Philip Westera: “Ik kies voor Pan” – of: De mythologische Rolling Stones

Philip Westera: “Ik kies voor Pan” – of: De mythologische Rolling Stones

Deze maand exposeert Amersfoortse schilder Philip Westera in Artishock met abstract expressionistisch werk. Ook neemt hij deel aan het gesprek rond de filmPhilip Westera met Draw Back ‘Basquiat’.

Jean-Michel Basquiat had als neo-expressionistisch schilder in de jaren ’80 een korte, turbulente carrière voor hij overleed op 27-jarige leeftijd. Jan Hazelaar en Ali van den Berg (Beeldentuin; Kunststichting Hazart) hebben als gastprogrammeurs de film over zijn leven uitgezocht. Artishock Galerij vond Philip Westera bereid zijn werken – “vrijwel allemaal uit de afgelopen vijf jaar” – te exposeren.

Zeker in dit jubileumjaar gaan in Cultureel Podium Artishock verschillende kunstvormen een samenwerking aan. In november pakt het filmhuis uit met enkele bijzondere initiatieven, waaronder Harten 5. Vijf mensen uit de Soester samenleving mogen een film uitkiezen en lichten hun keuze toe. De expositie van multi-kunstenaar Philip Westera sluit bij aan bij de filmkeuze van Kunststichting Hazart.

Spelen voor volwassenen

“Waarom is het abstract-expressionistisch?” begint Philip uit zichzelf. “Dat heeft ook met muziek te maken. Als ik op het podium sta probeer ik mensen te bereiken met wat ik uit. Dat is expressie, iets doen. Er is een wisselwerking tussen publiek en instrument. Maar voor muziek zijn weinig woorden, of beelden – het gaat door de lucht en verdwijnt. Dat is heel abstract.”

Philip schilderij2Schilder-beeldhouwer-bard-bassist Philip Westera is “liever filosoof van het platteland dan beroemd kunstenaar…Ik pretendeer niet heel moeilijke dingen te maken. Ik probeer tot een soort zen-boeddhistische leegheid te komen waarin je bijna onbewust werkt in het hier en nu. Het schilderij wordt een weerslag van het moment, het vastleggen van een toestand, zoals in de fotografie.”

“Wat ik doe is spelen voor volwassenen. Die manier van werken is niet nieuw. Het begon eigenlijk al 100 jaar geleden, na de Eerste Wereldoorlog, en werd groot in de jaren vijftig, met Jackson Pollock in Amerika en Nederlanders als Karel Appel en Lucebert, die ik erg bewonder. In de jaren ’80 was er weer een opleving.”

Nu is die richting niet populair. Philip: “In Duitsland wordt het nog steeds als echte kunst gezien. In Nederland is alles nu heel conceptueel en bestaat kunst alleen als toeristische attractie. Mondriaan zou zich omdraaien in zijn graf, als hij wist hoe er nu met hem wordt omgegaan. Hier vragen mensen vaak: kan je daarvan leven? Nou, zeg ik dan, ik ben niet dood. Maar zonder de kunst was ik misschien wel dood geweest. Het geeft me de kans alles van me af te gooien.”

“Daarnaast is er ook altijd de muziek. Ik heb van alles gespeeld, maar de bas is mijn belangrijkste instrument. Ik heb een dansband gehad, maar ben nu meer met jazz bezig en speel in jamsessies. En ik treed op als bard: liedjes zingen met de gitaar – vertaalde liedjes, bekende songs en ook zelfgeschreven werk. Ik schrijf vanuit m’n gevoel. De tekst moet er in één keer uit. En als het me dan drie keer echt aangrijpt tijdens het spelen is het goed. Maar er is er in Nederland maar één iemand die dat echt goed kon: Annie M.G. Schmidt. Bij de opening zal ik ook een paar liedjes spelen.”

De mythologische Rolling Stones

Philip volgde de beeldhouwrichting van de Utrechtse kunstacademie. “Op de HKU heb ik niet echt leren beeldhouwen. Na de academie wilde ik het echte werk leren. Daarmee ben ik vreselijk op mijn bek gegaan. Ik verschoot al mijn kruit voordat het echte leven begon en raakte in een depressie. Beeldhouwen kon ik al wel, dus ben ik gaan schilderen. Dat is voor mij een worsteling maar ik wilde het doen omdat ik het niet kan. Het moet een uitdaging blijven. Dat heeft ook iets met mijn vader te maken. Ik ben kritisch opgevoed: het is niet gauw goed. Mijn vader kon ook goed schilderen, dus deed hij het maar weinig. Hij vond zichzelf een technicus. Hij kon maken wat hij wilde met zijn handen.”

