NETTE NUL #9; #11: LUNETTEN (slot)

NETTE NUL #9; #11: LUNETTEN (slot)

Lunetten: vier brillen

Wij wonen aan de grens van de Hollandse Waterlinie, een verdedigingsmiddel uit de tijd dat we de Koning van Hispanje nog moesten bewijzen dat de Lage Landen zelfstandig konden zijn. “Als de vijand komt”, dachten de soldaten, “zetten we alles onder water als één grote slotgracht rond het rijke westen, Vesting Holland.” Dit idee had een lang leven, om precies te zijn tot in de jaren zeventig van de twintigste eeuw.

Op landkaarten die niet eens zo oud zijn heet het hier Vlakte Lunetten of de Houtense Vlakte. De Vlakte ligt hoger dan de omgeving en kon dus niet goed onder water gezet worden. Om deze zwakke schakel in de linie toch te verdedigen, zijn de 4 Lunetten op korte afstand van elkaar gebouwd.  

We zien het Houtensepad en de Oude Liesbosweg als enige wegen. de Koppeldijk is nog naamloos. Rond de forten staan cirkels die het schootsveld van de kanonnen aangeven – daar moest het leeg en vlak blijven om goed te kunnen mikken. Een deel van de Houtensche weg, nu de Waterlinieweg, was een militaire weg die bovenlangs de Utrechtse lunetten liep. Aan de andere kant van het schootsveld volgt de huidige Rijksweg A12 grofweg de Limes, de verdedigingslinie die de Romeinen achttien eeuwen eerder hadden aangelegd.

Tussen Naarden en de Biesbosch liggen in totaal 27 bolwerken die zijn aangelegd tussen 1815 en 1885. Twee jaar nadat de Franse bezetter Utrecht via ’t Ledig Erf had verlaten, gaf Koning Willem I namelijk opdracht tot modernisering van de Waterlinie. Tegen de tijd dat het nieuwe harnas voor het westen des lands gesmeed was, waren de forten al nutteloos.

De Duitsers hadden een brisantgranaat ontwikkeld die ze zó aan flarden zou schieten. En in 1940 vlogen diezelfde Duitsers er gewoon overheen in hun Stuka’s en Messerschmidts. Toch duurde het dus nog meer dan dertig jaar voordat het strategisch belang van Vlakte Lunetten werd opgegeven en Lunetten BV er huizen mocht gaan bouwen.

Achter de voorhoede van de Forten ’t Hemeltje, Vechten en Rhijnauwen liggen de lunetten als twee brillen tegen de rondweg. ‘Des lunettes’ wordt in Frankrijk immers tegen een bril gezegd. En de vorm is er wel naar, vooral als je zo’n halve leesbril in gedachten neemt die mensen wel eens om de nek laten bungelen of in het haar steken.

Ook het Franse woord voor de maan, ‘la lune’, zien we terug in het woord Lunet. En inderdaad is Lunet een benaming voor de halve maan. Links bovenaan deze pagina zie je er drie terug in het logo. Van de lunet-vorm wordt verder dankbaar gebruik gemaakt door de Groengroep, die er vier verwerkt tot een boom en door de Mavo/Leao in de wijk. Het was Koningin Beatrix die vorig jaar aan het Wijkgezondheidscentrum een beeldmerk ontstak, dat op fraaie wijze drie lunetten een vierde laat vormen.

Tenslotte doet de hoekige beschoeiing van het kanaal bij het winkelcentrum sterk denken aan de verdedigingswerken die de wijk haar naam gaven. Iets vergeten? Ja: een lunet is ook nog een halve cirkel van een guillotine waar het hoofd van de veroordeelde in ligt, voordat het wordt afgesneden van het lichaam door de suizende valbijl.


Nette Nul: Lunetter.

In de maand september verscheen het boekje ‘De bevolking van Utrecht per I januari 1991’ . Daarin staan 43 tabellen die elk jaar worden bijgewerkt door de afdeling Bestuurskunde van de gemeente. Nu weet ik eindelijk dat Utrecht in 1970 278.000 inwoners had.

Sinds 1984 schommelt dat aantal rond de 230.000. Op I januari woonden 11.059 mensen in Lunetten. Omdat onze wijk binnenkort min of meer fuseert met Tolsteeg/Hoograven vermeld ik er meteen bij dat daar 4.000 mensen meer wonen op een kleiner gebied: 193 hectare. Lunetten meet 274 hectare en is dus dunner bevolkt. Hier wonen 40 mensen per hectare, in Tolsteeg/ Hoograven 78.

In Lunetten wonen grofweg 3.500 mannen en 3.300 vrouwen die tussen de 25 en 65 jaar oud zijn (slechts 6,7% van de wijkbewoners is bejaard). Mensen in de werkzame leeftijd krijgen van de cijferaar een ‘sociale groep en positie in het beroep’ mee. Meer dan twee-derde, 4.320 personen van deze categorie, heeft geen of een onbekend beroep. De rest is overdag vooral bezig met ‘ingewikkelde arbeid’. 326 Mannen en 190 vrouwen hebben zeer ingewikkeld’ werk of een baan op wetenschappelijk niveau.

Ter vergelijking: in Tolsteeg/Hoograven zijn 400 mannen minder zonder werk. De verhoudingen liggen daar heel anders: er zijn veel meer mensen die eenvoudig werk doen, 792 tegen 266 in Lunetten. Het aantal mensen dat zeer ingewikkeld tot wetenschappelijk bezig is, bedraagt echter de helft (285) van dat in Lunetten (516).

De Lunetters zijn gehuisvest in 4.575 woningen. De computer nam een kijkje in de slaapkamers en telde 1.012 echtparen mét kinderen, 717 echtparen zonder en 398 alleenstaande ouders. Dat betekent een totaal van 2.127 gezinnen. Daarnaast kent Lunetten 4.778 alleenstaanden, of alleengaanden zoals alleenstaanden zich noemen.

