Minibundel: Zaterlog

Minibundel: Zaterlog

* Aan de ketting * Op de kast * Op de bank *

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

Vrijwel direct uit het notitieboek, tekst en tekening van een zaterdagavond.

Advertenties

Octade

Octade

Het interesseert misschien niemand ene reet, maar ik heb een nieuw gedicht gemaakt. En passant heb ik daarbij een nieuwe versvorm uitgevonden. De Octade, een binair poëem: 1 gedicht met 4 lettergrepen per regel waarbij twee gekoppelde regels worden verdubbeld tot vier per couplet.

(lees verder onder het gedicht)

Octade

Door de dagen
verder / terug
voor de dagen
uit en thuis

door de dagen
gaan en komen
voor de dagen
die nog resten

door de dagen
die nog slapen
voor de dagen
die ontwaken

door de nacht en
de dag ervoor
het dagen voor
en na de dag

door de dagen
voorbij de nacht
komt de droom langs
voor de dagen

door de dagen
maant het zonlicht
voor de dagen
het maanlicht aan

onder / tussen
vast geklonken
aan de kinken
in de kabel

alles beweegt:
wat stroomt staat vast
voor de nachten
door de dagen.

Palescue, september/oktober 2016

creëert een nieuwe versvorm:

In deze eerste octade worden acht verzen geplaatst met in totaal 128 lettergrepen, vier per regel. De regels zijn twee aan twee gekoppeld en vormen zo acht lettergrepen of één ‘byte’. Er zijn er twee per couplet. Het hele gedicht vormt dan 16 ‘byte’.

octade_20161021_2Een byte of octade is een ‘woord’ van acht bit, een combinatie van acht nullen en enen. Als we de, talige, lettergreep als binaire bit beschouwen, kan je zeggen dat in dit gedicht een stukje code is neergezet met twee tot de macht zeven lettergrepen (27= 128).

Met de standaard van acht bits per byte, zou het twee tot de macht acht 28 ofwel 256 lettergrepen worden. Dan zou het gedicht twee keer zo lang zijn en niet meer op één pagina (A4) passen, wat in de papieren wereld een soort natuurlijke grens is.

Het begon eigenlijk met het zinnetje ‘door de dagen.’ Dat spookte door mijn hoofd, vooral ’s nachts. Dan kon ik de slaap niet vatten en draaide het maar rond: “Dóór de dagen (één twee drie vier) / Vóór de dagen (één twee drie vier)…” Uiteindelijk schreef ik maar een paar associaties van vier lettergrepen op in klad. Van de week schreef ik ze in inkt en pixels om na wat puzzelen, strepen en bijschrijven tot deze tekst te komen.

De talige (on-)zinnen die er nu staan hebben, althans in mijn ogen, nog de schijn van een betekenis. De ‘ware betekenis’ van de code achter deze 16 byte aan 7-bits gecodeerde talige woorden is voor mij een raadsel. Je kan in principe elke letter terug vertalen naar hexadecimale bytes. De kans is groot dat er dan onzin uitkomt waar het systeem met een beetje mazzel van op tilt slaat: ***ERROR***

software_error

Uit Wikipedia:

Een byte is een binaire eenheid van informatie voor te stellen als een woord van een aaneengesloten rij van bits. De de facto standaard is dat een byte uit 8 bits bestaat. Het kan zijn dat vroeger, (jaren 60), er nog geen consensus was over de precieze definitie en ook verwarring met een (machine)woord ligt voor de hand. De moderne definitie van een byte is de kleinst rechtstreeks adresseerbare eenheid. Daarmee is de eenheid van informatie van een byte, hoewel tegenwoordig altijd 8 bits, afhankelijk van de gebruikte processorarchitectuur(hardware). ECMA, de internationale, private standaardenorganisatie voor informatie- en communicatiesystemen, gebruikt de frase “8-bit single byte”.

Om expliciet aan te geven dat men acht bits bedoelt, gebruikt men ook wel het woord octet (bij Philips octad (Engels) of octade (Nederlands)). Mogelijk werd de term byte vermeden omdat het intellectuele eigendom was van IBM.

Meestal wordt de waarde van een 8-bits byte weergegeven als twee hexadecimale cijfers; daarbij wordt de byte opgesplitst in tweemaal vier bits; een groep van vier bits heet een nibble (bij Philips tetrad of tetrade). Het woord ‘byte’ is een aanpassing van het woord ‘bite’ (hapje) om verwarring met bit te voorkomen. Het is bedacht door Werner Buchholz in 1956 tijdens de ontwikkeling van de IBM Stretch-computer. Het woord duidt op een ‘hapje’ vol bits. Het woord ‘nibble’ heeft dezelfde etymologie.

 

 

Extra’s bij de bundel

Extra’s bij de bundel

Sinds kort is mijn bundel ‘Weg is altijd ergens, Titel 2: Verzameling uit de gele ordner’ digitaal te koop en wel via deze link. Je kan het natuurlijk ook via mij kopen. Ik heb zonet een doosje besteld om door te verkopen, misschien wel aan jou. Je krijgt er dan optioneel een pretpakket van signering en persoonlijke overhandiging bij.

De gele ordner is de tweede die ik heb gevuld, tussen circa 1990 en 2006. Ongeveer tientitelgedicht jaar daarvoor begon ik mijn werk te verzamelen in een antieke, grijze ordner. Een selectie daarvan verscheen in 1994 als ‘Caesar’s Paleis’, zeg maar Titel 1. Om het verhaal rond te maken heb ik een paar van die oudere, en nieuwere,  gedichten overgenomen in deze bundel. Er is nog genoeg moois over – een nieuwe bundel met ouder werk verschijnt hopelijk later.