Philip schilderij Fallen Angel“Sommige werken zijn echt abstract. Dan ben ik vaak gewoon op tijd ermee gestopt. Als beeldhouwer heb ik nog steeds vormdwang. Ik probeer de verf spontaan te laten werken, maar zie onvermijdelijk vormen die ik benadruk. Toch, als ik iets gemaakt heb, zit ik nog dagen te bedenken wat het is. Van deze – ‘Draw Back’– weet ik na bijna een jaar nog niet waar het over gaat. Er zit een pornografisch tikje in maar dat is niet zo leesbaar, dus ik vind het wel toonbaar.”

“Van deze wist ik na zes weken dat het de bosgod Pan was. In de mythologie bestaat het verhaal dat hij en oppergod Apollo een wedstrijd deden wie de beste muziek kon maken. Pan maakte mooiere muziek, maar Apollo won. De gevestigde macht kreeg erkenning, de halfgod Pan niet. Dat is een beetje zoals The Rolling Stones en het begin van de popcultuur. Dat soort bands ging op een spontane manier tegen de stroom in. Maar die spontaniteit was zo sterk dat het de mensen betoverde. Als in De rattenvanger van Hamelen gingen ze erachter aan. De tegencultuur werd zo zelf een machtsfactor en Apollo, de zittende macht, moet daarmee om zien te gaan.”

“Dat is een thema in mijn leven en mijn werk. Ik voel me niet zo verbonden met succesverhalen. Erkenning hangt altijd samen met een groepsbelang. Ik probeer de schoonheid die ik zelf mooi vind te verbeelden. Sommigen vinden het wat teveel van het goede, of teveel van het lelijke. Ik ben onbeheerst. Ik geloof niet zo in de beheersing van mensen. Ik kies voor Pan, de miskende halfgod. Wat ik zeg is vrij en ik ben vrij om te doen wat ik wil.”

“Sinds een jaar of vijf ben ik ook weer aan het beeldhouwen. Dat is heel veel werk, maar ik voel geen druk meer om daar een carrière van te maken. Ik geloof ook niet in zoiets als cultureel ondernemerschap. Als thema voor de discussie na de film stel ik dan ook de vraag: kan en mag een kunstenaar helemaal uit zichzelf werken, zonder engagement?”

uitnodigingPhilipWestera

Zie ook: vormforum.nl (Philip Westera) en hazart.nl.

Philip werkt ook als beheerder op Cultuurboerderij Nieuwe Erven in Amersfoort.

De expositie van Philip Westera wordt geopend op zaterdag 4 november. De zaal is open vanaf 19:30u. Philip zal dan ook optreden als bard (singer/songwriter). De opening wordt mede opgeluisterd door Jan Hazelaar en Ali v.d. Berg van Kunststichting Hazart. Vanaf 20:30 JazzClub. Toegang gratis.

De expositie is te zien tot 24 november tijdens activiteiten (zie artishock-soest.nl ). Daarnaast is Artishock open op: woe- en vrijdagochtend van 10-12 uur, maan- en woensdagavond van 19.15-20.15 uur. Verder in overleg: 06 25586354.

Zondag 12 november: film ‘Basquiat’ – 19:30u. Kassa open: 19:00u. Voor de film is er een kort interview met de gastprogrammeurs. Na afloop is er een nabespreking met zowel kunstenaar als gastprogrammeurs. Entree € 7,50 / leden € 5,50; Passe Partout 5 avonden € 32,50 / leden € 22,50. Zie artishock-soest.nl voor het complete programma

Man van staal – IJzersterk nieuw werk van Ruud Termijn in Artishock

Man van staal – IJzersterk nieuw werk van Ruud Termijn in Artishock

Na twee jaar is metaalkunstenaar Ruud Termijn in februari weer te zien in de grote zaal van Artishock. Met nieuw werk: “Het verschil is enorm. je kan me niet betrappen op één stijl en ik ben constant aan het evolueren. Ik ben nu veel aan het hameren en werk ook veel met verf. Het is een volledig nieuwe collectie.”

“Metal Art & Design” staat er op zijn bus. Als kunstenaar is hij deze dagen hard aan het werk met een nieuw gevonden techniek. Tot 1998 was Ruud Termijn horecaondernemer. Voor zijn Utrechtse café Jazz Alley ontwierp en maakte hij zelf de inventaris uit oude olievaten en boodschappenwagentjes. In 1998 besloot hij kunstenaar te worden: “Mijn vader was kunstschilder en ik kan ook wel tekenen. Dus ik dacht, ik wordt ook schilder. Maar metaal beviel toch beter.”