De volksteller heeft wat moeite met het aantal kinderen. Als gezinslid zijn er 4.307 kinderen in Lunetten. Volgens een andere tabel zijn er maar 2.425 kinderen en stiefkinderen in onze gezinsverhoudingen. Kijken we naar het aantal mensen tussen 0 en 14 jaar oud, dan vinden we het getal 1.607. Maar leeftijd zegt niet alles. Ik zag ook drie kinderen vermeld staan die tussen de 70 en 74 jaar oud zijn.

Van alle lezers krijgt naar schatting 75% een Nette punt Nul hoofd van deze column. Zoveel is echter zeker: Nette Nul.


Dit was NETTE NUL #9 jaargang 9 nummer 6, oorspronkelijk verschenen op 15 augustus 1991 en #11, jaargang 9 nummer 8 uit de Lunet van 31 oktober 1991.

Dit was het. De niet opnieuw gepubliceerde afleveringen vind ik niet leuk (meer).

Tussen 1990 en 1993 verscheen dhr. Nette Nul twintig keer in De Lunet, een uitgave van Stichting Welzijn Lunetten. De krant werd huis-aan-huis verspreid in de Utrechtse wijk Lunetten.

Nette Nul #6: Buiten Utreg

Nette Nul #6: Buiten Utreg

“Doe maar een Spa-rood”, zei ik, en hij:

“Gewoon water. Nu moet je helder water in de fles kopen. Als knaap zag je het gewoon door de Kromme Rijn stromen. Kon je ook gewoon drinken, jazeker. Je kon de bodem zien, zo helder.

En als je dook moest je oppassen dat je niet boven kwam met een krab in je nek. De hele zomer hingen we daar rond. En vissen hè. Dat leerde Jan me: je breekt zo’n rietstengel doormidden en daar kan dan een wormpje zitten. Het heeft ook een naam, kokerrups of zo. Dat doe je aan je haakje en hij hangt nog niet in het water of weg is je dompelaar.

De scholen vis zwommen langs je kuiten. Daar zaten we dan als jongens. En appels jatten… sterappeltjes, ken je die? Onderlaatst was een ouwe buurman van me de boer op gegaan en die had ze nog. Je ziet ze anders nooit meer. Maar ja, dat was toen echt helemaal buiten, Amelisweerd en zo. Voorbij de spoorlijn daar bij de Jutfaseweg begon de polder. Dan heb ik het over nog voor de oorlog. Jutfaas was toen apart, een eigen dorp. Daar komt mijn vrouw feitelijk vandaan, van Jutfaas .

Dat groeit allemaal dicht hè. Ik ging van de week ’n end fietsen en kom door dat park. Daar heb je die brug over de snelweg. Nou, ben je daar overheen, dan zit je bekant al in Jutfaas, Nieuwegein dus.

Eerst was het nog van Lunetten, nou ja, we noemden het net een vakantiekolonie.

“Woonoord Lunetten” zei ik.

“Ja, haha, waar eh…, nee, maar eerst had je daar een stuk niets en dan opeens al die nieuwbouw. Nu zit er alweer een wijk aan vastgeplakt, bijna tegen Hoograven. De berg noemen ze het. In het krantje las ik dat ze daar vinden dat het iets aparts is. Dat zie je in Amersfoort, waar m’n zoon woont, ook. Woon je op de berg, dan zit je van eigens hoger.”

We rolden van zijn zware shag.

“Nee, de grenzen die je had vervagen. Heb ik tijd van leven dan is het dadelijk één grote nieuwbouwwijk tot over de Lek heen. Zul je zien, ze gaan het hier toch ook tot Houten dichtbouwen. Nu bij Amelisweerd weer, moeten er op de sportvelden zoveel honderd huizen komen. Ach ja joh, dat is toch geen Utrecht meer.

En het gaat maar door. Dubbele spoorlijnen, stationnetje erbij en nog één, meer kantoren, meer parkeren, ze doen maar. En eerst wel trammelant maken over een stukkie snelweg. Dan zeg ik, moet  je nou zien. Ik was daar laatst nog, in het bos. Maar ik rook gewoon die snelweg op honderd meter afstand. En dan denk ik bij m’n eigen: man man man…”


Naast mijn eigen verhaal zijn in dit stukje het spraakgebruik en verhalen van Piet de Rijk verwerkt. Ik was thuiszorgmedewerker bij hem, zijn vrouw met afgezet been en hun zwakbegaafde dochter Grada. Hij praatte origineel oud-Utrechts, met een zachte g. Hier schrijf ik het tamelijk ABN op, maar eigenlijk moet je bijvoorbeeld ‘maor’ lezen, ‘daolluk‘ en ‘ongderlaatst.’ “Ach ja joh, dat is toch geen Utrecht meer” klinkt dan als “àjgh jao, joh, dàs tojgh gjheun Utrejgh meer” maar dat lijkt me wat vermoeiend lezen.

Tussen 1990 en 1993 verscheen dhr. Nette Nul twintig keer in De Lunet, een uitgave van Stichting Welzijn Lunetten. De krant werd huis-aan-huis verspreid in de Utrechtse wijk Lunetten. Het dus niet om het Molukse ‘woonoord’ in Kamp Vught, alhoewel beide domicilies hun naam danken aan een zelfde militaire oorsprong (de naam van de column en zijn hoofdpersoon is een omdraaiing van het woord Lunetten).

Dit was de zesde column die verscheen in jaargang 9, nummer 3 op 4 april 1991. De illustratie is gemaakt door Merel de Groot.

Topgrafie ca. 1930
topografie ca. 2020