Z00 Palescue #35: De zwerver Tanuki

Er stonden vreemde pootafdrukken in de tuin. Liep hier de das of misschien een wolf? Ik zocht het op en kwam zo op een site met filmpjes van wildcamera’s: wildspotters.nl. Je ziet er allerlei dieren die door 15 faunapassages trekken. Die zijn hard nodig omdat dieren, net als mensen, altijd in beweging zijn. In het verkeer worden zo jaarlijks miljoenen dieren doodgereden.


Op die site kan iedereen de soorten die voorbij komen benoemen. De passant in de tuin bleek een dier te zijn waar ik had nooit van had gehoord: de wasbeerhond. Het is een hondachtige, met uitwaaierende bakkebaarden en een zwart-wit masker wat doet denken aan een wasbeer.
Op de beelden die ik zag, zien ze er verfomfaaid uit, in een pillende jas met mottige bruin-beige vlekken. Ze zijn stevig gebouwd, zo lang als een vos maar met een korte staart. Je ziet ze niet vaak in het echt want ze zijn erg schuw en leven ’s nachts. In de winter houden ze zich helemaal schuil. Dan rusten ze, levend op een vetreserve.


De wasbeerhond, of marterhond, houdt van bossen met struiken en water, moerassig gebied. Soms houdt een stel een territorium aan, maar vaak zijn het zwervers die honderden kilometers afleggen. Ze kunnen prima zwemmen en eten alles. Daarom wordt de wasbeerhond ook ‘invasieve exoot’ genoemd. Want ze gedijen hier goed sinds de eerste in 1981 werd gezien in Nederland. Die kwam uit Oost-Europa, waar ze werden gehouden als pelsdier en uitgezet voor de jacht.


Hun eerste oorsprong ligt verder oostelijk. Deze boshond verscheen als Tanuki al in Japanse verhalen uit 720. De mythische Tanuki werd populair als listig wezen dat van gedaante kan veranderen. De wasbeerhond leeft nog steeds in de popcultuur. Als Tanooki, meester van vermomming en bedrog, treedt hij op in de game Super Mario.

Z00 Palescue 35 illustratie

Tekst en beeld door (c) Palescue, Cees Paul, 13 april 2026

Z00 Palescue #26: De Parkparkiet

Z00 Palescue #26: De Parkparkiet

Een nieuw dier in driehonderd woorden voor de volgende Veren & Vachten:

Het is niet vaak dat mijn ritme gelijk loopt met de natuur, maar eerder dit jaar kwam ik een paar dagen gelijk met de zon op in Den Haag. Bij het wachten voor een stoplicht hoorde ik luid gekwetter in de bomen. Daar bleek zich een bende protesterende halsbandparkieten te verzamelen om over te steken naar het Malieveld. Nog geen week kruisten zich onze wegen, daarna was het te vroeg licht en waren ze al langs geweest.

Ze stammen af van volièrevogels die oorspronkelijk uit Afrika en Zuidoost Azië komen. Al sinds 1968 broeden ze in Nederland. Ze koloniseerden vanuit Den Haag de parken in de Randstad en zijn met inmiddels 22.000 exemplaren luid en duidelijk aanwezig. Het lijken kleine papegaaien met knalgroene veren en vuurrode snavel. De zwart-roze halsband is alleen voor mannetjes. Ze zijn met 40 centimeter best lang, al zit dat vooral in de staart.

Door de milde winters is het goed toeven in de Europese steden en het is leuk zo’n nieuw dier te zien, want vele sterven uit. Met de hogere temperatuur wordt het bos steeds stiller, het water leger, de aarde dor. Klimaatverandering en natuurverlies zijn twee kanten van dezelfde medaille.

Maar we zien dus ook nieuwe soorten. Het worden exoten genoemd, en kunnen een plaag worden, denk aan de Japanse Duizendknoop of Amerikaanse rivierkreeft: invasieve exoten. De halsbandparkiet valt daar ook onder. In hun oorspronkelijke leefomgeving maken ze zich niet populair door vandalistisch gedrag in boomgaarden. Dat kan wat worden, als ze de fruitbomen in de Betuwe ontdekken.

Het Wereld Natuur Fonds publiceert elke twee jaar het Living Planet Report. Directeur Kirsten Schuijt: “We hebben de natuur inmiddels zo diep uitgehold dat ons welzijn en onze welvaart in het geding komen. Rijke, diverse natuur is nodig voor schoon water, bestuiving van gewassen en natuurlijke plaagbestrijding.”

En zo kwam het in de bus op pagina 25 van Veren & Vachten (jg.18, nr.2), het lijfblad van de Stichting Dierenzorg Eemland: