Het Verhaal van De Titel

Het Verhaal van De Titel

Alles is maar net het verhaal dat je ervan maakt. Stel: je ziet een vreemd wezen. Je herkent iets in de verschijning en noemt het een olifant. Je herkent een zweem van de kleur en noemt het roze. Je zegt dat ik een roze olifant heb gezien. Maar het eigenlijke verhaal is dat ik een delirium heb en aan waanvoorstellingen lijd. De wereld is onbetrouwbaar en keert zich tegen je. Je lichaam trouwens ook. Het beeld van de roze olifant maakt het beheersbaar. Je kan erom lachen en dat is een eerste stap naar herstel.

De mens schept samenhang, ook waar die niet is, door er een verhaal van te maken. Neem je eigen leven: een tamelijk toevallig samenraapsel van keuzes en gebeurtenissen maar voor jezelf maak je er verhaallijnen in. Je kan het navertellen en daardoor lijkt er een logische samenhang te bestaan. Voor veel mensen is hun eigen verhaal zelfs van een onontkoombare logica – het heeft zo moeten zijn.

Wetenschap: proefondervindelijk meten is zeker weten, zuiver objectief et cetera, jaja. Het resultaat van meten is een reeks cijfers of andere symbolen, die overigens niet zuiver objectief tot stand komen, maar altijd door een subject worden waargenomen, genoteerd in een bepaald patroon en dan worden geïnterpreteerd .

Werken van Ben Joosten (1931-2013)
Werken van Ben Joosten (1931-2013)

Het wetenschappelijk discours bestaat er nu uit die symbolen in een logische rij te zetten en te duiden, kortom, er een verhaal van de maken. Symbolen zijn nog geen data, data is nog geen informatie, informatie is nog geen kennis, kennis is nog geen wetenschap, wetenschap is nog geen wijsheid. De wijsheid ligt in het verhaal.

Je kunt een heleboel keer waarnemen dat er een regendruppel van 1 milliliter valt op een gebied van een op een bepaalde lengte en breedte maar het punt is dat het regent – en het verhaal is dat daarmee de oogst gered is en een dreigende hongersnood voor dit gebied lijkt afgewend. En het verhaal is bijvoorbeeld ook dat van de waterkringloop op aarde. En zo zijn er nog ongeveer net zoveel verhalen denkbaar als we regendruppels telden, want als water bevinden wij ons in een kringloop van verhalen. We ontstaan uit, en dragen ons druppeltje bij aan een zee van verhalen.[i]

We hebben vanuit de evolutie een mooi stel zintuigen meegekregen maar we moeten goed beseffen dat die beperkt zijn en dat we de werkelijkheid die buiten die zintuigen bestaat niet kennen, althans niet kunnen meten…en dat de samenhang die we tussen waarneembare verschijnselen zien er niet noodzakelijkerwijs hoeft te zijn. Het is een verhaal over de werkelijkheid. We noemen het Theorie.

En theorieën uit het verleden, of het heden, bieden geen garantie voor de toekomst…

Wetenschap is een waargebeurd verhaal. En degene die het verhaal het best vertelt levert het paradigma, de overheersende theorie. Dit geldt niet alleen voor de zogenaamd zachte wetenschapstakken als geschiedenis en sociologie, maar ook voor natuur- en scheikunde, en zeker in de economische wetenschappen.

Logisch

U zegt “ik maak geen verhaaltjes, ik denk alleen logisch na.” Maar ‘Logica’ is een vaak onjuist gebruikt begrip. Vaak wordt retorica of ‘gezond verstand’ logica genoemd. Logisch nadenken en handelen is meestal niet anders dan platgetreden paden van vaste gewoontes en denkpatronen volgen. Nog niet zolang geleden was het ‘logisch’ dat dat vrouwen geen bankrekening of stemrecht konden hebben. In Tachtig Dagen de Wereld Rond was een fantasie – als we nu in 24 uur de wereld rondreizen, is ergens sprake van een vertraging.

