NETTENUL #19 en #20 – Ochtend

NETTENUL #19 en #20 – Ochtend

Cita

…uwsdienst verzorg door het ANP. Afgelopen nacht is het in het voormalig Oostduitse Joegoslavië opnieuw tot een…” Die zoemer was afschuwelijk, maar van het nieuws word je ook niet lekker wakker. Cita Nul slaat het dekbed van zich af en staat op met een zucht. Waarom zo vroeg? Waar is Nette? O, ja. Werk. Ze schuift de lamellen opzij en kijkt naar buiten. Maandag. Natuurlijk regent het pijpenstelen. “… en in de loop van de dag ruimend naar noord. Waarschuwing voor de scheepvaart…”

Iets meer dan een uur geleden zal Nette de deur uit zijn gegaan, gooide z’n tas op de stoel voorin de middenklasser; de kinderen op de achterbank. “Gordeltjes vast, keinders” zal hij gezegd hebben. Nu zal hij z’n tweede handtekening hebben gezet en bezig zijn met zijn vijfde telefoontje en zesde sigaret. Voor Cita blijft het moeilijk om mee te draaien in de tredmolen van het dagelijks leven.

Vooruit maar weer, spoort ze zich aan, wees de nuttige huisvrouw die hier nodig is. Op de trap liggen alle vuile kleren die een modern vierpersoonsgezinnetje maar kan produceren in een lang weekend dat gevuld werd met geknutsel aan motoren, sporten op een blubberveld en een speurtocht door de polder. Cita probeert alles te verzamelen met de vertederde wanhoop die ze kent uit reclamefilmpjes voor wasmiddelen. Al het schoeisel belandt op een hoop op de overloop. De wasmachine krijgt z’n trommel volgepropt en wordt aan het draaien gezet.

Beneden vindt ze door de hele keuken resten van het ontbijt. Ze leest het schoolbord op de deur: “Vanavond gaan we uit XXX” belooft Nette. Geweldig, en verder? “Biep / Afspr. tand / Tuin winterklaar.” Genoeg te doen. Gelukkig. En er staat ook nog redelijk verse koffie. Cita probeert de radio nog ‘ns en zet zich aan de tafel met lege stoelen. Door de troep die in de ochtendhaast is ontstaan, is het net of het hele gezin nog rondloopt, maar dan zonder geluid.

De radio laat iemand spreken over een buitenlandse minister van buitenlandse zaken. Cita Nul eet brood met kaas. Ze staart naar een ingelijste foto aan de muur, zomervakantie zeven jaar geleden. Ze schrikt op bij een tijdsein op de radio. Tien uur alweer. De was is klaar. Ze spoelt de koude koffie door de gootsteen, kijkt naar buiten. In de tuin klatert een fonteintje in de vijver tegen de regen op.

Wat een onzin, denkt Cita. ’t Is inmiddels herfst. Het hollands regenseizoen is begonnen. Ze trekt direct de kaplaarzen aan die klaarstaan bij de keukendeur. En zo, nog in haar slaapjurk, gaat ze naar buiten en sluit maar vast de buitenkraan af.

Kan de leiding tenminste niet kapot vriezen en hebben we volgend jaar weer een fijn fonteintje. De tuin wordt winterklaar van het bord geveegd.

Maan

Het is duidelijk al ochtend maar niet licht. Nette droomt nog na maar slaapt niet. Het is tegen tienen. Moet Nette niet in pak met z’n nette auto naar z’n nette baan in het nette kantoorpark? Hij spert zijn ogen open en graait de telefoon van de ombouw. Een bekende schorre hoge stem neemt op. Nette zegt door z’ n nieuwe wekker heen te zijn geslapen.

“Goed zo”, antwoordt ze spottend, “Je bent vandaag vrij, raar jong. Dinges, je zonnetje in huis was toch jarig.”

Nette grinnikt dommig, weet nu weer dat hij slingers heeft opgehangen en vanmorgen heel vroeg aan het bed van Maan heeft staan zingen. Tien jaar is ’t kind geworden. “Groep zes, vierde klas”, rekent Nette door. Tien jaar geleden woonde hij nog niet hier, was het onbekend gebied. Hij kende zijn vrouw Cita ook nog niet, die toch hoogzwanger was van Maan. Toen zou hij op een dag een vriend gaan bezoeken die net was verhuisd:

“Hoe heet het daar? Waar is dat ergens? Hoe kom ik daar?” Op z’n fiets was hij heel wat keertjes het viaduct tussen de kerkhoven opgeklommen en schreef later

`Wat losse tegels klepperen als de zerken

onder berken, beneden je. Een vangrail en roosters

Van ijzers boven de lijnen

beletten andere voertuigen door te

laten komen – voor vleesmolens door

te laten gaan. Na weer zerken nog

meer steen in de hoge boeg van een fort.’

