Een tuin is niet compleet zonder vijver, een vijver niet zonder salamanders. Prachtige minidraken, en een teken van gezond water. Je kan ze elk voorjaar zien verschijnen en elk najaar weer verdwijnen in winterslaap.
Salamander, sah-lá-man-dèr – het woord alleen al klinkt als een toverspreuk, als iets dat zowel prehistorisch oud als buitenaards nieuw is. De naam komt van het Perzische ‘sām–andarūn’ wat vrij vertaald ‘vuur van binnen’ betekent.
Lang dacht men dat salamanders in het vuur leefden. De salamander was manifestatie van het element Vuur, zoals de zeemeermin een elementaire geest van Water was, de kabouter van Aarde en elfen van Lucht. Volgens de Middeleeuwers was de hele schepping uit deze elementen opgebouwd. Van die vier wezens bestaat alleen de salamander nog echt.
De Salamander blijft een sterk symbool dat overal staat afgebeeld en als vuurspuwende draak doorleeft in sprookjes. In Nederland kennen we vijf soorten waarvan de vuursalamander met 20 centimeter de grootste is. Alleen in Zuid Limburg zijn er nog een paar over. De soort is vrijwel uitgeroeid door een schimmel die ook andere salamandersoorten letterlijk opvreet. In de rest van Nederland zien we vooral de kleine watersalamander van circa 10 centimeter.
Rond 1800 werd er een fossiel skelet gevonden dat werd aangezien voor een mens en ‘Getuige van de Zondvloed’ genoemd. Later bleek het een reuzensalamander van 180 centimeter. De nieuwe soort werd Andrias (‘mensbeeld’) genoemd en leeft nog in Azië.
O, en het verschil met een hagedis is dit: als je dichtbij komt schiet de Hagedis weg, zo snel als een Haas. Een Salamander waggelt weg, die is Sloom. De geschubde hagedis is een reptiel dat in de zon op droge stenen zit, de salamander een amfibie dat ademt door zijn natte, gladde huid. Dier van twee werelden: land en water.
Schubben & slijm – de salamander, een nieuw oud dier in 300 woorden. Voor Harry, die salamanders in zijn tuin heeft, en het blad Veren & Vachten.
En zo viel het in druk vandaag in de bus: Veren & Vachten, 17e jaargang, nr.4. December 2022
Er staat druk op, sterker: je kan geen kant meer dan naar voren op de ritmes van het algo- vooruit over de doodlopende band van creatie naar crematie. Welkom in het proces.
Je wordt verzaagd en gehakseld, gebeiteld en besneden, afgevijld tot je past op het potje, geveild als human resource voorzien van kleur en etiketten. Plaats, tijd, richting, status, voortgang en voorkeur opgenomen in het log van
Grote Broer Naamloze Vennootschap (NV).
Het oog wat je ziet is het oog dat je ziet een spiegel of een ziel is er niet. Er is alleen buitenkant, binnen is de achterkant een schil om onderdelen die ons al met al begrenst
met als verzonnen tralies geld en natie, onbuigzame
rails van kiemcel tot ontbinding in vlammen of de grond (varianten waar de Wet op de lijkbezorging niet in voorziet buiten beschouwing maar gezien, het is niet onopgemerkt gebleven, zelfs de printer leest mee met wat hier staat geschreven).
En nu na ons de zondvloed zekerheid is en mijn zinnen onleesbaar verwateren verdwijnen ook rust en noodzaak en toch en toch en toch spoelt het leven nog door de ogen van kinderen.
De mens heeft uitmuntend gefaald.
Tekst en afbeelding: Palescue, oktober 2022. Met medewerking van Pink Floyd (Welcome to the machine, track van LP Wish You Were Here (1975)) en misschien Franz Kafka, Der Prozess (1915); George Orwell die Big Brother opvoerde in de roman 1984 (1948); het slot van De Avonden door Gerard Reve (Het is gezien, het is niet onopgemerkt gebleven…,1947); Louis XV (Après nous le déluge, 1757) en Samuel Beckett (“…Fail again. Fail better.” uit Worstward Ho!, 1983).