Gevoel en emoties worden irreëel, niet logisch genoemd, maar zijn ook logisch te benoemen in het verhaal van neuronen en chemische processen wat zich in ons lichaam afspeelt. In onze hersenen ook ja, maar is ons hoofd dan geen lichaamsdeel? In het denken is niets onrealistisch. De beperking is alleen ons eigen hoofd en bij de uitvoering staan slechts wetten in de weg, en praktische bezwaren[ii].

De taal van de logica is niet retorica maar algebra en die heeft haar eigen schoonheid en verhaal. En ook in de wis- en natuurkunde geldt dat het mooiste verhaal de meeste overtuigingskracht heeft. Als verschillende berekeningen tot dezelfde uitkomst komen, wordt de voorkeur gegeven aan de meest heldere, transparante bewijsvoering. Bij het schrijven van computerprogramma’s zien we dit ook. Als verschillende programmeurs eenzelfde toepassing maken, zal het werk van degene die de meest elegante code schrijft, beter genoemd, en vaker gebruikt worden.

looproute
looproute

Wat maakt een reeks woorden (lijnen, tonen, beelden, symbolen) tot een goed verhaal? Het belangrijkste is dat er een spanningsboog is. Iedere volgende stap komt onontkoombaar vanuit de vorige. De tweede stap moet zogezegd ‘logisch’ volgen uit de eerste, maar hoeft niet voorspelbaar te zijn. Liever niet zelfs, want we willen een zekere spanning in het verhaal, en spanning ontstaat door de onverwachte combinatie van uiteenlopende elementen die desalniettemin ‘accoord gaan’, in harmonie zijn.

De verhaalvorm is het meest duidelijk in de kunsten, religie en filosofie. De beste muziek, de mooiste kunst, de meest geloofwaardige profetie, wordt niet gemaakt door de meest verbale, virtuoze instrumentalist maar door degenen die het instrument gebruiken als medium om hun verhaal te vertellen – een verhaal dat uit taal of toon, ritme en de persoon wordt gedestilleerd. In andere menselijke uitingen geldt, mutatis mutandis hetzelfde: we zoeken een medium en gebruiken de eigenschappen ervan in combinatie met de geestelijke en fysieke vaardigheden die we hebben meegekregen, die we met oefening hebben ontwikkeld, om een afgerond verhaal te maken dat door medemensen wordt begrepen.

Misschien is dat ook het enige doel: door medemensen te worden begrepen en geloofd – en zo opgenomen te worden in het verhaal van anderen, van allen.

De kern of boodschap van een verhaal kan verschillen, maar zal ook vaak hetzelfde zijn. Uiteindelijk is de boodschap vaak een variatie op iets wat we allang kennen: de schepping is mooi; de liefde is groot, de wereld is hard, en nog zo wat wijsheden die op een tegeltje passen.

Veel verhalen vertellen eigenlijk hetzelfde en zijn toch uniek door het gebruikte medium. De oorspronkelijke pianovertolking van Moessorgski’s “Pictures at an Exhibition” (1874) is anders dan die van een strijkkwartet of de orkestbewerking. Maar ik bedoel niet alleen de instrumentkeuze, of de gekozen kunstvorm: de schilderijen op de tentoonstelling zelf zouden je een heel ander, en toch weer hetzelfde verhaal vertellen.

Wat elk verhaal uniek maakt is het medium van de verteller zelf, in dit voorbeeld de man Modest Mussorgski. De tentoonstelling in kwestie was, bij voorbeeld, met werken van een goede vriend van hem (Viktor Hartmann) die vlak ervoor was overleden. Dat hoor je. En dat ze samen streefden naar Russische Kunst, ook dat verhaal hoor je.

photocollage
J.J. Cale. Photo: Jane Richey

De stem en de stijl van de verteller maken integraal deel uit van een goed verhaal. Ik bedoel, stel dat ik goed gitaar kan spelen, of iets minder goed, dan kan ik best een stuk van bij voorbeeld J.J. Cale naspelen – en zo zijn verhaal navertellen. Het wordt daarmee niet het mijne. De kracht van zijn muziek, het verhaal van zijn compositie, komt voort uit de persoon – zijn afkomst, opvoeding, lichamelijke eigenschappen en ervaringen hebben een handtekening gedestilleerd die zichtbaar is in al zijn uitingen. Het gaat inmiddels niet alleen meer over J.J. Cale. Persoonlijke eigenschappen, zowel aangeleerd als gegeven en gegroeid, vormen de stijl. En pas als je die kan samenvoegen met een ‘Boodschap van Algemeen Nut’, heb je een flinter waarheid, een vonkje wijsheid, een mooi verhaal.