Nieuwe start

Dit jaar bestaat Artishock 50 jaar. Ook voor Ruud Termijn is het een bijzonder jaar: “2017 wordt echt een nieuwe start. Vorig jaar was ik vooral bezig met een grote verbouwing thuis en de verhuizing van mijn atelier. Voorheen zat het in een oude school. Dat was tijdelijk maar werd telkens verlengd, tot 5 jaar lang. Dan verzamel je toch wat – driehonderd kilo materiaal heb ik weg moeten doen.”

Ruud werkt nu op het industrieterrein van Amersfoort: “Eigenlijk zoek ik nog steeds een industriële ruimte waar ik voluit kan werken. Dat is lastig. Als ze horen dat ik ga lassen en hameren, haken verhuurders al gauw af. De ontwikkeling in mijn werk heeft veel te maken met die omstandigheden: de grootte en tijdelijkheid van mijn atelier dwingen me om lichter te werken. Qua gewicht moet het te dragen blijven en ik heb ook geen ruimte om een smidse in te richten.”

Woest genoeg?dscn0138

“Als ik eenmaal een nieuwe techniek ontwikkel kan de productie hard gaan. Zoals nu. Eerst beschilder ik houten platen met acrylverf. Ik gebruik verf die ik nog over had uit mijn beginperiode. De verf krijgt voorrang, ook omdat ik het schilderen niet zo goed onder de knie heb als het metaal. Als het schilderwerk woest genoeg is naar mijn zin, ga ik pas werken met metaal. Dan hamer en buig ik delen in en om het schilderwerk. Ik werk met koud metaal. Dat vind ik ook mooi, het metaal vangt zo van alle kanten licht. Op Instagram staan de foto’s al, de website is nu in verbouwing. Daar kan je binnenkort ook een hoop zien.” En in Artishock natuurlijk.

Ruud Termijn, man van staal opent zaterdag 4 februari, 20:00u. Vanaf 20:30 JazzClub. Te zien tot 24 februari. Zondag 5 februari vanaf 14:30 is er Semi Prof Jamsessie. Ook dan is Ruud Termijn aanwezig. De toegang is gratis.

De expositie is te zien tijdens activiteiten (zie www.artishock-soest). Daarnaast is Artishock open op: woe- en vrijdagochtend van 10-12 uur, maan- en woensdagavond van 19.15-20.15 uur. Verder in overleg: 06 25586354.

Mart Kwakkel: “De natuur is de slaap van de geest”

Mart Kwakkel: “De natuur is de slaap van de geest”

schilder van wetenschap, mythen en symbolen

Door Cees Paul

MartKwakkel_bij schilderij
Mart kwakkel voor zijn werk “Symbolische Sprookjes” (foto: Cees Paul)

Mart Kwakkel is kunstenaar. Zijn eerste solo-expositie is komende maand in Artishock. Mart is ook historisch geograaf en, iets heel anders, databeheerder. “Studeren is het leukste wat er is. Voor mijn schilderijen doe ik ook veel onderzoek. Als ik het doek ga opzetten en schilderen vind ik compositie heel belangrijk. Het moet een harmonisch geheel worden.”

Hij woont en werkt heel toepasselijk in een voormalige verffabriek, met uitzicht over de Amersfoortse Eem. Op de bank staat een schilderij met, onder meer,  een ridder, jonkvouw en draak. Mart vertelt: Dit werk heb ik terug gehaald uit de Kunstuitleen, maar het mag wel verkocht worden. Het is een middeleeuwse voorstelling. Schilderijen uit die tijd staan vaak vol symbolen. Bijna alles betekende wel íets, maar dat weten mensen niet meer. Daarom heb ik symbooltjes erbij gezet zoals we die nu kennen van onze telefoon en uit de openbare omgeving.”

Naast de kunstacademie heeft Mart landschapsgeschiedenis gestudeerd. Hij zegt daarover: “De natuur, het landschap heeft een enorme invloed op mijn schilderijen. De menselijke eigenschap om de natuur te bezweren is voor mij een inspiratie. In mijn schilderijen zie je een vermenging van de mythische natuur en de wetenschappelijke realiteit. Ik noem het surrealistische of mystieke landschappen.”

Op de ezel staat ‘Monarch’, wat zowel slaat op de koning als een vlindersoort. Het is nog niet af. Net als op andere schilderijen zien we veel dieren, in een landschap of bij neergestorte ruimtevaartuigen, zoals in het vijfluik ‘Mythische proporties’. Mart: “Mensen doe ik bijna nooit. In het echte leven hou ik van mensen. Maar misschien heeft de mens zich teveel gedistantieerd van de natuur om interessant te zijn voor mijn schilderijen.”