transitie van niets naar nergens (zeg maar eten op de plee) tussen zus en zo en dit of dat (of als en mits, indien misschien)
is het koud genoeg zo? (nee, het is te warm) noodmaatregelen zijn van kracht (de situatie nijpend) de oorlog gaat ook door (al zien we het niet altijd) een tweede ronde is geweest (president heeft kiesproblemen) later meer (maar nu eerst:)
exclusief (voor iedereen) de echo van een mitrailleur die nacht verging de wereld (ik werd er bijna wakker van) ook hier hoor je dergelijke geluiden (naar omstandigheden goed)
maar ja, ze willen zoveel (adviseerde men mij) je zult maar net die persoon zijn dat wil je gewoon niet moeten (het slaapt allemaal nergens op)
happy earth day (hoop en vrees) onorthodoxe oplossingen (revolusi) voor ontwrichtende (oorzaken en) gevolgen
Sommige mensen, inclusief mijzelf, vinden het jammer dat mijn teksten zo weinig vormvast zijn. Daar moest eens wat aan gebeuren. Dus heb een sonnet geschreven, naar een litanie die ik vaak fietsend afsteek.
SONNET
Fuck you fuck you fuck you. Fuck you. Fuck. Fuck, fuck you, fuck you, fuck, F*ck you. FU & FU2
You & you & you. Fuck You. Fuck him, fuck her. Fuck all. Fuck it, fuck it, fuck it. Fuck. Fuck, fuck you, fuck you all
Fuck you. Fuck you fuck the system, fuck you, fuck fuck fuck, fuck you. Fuck you.
Fuck it bigtime, fuck you too and you and you and you – fuck off. Fuck you. Fuck me. Fuck
wat deden die soldaten daar in Soest op 3 augustus 1896?
Er zijn foto’s van die dag. Ze staan in uniform langs het Kerkepad, je ziet de Oude Kerk. Er staan ook burgers (boeren) bij met kruiwagens en verderop steken rietstengels over het pad.
Je vraagt me dan binnen maar Ik moet kruipend naar je toe
And I can’t be holding on
Ik heb geen houvast meer
To what you got
Aan wat jij bent
When all you got is hurt
Want wat jij bent is pijn
One love
Eén liefde
One blood
verwant
One life
Leef één
You got to do what you should
Doe wat je doen moet
One life
Eén liefde
With each other
Met elkaar
Sisters
Zusters
Brothers
Broeders
One life
Eén leven
But we’re not the same
Al zijn we niet gelijk
We get to carry each other
We helpen elkaar
Carry each other
Dragen elkaar
One
Eén
Tekst: Bono (1992, Sony Music) – U2 – (CD: Achtung Baby, 1992); hertaling palescue / philip westera (23-10-2017 / 23-09-2023)
Achtung Baby
Het album Achtung Baby was de redding van de band U2. In een persoonlijke en creatieve crisis van de band vond de ommekeer plaats in een sessie in de Berlijnse Hansa studio’s, waar David Bowie ook zijn beroemde trilogie opnam. In die sessie werd het nummer One geboren waarin de crisis van de band wordt verbeeld.
De eerste, controversiële cover van Achtung Baby (zie hierboven) vertoont een volledig naakte drummer, Adam, van de band.
One kwam uit in 1992, was een groot succes en wordt nog steeds in elk concert opgenomen. Er valt nog veel meer over te zeggen maar ik laat het bij de woorden van Bono. In een interview met Los Angeles Times in 1993 zei hij:
“Het is een nummer over samenkomen, maar niet het oude hippie-idee van “Let’s all live together”. Eigenlijk is het juist het tegenovergestelde. We zijn één, maar niet hetzelfde. Het zegt niet dat we bij elkaar willen komen, maar dat we dat moeten, om te overleven. Het herinnert ons er aan dat we geen keuze hebben.”
Johnny Cash
bracht in 2000 op zijn cover-album Solitary Man (American III) een eigen interpretatie uit van het nummer. Na het beluisteren van deze versie meldde Bono van U2 dat het een eer was dat een groot artiest als Johnny Cash hun nummer gebruikte en er een eigen interpretatie aangaf. Mary J. Blige zong het later samen met U2 en bracht het ook uit in haar versie. In mijn oren is de versie van Johnny Cash de mooiste.
Uitdaging
Wie durft dit nummer en/of het volgende te zingen als Eén, dan wel Mijn Loon? in welke interpretatie dan ook? Laat het weten, en vooral: laat het horen. Philip Westera heeft het ook gezongen, en mijn vertaling verbeterd. Als hij het met zijn stem alleen maar voorleest is het al mooi en wordt het een heel eigen versie.