Soms is het de toon, soms het ritme, soms de vorm van het verhaal – uiteindelijk bepaalt de mate waarin de onderlinge verhoudingen aansluiten of je overtuigd wordt door het Verhaal. En waardoor je komt tot een nieuwe, of vernieuwde, waarheid – groot of klein, kort of langduriger, roze of grijs.

Op het gevaar af in de hybris te verzeilen trek ik de verhaallijn nog even door: iets krijgt pas betekenis als het is ingebed in een verhaal. Een klinker heeft potentie zolang ‘ie wordt gebakken uit klei en ligt opgestapeld op een pallet, maar krijgt pas betekenis in een weg. Daarbij zijn verschillende wegen naar verschillende waarheden naast elkaar mogelijk. Dezelfde steen kan verschillende functies hebben. Zoals bekend vertellen verschillende getuigen behoorlijk uiteenlopende verhalen over precies dezelfde gebeurtenis. De waarheid is veranderlijk.

Je kan zeggen: ze bestaat niet, maar een goed verhaal bevat altijd waarheid. Misschien niet De waarheid, maar een deel ervan, zoals elke cel het volledig DNA bevat, en slechts zolang het organisme leeft, voor de duur van zijn verhaal.

Bestaat, in theorie of werkelijkheid, ook het Lied van Alles? Sommige verhalen, op schrift of in andere media, komen best ver. Zoals (bij voorbeeld en volgens mij) Jorge Luis Borges in “Het Schrift van de god (1949) waarin de formule voor Alles zichtbaar is in de vlekken van de vacht van een luipaard. Bestaat er, met andere woorden, op meta-niveau één allesverhalend verhaal, wat we met z’n allen telkens opnieuw proberen vorm te geven in onze uitingen?

Aldus sprak Palescue enkele woorden in Salon van de Wijsbegeerte, Artishock, Soest, september 2013.

Nootjes en Kwootjes

[i] Zie: Salman Rushdie, Haroun and the Sea of Stories (1990), of Rabbi David A. Cooper in God is een werkwoord, een mystieke visie op de kabbalá (God is a verb, Kabbala hand the practice of Mystical Judaism (New York, 1998) pag. 73:

“Het principe van de continue schepping, zonder begin of eind, is gebaseerd op de idee dat er een bron van het leven is die eeuwigdurend de energie uitstraalt die nodig is voor al het bestaande. Als deze bron van het leven zich ook maar een fractie van een seconde zou inhouden, zou alles meteen verdwijnen. Dat wil zeggen: de hele mensheid, de hele natuur, de hele schepping wordt van moment tot moment van kracht voorzien. Het is alsof de schepping een gloeilamp is die blijft branden zolang er stroom op staat. Op het moment dat we de knop omdraaien, gaat het licht uit.”

[ii] Uit Het Huwelijk vanWillem Elsschot (1910), al refereer ik hier evenzeer aan natuurwetten als aan juridische.

Het Huwelijk

Toen hij bespeurde hoe de nevel van de tijd

in d’ogen van zijn vrouw de vonken uit kwam doven,

haar wangen had verweerd, haar voorhoofd had doorkloven

toen wendde hij zich af en vrat zich op van spijt.

 

Hij vloekte en ging te keer en trok zich bij de baard

en mat haar met de blik, maar kon niet meer begeren,

hij zag de grootse zonde in duivelsplicht verkeren

en hoe zij tot hem opkeek als een stervend paard.

 

Maar sterven deed zij niet, al zoog zijn helse mond

het merg uit haar gebeente, dat haar toch bleef dragen.

Zij dorst niet spreken meer, niet vragen of niet klagen,

en rilde waar zij stond, maar leefde en bleef gezond.

 

Hij dacht: ik sla haar dood en steek het huis in brand.

Ik moet de schimmel van mijn stramme voeten wassen

en rennen door het vuur en door het water plassen

tot bij een ander lief in enig ander land.