(R)evolutie detail1
Detail van “(R)evolutie” (foto: Mart Kwakkel)

“Voor de achterwand van de zaal in Artishock wil ik nog iets groots te maken. In verf zal niet meer lukken, maar ik maak ook illustraties, zeefdrukken en animaties. Ik schilder nogal langzaam. Daarom kan ik van mijn schilderijen niet leven. Dat ligt ook wel aan mijn instelling: ik heb geen zin om makkelijke series te maken of werk in opdracht te doen. Ik schilder liever naast een baan dan dat mijn creatieve vrijheid wordt beperkt.”

“Ik schilder om andere mensen een boeiend verhaal te vertellen. Beeldende kunst zie ik als een katalysator om de haastige moderne mens te ontspannen, zodat zij zich geïnspireerd voelen weer te gaan dromen.”

Opening Galerij Artishock zaterdag 7 mei expositie 20:00u., Steenhoffstraat 46a. Vanaf 20:30 JazzClub met het trio van Timo Menkveld. De toegang is gratis. Zie www.artishock-soest voor meer bijzonderheden. De expositie is te bezichtigen tot 27 mei. Openingstijden: woensdag- en vrijdagochtenden tussen 10 en 12 uur en maandag- en woensdagavonden tussen 19.15 en 20.15 uur. Verder in overleg tel: 06 25586354

“Er was eens…” Herfstig Artishock met fotograaf Nancy Bos

Herfstiger kan november niet worden dan met de expositie “Er was eens…” in Artishock. Nancy Bos vertelt verhalen met foto’s. De titel refereert enerzijds aan de beginzin van sprookjes, anderzijds aan dat wat geweest is.

Zelfportret – Nancy Bos

Eerder dit jaar won ze de publieksprijs van de expositie ‘Like/Don’t Like’ in Rotterdam. Nancy Bos: “Ik dacht, dode beestjes en zo, dat zal mensen misschien niet aanspreken, maar blijkbaar vonden ze het toch wel heel gaaf. Deze serie is begonnen toen ik nog aan de Fotoacademie studeerde. Toen, vijf jaar geleden, drukte ik de foto’s af in bruin- en zwarttinten. Mijn mentor noemde het ‘barok’ maar ik was er zelf nog niet tevreden over. Ik zat tegen het donkere aan te hikken. Dat heb ik uiteindelijk opgelost door ze terug te brengen naar zachte kleurtinten.

Verhalen

“Er kwamen ook nieuwe beelden bij, uiteindelijk zit er geen één foto van de oorspronkelijke serie in. En het blijft groeien… Dit weekend was ik aan het wandelen op de Hoge Veluwe. Opeens had ik het gevoel dat ik het open veld in moest, ik zag iets wits in de verte. Dat bleken waterlelies te zijn, niet wat ik direct interessant vind om te fotograferen, maar dichterbij gekomen zag ik nog meer wit: in het gras ernaast lagen vogelveertjes verspreid. Dat ben ik gaan fotograferen en dat is een mooie serie geworden. Ze staan nog niet op de site – www.wijseneigen.nl – maar één ervan komt wel in Artishock.”

“In alles wat ik zie, zie ik een verhaal. Ik heb een fascinatie voor oude spullen en gebouwen, dingen die kapot of achtergelaten zijn. In het verval zit een verhaal van wat geweest is, maar ook de schoonheid van de kringloop. Dode beestjes lijken afschuwelijk maar is ook een teruggaan naar de natuur. Bloemen, planten en beestjes voeden zich weer met de restanten.“

Doka

‘Dodo’ – foto Nancy Bos

“Oorspronkelijk kom ik uit Brabant, onder de rook van de Dommelsche Bierbrouwerij. Mijn vader was buschauffeur en gebruikte zijn werktijd om uitvindingen te bedenken voor in de doka, de donkere kamer. Ik heb daar heel wat uren met hem doorgebracht. Hij was ook lid van de fotoclub in Waalre en ik werd daar ook lid van. Daar is mijn liefde voor fotografie begonnen. Inmiddels werk ik digitaal, maar soms schiet ik nog analoog. Het is een andere manier van fotograferen, je kan minder foto’s maken en het resultaat is niet direct zichtbaar. Ik doe het vooral om het nostalgische gevoel. Als ik de chemicaliën uit de doka ruik, dan word ik ook weer heel blij. Het is niet gezond voor je, maar het brengt je terug naar die magische donkere uurtjes.”