De afgelopen tien jaar heb ik een derde, witte ordner volgeschreven en vandaag de dag verzamel ik teksten in een blauwe. Ook hieruit hoop ik in de toekomst een selectie te laten verschijnen. Bij de samenstelling van deze bundel heb ik me niet alleen beperkt in de tijd, maar ook in de lengte van de teksten. De langere teksten zijn ook inhoudelijk anders, meer poëtisch proza. Misschien moet daar ook maar een apart bundeltje van komen…

De tekeningen in Weg is altijd ergens zijn overigens jonger dan de gedichten, met uitzondering van die bij het titelgedicht op pagina 43. De tekening is, net als de overige, los van de tekst gemaakt en verbeeldt ‘een palescue aan de wandel’. Toen ik de figuur Palescue uitvond was het in eerste instantie een soort stripfiguur.

Het laatste gedicht uit de bundel is ‘Eigendunk.’ Met de webcam ziet het er zo uit op YouTube:

Ook van ‘Koude kermis’ heb ik een filmpje gemaakt. Zelfde opstelling, andere aanpak. Met muziek, jawel:

Over

Toen de gele ordner vol was had ik al een eerste versie gemaakt. Gewoon, een selectie thuis  netjes opgemaakt, uitgeprint en in een plastieken snelhechter gedaan. Nadat de daaropvolgende ordner vol was vond ik dat het tijd werd voor een echt boekje. Eerder had ik wel boekjes in eigen beheer gemaakt. Een hoop gedoe. Ik ging dus insturen. Van de ‘grote namen’ hoorde ik niets of ik kreeg een afwijzing.

Dan maar POD – Printing On Demand. Da’s gratis, da’s goed. Uitgeverij Boekscout had daar wel zin in. Uit de beoordeling van het manuscript dat ik instuurde:

De titel wekt meteen mijn interesse en bij het eerste gedicht weet ik het al: deze bundel wil ik helemaal lezen. Je speelt met woorden op een manier die laat doorschemeren dat je kennis van taal en een uitgebreid vocabulaire bezit. De diepere lagen in de gedichten doen de lezer stilstaan en nadenken bij wat hij zojuist gelezen heeft. Prachtig zijn de net niet kloppende bewoordingen die zoveel sfeer en herkenning oproepen, zoals bijvoorbeeld: ‘de kamerplanten zijn bijna / nog steeds niet dood’ of ‘van jou haat ik het liefst’. Deze bundel zal eenieder die van taal houdt blij verrassen en eenieder die op zoek is naar goede poëzie vergenoegen. Ik weet zeker dat ik, wanneer deze bundel eenmaal in mijn boekenkast staat, de gedichten van tijd tot tijd nog eens met plezier door zal lezen, en dat ik dan alsnog taalkundige pareltjes tegenkom die me eerder niet waren opgevallen. Ik neem mijn hoed voor je af.

-Marjet

Opmerking:
Wel hebben we één aanbeveling: er staat één Engelstalig gedicht in de bundel. Voor de continuïteit is het wellicht mooier om het enkel bij Nederlandstalige gedichten te houden.

Het was dus vrijwel klaar, dacht ik. Maar ik haalde niet alleen dat Engelstalige gedicht eruit, ik herzag de hele selectie, ging de hele map weer van achter naar voren doorspitten. Ik wijzigde kleine dingetjes en vond steeds meer kleine imperfecties in de opmaak. De cover was natuurlijk ook nog een dingetje. Uren mee bezig geweest. En ik wilde er tekeningen bij. Oude tekenboeken en bestanden doorgebladerd, ingescand, aangepast en in de tekst gepast.In Word, want Boekscout wil een manuscript in Word.

Toen ik de eerste ‘proefdruk’, een PDF in de mail terugkreeg zag ik een andere cover, een andere letter, een andere bladspiegel en een andere indeling. Na verschillende mails en een telefoongesprek ziet het er ongeveer zo uit als in het begin. Alleen waren de gedichten wel wat verschoven. De Inhoudsopgave heb ik wel telkens aangepast, maar de verwijzingen in de verantwoording, door mij Extra’s genoemd klopte niet meer.

Blurb

Daarom maakte ik een inlegvelletje: Errata in Extra’s.

Natuurlijk ging ik met het boekje ook naar de plaatselijke boekhandel. De mevrouw van de boekhandel wilde wel een exemplaar neerleggen, dan zou zij het bestellen voor eventueel geïnteresseerde klanten. Ze wilde er dan wel een blurb  bij en liet een paar voorbeelden zien van andere lokale helden die een boekjes hadden gemaakt: een A4-tje met wat extra informatie.

Blurb ken ik als een literair tijdschrift van vroeger, waar Simon Vinkenoog aan werkte, maar oorspronkelijk is het een promodingetje bij een creatief werk. Inmiddels is er ook een platform wat zo heet waar je zelf boeken kan maken.Dat heb ik gemaakt en inmiddels samengevoegd met de Errata en een extra gedicht, in handschrift.

Als je het boekje hebt gekocht zonder blurb kan je het hier donwloaden en uitprinten. Mij lukt het nu even niet er een goeie print van te maken maar dat ligt vast aan mij, en het late uur. Op het scherm ziet het er in ieder geval mooi uit.

De foto boven dit artikel is overigens niet genomen in de officiële boekwinkel maar in de tabaks-/gift- en boekenshop Cigo Peperzak. Mark & Georges (vader en zoon) Peperzak waren zo vriendelijk mijn boekje een topplek in de winkel te geven, tussen twee prachtig toepasselijke titels en boven Saskia Noort. Wat wil een mens meer?

Bestel moar bestel moar bestel moar

Palescue: Weg is altijd ergens, Titel 2, Verzameling uit de gele ordner 

ISBN: 978-94-022-2944-8.

Prijs: € 15,99 (inclusief verzendkosten, via Uitgeverij Boekscout, 2016)

Afgelopen zomer zijn ook losse gedichten gepubliceerd in verzamelbundels:
  • Zomerse poëzie, uitgeverij Heimdall ISBN: 978-94-91883-61-3. Publicatiedatum: 17 juli 2016; Verzamelbundel, e-book, Op het strand
  • Po-e-zine, No.13, juni 2016: 5 gedichten Over de bergen; Ruimte; Loos; December daargelaten; Geometrie-Soms; + tekening: Bo wie.
  • Poemtata, Bundel No.8, juni 2016 ‘Alles in Woordenland’; Ruimte

zomerse-poezie_cover

Manu Scriptu

Manu Scriptu

Wil je ook zo’n manuscript in huis, bij voorbeeld aan de muur?

Dat kan.

Handgeschreven met inkt op speciaal papier, gedateerd en gesigneerd, ingelijst naar wens en thuisbezorgd vanaf € 10,-

En natuurlijk kan het ook een ander gedicht zijn. Dit is een voorbeeld. Neem hier contact op voor alle wensen en mogelijkheden, zoals bijvoorbeeld een illustratie. Van dit gedicht zie je hier de uitgetypte versie met een tekening, ook van Palescue.

December...Manuscript_lijst

 

 

OVER “OVER ‘OVER DE BERGEN’”

OVER “OVER ‘OVER DE BERGEN’”

Aanbert@hetliterairemagazien.nl

Van: I.P@Fisher.nl

Onderwerp: Bijdrage themanummer

Beste Bert,

Graag voldoe ik aan je verzoek om een bijdrage te leveren over Palescue aan het themanummer Liederen. Zoals je wellicht weet ben ik geen fan van de man, maar sinds mijn aanstelling als hoogleraar is beëindigd, is de vergoeding mij zeer welkom en, inderdaad, ik ben een van de weinigen ‘in het veld’ die ’s mans werk goed kennen. Vaak genoemd, nauwelijks verkopend… En terecht, hij is nauwelijks te volgen , maar dat is mijn mening – en ik heb mijn persoonlijke voorkeuren niet laten meespelen bij het schrijven van dit artikel.

Komt ’ie. O, en als je een betere titel weet, be my guest.

Bijlage: ‘OVER OVER DE BERGEN’een lied van Palescue– I.P.Fisher

Overdebergen_type
Typoscript. Klik op de link hierboven  voor een pdf van de tekst

[gedicht in kader]

Wanneer eindigt een gedicht en begint een lied? In zijn laatste bundel – Uit Liefde voor G. – begeeft Palescue zich aan beide zijden van de grens, en vaak nog in één en dezelfde tekst. Dubbelzinnigheid is een Leitmotiv voor deze dichter. In de tekst “Over de bergen” krijgt die voor het eerst een politieke dimensie. Of moeten we alles nog eens teruglezen en heeft de hermeneutische bard altijd al iets anders bedoeld met zijn ‘taalsmeedwerk’?

De dubbelzinnigheid begint al bij de titel. “Over de bergen” is volgens het onderschrift geïnspireerd op “‘Behind the mountains, a refugee song.” Dat werpt meteen de vraag op waarom het lied niet Achter de bergen heet. Met de titel ‘Over de bergen’ krijgt het lied, naast de oorspronkelijke betekenis – ‘over de bergen heen’ – ook een algemene duiding: een tekst over bergen. Het zal hier gaan over de feitelijke bergen waar de vluchteling overheen moet, en over bergen als metafoor voor moeilijkheden in het leven.

In een e-mail[i] vertelt Palescue de anekdote achter, op zijn minst een deel van, de tekst. Op 26 februari 2016 woonde hij een concert bij van Baboek-O-Doestan en sprak in de pauze met voorman Baboek Amiri, de schrijver van het lied ‘Behind the mountains[ii]’. Daarin wordt overigens, behoudens wat ad-lib, geen tekst gezongen.

Ze spraken over het lied en de vluchtelingenproblematiek. Baboek zei toen dat mensen al duizenden jaren migreren: “dan slaan ze elkaar eerst de hersens in om vervolgens met elkaar te trouwen en kinderen te maken, het is altijd zo geweest.” Zoals Baboek ook tijdens oncerten vertelt gaat het lied over zijn vlucht naar Turkije, door de bergen. De gids sprak geen Farsi en de vluchtelingen geen Koerdisch. Als de vluchtelingen vroegen even te pauzeren, maakte de gids telkens duidelijk dat ze na de volgende berg zouden pauzeren. “Nee, de volgende – alleen die ene berg nog over.”

Ook goed om te weten is dat Palescue, toen hij ‘Over de bergen’ schreef, het boek las van kunsthistoricus, filosoof en dichter Maarten Doorman, ‘De navel van Daphne’.[iii] Vanwege de daarin geponeerde stelling dat het Rijksmuseum moet worden gesloten trok het boek de nodige aandacht maar het gaat vooral, zoals de ondertitel aangeeft ‘over kunst en engagement.’ Doorman stelt dat de kunst sinds de Romantiek, toen de kunst zogezegd ‘autonoom’ werd, zich afzet tegen de maatschappij. Dat doet ze echter vooral binnen de wereld van de geïnstitutionaliseerde kunst, waar ze tegelijkertijd afhankelijk van is.

