkeling, maar houdt daarnaast de mogelijkheid open dat Joost tóch oorspronkelijk de gewone eigennaam is. (…) Het Groot Uitdrukkingenwoordenboek voegt hier nog aan toe: “De god van de ene religie is vaak de duivel van de andere, en zo kreeg Joost bij ons de betekenis ‘duivel’.”

[xv] Overigens heeft Komrij zelf de titel “Over de bergen” gebruikt voor een roman (De Arbeiderspers, 1990) waarin ik geen enkele connectie met Palescue’s gedicht zie.


Van: bert@hetliterairemagazien.nl

Aan: I.P@Fisher.nl

Onderwerp: Bijdrage themanummer Liederen

Beste Isma’il,

Dank voor je bijdrage. Het honorarium is inmiddels naar je overgemaakt.

Aangezien je ongeveer de helft van het artikel al eens eerder hebt gepubliceerd in vrijwel ongewijzigde vorm zal je er begrip voor hebben dat we je de helft van het bedrag voor een originele bijdrage besluiten toe te kennen.

Met vriendelijke groet,

Bert


Van: I.P@Fisher.nl

Aan: bert@hetliterairemagazien.nl

Onderwerp: Bijdrage themanummer Liederen

Bert,

Nee, daar heb ik geen begrip voor. In een eerder artikel ging het alleen over de invloed van Komrij, Bowie en Zwagerman maar toen dat werd gepubliceerd waren de laatste twee nog niet eens dood en had Palescue dat gedicht nog niet geschreven.

Vriendelijk doch dringend verzoek ik je het resterende geld binnen twee weken over te maken. Helaas zie ik me anders genoodzaakt minder vriendelijk te worden.

grt.,I.


 

December Daargelaten

December Daargelaten

def KRST_2 DSC_1903_tekening

December daargelaten

 

Vergeten pagina’s de laatste spraken af

gezegd de kortste dagen om doorheen te slapen

de nacht bij lange na om niet te waken

 

Nog steeds december duurt maar door en door

dit jaar gaat uur U maar moeizaam teloor

uitgetelde zevenkwarts opgewonden af te tikken

 

In maandvallen van nul uur nul

nul één nul één op volg wanorde

de klok slaat nergens op – twaalf keer

 

We knallen kurken zoenen korte lontjes

en weten weer hoe laat het is

en het beter anders want twee voor

 

De tijd dijt verder van ons weg

ze draait haar kolk om uit de fles

nog steeds niet meer december daargelaten

 

Palescue, december 15 / januari 16.

Dcemebr Daargelaten

 

 

 

[“Christmas Card from a Hooker in Minneapolis”]

 

&

soms

soms is

soms is dat

soms is dat wat

soms is dat wat het

soms is dat wat het is

wat was

wat was dat

wat was dat het

wat was dat het soms

wat was dat het soms was

&

dat soms

wat soms is

g

e

w

e

e

s

t

.

 

 


 

If there ever was a time for whatever to whatever

it is now. And looking more closely, whatever is everywhere.

So let’s get right at it and do whatever is needed

to whatever so whatever will whatever never no more

 

C.A.P.FEB.2015

 

[Verfje]

Ik verf je
ik verf je fel
en verf je in pastel
ik verf je in olie
en in aquarel
ik mondschilder en
vingerverf je
 
Ik verf je met huid
en marterharen penselen
kwast ik je, wrijf en
spetter ik je
smeer je met paletmes
laag over laagje

op vereffenend linnen
verf ik je
ik verf je
een schilderjij
tot over mijn oren.
 
Palescue 26/27 JAN MMXV
Facebook: berlin-artparasites– artwork by Manuel Granados:
“I think of how, in Czech, ‘to paint’ and ‘to love’ are only one vowel away: malovat; milovat. The salutation alone is written. I paint you, I paint you, I paint you.”—Emily Wilson, from “Postcard I almost send to an almost lover”

[Loos] / [Void]




Foto: CERN (2012)


gently I imploded and
poured out in countless grit am
I, the time has come, now legion
 
shattered like air
castle confetti in the wind
Rest no moment
in the hunt for the flight
to what something can be
and each time then is what
since then this where if, that
exists god thank as
no more, not again
And every then and now somewhere else
from behind up galloped
off spectrum swept under the radar
out of (beep-beep) the depth
of time I dissolved
with nowhere nothing to back or to
reverse, come, go or be
I say 
 
to no one in particular
and you in general
that I love you
With each piece of stardust
and in each god’s particle
you touch in the core
totally myself.
Palescue, June 2014


