OVER “OVER ‘OVER DE BERGEN’”

OVER “OVER ‘OVER DE BERGEN’”

Aanbert@hetliterairemagazien.nl

Van: I.P@Fisher.nl

Onderwerp: Bijdrage themanummer

Beste Bert,

Graag voldoe ik aan je verzoek om een bijdrage te leveren over Palescue aan het themanummer Liederen. Zoals je wellicht weet ben ik geen fan van de man, maar sinds mijn aanstelling als hoogleraar is beëindigd, is de vergoeding mij zeer welkom en, inderdaad, ik ben een van de weinigen ‘in het veld’ die ’s mans werk goed kennen. Vaak genoemd, nauwelijks verkopend… En terecht, hij is nauwelijks te volgen , maar dat is mijn mening – en ik heb mijn persoonlijke voorkeuren niet laten meespelen bij het schrijven van dit artikel.

Komt ’ie. O, en als je een betere titel weet, be my guest.

Bijlage: ‘OVER OVER DE BERGEN’een lied van Palescue– I.P.Fisher

Overdebergen_type
Typoscript. Klik op de link hierboven  voor een pdf van de tekst

[gedicht in kader]

Wanneer eindigt een gedicht en begint een lied? In zijn laatste bundel – Uit Liefde voor G. – begeeft Palescue zich aan beide zijden van de grens, en vaak nog in één en dezelfde tekst. Dubbelzinnigheid is een Leitmotiv voor deze dichter. In de tekst “Over de bergen” krijgt die voor het eerst een politieke dimensie. Of moeten we alles nog eens teruglezen en heeft de hermeneutische bard altijd al iets anders bedoeld met zijn ‘taalsmeedwerk’?

De dubbelzinnigheid begint al bij de titel. “Over de bergen” is volgens het onderschrift geïnspireerd op “‘Behind the mountains, a refugee song.” Dat werpt meteen de vraag op waarom het lied niet Achter de bergen heet. Met de titel ‘Over de bergen’ krijgt het lied, naast de oorspronkelijke betekenis – ‘over de bergen heen’ – ook een algemene duiding: een tekst over bergen. Het zal hier gaan over de feitelijke bergen waar de vluchteling overheen moet, en over bergen als metafoor voor moeilijkheden in het leven.

In een e-mail[i] vertelt Palescue de anekdote achter, op zijn minst een deel van, de tekst. Op 26 februari 2016 woonde hij een concert bij van Baboek-O-Doestan en sprak in de pauze met voorman Baboek Amiri, de schrijver van het lied ‘Behind the mountains[ii]’. Daarin wordt overigens, behoudens wat ad-lib, geen tekst gezongen.

Ze spraken over het lied en de vluchtelingenproblematiek. Baboek zei toen dat mensen al duizenden jaren migreren: “dan slaan ze elkaar eerst de hersens in om vervolgens met elkaar te trouwen en kinderen te maken, het is altijd zo geweest.” Zoals Baboek ook tijdens oncerten vertelt gaat het lied over zijn vlucht naar Turkije, door de bergen. De gids sprak geen Farsi en de vluchtelingen geen Koerdisch. Als de vluchtelingen vroegen even te pauzeren, maakte de gids telkens duidelijk dat ze na de volgende berg zouden pauzeren. “Nee, de volgende – alleen die ene berg nog over.”

Ook goed om te weten is dat Palescue, toen hij ‘Over de bergen’ schreef, het boek las van kunsthistoricus, filosoof en dichter Maarten Doorman, ‘De navel van Daphne’.[iii] Vanwege de daarin geponeerde stelling dat het Rijksmuseum moet worden gesloten trok het boek de nodige aandacht maar het gaat vooral, zoals de ondertitel aangeeft ‘over kunst en engagement.’ Doorman stelt dat de kunst sinds de Romantiek, toen de kunst zogezegd ‘autonoom’ werd, zich afzet tegen de maatschappij. Dat doet ze echter vooral binnen de wereld van de geïnstitutionaliseerde kunst, waar ze tegelijkertijd afhankelijk van is.

Naast deze paradox speelt ook de paradox dat kunst die zonder meer politiek of maatschappelijk is, geen kunst is, of hooguit slechte kunst. Tegelijkertijd kan toonaangevende kunst nooit los van de maatschappelijke ontwikkelingen gezien worden. Naast de autonome ‘l’art pour l’art’ is kunst óók altijd gemaakt in een maatschappelijke context. Kunst moet het hebben van de dubbelzinnigheid in haar verhouding met de maatschappelijke werkelijkheid maar het blijft, in de optiek van Doorman, een “moeizaam huwelijk”:[iv] Hieronder zullen we  zien hoe beide werkelijkheden samenkomen in één gedicht.

Vorm

Of is het een lied? Voor een gedicht is het aan de lange kant, zeker voor Palescue, die doorgaans met drie of vier kwatrijnen klaar is. Hier zien we een tekst in couplet- en refreinvorm, om precies te zijn: zesenveertig regels in vijf coupletten en drie refreinen. Voor een conventionele songtekst zijn dat een paar refreinen te weinig. En daarmee lijkt de tekst beter te classificeren als een vormvrij gedicht.

Toch onttrekt de tekst zich niet helemaal aan de eenheid van vorm. Bindend is bijvoorbeeld de figuur van ‘Joost’ die in elk couplet voorkomt. We zullen zien dat hij, naast de persoon uit de zegswijze ‘Joost mag het weten’ telkens een andere rol speelt. Daarnaast zien we in elk refrein de ‘lieve lappenpop’ terugkomen en de strofe ‘alleen die ene berg nog over’.

De tekst heeft zijn eigen dynamiek waarin het refrein zich tussen de tekst doorslingert – na het eerste couplet, na het derde en aan het slot na het vijfde couplet.

In de dynamiek van het lied kunnen we twee cesuren onderscheiden. De eerste knip is na het tweede couplet. De eerste twee coupletten beginnen met ‘Joost’; in het derde vers is de ik-persoon aan het woord. De tweede knip is te zien na het vierde couplet: het laatste vers en het afsluitend refrein zijn zowel in ritme als inhoudelijk afwijkend.

De regel ‘het is altijd zo geweest’ uit het gesprek tussen Palescue en Baboek lezen we, als in een ballade, aan het eind van de coupletten 1, 2 en 3. In het vierde couplet komt alleen Joost terug van de repeterende regels, en wel in de oorspronkelijke zegswijze, Joost mag het weten. Het vierde couplet kent geen refrein. Het vijfde wel, en daarin zit deze regel aan het slot van het refrein. Als voleinding van ‘de vlucht’ en het gehele tekstwerk kondigt het tegelijkertijd het einde van de ‘hoofdpersonen’ aan: dan zijn we er geweest.

Joost (1) Zwagerman

Joost mocht het weten, over de stilte van het licht

de muziek van de lucht, dans over onderaards water

gevangen in dit huis…

 

Nachtegalen2.jpg
Nachtegalen, door (c) Palescue, 2016

De eerste keer dat we Joost tegenkomen is direct het eerste woord van Over de bergen. Joost mag het weten, nee, hij mocht het weten. Want Joost is dood. Ongeveer een week voordat zijn boek ‘Over de stilte van het licht[v]’ uitkwam maakte Joost Zwagerman op 8 september 2015 zelf een einde van zijn leven. Hij is 51 jaar geworden en was een half jaar ouder dan Palescue.

 

De ‘stilte van licht’ kan gelden voor beeldende kunst, maar de dichter zet hier meteen geluid naast. Een gedicht is immers niet louter beeldend, poëzie is niet alleen een kunst van het oog, maar ook van oor en mond. Poëzie is, zo valt te verdedigen, een overgang van taal naar muziek.

In de eerste twee regels benoemt Palescue hier de vier elementen: vuur (licht), lucht, aarde en water. Joost mag dan dood zijn, hij danst hier als een goedgemutste Jezus over het water. Het water, symbool voor het onderbewuste, wordt hier onderaards: stilstaand water, onzichtbaar, een reservoir wellicht, want “gevangen in dit huis.” Deze strofe wijst vooruit naar het vierde en vijfde couplet waarin sprake is van ‘holen’ (huizen) en een gevangenis.