And though all roads will not lead you home my girl
En al leidt niet elke weg naar huis mijn lief
All roads lead to the end of the world
Elke weg leidt naar weer verder weg
I sewed a little luck up in the hem of my gown
En ik naaide wat geluk zo in de zoom van mijn jurk
The only way down from the gallows is to swing
Weg van de galg kom je alleen als je al hangt
And I’ll wear boots instead of high heels
Dan gaan de pumps uit voor laarzen
And the next stage that I’m on it will have wheels
En mijn volgende vloer zal op wielen staan
Bad As Me
Niet elke plaat verdient veel aandacht en ook niet elke tekst van Tom Waits is te vertalen.
Bad as me is nog steeds, na acht jaar, de laatste plaat van meneer Waits en nog steeds de moeite waard. Pay me raakte me direct en ik vind het nog steeds mooi. Ik dacht dat het relatief makkelijk te vertalen was, maar dat viel nog niet mee. Met de frasering van Waits en de lijnen waarmee hij melodie tekent is de uitdaging voor de zanger ook nog wat groter dan die van One.
Tom Waits is lastig te coveren. Toch is het gedaan, en toevallig ook door Johnny Cash die Down There By The Trainherzong, ook weer op zijn American Recordings. Om degene die het wil zingen bij de gitaar op weg te helpen hierbij de link naar de acoorden.
Waar gaat het over?
De song One staat voor verschillende interpretaties open, waarvan verschillende waarheid bevatten. Datzelfde geldt voor dit lied. Uit een Q & A met de New York Times zei Tom Waits zelf hierover:
Q. What’s going on in the song “Pay Me”?
A. I saw a poster that was from, like, the turn of the century, and it said “Missing,” and it was for a girl who was missing, and the family was putting a classified ad on the side of a building. And at the bottom it said, “she need not be afraid to come home.” Because those were big things. If you left home and you moved to another town and you were working in a saloon, your family might pay you to stay right where you are because they don’t want you to bring shame on them.
All records are riddles, and whatever you may want people to think it’s about, it may just be throwing them off. And you don’t want it to get in the way of what someone else’s understanding is. It’s not really about anything. At the same time, it will find some meaning.
‘Elke opname is een raadsel…eigenlijk gaat het nergens over. Tegelijkertijd zal het iets van betekenis vinden.’
Dat valt nog niet mee, normaal doen. Gewoon doen en nog jezelf zijn ook. Ik bedoel: wie is dat? Je / Het / Ik verandert nogal eens. En zo ik al perfect weet aan te voelen wie ik precies ben, op dat moment en onder die specifieke omstandigheden, dan valt het nog niet mee die normale zelf staande te houden.
Het valt nog niet mee om, daaraan voorafgaand, jezelf eerst weten op te richten, aanwezig te zijn in de ruimte. Zichtbaar voor eventuele anderen. Gewoon, zelf bewust van de situatie zijn.
Want er zijn tegenkrachten.
Zoals een boom zich eerst moet wortelen en ontworstelen aan wat hij zoal tegenkomt in de groei – takjes, een kiezel, een leeg blikje sportdrank en een concurrerende netel – zo ontmoeten we in het moment obstakels die ‘Normaal. Doen’ in de weg staan.
Je beoordeelt en wordt beoordeeld op kleding en bagage, pak en zak, afkomst en gebrek, zon of regen, naam en faam, ruimte en beweging, tongval en oogopslag, haar en gebaar en ga maar verder, ga maar door. Alles wat overwonnen, ontweken of ontkend moet worden.
Dat valt nog niet mee. Gewoon er zijn, en beoordelen hoe daarin normaal te doen. Hoe onopvallend, of juist bewust van je opvallende aanwezigheid normaal te zijn.
Daar ben je dan. En nu je hier toch bent, moet je ook wat doen. Dat is wel zo normaal. Er wordt een actie of reactie verwacht.
Dat valt nog niet mee. Dan moet je wat zeggen. En wat valt hier, nu, nog te zeggen… en ook nog te voldoen aan de volledige norm van ‘Normaal. Doen’?