“Later heb ik een tijd in Amersfoort gewoond en daar ben ik nu weer terug sinds een jaar, nu met een eigen studio. Daar maak ik portretten in opdracht. Daarnaast werk ik ook veel op locatie voor zowel bedrijven als particulieren. In mijn vrije werk laat ik me graag leiden door wat ik tegenkom, wat ik niet in de hand heb. In mijn opdrachten vind ik het juist erg leuk om alles te ensceneren en zo het verhaal van iemand in beeld te brengen. Dat zie je ook in de portretten die ik exposeer in Artishock. Het zijn allemaal opdrachten geweest waar een verhaal achter zit, en die blijken ook prima op zichzelf te kunnen staan. Mijn stijl zie je terug in zowel de portretten als het vrije werk. Dat is een combinatie van wat ik fotografeer en hoe ik het fotografeer. Het hoeft niet donker te zijn maar ik houd wel van dramatisch licht met met veel schaduw.

Zaterdag 1 november om 20.00uur in Artishock, Steenhoffstraat 46. Gratis entree. Na de opening JazzClub met Wout Wantenaar + Band. De expositie is vrij te bezichtigen t/m 21 november; vaste openingstijden: woensdag en vrijdag 10.00-12.00u., maandag en woensdag van 19.15- 20.15u. en in de pauze van filmvoorstellingen. Ook is het mogelijk een afspraak te maken met huismeester Semmy Prinsen (06-25 58 63 54).

Door Cees Paul

Commissie De Meisjes, Oog in Al

In Utrecht liet jonker Everard Meyster het buitenhuis ‘Oog in Al’ bouwen in 1664. Het was zijn derde. Amersfoort had hij al verblijd met de aanleg van de landgoederen ‘Nimmerdor’ en ‘Doolomberg’. Ook is hij verantwoordelijk voor De Kei van Amersfoort. Hij ging de weddenschap aan dat hij de bevolking zo gek kon krijgen dat ze een grote zwerfkei uit de buurt van Soesterberg, zo’n acht kilometer verderop, binnen de stadsmuren zouden trekken. En won. De jonker werd de stad uitgejaagd waar hij eenentwintig jaar had gewoond en kwam zo, inmiddels rond de vijfenveertig, terug in zijn geboortestad Utrecht. Daar bestond in die tijd een ambitieus plan om de stad in westelijke richting uit te breiden langs de pas gegraven Leidse Vaart. Om uitzicht te hebben op de aanstormende stad en wellicht ook om winst te maken door de verkoop van grond kocht hij een stuk land ‘aan de Noordzyde van de Leidse Vaart, een quartier uur gaans van Utrecht’, gemeten vanaf de Catharijnepoort.Op dat land bouwde hij zijn huis.

De westwaartse uitbreiding liet ruim tweehonderd jaar op zich wachten, maar het buitenhuis is gebleven. Dat wil zeggen, het hoofdgebouw, tuinmanshuis en de theekoepel zijn verbouwd maar nog steeds intact; een klassiek Romeins aandoend bouwsel met onbekende functie is rond 1780 verdwenen.
 
In 1918 werd het huis met omringende weilanden, in totaal zo’n twintig hectare, aangekocht door de gemeente voor 430.000 gulden. In de weilanden werd een tuinwijk naar het ontwerp van Berlage aangelegd en het oorspronkelijke landhuis werd als theehuis het middelpunt van een nieuw openbaar park. Sinds 1961 zit er een dependance van de openbare bibliotheek. De bijbehorende theekoepel aan de Leidse Vaart biedt sinds eind 19e eeuw ook uitzicht op het Merwedekanaal en het pittoreske sluizencomplex daarin. In de oude tuinmanswoning huist, of huisde in ieder geval in de jaren rond 1980, het gezin van een opzichter bij de plantsoenendienst.
Het is nog steeds een kwartier lopen vanaf het centraal station of Hoog Catharijne (“Winkelhart van Nederland”) naar Oog in Al, een wijk met de sfeer van een villadorp.
Aanvankelijk wilden mensen er niet wonen, het was te modern naar de smaak van de tijd. De architect Rietveld heeft er gewoond (in de Bachstraat) en heeft er ook een paar woningen achtergelaten die staan aan wat nu Jochem Uytenhaageplantsoen heet (pro memorie: de jongen die in 2002 Olympische medailles hardschaatsen won woonde daar, doet inmiddels in ‘sport & lifestyle coaching and training’ en woont daar volgens mij nog steeds).
Na de Tweede Wereldoorlog werd het juist een ouderwetse wijk, een ‘dorp in de stad’ waar duidelijke, ongeschreven regels golden. De heggen waren goed geknipt. In de jaren negentien negentig werden de jaren dertig woningen mateloos populair onder hooggeschoolde tweeverdieners en verjongde de wijk enorm. Voor de ouderen waren inmiddels speciale voorzieningen aan de rand van de wijk beschikbaar.