Tegelijkertijd valt het gedicht zelf te beschouwen als bouwwerk, het tijdelijke huis van de taal. In andere gedichten, bij voorbeeld het gedicht ‘Ruimte’ uit dezelfde bundel wordt dit gegeven ook uitgewerkt. Maar ook hier zien we in het tweede couplet een ‘muur’ voorkomen.

gevangen in dit huis – je mening is gestolen adem

Een merkwaardige wending, tenzij we aannemen dat hier iemand gevangen zit vanwege een mening, die niet eens persoonlijk is, maar een verwoording ‘in gestolen adem.’ Heeft Palescue het hier tegen Joost Zwagerman? Gezien het gebruik van ‘je’ in zijn eerdere werk is hier eerder sprake van de algemene ‘je’ die heel goed ook op de ik-figuur, de lappenpop en/of de lezer kan slaan.

Van groter belang dan de je-figuur is de wisseling in perspectief die hierna komt. De buitenwereld komt binnen, en buiten is het niet pluis:

terwijl lemen voeten leren te marcheren –

het lijken nog schepen ver weg op zee

gewoon een vuiltje aan de lucht. Geen probleem

het is altijd zo geweest

Een reus op lemen voeten leert marcheren. In de zegswijze is de reus schijnbaar sterk, maar uiteindelijk zwak. Toch wordt hier een omineus beeld geschapen van een buitenwereld waarin de fascistische horden opdoemen aan de horizon. Er kan misschien nog luchtig over gedaan worden, maar we kunnen niet volhouden dat er geen vuiltje aan de lucht is.

je hebt knopen als ogen lieve lappenpop

stil maar, nog even dan zijn we uitgestorven

alleen die ene berg nog over

Het eerste refrein. Ook hier blijkt Palescue meer dan alleen een geëngageerd lied over de vluchtelingencrisis te maken. Blijkbaar staat in zijn visie de hele mensheid op punt van uitsterven, of in ieder geval de Joosten van deze wereld.

Het woord ‘uitgestorven’ zou, taalkundig gezien, ook kunnen betekenen dat er een einde komt aan het sterven, dat we klaar zijn met sterven, zoals we zien in ‘uitbehandeld’ of ‘uitgewerkt’, een betekenis die min of meer geboekstaafd wordt door de context. Kan een lappenpop ook uitsterven?

Bo wie6
‘Bo wie?’ door Palescue (2013)

Er zijn vaker poppen met knopen als ogen gemaakt maar, zeker gezien het volgende couplet, lijkt de inspiratie afkomstig uit de laatste twee films van David Bowie. In de video’s van “Lazarus” en “Blackstar” verschijnt hij met een blinddoek waarop knopen als ogen zijn genaaid. Beide films kwamen eind 2015 uit en baarden opzien omdat Bowie, na dertien jaar stilte, weer van zich liet horen. Bovendien is het weliswaar niet vreemd dat iemand van tegen de zeventig zich bezighoudt met de eindigheid van het leven, maar in deze muziek en bijbehorende films was hij zeldzaam somber en mysterieus.[vi]

We weten dat Palescue na het zien van de video’s de cd bestelde. Tegen de tijd dat de post de geluidsdrager afleverde, was de maker al ruim een week dood en het album te horen op internet. Enkele dagen voordat zijn zwanenzang als compleet album uitkwam verliet Bowie op 10 januari 2016 planeet Aarde ten gevolge van kanker.

 

Joost (2) Jones

Joost kon het weten, de zwarte ster liet ons dansen

en kussen of de muur dan vallen zou

over de schreef. Alles verbrandt aan de lucht

De tweede Joost in het gedicht is dus ook dood en heet Jones, David Robert Jones, beter Joost als David Bowie (1947-2016). Er zijn natuurlijk meer ‘zwarte sterren’ zijn die ons hebben laten dansen (James Brown, het hele Motown-label en Prince, om maar wat te noemen), maar deze strofe lijkt duidelijk een verwijzing naar zowel het ‘Blackstar’-album als de hitsingle ‘Let’s Dance.’