 

Maar doodslaan deed hij niet, want tussen droom en daad

staan wetten in de weg en praktische bezwaren,

en ook weemoedigheid, die niemand kan verklaren,

en die des avonds komt, wanneer men slapen gaat.

 

Zo gingen jaren heen. De kindren werden groot

en zagen dat de man die zij hun vader heetten,

bewegingsloos en zwijgend bij het vuur gezeten,

een godvergeten en vervaarlijke aanblik bood.

 

Slang

Slang

ouroboros1Ik weet niet hoe lang het duurde voordat ik kon lezen maar ik zal nog niet lang geleefd hebben, en ik weet niet hoelang het leren duurde, het zal vrij kort geweest zijn. In mijn beleving leerden we de letters en konden meteen lezen.

Ik weet nog de letter S, daar had juf Osnabrugge een slang van getekend. Dat was grappig, vond ik, maar waarom schreef ze niet het hele woord? We leerden netjes schrijven in groene schriftjes met balken van lijnen, bijna een muziekschriftje. We kregen een blauwschrijvende doorzichtige Staedler Stick als wapen. We hadden een rode plastic letterdoos waar in vakjes de letters op dunne plastic blokjes waren verzameld. Uit de verzameling knutselden we in het deksel een kleinere verzameling en voilà, een woord. Slang.

Ik las alles wat ik zag en zag alles lezend. Ik beleefde alles als geschreven, dat wil zeggen, ik schreef wat er was, las het, en was wat ik las.

“Hij loopt het schoolplein op. Winnetou ziet in het midden een groepje meisjes staan. Links zitten anderen achter hun rijtje knikkers. Vier knikkers of twee bommen is

“Acht tegels, ja?”

Hij zegt: ”Ja.”

letterdoosIk zag de kinderen met hun spelletjes, maar ze deden het expres. Het was net zo menens als de grote mensen die ik zag met hun eigen spelletjes, onderling, en die met kinderen. Ze begrepen kinderen niet, niet echt, en snapten zeker niet dat ik hen wel begreep. Meestal. En de grote jongens op hun brommers en hun onzekere stoere spel met het gevaar. Ik las ze, en paste op.

Zo las ik de wereld en de boeken – die op papier en in mijn hoofd – vormden mijzelf, sleten mijn origineel uit tot dundruk pagina’s. En de wereld misvormde dapper mee in opvoeding en socialisatie. De volkomen ziel die ik had bij geboorte werd als een steen bewerkt. De stukken vlogen eraf. Er werd gebeiteld en gevijld. Water en zandstormen slepen vreemde vormen uit. Was ik lezend al bijna onzichtbaar voor de buitenwereld, in de binnenwereld vervaagde mijn oorspronkelijke zelf meer en meer. Steen verbrokkelt en spoelt weg.

En het werd later, ouder, en ik zag iedereen slagen die probeerde iemand, of op zijn minst iets te zijn. Ik las ze en schreef ze over, werd ook iemand, of iets, maar nooit lang. Dat is saai – net als sokken en ondergoed moet je dagelijks wisselen van personage. Dan blijven ze fris.

Op mijn zolderkamer hing een foto die Anton Corbijn had gemaakt, uit bowie_elephant manMuziekkrant Oor gehaald: David Bowie, de perfecte gentleman-ster met het telkens wisselende personae in bijpassende kostuums met alleen een lendendoek om, zoals hij speelde hij in het toneelstuk The Elephant Man, over een ernstig misvormde man.

Als een spons zoog ik de wereld op en lekte die in kleine plasjes terug op papier. Die werkelijkheid ‘in mijn eigen woorden’ bleek net zo echt als de rest. Fascinerend, maar eigenlijk heel logisch, want wat ik op papier zet is niet meer dan hergebruik. Mijn ‘Slang’ uit de letterdoos onderscheidt zich niet van een ander. Toch, de ingelezen woorden zijn verwerkt, vergist, en als ze worden teruggespuwd klinkt persoonlijkheid door in de zinsbouw en verteltrant: stijl: mijn stem is anders dan de jouwe.