Naast deze paradox speelt ook de paradox dat kunst die zonder meer politiek of maatschappelijk is, geen kunst is, of hooguit slechte kunst. Tegelijkertijd kan toonaangevende kunst nooit los van de maatschappelijke ontwikkelingen gezien worden. Naast de autonome ‘l’art pour l’art’ is kunst óók altijd gemaakt in een maatschappelijke context. Kunst moet het hebben van de dubbelzinnigheid in haar verhouding met de maatschappelijke werkelijkheid maar het blijft, in de optiek van Doorman, een “moeizaam huwelijk”:[iv] Hieronder zullen we  zien hoe beide werkelijkheden samenkomen in één gedicht.

Vorm

Of is het een lied? Voor een gedicht is het aan de lange kant, zeker voor Palescue, die doorgaans met drie of vier kwatrijnen klaar is. Hier zien we een tekst in couplet- en refreinvorm, om precies te zijn: zesenveertig regels in vijf coupletten en drie refreinen. Voor een conventionele songtekst zijn dat een paar refreinen te weinig. En daarmee lijkt de tekst beter te classificeren als een vormvrij gedicht.

Toch onttrekt de tekst zich niet helemaal aan de eenheid van vorm. Bindend is bijvoorbeeld de figuur van ‘Joost’ die in elk couplet voorkomt. We zullen zien dat hij, naast de persoon uit de zegswijze ‘Joost mag het weten’ telkens een andere rol speelt. Daarnaast zien we in elk refrein de ‘lieve lappenpop’ terugkomen en de strofe ‘alleen die ene berg nog over’.

De tekst heeft zijn eigen dynamiek waarin het refrein zich tussen de tekst doorslingert – na het eerste couplet, na het derde en aan het slot na het vijfde couplet.

In de dynamiek van het lied kunnen we twee cesuren onderscheiden. De eerste knip is na het tweede couplet. De eerste twee coupletten beginnen met ‘Joost’; in het derde vers is de ik-persoon aan het woord. De tweede knip is te zien na het vierde couplet: het laatste vers en het afsluitend refrein zijn zowel in ritme als inhoudelijk afwijkend.

De regel ‘het is altijd zo geweest’ uit het gesprek tussen Palescue en Baboek lezen we, als in een ballade, aan het eind van de coupletten 1, 2 en 3. In het vierde couplet komt alleen Joost terug van de repeterende regels, en wel in de oorspronkelijke zegswijze, Joost mag het weten. Het vierde couplet kent geen refrein. Het vijfde wel, en daarin zit deze regel aan het slot van het refrein. Als voleinding van ‘de vlucht’ en het gehele tekstwerk kondigt het tegelijkertijd het einde van de ‘hoofdpersonen’ aan: dan zijn we er geweest.

Joost (1) Zwagerman

Joost mocht het weten, over de stilte van het licht

de muziek van de lucht, dans over onderaards water

gevangen in dit huis…

 

Nachtegalen2.jpg
Nachtegalen, door (c) Palescue, 2016

De eerste keer dat we Joost tegenkomen is direct het eerste woord van Over de bergen. Joost mag het weten, nee, hij mocht het weten. Want Joost is dood. Ongeveer een week voordat zijn boek ‘Over de stilte van het licht[v]’ uitkwam maakte Joost Zwagerman op 8 september 2015 zelf een einde van zijn leven. Hij is 51 jaar geworden en was een half jaar ouder dan Palescue.

 

De ‘stilte van licht’ kan gelden voor beeldende kunst, maar de dichter zet hier meteen geluid naast. Een gedicht is immers niet louter beeldend, poëzie is niet alleen een kunst van het oog, maar ook van oor en mond. Poëzie is, zo valt te verdedigen, een overgang van taal naar muziek.

In de eerste twee regels benoemt Palescue hier de vier elementen: vuur (licht), lucht, aarde en water. Joost mag dan dood zijn, hij danst hier als een goedgemutste Jezus over het water. Het water, symbool voor het onderbewuste, wordt hier onderaards: stilstaand water, onzichtbaar, een reservoir wellicht, want “gevangen in dit huis.” Deze strofe wijst vooruit naar het vierde en vijfde couplet waarin sprake is van ‘holen’ (huizen) en een gevangenis.

Tegelijkertijd valt het gedicht zelf te beschouwen als bouwwerk, het tijdelijke huis van de taal. In andere gedichten, bij voorbeeld het gedicht ‘Ruimte’ uit dezelfde bundel wordt dit gegeven ook uitgewerkt. Maar ook hier zien we in het tweede couplet een ‘muur’ voorkomen.

gevangen in dit huis – je mening is gestolen adem

Een merkwaardige wending, tenzij we aannemen dat hier iemand gevangen zit vanwege een mening, die niet eens persoonlijk is, maar een verwoording ‘in gestolen adem.’ Heeft Palescue het hier tegen Joost Zwagerman? Gezien het gebruik van ‘je’ in zijn eerdere werk is hier eerder sprake van de algemene ‘je’ die heel goed ook op de ik-figuur, de lappenpop en/of de lezer kan slaan.

