Verena Blok: “Eigenlijk ben ik een soort romanschrijver.” Foto-expositie in Artishock: De banden met een Pools gezin.

Verena Blok studeert deze zomer af aan de Koninklijke Academie voor Beeldende Kunsten in Den Haag. Voor Artishock maakt zij vooraf een speciale editie van haar eindexamenproject “If it only were summer” (“Was het maar zomer”). 
“Voor Artishock gebruik ik een kleine selectie om de keuze nog scherper te maken. Omdat het zo’n grote ruimte is heb ik een maquette gemaakt om het geheel mooi in te delen. De officiële eindexamenexpositie wordt heel anders en na de zomer ga ik een fotoboek van het hele project maken.”
“Ik ben geboren in Soest en heb nog een paar jaar in Californië gewoond, toen weer in Soest en na de middelbare school in Den Haag . Mijn moeder is Pools, mijn vader Nederlands en ze kochten op een goed moment een stuk grond in Polen om daar een zomerhuis te bouwen.

Daar, dus. Klik om te vergroten.
Daar, in Mazury, of de Masuren in Oost-Pruisen, bracht ik dus mijn zomervakanties door. Het is een prachtig gebied met 2000 meren en nauwelijks toerisme. Aangezien ik enig kind ben, trok ik veel op met de kinderen uit het dorp. Dit project gaat over een meisje, Natalia, dat ik zo, via haar broers heb leren kennen. Toen was het nog een peuter, nu is ze twaalf jaar en zien we elkaar als zussen. De titel van het project verwijst naar de zomers die ik daar doorbracht en het verlangen van Natalia naar iets anders, iets beters. Het is het verhaal van Natalia, en mij, en haar gezin, en de band die we hebben met die plek.“
Op je site zag ik vooral winter foto’s. Je bent er dus ook buiten de zomervakanties geweest?
“Ja. Ik fotografeer vanaf mijn zestiende. Sinds anderhalf jaar ben ik intensief bezig met dit project en kom ik er vaker, door het jaar heen. Ik kom er net vandaan en heb foto’s gemaakt, die nog niet op de site staan, maar wel op de expositie komen.”
Foto uit Verena Blok’s project “If it only were summer”
Het gezin bestaat uit een vader en vier zonen, de oudste is rond de twintig jaar. De moeder deed vorig jaar een zelfmoordpoging en ligt sindsdien in coma. In de fotoserie speelt zij geen grote rol. “Nee, daar praten ze ook niet veel over. Dat zal ook wel met de cultuur te maken hebben…ik heb haar nooit veel gefotografeerd, was altijd meer bezig met haar kinderen. Maar ze was een goede vriendin van mij en had een nauwe band met haar dochter. Er komt wel een foto van haar, zij hoort in de serie.”
Een droevig verhaal.
“Nou nee, ik zie er veel hoop in. Natalia heeft veel tegenslagen en het leven is niet makkelijk in een afgelegen dorp met 90 inwoners en strenge winters, veel moeilijker dan voor jongeren hier, maar ik bewonder hoe zij zich staande houdt, en hoe het gezin met elkaar omgaat.Maar uiteindelijk gaat het om de foto’s – en die plek, die mensen, zijn heel fotogeniek.”
“Mijn foto’s lijken wel heel toevallige momentopnamen, maar ik ben een scenarist. Ik wil het precies zo vastleggen als ik het wil, niet per se zoals het was. ik ben niet echt een perfectionist, alleen in mijn fotografie.  Daarin kan ik niet tegen de chaos van het moment. Ik neem die realiteit als uitgangspunt, blijf dicht bij mijn onderwerp, de menselijke verhoudingen, maar esthetiek en gevoel voor kleur zijn voor mij ook heel belangrijk. Dat schept rust in de beelden… de serene omgeving helpt daarbij. Het landschap is mijn studio. Mijn beelden hebben ook wel wat filmisch. Eigenlijk ben ik een soort romanschrijver. Je weet niet wat er echt gebeurd is en wat niet.
De expositie wordt geopend op zaterdag 1 juni, 20:00 uur en is te bezichtigen tot en met 19 juni in Artishock, Steenhoffstraat 46, Soest. De vaste openingstijden zijn: woensdag- en vrijdagochtend van 10.00 tot 12.00 uur;maandag- en woensdagavond van 19.15 uur tot 20.15 uur. Ook is het mogelijk een telefonische afspraak te maken met huismeester Semmy Prinsen (06 2558 6354).