Als gedicht nooit afgekomen, voldeed het enige tijd aardig als routebeschrijving. Later merkte hij dat de wijk per auto maar via één weg te bereiken is. Hij bedacht dat het gébied in zijn geheel zo bijna een fort werd. Voor de noodtoestand hoef je maar één weg af te sluiten en wat fietsbruggen en tunneltjes te slopen om 11.000 mensen vast te houden.

Nette geeft zich een mentale schop onder de kont. Blij zijn. Maan is jarig, we gaan hapjes maken en vanmiddag met de hele gillende bende naar de nieuwe Disneyfilm in de stad. Met zijn beste been staat Nette op.


Tussen 1990 en 1993 verscheen dhr. Nette Nul twintig keer in De Lunet, een uitgave van Stichting Welzijn Lunetten. De krant werd huis-aan-huis verspreid in de Utrechtse wijk Lunetten.

Hier maken we kennis de laatste leden van de familie in NETTENUL#19: Cita Nul (jg10,nr.7 – 24 september 1992), Maan en weer Nette zelf, in NETTENUL#19 (jg11,nr.1 – 4 februari 1993).

Vandaag is de bekende weg

“Vandaag is de bekende weg

Vandaag is hetzelfde als gisteren

Vergeet vandaag –

Morgen nieuwe voorstellingen”
Dat las ik vanmorgen op het perron: een poster van het Nederlands Danstheater. En het is van een saaiheid die me inspireert. Ik wil het dan ook gaan hebben over enthousiasme.
Het woord Enthousiasme is afkomstig uit het Grieks en betekent letterlijk zoiets als ‘de god van binnen.’ In het Duits is het woord ‘begeisterd’, ‘van de geest voorzien.’ Enthousiasme gaat dus om de geest, de ‘spirit’ die doet leven. En dan bedoel ik niet de spiritualiën. Die maken de tongen los. Er komt wel leven in de brouwerij en alle problemen lijken vloeiend op te lossen, maar dat is schijn. Een nare eigenschap van problemen is namelijk dat ze kunnen zwemmen.
De begeestering die ik bedoel, de juiste spirit, geeft de mogelijkheid van morgen. Zonder enthousiasme kom je eigenlijk je bed niet uit, en als dat is gelukt wil je er eigenlijk alleen maar weer terug in. Daarom zeg ik: enthousiasme is de brandstof van elke onderneming – zowel op persoonlijk vlak als in een organisatie als, bij voorbeeld, deze. Zonder enthousiasme kom ik niet vooruit, blijf ik liever ondergronds en zal zeker mijn kop niet boven het maaiveld uitsteken.
Toegegeven: veel werk in onze branche heeft te maken met discipline en procedures, het Straight Through doorpompen van grijze dataklonten. Maar discipline is niet voldoende als brandstof voor een onderneming. Gezien de overheersende Nederlandse mentaliteit is het niet overbodig dit even duidelijk te stellen. Hier heerst immers de mentaliteit van meer transpiratie dan inspiratie. Maar de inspiratie, vrije geest, betekent het onderscheid tussen mens en dier. Zij vormt de zin, en motor van ons bestaan.
Alleen als je ‘begeesterd’ bent zit er zin in de acties – al is het maar in die zin dat je er zelf zin in hebt, en er de zin van inziet.
En dat straalt onontkoombaar uit naar de omgeving, naar je groep, je afdeling en dát is de manier waarop vooruitgang ontstaat: met een motor van gedeeldenthousiasme. 
Zo geeft de geest licht, en wordt tegelijk het leven lichter in gewicht.
I. P. Fisher 
12sep07/23mei13 – Oorspronkelijke notitie voor een korte presentatie om medecursisten enthousiast te maken als onderdeel van een bedrijfstraining met vergeten doel.