Van groter belang dan de je-figuur is de wisseling in perspectief die hierna komt. De buitenwereld komt binnen, en buiten is het niet pluis:

terwijl lemen voeten leren te marcheren –

het lijken nog schepen ver weg op zee

gewoon een vuiltje aan de lucht. Geen probleem

het is altijd zo geweest

Een reus op lemen voeten leert marcheren. In de zegswijze is de reus schijnbaar sterk, maar uiteindelijk zwak. Toch wordt hier een omineus beeld geschapen van een buitenwereld waarin de fascistische horden opdoemen aan de horizon. Er kan misschien nog luchtig over gedaan worden, maar we kunnen niet volhouden dat er geen vuiltje aan de lucht is.

je hebt knopen als ogen lieve lappenpop

stil maar, nog even dan zijn we uitgestorven

alleen die ene berg nog over

Het eerste refrein. Ook hier blijkt Palescue meer dan alleen een geëngageerd lied over de vluchtelingencrisis te maken. Blijkbaar staat in zijn visie de hele mensheid op punt van uitsterven, of in ieder geval de Joosten van deze wereld.

Het woord ‘uitgestorven’ zou, taalkundig gezien, ook kunnen betekenen dat er een einde komt aan het sterven, dat we klaar zijn met sterven, zoals we zien in ‘uitbehandeld’ of ‘uitgewerkt’, een betekenis die min of meer geboekstaafd wordt door de context. Kan een lappenpop ook uitsterven?

Bo wie6
‘Bo wie?’ door Palescue (2013)

Er zijn vaker poppen met knopen als ogen gemaakt maar, zeker gezien het volgende couplet, lijkt de inspiratie afkomstig uit de laatste twee films van David Bowie. In de video’s van “Lazarus” en “Blackstar” verschijnt hij met een blinddoek waarop knopen als ogen zijn genaaid. Beide films kwamen eind 2015 uit en baarden opzien omdat Bowie, na dertien jaar stilte, weer van zich liet horen. Bovendien is het weliswaar niet vreemd dat iemand van tegen de zeventig zich bezighoudt met de eindigheid van het leven, maar in deze muziek en bijbehorende films was hij zeldzaam somber en mysterieus.[vi]

We weten dat Palescue na het zien van de video’s de cd bestelde. Tegen de tijd dat de post de geluidsdrager afleverde, was de maker al ruim een week dood en het album te horen op internet. Enkele dagen voordat zijn zwanenzang als compleet album uitkwam verliet Bowie op 10 januari 2016 planeet Aarde ten gevolge van kanker.

 

Joost (2) Jones

Joost kon het weten, de zwarte ster liet ons dansen

en kussen of de muur dan vallen zou

over de schreef. Alles verbrandt aan de lucht

De tweede Joost in het gedicht is dus ook dood en heet Jones, David Robert Jones, beter Joost als David Bowie (1947-2016). Er zijn natuurlijk meer ‘zwarte sterren’ zijn die ons hebben laten dansen (James Brown, het hele Motown-label en Prince, om maar wat te noemen), maar deze strofe lijkt duidelijk een verwijzing naar zowel het ‘Blackstar’-album als de hitsingle ‘Let’s Dance.’

De volgende regel is duidelijk een parafrase op de song ‘Heroes’ van Bowie, uit de tijd dat

Bowie-Blackstar-film-770
Knopen als ogen in Blackstar

Palescue waarschijnlijk voor het eerst zijn muziek hoorde[vii]. In ‘Heroes’ is het de Berlijnse muur, die twaalf jaar na Bowie’s song uiteindelijk viel. In dit lied valt de muur in het enjambement, struikelt ‘over de schreef’ tussen de strofes.

In zijn verhaal ‘Slang[viii]’ noemt Palescue Bowie als jeugdheld. ‘Slang’ gaat over de manier waarop Palescue leerde lezen en schrijven. Dit kan heel goed meespelen in dit enjambement wat ook een volgende wending in de tekst markeert: ‘over het schrijven’ wordt hier – naar de letter – ‘over de schreef”

(…) Alles verbrandt aan de lucht

maar vandaag zag ik vlaggen strak staan in de wind

meer dan voorheen

en men hing varkens in de bomen

geen probleem, het is altijd zo geweest

Dat alles verbrandt aan de lucht is een waarheid als een koe, je kan het ‘over de schreef’ noemen als dat wordt gezegd in een gedicht omdat het te direct zou zijn. Tegelijkertijd is het een andere manier om te zeggen dat alles voorbij gaat en toch hetzelfde blijft.

De zin gaat verder in een enjambement dat zowel ritmisch als in klanken rijmt op dezelfde strofe uit het vorige couplet: ‘over de schreef’ // ‘meer dan voorheen’.

Dan wordt in de volgende strofen verwezen naar gebeurtenissen uit begin 2016. In Nederland werden daadwerkelijk kadavers van varkens opgehangen in bomen, als protest tegen de komst van opvangcentra voor vluchtelingen. Ook waren er demonstraties van de anti-moslimbeweging Pegida[ix] waarbij deelnemers roze kindermaskers van varkenskoppen droegen. Het beeld van vlaggen en varkenskoppen is poëtisch sterk. Toch is het een directe weergave van de werkelijkheid en het lijkt, aldus vormgegeven, een bijna middeleeuws tafereel. Zo is het, inderdaad, altijd geweest.

Gerard Rooijakkers, oud-hoogleraar Nederlandse etnologie, zegt[x] dat al sinds de zeventiende eeuw dode dieren worden neergelegd om te intimideren.. „Rituele taal” noemt hij het, afkomstig uit het eeuwenoude plattelandsrepertoire. De betekenis van het varken bij azc-protest is dubbel ‘vuil’, zegt Rooijakkers. Voor moslims is het varken onrein.