De volgende regel is duidelijk een parafrase op de song ‘Heroes’ van Bowie, uit de tijd dat

Bowie-Blackstar-film-770
Knopen als ogen in Blackstar

Palescue waarschijnlijk voor het eerst zijn muziek hoorde[vii]. In ‘Heroes’ is het de Berlijnse muur, die twaalf jaar na Bowie’s song uiteindelijk viel. In dit lied valt de muur in het enjambement, struikelt ‘over de schreef’ tussen de strofes.

In zijn verhaal ‘Slang[viii]’ noemt Palescue Bowie als jeugdheld. ‘Slang’ gaat over de manier waarop Palescue leerde lezen en schrijven. Dit kan heel goed meespelen in dit enjambement wat ook een volgende wending in de tekst markeert: ‘over het schrijven’ wordt hier – naar de letter – ‘over de schreef”

(…) Alles verbrandt aan de lucht

maar vandaag zag ik vlaggen strak staan in de wind

meer dan voorheen

en men hing varkens in de bomen

geen probleem, het is altijd zo geweest

Dat alles verbrandt aan de lucht is een waarheid als een koe, je kan het ‘over de schreef’ noemen als dat wordt gezegd in een gedicht omdat het te direct zou zijn. Tegelijkertijd is het een andere manier om te zeggen dat alles voorbij gaat en toch hetzelfde blijft.

De zin gaat verder in een enjambement dat zowel ritmisch als in klanken rijmt op dezelfde strofe uit het vorige couplet: ‘over de schreef’ // ‘meer dan voorheen’.

Dan wordt in de volgende strofen verwezen naar gebeurtenissen uit begin 2016. In Nederland werden daadwerkelijk kadavers van varkens opgehangen in bomen, als protest tegen de komst van opvangcentra voor vluchtelingen. Ook waren er demonstraties van de anti-moslimbeweging Pegida[ix] waarbij deelnemers roze kindermaskers van varkenskoppen droegen. Het beeld van vlaggen en varkenskoppen is poëtisch sterk. Toch is het een directe weergave van de werkelijkheid en het lijkt, aldus vormgegeven, een bijna middeleeuws tafereel. Zo is het, inderdaad, altijd geweest.

Gerard Rooijakkers, oud-hoogleraar Nederlandse etnologie, zegt[x] dat al sinds de zeventiende eeuw dode dieren worden neergelegd om te intimideren.. „Rituele taal” noemt hij het, afkomstig uit het eeuwenoude plattelandsrepertoire. De betekenis van het varken bij azc-protest is dubbel ‘vuil’, zegt Rooijakkers. Voor moslims is het varken onrein.

Joost (3) Nuh

ik zag een leger éénpersoons eilanden overspoeld

door een tsunami van schuim en witte trots

veel mensen hadden geen zwemvest

en veel zwemvesten zijn nep

Joost heeft het geweten en bouwde zijn Ark

de eerste was nog gratis, nu volgeboekt met VIP’s

maar goed, het is altijd zo geweest

De cesuur. In het derde en vierde couplet richt Palescue (‘ik’) zich rechtstreeks tot de lezer in een commentaar op de hedendaagse maatschappij en hoe die reageert op de vluchtelingencrisis. Tegenover de marcherende horden ziet hij ‘een leger’ van losse individuen onder de voet gelopen worden. Het gebruik van het woord ‘tsunami’ wordt hier gekanteld, gekeerd tegen het beeld zoals Geert Wilders[xi] het vaak gebruikt: geen vloedgolf mohammedanen maar ‘een tsunami van schuim en witte trots’, een dichterlijke typering van het schuim der natie dat achter een racistische leider aanloopt.

morgenstern_prz
Michael Morgenstern: Unpresidential Presidents (for the Chronicle Review)

Ook de zwemvesten komen rechtstreeks uit het nieuws. In de kranten uit die tijd stonden foto’s van bergen oranje zwemvesten, achtergelaten op de stranden van Griekse eilanden door vluchtelingen die de oversteek vanuit Turkije hadden gemaakt. In Turkije kochten ze zwemvesten die expres zo slecht waren gemaakt dat ze geen drijfvermogen hadden[xii].