Foto: CERN (2012)

 zachtjes implodeerde ik en

uitgestort in talloos gruis ben

ik, het is zover, nu legio

uiteengespat als lucht-

kasteel confetti in de wind

Rust geen moment

in de jacht op de vlucht

naar wat iets wezen kan

en telkens even is wat

dan daar dit waar dan, dat

bestaat goddankzij zo

niet meer, niet weer

Telkens anders ergens

vanachter op voorgesneld

uit spectrum onder de radar

geveegd (bliep-bliep) de diepte

van de tijd uit ben ik opgelost

met nergens niets terug of om

te keren, komen, gaan of zijn

zeg ik

tegen niemand in het bijzonder

en jou in het algemeen

dat ik van je hou

Met elk stuk sterrenstof

en in elk godspartikeltje

raak je in de kern

geheel mijzelve.                                                                                                                     
Palescue, juni 2014

[]


Koud. Je kan wel blijven zoeken
Alles doe je voortaan tussendoor
Van hot naar her en al met al
Wrik je ruimte tussen wal en schip
Houd me vast en ik val van de wereld
Laat me los en over de afgrond loop ik
In een strakke lijn over het slappe koord
Ze weten precies wat je bedoelt
Hij kent een verhaal en zij heeft gehoord
Maar je weet, je kan het vergeten,beter verdergaan
Wakker worden, water drinken, uren tellen
Het gaat goed. Het gaat geweldig
De nachten zijn het ergst
Als de droom niet komen wil
De dagen zijn het langst
Als de moeheid niet weg wil
Krakend breekt een tak af
En niet voor het eerst
Dunne berken bevolken de toendra
Geknakt onder sneeuw en mammoetvoet
De tonen zijn verdwenen
Met het hoofd in de vogels
En de wortels in een teiltje
Sta je gemeenschappelijk in de hal
En hoopt dat iemand water giet.                                                     

   ©@ Notities, 4/12; 11/12 2014

[ ]


21 uur 21
de dag is volwassen
ik trek schoenen van
de ene voet, de andere voet
en mijn broek trek ik uit
het ene been, het andere
ik trek hemden uit
over de ene arm de andere
rol de onderbroek uit
speel beide billen vrij en
de ene voet na de andere
komt voort uit sokken
dan stap ik met mijn hoofd
erbij onder de douche, zegen
van warm en stevig water
Zeep.

 

Palescue 2-3 DEC 2014

NCHTGDCHT

NCHTGDCHT










Voor mensen zoals jij
en ja, dus ook voor mij
blijft liefde zelden zonder straf.
Je komt er niet mee weg
zonder krassen in de lak.
Voor mensen zoals wij
voor jou en ook voor mij
is de nacht niet lang genoeg
we blijven liever rijden tot het eind
door lege straten met lantaarns
Bij mensen zoals wij, bij jou en mij,
werd de ziel van jongsaf aan gebutst, verzaagd
maar groeide telkens ook weer aan
op een andere plek
en vaak te laat
voor mensen zoals jij
en ja, ook voor mij

Palescue, april 2014

Oude Ambachten

Kleine Melm, de Eem.

























Oude Ambachten
Ook in Hendrik-Oude-Ambacht draait niet alles om
Geld eten slapen warmte water lucht
Er is vooral verblekend blind licht
Zwamzaad zwaluwend onder de binten
maait wind de veulens aan de meulendijk,
de wakkere wielewieken Diefjesdijk
langs de  kronkel aan de vliet en doorsneden
bunkers in het groene woelige grasdras land
rondom blubberdale dieptes, verhemelde watersloten
Omboezemend in het karrespoor geklonken
aan gespannen ossen, rode disselbloemen in de berm.
Dus vallen gelogeerde kraaien in het gier tussen
de verre akkervoren, een gore morgen gaans
over de herebaai weer heim getrokken in de schuitepijp.
Mans genoeg opgestoken balen de dames in de
Lichtmetalen kooi op zolder, spelden prikkend
In hunne wonderbaar mooie haarcapriolen over het hoofd
Kap – doekjes winden de molensneden om ’t ijs
Het helse schaatsverschoven staal vonkt vuur
in de smidse ijzer vretend als het heet is en verrekte
buigzaam in de klokketoren boven de horizon, bam-
bom. Bim. Bam. Bim. Bam. Bom. Bim kwetterse
klepel heit het luiden der laatste tijding en Bam
boemelt het voddewoord over ratelende keien,
loeit het pluimvee in de morgen stonden aan
Bom. Met verrekte hout kramt prikkeldraad
om het paard. De nekader klopt. De mist trekt op.
De rietsnijder fluit op zijn klompen een
piepend lied van o, ma o, o, pa, diediebim
Scharesliep en karekiet, helendal zijn ze kierewiet
Karig is het leven niet
Voor tante Piet en z’n ome Griet
’t Is altijd wat in het Levenslied
Maar karig was hun leven niet
Dit is alles wat ze achter liet
Scharensliep en karekiet
Piep knars sliep-uit plons klok zoef zoef
Kukeleku tok-tok roekoe boe woef.
Waf.

Palescue 22|29JAN2014