Joost (3) Nuh

ik zag een leger éénpersoons eilanden overspoeld

door een tsunami van schuim en witte trots

veel mensen hadden geen zwemvest

en veel zwemvesten zijn nep

Joost heeft het geweten en bouwde zijn Ark

de eerste was nog gratis, nu volgeboekt met VIP’s

maar goed, het is altijd zo geweest

De cesuur. In het derde en vierde couplet richt Palescue (‘ik’) zich rechtstreeks tot de lezer in een commentaar op de hedendaagse maatschappij en hoe die reageert op de vluchtelingencrisis. Tegenover de marcherende horden ziet hij ‘een leger’ van losse individuen onder de voet gelopen worden. Het gebruik van het woord ‘tsunami’ wordt hier gekanteld, gekeerd tegen het beeld zoals Geert Wilders[xi] het vaak gebruikt: geen vloedgolf mohammedanen maar ‘een tsunami van schuim en witte trots’, een dichterlijke typering van het schuim der natie dat achter een racistische leider aanloopt.

morgenstern_prz
Michael Morgenstern: Unpresidential Presidents (for the Chronicle Review)

Ook de zwemvesten komen rechtstreeks uit het nieuws. In de kranten uit die tijd stonden foto’s van bergen oranje zwemvesten, achtergelaten op de stranden van Griekse eilanden door vluchtelingen die de oversteek vanuit Turkije hadden gemaakt. In Turkije kochten ze zwemvesten die expres zo slecht waren gemaakt dat ze geen drijfvermogen hadden[xii].

We komen nu pas, in de vijfde regel van het couplet, de derde Joost tegen. De gekantelde tsunami wordt letterlijk De Zondvloed, want deze keer staat de figuur natuurlijk voor Noach of Nuh (Noeh) uit de Bijbel, respectievelijk Koran[xiii], de profeet die door God werd gemaand zijn volk te waarschuwen en een boot (de Ark) te bouwen om het leven op aarde te redden. In een terugkoppeling naar het heden constateert Palescue cynisch dat ‘tickets’ voor een hedendaagse Ark alleen voor de geprivilegieerden bereikbaar zouden zijn om het couplet, inmiddels bijna hoorbaar zuchtend, te besluiten dat het altijd zo is geweest.

(…) en je mond is dubbel gestikt (…)

In het tweede refrein lijkt, met de verwijzing naar Noach, het ‘uitsterven’ de hele mensheid te treffen. Het beeld wordt almaar somberder. De extra regel in het refrein lijkt te zeggen dat het individu, de ‘Gutmensch’ van goede wil, de mond is gesnoerd en – dubbel – dat het individu verstikt is in de stampede van de geschiedenis. Het kan ook wijzen op een dubbele betekenis voor de lappenpop: als mens zijn we een speelbal op de golven van de geschiedenis, als lezer zijn we het speeltje van de schrijver.

Joost (4) dejos

ze slapen en spelen in holen

oog om oog duim voor duim voor een extra leven

doof en blind zonder mobiel waar

werkelijk is wat WiFi op het scherm laadt

weet je, er zijn mensen die sterven om te doden

maar misschien kan je nog beter

leven om te baren – Joost mag het weten

In het vierde couplet geeft Palescue bijna ondubbelzinnig weer hoe mensen, als individuen op hun ‘éénpersoons eilanden’, reageren op de buitenwereld. Ze bemoeien zich vooral niet actief met de maatschappelijke werkelijkheid, nee: ‘ze slapen en spelen’, sluiten zich op en leven louter online. In de werkelijkheid van het web is de waarheid versplinterd: alles is even waar en zo is niets waar. De reële werkelijkheid, wordt in de beleving van Palescue, buitenspel gezet.

Alhoewel dichters al eerder sms-taal in hun werk hebben gebruikt, is dit voor mij de eerste keer dat ik wifi genoemd zie worden in een Nederlandstalig gedicht.

Met ‘weet je’ richt Palescue zich dan rechtstreeks tot de lezer, maar niet met een ferme uitspraak. Met ‘weet je’ begint een vraag die niet alleen retorisch kan worden opgevat. De vraag is niet minder dan die naar de keuze tussen leven en dood.

De uitspraak ‘er zijn mensen die sterven om te doden’ doet denken aan de Engelse

Morgenstern_twitter wars
Michael Morgenstern: Twitter Wars (for The Chronicle of Higher Education)

zegswijze om iets graag te willen: dying to… , maar natuurlijk ook aan een zelfmoordaanslag.

 

De dichter maakt hier de tegensteling ‘sterven om te doden’ versus ‘leven om te baren.’ Tegenover de lust om te doden en gedood te worden wordt hier de keuze geplaatst voor het leven en het voortleven in nageslacht. De biologische functie van leven is immers reproductie[xiv] maar in een maatschappij die met uitsterven wordt bedreigd, is het ‘maken’ van kinderen geen vanzelfsprekendheid meer.

Palescue, zelf kinderloos gebleven, maakt de keuze niet. Hij veroordeelt de moordenaars niet en suggereert dat het misschien beter is om de natuurlijke bevolkingsgroei te omarmen. Zelf heeft hij schijnbaar geen idee wat het beste is, hij laat de keuze aan ‘Joost’.

Deze vierde keer wordt de Joost-figuur gebruikt in de gewone betekenis uit het spreekwoord. Alhoewel, gewoon… etymologisch is de spreekwoordelijke Joost een aanduiding voor de duivel, de uit het Portugees verbasterde dejos van ‘de wilden.’[xv]. En natuurlijk is het een duivelse keuze om te moeten kiezen tegen het leven.

Joost (5) coda

in de luwte van het sterfhuis

in het midden van de nacht

als de bewakers dronken zijn

steel ik de sleutels van de kast

Het vijfde couplet vormt, met het afsluitend refrein, de coda van ‘Over de bergen.’ Het huis uit het eerste couplet is een sterfhuis geworden en de dichter lijkt er klaar mee. Hij laat het gedicht ontsporen in een ‘dronken’ roes.