We komen nu pas, in de vijfde regel van het couplet, de derde Joost tegen. De gekantelde tsunami wordt letterlijk De Zondvloed, want deze keer staat de figuur natuurlijk voor Noach of Nuh (Noeh) uit de Bijbel, respectievelijk Koran[xiii], de profeet die door God werd gemaand zijn volk te waarschuwen en een boot (de Ark) te bouwen om het leven op aarde te redden. In een terugkoppeling naar het heden constateert Palescue cynisch dat ‘tickets’ voor een hedendaagse Ark alleen voor de geprivilegieerden bereikbaar zouden zijn om het couplet, inmiddels bijna hoorbaar zuchtend, te besluiten dat het altijd zo is geweest.

(…) en je mond is dubbel gestikt (…)

In het tweede refrein lijkt, met de verwijzing naar Noach, het ‘uitsterven’ de hele mensheid te treffen. Het beeld wordt almaar somberder. De extra regel in het refrein lijkt te zeggen dat het individu, de ‘Gutmensch’ van goede wil, de mond is gesnoerd en – dubbel – dat het individu verstikt is in de stampede van de geschiedenis. Het kan ook wijzen op een dubbele betekenis voor de lappenpop: als mens zijn we een speelbal op de golven van de geschiedenis, als lezer zijn we het speeltje van de schrijver.

Joost (4) dejos

ze slapen en spelen in holen

oog om oog duim voor duim voor een extra leven

doof en blind zonder mobiel waar

werkelijk is wat WiFi op het scherm laadt

weet je, er zijn mensen die sterven om te doden

maar misschien kan je nog beter

leven om te baren – Joost mag het weten

In het vierde couplet geeft Palescue bijna ondubbelzinnig weer hoe mensen, als individuen op hun ‘éénpersoons eilanden’, reageren op de buitenwereld. Ze bemoeien zich vooral niet actief met de maatschappelijke werkelijkheid, nee: ‘ze slapen en spelen’, sluiten zich op en leven louter online. In de werkelijkheid van het web is de waarheid versplinterd: alles is even waar en zo is niets waar. De reële werkelijkheid, wordt in de beleving van Palescue, buitenspel gezet.

Alhoewel dichters al eerder sms-taal in hun werk hebben gebruikt, is dit voor mij de eerste keer dat ik wifi genoemd zie worden in een Nederlandstalig gedicht.

Met ‘weet je’ richt Palescue zich dan rechtstreeks tot de lezer, maar niet met een ferme uitspraak. Met ‘weet je’ begint een vraag die niet alleen retorisch kan worden opgevat. De vraag is niet minder dan die naar de keuze tussen leven en dood.

De uitspraak ‘er zijn mensen die sterven om te doden’ doet denken aan de Engelse

Morgenstern_twitter wars
Michael Morgenstern: Twitter Wars (for The Chronicle of Higher Education)

zegswijze om iets graag te willen: dying to… , maar natuurlijk ook aan een zelfmoordaanslag.

 

De dichter maakt hier de tegensteling ‘sterven om te doden’ versus ‘leven om te baren.’ Tegenover de lust om te doden en gedood te worden wordt hier de keuze geplaatst voor het leven en het voortleven in nageslacht. De biologische functie van leven is immers reproductie[xiv] maar in een maatschappij die met uitsterven wordt bedreigd, is het ‘maken’ van kinderen geen vanzelfsprekendheid meer.

Palescue, zelf kinderloos gebleven, maakt de keuze niet. Hij veroordeelt de moordenaars niet en suggereert dat het misschien beter is om de natuurlijke bevolkingsgroei te omarmen. Zelf heeft hij schijnbaar geen idee wat het beste is, hij laat de keuze aan ‘Joost’.

Deze vierde keer wordt de Joost-figuur gebruikt in de gewone betekenis uit het spreekwoord. Alhoewel, gewoon… etymologisch is de spreekwoordelijke Joost een aanduiding voor de duivel, de uit het Portugees verbasterde dejos van ‘de wilden.’[xv]. En natuurlijk is het een duivelse keuze om te moeten kiezen tegen het leven.

Joost (5) coda

in de luwte van het sterfhuis

in het midden van de nacht

als de bewakers dronken zijn

steel ik de sleutels van de kast

Het vijfde couplet vormt, met het afsluitend refrein, de coda van ‘Over de bergen.’ Het huis uit het eerste couplet is een sterfhuis geworden en de dichter lijkt er klaar mee. Hij laat het gedicht ontsporen in een ‘dronken’ roes.