In wat ik schreef zag ik mezelf, tussen de regels door. Soms zag ik mijn profiel bijna letterlijk in het woordbeeld van een pagina. Met mijn stempel en handtekening. Zou wat ik schreef zo niet een paspoort kunnen zijn naar mezelf, een weg terug?

Maar mij zelf zal je hier niet tegenkomen. Lezend kan je mij niet zien. De ware ik zit in het kind dat zich nog niet las. Ik kan geen cirkel maken door de slang zijn staart te laten zijn.

I.P. Fisher 2014

Vandaag is de bekende weg

“Vandaag is de bekende weg

Vandaag is hetzelfde als gisteren

Vergeet vandaag –

Morgen nieuwe voorstellingen”
Dat las ik vanmorgen op het perron: een poster van het Nederlands Danstheater. En het is van een saaiheid die me inspireert. Ik wil het dan ook gaan hebben over enthousiasme.
Het woord Enthousiasme is afkomstig uit het Grieks en betekent letterlijk zoiets als ‘de god van binnen.’ In het Duits is het woord ‘begeisterd’, ‘van de geest voorzien.’ Enthousiasme gaat dus om de geest, de ‘spirit’ die doet leven. En dan bedoel ik niet de spiritualiën. Die maken de tongen los. Er komt wel leven in de brouwerij en alle problemen lijken vloeiend op te lossen, maar dat is schijn. Een nare eigenschap van problemen is namelijk dat ze kunnen zwemmen.
De begeestering die ik bedoel, de juiste spirit, geeft de mogelijkheid van morgen. Zonder enthousiasme kom je eigenlijk je bed niet uit, en als dat is gelukt wil je er eigenlijk alleen maar weer terug in. Daarom zeg ik: enthousiasme is de brandstof van elke onderneming – zowel op persoonlijk vlak als in een organisatie als, bij voorbeeld, deze. Zonder enthousiasme kom ik niet vooruit, blijf ik liever ondergronds en zal zeker mijn kop niet boven het maaiveld uitsteken.
Toegegeven: veel werk in onze branche heeft te maken met discipline en procedures, het Straight Through doorpompen van grijze dataklonten. Maar discipline is niet voldoende als brandstof voor een onderneming. Gezien de overheersende Nederlandse mentaliteit is het niet overbodig dit even duidelijk te stellen. Hier heerst immers de mentaliteit van meer transpiratie dan inspiratie. Maar de inspiratie, vrije geest, betekent het onderscheid tussen mens en dier. Zij vormt de zin, en motor van ons bestaan.
Alleen als je ‘begeesterd’ bent zit er zin in de acties – al is het maar in die zin dat je er zelf zin in hebt, en er de zin van inziet.
En dat straalt onontkoombaar uit naar de omgeving, naar je groep, je afdeling en dát is de manier waarop vooruitgang ontstaat: met een motor van gedeeldenthousiasme. 
Zo geeft de geest licht, en wordt tegelijk het leven lichter in gewicht.
I. P. Fisher 
12sep07/23mei13 – Oorspronkelijke notitie voor een korte presentatie om medecursisten enthousiast te maken als onderdeel van een bedrijfstraining met vergeten doel.

Als je in het nu leeft ben je dood





Kunstwerk van voetkoffers en gedicht,
Martini Ziekenhuis, Groningen (*)

… en ergens ben ik het er ook mee eens dat je Nu moet leven, “in het moment”, en dat iedereen even de tijd, nee, het Nu moet nemen om geconcentreerd te gaan luisteren naar de nieuwe cd’s van Spinvis en Tom Waits – bij voorbeeld. Maar daar ga je al, muziek, alle podiumkunsten, bestaan alleen in de tijd.

Aan de oevers van de tijd,

vertaalde Erik de Jong in een Spinvislied op zijn verleden CD. En daar moeten we het maar mee doen, meer is niet mogelijk Een gebouw, een foto, een landschap komt dichter bij de vastlegging van het nu… en dan nog: de foto eist belichtingstijd, het gebouw onderhoud, het landschap een wolk die overdrijft en het kantelende licht van de zon die onherroepelijk opkomt en weer ondergaat terwijl de boer… zijn beide zegeningen telt.