Kunst is Shit

…zo is kunst, anders dan het levende leven, nooit hedendaags. Wat je nu ziet is gisteren gemaakt – op zijn vroegst, want het destilleren van een kunstwerkje uit de werkelijkheid kost doorgaans meer tijd.

Duchamp’s pisbak Fontaine (1917)



Moderne kunstenaars spelen met de stilstand die inherent is aan kunst en proberen die [soms] te ontkennen, althans het leven en de tijd op te nemen in de kunst. Nu denk ik opeens aan die wilgetenen hutten die je soms in schooltuinen ziet staan. Meer algemeen: economische en ecologische ontwikkelingen hebben geleid tot technieken waarmee bijna-levende gebouwen worden gemaakt. Ja, architectuur kan ook de voorhoede vormen. Het is niet altijd de schilderkunst of muziek die de klok slaat.



Cloaca (2000): de ‘kakmachien’



Wim Delvoye (verblijf thans gerust enige tijd op zijn website, het is er goed toeven…), een vrolijk-geniale kunstenaar uit België maakt zoiets: levende kunst. Gisteren viel ik met mijn neus in de boter, dat wil zeggen, in het programma Goudvis op de zender Canvas wat een mooie documentaire over en met hem heeft gemaakt, die hier op het web nog is terug te zien.
In de traditie van DaDa, JaJa, Marcel Duchamp (vrede zij ook met hem) maar helemaal Nu, maakte hij bij voorbeeld de machine Cloaca: een serie verbonden vaten met chemicaliën die het menselijk spijsverteringsproces waarheidsgetrouw nabootst. Het eindproduct is levensechte stront. De bolussen worden, gevernist en in polyester gegoten, verkocht. Bij een tentoonstelling in 2000 nog voor 40.000 Belgische Franken, zeg 1.000 euro. Nu zal op veilingen een aantal malen dat bedrag worden geboden gezien zijn grote populariteit, in onder andere het kapitaalkrachtige China.
Uit de NRC van 3 oktober 2000: 
Ambachtelijk: Manzoni’s Merda d’artista n°66, 1961

”Daarmee verwijst de Belgische kunstenaar naar de ready-mades van Marcel Duchamp, maar plaatst hij zich ook in de traditie van Piero Manzoni, de kunstenaar die veertig jaar geleden zijn ingeblikte poep als ‘Merda d’artista verkocht. “Door het vele experimenteren met verschillende conserveringstechnieken kwamen we erachter dat er in Manzoni’s blikken nooit echte stront gezeten kan hebben”, zegt Delvoye.

“Ik wilde Cloaca’s drollen graag in blikjes verkopen,
maar dat bleek onmogelijk. De blikken klapten stuk voor stuk open.”
De Cloaca is zo goed door het machinale, niet alleen de grote boodschap ervan, maar ook door het ontwerp. Hij is ‘mooi’, van zichzelf een installatie. De ingeblikte poep van Manzoni is eigenlijk niet meer dan een flauwe, provocerend bedoelde grap. De readymade van Duchamp is van een geheel andere orde dan de Cloaca. Ook revolutionair en grappig maar het is wat het is, meer niet. Dit ‘werk’ van Duchamp ligt meer in de lijn die later door Fluxus is doorgezet. Wat mij betreft is alleen de machine van Delvoye artistiek een stuk overtuigender dan het faecale werk van Fluxus’ Wim T. Schippers of Joseph Beuys. Hopeloos overschat…echt shit.
IP Fisher
03okt2011

Nieuw!

Nieuw

Nieuw! Voor het eerst…
Nieuw is leuk, nieuw is vers, nieuw ruikt lekker, nieuw is spannend, en eigenlijk weet je nog niet of je dat wel leuk vindt.
’s Morgens je eerste voetstappen in de verse sneeuw zetten.
En daarmee krijgt het doel al vorm, in het begin ligt het eind al besloten.
De eerste strepen komen terug in de laatste streken.
Zoals je de eerste stap zet, zal je finale verlopen.
Elk project (kunstje, artikel, leven), van korte of langere duur, is als een Japanse kalligrafie: één doorlopende beweging en elke hapering, verslapping van de focus op het eindresultaat, veroorzaakt een weeffout daarin.
Jammer.
Een goed begin is het hele werk.
Een goed begin is het einde.
Nieuw is dit niet. Toch, elke bloesem aan de boom, elke appel en sneeuwvlok is uniek, elke lente, elke zomer en winterdag weer.