Het begint met vier regels in staccato ritme met –bijna- een eindrijm, wat doet denken aan een volksliedje. Die kast zal, gezien het vervolg, de wapenkast van de gevangenis zijn, maar kan heel goed ook weer een referentie zijn aan David Bowie’s Lazarus. Deze afscheidsvideo opent met een beeld van een antieke kledingkast waarin hij aan het eind van het nummer verdwijnt. Een kledingkast als uit ‘Alice in Wonderland,’ de poort naar en/of bergplaats voor een geheime wereld.

we eten kogels, drinken messen en ik zeg

Joost mag er niets van weten maar

dan hebben we dat maar vast gehad

 

stil maar lieve lappenpop

met je oren van katoen

alleen die ene berg nog over

dan zijn we er geweest

Na de eerste vier strofen wordt een ander ritme opgepakt als de ik-figuur aan het woord komt. Joost mag het niet weten, sterker: hij mag niets weten. Zijn rol lijkt hier die van bewaker te zijn.

De wapens worden ‘gegeten’, in een binnenrijm op ‘weten.’ Het lijkt erop dat Palescue wil zeggen dat het gebruik van wapens wordt verinnerlijkt. Er is een besef van onontkoombaar geweld waarin moet worden berust: ‘dan hebben we dat maar vast gehad’. Deze scene kan echter ook begrepen worden in een suïcidale duiding, een gemeenschappelijke zelfmoord bovendien, waar de duivel/god Joost beter niets vanaf kan weten. Al met al lijkt Palescue met dit gedicht te willen zeggen: de dood, en wellicht het einde der tijden is nabij – en dat doen we als mensheid zelf.”

In het derde en laatste refrein krijgt de ‘lieve lappenpop’ oren. Hij (zij/het) heeft nu ogen, oren en een mond en kan, als de drie aapjes en de mens ‘horen, zien en zwijgen’. Hij kan niet spreken. Fysiek blijft het een normale lappenpop, gemaakt van katoen. Met ‘oren van katoen’ citeert Palescue nu de dichter Gerrit Komrij[xvi]. In de bundel Alles onecht (1984) vat Komrij zijn poëtica kernachtig samen in de regel ‘Poëzie is iemand de oren vullen met poetskatoen.’

Naast een keuze uit de gedichten bevat Alles onecht teksten over poëzie. Voor Komrij betekenen zijn gedichten niets persoonlijks, de betekenis is slechts die van het gedicht zelf – l’art pour l’art. Dit heeft Palescue zich altijd ter harte genomen. De suïcide in dit gedicht is dan ook vooral literair te duiden. Of, zoals Komrij[xvii] zegt: “het liefst zie ik ’n gedicht zo’n beetje als een zelfmoordcommando, een poëtische kamikaze. De vorm brengt de inhoud om. De laatste regel is de doodsteek.”

morgenstern_zwm_for zwierciadlo
Michael Morgenstern: For Zwierciadlo

 

En dat is precies wat we hier zien gebeuren. Het repeterende ‘het is altijd zo geweest’ wordt in de laatste regel onontkoombaar, want ‘dan zijn we er geweest.’

Conclusie

‘Over de bergen’ is één van de weinige lange ballades van Palescue en, vooralsnog, zijn enige tekst met zoveel referenties aan maatschappelijke ontwikkelingen en een visie daarop. Toch, hoe vol het gedicht ook zit met krantenkoppen, het behoudt zijn literaire waarde. Kennis van de politieke en maatschappelijke onrust rond de vluchtelingencrisis, de dood van Joost Zwagerman en David Bowie geven extra lagen aan de tekst. De tekst verliest echter nergens de dubbelzinnigheid van het autonome kunstwerk. De actualiteiten worden vervlochten en verdraaid in een tekst waarin het algemeen menselijke en het algemeen dichterlijke het laatste woord hebben.


I.P. Fisher is voormalig hoogleraar aan de Parkstadt Universität van Humbold.

NOTEN

[i] Met dank aan Henk Duurkoop voor het gebruik van zijn archief waaruit hij t.z.t. een biografie distilleert.

[ii] CD: Restless ©2013; www.babakodoestan.com. Behind the mountains is ook te zien en te horen op YouTube in een registratie door omroep IKON: https://www.youtube.com/watch?v=oilAe3i0GM4.

[iii] Maarten Doorman, De navel van Daphne, over kunst en engagement (Uitgeverij Bert Bakker, 2016).

[iv] ibid., p. 145

[v] Joost Zwagerman, De stilte van het licht, schoonheid en onbehagen in de kunst (Singel Uitgeverijen, 2015).

[vi] Zie bijvoorbeeld de recensie in The Guardian van 7 januari 2016.

[vii] Bowie/Eno, Heroes (1977) hieruit: “I, I can remember (I remember) / Standing, by the wall (by the wall) / And the guns shot above our heads (over our heads) / And we kissed, / as though nothing could fall (nothing could fall)”

[viii] Palescue’s Kolom, 28 december 2014

[ix] Patriotische Europäer gegen die Islamisierung des Abendlandes (PEGIDA), protestbeweging van Duitse oorsprong.

[x] NRC, 27 februari 2016.

[xi] Geert Wilders (Venlo, 1963) stapte in 2004 uit de VVD Tweede Kamerfractie als Groep Wilders, sinds 2006 PVV (Partij voor de Vrijheid), waarvan hij enig lid is.

