NETTE NUL #8: Jakob

NETTE NUL #8: Jakob

Niets mooiers dan het jonge leven, niets mooier dan mei.

Het jaar wordt elke lente opnieuw geboren, en dit jaar gebeurde dat heel dichtbij. Dan bedoel ik niet alleen die jonge eendjes in de sloten, telkens achter elkaar de moeder volgend als kleine bootjes met afstandsbediening.’ Ik zat in het vers opgeschoten groen en keek ernaar. De kolonne hield halt en kwabbelde aan land. Ze kwamen op me af en de meest brutale hapte in mijn vinger: een prettig gevoel.

Maar dat bedoel ik niet.

Ik heb dit voorjaar een nieuw huis en ik heb kikkers gezien, luidkeels kwakend op klaarlichte dag. Voor het eerst in mijn leven heb ik merels van dichtbij zien paren: een zeer verfijnd wipje, heel wat anders dan eenden.

Maar dat bedoel ik ook niet. Het meest nabij kwam de lente door een mensenkind bij vrienden. De negen maanden waren al voorbij rond Koninginnedag. De ouders hadden het idee dat hun eersteling wel een jongen zou kunnen worden. Het waren miezerige weken. Maart en april gaven soms hoop op zomer maar straften dat weer af met hagel en vorst.

De moeder had voorspeld dat het kind pas zou komen als de zon weer ging schijnen. Ik kwam die dag een poppenspeler tegen in de stad. Hij zei: Wanneer ik speel gaat de zon schijnen.

Het was regenachtig weer, die achtste mei, maar toen hij begon te spelen brak de zon door. Drie uur later werd Jakob geboren.

Hij is nu al een vriend en niet alleen omdat zijn ouders vrienden zijn. Ik voel me een beetje oom geworden. Het is een lente van je eigen soort. Zijn handen zijn knopjes naast de mijne, zijn oortjes minuscuul. Het is een twijgje. Een boompje van een vent.

Hoe is het om geboren te worden? Vanuit een warme waterwereld krijg je plotseling te maken met lucht: je krijgt gewicht. Je hebt longen. Geluid dendert door je weke hoofd. En er is licht: oogverblindend! Geen wonder dat je zo’n keel opzet. Geen wonder dat je knijpt met je ogen als een kat.

Mijn verjaardag valt eind mei. Jakob was met achttien dagen de jongste bezoeker: De vrienden zeggen: “Jakob heeft het cadeau meegenomen.”

Ik heb het boek in de kinderwagen nog niet gezien. Later krijg ik ook de kleine in handen. Zijn ogen volgen de mijne als we dansen. ik kijk hem aan en denk: Ik legde mijn hand op je moeders buik en voelde je bewegen. Ik weet dat jij het was. Herken je mijn handen?

Jakob kijkt rustig en aandachtig terug en zijn pupillen worden groter. Hij zal nooit zeker weten of hij mij herkend heeft.


Tussen 1990 en 1993 verscheen dhr. Nette Nul twintig keer in De Lunet, een uitgave van Stichting Welzijn Lunetten. De krant werd huis-aan-huis verspreid in de Utrechtse wijk Lunetten.

Dit was de achtste column die verscheen in jaargang 9, nummer 5 op 13 juni 1991.

Stevige schoenen (Poëzieprijs 2019)

Stevige schoenen (Poëzieprijs 2019)

Ook vorig jaar stuurde ik gedichten in voor de De Grote Poëzieprijs, voorheen bekend als de Türing Gedichtenwedstrijd. En al vaker ging ik door naar de tweede ronde, maar dit jaar haalde één van de drie inzendingen zelfs de shortlist voor het podium. Die lijst was honderd gedichten lang en verscheen in boekvorm: Een geluk als nieuwe wijn geschonken, uitgegeven in Gent door het onvolprezen Poëziecentrum.

Ik prijs me er gelukkig mee. Daar sta ik dan, op pagina 77, met een gedicht uit 2018, geschreven rond de herdenking van de Tweede Wereldoorlog. Niet lang daarvoor waren nieuwe massagraven ontdekt op de Leusderheide met slachtoffers van Kamp Amersfoort. Honden wisten ze na 75 jaar nog terug te vinden.

Het is militair terrein. Als kind gingen we vaak stiekem de Vlasakkers op, een militair terrein naast de Leusderheide. Dat was spannend, vooral door de borden Gevaarlijk – Bewaking met Honden.

 

45mei fakkel  

Zoo Palescue #5: Haasje Rep

Zoo Palescue #5: Haasje Rep

Het voorjaar is het haastige jaargetijde. Van de ene op de andere dag komen knoppen uit en bloeit de lente.

Als paarden over het schaakbord schieten ze door het weidse land van Arkemheen-Eemland: rechtuit, haakse bocht, rechtuit. Slootje springen doen hazen zonder aanloop. Gewoon, in een streep erop en erover. Zoefzoef kiest het hazepad.

De Haas -Raoul Hynckes (1946)
De Haas – Raoul Hynckes (1946)

Zie die enorme oren boven het gras. Net als zijn ogen kunnen ze 360 graden rond richten. Zie die grote dijen springen in het veld. Konijnen – staartje omhoog – zijn sprinters, maar de haas – staartje omlaag – kan vele kilometers per nacht afleggen.

Je weet nu hoe de hazen lopen. Haastig, natuurlijk, en eigenlijk springen ze meer. Ik zag ze met Pasen, want dan wordt het paren geblazen. En volgens de oude verhalen was op een jaar de voorjaarsgodin Eastra of Ostara te laat gekomen. Om het goed te maken, wilde ze een jong vogeltje redden. Helaas, het was al bezweken aan de nachtvorst. Ze veranderde toen het vogeltje in een haas. Eén dag in het jaar zou hij voortaan eieren leggen. Vandaar.

Het voorjaar: het haastige jaargetijde. Van de ene op de andere nacht wordt in de natuur gezongen, gebouwd en gebloeid. Alle leven knalt eruit, in een vlucht naar voren. Het is vast al bijna te laat. Rennen om erbij te zijn. Bij de tijd, bij de rijpheid, de oogst en de onvermijdelijke dood.

Haas_20180124_editedklein

Haast je langzaam, maart, maar haast je. Want het is “Om te janken zo mooi:”

“Kan iets verser dan het vers is
Kan iets jonger zijn dan jong

Zie hoe de zon een scherpe schaduw trekt
Onder de wijde wilgen
(…)
Kan iets leuker dan het leuk is
Jeugdiger dan jeugdig

Ach ik ben Goddank
Dus nog een keer
Een jonge lente waard”

(uit Maarten van Roozendaal: ‘Mooi’)

Dit is een bijdrage voor het maartnummer 2018 van Veren & Vachten, het tijdschrift van Dierenzorg Eemland.

Veren & Vachten_201803_HaasjeRep_ed