Ook verschenen in Soest Nu: http://www.deweekkrant.nl/artikel/2013/mei/28/verena_blok_a_eigenlijk_ben_ik_een_soort_romans

Cees Paul

Kunst is Shit

…zo is kunst, anders dan het levende leven, nooit hedendaags. Wat je nu ziet is gisteren gemaakt – op zijn vroegst, want het destilleren van een kunstwerkje uit de werkelijkheid kost doorgaans meer tijd.

Duchamp’s pisbak Fontaine (1917)



Moderne kunstenaars spelen met de stilstand die inherent is aan kunst en proberen die [soms] te ontkennen, althans het leven en de tijd op te nemen in de kunst. Nu denk ik opeens aan die wilgetenen hutten die je soms in schooltuinen ziet staan. Meer algemeen: economische en ecologische ontwikkelingen hebben geleid tot technieken waarmee bijna-levende gebouwen worden gemaakt. Ja, architectuur kan ook de voorhoede vormen. Het is niet altijd de schilderkunst of muziek die de klok slaat.



Cloaca (2000): de ‘kakmachien’



Wim Delvoye (verblijf thans gerust enige tijd op zijn website, het is er goed toeven…), een vrolijk-geniale kunstenaar uit België maakt zoiets: levende kunst. Gisteren viel ik met mijn neus in de boter, dat wil zeggen, in het programma Goudvis op de zender Canvas wat een mooie documentaire over en met hem heeft gemaakt, die hier op het web nog is terug te zien.
In de traditie van DaDa, JaJa, Marcel Duchamp (vrede zij ook met hem) maar helemaal Nu, maakte hij bij voorbeeld de machine Cloaca: een serie verbonden vaten met chemicaliën die het menselijk spijsverteringsproces waarheidsgetrouw nabootst. Het eindproduct is levensechte stront. De bolussen worden, gevernist en in polyester gegoten, verkocht. Bij een tentoonstelling in 2000 nog voor 40.000 Belgische Franken, zeg 1.000 euro. Nu zal op veilingen een aantal malen dat bedrag worden geboden gezien zijn grote populariteit, in onder andere het kapitaalkrachtige China.
Uit de NRC van 3 oktober 2000: 
Ambachtelijk: Manzoni’s Merda d’artista n°66, 1961

”Daarmee verwijst de Belgische kunstenaar naar de ready-mades van Marcel Duchamp, maar plaatst hij zich ook in de traditie van Piero Manzoni, de kunstenaar die veertig jaar geleden zijn ingeblikte poep als ‘Merda d’artista verkocht. “Door het vele experimenteren met verschillende conserveringstechnieken kwamen we erachter dat er in Manzoni’s blikken nooit echte stront gezeten kan hebben”, zegt Delvoye.

“Ik wilde Cloaca’s drollen graag in blikjes verkopen,
maar dat bleek onmogelijk. De blikken klapten stuk voor stuk open.”
De Cloaca is zo goed door het machinale, niet alleen de grote boodschap ervan, maar ook door het ontwerp. Hij is ‘mooi’, van zichzelf een installatie. De ingeblikte poep van Manzoni is eigenlijk niet meer dan een flauwe, provocerend bedoelde grap. De readymade van Duchamp is van een geheel andere orde dan de Cloaca. Ook revolutionair en grappig maar het is wat het is, meer niet. Dit ‘werk’ van Duchamp ligt meer in de lijn die later door Fluxus is doorgezet. Wat mij betreft is alleen de machine van Delvoye artistiek een stuk overtuigender dan het faecale werk van Fluxus’ Wim T. Schippers of Joseph Beuys. Hopeloos overschat…echt shit.
IP Fisher
03okt2011

Nieuw!

Nieuw

Nieuw! Voor het eerst…
Nieuw is leuk, nieuw is vers, nieuw ruikt lekker, nieuw is spannend, en eigenlijk weet je nog niet of je dat wel leuk vindt.
’s Morgens je eerste voetstappen in de verse sneeuw zetten.
En daarmee krijgt het doel al vorm, in het begin ligt het eind al besloten.
De eerste strepen komen terug in de laatste streken.
Zoals je de eerste stap zet, zal je finale verlopen.
Elk project (kunstje, artikel, leven), van korte of langere duur, is als een Japanse kalligrafie: één doorlopende beweging en elke hapering, verslapping van de focus op het eindresultaat, veroorzaakt een weeffout daarin.
Jammer.
Een goed begin is het hele werk.
Een goed begin is het einde.
Nieuw is dit niet. Toch, elke bloesem aan de boom, elke appel en sneeuwvlok is uniek, elke lente, elke zomer en winterdag weer.