[xii] zie bijvoorbeeld De Volksrant, 6 januari 2016

[xiii] Bijbel: Genesis 5; Koran: Soera 71 Nuh (Noach) – نوح

[xiv] zie bij voorbeeld: Richard Dawkins, The selfish gene (1976).

[xv] Zie onzetaal.nl: Die benaming gaat terug op het Javaanse woord joos, zo vermelden het Groot Uitdrukkingenwoordenboek van Van Dale (2006) en het Woordenboek der Nederlandsche Taal (WNT, deel VIII, 1926). Dit joos was een aanduiding voor een Chinese godheid of de afbeelding daarvan. Het “door de Hollanders op Java gehoorde joos (waarvan zij joosje en joost maakten)” – aldus het WNT – is een verkorting van dejos, dat is ontleend aan het Portugese deus ‘god’. Later werd joos in verband gebracht met de al bestaande voornaam Joost. Ook F.A. Stoett (Nederlandsche spreekwoorden, spreekwijzen, uitdrukkingen en gezegden) ziet deze ontwikkeling, maar houdt daarnaast de mogelijkheid open dat Joost tóch oorspronkelijk de gewone eigennaam is. (…) Het Groot Uitdrukkingenwoordenboek voegt hier nog aan toe: “De god van de ene religie is vaak de duivel van de andere, en zo kreeg Joost bij ons de betekenis ‘duivel’.”

[xv] Overigens heeft Komrij zelf de titel “Over de bergen” gebruikt voor een roman (De Arbeiderspers, 1990) waarin ik geen enkele connectie met Palescue’s gedicht zie.


Van: bert@hetliterairemagazien.nl

Aan: I.P@Fisher.nl

Onderwerp: Bijdrage themanummer Liederen

Beste Isma’il,

Dank voor je bijdrage. Het honorarium is inmiddels naar je overgemaakt.

Aangezien je ongeveer de helft van het artikel al eens eerder hebt gepubliceerd in vrijwel ongewijzigde vorm zal je er begrip voor hebben dat we je de helft van het bedrag voor een originele bijdrage besluiten toe te kennen.

Met vriendelijke groet,

Bert


Van: I.P@Fisher.nl

Aan: bert@hetliterairemagazien.nl

Onderwerp: Bijdrage themanummer Liederen

Bert,

Nee, daar heb ik geen begrip voor. In een eerder artikel ging het alleen over de invloed van Komrij, Bowie en Zwagerman maar toen dat werd gepubliceerd waren de laatste twee nog niet eens dood en had Palescue dat gedicht nog niet geschreven.

Vriendelijk doch dringend verzoek ik je het resterende geld binnen twee weken over te maken. Helaas zie ik me anders genoodzaakt minder vriendelijk te worden.

grt.,I.


 

Ruimte

Ruimte

 

Ruimte_manuscript_0001

Het is weer een gedicht geworden. Voor de meester.

De eerste aanzet schreef ik tijdens een jazzconcert, afgelopen zaterdag. De muziek was vrolijk genoeg. Nee, aan het Bart Lust Quintet heeft het niet gelegen dat het over sombere zaken gaat. Wel hielp het misschien de muzikale invalshoek die er in zit duidelijker te maken. Pas toen dat gebeurde, bij een latere versie, kwam ik er eigenlijk op, het gedicht op te dragen.

De foto vond ik op een historisch WordPress blog. Hier zie je hoe het lijk van de 18-jarige Peter Fechter  wordt weggedragen door Oost-Duitse soldaten.

 

Uit het blog:

Op 17 augustus 1962, ongeveer één jaar na de bouw van de muur, besluit de 18 jarige
Peter Fechter, om samen met zijn vriend Helmut Kulbeik te vluchten naar West-Berlijn. Om 14.10 knippen ze het eerste hekwerk door. Bij de Zimmerstrasse, in de buurt van Checkpoint Charlie, renden ze naar de Muur toe. Als ze vlak bij de muur fechter2-1zijn worden ze ontdekt en klinken er schoten.

Beide vrienden staan bij de muur. Helmut Kulbeik klimt over de Muur. Peter Fechter twijfelt en blijft nog staan. Schoten weerklinken….Hij wordt neer geschoten. Enkele kogels doorboren zijn lichaam. De Oost-Duitse grenswachters laten Peter hevig bloedend liggen.

Met een lichtelijk andere betekenis kwam de muur al voor in een vorige tekst, en natuurlijk in de song ‘Heroes’. De Berlijnse muur heb ik nog gekend, ik heb er overheen gekeken en ben er onderdoor gereden met de U-Bahn – langs verlaten stations waarop een enkele VoPo met machinegeweer stond. Ik ben ook door Checkpoint Charlie geweest en heb ook door de Zimmerstraße gelopen. Na 1989 heb ik ook het museum in de Normannenstraße, het voormalige hoofdkwartier van de Stasi, bezocht.  Bizar. Maar goed, dat is een ander verhaal.

Ruimte


Voor Davy Jones

Je tast langs een muur tot waar je door kan –

een deur – van buiten naar binnen of binnenstebuiten –

wat kan het je schelen en hoe erg is dat?

De loze kreten doen de ribben zeer

 

Het maakt niet uit of je nog stopt met roken

de laatste rust staat genoteerd

hoop alleen dat je het einde

van de bladzij haalt – je weet maar nooit

 

En als nog een lied rest

om het refrein in op te nemen

zijn we dit – zo ooit geweten nu vergeten

voor wie of wat wanneer ook weer te spelen

 

Je schuld aan de dood is levensgroot

en aflossing volgt na de solo. Je gaat

door een deur en tast langs een muur in het duister

tot ook de muur verdwijnt en dan de vloer

 

Palescue, 16-18jan’16 (v.3)