Als rijke mensen een beetje vreemd zijn heten ze excentriek. Dat is ook de faam van de ‘dolle jonker’ E. Meyster. Zo was zijn eigen uitbreidingsplan voor Utrecht geschreven op rijm en liet hij verschillende bizarre publicaties uitkomen. Zijn landgoederen moesten zijn ideeën verbeelden. Het mag geen wonder heten dat hij na zijn dood wilde voortleven, en niet alleen als naamgever van een laan in ‘zijn’ wijk en in de bijnaam van de stad Amersfoort en haar bewoners. In het laatste kwart van de twintigste eeuw is de jonker dan ook aan deze kant van gene zijde gesignaleerd, om precies te zijn in zijn oude tuinmanswoning en wel in de gedaante van zijn broek.

Landhuis, nu bibliotheek: Park Oog in Al 1 (1966)
De kinderen van de Groenopzichter zagen hem het eerst:
“Mamma, er loopt een broek door de kelder.”
“Ach, ongeremde kinderfantasie” dacht ze.
Maar later zag ze zelf inderdaad een losse, lege broek door de kelder lopen en al lopend verdwijnen in de muur. De heer des huizes vroeg de bekende paragnost Leo Pannekoek om de zaak te onderzoeken. Pannekoek kwam en, verdomd, hij voelde inderdaad enige ‘aanwezigheid’ in de kelder. Hij vroeg door over de broek die was gesignaleerd en deed nader onderzoek. Het bleek een typisch eind zeventiende-eeuwse broek te zijn.
“En waar is die broek precies verdwenen?”
Paragnost Pannekoek raadde aan wat stenen uit de keldermuur te breken en zo werd een nog onbekende, lege ruimte ontdekt, zonder broek.
Ook is waargenomen dat in het torenkamertje van een oud huis aan de overkant van de Leidse Vaart soms midden in de nacht een kaars brandt. Een jonggestorven geliefde van (de broek van) Everard Meyster zou daar gewoond hebben.
Lopend door de bochtige lanen met de namen van antieke dichters en klassieke componisten hoor je de geheimen fluisteren achter de bakstenen muren van het dorp Oog in Al. Drama’s achter de begonia’s, hartstochten gesmoord in nimmer dorre coniferen.
Ik ken een familie die er al decennia woont. Mevrouw is een geboren Utrechtse, meneer is oorspronkelijk een kaasboer uit het Groene Hart. Toen hun jongste kind, een dochter, werd geboren leefden ze op de Richard Wagnerlaan. Daar woonden ze nog toen de kleine meid zes jaar was. Op een nacht lag ze rustig te slapen op dezelfde kamer als haar twee broers en zus. Plotseling werd ze wakker met een onbestemd gevoel.
Ze zag een vrouw in de kamer staan, of beter, een vrouwelijk silhouet, gehuld in een lichtblauwe robe. Haar gezicht was niet zichtbaar. Ze zei niets. Met ingehouden adem bleef het meisje liggen kijken, wachtend tot de vrouw bewoog, of iets zei. Plots hoorde ze haar oudste broer fluisteren:
”Mama, ben jij dat?” en even later:
“Wie ben jij?”
Maar de vrouw antwoordde niet. Ze bewoog ook niet. Na tien heel stille minuten ging ze geruisloos naar het raam, zijwaarts schrijdend. Onzichtbare armen bewogen als trage engelenvleugels soepel onder haar blauwe kleed. Zo ging ze het raam uit en is ze verdwenen, opgelost, alsof zij nooit was verschenen.
De jongste dochter vraagt zich nog steeds af hoe het gezicht van de vrouw eruit zag en of ze haar misschien iets had moeten vragen, maar wat?
Mozartlaan, links de R. Wagnerlaan, rechts park Oog in Al (1936).