Onderwijl

stroomt het water onder de brug door, en niet alleen het water. Ook zonder druk is alles vloeibaar en is dat Alles in elk moment uniek en kunnen we maar één kant op, immer gerade aus. Zonder een volgende stap, zonder een volgende harteklop, zijn we hardstikke dood.
Stilstand is achteruitgang – was het maar waar! Even een time out, tikkie terug, Undo en weer verder, verbeterd…. maar… is dat wel beter? Je kan niet van die mooie zonsondergang genieten zonder mee te maken hoe je daar, op dat moment, met die persoon bent gekomen en zonder er in een ander moment profijt van te hebben, in de vorm van ervaring, herinnering, groei…


En vanuit dat oogpunt is het “leven in het nu” een waardeloos advies, een modieuze stoplap uit de koker van navelstaarders. Ik weet, het zal wel goed bedoeld zijn, tegen het jachtige en oppervlakkige leven zonder reflectie…zeker in deze tijden van telefoon en stoomboot en zo meer, maar er schuilt ook een oproep tot bewuste domheid in. Het verleden is er niet voor niks, de toekomst ook niet, en we leven altijd, op elk moment, met één been in beide toestanden (en met hoeveel benen zijn nu helemaal gezegend?). Zonder de vorige stap stonden we niet hier en kunnen we ook de volgende stap niet zetten.


Goed, je bent een engel en kan vliegen. Het klinkt misschien raar maar ook dat…begint met babystapjes. Alleen een steen leeft in het nu en verbrokkelt zonder bewustzijn. Zelfs microben reageren op hun omgeving en we kunnen een voorbeeld nemen aan de bomen – dat we niet rond hoeven te rennen om bij te leren, sterker nog

Groei is niet gelegen in beweging,
vooruitgang zit niet in verplaatsen.
groei is de plek die je bent vergroten
De hoogte in en in de breedte, rondom
de wereld elk jaar weer een beetje weidser
zien – zijn – worden – blijven


I.P. Palescue
13nov2011

(*) de tekst naast de koffervoeten  tussen de roltrappen in het Martini:
Onderwijl, gaat het maar door,
                wat ik ook wel
                of niet doe
Onderwijl, gaat snel
                  links, rechts, achter, voor,
                  waar ik stilsta
                  doet er niet toe
                 en
Onderwijl, laat ik na
                 te zijn
                 in het moment.
                                                                                             Linda Keuris