Normaal doen in eigen ogen en oren en die van elke willekeurig aanwezige, meelezer, toehoorder, volger, vriend van volger en vrienden van vrienden van volgers van vrienden?
Niet normaal. En toch. Het gebeurt.
Elke. Keer. Weer.
Normaal. Doen. Het klinkt zo eenvoudig. Maar wat is dat eigenlijk, normaal doen? En wat doe je als je vindt dat iemand níét normaal doet? Wanneer zeg je: ‘Doe effe normaal!’ Hoe zit dat met je moeder, je buurman, je kind? Ben je zelf eigenlijk wel normaal? Of liever niet? Maak ons augustusnummer beach proof en schrijf vrijmoedig over jouw pogingen normaal te doen – of juist zo afwijkend mogelijk te zijn – of anderen daartoe te bewegen.
Geen moralistische essays, maar waargebeurde, persoonlijke verhalen willen we lezen. In maximaal vijfhonderd woorden. Stuur jouw bijdrage vóór dinsdag 13 juni naar lezersoproep@vn.nl of naar Redactie Vrij Nederland, postbus 1254, 1000 BG Amsterdam (met de vermelding: ‘Lezersoproep’).
“….niet wetende wat gisteren, wat vandaag is, ze dartelt rond, vreet, rust, verteert, dartelt verder, en zo van de ochtend tot de avond, dag aan dag, in haar lust en onlust kort aangelijnd aan het ogenblik en daardoor niet zwaarmoedig en niet verveeld.”
Dat is de eerste zin van Friedrich Nietzsche in Nut en nadeel van geschiedenis voor het leven. Tweede traktaat tegen de keer. Geschreven in 1874 en nu nog net zo waar als toen ik het las in deze uitgave van Historische Uitgeverij Groningen uit 1983. Vandaar wellicht dat de titel spreekt van een Unzeitgemässe Betrachtung – niet in tijd te meten.
En natuurlijk, de dichter is een koe, dat ook.
Palescue 20170217 – uit losse flodders van 2016 en een beetje van nu.
Herinnering is een teken van de tijd voordat je leefde
het bewuste wezen blijft voor altijd nu
ver weg onduidelijk dichtbij net om de hoek maar
niet hier geef een bijl om het ijs niet maar het glas
te breken van de spiegel tussen ons
dan zien we elkaar eens
oog om oog
niet nu
De Olieman heeft een Fordje opgedaan – Louis Davids, geschreven door Jacques van Tol (1933). De volledige tekst staat onder deze link.
Zeg ken jij…de mosselman / de mosselman / de mosselman / Die woont in Scheveningen – kinderliedje, naar het Engelse liedje over de ‘muffin man’ – zie ook het artikel onder deze link.
Onlangs publiceerde de Soester dichter Palescue een bundel onder de titel “Weg is altijd ergens.” Zondagmiddag 11 december vindt in Artishock de presentatie plaats onder toeziend oog van Jan Visser, nestor van de plaatselijke dichtkunst. Daarnaast treedt de dichter op met twee muzikanten: Semmy Prinsen (saxofoon) en Kamal Hors (ud, arabische luit). Na de pauze kunnen aanwezigen eigen gedichten voordragen, of gedichten van anderen. Ook dan is er live muziek.
Semmy Prinsen, tenorsaxofonist, is bekend als jazzmuzikant en organisator. Hij is ook actief als DJ ‘Play it again Sem’. Met originele draaitafels uit de 40-er jaren draait hij 78 toeren platen vanuit een bakfiets. Kamal Hors is een professioneel muzikant, zanger en componist die vooral bekend is door zijn projecten met ensemble Windstreken, waarmee hij ook optrad in het tv-programma Vrije Geluiden.
Jan Visser is medeoprichter van Artishock in 1967, de Stichting Literaire Activiteiten Soest (SLAS) en van het Cultuurplatform Soest. Van 1990 tot 1994 was hijwethouder van Ruimtelijke Ordening en Kunst. Bovendien publiceerde bij verschillende uitgeverijen tien poëziebundels.
Poëzonmuziekmiddag
De schrijversnaam Palescue is een anagram voor Cees Paul. Hij zegt: ”Natuurlijk vind ik het spannend om mijn eigen gedichten te presenteren. Maar ik ben vooral trots dat ik door die mooie muziek van Kamal en Semmy heen mag praten.”