Oog in Al, een tuinwijk met ‘s winters een zwerm spreeuwen in het park. Bij het kanaal stond tot een oude fabriek waar sojameel wordt gemaakt. Een comité was daartegen, en de gemeente gaf in 2001 een oprotpremie van 37 miljoen gulden. In de wijk zijn scholen waar veel gewone kinderen gewoon naar school gaan.
Lopend door de bochtige lanen met de namen van antieke dichters en klassieke componisten hoor je de geheimen fluisteren achter de bakstenen muren van het dorp Oog in Al, hoor je de skeletten rammelen in de muurkasten van de klassiek gemeubileerde kamers en-suite.
De familie die ik ken heeft lange tijd geleefd van de meubelhandel en woninginrichting. En, ja, levering van bankstellen, stoelen en kasten, gordijnen en luxaflex, behang en tapijt betekent dat je letterlijk bij de mensen over de vloer komt. Zo had de zaak een huishouden als klant dat bekend stond als De Meisjes. Niemand kende eigenlijk de achternaam van het merkwaardig samengestelde ‘gezin’. Moeder de vrouw bestierde het huishouden en ving van alle kanten geld voor haar vreemde kostgangers. Ze had één pleegzoon die later elders werd geplaatst: Bert, in de wandeling Bert Met Het Ei, want hij had zo’n joekel van een bult bovenop zijn hoofd. Er was ook een zwakbegaafde dochter, die had ze van zichzelf. Vanwege de oorspronkelijke gezinssamenstelling van moeder en dochter stond het huis met de bewoners bekend als De Meisjes.
Moeder De Meisjes kreeg dus voor de zoon-met-het-ei geld om hem in huis te houden en voor de dochter omdat ze die thuis hield. Voor zichzelf had ze natuurlijk ook een uitkering. En ze had ook voor haar gehandicapte vriendje een maandelijkse toelage geregeld. Want die huisde daar ook: de Blinde Fotograaf. Nee, hij is niet altijd blind geweest, het was al een oudere man die niet meer werkte. Dat was haar scharreltje. Omdat ‘ie door zijn blindheid overal in huis as morste mocht hij alleen nog op de WC zijn sigaretje roken. Hij kreeg eens een horloge van zijn geliefde vriendin. Hij kon de tijd er niet van aflezen, maar was zo blij als een kind en liet de hele buurt naar zijn klokkie kijken:
“Ik heb een gouden horloge van haar gekregen. Mooi hè.”
En iedereen, behalve hij, zag dat een goedkoop blikken dingetje was.
Tenslotte was er nog De Jamkoker, die zo heette omdat hij werkte in een jamfabriek. De Jamkoker was van niemand familie maar ook hij wierp zijn inkomen altijd braaf in de schoot van Moeder De Meisjes. Hij was feitelijk de kostwinner in huis maar hoe die relatie nu zat met moeder of dochter, of met wie dan ook – we weten het niet, maar Moeder De Meisjes ging over de gezamenlijke pot. Dat was duidelijk.
Het huishouden werd vervolmaakt door de bokser, zo’n hond met een platgeslagen neus en een laag voorhoofd, een soort dat nogal eens kwalijk wil rieken. De bokser werd dan ook elke dag rijkelijk geparfumeerd. ‘s Morgens pakte Moeders het parfumflesje met een kwastje aan de verstuiver en besproeide zijn hele hondenlijf. Meneer pastoor werd trouwens ook vaak gesignaleerd bij De Meisjes maar het is niet zeker of ook die dan geld meenam.
Bunker vermomd als huis in het park
Lopend door de bochtige lanen met de namen van antieke dichters en klassieke componisten hoor je de geheimen fluisteren achter de bakstenen muren van het dorp Oog in Al en zie je als vreemde uit een ooghoek vitrages opzij schuiven, zelfs als het huis verlaten is.