Ik slaap dus ik woon dus ik besta

Sinds tamelijk onlangs ben ik aan het wonen na een tijd op verschillende adressen, ja, ook gewoon gewoond te hebben. Thuis, daar woon je. ’t Huis, de woning – een machine om in te wonen. Maar wat doe je daar? De werkende mens doet er weinig meer dan slapen en eten. Dat kan ook elders. Alles kan altijd anders, en ergens anders. Dat is het vermoeiende van het leven, maar dat terzijde. Wat is wonen? Wonen is min of meer permanent ergens eigen onderdak hebben. Het primaire element van wonen is dus een dak, en muren – beschutting tegen de elementen en andere mensen. En dan? De vijf functies van het wonen, lees ik, zijn:
“- Eten (keuken en eetruimte)” – Benodigdheden: koelkast, voorraadkast, fornuis. Vuur. Essentieel is hier brandstof, de energievoorziening – of het nu gas of elektra is of je eigen setje zonnepanelen.
De keuken is de plek om eten te bereiden, niet direct de plaats waar je ook eet. Nu ben ik niet de enige die staande aan het aanrecht ontbijt, maar dat is, dunkt me, geen volledige invulling van de functie Eten. Het aanrecht is overigens ook een essentieel onderdeel van een keuken, en ook een bron voor de schoonmaakroute. Zo komen we op de functie:
“- Verzorging (sanitaire ruimten)” – schoonmaken is een belangrijke functie die bij elke activiteit terugkomt, behalve misschien lezen. De meeste tijd bij elke klus gaat zitten in opruimen en schoonmaken. Ingrediënten, gereedschap, de gebruikte ruimtes, kleren– alles moet eerst worden geordend, dan gebruikt en tenslotte worden schoongemaakt en opgeruimd.
De “sanitaire ruimten” of “natte groep” betreffen vooral de verzorging van de bewoner op de wc en in de badkamer. De woning zelf moet ook worden bijgehouden. En het belangrijkste schoonmaakmiddel is water, het essentiële onderdeel hier. De Kraan. Een wasmachine zou wel handig zijn, maar je kunt natuurlijk ook naar de beek lopen of de wasserette. Onder verzorging versta ik ook kleding en schoeisel. De functionele indeling van een huis gaat hier mank, want het verzorgen van de uiterlijke mens valt volgens Bartjens in de functie
“- Slapen (slaapkamer)” – slapen  doe je in de trein en op je werk. Maar het kan ook thuis. Het liefst in een bed – het volgende essentiële element – maar in principe is elk zacht horizontaal vlak in een warme omgeving met gedempt licht geschikt.
 Als je alle woonfuncties zou uitbesteden (buitenshuis eten dus, naar de wasserette, douchen op de sportclub etcetera) is het  slapen het duurste – tevens meest waardevolle – element. Niemand wil echt permanent op een bankje in het park of verscholen onder een plastic zeil in het bos leven. En zo kom ik op een functie die niet in het rijtje staat.
Ergens wonen is een belangrijk onderdeel van je identiteit. De vraag ‘Waar woon je’ is een deelvraag van “Wie ben je?” – vooral als de vraag gesteld wordt door één onzer Instanties. Een staatsgerelateerde instelling, een bank of verzekeringsmaatschappij in Nederland neemt geen ander antwoord voor lief dan het adres waarop je staat ingeschreven in de Gemeentelijke Basis Administratie. Vraag het die zwerver maar, een functionerend postadres is een waardevol iets, vaak de eerste stap uit het zwervend bestaan. Sorry, maar zonder adres en Burger Service Nummer besta je niet en ben je in een nog lastiger parket beland dan “gewoon” illegaal zijn. Niet alleen ‘zonder vaste woon of verblijfplaats’, maar feitelijk rechteloos, al zal niet elke jurist dat beamen.
Zo wordt de slaapkamer de crux van het wonen, ook omdat hier, onder je dekbed, het beschutte ‘onderdak’ zijn het meest voelbaar, is. Bovendien is er nog een andere, verzorgende, functie waarin de slaapkamer een cruciale rol heeft. De slaapkamer is doorgaans gelieerd aan onze garderobe maar de slaapkamer is hopelijk ook de plek waar je in slaap valt en ontwaakt met je Lief, en de plek waar je uiteindelijk het meest de Liefde bedrijft…waarna je pas echt kan
“- Relaxen (woonkamer, tuin, terras)” – In de woonkamer wonen we dus eigenlijk, maar dan zou de functie van wonen alleen “effe zitte” zijn…volgens mij lopen we er vooral doorheen, onderweg naar iets anders, maar dat is niet ontspannend. En iedereen met een tuin weet dat het daar heel ontspannend, maar evenzogoed hard werken is.
In de woonkamer wordt ook bezoek ontvangen, in ‘de mooie kamer’ op de beletage worden de meest gewichtige en luchtige gesprekken gevoerd, veel minder aan de spreekwoordelijke keukentafel. Relaxen? Hmmm… En wat betreft essentiële elementen… de zitelementen,  of toch de laptop en/of tv? Het raam naar buiten: uitzien op de straat. Ja, dat is het. Communicatie is hier het essentiële element, inclusief de internetaansluiting die niet aan een bepaalde ruimte is gebonden. De woonkamer is de interface tussen de privé wereld en de openbare buitenwereld, waarin we
“- Werken (study)”, de studeer- en/of hobbykamer, de bibliotheek. Essentieel element is hier de tafel. Geen eettafel maar werktafel, in de brede zin, tot aan strijkplank. En als ik zeg dat we in de buitenwereld werken is het eerder zo, dat daar het resultaat van ons werk zich materialiseert. Iets te filosofisch verwoord, kort door de bocht? Jammer dan, misschien kom ik er later op terug. Want werken, daar kan ik nog wel een paar woorden meer over kwijt. Alles is werk. Alles wat moet. Wonen is een werkwoord.

I.P. FISHER