Wat heb je voor ogen met deze zondagmiddag vol poëzie en muziek?
“Een echte Poëzonmuziekmiddag, of is het Poëmidmuzondag? Ik hoop op een soort festivalsfeertje. Er komen in ieder geval een paar interessante gasten. Bassist Jeroen de Valk komt met gitarist Peter Smit muziek maken, en ook teksten voordragen. En helemaal vanuit Groningen komt Hubert Klaver een paar columns voorlezen. Die man is zó grappig. Wellicht ook dat de dorpsdichter, Kond le Bisck, acte de présence geeft. En er is ruimte voor iedereen die langs komt en wat wil voordragen.”
Waar gaat je dichtbundel over?
Palescue: “Het is een selectie. De ondertitel is dan ook: “Titel 2: Verzameling uit de gele ordner.” Die gele ordner is de tweede die ik heb gevuld. Inmiddels ben ik met de vierde bezig. Maar ik heb niet echt een vast thema. Het gaat soms letterlijk over Iets en Niets. Over van alles en nog niks. Poëzie is niet alleen een verhaal, het ook een kwestie van klank en ritme. Het is niet voor niets dat ik graag optreed met muziek.”
“Weg is altijd ergens Titel 2: Verzameling uit de gele ordner” ISBN: 978-94-022-2944-8 Prijs: € 15,99 (inclusief verzendkosten) Te koop bij de presentatie en bij Cigo Peperzak (Van Weedestraat), Libris boekwinkel Van de Ven (Soest Zuid) en in de webwinkel van Uitgeverij Boekscout.
Artishock zondag 11 december, 15:00-17:00u., Steenhoffstraat 46a, Soest. Toegang gratis. Een bijdrage in de kosten wordt gewaardeerd.
Het interesseert misschien niemand ene reet, maar ik heb een nieuw gedicht gemaakt. En passant heb ik daarbij een nieuwe versvorm uitgevonden. De Octade, een binair poëem: 1 gedicht met 4 lettergrepen per regel waarbij twee gekoppelde regels worden verdubbeld tot vier per couplet.
(lees verder onder het gedicht)
Octade
Door de dagen
verder / terug
voor de dagen
uit en thuis
door de dagen
gaan en komen
voor de dagen
die nog resten
door de dagen
die nog slapen
voor de dagen
die ontwaken
door de nacht en
de dag ervoor
het dagen voor
en na de dag
door de dagen
voorbij de nacht
komt de droom langs
voor de dagen
door de dagen
maant het zonlicht
voor de dagen
het maanlicht aan
onder / tussen
vast geklonken
aan de kinken
in de kabel
alles beweegt:
wat stroomt staat vast
voor de nachten
door de dagen.
Palescue, september/oktober 2016
creëert een nieuwe versvorm:
In deze eerste octade worden acht verzen geplaatst met in totaal 128 lettergrepen, vier per regel. De regels zijn twee aan twee gekoppeld en vormen zo acht lettergrepen of één ‘byte’. Er zijn er twee per couplet. Het hele gedicht vormt dan 16 ‘byte’.
Een byte of octade is een ‘woord’ van acht bit, een combinatie van acht nullen en enen. Als we de, talige, lettergreep als binaire bit beschouwen, kan je zeggen dat in dit gedicht een stukje code is neergezet met twee tot de macht zeven lettergrepen (27= 128).
Met de standaard van acht bits per byte, zou het twee tot de macht acht 28 ofwel 256 lettergrepen worden. Dan zou het gedicht twee keer zo lang zijn en niet meer op één pagina (A4) passen, wat in de papieren wereld een soort natuurlijke grens is.
Het begon eigenlijk met het zinnetje ‘door de dagen.’ Dat spookte door mijn hoofd, vooral ’s nachts. Dan kon ik de slaap niet vatten en draaide het maar rond: “Dóór de dagen (één twee drie vier) / Vóór de dagen (één twee drie vier)…” Uiteindelijk schreef ik maar een paar associaties van vier lettergrepen op in klad. Van de week schreef ik ze in inkt en pixels om na wat puzzelen, strepen en bijschrijven tot deze tekst te komen.