Hoewel ze de meest bijdehante van het stel was, leek mevrouw De Meisjes ze niet allemaal op een rijtje te hebben. Drie keer in de maand belde ze naar de Woninginrichting voor nieuwe spullen, vooral behang. Telkens moest er een ander behangetje komen want
“Nee, ik vind het toch niet zo bij de rest kleuren.”
Buiten de lokale middenstand profiteerde vooral haar zwakbegaafde dochter van de aanwezige centen. De dochter werd behandeld als een prinses. Haar pleegzoon Bert had het echter zwaar te verduren. Hij moest alle klusjes opknappen die zijn pleegmoeder in het hoofd had en hij moest dat doen op de manier die haar aanstond.
Dus begon Bert Met Het Ei de dag met een bezoek aan bakkerij Do Schat voor een halfje wit of bruin, al naar gelang De Meisjes wensten. De bokser, een uur tegen de wind in stinkend, ging steevast mee. De eerder genoemde jongste dochter had rond acht uur altijd dezelfde missie en stond vaak met Bert in de rij.
“Stakker van een dier, en stakker van een Bert.”
De kleine meid was ervan overtuigd dat de hond een zeer menselijke eigenschap bezat:
“Pas op”, zei ze tegen iedereen, “niet roddelen over andere mensen, hoor. De hond hoort alles en vertelt alles door.” Het meisje was zeer beducht voor de bokser.
Elke dag ging Bert ook langs de groenteman en haalde daar elke dag aardappelen en prei. Daarna kon de slager bezoek van Bert verwachten. Hij kocht daar voor kapitalen aan vlees. Daarnaast was Bert buiten te zien als hij het bestek moest poetsen. Met zijn rossige haar rond die nooit slinkende buil zat hij dagelijks voor de huisdeur, met de besteklade op zijn knieën en het busje zilverpoets naast zich. In alle jaargetijden die Nederland heeft te bieden – lauwe regen, warme regen, koude regen en sneeuw – zat Bert Met Het Ei op de stoep het zilver poetsen. En ook moest hij, weer of geen weer, buiten de was doen voor het hele huishouden. Achter in de tuin, die door schuttingen een binnenplaatsje was geworden, in een grote houten tobbe. Moeders was dan gewoon om zonder veel plichtplegingen haar directoire uit het slaapkamerraam te gooien:
“Hier, Bert, vangen.”
Het werkse leven van Bert speelde zich verder af achter de geraniums en gordijnen van huize De Meisjes. Wat hij dan zoal deed bleek bij de keren dat de woninginrichter langskwam. Ze zagen Bert altijd zitten op een stoofje in de steenkoude keuken. Aardappels schillen, dezelfde die hij ‘s morgens bij de groenteman had moeten halen en die hij ‘s avonds moest vermalen, drijvend in de vette jus, gemaakt met een heel pak boter. Dat had hij hard nodig, vond moeder De Meisjes, voor zijn zware programma overdag. Want terwijl Bert boodschappen en klusjes deed, kwam mevrouw De Meisjes alleen buitenshuis om nieuwe meubeltjes uit te zoeken bij de Woninginrichting. Dan kon ze weer even in de buurt zijn van de knappe stoffeerder die er werkte. Ze had al die tijd een oogje op hem en misschien was dat wel de enige reden voor haar klandizie. Terwijl zij futiele pogingen deed om zijn liefde te winnen, haalden de stoffeerders weer nieuwe bestellingen voor Commissie De Meisjes binnen.
Plastiek van E. Dodeigne, geplaatst 10 juli 1980
Op een kwade dag ging de Jamkoker dood. Hij viel dood neer na een hartstilstand. Paniek. Het hele huishouden (op de hond na) raakte zo in verwarring, dat ze naar het medicijnkastje snelden en handenvol van elkaars medicijnen naar binnensloegen: de pillen voor het zwakke hart van de Jamkoker, de kalmeringsmiddelen van Moeders, die tegen epilepsie van de dochter, de oogdruppels van de Blinde Fotograaf, bloedverdunners en bloeddrukverlagers, de hele bliksemse boel slikten ze door elkaar naar binnen. Het gevolg laat zich raden: de hele familie volgde de Jamkoker naar het ziekenhuis (ze waren erg aan elkaar gehecht) alleen lag Jamkoker in het mortuarium en de rest op de Intensive Care.
Kort na hun ontslag uit het ziekenhuis zijn ze verhuisd naar het voormalige dorp Vreeswijk, nu opgenomen in Nieuwegein. Weer later zouden zij zijn verhuisd naar Nigtevecht. Verder is niets meer van het huishouden vernomen. Wel is bekend dat de bokser inmiddels het leven gelaten heeft, eindelijk verlost van het parfum waar zijn gevoelige hondenneus gek van geworden moet zijn.
“Een vreemd stel mensen”, vindt meneer, “Maar, het was een goeie klant.”
In een punt tussen twee kanalen en van de beruchte wijk Kanaleneiland gescheiden door de uitvalsweg naar het westen, ligt de woonwijk Oog in Al. De rondweg heeft een brede middenberm met hoge bomen en een mooie beeldengroep: “Drie Gestalten.”  Drie mistroostige klompen steen die doen denken aan regen en die luisteren naar gefluisterde geheimen uit de bakstenen muren van het dorp Oog in Al.
Bronnen:
          “Parken in Utrecht”, red. Bonica Zijlstra, historische reeks Utrecht, dl.11 (Matrijs, Utrecht,1988).
          Het ontstaan van Oog in Al, Raphaël Rijntjes, Architect, 2008. www.mensenmakenooginal.nl/

– Dit verhaal door palescue is op 1 februari 2004 verschenen in e-zine Writer’s Block. Voor deze versie is het behoorlijk geredigeerd en aangevuld met nieuwe Keiharde feiten. – IP Fisher, 30 mei 2013.