Het begint met vier regels in staccato ritme met –bijna- een eindrijm, wat doet denken aan een volksliedje. Die kast zal, gezien het vervolg, de wapenkast van de gevangenis zijn, maar kan heel goed ook weer een referentie zijn aan David Bowie’s Lazarus. Deze afscheidsvideo opent met een beeld van een antieke kledingkast waarin hij aan het eind van het nummer verdwijnt. Een kledingkast als uit ‘Alice in Wonderland,’ de poort naar en/of bergplaats voor een geheime wereld.

we eten kogels, drinken messen en ik zeg

Joost mag er niets van weten maar

dan hebben we dat maar vast gehad

 

stil maar lieve lappenpop

met je oren van katoen

alleen die ene berg nog over

dan zijn we er geweest

Na de eerste vier strofen wordt een ander ritme opgepakt als de ik-figuur aan het woord komt. Joost mag het niet weten, sterker: hij mag niets weten. Zijn rol lijkt hier die van bewaker te zijn.

De wapens worden ‘gegeten’, in een binnenrijm op ‘weten.’ Het lijkt erop dat Palescue wil zeggen dat het gebruik van wapens wordt verinnerlijkt. Er is een besef van onontkoombaar geweld waarin moet worden berust: ‘dan hebben we dat maar vast gehad’. Deze scene kan echter ook begrepen worden in een suïcidale duiding, een gemeenschappelijke zelfmoord bovendien, waar de duivel/god Joost beter niets vanaf kan weten. Al met al lijkt Palescue met dit gedicht te willen zeggen: de dood, en wellicht het einde der tijden is nabij – en dat doen we als mensheid zelf.”

In het derde en laatste refrein krijgt de ‘lieve lappenpop’ oren. Hij (zij/het) heeft nu ogen, oren en een mond en kan, als de drie aapjes en de mens ‘horen, zien en zwijgen’. Hij kan niet spreken. Fysiek blijft het een normale lappenpop, gemaakt van katoen. Met ‘oren van katoen’ citeert Palescue nu de dichter Gerrit Komrij[xvi]. In de bundel Alles onecht (1984) vat Komrij zijn poëtica kernachtig samen in de regel ‘Poëzie is iemand de oren vullen met poetskatoen.’

Naast een keuze uit de gedichten bevat Alles onecht teksten over poëzie. Voor Komrij betekenen zijn gedichten niets persoonlijks, de betekenis is slechts die van het gedicht zelf – l’art pour l’art. Dit heeft Palescue zich altijd ter harte genomen. De suïcide in dit gedicht is dan ook vooral literair te duiden. Of, zoals Komrij[xvii] zegt: “het liefst zie ik ’n gedicht zo’n beetje als een zelfmoordcommando, een poëtische kamikaze. De vorm brengt de inhoud om. De laatste regel is de doodsteek.”

morgenstern_zwm_for zwierciadlo
Michael Morgenstern: For Zwierciadlo

 

En dat is precies wat we hier zien gebeuren. Het repeterende ‘het is altijd zo geweest’ wordt in de laatste regel onontkoombaar, want ‘dan zijn we er geweest.’

Conclusie

‘Over de bergen’ is één van de weinige lange ballades van Palescue en, vooralsnog, zijn enige tekst met zoveel referenties aan maatschappelijke ontwikkelingen en een visie daarop. Toch, hoe vol het gedicht ook zit met krantenkoppen, het behoudt zijn literaire waarde. Kennis van de politieke en maatschappelijke onrust rond de vluchtelingencrisis, de dood van Joost Zwagerman en David Bowie geven extra lagen aan de tekst. De tekst verliest echter nergens de dubbelzinnigheid van het autonome kunstwerk. De actualiteiten worden vervlochten en verdraaid in een tekst waarin het algemeen menselijke en het algemeen dichterlijke het laatste woord hebben.


I.P. Fisher is voormalig hoogleraar aan de Parkstadt Universität van Humbold.