De talige (on-)zinnen die er nu staan hebben, althans in mijn ogen, nog de schijn van een betekenis. De ‘ware betekenis’ van de code achter deze 16 byte aan 7-bits gecodeerde talige woorden is voor mij een raadsel. Je kan in principe elke letter terug vertalen naar hexadecimale bytes. De kans is groot dat er dan onzin uitkomt waar het systeem met een beetje mazzel van op tilt slaat: ***ERROR***
Een byte is een binaire eenheid van informatie voor te stellen als een woord van een aaneengesloten rij van bits. De de facto standaard is dat een byte uit 8 bits bestaat. Het kan zijn dat vroeger, (jaren 60), er nog geen consensus was over de precieze definitie en ook verwarring met een (machine)woord ligt voor de hand. De moderne definitie van een byte is de kleinst rechtstreeks adresseerbare eenheid. Daarmee is de eenheid van informatie van een byte, hoewel tegenwoordig altijd 8 bits, afhankelijk van de gebruikte processorarchitectuur(hardware). ECMA, de internationale, private standaardenorganisatie voor informatie- en communicatiesystemen, gebruikt de frase “8-bit single byte”.
Om expliciet aan te geven dat men acht bits bedoelt, gebruikt men ook wel het woord octet (bij Philips octad (Engels) of octade (Nederlands)). Mogelijk werd de term byte vermeden omdat het intellectuele eigendom was van IBM.
Meestal wordt de waarde van een 8-bits byte weergegeven als twee hexadecimale cijfers; daarbij wordt de byte opgesplitst in tweemaal vier bits; een groep van vier bits heet een nibble (bij Philips tetrad of tetrade). Het woord ‘byte’ is een aanpassing van het woord ‘bite’ (hapje) om verwarring met bit te voorkomen. Het is bedacht door Werner Buchholz in 1956 tijdens de ontwikkeling van de IBM Stretch-computer. Het woord duidt op een ‘hapje’ vol bits. Het woord ‘nibble’ heeft dezelfde etymologie.
Sinds kort is mijn bundel ‘Weg is altijd ergens, Titel 2: Verzameling uit de gele ordner’ digitaal te koop en wel via deze link. Je kan het natuurlijk ook via mij kopen. Ik heb zonet een doosje besteld om door te verkopen, misschien wel aan jou. Je krijgt er dan optioneel een pretpakket van signering en persoonlijke overhandiging bij.
De gele ordner is de tweede die ik heb gevuld, tussen circa 1990 en 2006. Ongeveer tien jaar daarvoor begon ik mijn werk te verzamelen in een antieke, grijze ordner. Een selectie daarvan verscheen in 1994 als ‘Caesar’s Paleis’, zeg maar Titel 1. Om het verhaal rond te maken heb ik een paar van die oudere, en nieuwere, gedichten overgenomen in deze bundel. Er is nog genoeg moois over – een nieuwe bundel met ouder werk verschijnt hopelijk later.
De afgelopen tien jaar heb ik een derde, witte ordner volgeschreven en vandaag de dag verzamel ik teksten in een blauwe. Ook hieruit hoop ik in de toekomst een selectie te laten verschijnen. Bij de samenstelling van deze bundel heb ik me niet alleen beperkt in de tijd, maar ook in de lengte van de teksten. De langere teksten zijn ook inhoudelijk anders, meer poëtisch proza. Misschien moet daar ook maar een apart bundeltje van komen…
De tekeningen in Weg is altijd ergens zijn overigens jonger dan de gedichten, met uitzondering van die bij het titelgedicht op pagina 43. De tekening is, net als de overige, los van de tekst gemaakt en verbeeldt ‘een palescue aan de wandel’. Toen ik de figuur Palescue uitvond was het in eerste instantie een soort stripfiguur.
Het laatste gedicht uit de bundel is ‘Eigendunk.’ Met de webcam ziet het er zo uit op YouTube:
Ook van ‘Koude kermis’ heb ik een filmpje gemaakt. Zelfde opstelling, andere aanpak. Met muziek, jawel:
Over
Toen de gele ordner vol was had ik al een eerste versie gemaakt. Gewoon, een selectie thuis netjes opgemaakt, uitgeprint en in een plastieken snelhechter gedaan. Nadat de daaropvolgende ordner vol was vond ik dat het tijd werd voor een echt boekje. Eerder had ik wel boekjes in eigen beheer gemaakt. Een hoop gedoe. Ik ging dus insturen. Van de ‘grote namen’ hoorde ik niets of ik kreeg een afwijzing.