NOTEN

[i] Met dank aan Henk Duurkoop voor het gebruik van zijn archief waaruit hij t.z.t. een biografie distilleert.

[ii] CD: Restless ©2013; www.babakodoestan.com. Behind the mountains is ook te zien en te horen op YouTube in een registratie door omroep IKON: https://www.youtube.com/watch?v=oilAe3i0GM4.

[iii] Maarten Doorman, De navel van Daphne, over kunst en engagement (Uitgeverij Bert Bakker, 2016).

[iv] ibid., p. 145

[v] Joost Zwagerman, De stilte van het licht, schoonheid en onbehagen in de kunst (Singel Uitgeverijen, 2015).

[vi] Zie bijvoorbeeld de recensie in The Guardian van 7 januari 2016.

[vii] Bowie/Eno, Heroes (1977) hieruit: “I, I can remember (I remember) / Standing, by the wall (by the wall) / And the guns shot above our heads (over our heads) / And we kissed, / as though nothing could fall (nothing could fall)”

[viii] Palescue’s Kolom, 28 december 2014

[ix] Patriotische Europäer gegen die Islamisierung des Abendlandes (PEGIDA), protestbeweging van Duitse oorsprong.

[x] NRC, 27 februari 2016.

[xi] Geert Wilders (Venlo, 1963) stapte in 2004 uit de VVD Tweede Kamerfractie als Groep Wilders, sinds 2006 PVV (Partij voor de Vrijheid), waarvan hij enig lid is.

[xii] zie bijvoorbeeld De Volksrant, 6 januari 2016

[xiii] Bijbel: Genesis 5; Koran: Soera 71 Nuh (Noach) – نوح

[xiv] zie bij voorbeeld: Richard Dawkins, The selfish gene (1976).

[xv] Zie onzetaal.nl: Die benaming gaat terug op het Javaanse woord joos, zo vermelden het Groot Uitdrukkingenwoordenboek van Van Dale (2006) en het Woordenboek der Nederlandsche Taal (WNT, deel VIII, 1926). Dit joos was een aanduiding voor een Chinese godheid of de afbeelding daarvan. Het “door de Hollanders op Java gehoorde joos (waarvan zij joosje en joost maakten)” – aldus het WNT – is een verkorting van dejos, dat is ontleend aan het Portugese deus ‘god’. Later werd joos in verband gebracht met de al bestaande voornaam Joost. Ook F.A. Stoett (Nederlandsche spreekwoorden, spreekwijzen, uitdrukkingen en gezegden) ziet deze ontwikkeling, maar houdt daarnaast de mogelijkheid open dat Joost tóch oorspronkelijk de gewone eigennaam is. (…) Het Groot Uitdrukkingenwoordenboek voegt hier nog aan toe: “De god van de ene religie is vaak de duivel van de andere, en zo kreeg Joost bij ons de betekenis ‘duivel’.”

[xv] Overigens heeft Komrij zelf de titel “Over de bergen” gebruikt voor een roman (De Arbeiderspers, 1990) waarin ik geen enkele connectie met Palescue’s gedicht zie.


Van: bert@hetliterairemagazien.nl

Aan: I.P@Fisher.nl

Onderwerp: Bijdrage themanummer Liederen

Beste Isma’il,

Dank voor je bijdrage. Het honorarium is inmiddels naar je overgemaakt.

Aangezien je ongeveer de helft van het artikel al eens eerder hebt gepubliceerd in vrijwel ongewijzigde vorm zal je er begrip voor hebben dat we je de helft van het bedrag voor een originele bijdrage besluiten toe te kennen.

Met vriendelijke groet,

Bert


Van: I.P@Fisher.nl

Aan: bert@hetliterairemagazien.nl

Onderwerp: Bijdrage themanummer Liederen

Bert,

Nee, daar heb ik geen begrip voor. In een eerder artikel ging het alleen over de invloed van Komrij, Bowie en Zwagerman maar toen dat werd gepubliceerd waren de laatste twee nog niet eens dood en had Palescue dat gedicht nog niet geschreven.

Vriendelijk doch dringend verzoek ik je het resterende geld binnen twee weken over te maken. Helaas zie ik me anders genoodzaakt minder vriendelijk te worden.

grt.,I.