Dan maar POD – Printing On Demand. Da’s gratis, da’s goed. Uitgeverij Boekscout had daar wel zin in. Uit de beoordeling van het manuscript dat ik instuurde:
De titel wekt meteen mijn interesse en bij het eerste gedicht weet ik het al: deze bundel wil ik helemaal lezen. Je speelt met woorden op een manier die laat doorschemeren dat je kennis van taal en een uitgebreid vocabulaire bezit. De diepere lagen in de gedichten doen de lezer stilstaan en nadenken bij wat hij zojuist gelezen heeft. Prachtig zijn de net niet kloppende bewoordingen die zoveel sfeer en herkenning oproepen, zoals bijvoorbeeld: ‘de kamerplanten zijn bijna / nog steeds niet dood’ of ‘van jou haat ik het liefst’. Deze bundel zal eenieder die van taal houdt blij verrassen en eenieder die op zoek is naar goede poëzie vergenoegen. Ik weet zeker dat ik, wanneer deze bundel eenmaal in mijn boekenkast staat, de gedichten van tijd tot tijd nog eens met plezier door zal lezen, en dat ik dan alsnog taalkundige pareltjes tegenkom die me eerder niet waren opgevallen. Ik neem mijn hoed voor je af.
-Marjet
Opmerking:
Wel hebben we één aanbeveling: er staat één Engelstalig gedicht in de bundel. Voor de continuïteit is het wellicht mooier om het enkel bij Nederlandstalige gedichten te houden.
Het was dus vrijwel klaar, dacht ik. Maar ik haalde niet alleen dat Engelstalige gedicht eruit, ik herzag de hele selectie, ging de hele map weer van achter naar voren doorspitten. Ik wijzigde kleine dingetjes en vond steeds meer kleine imperfecties in de opmaak. De cover was natuurlijk ook nog een dingetje. Uren mee bezig geweest. En ik wilde er tekeningen bij. Oude tekenboeken en bestanden doorgebladerd, ingescand, aangepast en in de tekst gepast.In Word, want Boekscout wil een manuscript in Word.
Toen ik de eerste ‘proefdruk’, een PDF in de mail terugkreeg zag ik een andere cover, een andere letter, een andere bladspiegel en een andere indeling. Na verschillende mails en een telefoongesprek ziet het er ongeveer zo uit als in het begin. Alleen waren de gedichten wel wat verschoven. De Inhoudsopgave heb ik wel telkens aangepast, maar de verwijzingen in de verantwoording, door mij Extra’s genoemd klopte niet meer.
Blurb
Daarom maakte ik een inlegvelletje: Errata in Extra’s.
Natuurlijk ging ik met het boekje ook naar de plaatselijke boekhandel. De mevrouw van de boekhandel wilde wel een exemplaar neerleggen, dan zou zij het bestellen voor eventueel geïnteresseerde klanten. Ze wilde er dan wel een blurb bij en liet een paar voorbeelden zien van andere lokale helden die een boekjes hadden gemaakt: een A4-tje met wat extra informatie.
Blurb ken ik als een literair tijdschrift van vroeger, waar Simon Vinkenoog aan werkte, maar oorspronkelijk is het een promodingetje bij een creatief werk. Inmiddels is er ook een platform wat zo heet waar je zelf boeken kan maken.Dat heb ik gemaakt en inmiddels samengevoegd met de Errata en een extra gedicht, in handschrift.
Als je het boekje hebt gekocht zonder blurb kan je het hier donwloaden en uitprinten. Mij lukt het nu even niet er een goeie print van te maken maar dat ligt vast aan mij, en het late uur. Op het scherm ziet het er in ieder geval mooi uit.
De foto boven dit artikel is overigens niet genomen in de officiële boekwinkel maar in de tabaks-/gift- en boekenshop Cigo Peperzak. Mark & Georges (vader en zoon) Peperzak waren zo vriendelijk mijn boekje een topplek in de winkel te geven, tussen twee prachtig toepasselijke titels en boven Saskia Noort. Wat wil een mens meer?
Bestel moar bestel moar bestel moar
Palescue: Weg is altijd ergens, Titel 2, Verzameling uit de gele ordner